<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR55745_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordering Wet inburgering 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schagen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schagen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Schager Weekblad, 06-10-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordering Wet inburgering 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inburgering, art. 8, 19, 19a, 23, 24a, 24f en 35</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Besluit inburgering, art. 4.27, lid 3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-09-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-12-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BenW, 10-08-2010, nr. IV-2</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is alleen van kracht voor het grondgebied van de voormalige gemeente Schagen. De regeling is vastgesteld door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Schagen, welke is opgeheven met ingang van 1 januari 2013. Op grond van artikel 28 van de Wet algemene regels gemeentelijke indeling behoudt deze regeling haar rechtskracht voor het grondgebied waarvoor ze is vastgesteld gedurende twee jaar, tenzij de regeling eerder wordt ingetrokken.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet inburgering 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Schagen;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 10
                        augustus 2010, nr. IV-2; </al><al>gezien het advies van de Commissie Samenlevingszaken d.d. 8 september
                        2010;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel de Gemeenschappelijke regeling
                        Intergemeentelijke Sociale Dienst Kop van Noord-Holland </al><al>en gelet op de artikelen 8, 19, vijfde lid, 19a, eerste lid, 23, derde lid,
                        24a, vijfde lid, 24f en 35 van de Wet inburgering en artikel 4.27, derde
                        lid, van het Besluit inburgering;</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al>‘VERORDENING WET INBURGERING 2010’</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen en
                            informatieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente </al><al> Schagen;</al></li><li nr="b."><al>de wet: de Wet inburgering;</al></li><li nr="c."><al>voorziening: een (duale) inburgeringsvoorziening of
                                        taalkennisvoorziening. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
                                verordening worden gebruikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan
                                inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen en de
                                vrijwillige inburgeraars op een doeltreffende en doelmatige wijze
                                worden geïnformeerd over hun rechten en plichten uit hoofde van de
                                wet en over het aanbod van en de toegang tot de voorzieningen.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de
                                inburgerings-plichtigen en de vrijwillige inburgeraars in ieder
                                geval gebruik van de volgende middelen: </al><lijst><li nr="a."><al>een spreekuur dat telefonisch en fysiek bereikbaar is; </al></li><li nr="b."><al>informatiemateriaal van het Ministerie van Justitie en de
                                        Informatie Beheer-</al><al> groep;</al></li><li nr="c."><al>websites van respectievelijk de gemeente Schagen en de ISD
                                        Kop van Noord-</al><al> Holland.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beoordeelt tenminste eens in de drie jaren de
                                doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatieverstrekking aan
                                de inburgeringsplichtigen en de vrijwillige inburgeraars, en
                                rapporteert daarover aan het gemeentebestuur. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Het aanbieden van een voorziening aan
                            inburgeringsplichtigen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><al>Het college wijst de groepen inburgeringsplichtigen aan waarvoor hij bij
                            voorrang een voorziening kan aanbieden op basis van de volgende
                            criteria: </al><lijst><li nr="1."><al>inburgeringsplichtigen die algemene bijstand, een
                                    inkomensvoorziening op grond van de Wet investering jongeren of
                                    een uitkering op grond van een bij algemene maatregel van
                                    bestuur aan te wijzen sociale zekerheidswet- of regeling
                                    ontvangen;</al></li><li nr="2."><al>oudkomers die zelf geen inkomsten uit werk of uitkering
                                    hebben.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stemt de voorziening, met uitzondering van de
                                inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, af op het
                                startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de
                                maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg
                                voor dat de voorziening op het traject gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt afgestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een voorziening kan, naast datgene dat in de wet is geregeld, een of
                                meer van de volgende onderdelen bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>trajectbegeleiding;</al></li><li nr="b."><al>voortgangscontrole;</al></li><li nr="c."><al>maatschappelijke begeleiding en/of taalstage. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De procedure van het doen van een
                                aanbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of
                                tweede lid, van de wet schriftelijk. Het aanbod wordt gezonden naar
                                het adres waar de inburgeringsplichtige in de gemeentelijke
                                basisadministratie is ingeschreven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de voorziening die
                                wordt aangeboden en worden de rechten en verplichtingen vermeld die
                                aan de voorziening worden verbonden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt
                                binnen 3 weken het college schriftelijk mee of hij het aanbod al dan
                                niet aanvaardt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het
                                college binnen 4 weken na ontvangst van deze mededeling het besluit
                                tot toekenning van de voorziening, overeenkomstig het gedane aanbod.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college behandelt het schriftelijke ingediende verzoek van de
                                inburgeringsplichtige om in aanmerking te komen voor een voorziening
                                in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget op de volgende
                                wijze: </al><lijst><li nr="a."><al>de inburgeringsplichtige ontvangt informatie over de
                                        inburgeringsbedrijven in de regio die een aanbod kunnen doen
                                        en bespreekt de voor- en nadelen van zijn keuze met de
                                        klantmanager;</al></li><li nr="b."><al>de termijn om een inburgeringsbedrijf te zoeken en een keuze
                                        te maken is niet langer dan 3 maanden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college keurt het voorstel van de inburgeringsplichtige voor het
                                volgen van een (duaal) inburgeringsprogramma of
                                taalkennisvoorziening goed, indien dit programma: </al><lijst><li nr="-"><al>naar het oordeel van het college passend is om hem voor te
                                        bereiden op en toe te leiden naar het inburgeringsexamen of
                                        staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II; of</al></li><li nr="-"><al>naar het oordeel van het college passend is om hem de kennis
                                        van de Nederlandse taal te laten verwerven die noodzakelijk
                                        is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau
                                        1 of 2; en </al></li><li nr="-"><al>wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan
                                        de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al>beschikken over een keurmerk van de
                                                brancheorganisatie;</al></li><li nr="b."><al>beschikken over aantoonbare ervaring en
                                                deskundigheid op het gebied van
                                                inburgeringsprogramma’s of
                                                taalkennisvoorzieningen.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als het college de voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget heeft vastgesteld, sluiten het dagelijks bestuur
                                en/of de inburgeringsplichtige een overeenkomst met het
                                inburgeringsbedrijf. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet
                                wordt bij voorkeur in één termijn en ten hoogste in 10 termijnen
                                betaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt in de beschikking tot vaststelling van de
                                voorziening de termijnen van betaling vast. Indien het college de
                                eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt dat in de
                                beschikking, bedoeld in artikel 9, vastgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking één of meer
                            van de volgende verplichtingen opleggen: </al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of
                                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip
                                    dat door het college wordt bepaald;</al></li><li nr="e."><al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot vaststelling van de voorziening bevat in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                    inburgeringsplichtige; </al></li><li nr="c."><al>de datum waarop het inburgeringsexamen of staatsexamen
                                    Nederlands als tweede taal I of II moet zijn behaald;</al></li><li nr="d."><al>de sancties die kunnen worden toegepast wanneer de
                                    verplichtingen niet worden nagekomen;</al></li><li nr="e."><al>de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage;
                                    en</al></li><li nr="f."><al>ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van
                                    handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26 van
                                    de wet, aanvangt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Bestuurlijke boete</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de
                                verschillende overtredingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250,00 indien de
                                inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college
                                op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is
                                geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld
                                in artikel 25, vierde lid, van de wet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,00 indien de
                                inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan
                                de uitvoering van de voor hem vastgestelde voorziening, bedoeld in
                                artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld
                                in artikel 8 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,00 indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van
                                de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van
                                artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn
                                het inburgeringsexamen heeft behaald. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verhoging van de bestuurlijke boete bij
                                herhaling van de overtreding</titel></kop><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1.000,00 indien de
                            inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van
                            artikel 32 en 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen
                            heeft behaald. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Het aanbieden van een voorziening aan vrijwillige
                            inburgeraars</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><al>Het college wijst de groepen vrijwillige inburgeraars aan waaraan hij
                            bij voorrang een voorziening kan aanbieden op basis van de volgende
                            criteria:</al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige inburgeraars die algemene bijstand, een
                                    inkomensvoorziening op grond van de Wet investering jongeren of
                                    een uitkering op grond van een bij algemene maatregel van
                                    bestuur aan te wijzen sociale zekerheidswet- of regeling
                                    ontvangen;</al></li><li nr="b."><al>oudkomers die zelf geen inkomsten uit werk of uitkering
                                    hebben.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>De samenstelling van de voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college bepaalt in overleg met de vrijwillige inburgeraar,
                                uitgezonderd geestelijke bedienaren, de samenstelling van de
                                voorziening. De voorziening wordt afgestemd op het startniveau en de
                                vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke
                                positie van de vrijwillige inburgeraar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorziening kan, naast datgene dat in de wet is geregeld, een of
                                meer van de volgende onderdelen bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>trajectbegeleiding;</al></li><li nr="b."><al>voortgangscontrole;</al></li><li nr="c."><al>taalstage.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>De voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college behandelt het schriftelijke ingediende verzoek van de
                                vrijwillige inburgeraar om in aanmerking te komen voor een
                                voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget op de
                                volgende wijze:</al><lijst><li nr="a."><al>de vrijwillige inburgeraar ontvangt informatie over de
                                        inburgeringsbedrijven in de regio die een aanbod kunnen doen
                                        en bespreekt de voor- en nadelen van zijn keuze met de
                                        klantmanager;</al></li><li nr="b."><al>de termijn om een inburgeringsbedrijf te zoeken en een keuze
                                        te maken is niet langer dan drie maanden</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college keurt het voorstel van de vrijwillige inburgeraar voor
                                het volgen van een (duaal) inburgeringsprogramma of
                                taalkennisvoorziening goed, indien dit programma:</al><lijst><li nr="-"><al>naar het oordeel van het college passend is om hem voor te
                                        bereiden op en toe te leiden naar het inburgeringsexamen of
                                        staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II of </al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>naar het oordeel van het college passend is om hem de kennis
                                        van de Nederlandse taal te laten verwerven die noodzakelijk
                                        is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau
                                        1 of 2 en </al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan
                                        de volgende vereisten:</al></li><li nr="a."><al>beschikken over een keurmerk van de brancheorganisatie;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>beschikken over aantoonbare ervaring en deskundigheid op het
                                        gebied van inburgeringsprogrammas's of
                                        taalkennisvoorzieningen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als het college de overeenkomst met de vrijwillige
                                inburgeraar,bedoeld in artikel 24d, tweede lid van de wet, waarin de
                                voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget is
                                opgenomen, heeft gesloten, sluiten het college en/of de vrijwillige
                                inburgeraar een overeenkomst met het inburgeringsbedrijf.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet
                                wordt bij voorkeur in één termijn en ten hoogste in 10 termijnen
                                betaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt in de overeenkomst de termijnen van betaling vast.
                                Indien overeengekomen is dat het college de eigen bijdrage verrekent
                                met de algemene bijstand, wordt dat in de overeenkomst, bedoeld in
                                artikel 17 vastgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan in de overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar,
                            bedoeld in artikel 24d, tweede lid, van de wet één of meer van de
                            volgende verplichtingen opnemen:</al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of
                                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip
                                    dat in de overeenkomst wordt neergelegd; </al></li><li nr="e."><al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de overeenkomst kan
                                    worden voldaan. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>De inhoud van de overeenkomst</titel></kop><al>De overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar, bedoeld in artikel 24d,
                            tweede lid, van wet bevat in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de vrijwillige
                                    inburgeraar;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop aan het inburgeringsexamen of staatsexamen
                                    Nederlands als tweede taal I of II moet zijn deelgenomen; </al></li><li nr="d."><al>de sancties die kunnen worden toegepast wanneer de
                                    verplichtingen niet worden nagekomen, en indien van
                                    toepassing:</al></li><li nr="e."><al>de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Sancties bij niet-nakoming van de
                                overeenkomst</titel></kop><al>Indien de vrijwillige inburgeraar de verplichtingen die zijn neergelegd
                            in de overeenkomst niet of in onvoldoende mate nakomt, kan het college
                            hem sancties opleggen gelijk aan en bedoeld voor gedragingen als bedoeld
                            in artikel 10, tweede en derde lid en artikel 11 van deze verordening.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Het vaststellen van de identiteit van de
                                vrijwillige inburgeraar</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur stelt de identiteit van de vrijwillige inburgeraar
                            vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op
                            de identificatieplicht. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Intrekken oude regeling</titel></kop><al> De Verordening Wet inburgering 2007 dd. 28 november 2006 wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al> Aanvragen die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze
                            verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in artikel 20
                            ingetrokken verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 november 2010.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening Wet inburgering
                            2010’.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de vergadering van 28 september 2010. </ondertekening><ondertekening>De raad van de gemeente Schagen,</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening><ondertekening>N.S. Voogd G. Westerink</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label> Toelichting</label></kop><al><onderstreept>Algemeen</onderstreept></al><al>Op 18 december 2009 is een wijziging van de Wet inburgering (Wi) gepubliceerd.
                    Het gaat om de volgende wijzigingen: </al><lijst><li nr="-"><al>de vrijwillige inburgering wordt in de wet geregeld. (inwerkingtreding 1
                            januari 2010);</al></li><li nr="-"><al>de mogelijkheid om op verzoek van de inburgeringsplichtige of
                            vrijwillige inburgeraar een inburgeringvoorziening of
                            taalkennisvoorziening aan te bieden in de vorm van een persoonlijk
                            inburgeringsbudget wordt in de wet opgenomen (inwerkingtreding 19
                            december 2009 respectievelijk 1 januari 2010);</al></li><li nr="-"><al>de twee handhavingstermijnen die in de wet zijn opgenomen worden
                            geharmoniseerd. Voor alle inburgeringsplichtigen geldt dezelfde termijn
                            waarbinnen het inburgeringsexamen moet zijn behaald. Deze termijn is
                            drieënhalf jaar (inwerkingtreding 19 december 2009);</al></li><li nr="-"><al>de eenmalige verlenging van de handhavingstermijn met ten hoogste
                            tweeënhalf jaar voor inburgeringsplichtigen die een alfabetiseringcursus
                            volgen of hebben gevolgd (inwerkingtreding 19 december 2009);</al></li><li nr="-"><al>de mogelijkheid voor gemeenten om zelf te bepalen of (bepaalde groepen)
                            vrijwillige inburgeraars een eigen bijdrage moeten betalen
                            (inwerkingtreding 1 januari 2010).</al><al><onderstreept>Artikelgewijze toelichting</onderstreept></al><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>Omwille van leesbaarheid van de verordening wordt het begrip
                            ‘voorziening’ gebruikt (eerste lid, onderdeel c). Een voorziening kan
                            zowel een (duale) inburgeringsvoorziening als een taalkennisvoorziening
                            inhouden. </al><al>Het tweede lid geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen die
                            worden gebruikt in respectievelijk de Wet inburgering, het Besluit
                            inburgering en de Regeling inburgering ook van toepassing zijn op deze
                            verordening.</al><al><vet>Artikel 2 De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen en
                                vrijwillige inburgeraars</vet></al><al>De gemeente heeft als taak de inburgeringsplichtigen en de vrijwillige
                            inburgeraars in haar gemeente goed te informeren over de rechten en
                            plichten die voortvloeien uit de Wet inburgering. </al><al><vet>Artikel 3 Aanwijzen van de doelgroepen</vet></al><al>In dit artikel is gekozen voor het begrip “aanbieden van een
                            voorziening” en niet voor “vaststellen van een voorziening”. Hiermee is
                            de keuze gemaakt voor de zogenaamde aanbodvariant. In artikel 5 is de
                            procedure van het doen van een aanbod uitgewerkt. Op grond van artikel
                            19a, tweede lid, onderdeel b juncto artikel 19, vijfde lid, onderdeel a,
                            Wi moet de gemeenteraad bij verordening regels stellen met betrekking
                            tot de criteria die worden gehanteerd bij het vaststellen van een
                            voorziening. Dit artikel vormt de uitwerking van deze verplichting. In
                            dit artikel wordt het college opgedragen om vast te stellen ten aanzien
                            van welke groepen inburgeringsplichtigen bij voorrang een voorziening
                            kan worden vastgesteld. Dit betekent dat het college de ruimte heeft om
                            in bepaalde gevallen een voorziening vast te stellen voor
                            inburgeringsplichtigen die niet behoren tot de groep of groepen die hij
                            heeft aangewezen. Om te voorkomen dat inburgeringsplichtigen die behoren
                            tot de groep of groepen die het college heeft aangewezen aan deze
                            aanwijzing een recht gaan ontlenen op het krijgen van een voorziening,
                            bepaalt dit artikel dat het college voor de groepen die hij aanwijst een
                            voorziening <onderstreept>kan</onderstreept> vaststellen. </al><al>Net als in de eerste Verordening van januari 2007 is er ook hier voor
                            gekozen om uitkeringsgerechtigden bij voorrang een voorziening aan te
                            bieden. Dit vanuit het oogpunt dat het van belang is dat deze groep in
                            het eigen onderhoud kan gaan voorzien. </al><al><vet>Artikel 4 De samenstelling van de voorziening</vet></al><al>In de verordening zijn regels gesteld met betrekking tot de vaststelling
                            door het college van een passende (duale) inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening, met inbegrip van de totstandkoming en
                            samenstelling van die voorziening (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b,
                            Wi). In dit artikel zijn de kaders vastgesteld waarbinnen het college de
                            opdracht heeft voor iedere inburgeringsplichtige die daarvoor in
                            aanmerking komt, een op de persoon toegesneden voorziening samen te
                            stellen. </al><al>In het eerste lid wordt aangegeven op welke wijze het college een
                            passende voorziening moet vaststellen. Bij het bepalen van de
                            passendheid van een voorziening kunnen de volgende factoren een rol
                            spelen:</al><lijst><li nr="-"><al>de kennis van de inburgeringsplichtige van de Nederlandse taal
                                    en de Nederlandse samenleving en zijn of haar
                                    leercapaciteit;</al></li><li nr="-"><al>de maatschappelijke rol die de inburgeringsplichtige vervult of
                                    gaat vervullen in de Nederlandse samenleving. Daarbij kan worden
                                    gedacht aan het verrichten van betaalde arbeid of het opvoeden
                                    van kinderen;</al></li><li nr="-"><al>de persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige. Daarbij
                                    kan bijvoorbeeld worden gedacht aan eventuele zorgtaken die de
                                    inburgeringsplichtige moet vervullen. </al></li></lijst><al>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening voor geestelijke
                            bedienaren wordt geregeld bij ministeriële regeling. Gemeenten hebben
                            dus niet de mogelijkheid om de inburgeringsvoorziening die zij aan
                            geestelijke bedienaren aanbieden naar eigen inzicht vorm te geven. </al><al>In geval van uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtigen</al><al>die een voorziening gericht op arbeidsinschakeling ontvangen, kan het
                            voordelen opleveren de voorziening daarmee te combineren. De Wi bepaalt
                            dat de voorziening gecombineerd <onderstreept>moet</onderstreept> worden
                            met een voorziening gericht op arbeidsinschakeling
                            (reïntegratievoorziening) als een voorziening wordt aangeboden aan een
                            inburgeringsplichtige die bijstandsgerechtigd is of een uitkering
                            ontvangt op grond van een andere socialezekerheidswet of
                            socialezekerheidsregeling <onderstreept>én deze verplicht is om arbeid
                                te verkrijgen of te aanvaarden</onderstreept> (artikel 20, eerste
                            lid, Wi). Het college is verantwoordelijk voor het aanbieden van de
                            gecombineerde voorziening (artikel 20, tweede lid, Wi). </al><al>Het derde lid regelt de bijkomende faciliteiten die het college als
                            onderdeel van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan
                            opnemen. In de wet is geregeld waaruit een inburgeringsvoorziening in
                            ieder geval moet bestaan: een cursus die toe leidt naar het
                            inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of
                            II en het eenmaal kosteloos afleggen van het desbetreffende examen
                            (artikel 19, derde lid, Wi). </al><al>Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen (oud- én nieuwkomers) maakt
                            ook maatschappelijke begeleiding een verplicht onderdeel uit van de
                            voorziening (artikel 19, zesde lid, Wi). Dit wordt in ons werkgebied
                            verzorgd door Vluchtelingenwerk. De klantmanagers houden
                            voortgangsgesprekken met de inburgeringsplichtigen. </al><al><vet>Artikel 5 De procedure van het doen van een aanbod</vet></al><al>Dit artikel bevat de procedurele bepalingen over het doen van het
                            aanbod. Het is van belang er op te letten dat het aanbod en de
                            beschikking dezelfde inhoud hebben. Bij weigering van het aanbod zal er
                            nogmaals een aangepast aanbod gedaan worden. Alhoewel het in de praktijk
                            tot nu toe niet is voorgekomen dat het aanbod geweigerd is, zal er na
                            herhaald weigeren toch een aanbod gedaan moeten worden. Het college is
                            op grond van artikel 19 lid 1 van de Wi gehouden om een aanbod te doen. </al><al><vet>Artikel 6 De voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget</vet></al><al>Op grond van artikel 19, tweede lid, in combinatie met artikel 19a,
                            tweede lid, Wi kan het bestuur de voorziening vaststellen in de vorm van
                            een persoonlijk inburgeringsbudget als de inburgeringsplichtige daarom
                            verzoekt. Op grond van het vijfde lid van artikel 19 Wi moet de
                            gemeenteraad bij verordening regels stellen over de procedure die door
                            het college wordt gevolgd bij het behandelen van verzoeken om een
                            persoonlijk inburgeringsbudget en de criteria die worden gehanteerd bij
                            het toekennen van een persoonlijk inburgeringsbudget. In dit artikel
                            zijn de kaders vastgelegd, die verder zullen worden uitgewerkt in
                            beleidsregels.</al><al><vet>Artikel 7 De inning van de eigen bijdrage</vet></al><al>Behoeft geen toelichting.</al><al><vet>Artikel 8 Opleggen van verplichtingen</vet></al><al>Dit artikel vormt de uitwerking van artikel 23, derde lid, Wi dat
                            bepaalt dat de gemeente-raad bij verordening regels stelt over de
                            rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                            voorziening is vastgesteld. Dit artikel delegeert de bevoegdheid aan het
                            college om de verplichtingen die in het artikel worden genoemd aan
                            inburgeringsplichtigen in het kader van een voorziening op te leggen.
                            Het bestuur legt in de beschikking tot de vaststelling van de
                            voorziening deze verplichtingen vast. </al><al><vet>Artikel 9 De inhoud van de beschikking</vet></al><al>Het besluit tot het vaststellen van een voorziening is een beschikking.
                            Dit betekent dat de inburgeringsplichtige de mogelijkheid heeft tegen
                            dit besluit in bezwaar en beroep te gaan. In dit artikel wordt geregeld
                            welke onderwerpen in ieder geval in de beschikking moeten worden
                            neergelegd.</al><al><vet>Artikel 10 De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de
                                verschillende overtredingen</vet></al><al>Artikel 35 Wi draagt de gemeenteraad op bij verordening de hoogte van de
                            bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende
                            overtredingen kan worden opgelegd. In artikel 34 Wi zijn voor de
                            verschillende overtredingen de maximumbedragen van de bestuurlijke boete
                            vastgelegd. De boetebedragen in deze verordening zijn – behalve de boete
                            onder lid 3 (niet op tijd halen examen) – de maximumbedragen. </al><al>Het college zal bij elke overtreding de bestuurlijke boete moeten
                            afstemmen op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de
                            overtreder kan worden verweten. Bovendien moet het college daarbij ook
                            zonodig rekening houden met de omstandigheden waaronder de overtreding
                            is gepleegd (artikel 5:46, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht, Awb).
                            Deze bepaling brengt met zich mee dat het college bij elke op te leggen
                            bestuurlijke boete zal moeten nagaan welke boete passend is, gelet op de
                            individuele omstandigheden van de betrokken inburgeringsplichtige. </al><al>Als er voor een gedraging een maatregel wordt opgelegd op grond van de
                            Wwb, de Wij of een andere sociale zekerheidswet dan kan er niet ook nog
                            een boete op grond van de Wi worden opgelegd (ne bis in idem). </al><al><vet>Artikel 11 Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                                overtreding</vet></al><al>Artikel 34, onderdeel d, Wi biedt de mogelijkheid voor gemeenten om de
                            bestuurlijke boete te verhogen van maximaal € 500,00 naar maximaal €
                            1000,00 in het geval dat de inburgeringsplichtige bij herhaling niet
                            voldoet aan de verplichting binnen de gestelde termijn het
                            inburgeringsexamen te behalen. Dit is geregeld in dit artikel. </al><al>Als de inburgeringsplichtige niet binnen de voor hem geldende termijn
                            het inburgeringsexamen heeft behaald, dan legt het college hem een
                            bestuurlijke boete op. De maximumboete die kan worden opgelegd, is
                            neergelegd in artikel 10 van de verordening. Op grond van artikel 32 Wi
                            moet het college in de boetebeschikking een nieuwe termijn vaststellen
                            waarbinnen de inburgeringsplichtige alsnog het inburgeringsexamen moet
                            behalen. Als de inburgeringsplichtige ook binnen deze nieuwe termijn het
                            inburgeringsexamen niet heeft behaald, maakt dit artikel het mogelijk
                            dat het bestuur een hogere boete vaststelt. Het wettelijk maximum
                            bedraagt € 1000,00 (artikel 34, onderdeel d, Wi). Ook in dat geval zal
                            in de boetebeschikking een nieuwe termijn moeten worden opgenomen
                            waarbinnen de inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet behalen.
                            Als de inburgeringsplichtige ook binnen deze (derde) termijn het
                            inburgeringsexamen niet heeft behaald zal het bestuur wederom een hogere
                            bestuurlijke boete opleggen. De maximumboete is € 1.000,00 en geldt ook
                            voor alle hierop volgende overschrijdingen van termijnen door de
                            inburgeringsplichtige.</al><al><vet>Artikel 12 Aanwijzen van de doelgroepen</vet></al><al>In dit artikel zijn de criteria genoemd op grond waarvan het bestuur
                            categorieën vrijwillige inburgeraars kan aanwijzen die bij voorrang in
                            aanmerking komen voor een inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening. Er is gekozen voor dezelfde criteria als bij
                            inburgeringsplichtigen (artikel 3 van de verordening). </al><al><vet>Artikel 13 De samenstelling van de voorziening</vet></al><al>Zie de toelichting bij artikel 4 van de verordening. </al><al><vet>Artikel 14 De voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget</vet></al><al>Zie de toelichting bij artikel 5 van de verordening.</al><al><vet>Artikel 15 De inning van de eigen bijdrage</vet></al><al>Op grond van artikel 24e Wi is de vrijwillige inburgeraar met wie een
                            inburgeringsvoor-ziening of taalkennisvoorziening is overeengekomen een
                            eigen bijdrage verschuldigd. </al><al>De hoogte van deze bijdrage is geregeld in artikel 23, tweede lid, Wi.
                            Artikel 24f bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels moet
                            stellen over de eventuele inning van de eigen bijdrage door het bestuur
                            en de mogelijkheid van betaling in termijnen. </al><al><vet>Artikel 16 Opleggen van verplichtingen</vet></al><al>In dit artikel zijn de verplichtingen opgenomen die het bestuur opneemt
                            in de overeenkomst met een vrijwillige inburgeraar. Het gaat om dezelfde
                            verplichtingen als de verplichtingen die in de beschikking staan waarmee
                            een voorziening voor een inburgeringsplichtige wordt vastgesteld (zie
                            artikel 7 van de verordening). </al><al><vet>Artikel 17 De inhoud van de overeenkomst</vet></al><al>De overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar over het toekennen van
                            een voorziening bevat dezelfde onderwerpen als de beschikking tot het
                            vaststellen van een voorziening voor inburgeringsplichtigen. </al><al><vet>Artikel 18 Sancties bij niet-nakoming van de
                            overeenkomst</vet></al><al>Op grond van artikel 24f moet het college bij verordening regels stellen
                            over de niet-nakoming van de overeenkomst. In dit artikel heeft het
                            algemeen bestuur de sancties vastgelegd die het bestuur kan toepassen
                            als de vrijwillige inburgeraar de verplichtingen die zijn neergelegd in
                            de overeenkomst niet nakomt. Er is voor gekozen om te verwijzen naar de
                            boetebepalingen voor de inburgeringsplichtingen. Al het niet meewerken
                            aan het onderzoek is niet benoemd als een boetewaardige gedraging. Dit
                            past niet bij het karakter van de vrijwillige inburgering. Wel passend
                            is het feit dat ook voor de vrijwillige inburgeraar een
                            inspanningsverplichting geldt. </al><al><vet>Artikel19 Het vaststellen van de identiteit van de vrijwillige
                                inburgeraar</vet></al><al>Artikel 24f Wi draagt het algemeen bestuur op om bij verordening regels
                            te stellen over het vaststellen van de identiteit van de vrijwillige
                            inburgeraar. Dit artikel van de verordening is een uitwerking van deze
                            verplichting. Dit artikel is gelijk aan artikel 27 Wi, waarin is
                            geregeld op welke wijze het bestuur de identiteit van een
                            inburgeringsplichtige vaststelt. </al><al><vet>Artikel 20 Intrekken oude regeling</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich. </al><al><vet>Artikel 21 Overgangsrecht</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al><vet>Artikel 22 Inwerkingtreding</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich. </al><al><vet>Artikel 23 Citeertitel</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></li></lijst></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>