<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR55396_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening ontheffingsverlening autoluwplusgebied</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-05-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-65151.html">Gemeenteblad, 23 mei 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ontheffingsverlening autoluwplusgebied</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet, art. 150; Reglement verkeersregels en verkeerstekens,art. 87</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-04-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-05-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2026-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Dagontheffing kan voortaan ook achteraf worden aangevraagd.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening ontheffingsverlening autoluwplusgebied</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Delft; </al><al>gelezen het voorstel van het college van 11
                        januari 2005;</al><al>gelet op artikel 150 van de Wegenverkeerswet 1994;</al><al>gelet op
                        artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al><al>b e s l u i t: </al><al>vast te stellen de navolgende: </al><al>Verordening voor verlening van
                        vrijstelling of ontheffing voor gebruik van het voetgangersgebied
                        “autoluw-plus” </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze verordening wordt, voor zover niet uitdrukkelijk anders is bepaald,
                        verstaan onder:</al><al><onderstreept>a. autoluw-plus</onderstreept><onderstreept>
                            gebied</onderstreept>: het gebied zoals aangegeven in de bijlage bij
                        deze verordening, dat is aangemerkt als voetgangersgebied en waar parkeren
                        niet is toegestaan.</al><al><onderstreept>b. bestuurder</onderstreept>: hetgeen daaronder wordt verstaan
                        in het RVV 1990;</al><al><onderstreept>c.
                            brutovervangingswaarde</onderstreept><onderstreept>:</onderstreept> de
                        waarde van een middel of voorwerp bepaald door de som van verwerving,
                        gebruik gereed maken, verstrekking, alle daartoe strekkende administratieve
                        handelingen;</al><al><onderstreept>d. dag</onderstreept>: een tijdvak van 24 achtereenvolgende
                        uren, aanvangende 0.00 uur;</al><al><onderstreept>e. dienstregeling</onderstreept>: het algemeen bekende tijd -
                        en routeschema volgens welke de middelen van openbaar vervoer hun traject
                        behoren af te leggen;</al><al><onderstreept>f. feestdag</onderstreept>: de landelijk erkende feestdagen:
                        nieuwjaarsdag, eerste paasdag, tweede paasdag, koninginnedag, hemelvaartdag,
                        eerste pinksterdag, tweede pinksterdag, eerste kerstdag, tweede kerstdag,
                        alsmede bevrijdingsdag ingeval viering hiervan landelijk plaatsvindt;</al><al><onderstreept>g. halen en brengen</onderstreept>: het onmiddellijk, nadat
                        het voertuig dicht bij de brengplaats of ophaalplaats tot stilstand is
                        gebracht, bij voortduring instappen of uitstappen van een of meerder
                        personen, die bezwaarlijk anders dan per motorvoertuig kunnen worden
                        vervoerd, gedurende de tijd die daarvoor nodig is;</al><al><onderstreept>h. houder</onderstreept>: degene die naar omstandigheden als
                        houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor
                        een motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet
                        aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt
                        degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde
                        van het verlenen van de ontheffing was ingeschreven;</al><al><onderstreept>i. laden en lossen</onderstreept>: het onmiddellijk, nadat het
                        voertuig dicht bij de bezorgplaats of ophaalplaats tot stilstand is
                        gebracht, bij voortduring in - en uitladen van goederen van enige omvang of
                        enig gewicht die bezwaarlijk anders dan per motorvoertuig kunnen worden
                        vervoerd, gedurende de tijd die daarvoor nodig is;</al><al><onderstreept>j. motorvoertuig</onderstreept>: hetgeen daaronder wordt
                        verstaan in het RVV 1990;</al><al><onderstreept>k. ontheffing</onderstreept>: hetgeen daaronder wordt verstaan
                        in de Wegenverkeerswet;</al><al><onderstreept>l. openbaar vervoer</onderstreept>: voor publiek tegen een
                        vastgesteld tarief toegankelijk, niet vraagafhankelijk, collectieve vorm van
                        vervoer dat volgens een vaste dienstregeling een vaste route of parcours
                        aflegt; </al><al><onderstreept>m. ophaalregeling</onderstreept>: het door het college van
                        burgemeester en wethouders vastgestelde tijd - en routeschema volgens welke
                        de reiniging haar werkzaamheden behoort uit te voeren;</al><al><onderstreept>n. parkeerverordening</onderstreept>: de Parkeer- en
                        parkeerbelastingverordening gemeente Delft;</al><al><onderstreept>o. RVV</onderstreept>: het Reglement verkeersregels en
                        verkeerstekens (Stb. 1990, 459; 1996, 557);</al><al><onderstreept>p. Beleidsregels ontheffingen art 87 RVV:</onderstreept> De
                        Beleidsregels ontheffingen artikel 85 RVV voor Delft;</al><al><onderstreept>q. vrijstelling</onderstreept>: hetgeen daaronder wordt
                        verstaan in de Wegenverkeerswet;</al><al><onderstreept>r. Wegenverkeerswet</onderstreept>: de wegenverkeerswet 1994
                        (Stb. 1994, 475);</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Algemene bepalingen inzake de ontheffingverlening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan, conform hetgeen in deze verordening is bepaald, een
                                ontheffing verlenen aan de houder van een voertuig teneinde het
                                voertuig toegang te verschaffen tot het autoluw-plus gebied voor de
                                duur van maximaal één kalenderjaar. De ontheffingen genoemd in
                                artikel 8 bevatten slechts de onderdelen c d en e.</al></li><li nr="2."><al>Het college is bevoegd aan de in lid 1 bedoelde ontheffing nadere
                                voorwaarden en/of beperkingen te verbinden.</al></li><li nr="3."><al>Het college is bevoegd nadere regels te stellen met betrekking tot
                                het verlenen van vrijstelling dan wel ontheffing voor gebruik van
                                het voetgangersgebied “autoluw-plus”. </al></li><li nr="4."><al>Een ontheffing wordt op kenteken van het voertuig verstrekt.</al></li><li nr="5."><al>Vervallen.</al></li><li nr="6."><al>Ontheffing wordt niet verleend indien: </al><lijst><li nr="a"><al>de aanvrager <cursief>niet</cursief> behoort toteen van de
                                        doelgroepen genoemd in het eerste lid van artikel 3, 5, 6, 7
                                        of 8 of het derde lid van artikel 8 van deze verordening of
                                    </al></li><li nr="b"><al><cursief>niet </cursief>wordt voldaan aan de in deze
                                        verordening en/ of de door het college vastgestelde
                                        regels.</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>Ontheffing wordt niet verleend:</al><lijst><li nr="a"><al>voor locaties en tijden van warenmarkten als genoemd in de
                                        marktverordening, behoudens voor de bevoorrading van de
                                        markt, voor zover dat overeenkomstig is met de
                                        marktverordening;</al></li><li nr="b"><al>voor locaties en tijden waarop een evenement plaatsvindt
                                        waarvoor een vergunning is verleend, behoudens ten behoeve
                                        van het evenement zelf;</al></li><li nr="c"><al>voor het gehele autoluw-plus gebied op de vrijdag van 18.00
                                        uur tot 21.00 uur en de zaterdag van 11.00 uur tot 17.00
                                        uur;</al></li><li nr="d"><al>voor motorvoertuigen breder dan 2.30 meter.</al></li></lijst></li><li nr="8."><al>Het college kan besluiten van het vorig lid af te wijken indien
                                houder van het voertuig waarvoor de ontheffing is aangevraagd
                                aannemelijk kan maken zeer aanmerkelijk en voor lange duur bij
                                toepassing van lid 4 in zijn belang te worden geschaad.</al></li><li nr="9."><al>Het college kan ten behoeve van haar afweging tot het verlenen van
                                een ontheffing advies vragen aan een derde, voor zover deze inzicht
                                heeft in of betrokken is bij het economisch functioneren van het
                                gebied waartoe de ontheffing wordt verleend, dan wel inzicht heeft
                                in de sociaal-medische omstandigheden van een belanghebbende. </al></li><li nr="10."><al>Het college kan ten aanzien van het autoluw-plus gebied, in het
                                belang van openbare orde of veiligheid of andere dringende
                                omstandigheden tijdelijk maatregelen treffen die afwijken van de
                                verleende ontheffing. Het college doet dit niet voordat advies is
                                ingewonnen zoals bedoeld in het vorige lid.</al></li><li nr="11"><al>Het college beslist binnen zes weken na aanvraag op de ontheffing,
                                tenzij anders is bepaald. Deze periode kan maximaal met zes weken
                                worden verlengd, behoudens indien sprake is van een onderzoek. In
                                dat geval kan de periode met maximaal 18 weken worden verlengd.</al></li><li nr="12"><al>De ontheffing, behoudens de ontheffing verleend krachtens artikel 8,
                                van deze verordening, bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a"><al>de naam van de houder aan wie de ontheffing is
                                        verleend;</al></li><li nr="b"><al>het adres van de houder aan wie de ontheffing is
                                        verleend;</al></li><li nr="c"><al>het kenteken van het voertuig waarvoor de ontheffing is
                                        verleend;</al></li><li nr="d"><al>de straten c.q. het gebied waarvoor de ontheffing is
                                        verleend;</al></li><li nr="e"><al>de periode waarvoor de ontheffing is verleend.</al></li></lijst></li><li nr="13"><al>Een door het college verleende ontheffing, wordt niet eerder
                                verleend dan nadat de leges, zoals vastgesteld in de tarieventabel
                                behorende bij de legesverordening gemeente Delft zijn voldaan. Een
                                uitzondering is aan de orde wanneer er voor de ontheffing geen leges
                                worden geheven of in de gevallen waarbij de ontheffing achteraf kan
                                worden aangevraagd.</al></li><li nr="14"><al>Vervallen</al></li><li nr="15"><al>Het college trekt een ontheffing in:</al><lijst><li nr="a"><al>op verzoek van de houder van het voertuig waarvoor de
                                        ontheffing is verleend;</al></li><li nr="b"><al>indien de feiten of omstandigheden die hebben geleid tot het
                                        verlenen van de ontheffing zich hebben gewijzigd;</al></li><li nr="c"><al>in geval van overlijden van de houder van het voertuig
                                        waarvoor de ontheffing is verleend, met dien verstande dat
                                        de ontheffing kan worden overgeschreven op naam van de
                                        nabestaande, mits deze voldoet aan de criteria waaronder de
                                        ontheffing is verleend;</al></li><li nr="d"><al>indien het voertuig waarvoor de ontheffing is verleend
                                        wijzigt van eigenaar of houder;</al></li><li nr="e"><al> wanneer het betreffende gebied niet meer wordt aangemerkt
                                        als autoluw-plus; </al></li><li nr="f"><al>indien een andere reden of grond bestaat waardoor houder van
                                        het voertuig of het voertuig niet meer voldoen aan criteria
                                        op basis waarvan de ontheffing is verleend.</al></li></lijst></li><li nr="16"><al>Het college kan een ontheffing opschorten of intrekken:</al><lijst><li nr="a"><al> indien een handeling wordt verricht in strijd met de
                                        voorwaarden verbonden aan de ontheffing; dan wel de door het
                                        college nader vastgestelde regels;</al></li><li nr="b"><al>indien, met het voertuig waarvoor de ontheffing is verleend,
                                        de voor het gebied geldende verkeersregels en verkeerstekens
                                        worden overtreden;</al></li><li nr="c"><al>indien de houder van het voertuig bij zijn aanvraag onjuiste
                                        gegevens heeft verstrekt;</al></li><li nr="d"><al>om redenen van openbaar belang.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Ontheffingsregeling voor bijzondere omstandigheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd in het belang van orde, veiligheid, medische zorg
                            of een andere dringende of bijzondere omstandigheid, een bestuurder van
                            een voertuig ontheffing te verlenen zich in het autoluw-plus gebied met
                            dat voertuig te verplaatsen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het spoedeisend karakter van de reden van verplaatsing met een
                            voertuig door het autoluw-plus onverwijlde toelating tot het gebied
                            vereist, dan kan de in lid 1 bedoelde ontheffing achteraf verleend
                            worden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vrijstellingsregeling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college is bevoegd in het belang van openbare orde of veiligheid of
                            andere dringende of bijzondere omstandigheden, voertuigen aan te wijzen
                            waarvoor het autoluw-plus gebied al dan niet onder nadere voorwaarden,
                            vrijelijk toegankelijk is. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het autoluw-plus gebied is vrijelijk toegankelijk voor motorvoertuigen
                            van de hulpdiensten: politie, brandweer en ambulance, mits deze
                            voertuigen als zodanig duidelijk herkenbaar zijn en worden gebruikt ten
                            behoeve van de rechtmatige uitoefening van de functie van de bij deze
                            hulpdienst werkzame bestuurder of andere inzittende en bij deze
                            functie-uitoefening gebruik van het voertuig noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het autoluw-plus gebied is onder de navolgende voorwaarden vrijelijk
                            toegankelijk voor motorvoertuigen ten behoeve van reiniging, mits deze
                            voertuigen als zodanig duidelijk herkenbaar zijn: </al><lijst><li nr="a"><al>op tijdstippen zoals vastgelegd in de erkende
                                    ophaalregeling;</al></li><li nr="b"><al>op de route zoals vastgelegd in de erkende ophaalregeling;</al></li><li nr="c"><al>op tijdstippen en locaties aangewezen door het college van
                                    burgemeester en wethouders;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college is bevoegd de vrijstelling op te schorten of in te trekken,
                            indien een bestuurder van een voertuig uit de categorie waarvoor de
                            vrijstelling is verleend, zich met dit voertuig door het gebied
                            verplaatst op een ander tijdstip, en/of volgens een andere route, en/of
                            zonder dat sprake is van het doel of oogmerk dan waartoe de vrijstelling
                            is verleend. De directie van de instantie die gebruiker is van de
                            voertuigen waarvoor de vrijstelling is verleend, wordt hiervan terstond
                            schriftelijk in kennis gesteld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Ontheffingsregeling parkeervoorziening op eigen terrein</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een ieder, die eigenaar of huurder is van een
                            parkeervoorziening op eigen terrein, welke louter via het autoluw-plus
                            gebied voor motorvoertuigen toegankelijk is, ontheffing verlenen om zich
                            met het motorvoertuig waarvan hij houder is, door het autoluw-plus
                            gebied te verplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor een ontheffing als bedoeld in lid 1 worden geen leges in rekening
                            gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een ontheffing als bedoeld onder lid 1 wordt verleend voor alle dagen
                            van de week en alle uren van de dag, tenzij het college om reden van
                            verkeersveiligheid, openbare orde of veiligheid anders bepaalt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Ontheffingregeling voor bewoners en bedrijven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een ieder die woonachtig is in het autoluw-plus gebied
                            of een bedrijf heeft gevestigd in het autoluw-plus gebied of zich
                            vanwege beroep heeft gevestigd in het autoluw-plus gebied, ontheffing
                            verlenen zich ten behoeve van laden en lossen en halen en brengen zoals
                            bedoeld in deze verordening, door het autoluw-plus gebied te
                            verplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor een ontheffing als bedoeld in lid 1 worden geen leges in rekening
                            gebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Ontheffingsregeling vaste leveranciers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een houder van een motorvoertuig, die op vaste
                            tijdstippen personen haalt of brengt zoals bedoeld in deze verordening
                            of voornemens is dit te doen en/of goederen laadt of lost zoals bedoeld
                            in deze verordening of voornemens is dit te doen, voor zover deze
                            handelingen plaatsvinden ten behoeve van een persoon, woonachtig in het
                            autoluw-plus gebied, een bedrijf in het autoluw-plus gebied, of een
                            natuurlijk persoon die zich vanwege beroep heeft gevestigd in het
                            autoluw-plus gebied, ontheffing verlenen om zich met het voertuig door
                            het autoluw-plus gebied te verplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van hetgeen in artikel 2 lid 4 van deze verordening is
                            bepaald, kan een ontheffing voor vaste leveranciers worden afgegeven op
                            kenteken van het voertuig of op naam van het bedrijf dat de ontheffing
                            aanvraagt. Voor het overige is artikel 2 onverkort van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Regeling voor éénmalige ontheffingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een houder van een voertuig, die voornemens is een
                            persoon of meerdere personen te halen of te brengen zoals bedoeld in
                            deze verordening en/of voornemens is enig goed te laden of te lossen
                            zoals bedoeld in deze verordening, ontheffing verlenen om zich met het
                            motorvoertuig door het autoluw-plus gebied te verplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ontheffing als bedoeld in lid 1 wordt verleend voor de periode die
                            nodig is voor het éénmalig en aaneengesloten halen of brengen van de
                            persoon of de personen en/of het laden of lossen van het goed of de
                            goederen waartoe de ontheffing is aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan om reden van een bijzonder of aanmerkelijk sociaal of
                            economisch belang een houder van een voertuig of een organisator van een
                            colonne motorvoertuigen ontheffing verlenen om zich met dit
                            motorvoertuig of met deze colonne motorvoertuigen door het autoluw-plus
                            gebied te verplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ontheffing genoemd in lid 1 en 3 kan achteraf worden verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                        verordening zijn belast de personen werkzaam in de functies van Controleur
                        Openbare Ruimte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ”Verordening ontheffingverlening
                        autoluwplusgebied” </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van
                        bekendmaking.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 27 januari 2005.</ondertekening><ondertekening>mr. drs. G.A.A. Verkerk burgemeester.</ondertekening><ondertekening> drs. Y. van Delft, griffier.</ondertekening><ondertekening>Bekendgemaakt: 30 januari 2005.</ondertekening><ondertekening>Gewijzigd bij raadsbesluit van 20 december 2007. Bekendgemaakt 23 december
                        2007.</ondertekening><ondertekening>Laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluite van 28 april 2016, Bekendgemaakt 23
                        mei 2016.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting bij de Verordening ontheffingverlening autoluw-plusgebied
                    2005</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Op 29 juni 2000 heeft de gemeenteraad besloten de nota ‘Bereikbare binnenstad,
                    parkeerbeleid sleutel tot autoluw(plus)’ van 19 april 2000, met inbegrip van de
                    wijzigingen daarop; alsmede de nota van wijzigingen op bovengenoemde nota, van
                    31 mei 2000, met inbegrip van de brief met bijlagen van de wethouder
                    duurzaamheid de dato 22 juni 2000 tot herziening op onderdelen van het voorstel,
                    als leidend principe en richtinggevend kader waarbinnen verdere besluitvorming
                    inzake (de uitvoering van) het parkeerbeleid en het proces van autoluw (plus)
                    maken van de binnenstad zal plaats vinden, vast te stellen. </al><al>Deze nota is één van de pijlers waarop het gehele proces van
                    binnenstadsmanagement rust. Dit proces heeft ten doel de historische kwaliteit
                    en het kleinschalig karakter van de binnenstad te behouden en te versterken; het
                    woon - en leefklimaat te verbeteren; het bieden van een gastvrije omgeving voor
                    een breed scala aan functies; het realiseren van een aangenaam verblijfsklimaat;
                    en het versterken van het totale economisch functioneren. Het in de nota
                    geformuleerde beleid is gericht op het in de binnenstad terugdringen van het
                    autoverkeer en is geformuleerd rond vier uitgangspunten (citaat blz. 4 van de
                    nota): </al><lijst><li nr="1."><al>de gehele binnenstad is autoluw met de mogelijkheid voor bewoners en
                            specifieke belanghebbenden om te parkeren;</al></li><li nr="2."><al>het kernwinkelgebied en delen van de binnenstad die van bijzonder
                            cultuur historisch belang zijn, zijn autoluw-plus. Zij blijven wel
                            bereikbaar voor autoverkeer dat vanuit sociaal -, economisch - en/of
                            veiligheidsoogpunt essentieel is;</al></li><li nr="3."><al>bezoekers van de binnenstad parkeren in goed bereikbare parkeergarages
                            aan de rand van de binnenstad;</al></li><li nr="4."><al>het aantal bezoekersparkeerplaatsen is vooralsnog gerelateerd aan het
                            huidig aantal dat nu in de binnenstad aanwezig is.</al></li></lijst><al>De Verordening ontheffingverlening autoluw-plusgebied 2003 en de op deze
                    verordening betrekking hebbende bijlage zijn een weerslag van het raadsbesluit
                    van 29 juni 2000 en geven de juridische randvoorwaarden en instrumenten ter
                    realisatie van het met dat besluit ingezette beleid.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting </tussenkop><al>Artikel 1, de definities g en h</al><al>In de artikelen 6,7 en 8 wordt als reden tot inzet van het voertuig: laden,
                    lossen, halen en brengen genoemd. De definitie van de begrippen, genoemd in
                    artikel 1 van de verordening, wijken af van hetgeen hieronder gewoonlijk in de
                    verkeerswetgeving wordt verstaan. Meest afwijkend is dat in deze verordening de
                    zinsnede: “die bezwaarlijk anders dan per motorvoertuig kunnen worden vervoerd”
                    is toegevoegd. Reden hiervan is dat het doel in de verkeerswetgeving er in is
                    gelegen de periode van handeling zo kort mogelijk te laten duren om redenen van
                    vrijheid van verkeer of veiligheid van de weg. In het autoluw-plus gebied is de
                    verplaatsing per motorvoertuig als zodanig storend, hinderlijk of schadelijk.
                    Dit betekent dat bij verplaatsing door het gebied met een motorvoertuig sprake
                    moet zijn van een belang dat uitstijgt boven de storing, hinder of schade die de
                    verplaatsing veroorzaakt. Dit is meestal alleen het geval indien de te vervoeren
                    persoon zodanige functiebeperking kent of het goed van zodanig gewicht of omvang
                    is dat een andere vorm van transport dan per motorvoertuig niet geïndiceerd
                    is.</al><al>Artikel 2</al><al>Dit artikel geeft de bepalingen waaraan iedere ontheffing moet voldoen, tenzij
                    anders is bepaald.</al><al>Artikel 3</al><al>Dit artikel geeft het college van burgemeester en wethouders bevoegdheid tot het
                    verlenen van een ontheffing die niet verleend kan worden op basis van de
                    artikelen 5 tot en met 8.</al><al>Artikel 4</al><al>Dit artikel is bedoeld om vrijstelling te verlenen voor categorieën voertuigen,
                    waarvan evident is dat toegang verleend wordt en waarvan tevoren niet in alle
                    gevallen vast staat wat het kenteken van het voertuig is.</al><al>Artikel 5</al><al>Dit artikel is bedoeld om ieder die eigenaar of huurder is van een
                    parkeeraccommodatie op eigen terrein, gelegen in het autoluw-plusgebied,
                    gelegenheid te geven deze accommodatie met het voertuig te bereiken. De vrije
                    toegang tot de accommodatie wordt aangemerkt als een aanmerkelijk belang, daarom
                    kan het college van burgemeester en wethouders deze alleen inperken om reden van
                    een ander aanmerkelijk belang en dan alleen voor de tijd voor zolang dit andere
                    aanmerkelijke belang met de vrije toegang strijdt.</al><al>Artikel 6</al><al>Dit artikel is bedoeld om alle bewoners en alle bedrijven mogelijkheid te bieden
                    de eigen locatie met een motorvoertuig te bereiken voor situaties waarin dit
                    noodzakelijk is. (zie hiertoe de definities g en h van artikel 1) </al><al>Artikel 7 </al><al>Dit artikel is bedoeld om een ieder die vast chauffeur of vast leverancier is
                    van een bewoner of een bedrijf gevestigd in het autoluw-plusgebied gelegenheid
                    te geven een regeling op maat te geven ten behoeve van noodzakelijk halen en
                    brengen en laden en lossen. (zie hiertoe de definities g en h van artikel 1) </al><al>Artikel 8</al><al>Dit artikel is bedoeld te voorzien in situaties van éénmalige haal en breng en
                    laad en los activiteiten. Tevens is in lid 3 een bepaling opgenomen voor
                    situaties van aanmerkelijk of bijzonder sociaal of economisch belang wanneer in
                    strikte zin niet sprake is van halen, brengen, laden of lossen. Onder deze
                    bepaling kunnen bijvoorbeeld trouwstoeten of rouwstoeten een ontheffing
                    verkrijgen.</al><tussenkop>Artikel 6 t/m 8 leden 4 respectievelijk 5 (motorvoertuigen breder dan
                    2.30 meter)</tussenkop><al>Deze bepaling is bedoeld de grootte van het voertuig te beperken. Grote en/of
                    zware voertuigen veroorzaken veelvuldig en soms aanmerkelijke schade aan wegdek
                    en panden. Normaliter wordt voor deze voertuigen geen ontheffing verleend. Het
                    college van burgemeester en wethouders kan alleen ontheffing verlenen indien
                    sprake is dat hetzij de transporteur, hetzij degene die van dit transport
                    afhankelijk is, aanmerkelijk nadeel ondervindt als geen groot voertuig wordt
                    ingezet. Om reden van heldere en éénduidige handhaving is volstaan met louter
                    een breedtemaat beperking. De meeste voertuigen met een wielbasis groter dan
                    4,50 meter, langer dan 7,50 meter, zwaarder dan 7,50 ton en/of hoger dan 3,20
                    meter zijn ook breder dan 2,30 meter. Door de breedtemaat als criterium te nemen
                    worden de facto alle grote voertuigen uitgesloten zonder bijzondere
                    handhavingsinstrumenten te behoeven hanteren.</al><al>De raad der gemeente Delft;</al><al>gelezen het voorstel van het college van 11 januari 2005;</al><al>gelet op de “Verordening Ontheffingverlening autoluw-plusgebied 2005";</al><al>b e s l u i t:</al><al>vast te stellen de navolgende:</al><al>bijlage behorende bij de Verordening Ontheffingverlening autoluw-plusgebied
                    2005.</al><al>Ingevolge artikel 2 lid 1 van de verordening Ontheffingverlening
                    autoluw-plusgebied 2005 worden aangewezen als autoluw-plusgebied:</al><al>Bastiaanpoort</al><al>Bastiaansplein</al><al>Beestenmarkt</al><al>Boterbrug</al><al>Brabantse Turfmarkt tussen de Molslaan en de Jacob Gerritstraat</al><al>Broerhuisstraat</al><al>Burgwal tussen de Jacob Gerritstraat en de Oude Langendijk</al><al>Bonte Ossteeg</al><al>Cameretten</al><al>Cellebroerstraat tussen de Minderbroerstraat en de Choorstraat</al><al>Choorstraat</al><al>Halsteeg</al><al>Heilige Geestkerkhof</al><al>Hippolytusbuurt</al><al>Jacob Gerritstraat</al><al>Jesseplaats</al><al>Jozefstraat v/h Molenpoort</al><al>Kerkstraat</al><al>Kromstraat</al><al>Kruisstraat tussen de Beestenmarkt en de Achtersack</al><al>Maria Gouweloospoort</al><al>Maria van Reigersberchstraat</al><al>Markt</al><al>Molslaan tussen de Brabantse Turfmarkt en de Kruisstraat</al><al>Molsstraat</al><al>Nieuwstraat</al><al>Oude Delft tussen Schoolstraat en Heilige Geestkerkhof</al><al>Oude Kerkstraat</al><al>Oude Langedijk tussen de Koornmarkt en het Oosteinde</al><al>Oude Manhuissteeg</al><al>Papenstraat</al><al>Paradijspoort</al><al>Pieterstraat nummers 27 t/m 39 oneven</al><al>Vestpoort</al><al>Vesteplein oneven en vanaf nummer 8 even</al><al>De Vlouw</al><al>Voldersgracht</al><al>Voorstraat tussen de Poelbrug en de Hippolytusbuurt</al><al>Vrouw Jutteland westelijk van de Vrouwengracht</al><al>Waagbrug en Waagsteeg</al><al>Wijnhaven</al><al>Zuiderstraat vanaf Bastiaansplein tot aan de poller</al><al>Zuidpoort</al><al>Zuidwal nummers 45, 46 en 47</al><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 27 januari 2005.</al><al>mr. drs. G.A.A. Verkerk , burgemeester.</al><al>drs. Y. van Delft, griffier.</al><al>Bekendgemaakt 30 januari 2005.</al><al>Gewijzigd bij raadsbesluit van 22 december 2005. Bekendgemaakt 1 januari
                    2006.</al><al>Laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 20 december 2007. Bekendgemaakt 23
                    december 2007</al><tussenkop>Toelichting bij de bijlage bij de verordening ontheffingverlening
                    autoluw-plusgebied 2005</tussenkop><al>Deze bijlage behoort bij de Verordening Ontheffingverlening autoluw-plusgebied
                    2005 en is een weerslag van het raadsbesluit van 29 juni 2000. De bijlage geeft,
                    net als de verordening, de juridische randvoorwaarden en instrumenten ter
                    realisatie van het met dat besluit ingezette beleid. </al><al>Op 29 juni 2000 heeft de gemeenteraad besloten de nota “Bereikbare binnenstad,
                    parkeerbeleid sleutel tot autoluw(plus)” van 19 april 2000, met inbegrip van de
                    wijzigingen daarop; alsmede de nota van wijzigingen op bovengenoemde nota, van
                    31 mei 2000, met inbegrip van de brief met bijlagen van de wethouder
                    duurzaamheid de dato 22 juni 2000 tot herziening op onderdelen van het voorstel,
                    als leidend principe en richtinggevend kader waarbinnen verdere besluitvorming
                    inzake (de uitvoering van) het parkeerbeleid en het proces van autoluw (plus)
                    maken van de binnenstad zal plaats vinden, vast te stellen. </al><al>Dit besluit is één van de pijlers waarop het gehele proces van
                    binnenstadsmanagement rust. Dit proces heeft ten doel de historische kwaliteit
                    en het kleinschalig karakter van de binnenstad te behouden en te versterken; het
                    woon - en leefklimaat te verbeteren; het bieden van een gastvrije omgeving voor
                    een breed scala aan functies; het realiseren van een aangenaam verblijfsklimaat;
                    en het versterken van het totale economisch functioneren. Het in de nota
                    geformuleerde beleid is gericht op het in de binnenstad terugdringen van het
                    autoverkeer en is geformuleerd rond vier uitgangspunten (citaat blz. 4 van de
                    nota): </al><lijst><li nr="1."><al>de gehele binnenstad is autoluw met de mogelijkheid voor bewoners en
                            specifieke belanghebbenden om te parkeren;</al></li><li nr="2."><al>het kernwinkelgebied en delen van de binnenstad die van bijzonde cultuur
                            historisch belang zijn, zijn autoluw-plus. Zij blijven wel bereikbaar
                            voor autoverkeer dat vanuit sociaal -, economisch - en/of
                            veiligheidsoogpunt essentieel is;</al></li><li nr="3."><al>bezoekers van de binnenstad parkeren in goed bereikbare parkeergarages
                            aan de rand van de binnenstad;</al></li><li nr="4."><al>het aantal bezoekersparkeerplaatsen is vooralsnog gerelateerd aan het
                            huidig aantal dat nu in de binnenstad aanwezig is.</al></li></lijst></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>