<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR54949_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening Venlo</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">E3-journaal, 07-06-2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening Venlo</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht, titel 4:2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-05-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-06-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening Venlo</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gelet op</al><al>- de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet%20/article=149">Gemeentewet artikel 149</extref>;</al><al>- de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht</extref>, titel 4:.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Awb: <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht</extref>.</al><al>Raad: de raad van de gemeente Venlo.</al><al>College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                            Venlo.</al><al>Subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan
                            verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders
                            dan als betaling voor geleverde goederen of diensten.</al><al>Beleidsregel: een bij besluit door het college vastgestelde algemene
                            regel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, waarin in
                            operationele zin het subsidiebeleid voor een specifiek beleidsveld wordt
                            uitgewerkt.</al><al>Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten
                            hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies voor bepaalde
                            activiteiten; in beleidsregels kan dit nader worden bepaald.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Reikwijdte subsidieverordening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening geldt voor alle subsidies op het gebied van
                                    onderwijs, welzijn, sport en cultuur, alsmede de aanvragen
                                    daarvoor.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan bepalen dat deze verordening ook geldt voor
                                    subsidies op andere terreinen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Bevoegdheden raad en college</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt jaarlijks via de gemeentebegroting de bedragen
                                    vast die voor subsidiëring beschikbaar zijn. Deze vormen tevens
                                    subsidieplafonds.</al></li><li nr="2."><al>Het college is bevoegd binnen deze begrotingsposten jaarlijks of
                                    per tijdvak, een subsidieplafond vast te stellen.</al></li><li nr="3."><al>Het college is bevoegd de wijze van verdelen van
                                    subsidieplafonds nader te bepalen.</al></li><li nr="4."><al>De subsidieplafonds en de wijze waarop deze verdeeld worden,
                                    worden vóór het tijdvak waarop zij betrekking hebben,
                                    bekendgemaakt.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan beleidsregels vaststellen ter uitvoering van het
                                    subsidiebeleid binnen de door de raad vastgestelde
                                    beleidkaders.</al></li><li nr="6."><al>Het college is bevoegd besluiten te nemen tot verlening en
                                    vaststelling van subsidies, alsmede besluiten tot weigering,
                                    intrekking of wijziging van de subsidies.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Rechtspersoonlijkheid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Structurele subsidies worden slechts verstrekt aan
                                    rechtspersonen zonder winstoogmerk.</al></li><li nr="2."><al>Indien tijdens de subsidieperiode de statuten wijzigen wordt het
                                    college hierover terstond geïnformeerd.</al></li><li nr="3."><al>In bijzondere gevallen kan subsidie worden verleend aan
                                    natuurlijke personen. De in deze verordening opgenomen
                                    bepalingen zijn dan zoveel mogelijk overeenkomstig van
                                    toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Administratie, onderzoek, risico’s</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie,
                                    dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen blijken,
                                    alsmede de betalingen en ontvangsten.</al></li><li nr="2."><al>De subsidieontvanger, die tevens rechtspersoon is waaraan de
                                    gemeente ten bedrage van meer dan 50% van de baten van deze
                                    instellingen bijdraagt of die tevens rechtspersoon is waaraan de
                                    gemeente ten bedrage van minder dan 50% van de baten van deze
                                    instelling bijdraagt en waarbij een gerechtvaardigd belang voor
                                    onderzoek bestaat, verleent medewerking aan onderzoeken die de
                                    raad, het college of de rekenkamercommissie (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=81o">artikel 81o van de Gemeentewet</extref>) uitvoert.</al></li><li nr="De"><al>medewerking houdt in dat de subsidieontvanger: </al><lijst><li nr="-"><al>nadere inlichting verstrekt over jaarrekeningen, daarop
                                            betrekking hebbende rapporten van hen die deze
                                            jaarrekeningen hebben gecontroleerd en overige
                                            documenten met betrekking tot de subsidieontvanger;</al></li><li nr="-"><al>genoemde jaarrekeningen, rapporten en documenten
                                            overlegt; en</al></li><li nr="-"><al>toestaat dat de administratie bij de subsidieontvanger
                                            dan wel bij de derde die de administratie in opdracht
                                            van de subsidieontvanger voert, wordt onderzocht.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De subsidieontvanger is verplicht om de risico’s die hij niet
                                    zelf kan dragen te verzekeren. Minimaal geldt een verplichting
                                    voor een verzekering tegen het risico van wettelijke
                                    aansprakelijkheid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Ontbinding, fusie, faillissement</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieontvanger stelt het college onverwijld op de hoogte
                                    van het voornemen tot ontbinden of fusie van de rechtspersoon of
                                    van zijn faillissement, dan wel het voornemen tot het doen van
                                    aangifte daartoe of het aanvragen van surséance van
                                    betaling.</al></li><li nr="2."><al>Bij ontbinding van de rechtspersoon dienen de aanwezige middelen
                                    die met subsidie-gelden zijn opgebouwd terstond te worden
                                    terugbetaald. Bij faillissement zullen deze bij de curator
                                    worden geclaimd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Overige bepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Gesubsidieerde organisaties zijn zodanig georganiseerd dat
                                    personeel, vrijwilligers en degenen waarvoor activiteiten worden
                                    georganiseerd, in de gelegenheid zijn invloed uit te oefenen op
                                    het beleid van de organisatie.</al></li><li nr="2."><al>De activiteiten van een organisatie mogen niet strijdig zijn met
                                    de ingevolge de Grondwet en internationale verdragen erkende
                                    rechten van de mens.</al></li><li nr="3."><al>Activiteiten van godsdienstige of politieke aard worden niet
                                    gesubsidieerd.</al></li><li nr="4."><al>Kosten voor verteer en vertier worden niet gesubsidieerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Subsidieaanvraag, eigen bijdragen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij een eerste aanvraag voor een structureel subsidie moeten de
                                    volgende stukken worden ingediend: </al><lijst><li nr="a."><al>een activiteitenplan, begroting en opgave van het eigen
                                            vermogen;</al></li><li nr="b."><al>de statuten en een kopie van de inschrijving bij de
                                            Kamer van Koophandel;</al></li><li nr="c."><al>een opgave van de bestuurssamenstelling;</al></li><li nr="d."><al>alle andere informatie die het college nodig acht voor
                                            een goede beoordeling van de aanvraag.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Een subsidieaanvrager dient in zijn begroting altijd rekening te
                                    houden met een redelijke eigen financiële bijdrage van leden
                                    c.q. deelnemers. Het college kan hierover nadere voorschriften
                                    geven.</al></li><li nr="3."><al>Indien de subsidieaanvrager niet in staat blijkt te voldoen aan
                                    de in deze verordening vermelde termijnen, kan het college
                                    besluiten om uitstel te verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Eigen vermogen</titel></kop><al>Het college is bevoegd om bij subsidieverlening voorwaarden te stellen
                            ten aanzien van het eigen vermogen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Betalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college is bevoegd voorschotten op verleende subsidies te
                                    verstrekken.</al></li><li nr="2."><al>Bij een subsidie beneden € 25.000,00 wordt het bedrag in de
                                    eerste maand van het subsidiejaar in zijn geheel
                                    uitbetaald.</al></li><li nr="3."><al>Bij een hoger subsidiebedrag wordt het in twee gelijke termijnen
                                    uitgekeerd, te weten in de eerste en de zevende maand van het
                                    subsidiejaar.</al></li><li nr="4."><al>Het college is bevoegd om tot een ander betalingsritme te
                                    besluiten.</al></li><li nr="5."><al>Als een organisatie verplicht is subsidiegelden terug te betalen
                                    moet dit gebeuren binnen een maand na dagtekening van de
                                    beschikking. Bij latere terugbetaling worden administratie- c.q.
                                    invorderingskosten in rekening gebracht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Accountantsverklaring</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij een subsidiebedrag hoger dan € 50.000,00 is een organisatie
                                    verplicht om gelijktijdig met de jaarrekening een
                                    accountantsverklaring in te dienen.</al></li><li nr="2."><al>Bij budgetsubsidiëring kan als voorwaarde worden gesteld dat
                                    deze verklaring tevens betrekking heeft op de naleving van de
                                    aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen, in het
                                    bijzonder van de geleverde producten c.q. prestaties.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Weigering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Subsidieverlening kan, naast de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=4%3A25">artikel 4:25</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=4%3A35">4:35 Awb</extref> geregelde gevallen, worden geweigerd als
                                    naar het oordeel van het college redenen bestaan om aan te nemen
                                    dat: </al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten van de aanvrager niet zijn gericht op of
                                            niet aanwijsbaar in belangrijke mate ten goede komen aan
                                            de inwoners van de gemeente Venlo, behalve als dit
                                            verklaarbaar is vanuit de regionale centrumfunctie van
                                            Venlo;</al></li><li nr="b."><al>de gelden niet of onvoldoende zullen worden besteed aan
                                            het doel waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;</al></li><li nr="c."><al>subsidieverlening niet past binnen het gevoerde
                                            gemeentelijk beleid dan wel de betreffende activiteiten
                                            in dat kader onvoldoende prioriteit hebben;</al></li><li nr="d."><al>de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal
                                            ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen
                                            belang of de openbare orde;</al></li><li nr="e."><al>de aanvrager over voldoende eigen middelen beschikt om
                                            de voorgenomen activiteiten uit te voeren.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Als een subsidieaanvraag niet tijdig of niet volledig is
                                    ingediend kan het college, na een meegedeelde respijttermijn,
                                    besluiten deze niet in behandeling te nemen.</al></li><li nr="3."><al>Als een inhoudelijke of financiële verantwoording niet tijdig of
                                    niet volledig is ingediend kan het college besluiten een
                                    proportionele sanctie toe te passen tot en met het op nihil
                                    vaststellen van de subsidie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Subsidiesoorten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeente Venlo kent verschillende subsidiesoorten die in de
                                    volgende hoofdstukken worden genoemd. Het college bepaalt welke
                                    subsidiesoort van toepassing is op een specifieke aanvraag.</al></li><li nr="2."><al>Structurele subsidies kunnen worden toegekend via jaarlijkse
                                    beschikkingen dan wel via meerjarige beschikkingen. Bij
                                    meerjarige subsidies wordt jaarlijks een indexering
                                    toegepast.</al></li><li nr="3."><al>Indien voor een meerjarige periode een beschikking wordt
                                    afgegeven wordt hierin vermeld op grond waarvan tussentijds de
                                    beschikking kan worden bijgesteld.</al></li><li nr="4."><al>Bij meerjarige beschikkingen kan het college besluiten om,
                                    voorafgaand aan een nieuw subsidiejaar, de beschikking te
                                    wijzigen indien zij van oordeel is dat de situatie van de
                                    gemeentefinanciën dit vereist.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Budgetsubsidie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 14 Begripsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een budgetsubsidie is een subsidie voor activiteiten die
                                    bijdragen aan de realisering van gemeentelijke beleidsdoelen,
                                    uitgedrukt in meetbare prestaties (output).</al></li><li nr="2."><al>Een activiteit is het geheel van producten gericht op een door
                                    het college geformuleerd beleidsdoel.</al></li><li nr="3."><al>Producten zijn organisatiespecifieke teleenheden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Vraag gemeente</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor 1 juni voorafgaand aan het subsidiejaar deelt het college
                                    de rechtspersoon, waarvan wordt verwacht dat die subsidievrager
                                    zal zijn, mee ten behoeve van welke beleidsdoelen in het nieuwe
                                    jaar (periode) een aanbod wordt verwacht.</al></li><li nr="2."><al>Tevens deelt het college het financieel kader mee waarbinnen het
                                    aanbod van de instelling zich kan bewegen.</al></li><li nr="3."><al>Als de jaarlijkse productiecyclus mede wordt bepaald door het
                                    ritme van het schooljaar kan het college aangepaste data bepalen
                                    ten aanzien van vraag, aanbod beschikking. De subsidiënt wordt
                                    hierover geïnformeerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Subsidieaanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een op de vraag van het college geënte subsidieaanvraag moet
                                    worden ingediend voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het
                                    subsidiejaar, tenzij voor dat jaar reeds een beschikking is
                                    afgegeven.</al></li><li nr="2."><al>Bij de aanvraag worden gevoegd een activiteitenplan en een
                                    kostprijs per activiteit.</al></li><li nr="3."><al>In het activiteitenplan wordt de relatie aangetoond tussen de
                                    voorgenomen activiteiten en de gemeentelijke beleidsdoelen
                                    waarop het aanbod betrekking heeft.</al></li><li nr="4."><al>Het college neemt een subsidieaanvraag niet in behandeling als
                                    deze naar zijn oordeel geen aanbod bevat dat geënt is op de
                                    vraag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Budgetoverleg</titel></kop><al>Het college treedt in overleg met de organisatie over de activiteiten,
                            de prestaties en de door het college voorgenomen aanvullende
                            subsidievoorwaarden, een en ander binnen het financiële kader.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Subsidieverlening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieaanvraag wordt getoetst aan de beleidsdoelen zoals
                                    bedoeld in art. 15 lid 1.</al></li><li nr="2."><al>In de beschikking wordt meegedeeld welk bedrag beschikbaar wordt
                                    gesteld, voor welke periode, voor welke activiteiten en/of
                                    prestaties en onder welke aanvullende subsidievoorwaarden.</al></li><li nr="3."><al>In de beschikking wordt tevens bepaald op basis waarvan achteraf
                                    de definitieve vaststelling van de subsidie zal plaatsvinden.
                                    Als de jaarlijkse productiecyclus mede wordt bepaald door het
                                    ritme van het schooljaar kan het college aangepaste data bepalen
                                    ten aanzien van vraag, aanbod en beschikking. De subsidiënt
                                    wordt hierover geïnformeerd.</al></li><li nr="4."><al>De beschikking tot subsidieverlening wordt meegedeeld uiterlijk
                                    op 31 december van het jaar voorafgaand aan het
                                    subsidiejaar.</al></li><li nr="5."><al>Een latere indiening van de subsidieaanvraag leidt tot een
                                    evenredige verschuiving van het moment waarop de beschikking
                                    wordt afgegeven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Tussentijdse rapportage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Na afloop van elke viermaandelijkse periode brengt de
                                    organisatie binnen 6 weken verslag uit over de (cumulatieve)
                                    voortgang van de activiteiten en de geleverde prestaties in
                                    relatie tot de beleidsdoelen.</al></li><li nr="2."><al>De laatste rapportage is tevens het inhoudelijk jaarverslag van
                                    de organisatie.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot deze
                                    rapportages.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Verantwoording en vaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Na afloop van het subsidiejaar dient de organisatie voor 1 mei
                                    een financieel jaarverslag in waaruit de kosten per activiteit
                                    blijken, evenals een balans per 31 december van het
                                    subsidiejaar.</al></li><li nr="2."><al>De definitieve subsidievaststelling geschiedt op basis van
                                    hetgeen hierover is in de beschikking is opgenomen.</al></li><li nr="3."><al>De definitieve vaststelling vindt plaats uiterlijk 4 maanden na
                                    indiening van de jaarstukken.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Waarderingssubsidie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 21 Begripsbepaling</titel></kop><al>Een waarderingssubsidie heeft als doel de instandhouding van een
                            organisatie vanwege het belang dat door het college wordt gehecht aan de
                            inhoud en de doelgroep van de activiteiten. De hoogte van de subsidie
                            wordt berekend aan de hand van kengetallen. Ook kan voor het geheel of
                            voor bepaalde onderdelen een vast bedrag worden bepaald.
                            Subsidieverlening- en vaststelling vallen samen en hebben in principe
                            betrekking op een vierjarige periode.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22 Subsidieaanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een subsidieaanvraag moet worden ingediend voor 1 oktober van
                                    het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar, tenzij voor dat jaar
                                    reeds een beschikking is afgegeven.</al></li><li nr="2."><al>Bij een aanvraag worden gevoegd: </al><lijst><li nr="a."><al>een begroting en een activiteitenplan;</al></li><li nr="b."><al>informatie over kengetallen die van belang zijn voor de
                                            bepaling van de subsidie.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan voor de in te dienen stukken een model
                                    voorschrijven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23 Subsidievaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De beschikking tot subsidievaststelling wordt meegedeeld voor 1
                                    januari van het subsidiejaar c.q. subsidieperiode.</al></li><li nr="2."><al>Als de subsidie mede is gebaseerd op het aantal leden worden tot
                                    maximaal 25% de niet-Venlose leden meegeteld. Daarboven geldt
                                    een korting naar evenredigheid op het totale
                                    subsidiebedrag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24 Verantwoording</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Na afloop van elk subsidiejaar dient de organisatie voor 1 april
                                    een inhoudelijk jaarverslag en jaarrekening in bij het
                                    college.</al></li><li nr="2."><al>Tevens wordt informatie gegeven over de kengetallen voor zover
                                    op basis daarvan de subsidie is verleend.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 Exploitatiesubsidie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 25 Begripsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een exploitatiesubsidie is een subsidie in het exploitatietekort
                                    dat wordt berekend op basis van (percentages van) de
                                    subsidiabele lasten van een organisatie, eventueel uitgesplitst
                                    naar kostensoorten.</al></li><li nr="2."><al>De hoogte van subsidiabele lasten wordt bepaald aan de hand van
                                    de ingediende begroting, met als vergelijkingsgrond de laatste
                                    jaarrekening. Het college verbindt aan de subsidie een
                                    maximum.</al></li><li nr="3."><al>Subsidiabele lasten zijn geraamde kosten die rechtstreeks
                                    verband houden met de activiteiten die in het kader van de
                                    doelstelling van de organisatie worden gepland.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 26 Subsidieaanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een subsidieaanvraag moet worden ingediend voor 1 oktober van
                                    het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar, tenzij voor dat jaar
                                    reeds een beschikking is afgegeven.</al></li><li nr="2."><al>Bij een aanvraag worden gevoegd: </al><lijst><li nr="a."><al>een begroting met activiteitenplan. De begroting bevat
                                            een onderverdeling van de kostensoorten die voor de
                                            bepaling van de subsidie van belang zijn;</al></li><li nr="b."><al>een ledenlijst voor zover deze voor de bepaling van de
                                            subsidie nodig is.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan voor de in te dienen stukken een model
                                    voorschrijven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 27 Subsidieverlening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De beschikking tot subsidieverlening wordt meegedeeld voor 1
                                    januari van het subsidiejaar.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan in plaats van een besluit tot subsidieverlening
                                    ook overgaan tot een directe vaststelling. In dat geval wordt
                                    dit in de betreffende beleidsregel c.q. in de beschikking
                                    vermeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 28 Verantwoording en vaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Na afloop van het subsidiejaar dient de organisatie voor 1 mei
                                    een inhoudelijk en financieel jaarverslag in bij het
                                    college.</al></li><li nr="2."><al>De opzet van de jaarrekening is gelijk aan die van de ingediende
                                    begroting.</al></li><li nr="3."><al>Indien op de aanvraag een besluit tot subsidieverlening is
                                    genomen, stelt het college op basis van een beoordeling van
                                    jaarrekening de subsidie definitief vast.</al></li><li nr="4."><al>Binnen 3 maanden na indiening van de jaarstukken ontvangt de
                                    organisatie de definitieve subsidiebeschikking.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5 Eenmalige subsidie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 29 Begripsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Eenmalige subsidie kan worden verstrekt voor projecten,
                                    bijzondere activiteiten, experimenten of aanschaffingen die door
                                    het college van belang worden geacht en die naar het oordeel van
                                    het college niet binnen de reguliere exploitatie van een
                                    organisatie kunnen worden gedekt.</al></li><li nr="2."><al>Ook voor bijzondere prestaties kan een eenmalige subsidie worden
                                    verstrekt.</al></li><li nr="3."><al>Subsidiabele lasten zijn geraamde kosten die rechtstreeks
                                    verband houden met de hiervoor genoemde bestemmingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 30 Subsidieaanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieaanvraag moet worden ingediend tenminste 2 maanden
                                    voor de start van de activiteit c.q. het doen van de
                                    investering.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan in een beleidsregel voor een specifiek
                                    beleidsveld een ander moment c.q. andere momenten van indiening
                                    bepalen.</al></li><li nr="3."><al>De aanvraag bevat een adequate motivering en beschrijving van de
                                    activiteit, experiment of aanschaf, evenals een hierop
                                    betrekking hebbende begroting.</al></li><li nr="4."><al>Bij een bijzondere prestatie is een melding hiervan bij het
                                    college toereikend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 31 Subsidieverlening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Binnen een maand na indiening van de aanvraag neemt het college
                                    hierover een beslissing welke terstond aan de aanvrager wordt
                                    meegedeeld.</al></li><li nr="2."><al>De subsidie kan worden verstrekt als een vast bedrag of als een
                                    garantiesubsidie.</al></li><li nr="3."><al>Na toekenning wordt de subsidie in zijn geheel (als voorschot)
                                    verstrekt.</al></li><li nr="4."><al>In afwijking van lid 1 t/m 3 geldt voor projecten een
                                    beslistermijn van 3 maanden. De subsidiegrondslag en wijze van
                                    bevoorschotting wordt in de beschikking bepaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 32 Verantwoording en vaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Binnen 3 maanden na afloop van de besteding dient de aanvrager
                                    bij het college een inhoudelijk en financieel verslag in bij het
                                    college.</al></li><li nr="2."><al>Binnen een maand na indiening van het verslag wordt de subsidie
                                    definitief door het college vastgesteld en vervolgens meegedeeld
                                    aan de subsidieaanvrager.</al></li><li nr="3."><al>Bij projecten geldt een beslistermijn van 3 maanden, waarbij de
                                    subsidie wordt vastgesteld op basis van hetgeen hierover in de
                                    beschikking is opgenomen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6 Investeringssubsidie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 33 Begripsbepaling</titel></kop><al>Een investeringssubsidie is bedoeld voor een investering in onroerende
                            goederen die door het college van belang wordt geacht en waarvan de
                            kapitaalslasten redelijkerwijs niet binnen de reguliere exploitatie van
                            een organisatie kunnen worden gedekt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 34 Subsidieaanvraag</titel></kop><al>Een subsidieaanvraag moet vergezeld gaan van een begroting en een
                            inhoudelijke motivatie van de voorgenomen investering.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 35 Subsidieverlening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Binnen 6 maanden na indiening van de aanvraag neemt het college
                                    hierover een beslissing, welke terstond aan de aanvrager wordt
                                    meegedeeld.</al></li><li nr="2."><al>Bij een subsidieverlening boven € 10.000,00 dient de aanvrager
                                    aan de volgende voorwaarden te voldoen: </al><lijst><li nr="a."><al>de accommodatie mag niet worden vervreemd, bezwaard of
                                            een functiewijziging ondergaan zonder voorafgaande
                                            toestemming van het college;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager is verplicht zorg te dragen voor een
                                            afdoende opstal- en inboedelverzekering.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college besluit over de wijze van bevoorschotting.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 36 Verantwoording en vaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Binnen 3 maanden na realisatie van de investering dient door de
                                    subsidieaanvrager financieel verantwoording te worden
                                    afgelegd.</al></li><li nr="2."><al>Op basis hiervan wordt door het college de subsidie binnen 3
                                    maanden definitief vastgesteld en kenbaar gemaakt aan de
                                    subsidieaanvrager.</al></li><li nr="3."><al>Indien niet binnen een jaar na de subsidieverlening met de
                                    realisatie van de investering een aanvang is gemaakt wordt de
                                    subsidie op nihil vastgesteld en eventueel betaalde voorschotten
                                    teruggevorderd.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 7 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 37 Ontheffing, hardheidsclausule</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan in individuele gevallen ontheffing verlenen van
                                    één of meerdere verplichtingen van deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>Indien naar het oordeel van het college in bijzondere
                                    individuele gevallen de toepassing van een artikel van deze
                                    verordening of van een beleidsregel leidt tot een onbillijke
                                    situatie, dan is het college bevoegd hiervan af te wijken.</al></li><li nr="3."><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het
                                    college.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 38 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 15 juni 2006.</al><al>Per deze datum vervalt de subsidieverordening onderwijs, welzijn, sport
                            en cultuur, vastgesteld d.d. 27 november 2002.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Wet%20Bestuursrecht%20">Algemene Wet Bestuursrecht</extref> (de Awb) regelt reeds veel aspecten van
                    de subsidiëring. Wat in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Awb</extref> is geregeld hoeft niet in de verordening te worden opgenomen,
                    maar soms is dat toch gedaan om de leesbaarheid van de verordening te
                    bevorderen. Bij een conflict zal altijd de Awb naast de verordening worden
                    gelegd.</al><al>In de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Awb</extref> is ondermeer de mogelijkheid van bezwaar tegen een
                    subsidiebeschikking geregeld. Bij een negatief besluit op een bezwaarschrift is
                    vervolgens beroep mogelijk. In beschikkingen wordt steeds de mogelijkheid van
                    bezwaar en beroep vermeld.</al><al>In de subsidieverordening wordt een onderscheid gemaakt tussen subsidieverlening
                        (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=4%3A23">Awb 4:23</extref>) en subsidievaststelling (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=4%3A25">Awb 4:25</extref>). Als op basis van de aanvraag het subsidiebedrag
                    definitief wordt vastgelegd, vallen verlening en vaststelling samen. We spreken
                    dan van directe vaststelling.</al><al><vet>Artikel 3 Bevoegdheden raad en college</vet></al><al>De verordening stoelt op de verdeling van verantwoordelijkheden tussen de
                    gemeenteraad en het college zoals deze voortvloeit uit de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20dualisering%20gemeentebestuur">wet Dualisering</extref>. De raad stelt de gemeentebegroting vast en
                    bepaalt de beleidskaders waarbinnen subsidiëring plaatsvindt. Binnen die grenzen
                    neemt het college besluiten over subsidies. Een belangrijk instrument hierbij
                    zijn de beleidsregels die worden gehanteerd voor groepen van gelijksoortige
                    organisaties en bij eenmalige subsidies.</al><al><vet>Artikel 4-1 Rechtspersoonlijkheid</vet></al><al>Onder rechtspersonen zonder winstoogmerk vallen zowel verenigingen als
                    stichtingen.</al><al><vet>Artikel 7-3 Godsdienstige en politieke activiteiten</vet></al><al>Deze activiteiten komen niet voor subsidie in aanmerking. Dit heeft echter niet
                    betrekking op activiteiten met een brede en informatieve strekking. Denk
                    bijvoorbeeld aan een informatie- en discussiebijeenkomst van een
                    jongerenorganisatie over politieke thema’s, gericht op de bevordering van de
                    maatschappelijke participatie van jongeren. Verder wordt evenmin uitgesloten het
                    sociaal-maatschappelijk werk dat vanuit een bepaalde levensovertuiging wordt
                    verricht.</al><al><vet>Artikel 7-4 Verteer en vertier niet subsidiabel</vet></al><al>Kosten van consumpties, etenswaren en kosten van activiteiten die enkel
                    betrekking hebben op vertier (uitstapjes, feesten e.d.) worden niet gerekend tot
                    subsidiabele kosten. Deze algemene regel heeft niet betrekking op kosten die in
                    redelijkheid gemaakt worden ten bate van vrijwilligers die zich belangloos
                    inzetten voor de organisatie van activiteiten. Ook in redelijkheid gemaakte
                    kosten voor representatie of personeel worden hier uitgezonderd.</al><al>Verder bedoelen we met ‘vertier’ niet de activiteiten waarbij de sociale
                    doelstelling voorop staat, zoals het voorkomen van isolement van ouderen of het
                    bieden van een zinvolle vrijetijdsbesteding aan jongeren. Wat dit betreft is het
                    wel aan de subsidieaanvrager om aan te geven wat de relatie is van de
                    voorgenomen activiteiten met de doelstelling van de organisatie c.q. met de
                    beleidsdoelen van de gemeente.</al><al><vet>Artikel 9 Eigen vermogen</vet></al><al>In verband met het streven naar administratieve vereenvoudiging wordt enkel een
                    regeling over het eigen vermogen getroffen als het college daartoe aanleiding
                    ziet.</al><al><vet>Artikel 11 Accountantsverklaring</vet></al><al>Bij budgetsubsidiëring hechten we belang aan een objectieve toets van de
                    geleverde producten c.q. prestaties. Een dergelijke toets stelt eisen aan zowel
                    de wijze waarop de gewenste output wordt geformuleerd als aan de manier waarop
                    door de instelling wordt geregistreerd en verantwoording wordt afgelegd. De
                    outputsubsidiëring van de professionele instellingen bevindt zich in
                    verschillende stadia van ontwikkeling. Afhankelijk daarvan wordt - na overleg
                    met de subsidieaanvrager - de concretisering van de objectieve toets door het
                    college bepaald en in de subsidiebeschikking vastgelegd.</al><al><vet>Artikel 12 Weigering / verlaging / intrekking</vet></al><al>De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20">Algemene wet bestuursrecht</extref> bepaalt wanneer subsidie kan worden
                    geweigerd. Hiermee kan ondermeer misbruik van subsidie worden voorkomen. Deels
                    aanvullend op de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20">Awb</extref> worden in artikel 12 situaties genoemd waarin tot weigering
                    kan worden overgegaan.</al><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20/article=4%3A46">Artikel 4:46 van de Algemene wet bestuursrecht</extref> bepaalt uitputtend
                    wanneer een subsidie lager kan worden vastgesteld.</al><al><vet>Artikel 13 Subsidiesoorten en meerjarige subsidies</vet></al><al>Er wordt een beperkt aantal subsidiesoorten onderscheiden. Elke subsidiesoort
                    kent zijn eigen toepassingsgebied en procedure. Daarom zijn hiervoor aparte
                    hoofdstukken ingeruimd.</al><al>Lid 2 van dit artikel biedt de mogelijkheid om voor meerdere jaren een
                    beschikking af te geven. Waar mogelijk zal hiervan gebruik worden gemaakt. Het
                    leidt tot een beperking van administratieve handelingen en het biedt
                    organisaties meer zekerheid voor de langere termijn. Bij een meerjarige subsidie
                    moeten organisaties nog wel jaarlijks hun financieel en inhoudelijk verslag
                    indienen. Op deze manier blijft de gemeente op de hoogte van ontwikkelingen en
                    kan worden getoetst of organisaties nog steeds voldoen aan de voorwaarden die in
                    de beschikking c.q. beleidsregel zijn opgenomen.</al><al><vet>Artikel 14-20 Budgetsubsidie</vet></al><al>Budgetsubsidies worden met name toegepast bij professionele organisaties. De
                    gemeente wil hierbij sturen op ‘output’, op resultaat. Het gaat er om dat de
                    gesubsidieerde activiteiten bijdragen aan de realisering van de gemeentelijke
                    beleidsdoelen. Wat dit betreft is een ontwikkelproces gaande. In grote lijnen
                    gaat het steeds om het volgende traject:</al><al>vraag gemeente &gt; aanbod instelling &gt; overleg &gt; beschikking &gt;
                    uitvoering &gt; verantwoording.</al><al><vet>Artikel 14 lid 3 (begripsbepaling)</vet></al><al>”Producten zijn organisatiespecifieke teleenheden”. Afhankelijk van de
                    organisatie kan het hierbij gaan om bv.: aantal hulpverleningsgesprekken,
                    begeleidingsuren, bijeenkomsten, voorstellingen, lesuren e.d. Als besloten wordt
                    om de subsidie te koppelen aan gerealiseerde aantallen producten, zal in de
                    subsidiebeschikking worden vastgelegd welke afwijking van de in de
                    subsidieaanvraag vermelde aantallen leidt tot een bijstelling van het budget.
                    Vanwege nog lopende discussies kan deze systematiek niet in de verordening
                    worden vastgelegd. Ondermeer op dit onderdeel is nog sprake van een
                    ontwikkelproces, waarbij van gemeentezijde wordt gezocht naar een toetsbare
                    relatie tussen het budget en de mate waarin beleidsdoelen worden
                    gerealiseerd.</al><al><vet>Artikel 16 lid 2 (subsidieaanvraag)</vet></al><al>Bij de stichting Wel.kom gaat het meer specifiek om de volgende stukken:</al><lijst><li nr="•"><al>het activiteitenplan waarin tot uitdrukking komt de aard, omvang en
                            intensiteit van de geplande activiteiten, de doelgroepen waarop deze
                            zijn gericht en het verwachte resultaat in relatie tot de gemeentelijke
                            beleidsdoelen;</al></li><li nr="•"><al>een productenboek (het geheel van deelactiviteiten) waarin worden
                            vermeld: definities, specifieke kwaliteitseisen en
                            registratieafspraken;</al></li><li nr="•"><al>een integrale productiebegroting waarin per activiteit wordt aangegeven
                            met welke producten en in welke hoeveelheden wordt gewerkt aan de
                            gemeentelijke beleidsdoelen;</al></li><li nr="•"><al>een integrale begroting per product waarin alle kosten en opbrengsten
                            aan een product toegerekend.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 19 lid 1 (rapportages)</vet></al><al>In rapportages worden in ieder geval vermeld:</al><lijst><li nr="•"><al>de resultaten in relatie tot de gemeentelijke beleidsdoelen. Afwijkingen
                            kunnen aanleiding zijn tot bijsturing;</al></li><li nr="•"><al>de gerealiseerde producten;</al></li><li nr="•"><al>trends en ontwikkelingen met betrekking tot de klantgroep, problematiek,
                            omgevingsfactoren e.d.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 21-24 Waarderingssubsidie</vet></al><al>De gemeente subsidieert een groot aantal verenigingen en stichtingen vanuit een
                    waardering voor hun bijdrage aan het sociaal-maatschappelijk leven in de
                    gemeente, sport en cultuur hierbij inbegrepen. Waar mogelijk is de hoogte van de
                    financiële bijdrage gekoppeld aan het bereik van de doelgroep. Voor de gemeente
                    is het aantal leden of deelnemers een belangrijke indicatie voor de
                    maatschappelijke betekenis van de organisatie. Soms wordt een vast jaarlijks
                    bedrag bepaald om de instandhouding van een organisatie te faciliteren. In
                    andere gevallen wordt gekozen voor een combinatie van een vast bedrag plus een
                    bedrag dat afhangt van het aantal leden of deelnemers. In beleidsregels of
                    specifieke beschikkingen wordt een en ander verder uitgewerkt.</al><al><vet>Artikel 23 Niet-Venlose leden</vet></al><al>De uitvoering van artikel 22 lid 3 geschiedt als volgt: als meer dan een kwart
                    van het aantal leden bestaat uit niet in Venlo ingeschreven personen wordt een
                    korting op het volgens de beleidsregel berekende subsidie toegepast gelijk aan
                    het percentage niet-Venlose leden dat de 25% overschrijdt. Met andere woorden:
                    als bv. 30% bestaat uit niet-Venlose leden wordt een korting van 5%
                    toegepast.</al><al><vet>Artikel 25-28 Exploitatiesubsidie</vet></al><al>Met de toekenning van een exploitatiesubsidie wordt eveneens een waardering voor
                    een organisatie en de activiteiten tot uiting gebracht. Het nadeel van
                    exploitatiesubsidies betreft de administratieve rompslomp, zowel voor
                    organisaties als voor de gemeente. Op termijn zal deze subsidiesoort naar
                    verwachting verdwijnen.</al><al><vet>Artikel 29-32 Eenmalige subsidie</vet></al><al>Voor elk van de sectoren welzijn, sport en cultuur zijn door het college
                    afzonderlijke beleidsregels voor eenmalige subsidies vastgesteld. Hiermee worden
                    bijzondere eenmalige activiteiten of aanschaffingen mogelijk gemaakt, evenals
                    experimenten die een bron kunnen zijn voor vernieuwing. Ook voor projecten die
                    bijdragen aan gemeentelijke beleidsdoelen is een eenmalige subsidie mogelijk. Om
                    procedures te versnellen en te vereenvoudigen is, bij aanwezigheid van een
                    beleidsregel, de besluitvorming gedelegeerd aan het betreffende afdelingshoofd
                    die hierover werkafspraken maakt met de portefeuillehouder.</al><al><vet>Artikel 33-36 Investeringssubsidie</vet></al><al>Deze subsidievorm wordt met name toegepast bij sportorganisaties. Het is evident
                    dat de mogelijkheden strekken voor zover budgetten hiervoor zijn
                    gereserveerd.</al><al>Investeringen in onderwijsaccommodaties vallen buiten het kader van deze
                    verordening. Op dat gebied bestaat een specifieke verordening
                    onderwijshuisvesting.</al><al><vet>Artikel 37 Ontheffing</vet></al><al>De bevoegdheid tot ontheffing van indieningstermijnen is gedelegeerd aan het
                    betreffende afdelingshoofd, ervan uitgaande dat hiervan spaarzaam gebruik wordt
                    gemaakt. Op deze manier kan binnen de grenzen van rechtmatigheid snel op
                    bijzondere situaties worden gereageerd.</al><al>Vooraf, achteraf en tussendoor gaat het telkens om de vraag of de inzet van de
                    organisatie bijdraagt aan de realisering van de beleidsdoelen. Het antwoord
                    hierop kan tussendoor leiden tot een bijstelling van de inzet van de organisatie
                    of tot een aanpassing van de vraag van de gemeente.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>