<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR55654_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening Zuidplas</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zuidplas</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-12-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zuidplas</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hart van Holland, 12-12-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening Zuidplas</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl">Wegenverkeerswet, art. 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-11-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-12-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-04-08</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>gewijzigde regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R12.000119</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening Zuidplas</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>1. RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli
                            1990;</al><al>2. motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 onder z
                            van de RVV 1990;</al><al>3. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                            staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor
                            en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen
                            dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de
                            gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of
                            weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een
                            wettelijk voorschrift is verboden;</al><al>4. kentekenhouder: degene, op wiens naam een motorvoertuig is gesteld
                            krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgeheven
                            kentekens. Met een kentekenhouder wordt gelijkgesteld:</al><al>a. degene die krachtens een leasecontract of huurauto, afgesloten met
                            een beroepsmatig dan wel bedrijfsmatig werkend lease-/verhuurbedrijf
                            gebruiksgerechtigde is van een motorvoertuig voor een periode van
                            tenminste één kalenderkwartaal;</al><al>b. degene die krachtens een werkgeversverklaring aantoont dat hij
                            gedurende een aaneengesloten periode van tenminste een kwartaal
                            gerechtigd is gebruik te maken van een motorvoertuig, waarvan het
                            kenteken ingeschreven staat op naam van zijn werkgever;</al><al>c. degene die door middel van een notariële akte kan aantonen met een of
                            met meer bewoners in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede
                            door vergunninghouders te gebruiken plaatsen aanwezig zijn,
                            mede-eigenaar te zijn van een motorvoertuig.</al><al>5. belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die</al><al>a. is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of</al><al>b. gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van
                            het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is
                            uitgezonderd, of</al><al>c. is aangeduid met bord E4 uit bijlage 1 van het RVV 1990 plus een
                            onderbord met daarop een specificatie van het voertuig of de voertuigen
                            die gebruik mag/mogen maken van de parkeerplaats;</al><al>6. vergunning: een door burgemeester en wethouders verleende vergunning,
                            krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op
                            daartoe aangewezen belanghebbendenplaatsen;</al><al>7. autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van
                            motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke
                            personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan
                            één huishouden;</al><al>8. aanbieder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die
                            motorvoertuigen voor autodate ter beschikking stelt;</al><al>9. deelnemer: een natuurlijke persoon die een overeenkomst heeft
                            gesloten inzake autodate;</al><al>10. standplaats: de parkeerplaats waar een motorvoertuig bestemd voor
                            autodate geparkeerd wordt.</al><al>11. elektrisch voertuig: een equivalent van een personen-, bestelauto of
                            een vrachtauto met vier </al><al>of meer wielen die minimaal 60 kilometer volledig elektrisch wordt
                            aangedreven;</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Plaatsen voorvergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningbewijzen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan weggedeelten
                                aanwijzen als belanghebbendenplaats.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan de tijdstippen
                                vaststellen waarop het parkeren op een belanghebbendenplaats alleen
                                aan vergunninghouders is toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan op een daartoe
                                strekkende aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op
                                belanghebbendenplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een vergunning kan worden verleend aan:</al><al>a. een eigenaar of houder van een motorvoertuig die:</al><al>- (huis)arts is in een gebied waar belanghebbendenplaatsen aanwezig
                                zijn, en</al><al>- die aantoont dat het in het belang van diens beroep- of
                                bedrijfsuitoefening noodzakelijk is, en</al><al>- dat hij dagelijks en frequent op niet altijd voorspelbare
                                tijdstippen gebruik moet kunnen maken van een motorvoertuig, en</al><al>- dat hij een motorvoertuig op korte afstand van een bij hem in
                                gebruik zijnd pand in dat gebied moet kunnen parkeren, en</al><al>- dat hij niet beschikt over een parkeerplaats op eigen terrein of
                                bij derden </al><al>(categorie I);</al><al>b. een openbare dienstverlener in een gebied waar
                                belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn en die:</al><al>- die aantoont dat het in het belang van diens beroep- of
                                bedrijfsuitoefening noodzakelijk is, en</al><al>- dat hij dagelijks en frequent op niet altijd voorspelbare
                                tijdstippen gebruik moet kunnen maken van een motorvoertuig, en</al><al>- dat hij een motorvoertuig op korte afstand van een bij hem in
                                gebruik zijnd pand in dat gebied moet kunnen parkeren, en</al><al>- dat hij niet beschikt over een parkeerplaats op eigen terrein of
                                bij derden</al><al>(categorie II);</al><al>c. een openbare dienstverlener in een gebied waar
                                belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn en die aantoont dat het in
                                belang van diens dienstverlening noodzakelijk is dat bezoekers hun
                                motorvoertuig in dat gebied parkeren (categorie III);</al><al>d. een eigenaar of houder van een motorvoertuig bestemd voor
                                autodate, waarvan de standplaats is gelegen in een gebied waar
                                belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn (categorie IV);</al><al>e. een eigenaar of houder van een elektrisch voertuig die:</al><al>- aantoont dat hij niet beschikt over een parkeerplaats op eigen
                                terrein of bij derden, en</al><al>- waarvan het elektrisch voertuig niet gebruikt wordt in het belang
                                van diens beroep- of bedrijfsuitoefening.</al><al>(categorie V).</al><al/></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan aan een vergunning
                                voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming
                                van het belang van een goede verdeling van de beschikbare
                                parkeerruimte. Aan een vergunning voor categorie III kan het college
                                van burgemeester en wethouders voorschriften en beperkingen
                                verbinden die strekken tot bescherming van het belang van het
                                voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast,
                                hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de
                                Wet milieubeheer, waaronder mede wordt begrepen het stimuleren van
                                selectief autogebruik.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Op dit artikel is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders beslist binnen 8 weken na
                                ontvangst van een aanvraag voor een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de in het eerste lid genoemde
                                termijn met ten hoogste 4 weken verlengen. Van een verlenging van
                                deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een vergunning wordt tot wederopzegging verleend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><al>a. het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al><al>b. de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het
                                motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan een vergunning intrekken
                            of wijzigen:</al><al>a. op verzoek van de vergunninghouder;</al><al>b. wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de vergunning is
                            verleend, verlaat of het daar uitgeoefende beroep of bedrijf
                            beëindigt;</al><al>c. wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de voorwaarden die
                            relevant waren voor het verlenen van de vergunning;</al><al>d. wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt
                            te vervallen;</al><al>e. wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                            vergunning verbonden voorschriften;</al><al>f. wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste
                            gegevens zijn verstrekt;</al><al>g. om redenen van openbaar belang.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig te
                                plaatsen of te laten staan op een belanghebbendenplaats.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen
                                van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan
                                aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:</al><al>a. zonder vergunning;</al><al>b. zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van
                                de vergunning;</al><al>c. in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften.</al><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen
                                van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III en de voorschriften op
                            grond van artikel 3, lid 3 van deze verordening wordt gestraft met
                            hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de eerste
                            categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast de in artikel 141 van het Wetboek van
                                Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de door het college of de
                                burgemeester aangewezen personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: 'Parkeerverordening
                            Zuidplas’.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Alle vergunningen verleend op grond van de oude parkeerverordening
                            worden gezien als vergunningen verleend op grond van de nieuwe
                            parkeerverordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>Deze verordening treedt in werking een dag na bekendmaking. De datum
                            waarop de oude parkeerverordening vervalt, is de datum waarop de nieuwe
                            parkeerverordening in werking treedt.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>