<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR55787_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bezoldigingsverordening gemeente Rijnwaarden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Rijnwaarden</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-11-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bezoldigingsverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector gemeenten en de Uitwerkingsovereenkomst (Car-Uwo), artikel 3:1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 156</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-11-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-11-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2005.6617</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bezoldiging, uurloon, periodiek, betrekking, gratificatie, overwerk, salaris, schaal, vergoeding, toelage, conversie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>
      Bezoldigingsverordening gemeente Rijnwaarden
    </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rijnwaarden;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 3:1 van de Collectieve
                        Arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector Gemeenten en de
                        Uitwerkingsovereenkomst (CAR/UWO),</al><al>gehoord hebbende het Georganiseerd Overleg;</al><al>B E S L U I T E N : vast te stellen de navolgende “Bezoldigingsverordening
                        Gemeente Rijnwaarden”</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1 Begripsbepalingen</nr></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><al/><al>ambtenaar: de ambtenaar in de zin van de CAR artikelen 1:1a en 1:2;</al><al/><al>salaris: het salaris, als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder b, van de
                        CAR;</al><al/><al>uurloon: het uurloon als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder o van de
                        CAR;</al><al/><al>schaal: de schaal als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder a van de CAR,
                        opgenomen in bijlage IIa van die regeling;</al><al/><al>maximumsalaris: het hoogste bedrag van een salarisschaal;</al><al/><al>bezoldiging; de bezoldiging als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder c, van de
                        CAR;</al><al/><al>betrekking: de betrekking als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder b, van de
                        CAR;</al><al/><al>conversie: de vertaling van de gevonden rangorde naar salarisschalen;</al><al/><al>volledige betrekking: de volledige betrekking als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder k,
                        van de CAR;</al><al/><al>overwerk: het overwerk als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder l, van de
                        CAR/UWO;</al></artikel><artikel><kop><label>II Salaris</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2 Recht op salaris</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het recht op salaris vangt aan met de dag waarop de aanstelling van
                                de ambtenaar ingaat. Indien in het aanstellingsbesluit geen datum
                                van ingang is vermeld, vangt het recht op salaris aan met de dag
                                waarop de ambtenaar feitelijk in dienst is getreden.</al></li><li nr="2."><al>Het recht op salaris eindigt, in geval van ontslag, met ingang van
                                de dag waarop het ontslag ingaat.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3 Salaris bij aanstelling</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij aanstelling kennen burgemeester en wethouders de ambtenaar het
                                salaris toe dat</al><al> in de voor hem geldende salarisschaal is vermeld achter het
                                salarisnummer 0.</al></li><li nr="2."><al>Van het bepaalde in het voorgaande lid kan worden afgeweken door het
                                toekennen van een hoger salaris, indien daartoe naar het oordeel van
                                burgemeester en wethouders aanleiding bestaat.</al></li><li nr="3."><al>Wanneer de ambtenaar niet aan de functie-eisen voldoet of nog geen
                                juist beeld is verkregen van zijn wijze van functioneren, kan hij
                                worden aangesteld in een lagere salarisschaal dan de in lid 1
                                bedoelde salarisschaal. Burgemeester en wethouders kunnen nadere
                                regels stellen.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4 Gebroken tijdvakken</nr></kop><al>Wanneer het salaris of een toelage moet worden berekend over een gedeelte
                        van een maand, wordt het bedrag per dag vastgesteld door het maandbedrag te
                        delen door het aantal kalenderdagen van die maand.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5 Onvolledige betrekking</nr></kop><al>Het salaris van de ambtenaar met een onvolledige betrekking wordt
                        vastgesteld op een evenredig deel van het salaris dat voor hem zou gelden
                        bij een volledige betrekking.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6 Salarisbedragen</nr></kop><al>De salarissen van de ambtenaren wier salaris niet bij of krachtens de wet is
                        geregeld, worden vastgesteld op de bedragen volgens de salarisschalen zoals
                        opgenomen in bijlage IIa van de CAR.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De toepassing van bijlage IIa van de CAR vindt plaats conform
                                hetgeen is bepaald in artikel 3:1, derde t/m vijfde lid, van de
                                CAR.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders bepalen met inachtneming van de
                                resultaten van een functiewaarderingsonderzoek en aan de hand van de
                                vastgestelde conversie de voor de ambtenaar geldende salarisschaal,
                                tenzij zijn wijze van functioneren zich nog daartegen verzet.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met
                                betrekking tot de uitvoering van een functiewaarderingsonderzoek en
                                de daarbij te hanteren methode.</al></li><li nr="4."><al>Anders dan bij het aanvaarden van passende of gangbare arbeid, dan
                                wel bij wijze van disciplinaire straf, als bedoeld in hoofdstuk 16
                                van de Uitwerkingsovereenkomst (UWO), kan zonder voorafgaand ontslag
                                voor een ambtenaar geen salarisschaal gaan gelden met een lager
                                maximumsalaris dan dat van de reeds voor hem geldende
                                salarisschaal.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8 Periodieke verhoging van het salaris</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het salaris van de ambtenaar die voldoende functioneert, wordt
                                binnen de voor hem geldende salarisschaal periodiek verhoogd tot het
                                naasthogere bedrag.</al></li><li nr="2."><al>De periodieke verhogingen worden toegekend aan de ambtenaar die het
                                maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft
                                bereikt, voor de eerste maal met ingang van de eerste dag van de
                                maand waarin zijn aanstelling een jaar is verstreken en nadien
                                telkens na een jaar.</al></li><li nr="3."><al>Het tijdstip waarop ingevolge het vorige lid voor de eerste maal een
                                periodieke verhoging wordt toegekend, kan worden vervroegd indien
                                daartoe naar het oordeel van burgemeester en wethouders aanleiding
                                bestaat.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9 Extra periodieke verhoging van het salaris</nr></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Aan de ambtenaar die het maximumsalaris van de voor hem geldende
                                salarisschaal nog niet heeft bereikt, kan een extra periodieke
                                salarisverhoging tot een in de salarisschaal genoemd bedrag, niet
                                uitgaande boven het maximumsalaris, worden toegekend op grond van
                                zeer goede of uitstekende vervulling van de betrekking.</al></li><li nr="2."><al>Aan de ambtenaar die een uitstekende individuele prestatie heeft
                                geleverd, kan een tijdelijke persoonlijke toelage worden toegekend.
                            </al></li><li nr="3."><al>Bij de toepassing van lid 1 en 2 blijft het tijdstip waarop
                                ingevolge artikel 7 een salarisverhoging wordt toegekend onverlet,
                                tenzij anders wordt bepaald.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10 Geen periodieke verhoging</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een ambtenaar onvoldoende functioneert, kan worden bepaald
                                dat voor hem de in artikel 7 bedoelde salarisverhoging achterwege
                                wordt gelaten.</al></li><li nr="2."><al>Nadien kan worden bepaald dat de salarisverhoging, welke met
                                toepassing van het eerste lid achterwege is gelaten, al dan niet met
                                terugwerkende kracht alsnog wordt toegekend.</al></li><li nr="3."><al>Van een beslissing tot toepassing van het eerste lid wordt de
                                ambtenaar zo spoedig mogelijk, doch in elk geval voor de datum
                                waarop anders de salarisverhoging zou ingaan, schriftelijk
                                mededeling gedaan, onder vermelding van de redenen welke tot de
                                beslissing hebben geleid.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11 Salaris bij bevordering naar hogere schaal</nr></kop><al>Wanneer de ambtenaar wordt bevorderd naar een salarisschaal met een hoger
                        maximumsalaris, wordt: voor de ambtenaar, als bedoeld in artikel 3:1, derde
                        lid onder b van de CAR, het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het
                        eersthogere bedrag in die schaal, waarmee gerealiseerd wordt dat het
                        verschil tussen het nieuwe salaris en het oude salaris van de ambtenaar
                        tenminste 75% bedraagt van het verschil tussen het bedrag dat de ambtenaar
                        laatstelijk genoot en het naasthogere bedrag in die oude schaal, dan wel het
                        naastlagere bedrag in die oude schaal, indien het salaris in de oude schaal
                        reeds overeenkwam met het hoogste bedrag uit die schaal.</al></artikel><artikel><kop><label>III Instrumenten van flexibele beloning</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12 Gratificatie</nr></kop><al>Indien een ambtenaar een uitstekende individuele prestatie heeft geleverd,
                        kan aan hem een gratificatie als bedoeld in artikel 15:1:28 van de CAR/UWO
                        worden toegekend.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13 Groepsbeloning</nr></kop><al>Aan een groep ambtenaren die een uitstekende collectieve prestatie hebben
                        geleverd, kan een groepsbeloning worden toegekend. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14 Persoonlijke toelage na bereiken maximum
                            funtionele schaal</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan een ambtenaar die het maximum van de voor hem geldende schaal
                                heeft bereikt, kan een persoonlijke toelage als bedoeld in artikel
                                3:7:8 van de CAR/UWO worden toegekend, indien betrokkene gedurende
                                meerdere jaren uitstekend heeft gefunctioneerd.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde toelage is niet hoger dan 10 procent
                                van het salaris van de betrokken ambtenaar, met dien verstande dat
                                de som van dat salaris en die toelage het maximumsalaris van de
                                naasthogere schaal niet overschrijdt.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste lid bedoelde toelage wordt ingetrokken, indien de
                                gronden waarop de toelage werd toegekend niet meer aanwezig zijn,
                                tenzij burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat er
                                omstandigheden zijn om de toelage geheel of gedeeltelijk te
                                handhaven.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15 Arbeidsmarkttoelage</nr></kop><al>Aan de ambtenaar kan om redenen van werving of behoud een toelage worden
                            toegekend.</al><al/><al>De in het eerste lid bedoelde toelage wordt toegekend voor een tijdvak
                            dat tevoren is vastgesteld, met inachtneming van een maximum van drie
                            jaar.</al><al/><al>De hoogte van de toelage als bedoeld in het eerste lid bedraagt maximaal
                            twee periodieken in de naasthogere schaal. </al><al/><al>De toelage als bedoeld in het eerste lid eindigt op de ingevolge het
                            tweede lid vastgestelde vervaldatum. Wanneer de arbeidsmarktsituatie
                            waarop de toelage is gebaseerd nog steeds bestaat, kan opnieuw een
                            toelage als bedoeld in het eerste lid aan de ambtenaar worden
                            toegekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen omtrent de
                        toepassing en de hoogte van instrumenten van flexibele beloning als bedoeld
                        in de artikelen 12 tot en met 15.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17 Geen afbouwregeling</nr></kop><al>Bij het beëindigen van instrumenten van flexibele beloning als bedoeld in
                        artikelen 12 tot en met 15, alswel het tijdelijk toekennen van een toelage,
                        wordt geen afbouwregeling toegepast.</al></artikel><artikel><kop><label>IV Overige toelagen en vergoedingen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18 Waarnemingstoelage</nr></kop><al>Een waarnemingstoelage wordt toegekend conform hetgeen is geregeld in
                        artikel 3:1:2 van de CAR/UWO. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19 Overwerkvergoeding</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>
                 Aan de ambtenaar voor wie een salarisschaal geldt met een
                                lager maximumsalaris dan dat van schaal 10, kan ingeval van overwerk
                                een overwerkvergoeding worden toegekend conform hetgeen is geregeld
                                in artikel 3:2 en artikel 3:2:1 van de CAR/UWO.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>
                Voor de ambtenaar die ingedeeld is in salarisschaal 10 of
                                hoger bestaat de aanspraak bij overwerk uitsluitend uit compensatie
                                in verlof zonder opslagpercentage.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20 Toelage onregelmatige dienst</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan de ambtenaar, als bedoeld in artikel 3:3 van de CAR, wordt door
                                burgemeester en wethouders een toelage toegekend. </al></li><li nr="2."><al>De toelage als bedoeld in het eerste lid bedraagt per gewerkt uur
                                een percentage van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur en
                                wel:</al><lijst><li nr="a."><al>20% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 6.00
                                        en 8.00 uur en tussen 18.00 en 22.00 uur;</al></li><li nr="b."><al>40% voor de uren op zaterdag tussen 6.00 en 22.00 uur;</al></li><li nr="c."><al>40% voor de uren op maandag tot en met zaterdag tussen 0.00
                                        en 6.00 uur en tussen 22.00 en 24.00 uur;</al></li><li nr="d."><al>65% voor de uren op zondag en op de feestdagen genoemd in
                                        artikel 4:2:1, derde lid, van de CAR/UWO, met dien verstande
                                        dat genoemde percentages worden berekend over ten hoogste
                                        het salaris per uur, dat is afgeleid van het salaris horende
                                        bij salarisschaal 6 periodiek 11 van bijlage IIa van de
                                        CAR.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Voor de in het vorige lid onder a genoemde morgen en avonduren wordt
                                de toelage slechts toegekend, indien de arbeid is aangevangen vóór 7
                                uur, respectievelijk is beëindigd na 19 uur.</al></li><li nr="4."><al>In bijzondere gevallen kan een regeling worden getroffen die het
                                bepaalde in de vorige leden aanvult of daarvan afwijkt</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21 Toelage bereikbaarheid en
                            beschikbaarbeiddienst</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan de ambtenaar die buiten de werktijdenregeling als bedoeld in
                                artikel 4:1 en 4:2 van de CAR/UWO ingevolge een schriftelijke
                                aanwijzing van burgemeester en wethouders zich regelmatig bereikbaar
                                en beschikbaar moet houden teneinde bij oproep arbeid te gaan
                                verrichten, wordt een toelage toegekend, tenzij uitdrukkelijk is
                                bepaald dat bij de vaststelling van de bezoldiging daarmee rekening
                                is gehouden<cursief>.</cursief></al></li><li nr="2."><al>De toelage bedraagt per uur van bereikbaarheid en beschikbaarheid
                                5,06% van het salaris per uur, dat is afgeleid van salaris behorende
                                bij periodiek 11 van salarisschaal 3.</al></li><li nr="3."><al>De ambtenaar die buiten de voor zijn betrekking vastgestelde
                                werktijden ingevolge een schriftelijke aanwijzing van ons als
                                bedoeld in 15:1:10 van de CAR/UWO zich regelmatig bereikbaar en
                                beschikbaar moet houden teneinde de in artikel 1 genoemde
                                werkzaamheden voor te bereiden en op de uitvoering daarvan toezicht
                                te houden, zonder daadwerkelijk daaraan te behoeven deel te nemen,
                                ontvangt een vergoeding ad 2,53% van de in het 2<sup>e</sup> lid
                                genoemde uursalaris.</al></li><li nr="4."><al>In bijzondere gevallen kan een regeling worden getroffen die het
                                bepaalde in dit artikel aanvult of daarvan afwijkt.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22 Inconvenietentoelage</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan de ambtenaar aan wie het verrichten van zware onaangename of
                                gevaarlijke arbeid wordt opgedragen, wordt naar evenredigheid van
                                het aantal uren gedurende welke per kalenderjaar die arbeid is
                                verricht een toelage toegekend.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen nader bepalen welke
                                arbeidsomstandigheden als zwaar, onaangenaam of gevaarlijk
                                aangemerkt moeten worden en in welke mate.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste lid genoemde toelage bedraagt 93% van het verschil
                                tussen de salarissen overeenkomstig periodiek 10 en periodiek 11 van
                                salarisschaal 3. </al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23 Afbouwtoelage</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan de ambtenaar wiens bezoldiging als gevolg van het buiten zijn
                                toedoen beëindigen of verminderen van een toelage, als bedoeld in
                                artikelen 20en 22, een blijvende verlaging ondergaat,
                                wordt door burgemeester en wethouders een aflopende toelage
                                toegekend, indien: die blijvende verlaging ten minste 3% bedraagt
                                van de bezoldiging en de ambtenaar en de toelage - als bedoeld in de
                                artikelen 20 en 22 - direct voorafgaande aan het tijdstip van
                                vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende ten
                                minste twee jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt aan de
                                ambtenaar van 60 jaar of ouder wiens bezoldiging als gevolg van het
                                buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage - als
                                bedoeld in artikelen 20 en 22<cursief> -</cursief> een blijvende
                                verlaging ondergaat, een blijvende toelage toegekend, indien de
                                ambtenaar de toelage - als bedoeld in artikelen 20 en 22 - direct
                                voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of
                                vermindering ervan gedurende ten minste 10 jaren zonder wezenlijke
                                onderbreking heeft genoten.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste lid bedoelde aflopende toelage gaat, wanneer de
                                ambtenaar de leeftijd van 60 jaar bereikt en hij onmiddellijk voor
                                de aanvang van die toelage gedurende tenminste 10 jaren zonder
                                wezenlijke onderbreking een toelage - als bedoeld in artikelen 20 en
                                22 - heeft genoten, over in een blijvende toelage als bedoeld in het
                                vorige lid.</al></li><li nr="4."><al>Voor de toepassing van de voorgaande leden wordt onder wezenlijke
                                onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee
                                maanden.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24 Nadere regels afbouwtoelage</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan de ambtenaar wiens bezoldiging als gevolg van het buiten zijn
                                toedoen beëindigen of verminderen van een toelage, als bedoeld in
                                artikelen 20en 22, een blijvende verlaging ondergaat,
                                wordt door burgemeester en wethouders een aflopende toelage
                                toegekend, indien: die blijvende verlaging ten minste 3% bedraagt
                                van de bezoldiging en de ambtenaar en de toelage - als bedoeld in de
                                artikelen 20 en 22 - direct voorafgaande aan het tijdstip van
                                vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende ten
                                minste twee jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.
                            </al></li><li nr="2."><al>het recht op overgangstoelage bestaat voor iedere maand in de
                                uitkeringsperiode waarin de berekeningsbasis 3% of meer bedraagt van
                                de bezoldiging van de belanghebbende op de dag, voorafgaande aan die
                                van de inkomensvermindering. Onder uitkeringsperiode wordt verstaan
                                de periode waarover de overgangstoelage kan worden toegekend.</al></li><li nr="3."><al>de duur van de uitkeringsperiode is gelijk aan één-vierde gedeelte
                                van de tijd, gedurende welke de toelage als bedoeld in artikel 20
                                zonder wezenlijke onderbreking werd genoten en bedraagt ten hoogste
                                36 maanden. De aldus berekende uitkeringsperiode wordt in drie
                                gelijke delen gesplitst, waarbij afronding naar boven op een hele
                                maand plaatsvindt, de afbouwtoelage bedraagt gedurende de onder de
                                drie deelperioden respectievelijk 75%, 50% en 25% van de
                                berekeningsbasis.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>V Overige bepalingen</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25 Onvoorziene gevallen</nr></kop><al>Voor gevallen waarin deze verordening niet of niet naar billijkheid
                        voorziet, treffen burgemeester en wethouders een bijzondere regeling.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26 Slotbepalingen</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking na vaststelling door burgemeester
                                en wethouders en kan worden aangehaald als de
                                'Bezoldigingverordening gemeente Rijnwaarden'.</al></li><li nr="2."><al>De 'Bezoldigingverordening 1996', zoals vastgesteld op 12 december
                                1995 en zoals sindsdien gewijzigd, wordt ingetrokken evenals de
                                Regeling vergoeding bereikbaarheids- en beschikbaarheiddienst. </al></li></lijst><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de in vergadering van burgemeester en wethouders van 15
                        november 2005.</ondertekening><ondertekening>De secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>Drs. W.J.M. Nabbe MMI mw. Chr. Scheurer</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>