<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR55300_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beheersverordening begraafplaatsen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">E3-journaal, 03-01-2001</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beheersverordening begraafplaatsen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20lijkbezorging">Wet op de lijkbezorging </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2001-01-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2001-01-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-10-07</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beheersverordening begraafplaatsen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gelet op de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20tot%20samenvoeging%20van%20de%20gemeenten%20Venlo%2C%20Tegelen%20en%20Belfeld">Wet tot samenvoeging van de gemeenten Venlo, Tegelen en
                            Belfeld</extref>.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>De verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>begraafplaatsen: de gemeentelijke begraafplaatsen Venlo,
                                    Blerickse Bergen, Tegelen en Belfeld;</al></li><li nr="b."><al>eigen graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor
                                    aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is
                                    verleend tot: </al><lijst><li nr="-"><al>het doen begraven en begraven houden van lijken;</al></li><li nr="-"><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met
                                            of zonder urnen;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>eigen urnengraf: een graf, grafkelder daaronder begrepen,
                                    waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend
                                    recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van
                                    asbussen met of zonder urnen;</al></li><li nr="d."><al>eigen urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk of
                                    rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen
                                    bijzetten en bijgezet worden van asbussen met of zonder
                                    urnen;</al></li><li nr="e."><al>urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;</al></li><li nr="f."><al>asbus: een bus ter berging van as van een overledene;</al></li><li nr="g."><al>grafbedekking: gedenkteken en/of grafbeplanting op een graf,
                                    urnengraf of urnennis;</al></li><li nr="h."><al>gedenkteken: voorwerp op een graf, urnengraf of urnennis voor
                                    het aanbrengen van opschriften;</al></li><li nr="i."><al>beheerder: de ambtenaar die is belast met de dagelijkse leiding
                                    van de begraafplaats of degene die hem vervangt;</al></li><li nr="j."><al>rechthebbende: de rechthebbende op een eigen graf;</al></li><li nr="k."><al>wet: <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20lijkbezorging">Wet op de lijkbezorging</extref>;</al></li><li nr="l."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Uitbreiding begrip eigen graf</titel></kop><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde
                            wordt, voor zover van belang onder ‘eigen graf’ mede verstaan: eigen
                            urnengraf en eigen urnennis.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Openstelling, orde en rust op de begraafplaats</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3 Openstelling begraafplaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De begraafplaatsen zijn voor een ieder dagelijks toegankelijk
                                    tussen zonsopgang en zonsondergang.</al></li><li nr="2."><al>Ter handhaving van orde en rust op de begraafplaatsen dan wel
                                    ter uitvoering van werken op de begraafplaatsen kunnen de
                                    toegangen tijdelijk worden gesloten.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet
                                    voor het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders
                                    dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van
                                    as.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Ordemaatregelen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmee gelijk te stellen
                                    personen verboden, anders dan met toestemming van het college,
                                    werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de
                                    begraafplaatsen te verrichten.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden op de begraafplaatsen te rijden met
                                    motorrijtuigen anders dan die noodzakelijk zijn voor de
                                    uitvoering van begrafenissen en het vervoer van mindervaliden.
                                    De snelheid van deze motorrijtuigen mag niet groter zijn dan 10
                                    km per uur.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in
                                    het tweede lid.</al></li><li nr="4."><al>Het is verboden op de begraafplaatsen met honden te komen,
                                    tenzij de honden dienen tot geleide van blinden of
                                    slechtzienden.</al></li><li nr="5."><al>Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen, die
                                    werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn
                                    verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te
                                    houden aan de aanwijzingen van de beheerder.</al></li><li nr="6."><al>Degenen, die zich niet aan de in het vijfde lid bedoelde
                                    aanwijzing houden, moeten zich op eerste aanzegging van de
                                    beheerder van de begraafplaats verwijderen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Plechtigheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke
                                    plechtigheden op de begraafplaats moeten vijf dagen tevoren
                                    worden gemeld aan de beheerder onder opgave van datum en uur van
                                    de plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal
                                    plaatsvinden.</al></li><li nr="2."><al>De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid
                                    moeten zich in het belang van de orde, rust en netheid houden
                                    aan de aanwijzingen van de beheerder.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Opgravingen en ruimen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts
                                    toegestaan indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan
                                    degenen die met deze werkzaamheden zijn belast.</al></li><li nr="2."><al>Op aanvraag van de nabestaanden kan het college toestaan, dat
                                    andere personen dan degenen, die met de in het eerste lid
                                    bedoelde werkzaamheden zijn belast, bij deze werkzaamheden
                                    aanwezig zijn.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Voorschriften voor lijkbezorging</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7 Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten
                                van het graf</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Degene, die wil doen begraven of as wil doen bijzetten, geeft
                                    daarvan uiterlijk twee werkdagen voorafgaande aan die waarop de
                                    begraving of bijzetting zal plaatsvinden, schriftelijk kennis
                                    aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. De zaterdag geldt
                                    voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de
                                    burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur
                                    na het overlijden te begraven, moet de kennisgeving aan de
                                    ambtenaar van de burgerlijke stand zo tijdig mogelijk worden
                                    gedaan.</al></li><li nr="2."><al>Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van
                                    as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van
                                    de hulpmiddelen en het bijzetten van asbussen in een urnennis,
                                    mag uitsluitend geschieden op aanwijzing of onder toezicht van
                                    de beheerder.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Over te leggen stukken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof
                                    tot begraven of de bezorging van as is overlegd aan de
                                    beheerder.</al></li><li nr="2."><al>Indien de begraving of de bezorging van as in een eigen graf zal
                                    plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te
                                    worden overlegd ondertekend door de rechthebbende of, indien
                                    deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.</al></li><li nr="3."><al>Begraving of bijzetting in een eigen graf, waarvan de
                                    uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn
                                    afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging
                                    van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan
                                    resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de
                                    wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te
                                    worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is
                                    overleden, door een van de andere personen, genoemd in artikel
                                    14, tweede lid.</al></li><li nr="4."><al>De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar
                                    boven toe afgerond op gehele jaren.</al></li><li nr="5."><al>De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde
                                    stukken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Tijden van begraven en asbezorging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De tijd van begraven en het bezorgen van as is: </al><lijst><li nr="-"><al>op werkdagen van 9.00 uur tot 14.30 uur;</al></li><li nr="-"><al>op zaterdag van 9.00 uur tot 14.30 uur.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden
                                    afwijken.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 Indeling en uitgifte der graven</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 10 Indeling graven en asbezorging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven: </al><lijst><li nr="a."><al>eigen graven;</al></li><li nr="b."><al>eigen urnengraven;</al></li><li nr="c."><al>eigen urnennissen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel
                                    lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden
                                    bijgezet in de eigen graven. Het college bepaalt tevens de
                                    afmetingen en de uitgifteduur van de eigen graven. De
                                    uitgifteduur kan niet korter zijn dat de minimumtermijn
                                    vastgesteld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20lijkbezorging">Wet op de lijkbezorging</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Volgorde van uitgifte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Eigen graven worden slechts voor directe begraving of bijzetting
                                    en in volgorde van ligging uitgegeven.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan een eigen urnennis toewijzen anders dan voor
                                    directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit
                                    wegens de situatie op de begraafplaats niet bezwaarlijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Termijnen eigen graven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van
                                    de begraafplaatsen zulks toelaat, op een daartoe bij hen
                                    schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig
                                    jaren het recht op een eigen graf. De termijn begint te lopen op
                                    de datum waarop het eigen graf is uitgegeven.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op
                                    aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn
                                    van niet langer dan tien jaren, mits de aanvraag vóór het
                                    verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.</al></li><li nr="3."><al>Het in dit artikel bedoelde recht kan niet langer gelden dan tot
                                    het tijdstip, waarop het terrein feitelijk aan zijn bestemming
                                    als begraafplaats zal zijn onttrokken.</al></li><li nr="4."><al>Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één
                                    rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor
                                    de personen genoemd in artikel 14, eerste lid. Verlening van het
                                    recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien
                                    daarvoor gewichtige redenen bestaan.</al></li><li nr="5."><al>In afwijking van het bepaalde in het vierde lid kan het recht,
                                    als in dit artikel bedoeld, aan een rechtspersoon worden
                                    verleend ten behoeve van de bij het verlenen van het recht aan
                                    te wijzen persoon of personen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Grafkelder</titel></kop><al>Het college kan aan de rechthebbende op een eigen graf vergunning
                            verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een
                            grafkelder overeenkomstig de door hen gestelde voorwaarden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Overschrijving van verleende rechten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het recht op een eigen graf kan op aanvraag van de rechthebbende
                                    worden overgeschreven ten name van de echtgenoot of
                                    levenspartner dan wel een bloed- of aanverwant tot en met de
                                    derde graad. Overschrijving op aanvraag van de rechthebbende ten
                                    name van een ander dan vorengenoemde personen is slechts
                                    mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.</al></li><li nr="2."><al>Na het overlijden van de rechthebbende kan het eigen graf worden
                                    overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan
                                    wel een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, mits de
                                    aanvraag wordt gedaan binnen één jaar na het overlijden van de
                                    rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan
                                    vorengenoemde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor
                                    gewichtige redenen bestaan.</al></li><li nr="3."><al>Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot
                                    overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in
                                    het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, is het college
                                    bevoegd het recht op het graf te doen vervallen.</al></li><li nr="4."><al>Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van
                                    een jaar kan het college het eigen graf alsnog op naam stellen
                                    van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft
                                    op een graf dat inmiddels is geruimd.</al></li><li nr="5."><al>In afwijking van het bepaalde in de leden 1 en 2 kan, indien het
                                    recht op een graf is verleend aan een rechtspersoon, het recht
                                    worden overgeschreven op naam van de rechtsopvolger dan wel ten
                                    name van een persoon ten behoeve van wie het recht is gevestigd
                                    of diens echtgenoot of levenspartner of bloed- of aanverwant tot
                                    en met de derde graad.</al></li></lijst><al>Voor aanvang van de in het tweede lid genoemde termijn geldt alsdan de
                            datum van opheffing of overname van de rechtspersoon.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Afstand doen van graven</titel></kop><al>Zonder aanspraak te kunnen doen op enige vergoeding kan de rechthebbende
                            schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op
                            het eigen graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doet het
                            college schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5 Grafbedekkingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 16 Grafbedekking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op een graf mag door of namens de rechthebbende een
                                    grafbedekking worden geplaatst.</al></li><li nr="2."><al>Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels aan welke
                                    eisen de grafbedekking dient te voldoen. De regels hebben in elk
                                    geval betrekking op de toegestane afmetingen, kleuren en
                                    materialen van het gedenkteken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Grafbeplanting</titel></kop><al>Niet-blijvende beplantingen op een graf die in een verwaarloosde staat
                            verkeren kunnen door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak
                            kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen
                            en dergelijke kunnen, wanneer zij zijn verwelkt, door de beheerder
                            worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden
                            gedurende twaalf weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende
                            indien deze daartoe tevoren mondeling of schriftelijk een aanvraag heeft
                            ingediend bij de beheerder.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Verwijdering grafbedekking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De grafbedekking kan na het verstrijken van het uitsluitend
                                    recht op een graf vanwege het college worden verwijderd.</al></li><li nr="2."><al>Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt
                                    gedurende tenminste één jaar voorafgaande aan het tijdstip
                                    waarop de grafbedekking zal worden verwijderd op een op het te
                                    ruimen graf te plaatsen bordje door het college bekend gemaakt,
                                    tenzij het adres van de rechthebbende bij het college bekend is.
                                    In dat geval maken zij aan hem uiterlijk één jaar voor het
                                    genoemde tijdstip per brief hun voornemen bekend.</al></li><li nr="3."><al>Op grond van een daartoe door de rechthebbende bij het college
                                    ingediende aanvraag, blijft de grafbedekking na het verstrijken
                                    van het uitsluitend recht nog gedurende twaalf weken ter
                                    beschikking van de rechthebbende. De aanvraag kan worden
                                    ingediend tot het tijdstip waarop het uitsluitend recht op een
                                    graf verstrijkt.</al></li><li nr="4."><al>De grafbedekking vervalt aan de gemeente indien: </al><lijst><li nr="-"><al>geen aanvraag op grond van het derde lid is ingediend en
                                            de termijn waarbinnen die aanvraag had kunnen worden
                                            ingediend is verstreken;</al></li><li nr="-"><al>de grafbedekking niet binnen twaalf weken nadat het
                                            uitsluitend recht op een graf is verstreken, is
                                            afgehaald.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Onderhoud door rechthebbende</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te
                                    onderhouden of te herstellen, met uitzondering van gemeentewege
                                    aangelegde beplantingen op de urnengraven.</al></li><li nr="2."><al>Indien hij nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of
                                    te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende
                                    voorwerpen, of zo nodig de gehele grafbedekking, doen
                                    verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende twaalf weken ter
                                    beschikking van de rechthebbende en vervalt daarna aan de
                                    gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht
                                    is.</al></li><li nr="3."><al>De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende
                                    behoorlijk per brief is opgeroepen om te worden ingelicht over
                                    de toestand van de grafbedekking. De oproeping geschiedt door
                                    mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats als het
                                    adres van rechthebbende niet bekend is. Bij het graf wordt een
                                    verwijzing naar de mededeling aangebracht.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6 Ruimen van graven, urnengraven en urnennissen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 20 Ruiming, bezorging van overblijfselen en as</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt
                                    gedurende tenminste één jaar voorafgaande aan het tijdstip
                                    waarop het graf geruimd zal worden op een bij het te ruimen graf
                                    te plaatsen bordje ter kennis van de belanghebbenden gebracht,
                                    tenzij het adres van de rechthebbende op het graf aan hen bekend
                                    is. In dat geval delen zij mee wanneer de termijn van uitgifte
                                    gaat verstrijken. Als de rechthebbende geen verzoek indient om
                                    de termijn te verlengen maken zij uiterlijk één jaar voor het
                                    genoemde tijdstip per brief het voornemen tot ruiming
                                    bekend.</al></li><li nr="2."><al>De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van
                                    lijken worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de
                                    daartoe bestemde, afgesloten gedeelten van de
                                    begraafplaatsen.</al></li><li nr="3."><al>De rechthebbende op een eigen graf kan bij het college
                                    schriftelijk een aanvraag indienen om de overblijfselen te doen
                                    verzamelen om deze weer in dezelfde grafruimte te doen plaatsen
                                    dan wel om deze elders opnieuw te doen begraven. De
                                    rechthebbende op een eigen urnengraf of urnennis kan bij het
                                    college een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden
                                    om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 7 In stand houden historische graven en opvallende
                            grafbedekking</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 21 Lijst</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college houdt voor de begraafplaatsen een lijst bij van
                                    graven die van historische betekenis zijn of waarvan de
                                    grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.</al></li><li nr="2."><al>Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het
                                    college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst
                                    te worden bijgeschreven.</al></li><li nr="3."><al>De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het
                                    verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid
                                    bedoelde lijst staan.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 8 Inrichting register</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 22 Voorschriften</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt voorschriften vast voor het register van de
                                    begraven lijken en de bezorgde as.</al></li><li nr="2."><al>Het register wordt bijgehouden door de ambtenaar van de
                                    burgerlijke stand.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 9 Klachten</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 23 Indiening, behandeling en beslissing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ingezetenen en in de gemeente een belang hebbende natuurlijke en
                                    rechtspersonen kunnen omtrent feitelijk handelingen of het
                                    nalaten van feitelijke handelingen betreffende de begraafplaats
                                    bij het college een schriftelijke klacht indienen.</al></li><li nr="2."><al>Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van de
                                    klacht. Zij kunnen deze termijn met ten hoogste vier weken
                                    verlengen.</al></li><li nr="3."><al>Het college maakt de beslissing terstond bekend aan de
                                    klager.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 10 Toezicht- en strafbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 24 Strafbepaling</titel></kop><al>Hij die handelt in strijd met artikel 3 lid 3, artikel 4 lid 1, lid 2 of
                            lid 4 wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25 Toezicht</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van het college aangewezen
                            personen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 11 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 26 Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die
                                    waarop zij is bekendgemaakt.</al></li><li nr="2."><al>Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening
                                    vervallen: </al><lijst><li nr="a."><al>de Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Venlo
                                            1992, vastgesteld door de gemeenteraad van Venlo;</al></li><li nr="b."><al>de Beheersverordening begraafplaats Tegelen 1993,
                                            vastgesteld door de gemeenteraad van Tegelen;</al></li><li nr="c."><al>de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats 1993,
                                            vastgesteld door de gemeenteraad van Belfeld.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 27 Overgangsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechten en verplichtingen met betrekking tot eigen graven,
                                    die voortvloeien uit de ingevolge artikel 26, tweede lid,
                                    ingetrokken verordeningen, worden geacht ingevolge deze
                                    verordening te zijn ontstaan.</al></li><li nr="2."><al>Kindergraven, als bedoeld in de ingevolge artikel 26, tweede
                                    lid, ingetrokken verordeningen, worden geacht eigen graven in de
                                    zin van deze verordening te zijn.</al></li><li nr="3."><al>De rechten en verplichtingen met betrekking tot de op het moment
                                    van de intrekking van de ingevolge artikel 26, tweede lid,
                                    bedoelde verordeningen bestaande algemene graven, die
                                    voortvloeien uit bedoelde ingetrokken verordeningen, blijven van
                                    kracht met dien verstande dat de termijn van een algemeen graf
                                    kan worden verlengd tot en met uiterlijk 31 december 2010.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 28 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Beheersverordening
                            begraafplaatsen”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>