<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR55137_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet inburgering gemeente Smallingerland 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Smallingerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Smallingerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Breeduit, 26-11-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet inburgering gemeente Smallingerland 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inburgering, art. 8, 19, 23 en 35</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-11-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-11-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2009-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>03-11-2009, volgnr. 7</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening Wet inburgering gemeente Smallingerland 2007.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING WET INBURGERING GEMEENTE SMALLINGERLAND 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Smallingerland;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 oktober 2009, </al><al>gelet op de artikelen 8, 19 lid 4, 23 lid 3 en 35 van de Wet
                        Inburgering</al><al>overwegende </al><al>dat de raad bij verordening regels dient te stellen over de
                        informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen, alsmede
                        over inburgeringsvoorzieningen en taalkennisvoorzieningen en over rechten en
                        plichten van de inburgeringsplichtige vanwege een inburgeringvoorziening of
                        taalkennisvoorziening;</al><al>dat de raad bij verordening het bedrag dient vast te stellen van de
                        bestuurlijke boete die voor de verschillende overtredingen kan worden
                        opgelegd;</al><al>B E S L U I T: </al><al>vast te stellen de volgende: VERORDENING WET INBURGERING GEMEENTE
                        SMALLINGERLAND 2009</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al><vet>Begripsomschrijvingen</vet></al><al><vet>In deze verordening wordt verstaan onder:</vet></al><al>1.</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="38*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="3*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="55*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>college</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>college van burgemeester en wethouders van de
                                                gemeente Smallingerland;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>de wet</al><al>Inburgeraar</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>de Wet inburgering.</al><al>de vrijwillige inburgeraar en de
                                                inburgeringsplichtige als bedoeld in artikel 1
                                                eerste lid onder b van de wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>inburgeringsvoorziening</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>een voorziening die toeleidt naar het
                                                inburgeringsexamen of het Staatsexamen Nederlands
                                                als tweede taal I of II </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e. </al></entry><entry colname="col2"><al>Staatsexamen Nederlands als tweede taal</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>Staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II ,
                                                bedoeld in artikel 7.3.1 lid 1 WEB</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al>taalkennisvoorziening</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>een voorziening gericht op de verwerving van de
                                                kennis van de Nederlandse taal die noodzakelijk is
                                                voor het kunnen afronden van een beroepsopleiding
                                                als bedoeld in artikel 7.2.2 lid 1 onderdelen a en b
                                                WEB</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2"><al>WEB</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>wet educatie en beroepsonderwijs</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>2.De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende regelingen
                            zijn van toepassing op de begrippen die in deze verordening worden
                            gebruikt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al><vet>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op
                                    een doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over
                                    hun rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod
                                    van en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen. </al></li><li nr="2."><al>Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de
                                    inburgeringsplichtigen onder meer gebruik van de volgende
                                    middelen: </al><lijst><li nr="a."><al>publieksbalie gemeentehuis;</al></li><li nr="b."><al>gemeentepagina in een lokale krant;</al></li><li nr="c."><al>gemeentelijke website;</al></li><li nr="d."><al>één of meerdere folders of brochures;</al></li><li nr="e."><al>het beschikbaar stellen van relevante informatie aan
                                            intermediaire organisaties.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Doelgroepen en samenstelling van de inburgeringsvoorziening of
                                taalkennisvoorziening</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al><vet>Aanwijzen van de doelgroepen</vet></al><al>Het college wijst de groepen inburgeringsplichtigen aan waaraan hij bij
                            een</al><al>Inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan aanbieden op basis
                            van de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al>motivatie om in te burgeren;</al></li><li nr="b."><al>de afstand tot de eindtermen van het inburgeringsexamen zoals
                                    aangegeven in de Regeling tot uitvoering van de Wet inburgering
                                    (Regeling inburgering);</al></li><li nr="c."><al>de mate waarin inburgering van belang is om in het eigen
                                    levensonderhoud te kunnen voorzien;</al></li><li nr="d."><al>het hebben van een opvoedingstaak;</al></li><li nr="e."><al>een bijdrage leveren aan participatie in de wijk.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al><vet>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening of
                                taalkennisvoroziening</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering
                                    van de inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, of de
                                    taalkennisvoorziening af op het startniveau en de vaardigheden,
                                    de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie
                                    van de inburgeringsplichtige.</al></li><li nr="2."><al>Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op
                                    arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg
                                    voor dat de inburgeringsvoorziening of taal-kennisvoorziening
                                    wordt afgestemd op de voorziening gericht op re-integratie op de
                                    arbeidsmarkt. </al></li><li nr="3."><al>Asielgerechtigde inburgeringsplichtigen ontvangen
                                    maatschappelijke begeleiding.</al></li><li nr="4."><al>Een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan, naast
                                    datgene dat in de wet is geregeld, een of meer van de volgende
                                    onderdelen bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>opvoedingsondersteuning;</al></li><li nr="b."><al>trajectbegeleiding;</al></li><li nr="c."><al>maatschappelijke redzaamheid;</al></li><li nr="d."><al>deelname aan participatieactiviteiten</al></li><li nr="e."><al>voortgangsgesprekken.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al><vet>De inning van de eigen bijdrage en deelnamebonus </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet
                                    wordt in beginsel in één keer betaald.</al></li><li nr="2."><al>Het innen van de eigen bijdrage vangt niet eerder aan dan drie
                                    maanden na beëindiging van het inburgeringstraject of de
                                    taalkennisvoorziening.</al></li><li nr="3."><al>Indien de inburgeraar heeft deelgenomen aan het
                                    inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede
                                    taal I of II dat deel uitmaakt van het door het college
                                    vastgestelde inburgeringstraject, komt de inburgeraar in
                                    aanmerking voor een deelnamebonus.</al></li><li nr="4."><al>Indien de inburgeraar aan wie een taalkennisvoorziening is
                                    toegekend heeft deelgenomen aan het MBO-examen niveau 1 of 2 ,
                                    komt de inburgeraar in aanmerking voor de deelnamebonus.</al></li><li nr="5."><al>De hoogte van de deelnamebonus komt overeen met de hoogte van de
                                    eigen bijdrage als bedoeld in artikel 23 tweede lid van de
                                    wet.</al></li><li nr="6."><al>De deelnamebonus wordt indien mogelijk verrekend met de eigen
                                    bijdrage als bedoeld in artikel 23 lid 2 van de wet. </al></li><li nr="7."><al>Indien de inburgeraar niet heeft deelgenomen aan het
                                    inburgeringsexamen en dit is de inburgeraar niet te verwijten,
                                    dan bestaat er ook recht op de deelnamebonus. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al><vet>Opleggen van verplichtingen</vet></al><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking een of meer
                            van de volgende verplichtingen opleggen: </al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de aangeboden inburgeringsvoorziening of
                                    taalkennisvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of
                                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip
                                    dat door het college wordt bepaald;</al></li><li nr="e."><al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan;</al></li><li nr="f."><al>overige verplichtingen strekkende tot het succesvol deelnemen
                                    aan en afronden van de aangeboden inburgeringsvoorziening of
                                    taalkennisvoorziening.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Het aanbod van een inburgeringsvoorziening of
                                taalkennisvoorziening</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al><vet>De procedure van het doen van een aanbod</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of
                                    tweede lid, van de wet schriftelijk. Het aanbod wordt gezonden
                                    naar het adres waar de inburgeringsplichtige in de gemeentelijke
                                    basisadministratie is ingeschreven. </al></li><li nr="2."><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de
                                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening die wordt
                                    aangeboden en worden de rechten en verplichtingen vermeld die
                                    aan de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening worden
                                    verbonden. </al></li><li nr="3."><al>De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt
                                    binnen vier weken het college schriftelijk mee of hij het aanbod
                                    al dan niet aanvaardt. </al></li><li nr="4."><al>Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het
                                    college binnen vier weken na ontvangst van deze mededeling het
                                    besluit tot vaststelling van de inburgeringsvoorziening of
                                    taalkennisvoorziening, in overeenstemming met het gedane aanbod.
                                </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al><vet>De inhoud van de beschikking</vet></al><al>Het besluit tot toekenning van een inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening bevat in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de inburgeringsvoorziening of
                                    taalkennisvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                    inburgeringsplichtige; </al></li><li nr="c."><al>de datum waarop het inburgeringsexamen of staatsexamen
                                    Nederlands als tweede taal I of II moet zijn behaald;</al></li><li nr="d."><al>wijze van betaling van de verplichte eigen bijdrage;</al></li><li nr="e."><al>ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van
                                    handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26 van
                                    de wet, aanvangt; en</al></li><li nr="f."><al>de voorwaarden waaronder een premie deelname bonus wordt
                                    toegekend.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr></kop><structuurtekst><al><vet>De bestuurlijke boete</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al><vet>De hoogte van de bestuurlijke boetes </vet></al><al><vet>voor de verschillende overtredingen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 125,- indien de
                                    inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het
                                    college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze
                                    inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende medewerking verleent
                                    aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de
                                    wet. </al></li><li nr="2."><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250,- indien de
                                    inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent
                                    aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde
                                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening, bedoeld in
                                    artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen,
                                    bedoeld in artikel 6 van deze verordening.</al></li><li nr="3."><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250,- indien de
                                    inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid,
                                    van de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op
                                    grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet
                                    verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al><vet>Verhoging van de bestuurlijke boete </vet></al><al><vet>bij herhaling van de overtreding</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9,
                                    eerste lid, bedraagt ten hoogste € 125,-- indien de
                                    inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige
                                    als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt
                                    aan dezelfde overtreding. </al></li><li nr="2."><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9,
                                    tweede lid, bedraagt ten hoogste € 250,-- indien de
                                    inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige
                                    als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt
                                    aan dezelfde overtreding. </al></li><li nr="3."><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,-- indien de
                                    inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond
                                    van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het
                                    inburgeringsexamen heeft behaald. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al><vet>Afstemming van de bestuurlijke boete en nadere regels</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Er wordt geen bestuurlijke boete, zoals bedoeld in artikel 9 en
                                    10 van deze verordening opgelegd voor zover de overtreding niet
                                    aan de overtreder kan worden verweten.</al></li><li nr="2."><al>De hoogte van de bestuurlijke boete bedoeld in artikel 9 en 10
                                    van deze verordening wordt afgestemd op de ernst van de
                                    overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden
                                    verweten.</al></li><li nr="3."><al>Bij de afstemming bedoeld in het tweede lid wordt zo nodig
                                    rekening gehouden met de omstandigheden waaronder de overtreding
                                    heeft plaatsgevonden.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan over de hoogte van de boetes nadere regels
                                    vaststellen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Slotbepalingen</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al><vet>Hardheidsclausule </vet></al><al>Het College kan in bijzondere gevallen ten gunste van de
                            inburgeringsplichtige afwijken van de bepalingen van deze verordening,
                            indien strikte toepassing daarvan leidt tot onbillijkheden van
                            overwegende aard. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al><vet>Inwerkingtreding</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking per 27 november 2009 en de
                                    bepalingen kennen terugwerkende kracht vanaf 1 januari
                                    2009.</al></li><li nr="2."><al>De Verordening Wet Inburgering gemeente Smallingerland,
                                    vastgesteld op 8 mei 2007, wordt ingetrokken per 27 november
                                    2009.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al><vet>Citeertitel</vet></al><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet inburgering
                            gemeente Smallingerland 2009.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad voornoemd in zijn vergadering van 3 november
                        2009</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> secretaris, voorzitter, </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de wijziging van de Wet inburgering</titel></kop><al/><al>Met ingang van 1 januari 2009 is de Wet Inburgering (WI) gewijzigd. Het gaat om
                    de volgende wijzigingen:</al><lijst><li nr="-"><al>Het college krijgt de bevoegdheid aan iedere inburgeringsplichtige een
                            inburgeringsvoorziening aan te bieden (met terugwerkende kracht vanaf 1
                            november 2007);</al></li><li nr="-"><al>Het college krijgt de mogelijkheid om een inburgeringsvoorziening aan te
                            bieden dat gericht is op het staatsexamen Nederlands als tweede taal I
                            of II (met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2008);</al></li><li nr="-"><al>Het college krijgt de bevoegdheid om in plaats van een
                            inburgeringsvoorziening een taalkennisvoorziening aan te beiden aan een
                            inburgeringsplichtige die een MBO- opleiding op niveau 1 of 2 volgt of
                            gaat volgen (met terugwerkende kracht vanaf 1 september 2008); en</al></li><li nr="-"><al>De gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat het college een
                            inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan vaststellen zonder
                            dat eerst een aanbod wordt gedaan.</al></li></lijst><al/><al>Aanbodsysteem of vaststellingssysteem</al><al/><al>Op grond van het artikel 19a eerste lid van de WI kan de gemeenteraad bij
                    verordening bepalen dat het college inburgeringvoorzieningen of
                    taalkennisvoorzieningen niet kan aanbieden maar direct kan vaststellen. Indien
                    ervoor wordt gekozen om dit op te nemen in de verordering kan het college niet
                    besluiten om een inburgeringsplichtige een voorziening aan te bieden, maar is
                    het verplicht om ten behoeve van die inburgeringsplichtige een
                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening vast te stellen. De
                    inburgeringsplichtige is direct verplicht om medewerking te verlenen aan de
                    uitvoering van de vastgestelde inburgeringsvoorziening.</al><al>De gemeente kan er echter ook voor kiezen om het huidige aanbodstelstel te
                    blijven hanteren. In deze verordening wordt er voor gekozen het huidige
                    aanbodstelsel te blijven hanteren Gezien de ervaringen van de afgelopen 2 jaren
                    wordt ervoor gekozen om het huidige aanbodstelsel te blijven handhaven. Door het
                    doen van een aanbod zijn de inburgeringsplichtigen gemotiveerd om aan het
                    inburgeringstraject deel te nemen en het examen te behalen, tevens is er niet
                    gebleken dat dwang hierbij noodzakelijk is. </al><al>In het vervolg van deze toelichting is het hanteren van het aanbodsysteem
                    uitgangspunt. </al><al/><tussenkop>Algemene toelichting op de Wet inburgering </tussenkop><al/><al>Op grond van de Wet inburgering ( WI) hebben de gemeenten een aantal belangrijke
                    taken toebedeeld gekregen. Zo hebben gemeenten de opdracht om de
                    inburgeringsplichtigen in de gemeente goed te informeren over de rechten en
                    plichten die voortvloeien uit deze wet. Daarnaast hebben gemeenten de taak aan
                    inburgeringsplichtigen die daarvoor op grond van de wet of het gemeentelijk
                    beleid in aanmerking komen een inburgeringsvoorziening aan te bieden. Een
                    inburgeringsvoorziening leidt de inburgeringsplichtigen toe naar het
                    inbugerings-examen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II. In
                    plaats van een inburge-ringsvoorziening mogen gemeenten aan
                    inburgeringsplichtigen die een mbo-opleiding op niveau 1 of 2 volgen of gaan
                    volgen een taalkennisvoorziening aanbieden.</al><al>Daarnaast moet het college een bestuurlijke boete opleggen als een
                    inburgeringplichtige zich verwijtbaar niet houdt aan de verplichtingen die voor
                    hem gelden.</al><al/><al>In verband met deze taken draagt de WI gemeenten op om bij verordening regels te
                    stellen over de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="1."><al>Regels over de informatieverstrekking door de gemeente aan
                            inburgeringsplichtigen, ter </al><al> zake van hun rechten en plichten uit hoofde van deze wet, alsmede van
                            het aanbod van </al><al> en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen (artikel 8 WI).</al></li><li nr="2."><al>Regels met betrekking tot het aanbieden van een inburgeringsvoorziening
                            of een </al><al> taalkennisvoorziening en over rechten en plichten van de
                            inburgeringsplichtige voor wie </al><al> een inburgerings- of taalkennisvoorziening is vastgesteld (artikel 19,
                            vierde lid en artikel </al><al> 23, derde lid WI).</al></li><li nr="3."><al>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete die voor de
                            verschillende </al><al>overtredingen kan worden opgelegd (artikel 35 WI).</al></li></lijst><al/><tussenkop>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen </tussenkop><al>Om verschillende redenen is het van groot belang om te zorgen voor een
                    kwalitatief hoogwaardige informatievoorziening. Een goede wegwijzer en adviseur
                    aan het begin kan ervoor zorgen dat inburgeringsplichtigen over voldoende kennis
                    beschikken om een afgewogen keuze te maken voor de meest passende
                    inburgeringactiviteiten. Tevens kan een goede informatievoorziening ervoor
                    zorgen dat inburgeringsplichtigen ook die ondersteuning ontvangen waar zij recht
                    op hebben. In de tweede plaats is een goede informatievoorziening noodzakelijk
                    om te wijzen op rechten en plichten die horen bij de inburgering. Een goede
                    informatievoorziening geldt uiteraard ook voor de vrijwillige inburgeraar.</al><al/><tussenkop>Het aanbieden van inburgerings- en
                    taalkennisvoorzieningen</tussenkop><al>Het uitgangspunt van de wet is de eigen verantwoordelijkheid van de
                    inburgerings-plichtige om te bepalen hoe hij zich voorbereidt op het
                    inburgeringsexamen. </al><al>Gemeenten kunnen inburgeringsplichtigen ondersteunen door het aanbieden van een
                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening. Aanvankelijk konden gemeenten
                    uitsluitend een aanbod doen aan bepaalde categorieën inburgeringsplichtigen. Met
                    ingang van 1 november 2007 (de wetswijziging heeft terugwerkende kracht) kunnen
                    gemeenten aan alle inburgeringsplichtigen een aanbod doen.</al><al/><al>Gemeenten zijn dus verplicht een inburgeringsvoorziening of
                    taalkennisvoorziening aan te bieden aan alle asielgerechtigde
                    inburgeringsplichtigen (oud- en nieuwkomers) en een speciale landelijk
                    vastgestelde inburgeringsvoorziening aan te bieden aan oud- en nieuwkomers die
                    werkzaam zijn als geestelijk bedienaar (artikel 19, eerste lid, onderdeel b,
                    WI). Het aanbod behelst een inburgeringsvoorziening die toeleidt naar het
                    inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II en
                    omvat het eenmaal kosteloos afleggen van dat examen. Een taalkennisvoorziening
                    is gericht op de verwerving van de kennis van de Nederlandse taal die
                    noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau 1 of 2
                    (artikel 19, tweede lid, WI).</al><al>Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen bestaat een inburgeringsvoorziening
                    of een taalkennisvoorziening ook uit maatschappelijke begeleiding.</al><al/><al>De WI draagt de gemeenteraden op om bij verordening regels te stellen met
                    betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen of een
                    taalkennisvoorziening.In de wet is ook vastgelegd over welke onderwerpen in
                    ieder geval regels moeten worden gesteld:</al><al>-De procedure die door het college wordt gevolgd voor het doen van een aanbod
                    aan</al><al> inburgeringsplichtigen (artikel 19, vierde lid, onderdeel a, WI).</al><al>-De criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan i</al><al> inburgeringsplichtigen (artikel 19, vierde lid, onderdeel a, WI).</al><al>-De vaststelling door het college van een passende inburgeringsvoorziening
                    of</al><al> taalkennisvoorziening, met inbegrip van de totstandkoming en de samenstelling
                    van </al><al> de voorziening (artikel 19, vierde lid, onderdeel b, WI).</al><al>-De rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een</al><al>- inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening is vastgesteld. Deze regels
                    hebben in </al><al>- ieder geval betrekking op de inning van de eigen bijdrage door het college en
                    de </al><al>- mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid, WI).</al><al/><al>De gemeente Smallingerland wil deinburgeringstrajecten die ze aanbiedt op
                    basis van de nieuwe Wet inburgering zo veel mogelijk koppelen aan activiteiten
                    die gericht zijn op begeleiding naar werk of andere maatschappelijke
                    activiteiten zoals stages en vrijwilligerswerk. Het gaat dan om duale
                    inburgeringstrajecten en ons aanbod is daarop afgestemd.</al><al>In aantal gevallen kan ook er ook voor gekozen worden om direct na de
                    inburgering te starten met een re-integratietraject of een opleiding. We spreken
                    dan van een gecombineerde inburgeringsvoorziening. </al><al/><tussenkop>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke
                    boete</tussenkop><al/><al>Artikel 35 WI draagt gemeenten op bij verordening de hoogte van de bestuurlijke
                    boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan worden
                    opgelegd. Artikel 34 van de wet bepaalt het bedrag dat ten hoogste als
                    bestuurlijke boete kan worden opgelegd. Het opleggen van een boete is onderdeel
                    van de handhavingstaak van de gemeente.</al><al>Uitgangspunt bij de invulling van de handhavingstaak is dat handhaving moet
                    bijdragen aan het doel van de wet, namelijk zorgen voor inburgering. De
                    aangetoonde inzet om in te burgeren zal leidend zijn bij het al dan niet
                    opleggen van boetes. Daarbij zullen we rekening houden met persoonlijke
                    omstandigheden. Wat betreft de hoogte van de boetes zowel als wat betreft de
                    werkwijze willen we zoveel mogelijk aansluiten bij het handhavingregime binnen
                    de Wet werk en bijstand. De procedure voor het doen van een aanbod blijft
                    hiermee gelijk. </al><al/><tussenkop>Deelname bonus</tussenkop><al>De gemeente Smallingerland wil alle doelgroepen waarvoor het mogelijk is om een
                    aanbod inburgering te doen, een aanbod doen. Op grond van artikel 23 lid 2 van
                    de WI is de inburgeringsplichtige met een vastgestelde inburgeringsvoorziening
                    of taalkennisvoorziening een eigen bijdrage van € 270,00 verschuldigd. Dit geldt
                    ook voor de vrijwillige inburgeraar. De eigen bijdrage kan een belemmering
                    vormen voor het volgen van een inburgeringstraject. Om deze belemmering weg te
                    nemen is in de verordening de deelnamebonus opgenomen.</al><al>Iedere inburgeraar die heeft deelgenomen aan het inburgeringsexamen of het
                    Staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II en de inburgeraar die een
                    taalkennisvoorziening is toegekend en heeft deelgenomen aan het examen MBO op
                    niveau 1 of 2 heeft recht op de deelnamebonus. Hierbij is het van belang dat het
                    inburgeringexamen, het Staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II of het
                    MBO examen op niveau I of II een onderdeel is van de aangeboden
                    inburgeringsvoorziening. </al><al>Er is hier bewust geen voorwaarde gesteld aan het resultaat van het examen of
                    aan het deelname percentage aan de lessen. Indien tijdens de
                    inburgeringsvoorziening blijkt dat de inburgeringsplichtige verzuimt tijdens de
                    lessen en dit is verwijtbaar, zal er worden beoordeeld of er sprake is van een
                    boetewaardige gedraging. Dit is tevens het geval bij het niet tijdig behalen van
                    het inburgeringsexamen inburgeringsexamen of het Staatsexamen Nederlands als
                    tweede taal I of II of het MBO examen op het niveau I of II , dan zal er ook een
                    boeteonderzoek worden gedaan. </al><al/><al>De deelnamebonus is gelijk aan de hoogte van de eigen bijdrage. </al><al>3 Maanden na de beëindiging van het inburgeringstraject vangt de inning van de
                    eigen bijdrage aan. De deelnamebonus zal worden verrekend met de eigen bijdrage
                    waardoor de inburgeraar niets hoeft te betalen. </al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1 - Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>Het eerste lid bevat de omschrijving van een aantal veelvoorkomende
                    begrippen.</al><al>Het tweede lid geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen die worden
                    gebruikt in respectievelijk de Wet inburgering, het Besluit inburgering en de
                    Regeling inburgering ook van toepassing zijn op deze verordening.</al><al/><tussenkop>Artikel 2 - De informatieverstrekking aan
                    inburgeringsplichtigen</tussenkop><al>De gemeente heeft als taak de inburgeringsplichtigen in haar gemeente goed te
                    informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit de Wet inburgering.
                    De wet laat gemeenten vrij om zelf te bepalen op welke wijze de
                    informatievoorziening aan de inburgeringsplichtigen wordt georganiseerd. Wel
                    bepaalt artikel 8 WI dat de gemeenteraad bij verordening regels vaststelt over
                    de informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen, ter zake
                    van hun rechten en plichten uit hoofde van deze wet, alsmede van het aanbod van
                    en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen. Zie ook de algemene
                    toelichting.</al><al/><al>Het eerste lid geeft het algemene kader aan voor de informatieverstrekking aan
                    inburgeringsplichtigen.</al><al/><al>In het tweede lid geeft de raad het college de opdracht om een aantal middelen
                    te gebruiken om de informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen vorm te
                    geven, in eerste instantie via de balie in het gemeentehuis. Ook via folders,
                    brochures en informatie op internet wil de gemeente invulling geven aan de
                    informatiefunctie. Voor het bereiken van inburgerings-plichtigen, vooral
                    oudkomers, ziet de gemeente een belangrijke rol weggelegd voor ‘intermediaire
                    organisaties’. Deze organisaties wil de gemeente ondersteunen met relevante
                    informatie.</al><al/><tussenkop>Artikel 3 - Aanwijzen van de doelgroepen</tussenkop><al>Artikel 19, eerste lid, WI bepaalt dat het college aan twee groepen
                    inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening moet aanbieden:</al><al>Het college is verplicht een inburgerings- of een taalkennisvoorziening aan te
                    bieden aan asielgerechtigden en een inburgeringsvoorziening aan geestelijke
                    bedienaren.</al><al/><al>Het college <cursief>kan</cursief> voorts aan alle andere inburgeringsplichtigen
                    een aanbod doen voor een inburgeringsvoorziening of een
                    taalkennisvoorziening.</al><al>De gemeenteraad moet bij verordening regels stellen met betrekking tot de
                    criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan
                    inburgeringsplichtigen (artikel 19, vierde lid, onderdeel a, WI). Dit artikel
                    vormt de uitwerking van deze verplichting. In dit artikel worden de criteria
                    benoemd op grond waarvan het college kiest wie hij een inburgeringsaanbod wil
                    doen.</al><al>Om te voorkomen dat inburgeringsplichtigen die behoren tot de groep die het
                    college heeft aangewezen aan deze aanwijzing een recht gaan ontlenen op het
                    krijgen van een aanbod, bepaalt dit artikel dat het college aan de groepen die
                    hij aanwijst een inburgeringsvoorziening <cursief>kan </cursief>aanbieden.</al><al>De genoemde criteria zijn alle even belangrijk. Het criterium genoemd onder a
                    gaat niet vóór het criterium genoemd onder b. We streven naar een mix van de
                    doelgroepen aan de hand van de criteria aan wie wij een aanbod willen doen.</al><al/><al>Hierna staan we kort stil bij deze criteria.</al><al/><tussenkop>Motivatie om in te burgeren</tussenkop><al>Degenen die ons vragen om een inburgeringsaanbod, willen we bij voorrang een
                    aanbod doen (voor zover ze vallen onder de groepen aan wie de gemeente een
                    aanbod mag doen). Dit kan zowel gaan om mensen die onder de inburgeringplicht
                    vallen als om vrijwillige inburgeraars (burgers die genaturaliseerd zijn) als er
                    sprake is van een inburgeringsachterstand. Onder de gemotiveerden vallen ook
                    degenen die vóór inwerkingtreding van de WI al hebben deelgenomen aan een
                    inburgeringstraject, maar nog niet voldoen aan de eisen van het
                    inburgeringexamen van de WI.</al><al/><tussenkop>De afstand tot de eindtermen van het inburgeringsexamen
                    zoals aangegeven in de Regeling tot uitvoering van de Wet inburgering (Regeling
                    inburgering)</tussenkop><al>Degenen met de grootste achterstand wil de gemeente bij voorrang een
                    inburgeringaanbod doen. Het criterium zoals hier geformuleerd is daar een
                    vertaling van. De gemeente vindt het van belang om ondersteuning te bieden aan
                    diegenen die dit het hardst nodig hebben. Dat zijn in de eerste plaats
                    inburgeraars die niet kunnen lezen en schrijven, of geen kennis hebben van
                    Latijns schrift.</al><al/><al><onderstreept>De mate waarin inburgering van belang is om in het eigen
                        levensonderhoud te kunnen voorzien</onderstreept> Werk is een belangrijk
                    onderdeel van het integratieproces. Dat betekent dat we als gemeente prioriteit
                    willen geven aan personen die nog niet op de arbeidsmarkt actief zijn. We zullen
                    dus uitkeringsgerechtigde oudkomers actief ondersteunen bij hun voorbereiding op
                    het vinden van werk én het behalen van het inburgeringsexamen. Voor de
                    uitkeringsgerechtigden met een arbeidsplicht zal het aanbod een gecombineerd
                    aanbod zijn van inburgering én reïntegratie. Uitkeringsgerechtigde inburgeraars
                    kunnen een bijstandsuitkering ontvangen maar ook een uitkering van het UWV of
                    van een eigenrisicodrager.</al><al/><tussenkop>Het hebben van een opvoedingstaak</tussenkop><al>De gemeente wil inzetten op de toekomst van de jeugd. Allochtone vrouwen spelen
                    via de opvoeding een belangrijke rol bij de integratie van de volgende
                    generatie. Het is van belang dat opgroeiende kinderen zo snel mogelijk
                    volwaardig onderdeel uitmaken van de Nederlandse samenleving. De eigen
                    ontwikkeling van vrouwen op het gebied van participatie en zo mogelijk werk is
                    daarbij belangrijk. Dat betekent dat wij als gemeente prioriteit willen geven
                    aan inburgeraars die een minderjarig kind opvoeden.</al><al/><al>Dit artikel regelt dat de groepen die het college aanwijst <cursief>bij voorrang
                    </cursief>een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening krijgen
                    aangeboden. Dit betekent dat het college de ruimte heeft om in bepaalde gevallen
                    ook een inburgerings- of taalkennisvoorziening aan te bieden aan
                    inburgeringsplichtigen die niet behoren tot de groep of groepen die hij heeft
                    aangewezen. Om te voorkomen dat inburgeringsplichtigen die behoren tot de groep
                    of groepen die het college heeft aangewezen aan deze aanwijzing een recht gaan
                    ontlenen op het krijgen van een aanbod, bepaalt dit artikel dat het college aan
                    de groepen die hij aanwijst een inburgeringsvoorziening <cursief>kan
                    </cursief>aanbieden.</al><al/><tussenkop>Artikel 4 - De samenstelling van de
                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening</tussenkop><al>In de verordening dienen regels te worden gesteld met betrekking tot de
                    vaststelling door het college van een passende inburgeringsvoorziening of
                    taalkennisvoorziening, met in begrip van de totstandkoming en samenstelling van
                    die voorziening (artikel 19, vierde lid, onderdeel b, WI). In dit artikel worden
                    de kaders vastgesteld waarbinnen het college de opdracht heeft voor iedere
                    inburgeringsplichtige die daarvoor in aanmerking komt, een op de persoon
                    toegesneden inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening samen te stellen. </al><al/><al>In het eerste lid wordt aangegeven op welke wijze het college een passende
                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening moet vaststellen. Bij het
                    bepalen van de passendheid de voorziening, kunnen de volgende factoren een rol
                    spelen:</al><lijst><li nr="-"><al>de kennis van de inburgeringsplichtige van de Nederlandse taal en de
                            Nederlandse samenleving en zijn of haar leercapaciteit;</al></li><li nr="-"><al>de maatschappelijke rol die de inburgeringsplichtige vervult of gaat
                            vervullen in de Nederlandse samenleving. Daarbij kan worden gedacht aan
                            het verrichten van betaalde arbeid of het opvoeden van kinderen;</al></li><li nr="-"><al>de persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige. Daarbij kan
                            bijvoorbeeld worden gedacht aan eventuele zorgtaken die de
                            inburgeringsplichtige moet vervullen. </al></li></lijst><al/><al>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening voor
                    geestelijke bedienaren wordt geregeld bij ministeriële regeling. Gemeenten
                    hebben dus niet de mogelijkheid om de inburgeringsvoorziening of
                    taalkennisvoorziening die zij aan geestelijke bedienaren aanbieden naar eigen
                    inzicht vorm te geven.</al><al/><al>In geval van uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtigen die een voorziening
                    gericht op arbeidsinschakeling ontvangen, kan het voordelen opleveren de
                    voorziening daarmee te combineren. Uitgangspunt is wel, zo blijkt uit artikel
                    19, derde lid, van de wet, dat een aanbod voor een inburgeringsvoorziening of
                    taalkennisvoorziening aan een uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtige niet
                    wordt gedaan, indien dat diens arbeidsinschakeling belemmert. </al><al/><al>De Wet inburgering bepaalt dat de inburgeringsvoorziening of de
                    taalkennisvoorziening gecombineerd moet worden met een voorziening gericht op
                    arbeidsinschakeling (re-integratievoorziening) als die voorziening wordt
                    aangeboden aan een inburgeringsplichtige die bijstandsgerechtigd is of een
                    uitkering ontvangt op grond van een andere socialezekerheidswet of
                    socialezekerheidsregeling én die verplicht is om arbeid om arbeid te verkrijgen
                    of te aanvaarden (artikel 20, eerste lid, WI). </al><al/><al>Indien in deze specifieke situatie geen re-integratievoorziening wordt
                    aangeboden, kan de gemeente daarom geen inburgeringsvoorziening aanbieden. Het
                    college is verantwoordelijk voor het aanbieden van de gecombineerde
                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening (artikel 20, tweede lid, WI).
                    Het tweede lid van artikel 4 van de verordening draagt het college op om er voor
                    te zorgen dat de inburgeringsvoorziening of de taalkennisvoorziening wordt
                    afgestemd op de re-integratievoorziening. Omdat deze voorzieningen in het kader
                    van de uitkeringsverstrekking op grond van socialezekerheidswetten of -
                    regelingen ook door andere partijen dan het college (kunnen) worden verstrekt,
                    zal het college afspraken moeten maken met de verantwoordelijke uitvoerders van
                    de socialezekerheidswet of - regeling: het Uitvoeringsinstituut
                    werknemersverzekeringen (UWV), eigenrisicodragers of overheidswerkgevers
                    (artikel 21 WI). </al><al>Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen (oud- én nieuwkomers) maakt ook
                    maatschappelijke begeleiding een verplicht onderdeel uit van de
                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening (artikel 19, vijfde lid, WI). </al><al/><al>Het vierde lid regelt de bijkomende faciliteiten die het college als onderdeel
                    van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aan
                    inburgeringsplichtigen kan aanbieden. In de wet is geregeld waaruit een
                    inburgeringsvoorziening in ieder geval moet bestaan: een inburgeringsvoorziening
                    leidt toe naar het inburgerinsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede
                    taal I of II en omvat het eenmaal kosteloos afleggen van het desbetreffende
                    examen. Een taalkennisvoorziening is een cursus gericht op de verwerving van de
                    kennis van de Nederlandse taal die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van
                    een beroepsopleiding op MBO niveau 1 of 2 (artikel 19, tweede lid, WI). Wat
                    betreft de bijkomende faciliteiten die het college als onderdeel van de
                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aan inburgeringsplichtigen kan
                    aanbieden, kan worden gedacht aan trajectbegeleiding of het (periodiek) houden
                    van voortgangsgesprekken met de inburgeringsplichtigen. Ook kan worden gedacht
                    aan een uitbreiding van de opleiding, bijvoorbeeld in de vorm van een
                    maatschappelijke stage of een aparte module die gericht is op het verwerven van
                    kennis van de Nederlandse samenleving. </al><al>Trajectbegeleiding en het houden van voortgangsgesprekken zullen vooral van
                    belang zijn bij inburgeringsplichtigen die geen inburgeringsvoorziening of
                    taalkennisvoorziening krijgen aangeboden in combinatie met een voorziening
                    gericht op arbeidsinschakeling. </al><al/><al>Bij voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling vormen dergelijke faciliteiten
                    reeds een vast onderdeel. </al><al/><al>Ten overvloede wordt gewezen op het feit dat het inburgeringsexamen ook een
                    praktijkgericht deel omvat, waarin de praktische (taal)vaardigheden worden
                    getoetst. Het is vanzelfsprekend dat bij de samenstelling van de
                    inburgeringsvoorziening ook rekening wordt gehouden met de ontwikkeling van deze
                    vaardigheden. Daarbij zal de inzet van duale trajecten een belangrijke rol
                    vervullen.</al><al/><tussenkop>Artikel 5 -De inning van de eigen bijdrage</tussenkop><al>In de verordening moeten regels worden gesteld die betrekking hebben op de
                    inning van de eigen bijdrage van de inburgeringsplichtige door het college en de
                    mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid, WI). De hoogte
                    van de eigen bijdrage is vastgelegd in de wet en bedraagt € 270.- Dit bedrag kan
                    bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd ( artikel 23, tweede lid ,WI
                    )</al><al/><al>In het eerste en tweede lid is geregeld dat met de inning van de eigen bijdrage
                    pas na drie maanden na beëindiging van het inburgeringstraject of
                    taalkennisvoorziening wordt. wordt aangevangen, maar dat de eigen bijdrage dan
                    in beginsel in een keer moet worden voldaan. De inburgeringsplichtige heeft op
                    dat moment namelijk al minimaal een jaar de tijd gehad om hiervoor te
                    reserveren.</al><al/><al>Om deelname aan een inburgeringstraject- of taalkennisvoorziening zoveel
                    mogelijk te stimuleren wordt een deelnamebonus ingesteld. De
                    inburgeringsplichtige en de vrijwillige inburgeraar heeft recht op een bonus
                    indien (nadat) hij heeft deelgenomen aan het inburgerings- of staatsexamen dat
                    deel uitmaakt van het door het college vastgestelde inburgeringstraject. De
                    inburgeringsplichtige en de vrijwillige inburgeraar aar die heeft deelgenomen
                    aan het mbo-examen niveau 1 of 2 en aan wie een taalkennisvoorziening is
                    toegekend, heeft eveneens recht op een bonus. </al><al>Om voor een bonus in aanmerking te komen hoeft men niet geslaagd te zijn voor
                    het examen of en hoeft men niet een bepaald percentage aanwezig te zijn geweest
                    tijdens het inburgeringstraject. Indien tijdens het traject blijkt dat de
                    inburgeringsplichtige ongeoorloofd afwezig is tijdens het inburgeringstraject
                    zal er een boeteonderzoek plaatsvinden Dit zal ook gebeuren als uiteindelijk
                    blijkt dat de inburgeringsplichtige het examen niet binnen de gestelde termijn
                    behaald. Hierdoor wordt de inburgeringsplichtige al benadeeld als gevolg van
                    eigen gedragingen. Als de inburgeringsplichtige een uitkering van het UWV
                    ontvangt, kan het college het UWV verzoeken de eigen bijdrage te verrekenen met
                    of in te houden op de uitkering van het UWV (artikel 24, tweede lid, WI). In dit
                    geval int het UWV de eigen bijdrage ten behoeve van de gemeente. Deze wijze van
                    verrekening geschiedt door het UWV en niet door de gemeente, en wordt dus niet
                    in deze verordening geregeld. </al><al/><al>De deelnamebonus heeft dezelfde hoogte als de te betalen eigen bijdrage. Omdat
                    de bonus met de nog te betalen eigen bijdrage wordt verrekend (derde lid), is
                    het effect daarvan dat in dat geval feitelijk geen eigen bijdrage meer hoeft te
                    worden betaald.</al><al/><tussenkop>Artikel 6 -Opleggen van verplichtingen</tussenkop><al>Dit artikel vormt de uitwerking van artikel 23, derde lid, WI dat bepaalt dat de
                    gemeenteraad bij verordening regels stelt over de rechten en plichten van de
                    inburgeringsplichtige voor wie een inburgerings- of taalkennisvoorziening is
                    vastgesteld. Dit artikel delegeert de bevoegdheid aan het college om de
                    verplichtingen die in het artikel worden genoemd aan inburgeringsplichtigen in
                    het kader van een inburgerings- of taalkennisvoorziening op te leggen. Het
                    college legt in de beschikking tot de toekenning van de inburgerings- of
                    taalkennisvoorziening deze verplichtingen vast.</al><al/><tussenkop>Artikel 7 De procedure van het doen van een
                    aanbod</tussenkop><al>Dit artikel bevat enkele procedurele bepalingen die er voor moeten zorgen dat
                    het doen van een aanbod op zorgvuldige wijze gebeurt. Dit is van belang omdat
                    een dergelijk aanbod de start is van een procedure die - als het goed is - leidt
                    tot een besluit tot het toekennen van een inburgerings- of
                    taalkennisvoorziening. In het eerste lid van dit artikel wordt geregeld dat het
                    college het aanbod van een inburgerings- of taalkennisvoorziening aan de
                    inburgeringsplichtige op schriftelijke wijze doet en dat het aanbod wordt
                    toegestuurd naar het adres waar de inburgeringsplichtige staat ingeschreven in
                    de GBA. Op deze wijze kan er geen onduidelijkheid ontstaan over het feit dat het
                    college de inburgeringsplichtige een aanbod heeft gedaan.</al><al/><al>Het aanbod zal inhoudelijk dezelfde strekking moeten hebben als de uiteindelijke
                    beschikking (het tweede lid). Hierdoor kan de instemming met het aanbod tevens
                    worden opgevat als instemming met de beschikking tot de toekenning van deze
                    inburgerings- of taalkennisvoorziening (die eenzijdig door de gemeente wordt
                    opgelegd). Deze beschikking moet dan wel dezelfde inhoud hebben als het aanbod
                    (het vierde lid).</al><al>De zorgvuldigheid van de procedure gebiedt dat als de inburgeringsplichtige het
                    aanbod aanvaardt of weigert, hij of zij dit schriftelijk aan de gemeente
                    meedeelt (het derde lid).</al><al>Het meest praktisch is dat deze schriftelijke mededeling geschiedt in de vorm
                    van het laten ondertekenen door de inburgeringsplichtige van een verklaring die
                    door de gemeente is opgesteld. </al><al>Het kan natuurlijk voorkomen dat een inburgeringsplichtige aan de gemeente meldt
                    dat hij wel een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening wil, maar dat
                    hij gelet op zijn situatie bepaalde wijzigingen aangebracht zou willen zien in
                    het aanbod van de gemeente. Als de gemeente hierop positief reageert, zal ze het
                    gedane aanbod moeten aanpassen.</al><al/><al>Een inburgeringsplichtige hoeft een aanbod niet te accepteren. Weigert de
                    inburgeringsplichtige het aanbod, dan zal hij zich zelfstandig moeten
                    voorbereiden op het inburgeringsexamen.</al><al>In de leden 3 en 4 worden termijnen vastgelegd. In lid 3 is de termijn genoemd
                    waarbinnen de inburgeringsplichtige aan het college laat weten of hij het aanbod
                    al dan niet aanvaardt. In lid 4 staat de termijn aangegeven waarbinnen het
                    college bij aanvaarding van het aanbod, het besluit tot toekenning van de
                    inburgerings- of taalkennisvoorziening neemt. In beide situaties gaat het om een
                    termijn van 4 weken.</al><al>Gaat het om een oudkomer, dan is er geen termijn vastgesteld waarbinnen de
                    betreffende persoon het inburgeringsexamen moet hebben behaald. Het ligt voor de
                    hand dat het college in een dergelijke situatie een handhavingbeschikking neemt:
                    een besluit op grond van artikel 26 WI waarmee de termijn van start gaat
                    waarbinnen de inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moeten hebben behaald
                    (vijf jaar na aanvang van deze termijn). Het verdient de aanbeveling dat het
                    college deze handelwijze vastlegt in beleidsregels, zodat tevoren voor
                    betrokkenen duidelijk is (of zou kunnen zijn) wat de gevolgen zijn van het
                    weigeren van een aanbod voor een inburgeringsvoorziening of
                    taalkennisvoorziening. </al><al/><tussenkop>Artikel 8 -De inhoud van de beschikking</tussenkop><al>Het besluit tot het toekennen van een inburgerings- of taalkennisvoorziening is
                    een beschikking. Dit betekent dat de inburgeringsplichtige de mogelijkheid heeft
                    tegen dit besluit in bezwaar en beroep te gaan. In dit artikel wordt geregeld
                    welke onderwerpen in ieder geval in de beschikking moeten worden neergelegd. In
                    de beschikking zullen de toegekende inburgerings- of taalkennisvoorziening en de
                    daaraan verbonden rechten en plichten van de inburgeringsplichtige nauwkeurig
                    moeten worden vermeld (onderdelen a en b). De inburgeringsplichtige is verplicht
                    zijn medewerking te verlenen aan de uitvoering van de inburgerings- of
                    taalkennisvoorziening (artikel 23, eerste lid, WI). Handhaving hiervan is alleen
                    mogelijk als de verplichtingen van de inburgeringsplichtige duidelijk zijn
                    omschreven en aan de betrokkene (onder andere door middel van de beschikking)
                    bekend zijn gemaakt.</al><al/><al>De termijn waarbinnen een inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet
                    hebben behaald, ligt vast in de wet (artikel 7, eerste lid, WI). In de
                    beschikking hoeft (en kan) van deze termijn alleen melding worden gemaakt
                    (onderdeel c). Dit betreft de uiterste datum waarop het examen moet zijn
                    behaald. </al><al>Onderdeel d bepaalt dat in beschikking moet worden vastgelegd op welke wijze de
                    betaling van de eigen bijdrage plaatsvindt (al dan niet op basis van verrekening
                    met de bijstandsuitkering). Dit is geregeld in artikel 5 van de
                    verordening.</al><al/><al>Onderdeel e heeft betrekking op beschikkingen voor oudkomers. Indien het college
                    een inburgerings- of taalkennisvoorziening vaststelt voor een oudkomer, dan moet
                    het college in de betreffende beschikking ook de dag opnemen waarop de termijn
                    van handhaving van de inburgeringsplicht van start gaat (artikel 22, tweede lid,
                    juncto artikel 26 WI). Binnen vijf jaar ná deze datum moet de betreffende
                    oudkomer het inburgeringexamen hebben behaald. Het college kan zelf bepalen
                    wanneer de termijn van handhaving van de inburgeringsplicht van start gaat. Het
                    ligt voor de hand om deze termijn direct te laten ingaan (en bijvoorbeeld niet
                    te koppelen aan de datum waarop een inburgerings- of taalkennisvoorziening van
                    start gaat).</al><al>De precieze datum waarop de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening van
                    start gaat, zal niet altijd bekend zijn op het moment dat deze wordt toegekend. </al><al>Bovendien past het vaststellen van een datum van aanvang van handhaving van de
                    inburgeringsplicht, onafhankelijk van het moment waarop met de
                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan worden begonnen bij het
                    uitgangspunt van de wet dat de betreffende persoon als oudkomer
                    inburgeringsplichtig is en in beginsel zelf verantwoordelijk is voor het behalen
                    van het inburgeringsexamen. </al><al>Onderdeel f heeft betrekking op de deelnamebonus.</al><al/><tussenkop>Artikel 9 De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de
                    verschillende overtredingen</tussenkop><al>Artikel 35 WI draagt de gemeenteraad op bij verordening de hoogte van de
                    bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan
                    worden opgelegd. In artikel 34 WI zijn voor de verschillende overtredingen de
                    maximumbedragen van de bestuurlijke boete vastgelegd. De gemeente kan deze
                    boetebedragen in haar verordening overnemen, maar ze kan ook lagere bedragen
                    vaststellen. </al><al>Wat betreft de hoogte van de boetes sluiten we aan bij het handhavingsregime
                    zoals dat geldt binnen de Wet werk en bijstand en zoals dat is neergelegd in de
                    afstemmingsverordening </al><al>Wet werk en bijstand. De hier genoemde bedragen zijn ongeveer even hoog als de
                    bedragen die het resultaat zijn van de percentages zoals genoemd in de
                    afstemmingsverordening en ze corresponderen met de soort overtreding.</al><al>In het kader van de uitvoering van een gecombineerde re-integratie- en
                    inburgeringsvoorziening kan het voorkomen dat dezelfde gedraging (bijvoorbeeld
                    het niet voldoen aan een oproep om te verschijnen en gegevens te verstrekken)
                    zowel aanleiding kan zijn voor het opleggen van een bestuurlijke boete als voor
                    het verlagen van de bijstand (een maatregel op grond van artikel 18, tweede lid,
                    Wet werk en bijstand) of het opleggen van een boete of maatregel op grond van
                    een andere socialezekerheidswet of – regeling. Artikel 37 WI bevat een regeling
                    voor deze samenloop. In dit artikel wordt bepaald dat het college in dat geval
                    géén bestuurlijke boete kan opleggen.</al><al/><tussenkop>Artikel 10 -Verhoging van de bestuurlijke boete bij
                    herhaling van de overtreding</tussenkop><al>Dit artikel biedt het college de mogelijkheid om bij herhaling van de
                    overtreding een hogere boete op te leggen dan op grond van artikel 9 mogelijk
                    is.</al><al>De in dit artikel genoemde bedragen zijn een verdubbeling van de bedragen
                    genoemd in artikel 9. Om te kunnen spreken van een herhaling van een
                    overtreding, moeten de overtredingen zich wel binnen een bepaalde tijdspanne
                    voordoen, daarvoor is een termijn van 12 maanden vastgelegd in de verordening.
                    Wederom in overeenstemming met de Afstemmingsverordening WWB. In het geval dat
                    de inburgeringsplichtige bij herhaling niet voldoet aan de verplichting binnen
                    de gestelde termijn het inburgeringsexamen te behalen legt het college een boete
                    op van € 500. Dit is geregeld in het derde lid van artikel 10.</al><al/><tussenkop>Artikel 11 -Afstemming van de bestuurlijke
                    boete</tussenkop><al>De in de artikelen 9 en 10 van de verordening opgenomen bedragen zijn geen
                    gefixeerde bedragen, in de zin dat ze altijd zullen worden opgelegd. Het college
                    zal bij elke overtreding de bestuurlijke boete afstemmen op de ernst van de
                    overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten.
                    Bovendien zal het college daarbij ook zonodig rekening houden met de
                    omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. Deze bepaling brengt met
                    zich mee dat het college bij elke op te leggen bestuurlijke boete zal nagaan
                    welke boete passend is, gelet op de individuele omstandigheden van de betrokken
                    inburgeringsplichtige. Wanneer de overtreding niet aan de overtreder kan worden
                    verweten leggen we geen bestuurlijke boete op. Bijvoorbeeld als blijkt dat het
                    niet slagen voor het inburgeringsexamen niet aan de inburgeringsplichtige kan
                    worden verweten. In de wet is dit aangegeven in artikel 38. Voor de
                    duidelijkheid en de volledigheid is wat in artikel 38 WI staat, opgenomen in
                    artikel 11 van de Verordening.</al><al/><tussenkop>Artikel 12 - Hardheidsclausule </tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><tussenkop>Artikel 13 - Inwerkingtreding </tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich. </al><al/><tussenkop>Artikel 14 - Citeertitel </tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>