Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Ermelo

Gemeenschappelijke regeling Sociale Dienst Veluwerand

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieErmelo
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingGemeenschappelijke regeling Sociale Dienst Veluwerand
CiteertitelGemeenschappelijke regeling van de Sociale Dienst Veluwerand
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet
  2. Wet gemeenschappelijke regelingen
  3. De van toepassing zijnde bijzondere wetten

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-05-201001-01-2018Nieuwe regeling

20-05-2010

Ermelo's Weekblad

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Gemeenschappelijke regeling Sociale Dienst Veluwerand

Raadsbesluit

 

Nr. 10011045

Casenr. 2010-03344

 

De raad van de gemeente Ermelo;

 

gelezen het voorstel van het college van 20 april 2010, nr. 10011154;

 

gelet op het bepaalde in de Gemeentewet, de Wet gemeenschappelijke regelingen en de van toepassing zijnde bijzondere wetten;

 

overwegende, dat de raden en colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;

  • ·

    zij hebben aangegaan de gemeenschappelijke regeling van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Veluwerand, aangegaan door de gemeenteraden van Ermelo, Harderwijk en Zeewolde;

  • ·

    zij hebben besloten om door middel van vergaande samenwerking op het gebied van de uitvoering van Wet werk en bijstand en aanverwante wetten het beleid grotendeels regionaal af te stemmen, de kwaliteit van de dienstverlening te verbeteren, de kwetsbaarheid te verminderen en de effectiviteit te verhogen. Daartoe worden de bevoegdheden van de colleges van burgemeester en wethouders van de drie gemeenten op bovengenoemd werkveld overgedragen aan het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam.

     

b e s l u i t :

 

  • 1.

    over te gaan tot herziening van de eerder ingestelde gemeenschappelijke regeling Sociale Dienst Veluwerand, zijnde een openbaar lichaam krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen voor het gemeenschappelijk uitvoeren van gemeentelijke taken inzake de sociale zekerheid, om de bevoegdheidsoverdracht te verbeteren, de uitvoering van de Wet Inburgering, de Wet Investeren in Jongeren in te passen en de termijn voor het opstellen van een beleidsplan te wijzigen;

  • 2.

    daartoe de navolgende regeling vast te stellen onder intrekking van de eerdere regeling, zoals vastgesteld op 16 december 2004.

     

Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen

Artikel 1 - Begripsomschrijvingen

Deze regeling verstaat onder:

  • 1.

    Gemeenten; de bij de regeling aangesloten gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten; Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland en de provincie Flevoland.

  • 3.

    College; colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten.

  • 4.

    Gemeenteraden: De gemeenteraden van de gemeenten.

  • 5.

    Het algemeen bestuur: het algemeen bestuur als bedoeld in artikel 12 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen.

  • 6.

    Het dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur als bedoeld in artikel 14 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen.

  • 7.

    De voorzitter: De voorzitter van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur van de dienst.

  • 8.

    De Wet: De Wet Gemeenschappelijke Regelingen.

  • 9.

    De Dienst: de Sociale Dienst Veluwerand.

Artikel 2 - Openbaar lichaam

  • 1.

    Er is een openbaar lichaam genaamd Sociale Dienst Veluwerand. Het openbaar lichaam is van rechtswege een publiekrechtelijke rechtspersoon en is gevestigd te Harderwijk. Hierna te noemen “de dienst”.

  • 2.

    Het rechtsgebied van de dienst omvat het grondgebied van de deelnemende gemeenten.

Artikel 3 - Bestuursorganen

De dienst kent, overeenkomstig artikel 12 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de volgende bestuursorganen:

  • -

    het algemeen bestuur,

  • -

    het dagelijks bestuur,

  • -

    de voorzitter.

Hoofdstuk 2 - Belang, taak en bevoegdheden

Artikel 4 - Belang

De dienst geeft uitvoering aan de taken van de gemeenten die onder artikel 5 staan vermeld.

Artikel 5 - Taken en bevoegdheden

De dienst verricht beleidsvoorbereidende taken en alle uitvoerende taken in het kader van:

  • -

    de Wet van 9 oktober 2003, houdende vaststelling van een wet inzake ondersteuning bij arbeidsinschakeling en verlening van bijstand door gemeenten inclusief de wijzigingen (de Wet werk en bijstand, Wwb);

  • -

    de Wet van 6 november 1986, houdende het treffen van een inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers van wie het recht op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet is geëindigd inclusief de wijzigingen (de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers, Wet IOAW);

  • -

    de Wet van 11 juni 1987, houdende het treffen van een inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen van wie het inkomen duurzaam minder bedraagt dan het sociaal minimum en die als gevolg daarvan het bedrijf of beroep hebben beëindigd inclusief de wijzigingen (de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, Wet IOAW);

  • -

    het Besluit van 10 oktober 2003 tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 7 van de Invoeringswet Wet werk en bijstand inclusief de wijzigingen (het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen, Bbz);

  • -

    de Wet Inburgering, Wet van 30 november 2006, houdende regels inzake inburgering in de Nederlandse samenleving inclusief de wijzigingen;

  • -

    de wet van 9 juli 2004 tot regeling met betrekking tot tegemoetkomingen in de kosten van kinderopvang en waarborging van de kwaliteit van kinderopvang, en meer bepaald de tegemoetkoming als bedoeld in artikel 22 (de Wet Kinderopvang, de Wk), alsmede de Verordening Wet Kinderopvang inclusief de wijzigingen;

  • -

    de wet van 1 juli 2009, houdende regels inzake bevordering duurzame arbeidsinschakeling jongeren tot 27 jaar (de Wet investeren in jongeren, Wij);

  • -

    de Wet van 4 juni 1992, houdende algemene regels van bestuursrecht, voor zover deze van toepassing is in relatie tot één der bovengenoemde wetten of besluit (de Algemene wet bestuursrecht, Awb).

Voorts is de dienst belast met:

  • -

    de uitvoering van algemene maatregelen van bestuur, uitvoeringsregelingen, verordeningen en beleidsregels, vastgesteld op basis van regelgeving in het eerste lid genoemd;

  • -

    de behandeling en afhandeling van bezwaar- en beroepschriften;

  • -

    de behandeling en afhandeling van klachten die op basis van de Klachtenregeling bij de dienst binnenkomen.

     

De bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid zijn nader uitgewerkt in een delegatielijst. De delegatielijst wordt als bijlage gehecht aan deze gemeenschappelijke regeling. Indien de delegatielijst wordt gewijzigd, wordt de gewijzigde delegatielijst beschouwd als zijnde gehecht aan deze gemeenschappelijke regeling. Bepalingen uit deze regeling prevaleren boven bepalingen uit de delegatielijst.

De dienst is bij de uitvoering van de taken als bedoeld in lid 1 en 2 gebonden aan het door de raden vastgestelde beleidsplan.

De dienst verleent prestaties op verzoek van één of meer gemeenten, buiten het in artikel 2 lid 2 en artikel 5 lid 1 genoemd rechtsgebied, indien het algemeen bestuur hiermee instemt. De prestaties worden verleend tegen een tussen de dienst en de betrokken gemeente(n) overeengekomen prijs. Eventueel verschuldigde B.T.W. wordt apart in rekening gebracht. De overeenkomst bevat in ieder geval de duur voor levering van de prestaties, de opzegtermijn en de basis voor het vaststellen van desintegratiekosten.

Waar in wetten, als bedoeld in lid 1, als bevoegd orgaan is genoemd de gemeente, de raad, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester komt in de plaats de dienst, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur of de voorzitter, tenzij in deze regeling of de delegatielijst uitdrukkelijk anders is bepaald.

De taken genoemd onder lid 1 worden zoveel mogelijk uitgevoerd in samenwerking met arbeidsvoorzieningsorganisaties, zorginstellingen, instanties die met de uitvoering van sociale zekerheidswetten zijn belast en maatschappelijke organisaties.

In het kader van de gemeentelijke rampenbestrijding worden medewerkers van de dienst ingezet voor de uitvoering van taken zoals die zijn vastgelegd in de gemeentelijke rampenplannen, wanneer één of meer deelnemende gemeente(n) daarom verzoeken.

Hoofdstuk 3 - Het algemeen bestuur

Artikel 6 - Samenstelling

  • 1.

    Het algemeen bestuur bestaat uit leden die de raden van de gemeenten aanwijzen uit hun midden en de colleges.

  • 2.

    De raden van de deelnemende gemeenten wijzen ieder 3 leden aan, waarvan in ieder geval een lid van het college. Het lid uit het college is belast met de portefeuille sociale zaken.

  • 3.

    De raden beslissen uiterlijk in de 1de vergadering van elke zittingsperiode over de formele aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur. Tevens wijzen de raden voor elk lid van het algemeen bestuur een plaatsvervanger aan. Het collegelid als bedoeld in lid 2 wordt vervangen door het collegelid dat hem regulier vervangt.

  • 4.

    Het algemeen bestuur wijst in de eerste vergadering in nieuwe samenstelling uit haar midden een voorzitter aan.

  • 5.

    Het lid dat ophoudt lid van de raad of het college te zijn, houdt op dat moment op lid te zijn van het algemeen bestuur. De raad of het college die het aangaat stelt de voorzitter van het algemeen bestuur binnen 8 dagen schriftelijk op de hoogte van het ontslag. Het voorzien in een tussentijdse vacature geschiedt binnen tien weken.

Artikel 7 - Taken

De taak van het algemeen bestuur is:

  • 1.

    het vaststellen en wijzigen van de begroting van de dienst;

  • 2.

    het vaststellen van de rekening;

  • 3.

    het vaststellen en wijzigen van de verordening behandeling bezwaarschriften;

  • 4.

    het vaststellen en wijzigen van de verordening cliëntenparticipatie Wet werk en bijstand;

  • 5.

    het vaststellen en wijzigen van de Klachtenregeling;

  • 6.

    het adviseren aan de raden en colleges over een verzoek tot toetreding van een gemeente tot de gemeenschappelijke regeling;

  • 7.

    de benoeming, schorsing, het ontslag van de directeur van de dienst.

Artikel 8 - Werkwijze

  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen. Hij zendt dit reglement toe aan de raden. Elk lid van het algemeen bestuur heeft 1 stem. Besluiten worden genomen met meerderheid van stemmen tenzij in deze regeling anders is bepaald. Indien de stemmen staken wordt een voorstel geacht verworpen te zijn.

  • 2.

    Het algemeen bestuur vergadert zo vaak als hij daartoe heeft besloten, maar jaarlijks minimaal twee maal. Verder zo dikwijls als de voorzitter dit nodig acht of ten minste een vijfde deel van de leden van het algemeen bestuur dit schriftelijk onder opgave van de te behandelen onderwerpen, verzoeken. In het laatste geval vindt de vergadering binnen twee weken plaats nadat het schriftelijke verzoek is ontvangen.

  • 3.

    De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering op.

  • 4.

    Samen met de oproeping brengt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij behorende voorstellen met uitzondering van de in Gemeentewet artikel 25, tweede lid, bedoelde stukken worden met de oproeping en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd.

  • 5.

    De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar.

  • 6.

    De deuren worden gesloten wanneer een vijfde gedeelte van de aanwezige leden daarom verzoekt of op voorstel van de voorzitter.

  • 7.

    Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.

  • 8.

    Van overeenkomstige toepassing zijn de bepalingen in artikel 20, artikel 22, artikel 26 artikel 28, artikel 29, artikel 30, artikel 31, artikel 32 en artikel 33 van de Gemeentewet.

Artikel 9 - Besloten vergadering

Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur betreffende geheimhouding omtrent de inhoud van stukken is het bepaalde in artikel 23 lid 1 tot en met 4 van de Wet gemeenschappelijke regelingen van toepassing. In een besloten vergadering van het algemeen bestuur wordt geen besluit genomen over:

  • -

    de begroting, de wijzigingen daarvan en de jaarrekening;

  • -

    de wijziging van de regeling;

  • -

    het liquidatieplan.

Artikel 10 - De accountant

  • 1.

    Het algemeen bestuur wijst een of meer accountants aan als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

  • 2.

    Deze accountant wordt belast met de controle van de in artikel 27 bedoelde jaarrekening, het daarbij verstrekken van een accountantsverklaring en het uitbrengen van een verslag van bevindingen.

  • 3.

    Het bepaalde in artikel 213 lid 3 tot en met lid 9 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 4 - Het dagelijks bestuur

Artikel 11 - Samenstelling

  • 1.

    Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter van het algemeen bestuur en twee leden zodanig dat iedere gemeente in het dagelijks bestuur vertegenwoordigd is, zijnde de portefeuillehouders sociale zaken van de deelnemende gemeenten.

  • 2.

    De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen door en uit het algemeen bestuur. Zij worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling.

  • 3.

    Zij treden af op de dag van aftreden van de leden van het algemeen bestuur.

  • 4.

    Plaatsen in het dagelijks bestuur, die door ontslag, overlijden of om een andere reden openvallen, dienen door aanwijzing van een nieuw lid binnen acht weken na het openvallen te worden vervuld.

  • 5.

    Degene, die ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt op dat moment op lid van het dagelijks bestuur te zijn.

  • 6.

    De artikelen 40, 41, 43, 46 en 47 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 12 - Werkwijze

  • 1.

    Het dagelijks bestuur kan een reglement van orde voor zijn vergaderingen vaststellen, dat aan het algemeen bestuur ter kennisneming wordt overgelegd.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of een ander lid van het dagelijks bestuur dit nodig acht zulks onder schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen. De vergadering vindt plaats binnen twee weken nadat het verzoek is ingekomen.

  • 3.

    Elk lid van het dagelijks bestuur heeft 1 stem.

  • 4.

    Voor zover deze regeling niet anders bepaalt, kan het dagelijks bestuur zijn werkzaamheden verdelen over zijn leden. Het dagelijks bestuur deelt zijn besluiten ter zake mee aan het algemeen bestuur.

Artikel 13 - Taak

  • 1.

    Het dagelijks bestuur is belast met en bevoegd tot de dagelijkse leiding van de dienst. Hiertoe behoort:

    • a.

      de voorbereiding van al hetgeen aan het algemeen bestuur ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd;

    • b.

      de uitvoering van de besluiten van het algemeen bestuur;

    • c.

      het besluiten tot het verlenen van bijstand of uitkering. Het dagelijks bestuur is bevoegd het geven van (onder)mandaat aan de directeur af te stemmen op de delegatielijst als bedoeld in artikel 5 lid 3;

    • d.

      het vaststellen en wijzigen van het bedrijfsplan als bedoeld in artikel 21;

    • e.

      het beheer van de activa en de passiva van de dienst;

    • f.

      de zorg, voor zover deze niet aan anderen is opgedragen, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding;

    • g.

      het verrichten van de noodzakelijke privaatrechtelijke rechtshandelingen, waaronder het aangaan, sluiten en ontbinden van overeenkomsten, om de begroting en taken van de GR uit te voeren;

    • h.

      het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte, en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit, waaronder tevens begrepen het alles in het werk stellen om vorderingen te kunnen invorderen, zoals het gebruik maken van de mogelijkheid van rekening, het versturen van betalingsherinneringen, het doen uitgaan van een dwangbevel bij vereenvoudigd derdenbeslag en/of het ter incasso geven van de vordering aan een deurwaarder;

    • i.

      de benoeming, schorsing, het ontslag, dan wel de tewerkstelling op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, van personeel in dienst van de dienst met uitzondering van de directeur, een en ander behoudens het bepaalde in de artikel 7 lid 7 en verder voor zover het algemeen bestuur zich de betreffende bevoegdheden niet heeft voorbehouden;

    • j.

      gedurig toezicht op al wat de dienst aangaat.

  • 2.

    Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden overdragen met uitzondering van:

    • a.

      het vaststellen en wijzigen van de begroting;

    • b.

      het vaststellen van de jaarstukken;

    • c.

      het vaststellen en wijzigen van de verordening behandeling bezwaarschriften, verordening cliëntenparticipatie en de klachtenregeling;

    • d.

      de voorschriften terzake van het financiële en administratieve beheer van de dienst;

    • e.

      het nemen van besluiten zoals bedoeld in de artikelen 31 en 33 van de regeling.

Hoofdstuk 5 - de voorzitter

Artikel 14 - Aanwijzing en vervanging

  • 1.

    Het algemeen bestuur wijst uit hun midden een voorzitter aan. Het voorzitterschap wordt per zittingsperiode bij toerbeurt door een lid van het college vervuld.

  • 2.

    Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door een lid van het dagelijks bestuur, aan te wijzen door het dagelijks bestuur.

Artikel 15 - Taak

  • 1.

    De voorzitter is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur.

  • 2.

    De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.

  • 3.

    De voorzitter tekent mede de stukken, die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan.

  • 4.

    De voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam in en buiten rechte. Bij rechtsgedingen tussen het openbaar lichaam en de gemeente van de voorzitter, wordt de voorzitter vervangen door een lid van het algemeen bestuur van één der andere deelnemende gemeenten. De voorzitter kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door deze aan te wijzen gemachtigde.

Hoofdstuk 6 - de directeur

Artikel 16 - Directeur

  • 1.

    De bestuursorganen van de dienst als bedoeld in artikel 3 worden bijgestaan door een directeur, aan wie in het dagelijks bestuur een adviserende stem toekomt.

  • 2.

    De directeur vervult in het algemeen bestuur en in het dagelijks bestuur de functie van secretaris. Uit de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing, de bepalingen in artikel 101 tot en met artikel 106.

  • 3.

    De directeur wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het algemeen bestuur.

  • 4.

    De directeur is belast met de dagelijkse leiding van de dienst.

  • 5.

    De directeur ondertekent mede alle stukken die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan.

  • 6.

    De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de directeur worden vastgelegd in een statuut. Het statuut wordt vastgesteld door het algemeen bestuur.

  • 7.

    De directeur is verantwoording verschuldigd aan het algemeen en het dagelijks bestuur.

Hoofdstuk 7 - inlichtingen en verantwoording

Artikel 17 - Intern

  • 1.

    De voorzitter en de leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur.

  • 2.

    Zij geven gevraagd en ongevraagd aan het algemeen bestuur of een lid daarvan alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is.

  • 3.

    De leden 1 en 2 zijn van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur.

Artikel 18 - Extern (door algemeen en dagelijks bestuur)

  • 1.

    Het algemeen en het dagelijks bestuur geven aan de colleges van de gemeenten gevraagd en ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is.

  • 2.

    Het algemeen en het dagelijks bestuur verstrekken aan de colleges van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door een of meer leden van die colleges worden verlangd.

  • 3.

    Het algemeen en het dagelijks bestuur verstrekken aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door een of meer leden van die raden worden verlangd.

  • 4.

    Het verstrekken van inlichtingen als bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt binnen vier weken nadat het betreffende college of de betreffende raad daarom schriftelijk heeft verzocht.

Artikel 19 - Extern (door individuele leden van het algemeen bestuur)

Een lid van het algemeen bestuur is de raad waarbinnen dit lid functioneert, met inachtneming van het bepaalde in artikel 16 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van de raad aangegeven wijze.

Hoofdstuk 8 - Het personeel

Artikel 20 - Personeel

Op het personeel van de dienst zijn de rechtspositie en arbeidsvoorwaarden van de gemeente Harderwijk (met inbegrip van lokale regelingen) van toepassing.

Hoofdstuk 9 - Het beleidsplan en het beleidsverslag

Artikel 21: Beleidsplan, Bedrijfsplan en Beleidsverslag

  • 1.

    Het dagelijks bestuur bereidt tweejaarlijks een beleidsplan voor. Het dagelijks bestuur legt het beleidsplan ter vaststelling voor aan de gemeenteraden. Toezending vindt uiterlijk plaats voor 31 december van het voorgaande kalenderjaar waarop het beleidsplan betrekking heeft.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur zendt het conceptbeleidsplan gelijktijdig met de verzending aan de gemeenteraden toe aan de leden van het Algemeen Bestuur, voor zover deze leden lid zijn van één der gemeenteraden. Op vragen van leden van het Algemeen Bestuur geeft het Dagelijks Bestuur uiterlijk veertien dagen voor behandeling door de gemeenteraden antwoord.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur stelt op basis van het door de gemeenteraden vastgestelde beleidsplan het bedrijfsplan van de dienst op. In het bedrijfsplan wordt aangegeven welk beleid voor de drie gemeenten op gelijke wijze wordt uitgevoerd. Indien de raad van een gemeente, ten aanzien van een bepaald onderwerp, beleid wenst uit te laten voeren door de dienst dat afwijkt van het gemeenschappelijke beleid, wordt ook het afwijkend beleid van deze gemeente in het bedrijfsplan opgenomen.

  • 4.

    Het dagelijks bestuur bereidt een beleidsverslag over het afgelopen jaar voor. Het beleidsverslag wordt jaarlijks voor 15 april van het jaar volgende op het betreffende jaar ter vaststelling aan de raden van de gemeenten voorgelegd.

Hoofdstuk 10 - Financiële bepalingen

Artikel 22 - Geldelijk beheer en de boekhouding

Het algemeen bestuur stelt voorschriften vast ter zake van het financiële en administratieve beheer van de dienst. Het bepaalde in de artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet is daarbij van overeenkomstige toepassing.

Artikel 23 - Begrotingsprocedure

  • 1.

    Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks voor 1 mei een ontwerpbegroting van de dienst voor het komende kalenderjaar, vergezeld van een behoorlijke toelichting, toe aan de raden van de gemeenten. De ontwerpbegroting vermeldt per deelnemende gemeente welke bijdrage elke gemeente verschuldigd is voor de uitvoering van de taken van de dienst. Op de gemeentelijke bijdrage wordt de vergoeding voor diensten van de gemeente aan de dienst in mindering gebracht. De toe te rekenen kosten bestaan uit directe en indirecte kosten.

  • 2.

    De ontwerp begroting wordt door de zorg van de gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Het bepaalde in artikel 190, lid 2 en 3van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen 6 weken na toezending van de ontwerp begroting tot uiterlijk 15 juni het dagelijks bestuur van hun zienswijze doen blijken. Het dagelijks bestuur voegt de zienswijzen waarin de gevoelens van de raden zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

  • 4.

    Het algemeen bestuur stelt de begroting vast uiterlijk 1 juli van het jaar voorafgaande aan het jaar, waarvoor de begroting moet dienen.

  • 5.

    Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de gemeenten.

  • 6.

    Het dagelijks bestuur zendt de begroting terstond na de vaststelling aan Gedeputeerde Staten uiterlijk vóór 15 juli.

  • 7.

    Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de besluiten tot wijziging van de begroting.

  • 8.

    De inkomsten van de dienst bestaan uit de door de deelnemende gemeenten te betalen vergoeding voor de uitvoering van basistaken van de dienst en uit de vergoeding voor de uitvoering van aanvullende dienstverlening.

  • 9.

    De deelnemende gemeenten staan garant voor de kosten en verplichtingen van de dienst. De hoogte van de bijdrage per gemeente wordt nader bepaald in een besluit van het algemeen bestuur.

Artikel 24 - De directe en indirecte kosten

  • 1.

    De directe kosten zijn de kosten die rechtstreeks worden toegerekend aan de gemeente waarvoor de kosten zijn gemaakt en waartoe behoren:

    • a.

      Uitkeringskosten, kosten van leningen en andere verstrekkingen die voortvloeien uit toepassing van wet en regelgeving, als bedoeld in artikel 5, onder aftrek van ontvangsten uit vorderingen.

    • b.

      Alle extra uitvoeringskosten van de dienst die worden veroorzaakt door gemeentelijk bijstandsbeleid dat afwijkt van het gemeenschappelijk beleid.

    • c.

      Alle extra kosten van de dienst die voortvloeien uit een kennelijk ontoereikende uitvoering van wet en regelgeving, als bedoeld in artikel 5, in de periode voor de inwerkingtreding van de regeling.

  • 2.

    De indirecte kosten (uitvoeringskosten) zijn de kosten die worden toegerekend aan de deelnemende gemeenten op basis van de berekening van het aantal inwoners en aantal uitkeringsgerechtigden per deelnemende gemeente per peildatum 1 januari 2009 en waartoe behoren:

    • a.

      kosten van het personeel;

    • b.

      de kosten van huisvesting,

    • c.

      de kosten van automatisering,

    • d.

      de kosten van externe ondersteuning,

    • e.

      en de overige indirecte kosten.

  • 3.

    De toerekening van de indirecte kosten geschiedt voor 50% op basis van het aantal inwoners van de deelnemende gemeenten en voor 50% op basis van het aantal uitkeringsgerechtigden van de deelnemende gemeenten. Herziening van deze verdeelsleutel geschiedt eens per 4 jaar op basis van peildatum 1 januari boekjaar – 1 of bij bijzondere omstandigheden.

Artikel 25 - Betaling aan de dienst

  • 1.

    De dienst brengt de kosten als bedoeld in de artikelen 23 en 24 in rekening bij de deelnemende gemeenten.

  • 2.

    Alle betalingen van het rijk aan de gemeenten voor de bij de gemeenten in rekening gebrachte kosten als bedoeld in het eerste lid, worden direct na ontvangst door de deelnemende gemeente aan de dienst overgemaakt, tenzij de gemeenten en de dienst anders overeenkomen.

  • 3.

    De bevoorschotting door de gemeenten gebeurt per de 10e van iedere maand en de voorschotten worden bij de jaarrekening afgerekend.

  • 4.

    Kennelijke onbillijkheden die uit de toepassing van dit artikel voortvloeien, worden ter beslissing voorgelegd aan het dagelijks bestuur.

Artikel 26 - Garantstelling

  • 1.

    De deelnemende gemeenten dragen er steeds zorg voor dat de dienst te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.

  • 2.

    Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat een deelnemende gemeente weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onmiddellijk aan Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet.

Artikel 27 - Jaarrekening

  • 1.

    Het dagelijks bestuur biedt de jaarrekening over het afgelopen kalenderjaar, met alle bijbehorende bescheiden jaarlijks voor 15 maart ter voorlopige vaststelling aan het algemeen bestuur aan onder gelijktijdige toezending aan de raden van de gemeenten. De jaarrekening dient te zijn vergezeld van een verslag van het onderzoek naar de betrouwbaarheid en rechtmatigheid van de jaarrekening ingesteld door de overeenkomstig artikel 213 van de Gemeentewet aangewezen deskundigen en van hetgeen het dagelijks bestuur voor zijn verantwoordingstaak verder dienstig acht.

  • 2.

    De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen twee kalendermaanden nadat de rekening is toegezonden, hun zienswijze hierover bij het algemeen bestuur kenbaar maken.

  • 3.

    Het algemeen bestuur onderzoekt de jaarrekening en stelt haar vast uiterlijk 1 juli, volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.

  • 4.

    Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling in het algemeen bestuur vergezeld van alle bijbehorende stukken aan Gedeputeerde Staten en uiterlijk vóór 15 juli.

  • 5.

    Vaststelling van de jaarrekening strekt het dagelijks bestuur tot decharge behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschriften of andere onregelmatigheden.

  • 6.

    In de jaarrekening wordt voor elk der gemeenten het bedrag opgenomen dat voor rekening van de desbetreffende gemeente komt onder verrekening van vergoedingen voor diensten die de gemeente aan de dienst heeft geleverd.

Artikel 28 - Verrekening voorschotten

  • 1.

    In de rekening wordt het werkelijke bedrag opgenomen dat elk van de deelnemende gemeenten verschuldigd is.

  • 2.

    Verrekening van het verschil tussen de reeds verrichte betalingen en het werkelijk verschuldigde bedrag vindt plaats onmiddellijk na de kennisgeving aan de deelnemende gemeenten van de vaststelling van de rekening.

Artikel 29 - Vergoedingen

Reis- en verblijfskosten gemaakt als bestuurslid van de dienst, worden vergoed door de gemeente die het lid vertegenwoordigt, op basis van de reis- en verblijfskostenregeling van toepassing in die gemeente.

Hoofdstuk 11 - Het archief

Artikel 30 - Archief

Het dagelijks bestuur is belast met de zorg en het toezicht op de bewaring en beheer van de archiefbescheiden van de dienst. Ten aanzien van de archiefbescheiden zijn de Archiefwet 1995 alsmede de voorschriften, zoals die voor de gemeente Harderwijk zijn of nader zullen worden vastgesteld van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 12: toetreding, uittreding, wijziging, geschillen en opheffing

Artikel 31 - Toetreding, uittreding

  • 1.

    Het bestuur van de gemeente die wenst toe te treden richt het verzoek daartoe aan het algemeen bestuur.

  • 2.

    Het algemeen bestuur zendt het verzoek als bedoeld in het eerste lid binnen drie kalendermaanden door aan de raden onder overlegging van zijn advies over de toetreding en de eventueel daaraan te verbinden voorwaarden.

  • 3.

    Toetreding vindt plaats indien de raden van de gemeenten daarvoor een verklaring van geen bezwaar geven.

  • 4.

    De raad van een van de deelnemende gemeenten kan tot uittreding besluiten.

  • 5.

    Van het besluit als bedoeld in het voorgaande lid wordt uiterlijk drie kalendermaanden voor het einde van het kalenderjaar kennis gegeven aan het algemeen bestuur.

  • 6.

    De uittreding vindt niet eerder plaats dan op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar waarin het algemeen bestuur van het besluit genoemd in lid 4 en 5 in kennis is gesteld.

  • 7.

    De financiële schade die door de uittreding aan de dienst is toegebracht wordt, inclusief de hierdoor ontstane wachtgeldverplichtingen, aan de uittredende gemeente in rekening gebracht.

  • 8.

    Voor de vaststelling van de financiële schade als bedoeld in lid 7 wordt door de dienst en de uittredende gemeente een commissie benoemd. Voor de samenstelling van de commissie wijzen de dienst en de uittredende gemeente ieder een lid aan. Beide leden wijzen gezamenlijk een derde aan als voorzitter van de commissie. Het advies van de commissie is voor partijen bindend. De kosten voor het inschakelen van de commissie zijn voor rekening van de uittredende gemeente.

Artikel 32 - Wijziging

De regeling kan worden gewijzigd bij een zodanig besluit van de raden van de gemeenten.

Artikel 33 - Liquidatie

  • 1.

    Ingeval van opheffing van de gemeenschappelijke regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de noodzakelijke regels op. Een zodanig besluit wordt met een twee derde meerderheid genomen.

  • 2.

    Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de raden gehoord, vastgesteld.

  • 3.

    Het liquidatieplan voorziet in de verplichtingen van de gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing.

  • 4.

    Het liquidatieplan wordt vergezeld van een personeelsplan waarin de gevolgen worden geregeld die de opheffing heeft voor het personeel.

  • 5.

    Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.

  • 6.

    De organen van de gemeenschappelijke regeling blijven ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid.

Hoofdstuk 13 - Slotbepalingen

Artikel 34 - Inwerkingtreding

  • 1.

    De regeling treedt in werking op 1 mei 2010.

  • 2.

    De gemeente Harderwijk is aangewezen om deze regeling direct na vaststelling door de raden van de deelnemende gemeenten aan de Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland en Flevoland in te zenden.

Artikel 35 - Duur van de regeling

De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

Artikel 36 - Titel

De regeling kan worden aangehaald als de gemeenschappelijke regeling van de Sociale Dienst Veluwerand.

Vastgesteld in de openbare vergadering

van 20 mei 2010

griffier, voorzitter,