<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR55148_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels artikel 2.12 lid 1 onder a onder 2 Wabo jº artikel 4 van bijlage II BorGemeente De Bilt 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">De Bilt</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Bilt</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch gemeenteblad 2016, https://gvop.overheid.nl/Document/Detail/GVOP-2016-565610</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels artikel 2.12 lid 1 onder a onder 2 Wabo jº artikel 4 van bijlage II Bor gemeente De Bilt 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">ARTIKEL 2.12 LID 1 ONDER A ONDER 2° WABO</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">ARTIKEL 4 VAN BIJLAGE II BOR</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-04-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-04-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>cv28-03-2016</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Dit betreft de tweede wijziging van de beleidsregels artikel 2.12 lid 1 onder a onder 2 Wabo jo. artikel 4 van Bijlage II Bor Gemeente De Bilt 2014</al><al>(2.12 beleid De Bilt 2014)</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregels artikel 2.12 lid 1 onder a onder 2 Wabo jo. artikel 4 van
                Bijlage II Bor Gemeente De Bilt 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>College van burgemeester en wethouders;</al><al/><al>Gelezen het voorstel d.d. 28 maart 2015met als onderwerp "tweede wijziging
                            <vet>Beleidsregels artikel 2.12 lid 1 onder a onder 2 Wabo jo. artikel 4
                            van Bijlage II Bor Gemeente De Bilt 2014</vet></al><al><vet>(2.12 beleid De Bilt 2014)</vet>"</al><al/><al>Gelet op artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht en <vet>artikel 2.12 lid 1
                            onder a onder 2 Wabo jo. artikel 4 van Bijlage II Bor;</vet></al><al/><al><vet>Dit betreft de 2de wijziging, vastgesteld op 5 april 2016 en in
                            werkingtredend op 14 april 2016</vet>;</al><al>Deze beleidsregels vervangen de 1e wijziging d.d. 18 augustus 2015 die zijn
                        bekendgemaakt d.d. 26 augustus 2015.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Aanleiding </al><al>Door de verschillende deelgebieden en kernen is gemeente De Bilt een
                            groene gemeente met een veelzijdig karakter. Om deze waarden te behouden
                            is het belangrijk duidelijke kaders te hebben waarbinnen ruimtelijke
                            ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. Met de actualisatie van
                            bestemmingsplannen is daarmee een belangrijke stap gezet. Daarnaast is
                            een beleidslijn van belang voor de mogelijkheden die de wet biedt om van
                            bestemmingsplannen en beheersverordeningen af te wijken. Indien
                            dergelijke beleidsregels ontbreken, moet voor elk bouwplan een aparte
                            afweging gemaakt worden en afzonderlijk aan het college ter
                            besluitvorming worden voorgelegd. Dergelijke ad hoc beslissingen leiden
                            tot onduidelijkheid en onzekerheid voor aanvragers en komt de
                            ruimtelijke kwaliteit van de gemeente als geheel niet ten goede.
                            Bovendien is voor het beoordelen van een afzonderlijke aanvraag veelal
                            een periode van een aantal maanden nodig. </al><al/><al>De mogelijkheid om af te wijken van het bestemmingsplan en de
                            beheersverordening is geregeld in de Wabo. De uitvoeringsregelgeving van
                            de Wabo is geregeld in het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de Regeling
                            omgevingsrecht (Mor). </al><al>In deze notitie zijn de beleidsregels opgenomen voor de mogelijkheid om
                            af te wijken van het bestemmingsplan en de beheersverordening via een
                            omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo in de
                            gevallen als bedoeld in artikel 2.12 lid 1 onder a onder 2° Wabo j°
                            artikel 4 van bijlage II Bor. Het betreft hier beleidsregels voor de
                            zogenaamde planologische kruimelgevallen onder het regime van de
                            Wabo.</al><al> Leeswijzer </al><al>In het volgende hoofdstuk wordt eerst ingegaan op het kader van gevallen
                            als bedoeld artikel 2.12 lid 1 onder a onder 2° Wabo j° artikel 4 van
                            bijlage II Bor. Daarbij wordt een korte toelichting gegeven op het
                            beleid om af te wijken van planologische kruimelgevallen. Vervolgens
                            gaat hoofdstuk 3 in op de beleidsregels, welke gevolgd wordt door de
                            slotbepalingen in hoofdstuk 4 en een toelichting op de beleidsregels in
                            hoofdstuk 5. In de toelichting wordt per beleidsregel ingegaan op het
                            gemeentelijke uitgangspunt bij de toepassing ervan. Op deze manier
                            ontstaat inzichtelijk, uniform en gemeentebreed beleid en daarmee
                            duidelijkheid voor zowel de aanvrager als de vergunningverlener. </al><al> 2. Kader artikel 2.12 lid 1 onder a onder 2° Wabo j° artikel 4 van
                            bijlage II Bor 2.1 Kader planologische kruimelgevallen </al><al>Op grond van artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo is een omgevingsvergunning
                            verplicht indien het gebruik (waaronder ook bouwen wordt verstaan) van
                            gronden of bouwwerken in strijd is met een bestemmingsplan of
                            beheersverordening. In artikel 2.12 lid 1 Wabo staat een drietal
                            gevallen waarin omgevingsvergunning kan worden verleend, indien de
                            activiteit strijdig is met het bestemmingsplan of de beheersverordening.
                            Lid 1 onder a onder 2° Wabo regelt dat omgevingsvergunning kan worden
                            verleend in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen.
                            Het gaat hier om de zogenaamde planologische kruimelgevallen die zijn te
                            vinden in artikel 4 van bijlage II Bor.</al><al> 2.2 Zorgvuldigheidsbeginsel </al><al>Beslissingen op aanvragen om omgevingsvergunning voor deze
                            kruimelgevallen moeten op zorgvuldige wijze tot stand komen. Dit
                            zorgvuldigheidsbeginsel volgt uit artikel 3:2 van de Algemene wet
                            bestuursrecht (hierna: Awb). Hierbij hoort tevens een gedegen
                            belangenafweging en een goede motivering van het besluit, waarbij de
                            goede ruimtelijke ordening een rol kan spelen.</al><al/><al>Gemeenten kunnen beleidsregels vaststellen op grond van artikel 4:81 Awb
                            voor de uitoefening van de hen toekomende bevoegdheden en op die manier
                            tijdrovende afzonderlijke afwegingen voorkomen. Met onderhavige
                            beleidsregels geeft gemeente De Bilt aan hoe in zijn algemeenheid met
                            aanvragen om omgevingsvergunning voor planologische kruimelgevallen moet
                            worden omgegaan. Hiermee kan op een snellere en eenvoudigere wijze de
                            interne ambtelijke beoordeling over het al of niet verlenen van een
                            omgevingsvergunning ex artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo voor planologische
                            kruimelgevallen plaatsvinden. De beslissing over een aanvraag om
                            voornoemde omgevingsvergunning kan worden gemotiveerd met een verwijzing
                            naar deze beleidsregels, hetgeen een vermindering van bestuurslasten
                            betekent. </al><al/><al>Daarnaast vergroot de vaststelling van beleidsregels de rechtszekerheid
                            en rechtsgelijkheid voor de burger. Zowel de aanvrager van de
                            omgevingsvergunning als derdebelanghebbenden kunnen op basis van deze
                            beleidsregels beoordelen of een aanvraag in beginsel voor een
                            omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan of de
                            beheersverordening in aanmerking komt. Dit is niet alleen
                            klantvriendelijker maar levert ook een tijdswinst op.</al><al> 2.3 Bevoegdheid </al><al>De mogelijkheid om een omgevingsvergunning voor planologische
                            kruimelgevallen te verlenen is geen ‘verplichting’, maar een
                            ‘bevoegdheid’ met een afweging per individueel geval. Beleidsregels zijn
                            daarbij een hulpmiddel. In beginsel handelt het college van burgemeester
                            en wethouders conform dit beleid, tenzij dat voor één of meer
                            belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden
                            onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen
                            doelen. Een omgevingsvergunning voor dergelijke planologische
                            kruimelgevallen dient dan ook niet te worden beschouwd als een recht. </al><al/><al/><al/><al/><al>3. Beleidsregels </al><al><vet>Artikel 1</vet></al><al/><lijst><li nr=""><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><vet>Begripsbepalingen</vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table></li></lijst><al/><al>Bij toepassing van deze beleidsregels worden de volgende definities
                            gebruikt:</al><al/><al><vet>Aan huis verbonden beroep:</vet></al><al>een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt
                            uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie
                            behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie
                            in overeenstemming is.</al><al/><al><vet>Agrarisch bedrijf</vet></al><al>een reëel en volwaardig bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van
                            producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van
                            dieren, waarbij houtteelt is uitgesloten.</al><al><vet>Antenne:</vet></al><al>een constructie, bestaande uit een mast, een ontvang- en zendmast of een
                            stelsel van draden, dan wel een schotel bestemd voor
                            (tele)communicatiedoeleinden.</al><al><vet>Antennedrager:</vet></al><al>antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een
                            antenne.</al><al><vet>Antenne-installatie:</vet></al><al>installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading
                            en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur,
                            met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.</al><al/><al><vet>Bebouwde kom:</vet></al><al>het in bijlage 1 op de kaart als zodanig aangegeven gebied, niet zijnde
                            de plangebieden van de bestemmingsplannen ‘Buitengebied Maartensdijk’,
                            ‘Buitengebied De Bilt Zuid’ en ‘De Bilt Noord-Oost’.</al><al><vet>Bebouwing:</vet></al><al>één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.</al><al/><al/><al><vet>Bedrijf:</vet></al><al>het bedrijfsmatig vervaardigen of repareren van goederen, dan wel het
                            verrichten van ambachtelijke</al><al>diensten.</al><al><vet>Bed and Breakfast (B&amp;B):</vet></al><al>een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de
                            mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het
                            serveren van ontbijt.</al><al/><al/><al><vet>Bestaand bouwwerk:</vet></al><al>een bouwwerk, dat ten tijde van het in ontwerp ter inzage leggen van dit
                            plan bestaat, dat/die of in</al><al>uitvoering is of dat na dat tijdstip is of mag worden gebouwd krachtens
                            een omgevingsvergunning, waarvoor de aanvraag voor dat tijdstip is
                            ingediend of krachtens een omgevingsvergunning die na dit tijdstip,
                            hoewel in strijd met dit plan, niet mag worden geweigerd.</al><al><vet>Bijbehorend bouwwerk:</vet></al><al>uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op
                            hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet
                            tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.</al><al/><al><vet>Bijgebouw:</vet></al><al>a. aangebouwd bijgebouw</al><al>een op hetzelfde bouwperceel aan de woning/gebouw vaststaand gebouw dat
                            in functioneel en</al><al>bouwkundig opzicht hieraan ondergeschikt is, waarbij de functionele
                            ongeschiktheid niet geldt voor huisvesting in verband met
                            mantelzorg;</al><al>b. vrijstaand bijgebouw:</al><al>een op hetzelfde bouwperceel los van de woning/gebouw staand gebouw dat
                            in functioneel en</al><al>bouwkundig opzicht hieraan ondergeschikt is, waarbij de functionele
                            ongeschiktheid niet geldt voor huisvesting in verband met
                            mantelzorg.</al><al/><al><vet>Bor:</vet></al><al>Besluit omgevingsrecht.</al><al><vet>Bouwen:</vet></al><al>het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of
                            veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of
                            gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een
                            standplaats.</al><al><vet>Bouwgrens:</vet></al><al>de grens van een bouwvlak.</al><al/><al><vet>Bouwlaag:</vet></al><al>een gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of nagenoeg gelijke
                            hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met uitsluiting
                            van een kelder voor zover gelegen onder gebouwen en zolder, die gelet op
                            de bouwtechnische eisen in het Bouwbesluit onbruikbaar zijn voor de
                            woonfunctie. </al><al><vet>Bouwperceel:</vet></al><al>een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een
                            zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.</al><al><vet>Bouwperceelgrens:</vet></al><al>een grens van een bouwperceel.</al><al><vet>Bouwvlak:</vet></al><al>een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar
                            ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde
                            zijn toegelaten.</al><al/><al><vet>Bouwwerk:</vet></al><al>elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander
                            materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden,
                            hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.</al><al><vet>Centrumgebied Bilthoven:</vet></al><al>gebied zoals bedoeld in het door de gemeenteraad in februari 2009
                            vastgestelde Masterplan Centrum Bilthoven.</al><al><vet>Centrumgebied De Bilt:</vet></al><al>Gebied zoals in het op 16 december 2010 vastgestelde bestemmingsplan
                            “Hessenweg 2010” globaal is voorzien van de bestemmingen “centrum” en
                            “horeca”, zoals weergegeven op de kaart van bijlage 2.</al><al/><al><vet>Dakkapel:</vet></al><al>een uitbouw in een hellend dakvlak, waarbij rondom de dakkapel een rand
                            met dakpannen zichtbaar is. </al><al><vet>Daknok:</vet></al><al>hoogste punt van een schuin dak.</al><al><vet>Dakvoet:</vet></al><al>laagste punt van een schuin dak.</al><al/><al><vet>Dakopbouw:</vet></al><al>een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok van het
                            dak, die het silhouet van het oorspronkelijke dak verandert.</al><al><vet>Detailhandel:</vet></al><al>het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten
                            verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die
                            deze goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders
                            dan in de uitoefening van een beroeps- of een bedrijfsactiviteit.</al><al><vet>Dienstverlening:</vet></al><al>het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek
                            rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en
                            geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures,
                            wasserettes, makelaarskantoren, internetwinkels en bankfilialen.</al><al><vet>Erf:</vet></al><al>al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is
                            gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten
                            dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voorzover een
                            bestemmingsplan of beheersverordening van toepassing is, deze die
                            inrichting niet verbieden.</al><al/><al><vet>Gebouw:</vet></al><al>elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of
                            gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.</al><al><vet>Hoofdgebouw:</vet></al><al>a. hoofdgebouw:</al><al>gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de
                            verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een
                            perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op
                            die bestemming het belangrijkst is;</al><al>b. vrijstaand hoofdgebouw:</al><al>een hoofdgebouw zonder gemeenschappelijke wand(en) met een ander
                            hoofdgebouw.</al><al/><al><vet>Hoofdmassa:</vet></al><al>het totale bouwvolume van de oorspronkelijke woning.</al><al><vet>Horeca:</vet></al><al>het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en
                            dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het
                            bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf.</al><al><vet>Huisvesting in verband met mantelzorg:</vet></al><al>huisvesting in of bij een woning van één huishouden, van wie tenminste
                            één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de
                            woning.</al><al><vet>Kantoor:</vet></al><al>voorzieningen gericht op het verlenen van diensten zoals
                            administratieve, financiële, architectonische,</al><al>juridische diensten, waarbij het publiek niet of slechts in
                            ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en
                            geholpen.</al><al/><al><vet>Liberalisatiegrens:</vet></al><al>de maximale huur, waarbij nog recht op huurtoeslag bestaat, conform de
                            huurprijs in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag. </al><al><vet>Maatschappelijke voorzieningen:</vet></al><al>activiteiten gericht op sociale, maatschappelijke, medische, educatieve
                            en openbare dienstverlening.</al><al><vet>Mantelzorg:</vet></al><al>intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een
                            hulpverlenend beroep wordt aangeboden aan een hulpbehoevende, ten
                            behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend
                            uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke
                            hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met
                            een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de
                            gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond.
                            Huisvesting in verband met mantelzorg wordt aangemerkt als functioneel
                            verbonden met het hoofdgebouw. </al><al><vet>Netto vloeroppervlakte:</vet></al><al>de oppervlakte van de voor bewoning bestemde vertrekken, waaronder mede
                            wordt verstaan verblijfsruimten; niet meegerekend worden
                            verkeersruimten, toiletten, douche- en badruimten, alsmede ingebouwde
                            bergingen.</al><al><vet>Onzelfstandige woonruimte:</vet></al><al>een woonruimte waarbij sprake is van het delen van wezenlijke
                            voorzieningen (keuken, douche, toilet) met de bewoners van de andere
                            woonruimtes/kamers.</al><al/><al><vet>Oorspronkelijke achtergevel:</vet></al><al>de achtergevel ten tijde van de oplevering van het gebouw/de woning dan
                            wel - indien het gebouw/de woning nog gerealiseerd dient te worden - de
                            achtergevel van het gebouw/de woning, zoals deze met de
                            omgevingsvergunning wordt beoogd.</al><al><vet>Oorspronkelijke woning:</vet></al><al>de woning ten tijde van de oplevering van de woning dan wel - indien de
                            woning nog gerealiseerd dient te worden - de woning, zoals deze met de
                            omgevingsvergunning wordt beoogd.</al><al><vet>Oorspronkelijke zijgevel:</vet></al><al>de zijgevel ten tijde van de oplevering van het gebouw/de woning dan wel
                            - indien het gebouw/de woning nog gerealiseerd dient te worden - de
                            zijgevel van het gebouw/de woning, zoals deze met de</al><al>omgevingsvergunning wordt beoogd.</al><al><vet>Peil:</vet></al><al>a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van de
                            weg, gemeten vanaf de kruin van de weg;</al><al>b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de
                            gemiddelde hoogte van het</al><al>aansluitende afgewerkte maaiveld.</al><al/><al><vet>Portacabin:</vet></al><al>een (prefab) verplaatsbare unit.</al><al><vet>Seksinrichting:</vet></al><al>de voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of
                            in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden
                            verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                            Hieronder wordt in ieder geval verstaan een prostitutiebedrijf,
                            seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, erotische massagesalon of
                            parenclub al dan niet in combinatie met elkaar.</al><al><vet>Voorgevel:</vet></al><al>de naar de wegzijde gekeerde gevel; in geval er meerdere gevels zijn aan
                            te merken als voorgevel, is de gevel die meetelt in de huisnummering de
                            voorgevel.</al><al><vet>Voorgevelrooilijn:</vet></al><al>1. langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige
                            ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: de evenwijdig aan
                            de as van de weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de
                            ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel
                            mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting
                            van de weg geeft;</al><al>2. langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing als onder a bedoeld
                            aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd:</al><al>• bij een wegbreedte van ten minste 10 meter, de lijn gelegen op 15
                            meter uit de as van de weg;</al><al>• bij een wegbreedte geringer dan 10 meter, de lijn gelegen op 10 meter
                            uit de as van de weg.</al><al><vet>Vrijstaand hoofdgebouw:</vet></al><al>een hoofdgebouw zonder gemeenschappelijke wand(en) met een ander
                            hoofdgebouw.</al><al><vet>Wabo:</vet></al><al>Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al><al/><al><vet>Woning/wooneenheid:</vet></al><al>een ruimte of complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één
                            afzonderlijke huishouding.</al><al><vet>Woningvergroting:</vet></al><al>elk bouwkundig ondergeschikte vergroting van de oorspronkelijke
                            woning.</al><al><vet>Artikel 2</vet></al><al/><al><vet>Wijze van meten</vet></al><al/><al>Bij de toepassing van deze beleidsregels wordt als volgt gemeten:</al><al/><al><vet>De bouwhoogte van een bouwwerk:</vet></al><al>vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een
                            bouwwerk met uitzondering van</al><al>ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de
                            aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.</al><al><vet>De inhoud van een bouwwerk:</vet></al><al>tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de
                            gevels (en/of het hart van de</al><al>scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.</al><al><vet>De goothoogte van een bouwwerk:</vet></al><al>vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het
                            boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.</al><al><vet>De lengte, breedte en diepte van een gebouw:</vet></al><al>tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenwerkse gevelvlakken (en/of
                            het hart van de scheidingsmuren).</al><al><vet>De oppervlakte van een bouwwerk:</vet></al><al>tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de
                            scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd ter plaatse van het
                            bouwwerk.</al><al><vet>Het bruto vloeroppervlak:</vet></al><al>de totale en buitenwerkse gemeten oppervlakte van alle bouwlagen die een
                            gebouw telt, met inbegrip van beneden peil gelegen bouwdelen en bij dat
                            gebouw behorende magazijnen, werkplaatsen en overige dienstruimten. </al><al><onderstreept>Aanvullende regels</onderstreept></al><al><vet>De bouwhoogte van ondergeschikte bouwonderdelen:</vet></al><al>De onder ‘bouwhoogte van een bouwwerk’ genoemde ondergeschikte
                            bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee
                            gelijk te stellen bouwonderdelen, mogen de maximale bouwhoogte met niet
                            meer dan 3 meter overschrijden.</al><al/><al><vet>De grootte van dakoverstekken:</vet></al><al>Indien er dakoverstekken aanwezig zijn met een diepte van 70 cm of meer
                            gemeten vanaf de gevel, dan wordt bij de bepaling van de oppervlakte van
                            een bouwwerk het einde van de dakoverstek als buitenwerks gevelvlak
                            aangemerkt.</al><al><vet>Artikel 3</vet></al><al><cursief>Tekst artikel 4 lid 1 bijlage II Besluit
                                omgevingsrecht</cursief></al><al/><al><vet>Een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover
                                gelegen buiten de</vet></al><al><vet>bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen:</vet></al><al><vet>a. niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of
                                bedrijfsgebouw van lichte</vet></al><al><vet>constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf,</vet></al><al><vet>b. de oppervlakte niet meer dan 150 m2.</vet></al><al/><al><vet><onderstreept>Binnen de bebouwde kom</onderstreept></vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al><vet>uitbreidingen aan de voorgevel woningen</vet></al><al>Ondergeschikte vergrotingen aan de voorgevel op de begane grond
                                    van een hoofdgebouw/woning, zoals erkers en toegangen, zijn
                                    toegestaan, met inachtneming van de volgende regels:</al><lijst><li nr="1."><al>de voorgevel mag met maximaal 1 meter diepte worden
                                            vergroot;</al></li><li nr="2."><al>de afstand van de vergroting aan de voorgevel tot de
                                            zijdelingse bouwperceelgrens dient minimaal 2 meter te
                                            bedragen, behalve indien bij de tot de bouwperceelgrens
                                            gebouwde aangrenzende woning –in geval het
                                            aaneengebouwde of halfvrijstaande woningen betreft–
                                            eveneens een woningvergroting aanwezig is, dan wel
                                            tegelijkertijd wordt gebouwd;</al></li><li nr="3."><al>goothoogte van een woningvergroting mag niet meer
                                            bedragen dan de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van de
                                            woning, plus 30 centimeter;</al></li><li nr="4."><al>de bouwhoogte is gelijk aan de toegestane
                                            goothoogte;</al></li><li nr="5."><al>er mag worden afgeweken van het bepaalde onder a en/of
                                            b, indien vanuit stedenbouwkundig oogpunt (zoals reeds
                                            vergunde situaties en/of omgevingstype) hiertoe
                                            aanleiding bestaat;</al></li><li nr="6."><al>het doortrekken van de erker in de vorm van een
                                            overkapping boven de voordeur is mogelijk, met
                                            inachtneming van de overige regels die voor
                                            uitbreidingen aan de voorgevel gelden; </al></li><li nr="7."><al>de ondergeschikte vergroting is niet toegestaan als het
                                            een monument betreft of het hoofdgebouw is gelegen in
                                            een beschermd dorpsgezicht of een aangewezen
                                            cultuurhistorisch gebied;</al></li><li nr="8."><al>het dichtbouwen van de ruimte tussen een bestaand
                                            bijgebouw aan een hoofdgebouw/woning is toegestaan, mits
                                            er in de directe omgeving vergelijkbare gevallen met
                                            vergunning zijn gerealiseerd. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>uitbreidingen aan de zijgevel woningen</vet></al></li></lijst><al>Woningvergroting van een woning aan de oorspronkelijke zijgevel is
                            toegestaan met inachtneming van de volgende regels:</al><lijst><li nr="1."><al>de afstand van de vergroting tot de (verlengde) voorgevel mag
                                    niet minder dan 4 meter bedragen;</al></li><li nr="2."><al>de afstand van de vergroting tot de zijdelingse bouwperceelgrens
                                    mag bij aaneengebouwde en halfvrijstaande woningen niet minder
                                    dan 1 meter bedragen en bij vrijstaande woningen niet minder dan
                                    3 meter;</al></li><li nr="3."><al>de breedte van een vergroting mag maximaal 4 meter
                                    bedragen;</al></li><li nr="4."><al>goothoogte van een woningvergroting mag niet meer bedragen dan
                                    de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van de woning, plus 30
                                    centimeter;</al></li><li nr="5."><al>de bouwhoogte van een vergroting mag maximaal 2 meter meer
                                    bedragen dan de toegestane goothoogte, met dien verstande dat de
                                    bouwhoogte maximaal 5 meter mag bedragen;</al></li><li nr="6."><al>deze afwijking is niet mogelijk voor percelen, waarvoor in het
                                    geldende bestemmingsplan/beheersverordening een minimale afstand
                                    tot de zijdelingse bouwperceelgrens of een bouwvlak is opgenomen
                                    en deze bouwperceelgrens dan wel de grens van dit bouwvlak wordt
                                    overschreden. </al><al/></li></lijst><lijst><li nr="1."><al><vet>uitbreidingen aan de achtergevel woningen</vet></al><al>Woningvergroting van hoofdgebouwen/woningen aan de
                                    oorspronkelijke achtergevel is toegestaan met inachtneming van
                                    de volgende regels:</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>de diepte van een vergroting van een aaneengebouwde of
                                    halfvrijstaande woning mag niet meer bedragen dan 4 meter, mits
                                    de afstand van de achterzijde van de vergroting tot de achterste
                                    bouwperceelgrens ten minste 8 meter bedraagt;</al></li><li nr="2."><al>de diepte van de vergroting van een vrijstaande woning mag niet
                                    meer bedragen dan 6 meter, mits de afstand van de achterzijde
                                    van de vergroting tot de achterste bouwperceelgrens ten minste
                                    10 meter bedraagt;</al></li><li nr="3."><al>indien het bouwperceel geen achterste bouwperceelgrens heeft,
                                    mag de diepte van de vergroting niet meer bedragen dan 4
                                    meter;</al></li><li nr="4."><al>de breedte van de vergroting mag niet meer bedragen dan de
                                    breedte van de oorspronkelijke achtergevel;</al></li><li nr="5."><al>goothoogte van een woningvergroting mag niet meer bedragen dan
                                    de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van de woning, plus 30
                                    centimeter</al></li><li nr="6."><al>de bouwhoogte van woningvergroting mag maximaal 2 meter meer
                                    bedragen dan de toegestane goothoogte,</al></li><li nr="7."><al>deze afwijking is niet mogelijk voor percelen, waarvoor in het
                                    geldende bestemmingsplan/beheersverordening een bouwvlak is
                                    opgenomen en de grens van dit bouwvlak wordt overschreden. </al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al><vet>bijgebouwen</vet></al><al>Voor bijgebouwen binnen de bebouwde kom zijn geen mogelijkheden
                                    opgenomen (buiten vergunningvrij en passend binnen het
                                    bestemmingsplan).</al><al/></li><li nr="2."><al><vet>aan een bouwen uitbreiding achter- en zijgevel
                                        (hoekjesregel) woningen</vet></al><al>Bebouwen van de hoek gelegen tussen de woningvergroting aan de
                                    achter- en de zijgevel is bij woningen toegestaan, met
                                    inachtneming van de volgende regels:</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>de afstand van de vergroting tot de zijdelingse bouwperceelgrens
                                    mag bij aaneengebouwde en halfvrijstaande bebouwing niet minder
                                    dan 1 meter bedragen en bij vrijstaande woningen niet minder dan
                                    3 meter;</al></li><li nr="2."><al>de diepte van de woningvergroting mag niet meer bedragen dan de
                                    maximaal toegestane diepte van de uitbreiding aan de
                                    achtergevel;</al></li><li nr="3."><al>de goothoogte van de vergroting mag niet meer bedragen dan de
                                    bouwhoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw, plus 30
                                    centimeter;</al></li><li nr="4."><al>de bouwhoogte van de vergroting mag maximaal 2 meter meer
                                    bedragen dan de toegestane goothoogte, met dien verstande dat de
                                    bouwhoogte maximaal 5 meter mag bedragen;</al></li><li nr="5."><al>indien een bouwperceel geen achterste bouwperceelgrens heeft,
                                    kan de hoekjesregeling niet worden toegepast;</al></li><li nr="6."><al>deze afwijking is niet mogelijk voor percelen, waarvoor in het
                                    geldende bestemmingsplan/beheersverordening een minimale afstand
                                    tot de zijdelingse bouwperceelgrens of een bouwvlak is opgenomen
                                    en deze bouwperceelgrens dan wel de grens van dit bouwvlak wordt
                                    overschreden. </al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al><vet>een bijgebouw bij een ander gebouw dan een
                                    woning</vet></al><al>Het plaatsen van een bijgebouw bij een ander gebouw dan een
                                    woning is toegestaan, met inachtneming van de volgende
                                    regels:</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>de oppervlakte van het bijgebouw mag maximaal 25m2
                                    bedragen;</al></li><li nr="2."><al>de goot- en bouwhoogtebepalingen uit het bestemmingsplan of de
                                    beheersverordening blijven onverkort van toepassing. </al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al><vet>uitbreiding ten behoeve van huisvesting in verband met
                                        mantelzorg of aangepast wonen ten behoeve van de
                                        bewoner</vet></al><al>Het realiseren van een bijbehorend bouwwerk bij een woning
                                    binnen de bebouwde kom ten behoeve van huisvesting in verband
                                    met mantelzorg of aangepast wonen ten behoeve van de bewoner is
                                    toegestaan op het erf, met inachtneming van de volgende
                                    regels:</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>de oppervlakte voor huisvesting in verband met mantelzorg of
                                    aangepast wonen ten behoeve van de bewoner mag maximaal 50 m2
                                    bedragen;</al></li><li nr="2."><al>de goothoogte van de woningvergroting mag niet meer bedragen dan
                                    de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw, plus
                                    30 centimeter;</al></li><li nr="3."><al>de bouwhoogte van de woningvergroting mag maximaal 2 meter meer
                                    bedragen dan de toegestane goothoogte, met dien verstande dat de
                                    bouwhoogte maximaal 5 meter mag bedragen; </al></li><li nr="4."><al>indien uitbreiding op de verdieping ten behoeve van aangepast
                                    wonen noodzakelijk is, wordt een individuele afweging
                                    hieromtrent gemaakt;</al></li><li nr="5."><al>de goot- en bouwhoogte mag bij een aangebouwd bijgebouw
                                    respectievelijk maximaal 3 meter en 5 meter bedragen; bij een
                                    vrijstaand bijgebouw mag de goot- en bouwhoogte respectievelijk
                                    maximaal 2,5 meter en 4 meter bedragen;</al></li><li nr="6."><al>de bouw- en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende percelen
                                    mogen niet in onevenredige mate worden beperkt;</al></li><li nr="7."><al>na het beëindigen van de mantelzorgsituatie moet het gebruik van
                                    het bijgebouw weer functioneel ondergeschikt zijn aan het
                                    hoofdgebouw, in die zin dat alle woontechnische voorzieningen
                                    (zoals sanitair en keuken) moeten worden verwijderd.</al><al/></li></lijst><lijst><li nr="1."><al><vet>tijdelijke woonunit</vet></al></li></lijst><al>Het realiseren van een vervangende, tijdelijke woonruimte is toegestaan,
                            met inachtneming van de volgende regels:</al><lijst><li nr="1."><al>woonruimte mag uitsluitend worden geplaatst ten behoeve van
                                    nieuwbouw of ingrijpende verbouwing van de hoofdwoning, gelegen
                                    op hetzelfde perceel, in de onmiddellijke nabijheid van de
                                    bouwlocatie;</al></li><li nr="2."><al>de eigen woning is gedurende de bouw niet geschikt voor
                                    bewoning;</al></li><li nr="3."><al>de tijdelijke woonunit wordt geplaatst achter de
                                    voorgevelrooilijn;</al></li><li nr="4."><al>de woonruimte moet zodanig gesitueerd zijn, dat deze niet leidt
                                    tot een aantasting van privacy van omwonenden</al></li><li nr="5."><al>de woonruimte mag pas geplaatst worden op het moment dat voor de
                                    verbouw of nieuwbouw van de hoofdwoning een omgevingsvergunning
                                    is verleend; </al></li><li nr="6."><al>er dient aannemelijk te worden gemaakt voor welke periode een
                                    tijdelijke woonruimte noodzakelijk is;</al></li><li nr="7."><al>de vergunning wordt verleend voor de aangevraagde periode, met
                                    een maximum van drie jaar; </al></li><li nr="8."><al>binnen één maand na gereedmelding van de bouwwerkzaamheden moet
                                    de tijdelijke woonruimte worden verwijderd; </al></li><li nr="9."><al>deze afwijking is niet mogelijk bij grootschalige
                                    inbreidingslocaties.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="1."><al><vet>dakhelling </vet></al><al>Indien een woning met een dakhellingsgraad die in strijd is met
                                    het op dat moment geldende bestemmingsplan, wordt uitgebreid,
                                    mag de bestaande strijdige dakhellingsgraad worden gehandhaafd,
                                    maar niet worden vergroot. </al><al/></li><li nr="2."><al><vet> onderkeldering van woningvergroting en bijgebouwen bij
                                        woningen</vet></al><al>Onderkeldering van de woningvergroting en bijgebouwen bij
                                    woningen is toegestaan onder het grondoppervlak van de
                                    woningvergroting en bijgebouwen, met inachtneming van de
                                    volgende regels:</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>onderkeldering van woningvergrotingen en bijgebouwen bij
                                    woningen is uitsluitend toegestaan tot maximaal de
                                    grondoppervlakte die op grond van het bestemmingsplan en dit
                                    beleid bovengronds is toegestaan;</al></li><li nr="2."><al>onderkeldering van bebouwing mag niet leiden tot een toename van
                                    het aantal woningen;</al></li><li nr="3."><al>onderkeldering mag niet leiden tot een extra (functionele)
                                    woonlaag, maar dient ondergeschikt te zijn aan de
                                    woonfunctie;</al></li><li nr="4."><al>ondergeschikte bouwdelen buiten het grondoppervlak van het
                                    bouwwerk, zoals koekoeken ten behoeve van daglichttoetreding en
                                    ventilatie, zijn toegestaan;</al></li><li nr="5."><al>indien de gronden zijn gelegen in een
                                    grondwaterbeschermingsgebied of gebied dat is aangeduid als
                                    archeologisch waardevol, dan moet aangetoond worden dat de te
                                    beschermen belangen niet worden geschaad.</al></li></lijst><al/><al><vet><onderstreept>Buiten de bebouwde kom:</onderstreept></vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al><vet>tijdelijke woonunit</vet></al></li></lijst><al>Het realiseren van een vervangende, tijdelijke woonruimte is toegestaan,
                            met inachtneming van de volgende regels:</al><lijst><li nr="1."><al>woonruimte mag uitsluitend worden geplaatst ten behoeve van
                                    nieuwbouw of ingrijpende verbouwing van de hoofdwoning, gelegen
                                    op hetzelfde perceel, in de onmiddellijke nabijheid van de
                                    bouwlocatie;</al></li><li nr="2."><al>de eigen woning is gedurende de bouw niet geschikt voor
                                    bewoning;</al></li><li nr="3."><al>de tijdelijke woonunit wordt geplaatst achter de
                                    voorgevelrooilijn;</al></li><li nr="4."><al>de woonruimte moet zodanig gesitueerd zijn, dat deze niet leidt
                                    tot een aantasting van privacy van omwonenden;</al></li><li nr="5."><al>de woonruimte mag pas geplaatst worden op het moment dat voor de
                                    verbouw of nieuwbouw van de hoofdwoning een omgevingsvergunning
                                    is verleend. </al></li><li nr="6."><al>er dient aannemelijk te worden gemaakt voor welke periode een
                                    tijdelijke woonruimte noodzakelijk is;</al></li><li nr="7."><al>de vergunning wordt verleend voor de aangevraagde periode, met
                                    een maximum van drie jaar. </al></li><li nr="8."><al>binnen één maand na gereedmelding van de bouwwerkzaamheden moet
                                    de tijdelijke woonruimte worden verwijderd. </al><al/></li></lijst><lijst><li nr="1."><al><vet>uitbreiding ten behoeve van huisvesting in verband met
                                        mantelzorg of aangepast wonen ten behoeve van de
                                        bewoner</vet></al></li></lijst><al>Het realiseren van een bijbehorend bouwwerk bij een woning buiten de
                            bebouwde kom ten behoeve van huisvesting in verband met mantelzorg of
                            aangepast wonen ten behoeve van de bewoner, is toegestaan op het erf met
                            inachtneming van de volgende regels:</al><lijst><li nr="1."><al>de oppervlakte van de woningvergroting mag maximaal 50 m2
                                    bedragen;</al></li><li nr="2."><al>de goothoogte van de woningvergroting mag niet meer bedragen dan
                                    de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw, plus
                                    30 centimeter;</al></li><li nr="3."><al>de bouwhoogte van de woningvergroting mag maximaal 2 meter meer
                                    bedragen dan de toegestane goothoogte, met dien verstande dat de
                                    bouwhoogte maximaal 5 meter mag bedragen;</al></li><li nr="4."><al>de oppervlakte van een bijgebouw mag maximaal 75 m2
                                    bedragen;</al></li><li nr="5."><al>de goot- en bouwhoogte mag bij een aangebouwd bijgebouw
                                    respectievelijk maximaal 3 meter en 5 meter bedragen; bij een
                                    vrijstaand bijgebouw mag de goot- en bouwhoogte respectievelijk
                                    maximaal 2,5 meter en 4 meter bedragen;</al></li><li nr="6."><al>de bouw- en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende percelen
                                    mogen niet in onevenredige mate worden beperkt.</al></li><li nr="7."><al>na het beëindigen van de mantelzorgsituatie moet het gebruik van
                                    het bijgebouw weer functioneel ondergeschikt zijn aan het
                                    hoofdgebouw, in die zin dat alle woontechnische voorzieningen
                                    (zoals sanitair en keuken) moeten worden verwijderd. </al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al><vet>woningvergroting</vet></al><al>Voor overige woningvergroting buiten de bebouwde kom zijn geen
                                    mogelijkheden opgenomen (buiten vergunningvrij en passend binnen
                                    het bestemmingsplan).</al><al/></li><li nr="2."><al><vet>bijgebouwen</vet></al><al>Voor bijgebouwen buiten de bebouwde kom zijn geen mogelijkheden
                                    opgenomen (buiten vergunningvrij en passend binnen het
                                    bestemmingsplan).</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 4</vet></al><al><cursief>Tekst artikel 4 lid 2 bijlage II Besluit
                                omgevingsrecht</cursief></al><al/><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><vet>Een gebouw ten behoeve van een infrastructurele
                                                  of openbare voorziening als bedoeld</vet></al><al><vet>in artikel 2, onderdeel 18, onder a, dat niet
                                                  voldoet aan de in dat subonderdeel
                                                genoemd</vet></al><al><vet>eisen, mits wordt voldaan aan de volgende
                                                  eisen:</vet></al><al><vet>a. niet hoger dan 5 m, en</vet></al><al><vet>b. de oppervlakte niet meer dan 50
                                                m².</vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al> Het meewerken aan deze afwijking wordt per geval beoordeeld.</al><al/><al><vet>Artikel 5 </vet></al><al/><al><cursief>Tekst artikel 4 lid 3 bijlage II Besluit
                                omgevingsrecht</cursief></al><al/><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><vet>Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een
                                                  gedeelte van een bouwwerk, mits wordt voldaan aan
                                                  de volgende eisen: </vet></al><al><vet>a. niet hoger dan 10 m, en </vet></al><al><vet>b. de oppervlakte niet meer dan 50m2.
                                                </vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><lijst><li nr="1."><al><vet>erf- of perceelafscheidingen </vet></al></li></lijst><al>Het plaatsen van een erf- of perceelafscheiding is toegestaan, met
                            inachtneming van de volgende regels:</al><lijst><li nr="1."><al>voor de voorgevelrooilijn van een gebouw mag de bouwhoogte niet
                                    meer bedragen dan 1 meter;</al></li><li nr="2."><al>voor de voorgevelrooilijn van een gebouw zijn erfafscheidingen
                                    toegelaten tot een bouwhoogte van 1,50 meter, mits </al></li><li nr="3."><al>achter de voorgevelrooilijn van een gebouw mag de bouwhoogte
                                    niet meer bedragen dan 2 meter;</al></li><li nr="4."><al>in afwijking van het bepaalde onder a en c wordt bij het bepalen
                                    van de maximale bouwhoogte voor erfafscheidingen bij
                                    hoekpercelen uitgegaan van de voorgevel, waarbij geldt dat de
                                    bouwhoogte van de erfafscheiding tot 1 meter achter (het
                                    verlengde van) de voorgevel(lijn) maximaal 1 meter bedraagt en
                                    voor het overige 2 meter bedraagt. Voor het gedeelte van de
                                    erfafscheiding van maximaal 1 meter kan toepassing gegeven
                                    worden aan het bepaalde in sub b, mits wordt voldaan aan de
                                    daarin genoemde voorwaarden</al></li><li nr="5."><al>op percelen waar geen gebouwen aanwezig zijn mag de bouwhoogte
                                    niet meer bedragen dan 1 meter</al></li></lijst><al/><al>1.</al><al>Het plaatsen van een openbare speelvoorziening en/of bijbehorende
                            terreinafscheiding is toegestaan, met inachtneming van de volgende
                            regels:</al><lijst><li nr="1."><al>de bouwhoogte van de speelvoorziening bedraagt niet meer dan 4
                                    meter;</al></li><li nr="2."><al>de bouwhoogte bedraagt van de terreinafscheiding bedraagt niet
                                    meer dan 2 meter;</al></li><li nr="3."><al>in afwijking van het bepaalde onder b, mag de bouwhoogte van
                                    dichte voetbalkooien niet meer dan 4 meter bedragen. </al></li></lijst><al>1.</al><al>1.</al><al>Het plaatsen van palen en masten zijn toegestaan, met inachtneming van
                            de volgende regels:</al><lijst><li nr="1."><al>voor de voorgevelrooilijn van bedrijven of kantoren zijn
                                    vlaggenmasten toegestaan, waarbij de bouwhoogte niet meer mag
                                    bedragen dan 7 meter;</al></li><li nr="2."><al>voor de voorgevelrooilijn van een woning is slechts maximaal 1
                                    vlaggenmast toegestaan, waarbij de bouwhoogte niet meer mag
                                    bedragen dan 7 meter;</al></li><li nr="3."><al>achter de voorgevelrooilijn mag de bouwhoogte van palen en
                                    masten niet hoger zijn dan 7 meter;</al></li><li nr="4."><al>de bouwhoogte van lichtmasten ten behoeve van sport,
                                    ballenvangers, ooievaarsnesten en kleine windmolens (incl.
                                    roterend blad) mag niet meer dan 10 meter bedragen. </al></li></lijst><al>1.</al><al>1.</al><al>1.</al><al>Het aanleggen van een niet overdekt privézwembad/zwemvijver op
                            bouwpercelen die groter zijn dan 1000m2 is toegestaan, met inachtneming
                            van de volgende regels:</al><lijst><li nr="1."><al>de oppervlakte hiervan mag niet meer bedragen dan 50 m2;</al></li><li nr="2."><al>de afstand tot de perceelsgrenzen dient tenminste 5 meter te
                                    bedragen;</al></li><li nr="3."><al>voor de toepassing van deze voorschriften blijft een eenmaal
                                    gerealiseerd zwembad aangemerkt als zwembad bij een op hetzelfde
                                    perceel gelegen woning;</al></li><li nr="4."><al>splitsing van het perceel in een deel met het zwembad en een
                                    deel met de woning is niet toegestaan; </al></li><li nr="5."><al>er dient voldaan te worden aan de bepalingen van de Algemeen
                                    plaatselijke verordening op het gebied van geluidhinder;</al></li><li nr="6."><al>indien gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied of
                                    waterwingebied zijn de bepalingen van de Provinciale
                                    Milieuverordening Utrecht van toepassing.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="1."><al><vet>objecten voor de beeldende kunst </vet></al></li></lijst><al>Het plaatsen van een object voor de beeldende kunst is toegestaan, met
                            inachtneming van de volgende regels:</al><lijst><li nr="1."><al>in de openbare ruimte, mag de bouwhoogte niet meer dan 10 meter
                                    bedragen en het object mag geen gevaar voor de verkeerssituatie
                                    opleveren;</al></li><li nr="2."><al>voor de voorgevelrooilijn van een gebouw mag de bouwhoogte niet
                                    meer bedragen dan 3 meter en de oppervlakte niet meer dan 1 m2
                                    bedragen. </al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al><vet>zonnecollectoren en -panelen </vet></al></li></lijst><al>Het plaatsen van zonnecollectoren en –panelen is toegestaan, met
                            inachtneming van de volgende regels:</al><lijst><li nr="1."><al>voor de voorgevelrooilijn van een gebouw zijn geen
                                    zonnecollectoren en- panelen toegestaan;</al></li><li nr="2."><al>achter de voorgevelrooilijn van een gebouw zijn zonnecollectoren
                                    en -panelen toegestaan, waarbij de bouwhoogte niet meer bedraagt
                                    dat 2 meter;</al></li><li nr="3."><al>de plaatsing moet vanuit stedenbouwkundig en ruimtelijk oogpunt
                                    aanvaardbaar zijn;</al></li><li nr="4."><al>bestaande houtopstanden (gemeentelijke bomen, bomen op de
                                    Bomenlijst en vergunningplichtige bomen in Groene Kaart
                                    gebieden) moeten zoveel mogelijk gerespecteerd worden. </al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al><vet>bouwwerken t.b.v. reclame-uitingen </vet></al></li></lijst><al>Het plaatsen van reclame-uitingen is toegestaan, met inachtneming van de
                            volgende regels:</al><lijst><li nr="1."><al>er is sprake van maximaal 1 vrijstaande reclame-uiting per
                                    bedrijf of kantoor op eigen terrein (niet zijnde als openbare
                                    ruimte ingericht terrein), met uitzondering van reclamevlaggen
                                    of banieren in vlaggenmasten;</al></li><li nr="2."><al>de reclame-uiting als bedoeld onder a mag maximaal 2 meter hoog
                                    zijn;</al></li><li nr="3."><al>gevelreclame mag de voorgevelrooilijn met maximaal 0,5 meter
                                    overschrijden;</al></li><li nr="4."><al>er is sprake van maximaal 3 vlaggenmasthouders aan de gevel per
                                    bedrijf;</al></li><li nr="5."><al>reclame-uitingen bij een beroep of bedrijf aan huis mogen
                                    uitsluitend aan de gevel worden bevestigd tot een oppervlakte
                                    van 0,5 m2.</al><al/></li></lijst><lijst><li nr="1."><al><vet>container voor het inzamelen van huishoudelijke
                                        afvalstoffen</vet></al></li></lijst><al>Het plaatsen van een container voor het inzamelen van huishoudelijke
                            afvalstoffen (niet zijnde een openbare voorziening) is toegestaan, met
                            inachtneming van de volgende regels:</al><lijst><li nr="1."><al>de bouwhoogte bedraagt niet meer dat 2 meter;</al></li><li nr="2."><al>indien bovengronds geplaatst, bedraagt de oppervlakte niet meer
                                    dan 4 m2;</al></li><li nr="3."><al>de container wordt geplaatst in de onmiddellijke nabijheid van
                                    het gebouw, ten dienste waarvan de container noodzakelijk
                                    is.</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al><vet>terrasschermen en parasols</vet></al></li></lijst><al>Het plaatsen van schermen ter afscheiding van een terras en/of parasols
                            op een terras zijn toegestaan, met inachtneming van de volgende
                            regels:</al><lijst><li nr="1."><al>het plaatsen van schermen is uitsluitend toegestaan bij
                                    volledige (lichte) horecafuncties in centrumgebied
                                    Bilthoven;</al></li><li nr="2."><al>de schermen mogen alleen voor of naast het pand geplaatst
                                    worden, waarbij de breedte van de eigen gevel bepalend is,
                                    binnen de markering zoals door de gemeente in de openbare ruimte
                                    is aangegeven;</al></li><li nr="3."><al>de bouwhoogte van terrasschermen mag maximaal 1,80 meter
                                    zijn;</al></li><li nr="4."><al>het plaatsen van in de grond verankerde parasols bij een terras
                                    is toegestaan, mits de parasols niet breder zijn dan de breedte
                                    van de voor- of zijgevel en uitsluitend dienen ter overkapping
                                    van het terrasmeubilair dat is geplaatst en geen gesloten geheel
                                    vormen vanaf de gevel;</al></li><li nr="5."><al>het plaatsen van schermen of parasols mag niet leiden tot
                                    verlies van parkeerplaatsen of verkeershinder;</al></li><li nr="6."><al>de schermen en parasols dienen te voldoen aan de regels van het
                                    ‘Beeldkwaliteitsplan Bilthoven centrum’;</al></li><li nr="7."><al>het plaatsen van terrasheaters is enkel toegestaan gedurende het
                                    terrasseizoen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="1."><al><vet>overige bouwwerken, geen gebouw zijnde</vet></al></li></lijst><al>Het plaatsen van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, is toegestaan,
                            met inachtneming van de volgende regels:</al><lijst><li nr="1."><al>voor de voorgevelrooilijn van een gebouw zijn geen andere dan
                                    hiervoor genoemde bouwwerken toegestaan;</al></li><li nr="2."><al>achter de voorgevelrooilijn mag de bouwhoogte niet hoger zijn
                                    dan 3 meter. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 6</vet></al><al><cursief>Tekst artikel 4 lid 4 bijlage II Besluit
                                omgevingsrecht</cursief></al><al/><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><vet>Een dakterras, balkon of andere niet op de
                                                  grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw,
                                                  een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige
                                                  uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een
                                                  bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard
                                                  dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van
                                                  een gebouw.</vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><lijst><li nr="1."><al><vet>dakterrassen</vet></al></li></lijst><al>Een dakterras op woningvergrotingen zijn toegestaan, met inachtneming
                            van de volgende regels:</al><al>a. de afstand van het dakterras tot de zijdelingse
                            bouwperceelgrens(-zen) dient minimaal 2 meter te bedragen, behalve
                            indien bij de tot de bouwperceelgrens gebouwde aangrenzende woning een
                            dakterras tegelijkertijd wordt gebouwd;</al><al>b. de diepte van het dakterras gemeten vanuit de achtergevel mag niet
                            meer dan 3 meter bedragen;</al><al>c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, op het dakterras
                            mag niet meer bedragen dan 1,5 meter. </al><al/><lijst><li nr="1."><al><vet>balkons en galerijen</vet></al></li></lijst><al>Het plaatsen en/of vergroten van een balkon en galerij is toegestaan,
                            met inachtneming van de volgende regels:</al><lijst><li nr="1."><al>de voorgevelrooilijn mag niet meer dan 2 meter worden
                                    overschreden;</al></li><li nr="2."><al>de plaatsing/vergroting vindt plaats in een gebouw met meerdere
                                    woningen. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="1."><al><vet>dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een
                                        gebouw</vet></al></li></lijst><al>Het plaatsen van een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding
                            van een gebouw is toegestaan, met inachtneming van de volgende
                            regels:</al><lijst><li nr="1."><al>de daknok van de dakopbouw mag maximaal 2 meter hoger zijn dan
                                    de oorspronkelijke daknok;</al></li><li nr="2."><al>de goot van de dakopbouw mag niet hoger zijn dan de
                                    oorspronkelijke daknok;</al></li><li nr="3."><al>de goot van de gelijksoortige uitbreiding mag niet hoger zijn
                                    dan 1,75 meter, gemeten vanaf de oorspronkelijke
                                    goothoogte;</al></li><li nr="4."><al>het boeiboord mag niet hoger zijn dan 0,2 meter;</al></li><li nr="5."><al>overstekken mogen niet meer bedragen dan 0,1 meter;</al></li><li nr="6."><al>van het bepaalde onder a tot en met e kan worden afgeweken
                                    indien het bouwwerk qua plaatsing en vormgeving identiek is aan
                                    een bestaand bouwwerk in het betreffende bouwblok of straat (bij
                                    gelijkvormige kapvorm/ gebouwtype), waarvoor een vergunning is
                                    verleend. </al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al><vet>uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van
                                        ondergeschikte aard </vet></al></li></lijst><al>Het uitbreiden van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard
                            is toegestaan, met inachtneming van de volgende regels:</al><lijst><li nr="1."><al>de bouwhoogte uit het geldende
                                    bestemmingsplan/beheersverordening wordt met niet meer dan 5
                                    meter overschreden;</al></li><li nr="2."><al>de overschrijding van de bestemmingsgrenzen uit het geldende
                                    bestemmingsplan/beheersverordening bedraagt niet meer dan 3
                                    meter. </al></li></lijst><al/><al>5) <vet>voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw</vet></al><al>Het uitbreiden van een bouwwerk met voorzieningen gericht op het
                            isoleren van een gebouw is toegestaan, met inachtneming van de volgende
                            regels:</al><lijst><li nr="1."><al>de voorgevelrooilijn mag met maximaal 50 cm worden
                                    overschreden;</al></li><li nr="2."><al>van de afstand van de zijgevels tot de zijdelingse
                                    bouwperceelgrens dan wel de grens van het bouwvlak in het
                                    geldende bestemmingsplan/beheersverordening mag met maximaal 50
                                    cm worden afgeweken;</al></li><li nr="3."><al>de goot- en bouwhoogte mag met maximaal 50 cm worden
                                    overschreden.</al></li><li nr="4."><al/><al>niet overdekt privézwembad</al></li></lijst><lijst><li nr="8."><al>palen en masten </al></li><li nr="8."><al>Speelvoorzieningen en bijbehorende terreinafscheidingen </al></li></lijst><al><vet>Artikel 7</vet></al><al><cursief>Tekst artikel 4 lid 5 bijlage II Besluit
                                omgevingsrecht</cursief></al><al/><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><vet>Een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40
                                                  m.</vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><lijst><li nr="1."><al><vet>masten voor mobiele telecommunicatie</vet></al><al>Het plaatsen van een mast voor mobiele telecommunicatie is
                                    toegestaan, met inachtneming van de volgende regels:</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>de bouwhoogte van een vrijstaande mast mag niet meer bedragen
                                    dan 40 meter;</al></li><li nr="2."><al>bouwhoogte van een mast op een gebouw mag niet meer bedragen dan
                                    6 meter, gemeten vanaf de voet van de mast;</al></li><li nr="3."><al>plaatsing van een mast op een gebouw is uitsluitend mogelijk
                                    indien het betreffende gebouw 15 meter of hoger is;</al></li><li nr="4."><al>de mast wordt niet geplaatst op monumenten;</al></li><li nr="5."><al>plaatsing op woongebouwen is slechts toegestaan, indien kan
                                    worden aangetoond, dat plaatsing elders niet mogelijk is.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 8</vet></al><al/><al><cursief>Tekst artikel 4 lid 6 bijlage II Besluit
                                omgevingsrecht</cursief></al><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><vet>Een installatie bij een glastuinbouwbedrijf
                                                  voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld
                                                in</vet></al><al><vet>artikel 1, eerste lid, onder w, van de
                                                  Elektriciteitswet 1998.</vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>Het meewerken aan deze afwijking wordt per geval beoordeeld.</al><al><vet>Artikel 9</vet></al><al><cursief>Tekst artikel 4 lid 7 bijlage II Besluit
                                omgevingsrecht</cursief></al><al/><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><vet>Een installatie bij een agrarisch bedrijf
                                                  waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door
                                                  het bewerken van uitwerpselen van dieren tot
                                                  krachtens artikel 5, tweede lid, van het
                                                  Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen
                                                  eindproducten van een krachtens dat artikellid
                                                  omschreven bewerkingsprocedé dat ziet op het
                                                  vergisten van ten minste 50 gewichtsprocenten
                                                  uitwerpselen van dieren met in de omschrijving van
                                                  dat procedé genoemde nevenbestanddelen.</vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>Het meewerken aan deze afwijking wordt per geval beoordeeld. </al><al/><al><vet>Artikel 10</vet></al><al/><al><cursief>Tekst artikel 4 lid 8 bijlage II Besluit
                                omgevingsrecht</cursief></al><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><vet>Het gebruiken van gronden voor een
                                                  niet-ingrijpende herinrichting van openbaar
                                                  gebied.</vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>Het meewerken aan deze afwijking wordt per geval beoordeeld. </al><al><vet>Artikel 11</vet></al><al><cursief>Tekst artikel 4 lid 9 bijlage II Besluit
                                omgevingsrecht</cursief></al><al/><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><vet>Het gebruiken van bouwwerken, eventueel in
                                                  samenhang met bouwactiviteiten die de</vet></al><al><vet>bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet
                                                  vergroten, en van bij die bouwwerken</vet></al><al><vet>aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen
                                                  buiten de bebouwde kom, het uitsluitend</vet></al><al><vet>betreft een logiesfunctie voor werknemers of de
                                                  opvang van asielzoekers of andere categorieën
                                                  vreemdelingen.</vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet><onderstreept>Wijzigen gebruik woningen of bijbehorende
                                    bouwwerken:</onderstreept></vet></al><al/><al><vet>1) bedrijfswoning naar kantoor-/bedrijfsactiviteiten</vet></al><al>Het gebruiken van een bedrijfs- of dienstwoning voor bedrijf- of
                            kantooractiviteiten is toegestaan, met inachtneming van de volgende
                            regels:</al><lijst><li nr="1."><al>de activiteit heeft geen nadelige invloed op de normale
                                    verkeersafwikkeling;</al></li><li nr="2."><al>parkeren dient in beginsel op eigen terrein plaats te
                                    vinden;</al></li><li nr="3."><al>de activiteiten mogen geen hinder opleveren voor de
                                    (woon)omgeving;</al></li><li nr="4."><al>de activiteiten mogen zowel naar de aard als ten aanzien van de
                                    visuele aspecten ervan geen afbreuk doen aan het karakter van de
                                    woning en de woonomgeving; </al></li><li nr="5."><al>de activiteiten mogen niet leiden tot een beperking van de
                                    bedrijfsvoering van omliggende functies of tot een verzwaring
                                    van de bedrijfsactiviteiten.</al></li></lijst><al/><al><vet>2) bedrijfswoning naar burgerwoning</vet></al><al>Bij het gebruiken van een bedrijfs- of dienstwoning als burgerwoning
                            wordt een individuele afweging gemaakt. </al><al/><al><vet>3) Bed &amp; Breakfast</vet></al><al>Het gebruiken van een bijgebouw bij een woning of een deel van het
                            hoofdgebouw ten behoeve van Bed &amp; Breakfast (B&amp;B) is toegestaan,
                            met inachtneming van de volgende regels:</al><lijst><li nr="1."><al>er is sprake van kortdurend verblijf van maximaal één week;</al></li><li nr="2."><al>er is sprake van maximaal twee kamers voor B&amp;B, voor in
                                    totaal maximaal vier personen; </al></li><li nr="3."><al>de activiteiten mogen geen nadelige invloed op de normale
                                    verkeersafwikkeling hebben en geen onevenredige parkeerdruk
                                    veroorzaken. Parkeren dient in beginsel op eigen terrein te
                                    geschieden;</al></li><li nr="4."><al>de activiteiten mogen geen hinder opleveren voor de
                                    (woon)omgeving;</al></li><li nr="5."><al>de B&amp;B-gelegenheid beschikt niet over een eigen
                                    kookgelegenheid;</al></li><li nr="6."><al>het bijgebouw beschikt niet over een eigen huisnummer;</al></li><li nr="7."><al>tussen het hoofdgebouw en de B&amp;B-gelegenheid bestaat een
                                    duidelijke relatie;</al></li><li nr="8."><al>de B&amp;B-gelegenheid dient te voldoen aan alle eisen die
                                    gelden voor een dergelijke gelegenheid;</al></li><li nr="9."><al>de B&amp;B wordt gerund door de eigenaar/eigenaren c.q.
                                    hoofdbewoner(s) van de betreffende woning/hoofdgebouw.</al></li></lijst><al/><al><vet> 4) aan huis verbonden beroep </vet></al><al>Het gebruiken van woningen voor aan huis verbonden beroep is toegestaan,
                            met inachtneming van de volgende regels:</al><lijst><li nr="1."><al>de activiteiten mogen aan de woonfunctie geen afbreuk doen en
                                    dienen daaraan ondergeschikt te zijn in die zin, dat de
                                    woonfunctie de belangrijkste functie dient te blijven; dit
                                    betekent dat ten behoeve van een aan huis verbonden beroep niet
                                    meer dan 40% van de footprint van een woning zelfstandig mag
                                    worden gebruikt; </al></li><li nr="2."><al>zelfstandig gebruik van bijgebouwen voor een aan huis verbonden
                                    beroep is niet toegestaan;</al></li><li nr="3."><al>de activiteiten mogen geen hinder opleveren voor de
                                    woonsituatie;</al></li><li nr="4."><al>de activiteiten mogen zowel naar de aard als ten aanzien van de
                                    visuele aspecten ervan geen afbreuk doen aan het karakter van de
                                    woning en de woonomgeving;</al></li><li nr="5."><al>de activiteiten mogen geen detailhandel (met afhaalfunctie aan
                                    huis) of seksinrichting betreffen. Ondergeschikte
                                    beroepsgerelateerde detailhandel (verkoop gelijktijdig bij een
                                    behandeling) en kantoor houden ten behoeve van een webshop is
                                    wel toegestaan; </al></li><li nr="6."><al>de activiteiten mogen geen nadelige invloed hebben op de normale
                                    verkeersafwikkeling en geen onevenredige parkeerdruk
                                    veroorzaken;</al></li></lijst><al><vet>5) kamerbewoning of appartementen</vet></al><al>Het gebruiken van een woning, in een gebouw met een detailhandels-,
                            centrum- of horecabestemming in centrumgebied Bilthoven of centrumgebied
                            De Bilt ten behoeve van onzelfstandige kamerbewoning of appartementen is
                            toegestaan, met inachtneming van de volgende regels:</al><al/><lijst><li nr="1."><al>het aantal kamers of appartementen betreft maximaal vier en zijn
                                    gelegen op de verdieping(en);</al></li><li nr="2."><al>de activiteit mag geen nadelige invloed op de normale
                                    verkeersafwikkeling hebben en geen onevenredige parkeerdruk
                                    veroorzaken;</al></li><li nr="3."><al>de activiteit mag niet leiden tot een beperking in de
                                    bedrijfsvoering van de functie op de begane grond en omliggende
                                    functies;</al></li><li nr="4."><al>de activiteit mag geen nadelige gevolgen hebben voor de
                                    (woon)omgeving;</al></li><li nr="5."><al>in het kader van een goede ruimtelijke ordening zal in ieder
                                    geval moeten worden aangetoond dat er sprake is van een goed
                                    woon- en leefklimaat.</al></li></lijst><al/><al><vet>6) logiesfunctie voor werknemers en opvang van asielzoekers of
                                andere categorieën vreemdelingen</vet></al><al>Het meewerken aan deze afwijking wordt per geval beoordeeld. </al><al/><al><vet><onderstreept>Wijziging gebruik niet-woonfunctie naar
                                    woonfunctie:</onderstreept></vet></al><al/><al><vet>7) voormalige woningen</vet></al><al>Het gebruiken van een gebouw met een niet-woonbestemming als woning is
                            toegestaan, met inachtneming van de volgende regels:</al><lijst><li nr="1."><al>er is sprake van een voormalige woning, die in het verleden
                                    legaal in gebruik is geweest als woning;</al></li><li nr="2."><al>er is sprake van een eigen ingang en huisnummer voor de
                                    woning;</al></li><li nr="3."><al>de activiteiten mogen geen nadelige invloed op de normale
                                    verkeersafwikkeling hebben en geen onevenredige parkeerdruk
                                    veroorzaken. Parkeren dient in beginsel op eigen terrein te
                                    geschieden;</al></li><li nr="4."><al>de activiteiten mogen niet leiden tot een beperking van de
                                    bedrijfsvoering van de functie op de begane grond en omliggende
                                    functies; </al></li><li nr="5."><al>in het kader van een goede ruimtelijke ordening in ieder geval
                                    zal moeten worden aangetoond dat er sprake is van een goed woon-
                                    en leefklimaat.</al></li></lijst><al><vet>8) wonen in kantoorgebouwen</vet></al><al>Het gebruiken van een gebouw met een kantoorbestemming ten behoeve van
                            wonen in de vorm van één of meerdere woningen of onzelfstandige
                            woonruimte(n) is toegestaan, met inachtneming van de volgende
                            regels:</al><al/><lijst><li nr="1."><al>de activiteiten mogen geen nadelige invloed op de normale
                                    verkeersafwikkeling hebben en geen onevenredige parkeerdruk
                                    veroorzaken. Parkeren dient in beginsel op eigen terrein te
                                    geschieden;</al></li><li nr="2."><al>de activiteiten mogen niet leiden tot een beperking van de
                                    bedrijfsvoering van omliggende functies;</al></li><li nr="3."><al>de activiteiten mogen geen hinder opleveren voor de
                                    (woon)omgeving;</al></li><li nr="4."><al>in het kader van een goede ruimtelijke ordening zal in ieder
                                    geval moeten worden aangetoond dat er sprake is van een goed
                                    woon- en leefklimaat. </al></li></lijst><al><vet>9) wonen in gebouwen maatschappelijk of dienstverlening</vet></al><al>Het gebruiken van een gebouw met een bestemming maatschappelijk of
                            dienstverlening ten behoeve van wonen in de vorm van één of meerdere
                            woningen of onzelfstandige woonruimte(n) is toegestaan, met inachtneming
                            van de volgende regels:</al><lijst><li nr="1."><al>het gebouw ligt in overwegende woonomgeving;</al></li><li nr="2."><al>de onzelfstandige woonruimte is toegestaan voor de duur van
                                    maximaal vier jaar;</al></li><li nr="3."><al>de activiteiten mogen geen nadelige invloed op de normale
                                    verkeersafwikkeling hebben en geen onevenredige parkeerdruk
                                    veroorzaken. Parkeren dient in beginsel op eigen terrein te
                                    geschieden;</al></li><li nr="4."><al>de activiteiten mogen niet leiden tot een beperking van de
                                    bedrijfsvoering van omliggende functies;</al></li><li nr="5."><al>de activiteiten mogen geen hinder opleveren voor de
                                    (woon)omgeving;</al></li><li nr="6."><al>in het kader van een goede ruimtelijke ordening zal in ieder
                                    geval moeten worden aangetoond dat er sprake is van een goed
                                    woon- en leefklimaat.</al></li></lijst><al/><al><vet>10) wonen in gebouw detailhandels- of horecabestemming</vet></al><al>Het gebruiken van een gebouw met een detailhandels- of horecabestemming
                            ten behoeve van wonen in de vorm van één of meerdere woningen is
                            toegestaan, met inachtneming van de volgende regels:</al><lijst><li nr="1."><al>het gebouw ligt in een overwegende woonomgeving;</al></li><li nr="2."><al>de activiteiten mogen geen nadelige invloed op de normale
                                    verkeersafwikkeling hebben en geen onevenredige parkeerdruk
                                    veroorzaken. Parkeren dient in beginsel op eigen terrein te
                                    geschieden</al></li><li nr="3."><al>de activiteiten mogen niet leiden tot een beperking van de
                                    bedrijfsvoering van omliggende functies;</al></li><li nr="4."><al>de activiteiten mogen geen hinder opleveren voor de
                                    (woon)omgeving;</al></li><li nr="5."><al>in het kader van een goede ruimtelijke ordening zal in ieder
                                    geval moeten worden aangetoond dat er sprake is van een goed
                                    woon- en leefklimaat.</al></li></lijst><al><vet>11) wonen in gebouwen met een bedrijfsbestemming</vet></al><al>Het gebruiken van een gebouw met een bedrijfsbestemming ten behoeve van
                            wonen in de vorm van één of meerdere woningen is toegestaan met
                            inachtneming van de volgende regels:</al><al/><lijst><li nr="1."><al>het gebouw ligt in een overwegende woonomgeving;</al></li><li nr="2."><al>de activiteiten mogen geen nadelige invloed op de normale
                                    verkeersafwikkeling hebben en geen onevenredige parkeerdruk
                                    veroorzaken. Parkeren dient in beginsel op eigen terrein te
                                    geschieden;</al></li><li nr="3."><al>de activiteiten mogen niet leiden tot een beperking van de
                                    bedrijfsvoering van omliggende functies;</al></li><li nr="4."><al>de activiteiten mogen geen hinder opleveren voor de
                                    (woon)omgeving;</al></li><li nr="5."><al>in het kader van een goede ruimtelijke ordening zal in ieder
                                    geval moeten worden aangetoond dat er sprake is van een goed
                                    woon- en leefklimaat.</al></li></lijst><al/><al><vet>12) logiesfunctie voor werknemers en opvang van asielzoekers of
                                andere categorieën vreemdelingen</vet></al><al>Het meewerken aan deze afwijking wordt per geval beoordeeld. </al><al/><al><vet><onderstreept>Wijziging gebruik niet-woonfunctie naar andere
                                    niet-woonfunctie:</onderstreept></vet></al><al/><al><vet>13) niet-woongebouw</vet></al><al>Het gebruiken van een bestaand niet-woongebouw ten behoeve van een
                            andere niet-woonfunctie is toegestaan, met inachtneming van de volgende
                            regels:</al><lijst><li nr="1."><al>de activiteiten mogen geen nadelige invloed hebben op de normale
                                    verkeersafwikkeling en geen onevenredige parkeerdruk
                                    veroorzaken;</al></li><li nr="2."><al>de activiteiten mogen niet leiden tot een beperking van de
                                    bedrijfsvoering van omliggende functies;</al></li><li nr="3."><al>de activiteiten mogen geen hinder opleveren voor de
                                    (woon)omgeving;</al></li><li nr="4."><al>de activiteiten mogen geen detailhandel, horeca of exploitatie
                                    van een seksinrichting betreffen; </al></li><li nr="5."><al>in afwijking van het bepaalde onder ‘d’ mogen de activiteiten
                                    wel detailhandel en horeca betreffen voor zover vallend in het
                                    centrumgebied Bilthoven en een centrumbestemming op het perceel
                                    rust. Zware horeca zoals bedoeld in bijlage 3 is
                                    uitgesloten;</al></li><li nr="6."><al>het gebruiken van gebouwen met een bedrijfsbestemming anders dan
                                    voor bedrijven is op de volgende plaatsen niet toegestaan:</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>Bedrijventerrein Larenstein te Bilthoven;</al></li><li nr="2."><al>Bedrijventerrein/gebied Rembrandtlaan te Bilthoven;</al></li><li nr="3."><al>Bedrijventerrein/gebied Dierenriem te Maartensdijk;</al></li><li nr="4."><al>Bedrijventerrein/gebied Industrieweg te Maartensdijk;</al></li><li nr="5."><al>Bedrijventerrein/gebied Koningin Wilhelminaweg te
                                    Groenekan;</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>de activiteiten mogen geen bedrijfsfunctie of zelfstandige
                                    kantoorfunctie betreffen;</al></li></lijst><al/><al><vet>14) gebouw met bovenwoning</vet></al><al>Het gebruiken van een begane grond van een hoofdgebouw waarbij op de
                            begane grond geen woonbestemming aanwezig is en op de verdieping wel een
                            woonbestemming aanwezig is, met inachtneming van de volgende
                            regels:</al><lijst><li nr="1."><al>de activiteiten mogen geen nadelige invloed op de normale
                                    verkeersafwikkeling hebben en geen onevenredige parkeerdruk
                                    veroorzaken. Parkeren dient in beginsel op eigen terrein te
                                    geschieden</al></li><li nr="2."><al>de activiteiten mogen niet leiden tot een beperking van de
                                    bedrijfsvoering van omliggende functies;</al></li><li nr="3."><al>de activiteiten mogen geen hinder opleveren voor de
                                    (woon)omgeving;</al></li><li nr="4."><al>de activiteiten mogen geen detailhandel, horeca of exploitatie
                                    van een seksinrichting betreffen; </al></li><li nr="5."><al>in afwijking van het bepaalde onder ‘d’ mogen de activiteiten
                                    wel detailhandel en lichte horeca, zoals bedoeld in bijlage 3
                                    betreffen voor zover vallend in het centrumgebied Bilthoven en
                                    een centrumbestemming op het perceel rust. </al></li><li nr="6."><al>de activiteiten mogen geen bedrijfsfunctie of zelfstandige
                                    kantoorfunctie betreffen. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 12</vet></al><al><cursief>Tekst artikel 4 lid 10 bijlage II Besluit
                                omgevingsrecht</cursief></al><al/><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><vet>Het gebruiken van een recreatiewoning voor
                                                  bewoning, mits wordt voldaan aan de</vet></al><al><vet>volgende eisen:</vet></al><al><vet>a. de recreatiewoning voldoet aan de bij of
                                                  krachtens de Woningwet aan een</vet></al><al><vet>bestaande woning gestelde eisen;</vet></al><al><vet>b. de bewoning niet in strijd is met de bij of
                                                  krachtens de Wet milieubeheer, de Wet</vet></al><al><vet>geluidhinder, de Wet ammoniak en veehouderij en
                                                  de Wet geurhinder en veehouderij</vet></al><al><vet>gestelde regels of de Reconstructiewet
                                                  concentratiegebieden,</vet></al><al><vet>c. de bewoner op 31 oktober 2003 de
                                                  recreatiewoning als woning in gebruik had
                                                en</vet></al><al><vet>deze sedertdien onafgebroken bewoont,
                                                en</vet></al><al><vet>d. de bewoner op 31 oktober 2003 meerderjarig
                                                  was.</vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>Het meewerken aan deze afwijking wordt per geval beoordeeld. </al><al><vet>Artikel 13</vet></al><al/><al><cursief>Tekst artikel 4 lid 11 bijlage II Besluit
                                omgevingsrecht</cursief></al><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><vet>Ander gebruik van gronden of bouwwerken dan
                                                  bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10, voor een
                                                  termijn van ten hoogste tien jaar.</vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet><onderstreept>Binnen de bebouwde kom:</onderstreept></vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al><vet>opslagterrein </vet></al></li></lijst><al>Het gebruiken van gronden ten behoeve van een opslagterrein- en/of een
                            tijdelijke werkterrein ten behoeve van een bouwplaats is toegestaan, met
                            inachtneming van de volgende regels:</al><lijst><li nr="1."><al>de activiteiten vinden plaats gedurende meer dan 30 dagen
                                    achtereen;</al></li><li nr="2."><al>de activiteiten vinden plaats in de onmiddellijke nabijheid van
                                    de bouw-, sloop of (grootschalige) onderhoudswerkzaamheden en
                                    kan niet op het terrein van de werkzaamheden zelf worden
                                    gesitueerd;</al></li><li nr="3."><al>de activiteiten vinden uitsluitend plaats ten tijde van de
                                    bouwwerkzaamheden;</al></li><li nr="4."><al>het terrein is voorzien van een deugdelijke afzetting;</al></li><li nr="5."><al>de activiteiten mogen geen nadelige invloed op de normale
                                    verkeersafwikkeling hebben en geen onevenredige parkeerdruk
                                    veroorzaken;</al></li><li nr="6."><al>er mag geen onevenredige hinder optreden voor de (woon)omgeving.
                                </al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al><vet>tijdelijke noodvoorziening</vet></al></li></lijst><al>Het gebruiken van gronden ten behoeve van een tijdelijke noodvoorziening
                            is toegestaan, met inachtneming van de volgende regels:</al><lijst><li nr="1."><al>de activiteiten vinden plaats gedurende een bouw-, sloop- of
                                    onderhoudsperiode of verhuizing.</al></li><li nr="2."><al>de tijdelijke unit mag enkel worden geplaatst ten behoeve van
                                    detailhandel, dienstverlening of maatschappelijk;</al></li><li nr="3."><al>de bereikbaarheid voor hulpdiensten is gewaarborgd;</al></li><li nr="4."><al>er mag geen onevenredige hinder optreden voor de
                                    (woon)omgeving;</al></li><li nr="5."><al>de activiteiten mogen geen nadelige invloed op de normale
                                    verkeersafwikkeling hebben en geen onevenredige parkeerdruk
                                    veroorzaken;</al></li><li nr="6."><al>de activiteiten vinden plaats gedurende maximaal twee jaar;</al></li><li nr="7."><al>verlenging van de termijn is mogelijk, mits de initiatiefnemer
                                    de noodzaak hiertoe onderbouwt.</al></li></lijst><al><vet>3) tijdelijke woonunit</vet></al><al>Het gebruiken van gronden ten behoeve van een tijdelijke woonunit is
                            toegestaan, met inachtneming van de volgende regels:</al><al/><lijst><li nr="1."><al>het betreft tijdelijke woning(en) met een huurprijs tot en met
                                    de liberalisatiegrens; </al></li><li nr="2."><al>toewijzing van de woonruimte aan de huurder verloopt via
                                    Woningnet of via bemiddeling door gemeente De Bilt en/of
                                    woningcorporatie; </al></li><li nr="3."><al>er mag geen onevenredige hinder optreden voor de
                                    (woon)omgeving;</al></li><li nr="4."><al>de activiteiten mogen geen nadelige invloed op de normale
                                    verkeersafwikkeling hebben en geen onevenredige parkeerdruk
                                    veroorzaken;</al></li><li nr="5."><al>de tijdelijke woonunits mogen enkel binnen de rode contour,
                                    zoals die door de provincie Utrecht zijn vastgesteld, geplaatst
                                    worden; </al></li><li nr="6."><al>in de omgevingsvergunning wordt als voorwaarde opgenomen dat de
                                    vergunninghouder na het verstrijken van de termijn van ten
                                    hoogste 10 jaar verplicht is de voor de verlening van de
                                    omgevingsvergunning bestaande toestand hersteld te hebben. </al></li></lijst><al/><al><vet>4) bevolkingsonderzoek</vet></al><al>Het gebruiken van gronden ten behoeve van een voorziening in het kader
                            van bevolkingsonderzoek of onderzoek van soortgelijke strekking is
                            toegestaan, met inachtneming van de volgende regels;</al><lijst><li nr="1."><al>de activiteiten vinden plaatsen gedurende maximaal een half
                                    jaar;</al></li><li nr="2."><al>de rechthebbende van het betrokken perceel heeft toestemming
                                    gegeven;</al></li><li nr="3."><al>er mag geen hinder optreden voor de (woon)omgeving;</al></li><li nr="4."><al>de activiteiten mogen geen nadelige invloed op de normale
                                    verkeersafwikkeling hebben en geen onevenredige parkeerdruk
                                    veroorzaken. </al></li></lijst><al/><al><vet>5) evenementen</vet></al><al>Het gebruik van gronden ten behoeve van evenementen is toegestaan, met
                            inachtneming van de volgende regels:</al><lijst><li nr="1."><al>de activiteiten mogen geen nadelige invloed op de normale
                                    verkeersafwikkeling hebben;</al></li><li nr="2."><al>voor het parkeren dienen toereikende voorzieningen te worden
                                    getroffen;</al></li><li nr="3."><al>er mag geen geluidsoverlast voor de omgeving ontstaan;</al></li><li nr="4."><al>omliggende functies mogen niet in hun bedrijfsvoering worden
                                    beperkt;</al></li><li nr="5."><al>voor eventuele nadere voorwaarden wordt verwezen naar het
                                    Evenementenbeleid gemeente De Bilt.</al></li></lijst><al><vet><onderstreept>Buiten de bebouwde kom:</onderstreept></vet></al><al><vet>6) tijdelijke noodvoorziening</vet></al><al>Het gebruiken van gronden ten behoeve van een tijdelijke
                            noodvoorziening, met inachtneming van de volgende regels:</al><al/><lijst><li nr="1."><al>de activiteiten vinden plaats gedurende een bouw-, sloop- of
                                    onderhoudsperiode of verhuizing.</al></li><li nr="2."><al>de tijdelijke unit mag enkel worden geplaatst ten behoeve van
                                    detailhandel, dienstverlening of maatschappelijk;</al></li><li nr="3."><al>de bereikbaarheid voor hulpdiensten is gewaarborgd;</al></li><li nr="4."><al>er mag geen onevenredige hinder optreden voor de
                                    (woon)omgeving;</al></li><li nr="5."><al>de activiteiten mogen geen nadelige invloed op de normale
                                    verkeersafwikkeling hebben en geen onevenredige parkeerdruk
                                    veroorzaken;</al></li><li nr="6."><al>de activiteiten vinden plaats gedurende maximaal twee jaar;</al></li><li nr="7."><al>verlenging van de termijn is mogelijk, mits de initiatiefnemer
                                    de noodzaak hiertoe onderbouwt.</al></li></lijst><al/><al><vet>7)</vet><vet>tijdelijke woonunit</vet></al><al>Het gebruiken van gronden ten behoeve van een tijdelijke woonunit is
                            toegestaan, met inachtneming van de volgende regels:</al><al>a. het betreft tijdelijke woning(en) met een huurprijs tot en met de
                            liberalisatiegrens; </al><al>b. toewijzing van de woonruimte aan de huurder verloopt via Woningnet of
                            via bemiddeling door gemeente De Bilt en/of woningcorporatie; </al><al>c. er mag geen onevenredige hinder optreden voor de (woon)omgeving;</al><al>d. de activiteiten mogen geen nadelige invloed op de normale
                            verkeersafwikkeling hebben en geen onevenredige parkeerdruk
                            veroorzaken;</al><al>e. de tijdelijke woonunits mogen enkel binnen de rode contour, zoals die
                            door de provincie Utrecht zijn vastgesteld, geplaatst worden; </al><al>f. in de omgevingsvergunning wordt als voorwaarde opgenomen dat de
                            vergunninghouder na het verstrijken van de termijn van ten hoogste 10
                            jaar verplicht is de voor de verlening van de omgevingsvergunning
                            bestaande toestand hersteld te hebben. </al><al/><al><vet>8) evenementen</vet></al><al>Het gebruik van gronden ten behoeve van evenementen buiten de bebouwde
                            kom is toegestaan, met inachtneming van de volgende regels:</al><lijst><li nr="1."><al>de activiteiten mogen geen nadelige invloed op de normale
                                    verkeersafwikkeling hebben;</al></li><li nr="2."><al>voor het parkeren dienen toereikende voorzieningen te worden
                                    getroffen;</al></li><li nr="3."><al>er mag geen geluidsoverlast voor de omgeving ontstaan;</al></li><li nr="4."><al>omliggende functies mogen niet in hun bedrijfsvoering worden
                                    beperkt;</al></li><li nr="5."><al>er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de
                                    landschappelijke en natuurwaarden die het bestemmingsplan in dat
                                    gebied beoogt te beschermen;</al></li><li nr="6."><al>voor eventuele nadere voorwaarden wordt verwezen naar het
                                    Evenementenbeleid gemeente De Bilt.</al></li></lijst><al> 4. Slotbepalingen </al><al><vet>Artikel 14</vet></al><al><vet>Hardheidsclausule</vet></al><al>Burgemeester en wethouders blijven bevoegd om af te wijken van de
                            regeling wanneer deze voor een of meer belanghebbenden gevolgen hebben
                            die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot
                            de met de beleidsregels te dienen doelen.</al><al><vet>Artikel 15</vet></al><al><vet>Inwerkingtreding</vet></al><al>Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.</al><al><vet>Artikel 16</vet></al><al><vet>Citeertitel</vet></al><al>Dit besluit kan worden aangehaald als “Beleidsregels artikel 2.12 lid 1
                            onder a onder 2° Wabo jº artikel 4 van bijlage II Bor Gemeente De Bilt
                            2014” (2.12 beleid De Bilt 2014).</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><al>5. Toelichting </al><al>Artikel 4 van bijlage II van het Bor geeft zelf al zekere beperkingen aan de
                    reikwijdte om af te wijken van het bestemmingsplan of de beheersverordening via
                    een omgevingsvergunning ex artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo in de gevallen als
                    bedoeld in artikel 2.12 lid 1 onder a onder 2° Wabo. Toch zijn de
                    toepassingsmogelijkheden vaak zeer ruim en biedt de wet ruimte tot invulling via
                    eigen (gemeentelijk) beleid. Over het algemeen houden deze beleidsregels dan ook
                    een nuancering in van de planologische kruimelgevallen, met name door het
                    stellen van criteria, zoals maximale afmetingen. Een nuancering die gebaseerd is
                    op de Biltse situatie, waarbij het ruimtelijk kader als vastgelegd in het
                    bestemmingsplan-handboek de basis vormt. Zodoende zijn hieronder de
                    beleidsregels artikelsgewijs toegelicht en is het gemeentelijke uitgangspunt
                    gegeven.</al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet></al><al>In de beleidsregels is bij de begripsbepalingen gebruik gemaakt van definities
                    uit bestemmingsplannen en de beleidsregels van gemeente De Bilt. Daarnaast wordt
                    aangesloten bij de definities uit de Wabo en het Bor.</al><al/><al><vet>Artikel 2 Wijze van meten</vet></al><al>In de beleidsregels is bij de wijze van meten gebruik gemaakt van de wijze van
                    meten uit de bestemmingsplannen van gemeente De Bilt en het Bor.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Bijbehorend bouwwerk</vet></al><al>Voordat men aan de toepassing van afwijkingsmogelijkheden toekomt, moet eerst
                    gekeken worden naar de mogelijkheden van vergunningsvrij bouwen. Is een bepaald
                    bouwwerk niet vergunningvrij, dan kan gekeken worden in hoeverre het
                    bestemmingsplan of de beheersverordening nog mogelijkheden biedt. Zouden ook
                    daar geen mogelijkheden meer bestaan, dan komt men toe aan de mogelijkheid om af
                    te wijken van het bestemmingsplan/beheersverordening. Bij de mogelijkheden om af
                    te wijken van het bestemmingsplan of beheersverordening zijn de mogelijkheden
                    van het vergunningvrij bouwen al meegewogen. Het kan dus zijn dat er geen extra
                    mogelijkheden worden gecreëerd omdat de mogelijkheden vergunningvrij al ruim
                    voldoende zijn.</al><al/><al><vet><cursief>binnen bebouwde kom</cursief></vet></al><al>In de beleidsregels is onderscheid gemaakt tussen woningen binnen en buiten de
                    bebouwde kom. Voor de grens hiertussen is aangesloten bij de contourenkaart van
                    de bestemmingsplannen, waarbij onderscheid is gemaakt in bestemmingsplannen die
                    betrekking hebben op het buitengebied en de bestemmingsplannen voor de kernen.
                    Deze is weergeven in bijlage 1.</al><al/><al>In het geval van een uitbreiding van of een bijgebouw bij een woning binnen de
                    bebouwde kom, gelden de bouwregels voor aan- of uitbouwen en bijgebouwen bij
                    hoofdgebouwen zoals opgenomen in het bestemmingsstandaard. Het uitgangspunt van
                    een flexibele en globale bestemmingsstandaard, garandeert al voldoende
                    uitbreidingsmogelijkheden. Voor gebieden waar nog geen actueel bestemmingskader
                    geldt, bestaat met deze beleidsregels dezelfde mogelijkheid voor ondergeschikte
                    uitbreidingen. </al><al/><al><cursief>Uitbreiding aan de voorgevel</cursief></al><al>Ondergeschikte uitbreidingen aan de voorgevel zijn toegestaan. De
                    ondergeschiktheid houdt in dat met het oog op de stedenbouwkundige opzet in
                    principe niet over de gehele breedte van de voorgevel mag worden uitgebreid.
                    Uitgangspunt vormt altijd het bestaande kozijn aan de voorzijde. De diepte van
                    een erker mag bij een uitbreiding aan de voorgevel altijd maar maximaal 1 meter
                    zijn.</al><al>Van de maximale diepte van de uitbreiding van 1 meter en de afstandseis tot de
                    zijdelingse perceelsgrens kan worden afgeweken mits er al eerder bij
                    vergelijkbare gevallen voor dergelijke bebouwing vergunning is verleend. Er is
                    dan geen sprake meer van aantasting van de stedenbouwkundige opzet, omdat al
                    eerder medewerking is verleend aan soortgelijke gevallen in de directe omgeving.
                    Ook als buren tegelijkertijd een erker realiseren kan afgeweken worden van de
                    voorgeschreven zijdelingse afstand. Indien men de erker wil doortrekken en daar
                    een overkapping aan vastmaakt voor boven de entree, dan is dat mogelijk. De
                    diepte van de luifel is dan gelijk aan de erker.</al><al>Uitbreidingen aan de voorgevel zijn niet toegestaan bij een monument of
                    beschermd dorpsgezicht. Ook in aangewezen cultuurhistorische gebieden zijn
                    dergelijke uitbreidingen niet toegestaan. Dit is een onwenselijke verdichting en
                    kan leiden tot een aantasting van het ruimtelijk beeld. <cursief>Uitbreiding
                        achter- en zijgevel</cursief></al><al>Bij sommige percelen lopen de beide zijdelingse perceelsgrenzen naar een punt;
                    er bestaat dan feitelijk geen achterste perceelsgrens. Het kan wenselijk zijn
                    een uitbreiding toe te staan, maar om te voorkomen dat, ondanks de diepe punt,
                    het smaller wordende perceel te zeer verdicht wordt, is een maximale uitbreiding
                    van 3 meter diepte mogelijk. Hiermee worden ook de naastgelegen percelen
                    beschermd. </al><al>Ten aanzien van het bepaalde in lid 2 onder d, lid 3 onder d en lid 5 onder c
                    geldt dat het omwille van de isolatie-eisen uit het Bouwbesluit noodzakelijk kan
                    zijn dat er 30 centimeter boven de hoogte van de eerste verdieping gebouwd
                    wordt. Zo kan voldaan worden aan de technische eisen. </al><al>De maximale bouwhoogte van woningvergrotingen mag 2 meter meer dan de toegestane
                    goothoogte, Daarmee creëren we ruimte voor esthetische afwerking. Een
                    functionele ruimte in de kap is toegestaan, mits deze en de rest van de woning
                    uiteraard voldoet aan de geldende technische eisen (Bouwbesluit). De goot- en
                    bouwhoogte van woningvergroting wordt gemeten vanaf peil; verdiept bouwen,
                    waarbij de begane grond vloer onder het maaiveld wordt gerealiseerd, wordt
                    hiermee niet mogelijk gemaakt. Voor onderkeldering gelden aparte regels.</al><al><cursief>Hoekjesregel</cursief></al><al>Bij een uitbreiding aan de zij- en achtergevel kan de situatie ontstaan dat de
                    hoek tussen beide ruimten niet bebouwd kan worden. Om dit mogelijk te maken en
                    zo een architectonische en stedenbouwkundige eenheid te creëren is een
                    ‘hoekjes-regeling’ opgenomen. </al><al>Inmiddels is al een groot aantal bestemmingsplannen geactualiseerd en is
                    maatwerk voor dat specifieke gebied gecreëerd in het specifieke bestemmingsplan.
                    Het is niet logisch om af te wijken van dergelijke bestemmingsplannen met een
                    algemeen beleid dat voor de gehele gemeente geldt. Daarom gelden voor de
                    woningvergrotingen aan de zij- en achtergevel, alsook voor woningvergroting door
                    middel van de hoekjesregel een beperking. Indien in het bestemmingsplan voor het
                    betreffende perceel zijdelingse afstanden en/of een bouwvlak zijn opgenomen,
                    gelden de afwijkingsregels niet, indien de grenzen van die bouwvlakken of te
                    respecteren zijdelingse perceelsafstanden worden overschreden. Zo worden de
                    stedenbouwkundige visies die onder die bestemmingsplannen liggen
                    gerespecteerd.</al><al><cursief>Bijgebouwen bij een ander gebouw dan een woning</cursief></al><al>Voor bijgebouwen bij een ander gebouw dan een woning is de oppervlakte beperkt
                    tot 25 m2 en sluiten we voor de goot- en bouwhoogte aan bij de bestaande
                    bepalingen uit het bestemmingsplan/beheersverordening. Een grotere oppervlakte
                    dan 25 m2 vinden we niet wenselijk omdat het vergunningvrije bouwen en het
                    bestemmingsplan ook al voldoende mogelijkheden bieden. </al><al><cursief>Mantelzorg/aangepast wonen</cursief></al><al>Uitbreiding van of een bijgebouw bij een woning ten behoeve van mantelzorg of
                    ten behoeve van aangepast wonen door de hoofdbewoner is toegestaan. Het bieden
                    van de mogelijkheid voor mantelzorg is van belang voor de leefbaarheid van de
                    gemeente en is als een urgente reden aan te merken op basis waarvan het afwijken
                    van de standaard bebouwingsregels mogelijk moet zijn. Daarnaast wordt ook de
                    mogelijkheid gecreëerd voor de hoofdbewoner om zo lang mogelijk in de eigen
                    woning te blijven wonen. Vandaar dat deze uitbreidingsmogelijkheid geboden wordt
                    voor gebieden waar bestaande bestemmingsplannen dit nog niet mogelijk
                    maken.</al><al>Het gaat hier om zorg binnen de bebouwde kom. De maximale oppervlakte is daarom
                    gesteld op 50m2. Qua bouwhoogte sluit de maatvoering aan bij de ‘normale’
                    uitbreidingsmogelijkheden of de maatvoering in de meeste bestemmingsplannen
                    (voor bijgebouwen). </al><al>Bij beëindiging van de mantelzorg wordt het bijgebouw weer teruggebracht in de
                    staat van bijgebouw, dat wil zeggen functioneel ondergeschikt aan wonen. Daarmee
                    moeten de sanitaire voorzieningen en een eventuele keuken worden
                    verwijderd.</al><al><cursief>Tijdelijke unit</cursief></al><al>Tot de inwerkingtreding van dit 2.12 beleid, gold apart beleid voor het plaatsen
                    van tijdelijke woonunits. Doordat de tijdelijke woonunits nu onder de reikwijdte
                    van de kruimelgevallen zijn komen te vallen (en daarmee onder de reguliere
                    procedure), is apart beleid niet langer noodzakelijk. De uitgangspunten uit dat
                    beleid zijn opgenomen in deze beleidsregels. </al><al>Ingeval er tijdelijke woonruimte moet worden geplaatst, bijvoorbeeld ten behoeve
                    van een verbouwing of nieuwbouw van de woning, kan dit op hetzelfde terrein als
                    het nieuw te bouwen of te verbouwen huis. De nieuw te bouwen of reeds bestaande,
                    te verbouwen woning wordt dan aangemerkt als hoofdgebouw en de tijdelijke
                    woonruimte als bijbehorend bouwwerk. Het kan om redenen veiligheid en toezicht
                    op de bouwlocatie wenselijk zijn om bij de locatie te wonen in verband met de
                    bescherming van eigendommen. De termijn die doorgaans benodigd is voor het
                    verbouwen of nieuw bouwen van een woning ligt tussen de 1 tot 3 jaar maximaal.
                    Bij inbreidingslocaties waar meerdere woningen worden gebouwd (woonwijk), is het
                    niet wenselijk tijdelijke woningen op te richten. Dit kan het bouwproces
                    frustreren.</al><al><cursief>Dakhellingsgraad</cursief></al><al>In een aantal bestemmingsplannen is een bepaling opgenomen over een
                    dakhellingsgraad bij woningen. Deze dakhellingsgraad stemt echter niet altijd
                    overeen met de dakhellingsgraad van de reeds aanwezige, oorspronkelijke
                    woningen. Deze graad is namelijk hoger dan op grond van het bestemmingsplan is
                    toegestaan.</al><al>Bij een uitbreiding van de woning kan dan in sommige gevallen niet worden
                    voldaan aan de in het bestemmingsplan opgenomen dakhellingsgraad, terwijl de
                    dakhellingsgraad niet verandert ten opzichte van hoe deze was. Het is vanuit
                    stedenbouwkundig oogpunt wenselijk af te kunnen wijken van de planvoorschriften
                    van het bestemmingsplan.</al><al><cursief>Onderkeldering</cursief></al><al>Onder onderkeldering wordt verstaan het bouwen van een voor mensen toegankelijke
                    ruimte onder de begane grondvloer. In de meeste recente bestemmingsplannen voor
                    het stedelijk gebied is opgenomen dat onderkeldering van woonbebouwing is
                    toegestaan tot maximaal de grondoppervlakte van de bebouwing die is toegestaan
                    op basis van het bestemmingsplan. In een aantal oudere bestemmingsplannen is
                    onderkeldering in zijn geheel niet mogelijk gemaakt. Bij een aantal
                    bestemmingsplannen is een bepaling over onderkeldering opgenomen in de
                    beschrijving in hoofdlijnen. Hierbij wordt verwezen naar een
                    vrijstellingsbepaling, welke niet expliciet in de planvoorschriften is
                    opgenomen. </al><al>Vanuit ruimtelijk oogpunt bestaan geen bezwaren tegen onderkeldering van de
                    bebouwing binnen de bebouwde kom. De onderkeldering mag niet leiden tot een
                    extra woonlaag, zoals bijvoorbeeld een souterrain. De in de kelder ongebrachte
                    functie dient ondergeschikt te zijn aan de woonfunctie. Voor ventilatie en
                    daglichttoetreding kan het wenselijk zijn om koekoeken aan te brengen. Deze
                    dienen ondergeschikt te zijn. Bij onderkeldering gaat het om bouwen in één laag. </al><al><vet><cursief>buiten bebouwde kom</cursief></vet></al><al>Voor percelen buiten de bebouwde kom zijn wij van mening dat slechts in
                    uitzonderlijke gevallen medewerking kan worden verleend aan afwijking van het
                    bestemmingsplan. Dit betreft het geval van een tijdelijke woonunit (zie ook
                    onder ‘binnen bebouwde kom’) en ingeval van (mantel)zorg.</al><al>Bij woningen zijn wij van mening dat de vergunningsvrije mogelijkheden meer dan
                    voldoende zijn. In het buitengebied zijn de percelen overwegend ruimer dan
                    300m2. Daarmee vallen dergelijke percelen in de ruimste categorie
                    vergunningvrij. Bij percelen vanaf ca. 900 m2 kan tot maximaal 150m2
                    vergunningsvrij aan bijbehorende bouwwerken worden neergezet. </al><al>In ons buitengebied is de bestaande maatvoering van gebouwen maatgevend. Veel
                    woningen hebben al een grote hoeveelheid bijgebouwen op het perceel staan, als
                    overblijfsel van de voormalige agrarische bedrijfsvoering. Om de kwaliteit van
                    ons overwegend open buitengebied te behouden en verdere ‘verstening’ tegen te
                    gaan, staan wij verdere afwijkingen van onze bestemmingsplannen niet toe.
                    Daarbij speelt ook een rol dat het merendeel van deze bestemmingsplannen onlangs
                    is geactualiseerd en geacht wordt ons meest recente planologische beleid te
                    bevatten.</al><al>Slechts in gevallen van zorg (mantelzorg of aangepast wonen voor de
                    hoofdbewoner) is het realiseren van een bijbehorend bouwwerk mogelijk. In de
                    praktijk zullen de mogelijkheden voor vergunningvrij bouwen al voor het
                    merendeel in de behoefte op het gebied van mantelzorg voorzien. </al><al>Voor bijgebouwen geldt dat het moet gaan om een nieuw bijgebouw of een
                    uitbreiding van dat bijgebouw. Het wijzigen van gebruik van een bestaand
                    bijgebouw ten behoeve van mantelzorg is niet mogelijk op basis van dit artikel. </al><al>Voor agrarische bedrijven is in alle bestemmingsplannen een bouwvlak opgenomen.
                    Daarmee worden ruim voldoende bouwmogelijkheden gecreëerd. Vaak kan met een
                    binnenplanse afwijking het bouwvlak nog vergroot worden indien dit nodig is voor
                    de bedrijfsvoering. Het is dan ook niet nodig om nog aanvullende mogelijkheden
                    te creëren voor bijgehorende bouwwerken bij zulke agrarische bedrijven.</al><al>Bij bijvoorbeeld kantoren en bedrijven in het buitengebied zijn in de
                    bestemmingsplannen voor het buitengebied al zulke specifieke regelingen
                    opgenomen dat verdere afwijkingen daarvan niet nodig worden geacht. </al><al>De meeste recreatiewoningen liggen op recreatieparken in ons buitengebied.
                    Hiervoor zijn recent bestemmingsplannen vastgesteld, waarbij specifieke
                    regelingen zijn opgenomen met betrekking tot de oppervlakte van de
                    recreatiewoningen en de daarbij behorende bijgebouwen. Het is dan ook niet
                    wenselijk hier verder van af te wijken. </al><al><vet>Artikel 4 Gebouw t.b.v. infrastructurele of openbare voorziening</vet></al><al>De opgenomen bepalingen in het Bor zijn ruimer dan de in de bestemmingsstandaard
                    opgenomen mogelijkheid om via omgevingsvergunning af te wijken van het
                    bestemmingsplan. Het is echter denkbaar dat in uitzonderingsgevallen een ruimere
                    bouwmogelijkheid noodzakelijk is voor dergelijke voorzieningen. Vandaar dat de
                    mogelijkheid nog steeds wordt geboden onder de voorwaarden zoals gesteld in het
                    Bor af te wijken van het bestemmingsplan. Er zijn geen beleidsregels opgenomen.
                    Dit betekent geenszins dat automatisch een omgevingsvergunning om af te wijken
                    van het bestemmingsplan wordt verleend, indien is voldaan aan de eisen uit het
                    Bor. De gemeente zal per geval nader beoordelen of een afwijking ook
                    aanvaardbaar is.</al><al>9.</al><al><vet>Artikel 5 Bouwwerk geen gebouw zijnde</vet></al><al>De bepalingen uit het Bor zijn erg algemeen en ruim geformuleerd. Deze
                    beleidsruimte kan leiden tot een onwenselijke ruimtelijke situaties. De
                    bepalingen als opgenomen in de bestemmingsstandaard gelden als uitgangspunt.
                    Vergunningvrij zijn voor de voorgevelrooilijn in principe geen bouwwerken, geen
                    gebouwen toegestaan, behalve tenzij de bouwhoogte niet meer is dan 1 meter.
                    Achter de voorgevelrooilijn is een maximale hoogte voor erfafscheidingen van 2
                    meter toegestaan. </al><al>In aanvulling op de mogelijkheden van het vergunningsvrij bouwen is een bepaling
                    opgenomen dat erf- of perceelsafscheidingen mogen worden opgericht op percelen
                    waar geen gebouwen staan. Bij de meeste percelen is dit al vergunningsvrij op
                    grond van artikel 2 van Bijlage II van het Bor, behalve bij percelen die zijn
                    aangewezen als monument. Op grond van het Burgerlijk Wetboek heeft een ieder het
                    recht zijn perceel af te scheiden. Met deze bepaling wordt het oprichten van een
                    erf- of perceelsafscheiding, ook bij percelen waar dit niet vergunningsvrij is,
                    mogelijk gemaakt.</al><al>Voor hoekpercelen is een uitzondering. Bij dergelijke vaak ‘open’ percelen is
                    het wenselijk om een mogelijkheid te bieden het perceel af te scheiden. Door
                    twee voorgevelrooilijnen zou dit met maximaal 1 meter rondom onvoldoende
                    mogelijkheden bieden. Daarom mag vanaf 1 meter achter de voorgevel(lijn) ook een
                    erfafscheiding van 2 meter worden opgericht. </al><al>Voor erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn kan het wenselijk zijn om meer
                    dan 1 meter hoogte toe te staan. Veiligheid kan hier een reden voor zijn. Wel
                    moet de hogere erfafscheiding passen in het straatbeeld en mag het de
                    verkeersveiligheid niet in gevaar brengen. </al><al>Als de uiterlijke kenmerken van de omgeving en de verkeersveiligheid het
                    toelaten, kan ook bij hoekpercelen een hekwerk van 1,5 meter voor de voorgevel
                    worden gerealiseerd. </al><al>Speelvoorzieningen kunnen vaak vergunningsvrij worden opgericht, mits passend
                    binnen het bestemmingsplan. Naast de vergunningsvrije mogelijkheden, bestaat ook
                    de mogelijkheid om bij eventuele andere bestemmingen openbare speelvoorzieningen
                    op te richten. Om de veiligheid van de gebruikers te waarborgen is het vaak
                    wenselijk deze speelplaatsen af te scheiden door middel van bijvoorbeeld
                    hekwerk. De terreinafscheiding zorgt ook voor een beperking van overlast voor
                    omwonenden of bijvoorbeeld weggebruikers in de buurt van de speelvoorziening.
                    Gelet op de mogelijke omvang van een speelvoorziening, is een terreinafscheiding
                    van maximaal 2 meter hoogte mogelijk op grond van deze beleidsregels. </al><al>Voor vlaggenmasten aan de voorzijde is het wenselijk een uitzondering te maken.
                    Deze staan juist vaak voor op percelen. Vergunningvrij kan 1 mast worden
                    opgericht van maximaal 6 meter. Met deze afwijkingsregels kan een mast van
                    maximaal 7 meter worden opgericht bij woningen. Er is daarnaast een aantal veel
                    voorkomende bouwwerken (ballenvangers, ooievaarsnesten, lichtmasten bij
                    sportvelden) waarvoor een regeling is opgenomen, nu deze soms niet in het
                    bestemmingsplan of de beheersverordening zijn opgenomen en waar het toch
                    wenselijk is om gemakkelijk medewerking aan te kunnen verlenen.</al><al>Om te komen tot een eenduidige regeling in hele gemeente voor zwembaden, is voor
                    zwembaden/zwemvijvers een aparte regeling opgenomen. Omdat het aanleggen van
                    zwembaden/zwemvijvers in veel bestemmingsplannen niet geregeld is, is het
                    wenselijk deze mogelijkheid te creëren door middel van dit beleid. De
                    mogelijkheid geldt alleen voor grote percelen (1000m2&gt;). Naast de
                    omgevingsvergunning voor het afwijken bestemmingsplan op grond van dit beleid,
                    dient voldaan te worden aan de eisen zoals neergelegd in de Provinciale
                    Milieuverordening Utrecht als het te bebouwen perceel is gelegen in een
                    grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied. Mocht toestemming nodig zijn op
                    basis van deze verordening, dan haakt deze toestemming aan bij de
                    omgevingsvergunning.</al><al>Daarnaast dient voldaan te worden aan de bepalingen zoals neergelegd in de APV
                    ten aanzien van geluidhinder. </al><al>Voor objecten van beeldende kunst in de openbare ruimte is een regeling
                    opgenomen. Dergelijke bouwwerken worden vaak geplaatst bij wegen, op pleinen en
                    rotondes. Sommige bestemmingsplannen kennen (nog) geen regeling voor kunstwerken
                    in de openbare ruimte. Omdat kunstwerken kunnen bijdragen aan de inrichting van
                    de openbare ruimte, maakt dit beleid het plaatsen ervan mogelijk, mits geen
                    gevaarlijke verkeerssituaties ontstaan. Ook aan het plaatsen van een object van
                    beeldende kunst voor de voorgevelrooilijn, hebben we voorwaarden verbonden.
                    Omdat een kunstwerk ook een bouwwerk is, zal de welstandscommissie, indien niet
                    gelegen in een welstandsvrij gebied, in het kader van de activiteit ‘bouwen’ het
                    kunstwerk beoordelen in relatie tot de redelijke eisen van welstand.</al><al>Gemeente De Bilt heeft duurzaamheid hoog in het vaandel. Dit komt onder meer tot
                    uiting in het ‘Convenant Duurzaam Bouwen’. Daarnaast willen we ook kleinere
                    particuliere initiatieven die gericht zijn op duurzame energieopwekking
                    faciliteren door hiervoor in deze beleidsregels mogelijkheden op te nemen.
                    Uiteraard is een goede inpassing in de omgeving hierbij wel een belangrijk
                    aandachtspunt.</al><al>Bestemmingen liggen vaak strak op gevels geprojecteerd. Zeker in centrumgebieden
                    kan dit ondernemers beperken omdat reclame-uitingen dan niet in het
                    bestemmingsplan passen. Reclame-uitingen zijn niet altijd een bouwwerk (en
                    daarmee vergunningplichtig) maar in veel gevallen wel. Een wildgroei aan
                    reclame-uitingen moet voorkomen worden, maar reclame en ondernemen gaan hand in
                    hand. De gemeente neemt daarom een afwijkingsmogelijkheid op voor
                    reclame-uitingen. Aan de gevel mag de reclame-uiting maximaal 50 cm uitsteken
                    vanaf de gevel. De reclame-uiting moet op de gevel van het pand bevestigd zijn,
                    waar de reclame voor dient. </al><al>Op eigen terrein mag een staande reclame-uiting worden geplaatst van maximaal 2
                    meter hoogte. Ook voor mensen die een beroep aan huis uitoefenen en daarvoor op
                    grond van dit beleid een omgevingsvergunning voor nodig hebben, is een
                    mogelijkheid gecreëerd om een (kleine) reclame-uiting te realiseren. </al><al>Bij veel appartementengebouwen zien we voorzieningen voor de inzameling van
                    afval in de openbare ruimte. Deze worden vaak mee-ontworpen bij de inrichting
                    van die openbare ruimte. Wanneer dergelijke voorzieningen echter niet openbaar
                    toegankelijk zijn, zijn ze vergunningplichtig. Veelal voorziet de bestemming ter
                    plaatse niet in dergelijke bouwwerken. Met deze afwijkingsmogelijkheid kan er
                    toch op een eenvoudige wijze worden meegewerkt aan deze voorziening.</al><al>Er wordt voor de mogelijkheid van terrasschermen en parasols onderscheid gemaakt
                    tussen enerzijds detailhandel – met ondergeschikte horeca – en anderzijds een
                    volledige (lichte) horeca functie. Bij de eerste functie zal door het plaatsen
                    van een scherm te veel nadruk worden gelegd op het ondergeschikte horecadeel,
                    terwijl de hoofdfunctie detailhandel is. Schermen zijn daar dan ook niet
                    toegestaan. Bij volledige (lichte) horecafuncties is het plaatsen van een
                    terrasscherm toegestaan. Terrassen maken onderdeel uit van de horeca-inrichting. </al><al>Vaste overkappingen zijn niet toegestaan (zoals luifels e.d.). Voor de
                    esthetische vormgeving wordt aangesloten bij het Beeldkwaliteitsplan Bilthoven
                    Centrum zoals dat is vastgesteld op 28 oktober 2010.</al><al>Vanuit duurzaamheidsoogpunt is het plaatsen van terrasheaters uitsluitend
                    toegestaan vanaf 1 maart tot en met 31 oktober.</al><al><vet>Artikel 6 Dakterras, balkon, buitenruimte, dakkapel, dakopbouw of
                        soortgelijke uitbreiding, uitbreidingen van ondergeschikte aard en
                        isolerende maatregelen</vet></al><al>In een aantal bestemmingsplannen is een bepaling opgenomen over dakterrassen.
                    Voor dit beleid is aangesloten bij deze bepaling. </al><al>Bij appartementengebouwen (een gebouw met meerdere woningen) vindt met name bij
                    renovatieprojecten (Duurzaam Bouwen en veiligheid) vaker een upgrade van balkons
                    en galerijen plaats. De afmetingen van deze bouwwerken wijzigen hierbij ook. Het
                    bestemmingsplan / de beheersverordening voorziet niet in alle gevallen in deze
                    mogelijkheid. De voorgevel van gebouwen valt niet in alle gevallen samen met de
                    bestemmingsgrens. Met deze afwijkingsmogelijkheid kan er toch op een eenvoudige
                    wijze worden meegewerkt aan deze voorziening.</al><al>Voor de dakkapel en dakopbouw is qua definities aangesloten bij de in de
                    Welstandsnota Gemeente De Bilt gehanteerde begrippen.</al><al>Bij bouwdelen van ondergeschikte aard gaat het om bijvoorbeeld liftopbouwen,
                    schoorstenen, ventilatiekanalen, airco-units, brandtrappen of
                    glazenwasserinstallaties. Voor de maatvoering is aangesloten bij de maatvoering
                    die in de meest geactualiseerde bestemmingsplannen wordt gehanteerd.</al><al>Het is mogelijk om voor bouwwerkzaamheden die in strijd zijn met het
                    bestemmingsplan, maar gericht zijn op het isoleren van bestaande gebouwen, een
                    vergunning te verlenen. Dit kan bijvoorbeeld zijn in het kader van het nationale
                    project ‘De Stroomversnelling’ (nul-op-de-meter-verbouwingen), waarbij het
                    energieverbruik in bestaande woningen drastisch naar beneden wordt gebracht met
                    als doel energieneutraal te worden. ‘De Stroomversnelling’ is een samenwerking
                    van partijen en aanbieders die vraag en aanbod gaan creëren voor zogeheten
                    ‘nul-op-de-meter-verbouwingen’ van rijwoningen uit de periode 1950–1980. De
                    woningen worden dusdanig geïsoleerd en aangepast dat ze energieneutraal worden.
                    In het project werken (bouw)partijen en toeleveranciers samen met gemeenten,
                    woningbouwcoöperaties, energiecoöperaties en wijkambassadeurs. </al><al>De voorgevelrooilijn, de zijdelingse afstand tot de bouwperceelgrens dan wel het
                    bouwvlak en de goot- en bouwhoogte mogen om deze reden met maximaal 50 cm worden
                    overschreden. Dit mag ondanks dat er in het geldende
                    bestemmingsplan/beheersverordening een voorgevelrooilijn, een minimale afstand
                    tot de zijdelingse bouwperceelgrens is opgenomen, een bouwvlak of een goot- en
                    bouwhoogte is opgenomen. Gelet op onze welstandsnota (december 2013) zal, ook in
                    een welstandsvrij gebied, een dergelijk bouwplan moeten worden beoordeeld door
                    de welstandscommissie. Dit is omdat het bouwplan in strijd is met het
                    bestemmingsplan. </al><al><vet>Artikel 7 Antenne-installatie</vet></al><al>De gemeente De Bilt wil dat antenne-installaties op een stedenbouwkundig en
                    maatschappelijk verantwoorde wijze ingepast worden in het landschap en de
                    bebouwde omgeving. Daarom is het noodzakelijk dat er regels en richtlijnen
                    vastgesteld worden voor de plaatsing van antennemasten.</al><al/><al>De belangrijkste uitgangspunten zijn:</al><lijst><li nr="1."><al>medewerking verlenen aan het opbouwen van netwerken voor mobiele
                            telecommunicatie;</al></li><li nr="2."><al>waarborgen dat de antenne-installaties op een veilige wijze zijn
                            opgesteld;</al></li><li nr="3."><al>aantasting van het landschap en horizon zoveel mogelijk beperken door
                            site-sharing te stimuleren</al></li><li nr="4."><al>aantasting van het woongenot tegengaan door antenne-installaties van
                            woongebouwen te weren en er voor zorgen dat antenne-installaties in
                            overeenstemming zijn met het betreffende bestemmingsplan, het
                            welstandsbeleid en de bouwverordening. </al><al>Binnen de bestemmingsstandaard zijn vrijstaande masten tot 50 meter
                            toegestaan. Artikel 4 bijlage II Bor biedt echter slechts ruimte tot 40
                            meter. In de meeste bestemmingsplannen is het bouwen van een antennemast
                            reeds mogelijk gemaakt. </al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 8 Installatie bij glastuinbouw voor
                    warmtekrachtkoppeling</vet></al><al>Alleen indien de noodzaak wordt aangetoond, wordt medewerking verleend aan deze
                    afwijking.</al><al/><al><vet>Artikel 9 Installatie bij een agrarisch bedrijf voor duurzame
                    energie</vet></al><al>Alleen indien de noodzaak wordt aangetoond, wordt medewerking verleend aan deze
                    afwijking.</al><al/><al><vet>Artikel 10 Niet ingrijpende herinrichting openbaar gebied</vet></al><al>Het kan hierbij gaan om bijvoorbeeld het toevoegen van een aantal
                    parkeerplaatsen in een groenstrook, het verleggen van trottoirs of het
                    aanbrengen van groenvoorzieningen of speelvoorzieningen. </al><al>Per geval zal een afweging worden gemaakt, waarbij in de motivering bij de
                    aanvraag – zo nodig- zal moeten worden ingegaan op: de nut/noodzaak van de
                    herinrichting, parkeerdruk in de omgeving, waarde van het groen,
                    verkeersveiligheid en eventuele mogelijkheid tot compensatie van groen. </al><al>Wat onder ‘niet-ingrijpend’ moet worden verstaan, zal sterk afhangen van de
                    omstandigheden van het geval. </al><al/><al><vet>Artikel 11 Wijziging van gebruik bestaande bouwwerken </vet></al><al><cursief>Woonfunctie naar aan wonen gerelateerde functie</cursief></al><al>In beginsel willen wij vasthouden aan de bestaande woningvoorraad. Vanwege
                    schaarste in de woningvoorraad in onze gemeente is een afname van woningen niet
                    wenselijk is. Er zijn echter gevallen waarin wij ons kunnen voorstellen dat het
                    gebruik als woning niet langer wenselijk is of dat het gebruik daarvan
                    gedeeltelijk kan worden aangepast. </al><al>Aandachtspunt is wel dat zodra een woning in zijn geheel verdwijnt door
                    omzetting naar een andere functie, er een onttrekkingvergunning nodig is op
                    grond de regionale Huisvestingsverordening. Het kan dan zijn dat het verlies van
                    de woning moet worden gecompenseerd (financieel of reëel). Deze afweging wordt
                    in het kader van die vergunningprocedure gemaakt. </al><al>Een geval betreft de voormalige bedrijfs-/dienstwoningen. Het principe van een
                    bedrijfswoning is niet meer van deze tijd. De behoefte om een dergelijke woning
                    bij bedrijf of kantoor te hebben is dan ook niet meer aanwezig. Wij kunnen ons
                    voorstellen dat het wenselijk is om in bestaande situaties de voormalige
                    bedrijfswoning een andere functie te geven. Soms kan het wenselijk zijn om deze
                    woning bij de bedrijfs- of kantoorfunctie te betrekken. Voorwaarde hiervoor is
                    wel dat deze uitbreiding van het bedrijf of kantoor geen nadelige invloed mag
                    hebben op omliggende woningen en functies. Daarvoor mag geen overlast ontstaan
                    vanwege geur, geluid of anderszins. De initiatiefnemer dient dit bij zijn
                    aanvraag aan te tonen. Hij kan hierbij gebruik maken van de Handreiking van de
                    VNG ‘Bedrijven en Milieuzonering 2009’. </al><al>Wanneer een voormalige bedrijfswoning gebruikt gaat worden als burgerwoning zal
                    hiervoor een individuele afweging worden gemaakt. In het kader van een goede
                    ruimtelijke ordening zullen alle hierbij betrokken belangen moeten worden
                    betrokken en zal de initiatiefnemer hiertoe een deugdelijke onderbouwing moeten
                    aanleveren. Mogelijk dat dit tot gevolg heeft dat er voldaan moet worden aan een
                    aantal (bijvoorbeeld milieukundige) voorwaarden. </al><al>Met een mogelijkheid tot het creëren van Bed &amp; Breakfast wordt tegemoet
                    gekomen aan een toenemende vraag. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat voldaan
                    wordt aan de regels die gelden voor het exploiteren van een Bed &amp; Breakfast,
                    zoals bijvoorbeeld het niet mogen schenken van alcohol en het hebben van een
                    exploitatievergunning. Ruimtelijk gezien zien wij geen bezwaren tegen dergelijke
                    activiteiten mits de activiteiten niet leiden tot overlast, bijvoorbeeld in de
                    vorm van parkeren. Het gebruik als B&amp;B blijft functioneel ondergeschikt aan
                    de woning. Er mogen maximaal twee kamers worden ingericht ten behoeve van een
                    B&amp;B. Over de kamers verdeeld mogen er maximaal vier bedden worden geplaatst
                    voor maximaal vier personen. Eventuele gemeenschappelijke ruimtes blijven buiten
                    beschouwing. Een B&amp;B mag niet beschikken over een eigen kookgelegenheid. Een
                    eigen kookgelegenheid wordt niet noodzakelijk geacht voor een B&amp;B, omdat de
                    verzorging van B&amp;B-gasten zich beperkt tot logies en ontbijt.</al><al>Aan huis verbonden beroep is in het algemeen toegestaan in de gemeente.
                    Uitgangspunt is dat de hoofdbewoner het beroep zelf uitoefent. De recente
                    bestemmingsplannen in de gemeente hebben al een regeling die dit mogelijk maakt.
                    Voor oudere bestemmingsplannen vormt de mogelijkheid in dit beleid het vangnet.
                    Een goed woon- en leefklimaat moet worden gehandhaafd. </al><al>Met de studentenstad Utrecht en daarmee de Uithof op korte afstand vindt op dit
                    moment op meerdere plekken al kamerbewoning of bewoning in appartementen plaats
                    in onze gemeente, met name rond het gebied Hessenweg. Kamerbewoning is een
                    specifieke vorm van bewoning in een onzelfstandige woonruimte, met name door
                    studenten. Veelal is er sprake van een aantal kamers in een pand, waar gebruik
                    wordt gemaakt van een of meer gezamenlijke voorzieningen. Een appartement heeft
                    wel eigen voorzieningen. Zowel voor kamerbewoning als appartementen creëren we
                    een mogelijkheid om dit boven een winkel, horecagelegenheid of andere
                    centrumfunctie te realiseren. Daarbij stellen wij het maximum op vier
                    kamers/appartementen. Ook hier is een goed woon- en leefklimaat het uitgangspunt
                    en mogen er geen nadelige gevolgen zijn voor de woonomgeving. Daarbij zal de
                    initiatiefnemer moeten aantonen, dat er bijvoorbeeld voldoende
                    stallingsmogelijkheden zijn en dat de afvalvoorziening goed geregeld is. De
                    initiatiefnemer zal hier ook moeten onderbouwen dat de kamers/appartementen
                    voldoen aan een goede ruimtelijke ordening.</al><al/><al>Voor zover een mogelijkheid tot logiesfunctie werknemers en opvang van
                    asielzoekers of andere categorieën van vreemdelingen niet is geregeld in het
                    bestemmingsplan / de beheersverordening, bekijkt het college een verzoek tot
                    afwijking per geval afzonderlijk. Daarnaast is het tevens mogelijk dat een
                    vergunning in het kader van brandveilig gebruik noodzakelijk is. </al><al><cursief>Niet woonfunctie naar woonfunctie </cursief></al><al>In de loop der jaren zijn woningen boven winkels of horeca in gebruik genomen
                    als opslagruimte of kantoorruimte bij het ondergelegen bedrijf. Indien de wens
                    bestaat dit weer een woning te maken, moet dit mogelijk zijn. Vaak kent de
                    verdieping nog alle uiterlijke kenmerken van een woning. De ruimtelijke impact
                    om op de verdieping weer een woning te realiseren is dan vrijwel nihil. </al><al>Door de overspannen kantorenmarkt ontstaat ongewenste leegstand. Om invulling te
                    kunnen geven aan deze panden, bestaat een mogelijkheid om hier bijvoorbeeld
                    woningen in te maken, al dan niet tijdelijk. Dit kunnen kamers zijn ten behoeve
                    van studenten, maar ook studio’s of appartementen, eventueel ook ten behoeve van
                    zorg of antikraak. Wij zien in deze gevallen een groter belang in de voorkoming
                    van leegstand dan om vast te houden aan de geldende kantoorbestemming. </al><al>Hetzelfde geldt voor gebouwen met een maatschappelijke bestemming, zoals
                    bijvoorbeeld schoolgebouwen of gebouwen waar voorheen een culturele instelling
                    zat. Door velerlei oorzaken komen gebouwen met een maatschappelijke bestemming
                    leeg te staan. Wanneer nog niet duidelijk is wat er op die plek gaat gebeuren,
                    kan het wenselijk zijn tijdelijk of permanent invulling te geven aan zo’n gebouw
                    met woningbouw, bijvoorbeeld studentenhuisvesting, ouderenhuisvesting of
                    appartementen. Ook kan er sprake zijn van antikraak. Leegstand leidt tot
                    verloedering en kan leiden tot criminaliteit en vernielingen. Dit is ongewenst.
                    Vanwege de ligging in een woonomgeving wordt de mogelijkheid hiertoe wel beperkt
                    tot een maximale termijn van vier jaar. Het belang van de woonomgeving wordt
                    hiermee gerespecteerd. De termijn van vier jaar sluit aan bij de gemiddelde duur
                    van nieuwe planvorming en -ontwikkeling van de betrokken locatie en vormt
                    tegelijkertijd een prikkel voor de eigenaar om het pand een nieuwe invulling te
                    geven. Tevens wordt hiermee de vestiging van jongeren/studenten in onze gemeente
                    gestimuleerd. De termijn sluit bovendien aan bij de gemiddelde duur van een
                    studie. </al><al>Detailhandel vindt hoofdzakelijk plaats in concentratiegebieden, zoals de
                    centrumgebieden De Bilt, Bilthoven en in Maartensdijk. Her en der zijn nog losse
                    detailhandelfuncties aanwezig. </al><al>Wanneer detailhandelsfuncties buiten de centra willen omzetten naar een
                    woonfunctie, is dit mogelijk. Dit zal de woonomgeving veelal ten goede komen en
                    bovendien ten gunste van de parkeersituatie. </al><al>In sommige woongebieden is van oudsher een bedrijfsfunctie gevestigd. Vanuit
                    milieuoogpunt kan dit hinderlijk zijn (bijvoorbeeld geluid en/of geur) en zou
                    een woonfunctie beter passen in het bestaande pand. Hiermee wordt een
                    concentratie van bedrijfsfuncties op de daarvoor bestemde locaties binnen de
                    gemeente bevorderd. Voor het creëren van een woonfunctie dient dan in het kader
                    van de goede ruimtelijke ordening te worden aangetoond dat de woonfunctie
                    inpasbaar is (bijv. akoestisch). </al><al/><al><cursief>Niet-woonfunctie naar een andere niet-woonfunctie</cursief></al><al>In het centrumgebied Bilthoven, een gebied in ontwikkeling, is meer behoefte aan
                    uitwisselbaarheid van functies. Detailhandel, dienstverlening en (lichte) horeca
                    wisselen elkaar af en kunnen elkaar versterken. Het is wenselijk om dit te
                    faciliteren. </al><al>De bestaande bedrijventerreinen en/of gebieden willen we graag behouden. Er is
                    op slechts enkele plekken nog sprake van een concentratie van bedrijvigheid.
                    Buiten die gebieden wordt slechts op zeer incidentele basis en na een
                    uitgebreide ruimtelijke afweging bedrijvigheid toegestaan. Bedrijven toestaan
                    door functiewijziging is veelal onwenselijk, vanwege de gevolgen voor de
                    omgeving. Vanwege een overspannen kantorenmarkt is het niet wenselijk dat er nog
                    nieuwe kantoren bij komen. Daarom is de wijziging naar kantoren uitgesloten. </al><al>Voor een pand met een bovengelegen woning is een beperking opgenomen. ‘Zware’
                    horeca (zoals restaurants, bars, cafe’s of clubs) is daarbij niet mogelijk door
                    middel van dit afwijkingenbeleid. Dit zou te veel overlast voor de woonomgeving
                    kunnen veroorzaken. Zou hier sprake van zijn, dan wordt een afweging op
                    planniveau gemaakt. In het centrumgebied vinden wij lichte horeca aanvaardbaar
                    wanneer daarboven een woning is gelegen. Hiermee wordt aangesloten bij de
                    mogelijkheden voor lichte horeca die reeds bij het centrumgebied Hessenweg
                    mogelijk zijn. </al><al>In beginsel zou elke functie moeten kunnen, mits er geen hinder ontstaat voor de
                    (woon)omgeving, het parkeren mogelijk is en omliggende functies niet in hun
                    bedrijfsvoering worden beperkt. </al><al><cursief>Planschade</cursief></al><al>Het verlenen van een omgevingsvergunning (= planologische maatregel) voor het
                    afwijken van een bestemmingsplan is op basis van artikel 6.1 van de Wet
                    ruimtelijke ordening een potentieel schadeveroorzakend besluit. Dat houdt in dat
                    er mogelijk planschade kan ontstaan door de planologische maatregel. De
                    eventuele schade leggen wij door aan de initiatiefnemer van het plan via een
                    planschadeverhaalsovereenkomst. Zo zorgen wij ervoor dat eventuele schade niet
                    voor rekening van de gemeente komt, maar voor rekening van degene die het
                    initiatief heeft. Wij maken gebruik van een standaardovereenkomst. Deze zal voor
                    het verlenen van een eventuele vergunning getekend moeten zijn. </al><al><cursief>Goede ruimtelijke ordening</cursief></al><al>Een woning is een geur- en geluidgevoelig object. Bij het toevoegen van een
                    woonfunctie zal daarom moeten worden aangetoond dat een goed woon- en
                    leefklimaat is gewaarborgd. Dit is onderdeel van een goede ruimtelijke ordening.
                    Ligt het pand bijvoorbeeld in de buurt van een spoorweg of in de geluidszone van
                    een snelweg of 50km-weg, dan zal moeten worden aangetoond (door middel van een
                    akoestisch onderzoek) dat voldaan wordt aan de wettelijke normen. Het kan zo
                    zijn dat de toegestane geluidswaarden worden overschreden. In dat geval kan een
                    hogere waardenprocedure op grond van de Wet geluidhinder aan de orde zijn. Deze
                    loopt dan gelijktijdig met de procedure van de omgevingsvergunning.</al><al><cursief>Hinder</cursief></al><al>Bij de wijziging van gebruik van een pand dient voorkomen te worden dat hinder
                    optreedt (voor de woonsituatie). Hinder is een ruim begrip. Aan de hand van de
                    ‘Handreiking Bedrijven en Milieuzonering’ van de VNG kan het begrip worden
                    geconcretiseerd. Twee vragen spelen hierbij een rol: 1. Is een goed woon- en
                    leefklimaat gewaarborgd en 2. Worden bestaande bedrijven/woningen in hun
                    belangen geschaad? In de handreiking worden richtafstanden genoemd. Als de
                    afstand tussen de milieuhinderlijke en de milieugevoelige functie groter is dan
                    de richtafstand, dan valt doorgaans geen hinder te verwachten. Is de afstand
                    kleiner, dan moet de situatie nader worden beschouwd. Aan de aanvrager kan
                    gevraagd worden om aan de hand van de Handreiking van de VNG de situatie te
                    beschrijven en te motiveren waarom de aanvrager meent dat sprake is van een
                    aanvaardbare situatie. Eventueel moeten maatregelen worden getroffen (een muur
                    of afscheiding plaatsen of extra isolatie aanbrengen) om een goed woon- en
                    leefklimaat te kunnen waarborgen.</al><al/><al><cursief>Parkeren</cursief></al><al>Het parkeerbeleid is vastgelegd in het Gemeentelijk Verkeer- en vervoersplan. De
                    parkeerplaatsen moeten in beginsel op eigen terrein, dus binnen de grenzen van
                    het te ontwikkelen kavel of projectgebied, gerealiseerd worden. Als er voldoende
                    alternatieve mogelijkheden zijn, dan kan afgeweken worden van het vereiste van
                    op eigen terrein parkeren. De parkeerkencijfers van het CROW worden als
                    uitgangspunt gehanteerd. De gemeente De Bilt is opgedeeld in verschillende
                    stedelijkheidsklassen, variërend van niet tot matig stedelijk. In het GVVP is
                    deze indeling schematisch weergegeven. De klassen corresponderen met de
                    parkeernormen. </al><al><cursief>Besluit MER</cursief></al><al>Op het moment dat sprake is van functiewijziging of afwijking voor tijdelijke
                    termijn is medewerking via de kruimelgevallenregeling niet mogelijk als de
                    activiteit voorkomt in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit mer (zie
                    artikel 5 onderdeel 6 van Bijlage II van het Bor). Dit betekent onder meer dat
                    op het moment dat er sprake is van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ de
                    afwijking via de uitgebreide procedure dient te verlopen.</al><al><vet>Artikel 13 Tijdelijk bouwen of wijzigen van gebruik </vet></al><al>Voor de toepassing van dit artikel is het van belang dat de activiteit feitelijk
                    beëindigd kan worden. Is de intentie om de activiteit voor een langere periode
                    te ontplooien, dan is daarvoor een andere procedure van toepassing. De maximale
                    termijn is, al dan niet na verlengingen, op tien jaar gesteld.</al><al>Het is niet altijd mogelijk om op het bouwterrein zelf de opslag van
                    bouwmaterialen en inrichting van het werkterrein te regelen. Vooral in een
                    stedelijke omgeving kan de ruimte beperkt zijn. Het is dan wenselijk om een
                    bouwplaats in te richten in de nabijheid van de werkzaamheden. </al><al>Voor het plaatsen van een tijdelijke noodvoorziening hebben we voorwaarden
                    opgenomen. Het gaat hier om noodwinkels of noodgebouwen voor bijvoorbeeld
                    scholen. De bedoeling dat ter overbrugging van een bepaalde periode noodgebouwen
                    kunnen worden geplaatst. Wanneer de bouwwerkzaamheid of verhuizing gereed is,
                    kunnen de voorzieningen weer worden afgebroken. </al><al>In artikel 13 leden 3 en 7 kan onder andere gedacht worden aan het plaatsen van
                    tijdelijke woonunits voor de verhuur aan statushouders (dit zijn mensen met een
                    tijdelijke verblijfsvergunning), maar ook voor de verhuur aan regulier
                    woningzoekenden. Door de oplopende wachttijd voor een sociale huurwoning in onze
                    regio, onder andere door de toestroom van statushouders, is het toevoegen van
                    tijdelijke woonruimte van belang. Het betreft het woningen met een huurprijs tot
                    en met de liberalisatiegrens, waarbij voor de definitie hiervan aansluiting is
                    gezocht bij de Huisvestingsverordening Regio Utrecht (prijspeil 2015: rekenhuur
                    tot €710,68 per maand). Bij bemiddeling wordt de woning via de gemeente en/of
                    woningcorporatie toegewezen aan de woningzoekende. In de omgevingsvergunning
                    wordt een voorwaarde opgenomen dat na het verstrijken van de termijn de toestand
                    hersteld moet worden. Dit is conform artikel 2.23a Wabo. Het gaat hier dus niet
                    om de gevallen waarin er al sprake is van een hoofdgebouw en de tijdelijke
                    woonunit gezien wordt als een bijbehorend bouwwerk. Dit is geregeld in artikel 3
                    van dit beleid. Via dit artikel 3 wordt het plaatsen van een tijdelijke woonunit
                    mogelijk gemaakt ten behoeve van nieuwbouw of ingrijpende verbouwing van het
                    hoofdgebouw.</al><al>Voor evenementen in de gemeente is evenementenbeleid opgesteld
                    (Evenementenbeleid gemeente De Bilt vastgesteld d.d. 18 november 2014). Hierin
                    is opgenomen wanneer een evenement in strijd kan worden geacht met de ter
                    plaatse geldende bestemming. Evenementen die eenmalig plaatsvinden of in elk
                    geval niet regelmatig worden herhaald en/of evenementen met een kleinschalige
                    omvang, korte duur en weinig uitstraling, hebben geen of slechts geringe
                    planologische relevantie. Het zijn met name de grote evenementen die ruimtelijk
                    relevante gevolgen kunnen hebben. </al><al>Wanneer een evenement wel ruimtelijk relevante gevolgen heeft, zal moeten worden
                    beoordeeld of deze gevolgen aanvaardbaar zijn. Een evenement is natuurlijk
                    altijd tijdelijk, dus eventuele hinder zal beperkt zijn tot een korte periode.
                    Voor evenementen gelden echter geluidsnormen welke gehanteerd zullen moeten
                    worden. De initiatiefnemer zal door middel van een akoestisch onderzoek moeten
                    aantonen of de geluidsnormen niet worden overschreden. </al><al/><al>Evenementen in het buitengebied vragen om een bijzondere beoordeling. Naast het
                    geluid is ook de eventuele verstoring van natuur en landschap een belangrijk
                    aspect. De initiatiefnemer zal hiertoe moeten onderbouwen dat het evenement geen
                    afbreuk doet aan de waarden van dat gebied. De initiatiefnemer moet er daarnaast
                    rekening mee houden dat een ontheffing in het kader van de Flora – en Faunawet
                    nodig kan zijn. Indien aannemelijk is dat er verstoring kan optreden van broed-
                    en verblijfplaatsen van diersoorten of beschermde plantsoorten, kan een quick
                    scan Flora- en Fauna gevraagd worden. Mogelijk haakt deze activiteit aan bij de
                    omgevingsvergunning. </al><al><vet>Artikel 14</vet></al><al>Hardheidsclausule</al><al>In het algemeen kan een beroep op de hardheidsclausule worden gedaan indien: </al><al/><lijst><li nr="1."><al>er bijzondere omstandigheden worden aangevoerd die tot medewerking in
                            afwijking van het beleid noodzaken en er geen redelijke alternatieven
                            bestaan om hierin te voorzien, mits de ruimtelijke consequenties beperkt
                            blijven en geen (ongewenste) precedentwerking hoeft te worden gevreesd;
                        </al></li><li nr="2."><al>indien het aannemelijk is dat zich een situatie voordoet die bij het
                            vaststellen van het beleid niet kon worden voorzien en waarmee in het
                            beleid dus geen rekening is gehouden;</al></li><li nr="3."><al>indien de aanvraag niet binnen het geldend beleid past maar als gevolg
                            van het verzoek een beleidswijziging in de rede ligt;</al></li><li nr="4."><al>indien het evident duidelijk is dat er sprake is van een kennelijke
                            omissie/fout in het bestemmingsplan/de beheersverordening.</al></li></lijst><al>Bij het nemen van dit besluit zal een uitdrukkelijke en kenbare afweging van het
                    belang, dat met het afwijken van de beleidsregels wordt gediend, moeten worden
                    gemaakt, gelet op alle betrokken (andere) belangen.</al><al/><al>6. bIJLAGEn </al><al><vet>Bijlage 1 Contourenkaart bebouwde kom</vet></al><al/><al><vet>Bijlage 2 Centrumgebied De Bilt</vet></al><al><vet>Bijlage 3</vet></al><al><vet>Onder lichte horeca als bedoeld in artikel 11 van de beleidsregels wordt
                        verstaan:</vet></al><al><cursief>Aan de detailhandel verwante horeca, zoals: </cursief></al><al/><lijst><li nr="1."><al>automatiek; </al></li><li nr="2."><al>broodjeszaak; </al></li><li nr="3."><al>cafetaria; </al></li><li nr="4."><al>croissanterie; </al></li><li nr="5."><al>koffiebar; </al></li><li nr="6."><al>lunchroom; </al></li><li nr="7."><al>ijssalon; </al></li><li nr="8."><al>snackbar; </al></li><li nr="9."><al>tearoom; </al></li><li nr="10."><al>traiteur. </al></li></lijst><al><vet>Onder zware horeca als bedoeld in artikel 11 van de beleidsregels wordt
                        verstaan:</vet></al><al/><al><cursief>Horecabedrijven die voor een goed functioneren ook ’s nachts geopend
                        zijn en die</cursief></al><al><cursief>tevens een groot aantal bezoekers aantrekken en daardoor grote hinder
                        voor de</cursief></al><al><cursief>omgeving met zich mee kunnen brengen, zoals:</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>dancings;</al></li><li nr="2."><al>discotheek;</al></li><li nr="3."><al>nachtclub;</al></li><li nr="4."><al>partycentrum (regulier gebruik ten behoeve van feesten en
                            muziek/dansevenementen).</al></li></lijst><al/><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>