<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR54936_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening Venlo</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">E3-journaal</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening Venlo</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=149">Gemeentewet, art. 149 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=154">Gemeentewet, art. 154 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174">Gemeentewet, art. 174 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2001-01-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2001-01-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>- mandaat en beleidsregels/gebruiksinstructie verblijfsontzeggingen (Venlo-Centrum)</al><al>- gebiedsaanwijzing, mandaat en gebruiksinstructie verblijfsontzeggingen (Klingerberg)</al><al>- gebiedsaanwijzing, mandaat en gebruiksinstructie verblijfsontzeggingen (Vossener)</al><al>- Aanwijzingsgebieden hinderlijk drankgebruik</al><al>- Nadere regels ter uitvoering van artikel 3:12 APV</al><al>- Besluit meldingsplicht evenementen 2006</al><al>- Besluit meldingsplicht handelsreclame 2008</al><al>- Besluit straatmuziek</al><al>- regeling anti-ramkraakpalen</al><al>- Aanwijzingen verbod verkoop voertuigen</al><al>- Nadere regels voor de passantenhavens</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene plaatselijke verordening Venlo</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen (1.1)</titel></kop><structuurtekst><al>In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>weg: </al><lijst><li nr="1."><al>de weg als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=1">artikel 1, 1e lid, onder b van de
                                                  Wegenverkeerswet</extref> alsmede de daaraan
                                                liggende en als zodanig aangeduide
                                                parkeerterreinen;</al></li><li nr="2."><al>de - al dan niet met enige beperking - voor het
                                                publiek toegankelijke pleinen en open plaatsen,
                                                parken, plantsoenen, speelweiden, zandbakken,
                                                kinderspeelplaatsen, bossen en andere
                                                natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor
                                                vaartuigen;</al></li><li nr="3."><al>de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen,
                                                portieken, gangen, passages en galerijen, welke
                                                uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde
                                                ruimte toegang geven en niet afsluitbaar zijn;</al></li><li nr="4."><al>andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet
                                                afsluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen,
                                                passages en galerijen; de afsluitbare alleen
                                                gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege
                                                degene die daartoe naar burgerlijk recht bevoegd is,
                                                zijn afgesloten;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>openbaar water: alle wateren die - al dan niet met enige
                                        beperking - voor het publiek bevaarbaar of anderszins
                                        toegankelijk zijn;</al></li><li nr="c."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan de grenzen
                                        zijn vastgesteld overeenkomstig <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenwet/article=27">artikel 27, 2e lid, van de Wegenwet</extref>;</al></li><li nr="d."><al>rechthebbende: een ieder die over enige zaak enige
                                        zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk
                                        recht;</al></li><li nr="e."><al>voertuigen: alle voertuigen als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reglement%20verkeersregels%20en%20verkeerstekens%201990%20(RVV%201990)/article=1">artikel 1, onder a en onder aI, van het Reglement
                                            verkeersregels en verkeerstekens 1990</extref>, met
                                        uitzondering van: </al><lijst><li nr="5."><al>treinen en trams;</al></li><li nr="6."><al>kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine
                                                voertuigen;</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>vaartuigen: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan
                                        drijvende werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en
                                        ponten;</al></li><li nr="g."><al>woonschepen: schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning
                                        gebezigd of tot woning bestemd;</al></li><li nr="h."><al>bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen,
                                        metaal of ander materiaal, welke op de plaats van bestemming
                                        hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij
                                        direct of indirect steun vindt in of op de grond;</al></li><li nr="i."><al>gebouw: elk bouwwerk dat een voor personen toegankelijke
                                        overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte
                                        vormt;</al></li><li nr="j."><al>vee: dieren die behoren tot de diersoorten genoemd in
                                        bijlage II, behorend bij <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Meststoffenwet/article=55%20">artikel 55 van de Meststoffenwet</extref>;</al></li><li nr="k."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                        diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel
                                        belang te dienen;</al></li><li nr="l."><al>bevoegd gezag: de burgemeester voor openbare samenkomsten en
                                        vermakelijkheden, alsmede de voor het publiek toegankelijke
                                        plaatsen als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174%20">artikel 174 van de Gemeentewet</extref> en burgemeester
                                        en wethouders voor andere dan voor publiek toegankelijke
                                        plaatsen;</al></li><li nr="m."><al>wegenverkeerswet: <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994">Wegenverkeerswet 1994</extref>.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 1:2 Beslistermijn (1.2)</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                        vergunning of ontheffing binnen acht weken na de dag waarop
                                        de aanvraag ontvangen is.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten
                                        hoogste 8 weken verdagen.</al></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het 1e en het 2e lid geldt niet voor zover
                                        in deze verordening andere beslistermijnen zijn
                                        vastgesteld.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 1:3 Te late indiening aanvraag (1.3)</titel></kop><structuurtekst><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan 3 weken voor het tijdstip waarop de aanvrager
                                de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bevoegde
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al><al>Voor bepaalde, door het bevoegde bestuursorgaan aan te wijzen
                                vergunningen of ontheffingen kan de in het 1e lid genoemde termijn
                                worden verlengd tot ten hoogste 8 weken.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen (1.4)</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                        ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden
                                        verbonden. Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts
                                        strekken tot bescherming van het belang of de belangen in
                                        verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.</al></li><li nr="2."><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                        ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                        voorschriften en beperkingen na te komen.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
                                (1.5)</titel></kop><structuurtekst><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of
                                krachtens deze verordening anders is bepaald.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
                                (1.6)</titel></kop><structuurtekst><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of
                                gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                        gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                        inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                        ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of
                                        wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter
                                        bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is
                                        vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                        voorschriften en beperkingen niet zijn of worden
                                        nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                        gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij
                                        gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke
                                        termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder van de vergunning of ontheffing of zijn
                                        rechtsverkrijgende dit verzoekt.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 1:7 Termijnen (1:7)</titel></kop><structuurtekst><al>Vervallen.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><titel>Afdeling 1 Orde en veiligheid op de weg</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Paragraaf 1 Bestrijding van ongeregeldheden</tussenkop><tussenkop> Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden
                                        (2.1.1.1)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op of aan de weg zich tezamen met
                                                anderen te begeven naar of al dan niet tezamen met
                                                anderen deel te nemen aan een samenscholing, onnodig
                                                op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te
                                                geven tot wanordelijkheden, dan wel te vechten.</al></li><li nr="2."><al>Een ieder, die op de weg aanwezig is bij enig
                                                voorval, waardoor er wanordelijkheden ontstaan of
                                                dreigen te ontstaan of bij een tot toeloop van
                                                publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor er
                                                wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan,
                                                dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                                samenscholing, is verplicht op een daartoe strekkend
                                                bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                                vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting
                                                te verwijderen.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op
                                                terreinen, wegen of weggedeelten, wanneer deze door
                                                of vanwege het gezag, dat daartoe bevoegd is, in het
                                                belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming
                                                van wanordelijkheden zijn afgezet.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in
                                                het derde lid gestelde verbod.</al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor
                                                betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                                levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20openbare%20manifestaties">Wet openbare manifestaties</extref>.</al></li></lijst><tussenkop> Paragraaf 2 Betoging</tussenkop><tussenkop> Artikel 2:2 Kennisgeving betogingen op openbare
                                        plaatsen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare
                                                plaats een betoging te houden, moet daarvan voor de
                                                openbare aankondiging ervan en ten minste 48 uur
                                                voordat deze gehouden zal worden, schriftelijk
                                                kennis geven aan de burgemeester, met inachtneming
                                                van hetgeen in het 5e lid hierover is bepaald.</al></li><li nr="2."><al>Voor zover sprake is van termijnen in uren, bepaald
                                                door terugrekening van een tijdstip of gebeurtenis,
                                                en deze eindigen op een vrijdag na 12.00 uur, een
                                                zaterdag, een zondag of een algemeen erkende
                                                feestdag, worden de termijnen geacht te eindigen om
                                                12.00 uur op voorgelegen dag, die geen zaterdag,
                                                zondag of algemeen erkende feestdag is.</al></li><li nr="3."><al>Onder openbare plaats wordt verstaan een plaats als
                                                bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20openbare%20manifestaties/article=1">artikel 1, 1e lid, juncto 2e lid, van de Wet
                                                  openbare manifestaties</extref>.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de
                                                in het eerste lid genoemde termijn verkorten en een
                                                mondelinge kennisgeving ontvankelijk verklaren.</al></li><li nr="5."><al>Bij de kennisgeving kan de burgemeester een opgave
                                                verlangen van: </al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging
                                                  houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en
                                                  het tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de
                                                  route en de plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van
                                                  samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt
                                                  zal treffen om een regelmatig verloop te
                                                  bevorderen.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een
                                                bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is
                                                vermeld.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:2a Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen
                                        (2.1.2.2 - 2.1.2.4)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare
                                                plaats een betoging te houden, moet daarvan voor de
                                                openbare aankondiging ervan en ten minste 48 uur
                                                voordat deze gehouden zal worden, schriftelijk
                                                kennis geven aan de burgemeester, met inachtneming
                                                van hetgeen in het vierde lid hierover is
                                                bepaald.</al></li><li nr="2."><al>Onder openbare plaats wordt verstaan een plaats als
                                                bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20openbare%20manifestaties/article=1">artikel 1, 1e lid, juncto 2e lid, van de Wet
                                                  openbare manifestaties</extref>, te weten een
                                                plaats die krachtens bestemming of vast gebruik open
                                                staat voor het publiek, met uitzondering van een
                                                gebouw of besloten plaats als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Grondwet/article=6">artikel 6, 2e lid, van de Grondwet</extref>.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de
                                                in het 1e lid genoemde termijn verkorten en een
                                                mondelinge kennisgeving ontvankelijk verklaren.</al></li><li nr="4."><al>Bij de kennisgeving kan de burgemeester een opgave
                                                verlangen van: </al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging
                                                  houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en
                                                  het tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de
                                                  route en de plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van
                                                  samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt
                                                  zal treffen om een regelmatig verloop te
                                                  bevorderen.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een
                                                bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is
                                                vermeld.</al></li></lijst><tussenkop> Paragraaf 3 Verspreiden van gedrukte stukken</tussenkop><tussenkop> Artikel 2:3 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of
                                        gedrukte stukken of afbeeldingen (2.1.3.1)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken of
                                                afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel
                                                openlijk aan te bieden, aan te bevelen of bekend te
                                                maken op of aan andere dan door burgemeester en
                                                wethouders bij openbare kennisgeving aangewezen
                                                wegen of gedeelten daarvan en gedurende andere dan
                                                de daarbij aangeduide tijden.</al></li><li nr="2."><al>Het in het 1e lid bepaalde geldt niet voor het
                                                huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen
                                                van de in het eerste lid bedoelde gedrukte of
                                                geschreven stukken en afbeeldingen.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing
                                                verlenen van het in het 1e lid gestelde verbod.</al></li></lijst><tussenkop> Paragraaf 4 Dienstverlening e.d. op de weg</tussenkop><tussenkop> Artikel 2:4 Dienstverlening (2.1.4.2)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester
                                                en wethouders op of aan de weg op te treden als
                                                dienstverlener of zijn diensten als zodanig aan te
                                                bieden.</al></li><li nr="2."><al>De vergunning kan worden geweigerd in het belang
                                                van: </al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>de verkeersveiligheid of veiligheid van
                                                  personen of goederen;</al></li><li nr="d."><al>de zedelijkheid of gezondheid.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het 1e lid geldt niet voor zover het
                                                betreft dienstverlening aan vaste afnemers.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:5 Straatartiest (2.1.4.3)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als
                                                straatartiest, straatfotograaf, tekenaar,
                                                filmoperateur of gids op te treden op of aan door de
                                                burgemeester aangewezen wegen of gedeelten
                                                daarvan.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan de werking van het in het 1e lid
                                                gestelde verbod beperken tot in de openbare
                                                kennisgeving aan te duiden dagen en uren.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in
                                                het 1e lid gestelde verbod.</al></li></lijst><tussenkop> Paragraaf 5 Bruikbaarheid van de weg</tussenkop><tussenkop> Artikel 2:6 Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg
                                        (2.1.5.1)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd
                                                gezag de weg of een weggedeelte te gebruiken anders
                                                dan overeenkomstig de bestemming daarvan.</al></li><li nr="2."><al>Het in het 1e lid bepaalde is niet van toepassing
                                                op: </al><lijst><li nr="a."><al>vlaggen, wimpels en vlaggenstokken, indien zij
                                                  geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor
                                                  personen of goederen;</al></li><li nr="b."><al>zonneschermen, voor zover ze zijn aangebracht
                                                  boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van
                                                  de weg en voor zover: </al><lijst><li nr="-"><al>elk onderdeel zich meer dan 2.20 meter boven
                                                  dat gedeelte bevindt en</al></li><li nr="-"><al>elk onderdeel, in welke stand het scherm ook
                                                  staat, zich op meer dan 0.50 meter van het voor
                                                  het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg
                                                  bevindt en</al></li><li nr="-"><al>elk onderdeel, in welke stand het scherm ook
                                                  staat, minder dan 1.50 meter buiten de opgaande
                                                  gevel reikt;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>de voorwerpen of stoffen, die
                                                  noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht
                                                  worden in verband met laden of lossen ervan.
                                                  Degene die de werkzaamheden verricht of doet
                                                  verrichten draagt er zorg voor, dat onmiddellijk
                                                  na het beëindigen daarvan, in elk geval voor
                                                  zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg
                                                  verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd
                                                  is;</al></li><li nr="d."><al>voertuigen;</al></li><li nr="e."><al>voorwerpen of stoffen waarop gedachten of
                                                  gevoelens worden geopenbaard;</al></li><li nr="f."><al>winkeluitstallingen als bedoeld in artikel 2:7
                                                  en standplaatsen als bedoeld in artikel 5:14.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het is verboden op, in, over of boven de weg
                                                voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens
                                                worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te
                                                hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving,
                                                constructie of plaats van bevestiging schade
                                                toebrengen aan de weg, gevaar opleveren voor de
                                                bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en
                                                veilig gebruik daarvan, danwel een belemmering
                                                vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de
                                                weg.</al></li><li nr="4."><al>Voor de toepassing van het 2e lid, onder c, wordt
                                                onder weg verstaan hetgeen <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=1%20">Wegenverkeerswet 1994, art. 1</extref> daaronder
                                                verstaat.</al></li><li nr="5."><al>Een vergunning bedoeld in het 1e lid kan worden
                                                geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt
                                                  aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid
                                                  van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik
                                                  daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor
                                                  het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zich
                                                  zelf, hetzij in verband met de omgeving niet
                                                  voldoet aan redelijke eisen van welstand;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking
                                                  van overlast voor gebruikers van de in de
                                                  nabijheid gelegen onroerende zaak.</al></li></lijst></li><li nr="6a."><al>Het verbod in het 1e lid geldt niet voor zover in
                                                het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                                de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20beheer%20rijkswaterstaatswerken">Wet beheer rijkswaterstaatswerken</extref> of de
                                                Wegenverordening provincie Limburg. </al><lijst><li nr="b."><al>De weigeringsgrond van het 5e lid, onder a,
                                                  geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                                  onderwerp wordt voorzien door <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=5%20">artikel 5 van de Wegenverkeerswet</extref>.</al></li><li nr="c."><al>De weigeringsgrond van het 5e lid, onder b,
                                                  geldt niet voor bouwwerken.</al></li><li nr="d."><al>De weigeringsgrond van het 5e lid, onder c,
                                                  geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp
                                                  wordt voorzien door de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref>.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:7 Winkeluitstallingen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester
                                                en wethouders op, aan of boven de weg voorwerpen,
                                                reclameborden daaronder begrepen, uit te stallen of
                                                uitgestald te hebben om goederen aan te prijzen, te
                                                koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken
                                                aan het publiek.</al></li><li nr="2."><al>Het 1e lid is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>winkeluitstallingen in portieken;</al></li><li nr="b."><al>winkeluitstallingen welke zijn aangebracht
                                                  boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van
                                                  de weg, mits geen onderdeel zich minder dan 2.20
                                                  meter boven dat gedeelte van de weg bevindt en
                                                  geen onderdeel zich op minder dan 0.50 meter van
                                                  het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de
                                                  weg bevindt.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Een vergunning bedoeld in het 1e lid kan worden
                                                geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de brandveiligheid;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de verkeersvrijheid of
                                                  verkeersveiligheid;</al></li><li nr="d."><al>in het belang van de bescherming van het
                                                  uiterlijk aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="e."><al>in het belang van het voorkomen of het
                                                  beperken van overlast;</al></li><li nr="f."><al>gelet op de ruimtelijke omstandigheden ter
                                                  plaatse.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Aan de vergunning kunnen burgemeester en wethouders
                                                voorschriften verbinden, die betrekking hebben op: </al><lijst><li nr="-"><al>de aard, oppervlakte en omvang van de
                                                  uitstalling;</al></li><li nr="-"><al>de constructie van de uitstalling;</al></li><li nr="-"><al>de situering van de uitstalling ten opzichte
                                                  van de winkel.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij openbare
                                                kennisgeving voor nader aan te wijzen straten of
                                                pleinen of delen van straten of pleinen nadere
                                                regels stellen, die betrekking hebben op: </al><lijst><li nr="-"><al>de aard, oppervlakte en omvang van de
                                                  uitstalling;</al></li><li nr="-"><al>de constructie van de uitstalling;</al></li><li nr="-"><al>de situering van de uitstalling ten opzichte
                                                  van de winkel.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:8 Aanleggen, beschadigen en veranderen van een
                                        weg (2.1.5.2)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester
                                                en wethouders een weg aan te leggen, de verharding
                                                daarvan op te breken, in een weg te graven of te
                                                spitten, aard of breedte van de wegverharding te
                                                veranderen of anderszins verandering te brengen in
                                                de wijze van aanleg van een weg.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het 1e lid wordt onder weg
                                                verstaat wat <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeersweg%201994/article=1%20">artikel 1 van de Wegenverkeersweg 1994</extref>
                                                daaronder verstaat, alsmede alle niet openbare
                                                ontsluitingswegen van gebouwen.</al></li><li nr="3."><al>Een vergunning bedoeld in het 1e lid kan worden
                                                geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van schade of
                                                  overlast;</al></li><li nr="c."><al>de bruikbaarheid van de openbare gronden;</al></li><li nr="d."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de
                                                  openbare gronden;</al></li><li nr="e."><al>het doelmatig beheer en onderhoud van de
                                                  openbare gronden;</al></li><li nr="f."><al>de belemmering van doelmatig beheer en
                                                  onderhoud van de openbare gronden;</al></li><li nr="g."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van
                                                  de omgeving;</al></li><li nr="h."><al>de bescherming van groenvoorzieningen.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het verbod geldt niet voor het Rijk, de provincie,
                                                de gemeente of het waterschap bij het uitvoeren van
                                                zijn/haar publiekrechtelijke taak.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het
                                                daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht">Wetboek van Strafrecht,</extref> de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20beheer%20rijkswaterstaatswerken">Wet beheer rijkswaterstaatswerken</extref>, de
                                                Wegenverordening provincie Limburg, de
                                                Waterschapskeur, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Telecommunicatiewet%20">Telecommunicatiewet</extref> of de daarop
                                                gebaseerde <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/Telecommunicatieverordening-Venlo/04-01-2001">Telecommunicatieverordening</extref>.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:9 Maken en veranderen van een uitweg
                                        (2.1.5.3)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester
                                                en wethouders: </al><lijst><li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg;</al></li><li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben
                                                  van een uitweg;</al></li><li nr="c."><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg
                                                  naar de weg.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het 1e lid wordt onder weg
                                                verstaan hetgeen <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=1%20">artikel 1 van de Wegenverkeerswet</extref>
                                                daaronder verstaat.</al></li><li nr="3."><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                                geweigerd in het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>de bruikbaarheid van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de
                                                  weg;</al></li><li nr="c."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van
                                                  de omgeving;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van groenvoorzieningen in de
                                                  gemeente.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Een vergunning zoals bedoeld in het 1e lid is
                                                zaaksgebonden.</al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in het 1e lid geldt niet voor zover de
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20beheer%20Rijkswaterstaatswerken">Wet beheer Rijkswaterstaatswerken</extref>,
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=5%20">artikel 5 van de Wegenverkeerswet</extref> of de
                                                Wegenverordening provincie Limburg van toepassing
                                                is.</al></li></lijst><tussenkop> Paragraaf 6 Veiligheid van de weg</tussenkop><tussenkop> Artikel 2:10 Winkelwagentjes (2.1.6.2)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op een bedrijf die ten behoeve van
                                                het winkelend publiek winkelwagentjes, mede ten
                                                behoeve van het vervoer van winkelwaren over de weg,
                                                ter beschikking stelt is verplicht deze te voorzien
                                                van de naam van het bedrijf of van een ander
                                                herkenningsteken en de in de omgeving van dat
                                                bedrijf door het publiek op of langs de weg
                                                achtergelaten winkelwagentjes terstond te
                                                verwijderen of te doen verwijderen.</al></li><li nr="2."><al>Het is degene, die een winkelwagentje op de weg
                                                gebruikt, verboden dit op de weg achter te laten,
                                                anders dan op de daarvoor bestemde plaats of
                                                plaatsen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het 1e lid bepaalde geldt niet voor zover de
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer%20">Wet milieubeheer</extref> van toepassing is.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:11 Hinderlijke beplanting of voorwerp
                                        (2.1.6.3)</tussenkop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of
                                        te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije
                                        uitzicht wordt belemmerd of daarvoor op andere wijze hinder
                                        of gevaar oplevert.</al><tussenkop> Artikel 2:12 Openen straatkolken e.d. (2.1.6.4)</tussenkop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                        straatkolk, rioolput, brandkraan of enigerlei andere
                                        afsluiting, die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te
                                        openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.</al><tussenkop> Artikel 2:13 Rookverbod in bossen en natuurgebieden
                                        (2.1.6.6)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden te roken in bossen dan wel op heide-
                                                of veengronden of binnen een afstand van 30 meter
                                                daarvan gedurende de maanden april tot en met
                                                september.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden in bossen dan wel op heide- of
                                                veengronden of binnen een afstand van honderd meter
                                                daarvan, voorzover het de openlucht betreft,
                                                brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen,
                                                weg te werpen of te laten liggen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het 1e en in het 2e lid gestelde verbod geldt
                                                niet voor zover het bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht%20/article=429">artikel 429, aanhef en onder 3e, van het Wetboek
                                                  van Strafrecht</extref> van toepassing is.</al></li><li nr="4."><al>Het in het 1e lid gestelde verbod geldt voorts niet
                                                voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en
                                                aangrenzende, als tuin ingerichte, erven.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:14 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp
                                        (2.1.6.7)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op, aan of boven het voor
                                                voetgangers of (brom)fietsers bestemde deel van de
                                                weg op enigerlei wijze prikkeldraad, schrikdraad,
                                                puntdraad of andere scherpe voorwerpen aan te
                                                brengen of te hebben lager dan 2.20 meter boven dat
                                                gedeelte van de weg.</al></li><li nr="2."><al>Het in het 1e lid gestelde verbod geldt niet ten
                                                aanzien van prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of
                                                andere scherpe voorwerpen, die op grotere afstand
                                                dan 0.50 meter uit de uiterste boord van de weg, op
                                                van de weg af gerichte delen van een afscheiding
                                                zijn aangebracht.</al></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg
                                                verstaan hetgeen <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=1%20">artikel 1 van de Wegenverkeerswet</extref>
                                                daaronder verstaat.</al></li><li nr="4."><al>Het in 1e lid bepaalde geldt niet voor zover <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=5%20">artikel 5 van de Wegenverkeerswet</extref> van
                                                toepassing is.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.14a Gevaarlijke voorwerpen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op door burgemeester en wethouders
                                                aangewezen wegen en daaraan gelegen voor het publiek
                                                toegankelijke gebouwen en terreinen, messen,
                                                knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als
                                                wapen kunnen worden gebruikt, openlijk bij zich te
                                                dragen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het 1e lid gestelde verbod geldt niet voor
                                                wapens behorende tot de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20wapens%20en%20munitie">categorieën I, II, III en IV Wet wapens en
                                                  munitie</extref> en voor zover door het bij zich
                                                dragen van deze voorwerpen de openbare orde en
                                                veiligheid niet in gevaar komt of kan komen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:15 Vallende voorwerpen (2.1.6.8)</tussenkop><al>Het is verboden aan een weg of aan enig deel van een
                                        bouwwerk een voorwerp te hebben dat niet deugdelijk
                                        beveiligd is tegen neervallen op de weg.</al><tussenkop> Artikel 2:16 Voorzieningen voor verkeer en verlichting
                                        (2.1.6.9)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te
                                                laten dat op of aan dat bouwwerk, vanwege en
                                                overeenkomstig de aanwijzingen van burgemeester en
                                                wethouders, voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                                behoeve van het openbaar verkeer of de openbare
                                                verlichting worden aangebracht, onderhouden,
                                                gewijzigd of verwijderd.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders maken tevoren aan de
                                                rechthebbende als bedoeld in het 1e lid hun besluit
                                                bekend over te gaan tot het doen aanbrengen of
                                                wijzigen van een voorwerp, bord of voorziening als
                                                bedoeld in het 1e lid.</al></li><li nr="3."><al>Het in het 1e lid bepaalde geldt niet voor zover de
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterstaatswet%201900">Waterstaatswet 1900</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Onteigeningswet">Onteigeningswet</extref>, of de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Belemmeringenwet%20Privaatrecht">Belemmeringenwet Privaatrecht</extref> van
                                                toepassing is.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:17 Veiligheid op het ijs (2.1.6.11)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                                  beschadigen, te verontreinigen, te versperren of
                                                  het verkeer daarop op enige andere wijze te
                                                  belemmeren of in gevaar te brengen;</al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                                  veiligheid geplaatst op de onder a. bedoelde
                                                  ijsvlakten, te verplaatsen, weg te nemen, te
                                                  beschadigen of op enige andere wijze het gebruik
                                                  daarvan te verijdelen of te belemmeren.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Een ieder is verplicht op eerste vordering van een
                                                ambtenaar van politie onmiddellijk het ijs te
                                                verlaten ter voorkoming van gevaar voor personen of
                                                goederen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het 1e lid bepaalde geldt niet voor zover het
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht">Wetboek van Strafrecht</extref> van toepassing
                                                is.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Afdeling 2 Toezicht op evenementen (2.2.1 - 2.2.3)</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 2:18 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>evenement: elke voor publiek toegankelijke verrichting
                                            van vermaak, met uitzondering van: </al><lijst><li nr="1."><al>bioscoop- en theatervoorstellingen;</al></li><li nr="2."><al>markten als bedoeld in de Marktverordening
                                                  Venlo;</al></li><li nr="3."><al>kansspelen als bedoeld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen">Wet op de kansspelen</extref>;</al></li><li nr="4."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als
                                                  bedoeld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20openbare%20manifestaties">Wet openbare manifestaties</extref>;</al></li><li nr="5."><al>voetbalwedstrijden als bedoeld in afdeling 9 van
                                                  dit hoofdstuk;</al></li><li nr="6."><al>activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:4 of
                                                  2:5;</al></li><li nr="7."><al>verrichtingen van vermaak, voor zover die
                                                  plaatsvinden in een inrichting, waarvoor een
                                                  vergunning als bedoeld in artikel 2:22 is
                                                  verleend.</al></li></lijst></li><li nr="Onder"><al>evenement wordt mede verstaan:</al></li><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie of snuffelmarkt;</al></li><li nr="c."><al>een optocht op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest of wedstrijd op of aan de weg.</al></li><li nr="b."><al>evenemententerrein: de ruimte die in de
                                            evenementenvergunning is aangegeven om de activiteiten
                                            te laten plaatsvinden en het publiek in staat te stellen
                                            daarnaar te kijken en/of daaraan deel te nemen;</al></li><li nr="c."><al>organisator: de natuurlijke of rechtspersoon die een
                                            evenement in de zin van dit artikel organiseert, dan wel
                                            als eerstverantwoordelijke aan de organisatie leiding
                                            geeft;</al></li><li nr="d."><al>deelnemer: een medewerker, deelnemer, toeschouwer of
                                            bezoeker van een evenement in de zin van dit
                                            artikel.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:19 Vergunningen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester
                                            een evenement te organiseren of te houden.</al></li><li nr="2."><al>Voor het op het evenemententerrein verrichten van
                                            activiteiten, die op grond van deze of een andere
                                            gemeentelijke verordening vergunningplichtig zijn, is
                                            tijdens de duur van het evenement geen afzonderlijke
                                            vergunning nodig, mits die activiteiten vermeld zijn in
                                            de vergunning als bedoeld in het 1e lid.</al></li><li nr="3."><al>Voor het verkrijgen van een vergunning moet een aanvraag
                                            worden ingediend aan de hand van een door de
                                            burgemeester vast te stellen formulier.</al></li><li nr="4."><al>Bij de aanvraag, bedoeld in het vorige lid, wordt
                                            tenminste: </al><lijst><li nr="a."><al>opgaaf gedaan van de plaats waar en de datum en
                                                  het tijdstip waarop het evenement zal
                                                  plaatsvinden;</al></li><li nr="b."><al>opgaaf gedaan van het verwachte aantal
                                                  deelnemers en toeschouwers;</al></li><li nr="c."><al>opgaaf gedaan van de mogelijke risico's voor
                                                  verstoring van de openbare orde en
                                                  veiligheid;</al></li><li nr="d."><al>opgaaf gedaan van de maatregelen die de
                                                  organisator zelf zal nemen om wanordelijkheden te
                                                  voorkomen</al></li><li nr="e."><al>overgelegd een nauwkeurige beschrijving van de
                                                  locatie van het evenement en een plattegrond van
                                                  de inrichting van de locatie.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Risicoverhogende feiten of omstandigheden waarvan eerst
                                            na de aanvraag is gebleken, dienen door de organisator
                                            onverwijld aan de burgemeester te worden gemeld.</al></li><li nr="6."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:3 kan de
                                            burgemeester, indien een aanvraag wordt ingediend minder
                                            dan 12 weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de
                                            vergunning nodig heeft, besluiten de aanvraag niet te
                                            behandelen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:20 Voorschriften</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan aan de vergunning voorschriften
                                            verbinden: </al><lijst><li nr="a."><al>ter regulering van het evenement, die onder meer
                                                  betrekking kunnen hebben op plaats en tijdstip,
                                                  technische voorzieningen en de verdere
                                                  inrichting;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de veiligheid van personen of
                                                  goederen;</al></li><li nr="c."><al>ter voorkoming van ernstige hinder voor
                                                  deelnemers en derden op en rondom het
                                                  evenemententerrein;</al></li><li nr="d."><al>in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="e."><al>in het belang van de bruikbaarheid van de weg en
                                                  het doelmatig en veilig gebruik daarvan.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De burgemeester weigert de vergunning in ieder geval
                                            indien naar zijn oordeel noch door het stellen van
                                            voorschriften, noch door de zijdens de organisator
                                            voorgestelde maatregelen, onevenredige schade aan de
                                            belangen genoemd in het 1e lid kan worden voorkomen, dan
                                            wel indien de ter handhaving van openbare orde en
                                            veiligheid noodzakelijke politiecapaciteit een zijns
                                            inziens onevenredig beroep op de beschikbare formatie
                                            doet.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden een evenement aan te kondigen, toe te
                                            laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen: </al><lijst><li nr="a."><al>indien wordt afgeweken van de in de aanvraag,
                                                  dan wel de naderhand aan de burgemeester
                                                  verstrekte gegevens bedoeld in artikel 2:19;</al></li><li nr="b."><al>indien wordt gehandeld in strijd met de
                                                  krachtens het 1e lid door de burgemeester aan de
                                                  vergunning verbonden voorschriften of;</al></li><li nr="c."><al>indien voor het evenement geen vergunning is
                                                  verleend.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De organisator van een evenement of degene die daarbij
                                            de feitelijke leiding heeft, is verplicht: </al><lijst><li nr="a."><al>het evenement onverwijld te beëindigen indien
                                                  daartoe door of namens de burgemeester een bevel
                                                  gegeven wordt;</al></li><li nr="b."><al>ervoor te zorgen dat, nadat het onder a.
                                                  bedoelde bevel is gegeven, geen deelnemers meer
                                                  tot het evenemententerrein worden toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>ervoor te zorgen dat de aanwijzingen van
                                                  ambtenaren van politie en brandweer stipt en
                                                  onverwijld worden opgevolgd.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het is voor deelnemers verboden aanwezig te zijn of te
                                            blijven bij een evenement ten aanzien waarvan een bevel
                                            als bedoeld in het 4e lid, onder a, is gegeven.</al></li><li nr="6."><al>Het is verboden bij evenementen onnodig op te dringen,
                                            door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot
                                            wanordelijkheden of wanordelijkheden te
                                            veroorzaken.</al></li><li nr="7."><al>Het is verboden bij evenementen messen, knuppels,
                                            slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen
                                            worden gebruikt, op een zodanige wijze mee te voeren dat
                                            de openbare orde of veiligheid in gevaar komt of kan
                                            komen.</al></li><li nr="8."><al>Een ieder is verplicht bij evenementen alle aanwijzingen
                                            van ambtenaren van politie en brandweer in het belang
                                            van openbare orde of veiligheid terstond en stipt op te
                                            volgen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:20a Nadere regels</tussenkop><al>Het verbod, vervat in artikel 2:19, 1e lid, geldt niet voor het
                                    organiseren of houden van door burgemeester en wethouders bij
                                    openbaar bekend te maken besluit aangewezen categorieën
                                    evenementen, al dan niet tot een bepaald gebied beperkt, voor
                                    zover de organisator voldoet aan de door burgemeester en
                                    wethouders bij of krachtens dat besluit gestelde voorschriften,
                                    welke betrekking hebben op de in artikel 2:20, 1e lid, genoemde
                                    belangen.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Afdeling 3 Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Paragraaf 1 Vergunningplichtige inrichtingen</tussenkop><tussenkop> Artikel 2:21 Begripsomschrijvingen (2.3.1.1)</tussenkop><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>inrichting: </al><lijst><li nr="1."><al>inrichtingen waarin een horecabedrijf als
                                                  bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet/article=3%20">artikel 3 van de Drank- en Horecawet</extref>
                                                  wordt uitgeoefend, alsmede de daarbij behorende
                                                  open aanhorigheden en voor publiek toegankelijke
                                                  plaatsen waarvoor een ontheffing bedoeld in
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet/article=35%20">artikel 35 van de Drank- en Horecawet</extref>
                                                  geldt;</al></li><li nr="2."><al>alle voor het publiek toegankelijke
                                                  lokaliteiten open plaatsen, tuinen of gedeelten
                                                  daarvan, zomede de daarbij behorende terrassen en
                                                  de daarmee gemeenschap hebbende vertrekken die
                                                  niet uitsluitend als woning of winkel als bedoeld
                                                  in de Winkelsluitingswet (met uitzondering van
                                                  afhaalcentra) worden gebruikt, voor zover daar bij
                                                  wijze van hoofdfunctie of overwegende nevenfunctie
                                                  gelegenheid wordt gegeven om al dan niet tegen
                                                  betaling enigerlei eetwaren en/of alcoholvrije
                                                  drank te verkrijgen en/of te verbruiken;</al></li><li nr="3."><al>afhaalcentra, zijnde winkels waar voor gebruik
                                                  elders dan ter plaatse uitsluitend eetwaren en/of
                                                  alcoholvrije drank plegen te worden
                                                  verstrekt;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>leidinggevende: </al><lijst><li nr="1."><al>de natuurlijke persoon of de bestuurders van
                                                  een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor
                                                  wiens rekening en risico de inrichting wordt
                                                  geëxploiteerd;</al></li><li nr="2."><al>de natuurlijke persoon, die algemene leiding
                                                  geeft aan de exploitatie van de inrichting;</al></li><li nr="3."><al>de natuurlijke persoon, die onmiddellijke
                                                  leiding geeft aan de exploitatie van de
                                                  inrichting;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>bezoeker: een ieder, die zich in een inrichting
                                                bevindt, met uitzondering van: </al><lijst><li nr="1."><al>de levenspartner en kinderen van de
                                                  leidinggevende van de inrichting, alsmede zijn
                                                  elders wonende bloed- of aanverwanten of die van
                                                  zijn levenspartner;</al></li><li nr="2."><al>de personen die voorkomen in het register als
                                                  bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=438%20">artikel 438 van het Wetboek van
                                                  Strafrecht</extref>;</al></li><li nr="3."><al>de personen wier aanwezigheid in de inrichting
                                                  wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:22 Vergunningplicht (2.3.1.2)</tussenkop><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een
                                        inrichting te exploiteren (exploitatievergunning).</al><tussenkop> Artikel 2:22a Eisen leidinggevende</tussenkop><al>Een leidinggevende:</al><lijst><li nr="a."><al>staat niet onder curatele;</al></li><li nr="b."><al>is niet ontzet uit de ouderlijke macht of de
                                                voogdij;</al></li><li nr="c."><al>is niet in enig opzicht van slecht
                                                levensgedrag;</al></li><li nr="d."><al>heeft de leeftijd van 21 jaar bereikt.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:23 Nadere regels (2.3.1.3)</tussenkop><al>Het bevoegd gezag kan bij openbare bekendmaking:</al><lijst><li nr="a."><al>bepalen dat het exploiteren van categorieën
                                                inrichtingen, genoemd in artikel 2:21 onder a, al
                                                dan niet beperkt tot een bepaald gebied, geheel of
                                                gedeeltelijk van vergunningplicht is
                                                vrijgesteld;</al></li><li nr="b."><al>nadere regels stellen aan de onder a genoemde
                                                vrijstelling.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:24 Vergunningaanvraag</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Voor het verkrijgen van een vergunning moet een
                                                aanvraag bij het bevoegd gezag worden ingediend aan
                                                de hand van een door het bevoegd gezag vast te
                                                stellen formulier.</al></li><li nr="2."><al>Bij de aanvraag, bedoeld in het vorige lid, wordt
                                                tenminste: </al><lijst><li nr="a."><al>opgaaf gedaan van de personalia dan wel zetel
                                                  en het adres van de leidinggevende voor wiens
                                                  rekening en risico de inrichting wordt
                                                  geëxploiteerd;</al></li><li nr="b."><al>opgaaf gedaan van de personalia en het adres
                                                  van iedere overige leidinggevende;</al></li><li nr="c."><al>overgelegd een recente pasfoto van de
                                                  leidinggevende(n);</al></li><li nr="d."><al>opgaaf gedaan van het adres en de aard van de
                                                  inrichting;</al></li><li nr="e."><al>overgelegd een niet meer dan 3 maanden tevoren
                                                  ten behoeve van de leidinggevende afgegeven
                                                  verklaring omtrent het gedrag, tenzij de aanvraag
                                                  gelijktijdig met een aanvraag om vergunning, als
                                                  bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet/article=3%20">artikel 3 van de Drank- en Horecawet</extref>,
                                                  ten behoeve van dezelfde inrichting wordt
                                                  ingediend;</al></li><li nr="f."><al>overgelegd een nauwkeurige beschrijving van de
                                                  inrichting, waarbij is opgenomen de oppervlakte
                                                  daarvan en een plattegrond van de inrichting.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Per inrichting wordt niet meer dan één aanvraag
                                                gelijktijdig in behandeling genomen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:25 Beslistermijn</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag beslist binnen 13 weken na de
                                                datum waarop de aanvraag met bijbehorende bescheiden
                                                is ontvangen.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd gezag kan zijn beslissing voor ten
                                                hoogste 8 weken verdagen. De aanvrager van de
                                                vergunning wordt voor de afloop van de in het 1e lid
                                                bedoelde termijn schriftelijk in kennis gesteld van
                                                de verdaging.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:26 Weigeringsgronden (2.3.1.2)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag weigert de vergunning indien de
                                                inrichting niet voldoet aan de inrichtingseisen,
                                                gesteld in artikel 2:31.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren indien
                                                naar zijn oordeel door de aanwezigheid van de
                                                inrichting de openbare orde wordt aangetast en/of
                                                het woon- of leefklimaat in de omgeving van de
                                                inrichting nadelig wordt beïnvloed.</al></li><li nr="3."><al>Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde
                                                weigeringgrond houdt het bevoegd gezag rekening met: </al><lijst><li nr="a."><al>het karakter van de straat en van de wijk
                                                  waarin de inrichting is gelegen of zal komen te
                                                  liggen;</al></li><li nr="b."><al>de aard van de inrichting;</al></li><li nr="c."><al>de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse
                                                  reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door
                                                  de exploitatie van de inrichting;</al></li><li nr="d."><al>de concentratie van inrichtingen in een
                                                  bepaald gebied;</al></li><li nr="e."><al>de wijze van bedrijfsvoering van een
                                                  leidinggevende van de inrichting in deze of in
                                                  andere inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>de wijze van exploitatie van de inrichting in
                                                  het verleden.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Een vergunning kan voorts worden geweigerd in het
                                                geval en onder de voorwaarden, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20bevordering%20integriteitsbeoordelingen%20door%20het%20openbaar%20bestuur/article=3">artikel 3 van de Wet bevordering
                                                  integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                                  bestuur</extref>.</al></li><li nr="5."><al>Voordat toepassing wordt gegeven aan het 4e lid, kan
                                                het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen
                                                door het openbaar bestuur, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20bevordering%20integriteitsbeoordelingen%20door%20het%20openbaar%20bestuur/article=8">artikel 8 van de Wet bevordering
                                                  integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                                  bestuur,</extref> om een advies als bedoeld in
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20bevordering%20integriteitsbeoordelingen%20door%20het%20openbaar%20bestuur/article=9%20">artikel 9 van die wet</extref> worden
                                                gevraagd.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:26a Vergunning</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>In een vergunning worden vermeld: </al><lijst><li nr="a."><al>de natuurlijke of rechtspersoon of -personen
                                                  aan wie de vergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>de leidinggevenden;</al></li><li nr="c."><al>tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning
                                                  strekt;</al></li><li nr="d."><al>de plaats waar de inrichting zich
                                                  bevindt;</al></li><li nr="e."><al>de situering en de oppervlakten van de
                                                  lokaliteiten en terrassen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vergunning of een afschrift daarvan is in de
                                                inrichting aanwezig.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:26b Aanwezigheid leidinggevende</tussenkop><al>Het is verboden een inrichting voor het publiek geopend te
                                        houden indien in de inrichting geen leidinggevende aanwezig
                                        is die vermeld staat op een vergunning met betrekking tot
                                        die inrichting of een andere vergunning van dezelfde
                                        vergunninghouder.</al><tussenkop> Artikel 2:27 Intrekkinggronden</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan het
                                                bevoegd gezag de vergunning intrekken, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>aannemelijk is, dat een leidinggevende van de
                                                  inrichting betrokken is, of hem ernstige
                                                  nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten
                                                  in of vanuit de inrichting, die een gevaar
                                                  opleveren voor de openbare orde en/of een
                                                  bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in
                                                  de omgeving van de inrichting;</al></li><li nr="b."><al>een leidinggevende van de inrichting toestaat
                                                  danwel gedoogt, dat in zijn inrichting strafbare
                                                  feiten worden gepleegd;</al></li><li nr="c."><al>een leidinggevende van de inrichting zich
                                                  schuldig maakt aan discriminatie naar ras,
                                                  geslacht of seksuele geaardheid;</al></li><li nr="d."><al>zich in of vanuit de inrichting anderszins
                                                  feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen,
                                                  dat het geopend blijven van de inrichting gevaar
                                                  oplevert voor de openbare orde en/of een
                                                  bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in
                                                  de omgeving van de inrichting;</al></li><li nr="e."><al>is gehandeld in strijd met het bij of
                                                  krachtens de artikelen 2:26b of 2:30
                                                  bepaalde;</al></li><li nr="f."><al>een niet daarin vermelde persoon
                                                  leidinggevende is geworden met betrekking tot de
                                                  inrichting, waarop de vergunning betrekking
                                                  heeft;</al></li><li nr="g."><al>er sprake is van het geval en onder
                                                  voorwaarden, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20bevordering%20integriteitsbeoordelingen%20door%20het%20openbaar%20bestuur/article=3%20">artikel 3 van de Wet bevordering
                                                  integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                                  bestuur</extref>.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voordat toepassing wordt gegeven aan het 1e lid,
                                                aanhef en onder g, kan het Bureau bevordering
                                                integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur,
                                                bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20bevordering%20integriteitsbeoordelingen%20door%20het%20openbaar%20bestuur/article=8%20">artikel 8 van de Wet bevordering
                                                  integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                                  bestuur</extref>, om een advies als bedoeld in
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20bevordering%20integriteitsbeoordelingen%20door%20het%20openbaar%20bestuur/article=9%20">artikel 9 van die wet</extref> worden
                                                gevraagd.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:28 Vervallen vergunning</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning vervalt, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de exploitatie van de inrichting voor een
                                                  periode van langer dan 3 maanden is of wordt
                                                  onderbroken;</al></li><li nr="b."><al>er sprake is van een gewijzigde exploitatie,
                                                  waarvoor geen nieuwe vergunning is
                                                  aangevraagd;</al></li><li nr="c."><al>een vergunning, strekkende ter vervanging van
                                                  de eerstbedoelde vergunning is verleend.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Van het feit dat de vergunning is vervallen op grond
                                                van het bepaalde in het 1e lid onder a. en b. doet
                                                het bevoegd gezag mededeling aan hem op wiens naam
                                                de vergunning is gesteld.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:29 Sluiting van inrichtingen (2.3.1.5 -
                                        2.3.1.6)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag kan een inrichting - al dan niet
                                                voor een bepaalde duur - gesloten verklaren: </al><lijst><li nr="a."><al>indien die inrichting wordt geëxploiteerd
                                                  zonder geldige vergunning;</al></li><li nr="b."><al>indien die inrichting wordt geëxploiteerd in
                                                  strijd met de aan de vergunning verbonden
                                                  voorschriften;</al></li><li nr="c."><al>indien het bevoegd gezag oordeelt, dat een van
                                                  de in artikel 2:27 genoemde situaties waarbij
                                                  intrekking van de vergunning mogelijk is, zich
                                                  voordoet.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De sluiting wordt geacht in het openbaar bekend te
                                                zijn gemaakt zodra een besluit tot sluiting op, in
                                                of nabij de toegang of toegangen van de inrichting
                                                is aangebracht.</al></li><li nr="3."><al>Een sluiting voor onbepaalde duur kan op aanvraag
                                                van belanghebbende(n) door het bevoegd gezag worden
                                                opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en
                                                omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn
                                                oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen
                                                herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben
                                                geleid, zal plaatsvinden.</al></li><li nr="4."><al>Het is verboden, na het van kracht worden van de
                                                sluiting als bedoeld in het 1e lid, bezoekers tot de
                                                inrichting toe te laten of daarin te laten
                                                verblijven.</al></li><li nr="5."><al>Het is een ieder verboden in een bij besluit van het
                                                bevoegd gezag gesloten inrichting als bezoeker te
                                                verblijven.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:30 Sluitingsuur (2.3.1.4)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een inrichting voor bezoekers
                                                geopend te hebben of daarin bezoekers te hebben of
                                                toe te laten op andere tijdstippen dan van 07.00 uur
                                                tot 02.00 uur.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan aan de houder van een
                                                vergunning, als bedoeld in artikel 2:22, vergunning
                                                verlenen voor het geopend hebben van zijn inrichting
                                                gedurende andere dan de in het eerste genoemde
                                                openingstijden (nachtvergunning).</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan bepalen dat het bepaalde in het
                                                2e lid slechts geldt voor nader aan te duiden
                                                categorieën inrichtingen, voor nader aan te wijzen
                                                gedeelten van de gemeente en voor nader aan te
                                                wijzen dagen.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester weigert de in het 2e lid bedoelde
                                                vergunning indien naar zijn oordeel door de
                                                openstelling van de inrichting gedurende andere dan
                                                de in het 1e lid genoemde openingstijden de openbare
                                                orde wordt aangetast en/of het woon- en leefklimaat
                                                in de omgeving van de inrichting nadelig wordt
                                                beïnvloed.</al></li><li nr="5."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de
                                                burgemeester de in het 2e lid bedoelde vergunning
                                                intrekken indien ten gevolge van gebruikmaking van
                                                de vergunning de openbare orde wordt aangetast en/of
                                                het woon- en leefklimaat in de omgeving van de
                                                inrichting nadelig wordt beïnvloed.</al></li><li nr="6."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de in
                                                het 1e lid genoemde openingstijden.</al></li><li nr="7."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare
                                                orde, veiligheid, zedelijkheid, gezondheid en/of het
                                                woon- of leefklimaat door middel van een
                                                vergunningvoorschrift voor een inrichting de in het
                                                1e lid genoemde openingstijden beperken.</al></li><li nr="8."><al>De burgemeester kan, als naar zijn oordeel sprake is
                                                van een bijzondere omstandigheid, bij openbare
                                                bekendmaking algemene ontheffing verlenen van de
                                                krachtens het 1e lid geldende openingstijden.</al></li><li nr="9."><al>Het is verboden zich als bezoeker in een inrichting
                                                te bevinden op tijden waarop deze voor het publiek
                                                gesloten moet zijn. Onder bezoeker wordt niet
                                                begrepen het aldaar dienstdoende personeel.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:31 Inrichtingseisen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Een inrichting bedoeld in artikel 2:21, onder a, sub
                                                2, moet voldoen aan in de in dit artikel opgenomen
                                                eisen.</al></li><li nr="2."><al>In de horeca-inrichting moet één lokaliteit een
                                                oppervlakte hebben van tenminste 35 m².</al></li><li nr="3."><al>In een lokaliteit mogen geen voorzieningen zijn
                                                aangebracht, die een gehele afzondering van een
                                                gedeelte van de lokaliteit mogelijk maken.</al></li><li nr="4."><al>Van ieder punt van een lokaliteit uit moet bij
                                                voortduring een deel van de lokaliteit met een
                                                oppervlakte van tenminste 15 m² kunnen worden
                                                overzien.</al></li><li nr="5."><al>De lokaliteit moet een zodanige
                                                kunstlichtvoorziening hebben, dat de gemiddelde
                                                horizontale verlichtingssterkte, gemeten op 1 meter
                                                boven de vloer, over de gehele oppervlakte tenminste
                                                50 lux bedraagt.</al></li><li nr="6."><al>De inrichting moet zijn voorzien van ramen met een
                                                zodanige oppervlakte dat voldoende
                                                daglichttoetreding is gewaarborgd, met dien
                                                verstande dat het raamoppervlak tenminste gelijk
                                                moet zijn aan die oppervlakte die in het Bouwbesluit
                                                ten aanzien van verblijfsgebieden in woningen wordt
                                                gesteld.</al></li><li nr="7."><al>De ramen van de inrichting moeten zijn bezet met
                                                blank doorzichtig glas, waarvan ten hoogste 20% mag
                                                zijn bedekt met materiaal dat daglichttoetreding
                                                verhindert.</al></li><li nr="8."><al>Behoudens het bepaalde in het 6e lid mag de
                                                daglichttoetreding niet worden gehinderd door
                                                afscherming van het raamoppervlak binnen de
                                                inrichting.</al></li><li nr="9."><al>In de inrichting moeten de luchtverversing, de
                                                elektriciteits- en drinkwatervoorziening voldoen aan
                                                het bepaalde in het Bouwbesluit.</al></li><li nr="10."><al>In de inrichting moet een voorziening aanwezig zijn
                                                om het glas- en vaatwerk met stromend deugdelijk
                                                drinkwater te kunnen reinigen.</al></li><li nr="11."><al>In de inrichting moet, ten behoeve van de bezoekers,
                                                een gescheiden toiletinrichting voor zowel mannen
                                                als vrouwen aanwezig zijn, die voldoen aan de
                                                vereisten, gesteld in het Bouwbesluit.</al></li><li nr="12."><al>Elke toiletgelegenheid moet tenminste bevatten: </al><lijst><li nr="a."><al>één of meer behoorlijke privaten;</al></li><li nr="b."><al>één of meer behoorlijke voorzieningen om de
                                                  handen met stromend deugdelijk drinkwater te
                                                  kunnen wassen.</al></li></lijst></li><li nr="13."><al>De in de privaten aanwezige closetpotten en de
                                                urinoirs moeten voorzien zijn van een waterspoeling,
                                                welke is aangesloten op de
                                                drinkwatervoorziening.</al></li><li nr="14."><al>In bijzondere gevallen kan het bevoegd gezag
                                                afwijkingen van de in dit artikel opgenomen
                                                inrichtingseisen toestaan.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:32 Ordeverstoring (2.3.1.7)</tussenkop><al>Het is verboden in een inrichting de orde te verstoren.</al><tussenkop> Artikel 2:33 Toegang opsporingsambtenaren</tussenkop><al>Vervallen.</al><tussenkop> Paragraaf 2 Toezicht op speelgelegenheden</tussenkop><tussenkop> Artikel 2:34 Speelgelegenheden (2.3.3.1)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een
                                                voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar
                                                bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze
                                                bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig
                                                spel te beoefenen, waarbij geld of in geld
                                                inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of
                                                verloren.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van de
                                                burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of
                                                te doen exploiteren. Het verbod is niet van
                                                toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20Kansspelen/article=30c">artikel 30c, 1e lid, onder c, van de Wet op de
                                                  Kansspelen</extref> vergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van
                                                  Justitie of de Kamer van Koophandel bevoegd is
                                                  vergunning te verlenen;</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt
                                                  geboden om het kleine kansspel als bedoeld in
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=7c%20">artikel 7c van de Wet op de kansspelen</extref>
                                                  te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als
                                                  bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30%20">artikel 30 van de Wet op de kansspelen</extref>,
                                                  of de handeling als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=1">artikel , onder a, van de Wet op de
                                                  kansspelen</extref> te verrichten.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning: </al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden
                                                  aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de
                                                  omgeving van de speelgelegenheid of de openbare
                                                  orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden
                                                  beïnvloed door de exploitatie van de
                                                  speelgelegenheid;</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van een speelgelegenheid
                                                  in strijd is met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Paragraaf 3 Speelautomaten</tussenkop><tussenkop> Artikel 2:34a Begripsomschrijvingen (2.3.3.2)</tussenkop><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen">Wet op de kansspelen</extref>;</al></li><li nr="b."><al>speelautomaat: automaat als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20de%20kansspelen/article=30">artikel 30, onder a van de Wet</extref>;</al></li><li nr="c."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20de%20kansspelen/article=30">artikel 30, onder c van de Wet</extref>;</al></li><li nr="d."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20de%20kansspelen/article=30">artikel 30, onder d van de Wet</extref>;</al></li><li nr="e."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20de%20kansspelen/article=30">artikel 30, onder e van de Wet</extref>;</al></li><li nr="f."><al>speelautomatenhal: inrichting als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20de%20kansspelen/article=30">artikel 30c, 1e lid, onder c van de
                                                Wet</extref>.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:34b Aantal speelautomaten (2.3.3.2)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn 2 speelautomaten
                                                toegestaan, waarvan maximaal 2
                                                kansspelautomaten.</al></li><li nr="2."><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn 2 speelautomaten
                                                toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten
                                                in het geheel niet zijn toegestaan.</al></li><li nr="3."><al>In speelautomatenhallen zijn maximaal 50
                                                speelautomaten alsmede 4 speelautomaten, waarop
                                                meerdere spelers tegelijk het spel kunnen beoefenen,
                                                toegestaan.</al></li></lijst><tussenkop> Paragraaf 3a Toezicht op winkelbedrijven</tussenkop><tussenkop> Artikel 2:35 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>inrichting: een voor het publiek toegankelijke
                                                ruimte waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij
                                                bedrijfsmatig was of anders dan om niet, handelingen
                                                en werkzaamheden worden verricht die verband houden
                                                met dan wel inherent zijn aan het exploiteren van
                                                hetgeen in het maatschappelijk verkeer wordt
                                                aangeduid als een smartshop, headshop of
                                                growshop;</al></li><li nr="b."><al>leidinggevende: </al><lijst><li nr="1."><al>de natuurlijke persoon of de bestuurders van
                                                  een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor
                                                  wiens rekening en risico de inrichting wordt
                                                  geëxploiteerd;</al></li><li nr="2."><al>de natuurlijke persoon, die algemene leiding
                                                  geeft aan de exploitatie van de inrichting;</al></li><li nr="3."><al>de natuurlijke persoon, die onmiddellijke
                                                  leiding geeft aan de exploitatie van de
                                                  inrichting;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>bezoeker: een ieder, die zich in een inrichting
                                                bevindt, met uitzondering van: </al><lijst><li nr="1."><al>de levenspartner en kinderen van de
                                                  leidinggevende van de inrichting, alsmede zijn
                                                  elders wonende bloed- of aanverwanten of die van
                                                  zijn levenspartner;</al></li><li nr="2."><al>de personen die voorkomen in het register als
                                                  bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=438%20">artikel van het Wetboek van
                                                  Strafrecht</extref>;</al></li><li nr="3."><al>de personen wier aanwezigheid in de inrichting
                                                  wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:35a Vergunningplicht</tussenkop><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een
                                        inrichting te exploiteren (winkelvergunning).</al><tussenkop> Artikel 2:35b Eisen leidinggevende</tussenkop><al>Een leidinggevende:</al><lijst><li nr="a."><al>staat niet onder curatele;</al></li><li nr="b."><al>is niet ontzet uit de ouderlijke macht of de
                                                voogdij;</al></li><li nr="c."><al>is niet in enig opzicht van slecht
                                                levensgedrag;</al></li><li nr="d."><al>heeft de leeftijd van 18 jaar bereikt.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:35c Nadere regels</tussenkop><al>Het bevoegd gezag kan bij openbare bekendmaking:</al><lijst><li nr="a."><al>bepalen dat het exploiteren van categorieën
                                                inrichtingen, genoemd in artikel 2:35 onder a, al
                                                dan niet beperkt tot een bepaald gebied, geheel of
                                                gedeeltelijk van vergunningplicht is
                                                vrijgesteld;</al></li><li nr="b."><al>nadere regels stellen aan de onder a. genoemde
                                                vrijstelling.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:35d Vergunningaanvraag</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Voor het verkrijgen van een vergunning moet een
                                                aanvraag bij het bevoegd gezag worden ingediend aan
                                                de hand van een door het bevoegd gezag vast te
                                                stellen formulier.</al></li><li nr="2."><al>Bij de aanvraag, bedoeld in het vorige lid, wordt
                                                tenminste: </al><lijst><li nr="a."><al>opgaaf gedaan van de personalia dan wel zetel
                                                  en het adres van de leidinggevende voor wiens
                                                  rekening en risico de inrichting wordt
                                                  geëxploiteerd;</al></li><li nr="b."><al>opgaaf gedaan van de personalia en het adres
                                                  van iedere overige leidinggevende;</al></li><li nr="c."><al>overgelegd een recente pasfoto van de
                                                  leidinggevende(n);</al></li><li nr="d."><al>opgaaf gedaan van het adres en de aard van de
                                                  inrichting;</al></li><li nr="e."><al>overgelegd een niet meer dan 3 maanden tevoren
                                                  ten behoeve van de leidinggevende afgegeven
                                                  verklaring omtrent het gedrag;</al></li><li nr="f."><al>overgelegd een nauwkeurige beschrijving van de
                                                  inrichting, waarbij is opgenomen de oppervlakte
                                                  daarvan en een plattegrond van de inrichting.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Per inrichting wordt niet meer dan één aanvraag
                                                gelijktijdig in behandeling genomen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:35e Beslistermijn</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag beslist binnen 13 weken na de
                                                datum waarop de aanvraag met bijbehorende bescheiden
                                                is ontvangen.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd gezag kan zijn beslissing voor ten
                                                hoogste 8 weken verdagen. De aanvrager van de
                                                vergunning wordt voor de afloop van de in het 1e lid
                                                bedoelde termijn schriftelijk in kennis gesteld van
                                                de verdaging.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:35f Weigeringsgronden</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag weigert de vergunning indien de
                                                vestiging en/of de exploitatie van de inrichting in
                                                strijd is met een geldend bestemmingsplan of met een
                                                leefmilieuverordening.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren indien
                                                naar zijn oordeel door de aanwezigheid van de
                                                inrichting de openbare orde wordt aangetast en/of
                                                het woon- of leefklimaat in de omgeving van de
                                                inrichting nadelig wordt beïnvloed.</al></li><li nr="3."><al>Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde
                                                weigeringsgrond houdt het bevoegd gezag rekening
                                                met: </al><lijst><li nr="a."><al>het karakter van de straat en van de wijk
                                                  waarin de inrichting is gelegen of zal komen te
                                                  liggen;</al></li><li nr="b."><al>de aard van de inrichting;</al></li><li nr="c."><al>de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse
                                                  reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door
                                                  de exploitatie van de inrichting;</al></li><li nr="d."><al>de concentratie van inrichtingen in een
                                                  bepaald gebied;</al></li><li nr="e."><al>de wijze van bedrijfsvoering van een
                                                  leidinggevende van de inrichting in deze of in
                                                  andere inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>de wijze van exploitatie van de inrichting in
                                                  het verleden.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Een vergunning kan voorts worden geweigerd in het
                                                geval en onder de voorwaarden, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20bevordering%20integriteitsbeoordelingen%20door%20het%20openbaar%20bestuur/article=3%20">artikel 3 van de Wet bevordering
                                                  integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                                  bestuur</extref>.</al></li><li nr="5."><al>Voordat toepassing wordt gegeven aan het 4e lid, kan
                                                het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen
                                                door het openbaar bestuur, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20bevordering%20integriteitsbeoordelingen%20door%20het%20openbaar%20bestuur/article=8%20">artikel 8 van de Wet bevordering
                                                  integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                                  bestuur</extref>, om een advies als bedoeld in
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20bevordering%20integriteitsbeoordelingen%20door%20het%20openbaar%20bestuur/article=9">artikel 9 van die wet</extref> worden
                                                gevraagd.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:35g Vergunning</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>In een vergunning worden vermeld: </al><lijst><li nr="a."><al>de natuurlijke of rechtspersoon of -personen
                                                  aan wie de vergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>de leidinggevenden;</al></li><li nr="c."><al>tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning
                                                  strekt;</al></li><li nr="d."><al>de plaats waar de inrichting zich
                                                  bevindt;</al></li><li nr="e."><al>de situering en de oppervlakten van de
                                                  lokaliteiten en terrassen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vergunning of een afschrift daarvan is in de
                                                inrichting aanwezig.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:35h Aanwezigheid leidinggevende</tussenkop><al>Het is verboden een inrichting voor het publiek geopend te
                                        houden indien in de inrichting geen leidinggevende aanwezig
                                        is die vermeld staat op een vergunning met betrekking tot
                                        die inrichting of een andere vergunning van deze
                                        vergunninghouder.</al><tussenkop> Artikel 2:35i Intrekkinggronden</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan het bevoegd
                                            gezag de vergunning intrekken, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>aannemelijk is, dat een leidinggevende van de
                                                  inrichting betrokken is, of hem ernstige
                                                  nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten
                                                  in of vanuit de inrichting, die een gevaar
                                                  opleveren voor de openbare orde en/of een
                                                  bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in
                                                  de omgeving van de inrichting;</al></li><li nr="b."><al>een leidinggevende van de inrichting toestaat
                                                  danwel gedoogt, dat zijn inrichting strafbare
                                                  feiten worden gepleegd;</al></li><li nr="c."><al>een leidinggevende van de inrichting zich
                                                  schuldig maakt aan discriminatie naar ras,
                                                  geslacht of seksuele geaardheid;</al></li><li nr="d."><al>zich in of vanuit de inrichting anderszins
                                                  feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen,
                                                  dat het geopend blijven van de inrichting gevaar
                                                  oplevert voor de openbare orde en/of een
                                                  bedreiging vormt voor het woon- en leefklimaat in
                                                  de omgeving van de inrichting;</al></li><li nr="e."><al>is gehandeld in strijd met het bij of krachtens
                                                  de artikelen 2:35h bepaalde;</al></li><li nr="f."><al>een niet daarin vermelde persoon leidinggevende
                                                  is geworden met betrekking tot de inrichting,
                                                  waarop de vergunning betrekking heeft;</al></li><li nr="g."><al>er sprake is van het geval en onder voorwaarden,
                                                  bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20bevordering%20integriteitsbeoordelingen%20door%20het%20openbaar%20bestuur/article=3%20">artikel 3 van de Wet bevordering
                                                  integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                                  bestuur</extref>.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voordat toepassing wordt gegeven aan het 2e lid, aanhef
                                            en onder g, kan het Bureau bevordering
                                            integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur,
                                            bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20bevordering%20integriteitsbeoordelingen%20door%20het%20openbaar%20bestuur">artikel 8 van de Wet bevordering
                                                integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                                bestuur</extref>, om een advies als bedoeld in
                                            artikel van die wet worden gevraagd.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:35j Vervallen vergunning</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning vervalt, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de exploitatie van de inrichting voor een
                                                  periode van langer dan drie maanden is of wordt
                                                  onderbroken;</al></li><li nr="b."><al>er sprake is van een gewijzigde exploitatie,
                                                  waarvoor geen nieuwe vergunning is
                                                  aangevraagd;</al></li><li nr="c."><al>een vergunning, strekkende ter vervanging van
                                                  de eerstbedoelde vergunning is verleend.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Van het feit dat de vergunning is vervallen op grond
                                                van het bepaalde in het 1e lid, onder a. en b. doet
                                                het bevoegd gezag mededeling aan hem op wiens naam
                                                de vergunning is gesteld.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:35k Sluiting van inrichtingen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag kan een inrichting - al dan niet
                                                voor een bepaalde duur - gesloten verklaren: </al><lijst><li nr="a."><al>indien die inrichting wordt geëxploiteerd
                                                  zonder geldige vergunning;</al></li><li nr="b."><al>indien die inrichting wordt geëxploiteerd in
                                                  strijd met de aan de vergunning verbonden
                                                  voorschriften;</al></li><li nr="c."><al>indien het bevoegd gezag oordeelt, dat een van
                                                  de in artikel 2:35i genoemde situaties waarbij
                                                  intrekking van de vergunning mogelijk is, zich
                                                  voordoet.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De sluiting wordt geacht in het openbaar bekend te
                                                zijn gemaakt zodra een besluit tot sluiting op, in
                                                of nabij de toegang of toegangen van de inrichting
                                                is aangebracht.</al></li><li nr="3."><al>Een sluiting voor onbepaalde duur kan op aanvraag
                                                van belanghebbende(n) door het bevoegd gezag worden
                                                opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en
                                                omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn
                                                oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen
                                                herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben
                                                geleid, zal plaatsvinden.</al></li><li nr="4."><al>Het is verboden, na het van kracht worden van de
                                                sluiting als bedoeld in het 1e lid, bezoekers tot de
                                                inrichting toe te laten of daarin te laten
                                                verblijven.</al></li><li nr="5."><al>Het is een ieder verboden in een bij besluit van het
                                                bevoegd gezag gesloten inrichting als bezoeker te
                                                verblijven.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Afdeling 4 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 2:36 Plakken en kladden (2.4.2)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden de weg of dat gedeelte van een
                                            onroerende zaak die vanaf de weg zichtbaar is te
                                            bekrassen of te bekladden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                            rechthebbende op de weg of op dat gedeelte van een
                                            onroerende zaak die vanaf de weg zichtbaar is: </al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding
                                                  of aanduiding, aan te plakken, te doen aanplakken,
                                                  op andere wijze aan te brengen of te doen
                                                  aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof
                                                  enige afbeelding, letter, cijfer of teken aan te
                                                  brengen of te doen aanbrengen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het in het 2e lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                            indien gehandeld wordt krachtens wettelijk
                                            voorschrift.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aanplakborden
                                            aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en
                                            bekendmakingen.</al></li><li nr="5."><al>Het is verboden de in het 4e lid bedoelde aanplakborden
                                            te gebruiken voor het aanbrengen van
                                            handelsreclame.</al></li><li nr="6."><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen
                                            voor het aanbrengen van meningsuitingen en
                                            bekendmakingen, welke geen betrekking mogen hebben op de
                                            inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li><li nr="7."><al>De houder van de in het 2e lid bedoelde schriftelijke
                                            toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar
                                            op diens eerste vordering terstond ter inzage af te
                                            geven.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:37 Vervoer plakgereedschap e.d. (2.4.3)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden tussen 22.00 uur en 06.00 uur op de weg
                                            of openbaar water te vervoeren of bij zich te hebben
                                            enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of
                                            verfstof of verfgereedschap.</al></li><li nr="2."><al>Het in het 1e lid gestelde verbod is niet van
                                            toepassing, indien de in dat lid bedoelde materialen of
                                            gereedschappen niet zijn gebezigd of niet zijn bestemd
                                            voor handelingen als verboden in artikel 2:36.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:38 Vervoer inbrekerswerktuigen (2.4.4)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden tussen 22.00 uur en 06.00 uur op de weg
                                            te vervoeren of bij zich te hebben lopers, valse
                                            sleutels, touwladders, lantaarns of enig ander
                                            gereedschap, voorwerp of middel, dat ertoe kan dienen
                                            zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te
                                            verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te
                                            verbreken, diefstal door middel van braak te
                                            vergemakkelijken of het maken van sporen te
                                            voorkomen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het 1e lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                            indien de in dat lid bedoelde gereedschappen, voorwerpen
                                            of middelen niet bestemd of gebruikt zijn voor de in dat
                                            lid bedoelde handelingen.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden op de weg in de nabijheid van winkels te
                                            vervoeren of bij zich te hebben een tas die er kennelijk
                                            toe is uitgerust om het plegen van winkeldiefstal te
                                            vergemakkelijken.</al></li><li nr="4."><al>Het in 3e lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                            indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in
                                            dat lid bedoelde tas niet bestemd is voor de in dat lid
                                            bedoelde handelingen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:39 Betreden van plantsoenen e.d. (2.4.5)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zich te bevinden in of op bij de
                                            gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen,
                                            plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de
                                            daarin gelegen wegen of paden.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen
                                            van het in het 1e lid gestelde verbod.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:40 Gokken op de weg</tussenkop><al>Het is verboden op of aan de weg op enigerlei wijze om geld,
                                    geldswaardige papieren en/of goederen te spelen.</al><tussenkop> Artikel 2:40a Bedelarij</tussenkop><al>Het is verboden, op of aan de weg of in een voor het publiek
                                    toegankelijk gebouw om geld of andere zaken te bedelen.</al><tussenkop> Artikel 2:41 Hinderlijk gedrag op of aan de weg
                                    (2.4.7)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>op of aan de weg te klimmen of zich te bevinden
                                                  op een beeld, monument, overkapping, constructie,
                                                  openbare toiletgelegenheid, voertuig, hekheining
                                                  of andere afsluiting, verkeersmeubilair en
                                                  daarvoor niet bestemd straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op of aan de weg zodanig op te houden dat
                                                  aan weggebruikers of aan gebruikers van nabij de
                                                  weg gelegen onroerende zaken onnodig overlast of
                                                  hinder veroorzaakt wordt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het in het 1e lid gestelde verbod geldt niet voor zover
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wetboek%20van%20strafrecht/article=424">artikel 424</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=426bis">Wetboek van Strafrecht, art. 426bis</extref> of
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=431%20">431 van het Wetboek van Strafrecht</extref> of
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=5%20">artikel 5 van de Wegenverkeerswet</extref> van
                                            toepassing is.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:41a Verplichte route (2.4.7a)</tussenkop><al>Het is de door de burgemeester aangewezen groepen van personen
                                    verboden op door hem aangewezen tijdstippen van een door hem
                                    aangewezen route af te wijken.</al><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het 1e lid
                                    gestelde verbod.</al><tussenkop> Artikel 2:41b Skeeleren, skaten, skateboarden</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden te skeeleren, skaten of skateboarden op
                                            de door burgemeester en wethouders aangewezen
                                            plaatsen.</al></li><li nr="2."><al>De onder lid 1. bedoelde plaatsen kunnen worden
                                            aangewezen indien het skeeleren, skaten of skateboarden
                                            naar het oordeel van burgemeester en wethouders: </al><lijst><li nr="a."><al>schade kan veroorzaken aan die plaatsen of aan
                                                  de in de nabijheid van die plaatsen gelegen
                                                  gebouwen en/of andere zaken en/of</al></li><li nr="b."><al>gevaarlijk of hinderlijk kan zijn voor de
                                                  weggebruikers of voor de gebruikers van de in de
                                                  nabijheid van die plaatsen gelegen gebouwen.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:42 Hinderlijk drankgebruik (2.4.8)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op de weg alcoholhoudende drank te
                                            nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke
                                            met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het 1e lid geldt niet voor een terras
                                            dat deel uit maakt van een inrichting, als bedoeld in
                                            artikel 2:21, onder a, sub 1.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:43 Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen
                                    (2.4.9)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of
                                                  poort of tegen een gevel op te houden;</al></li><li nr="b."><al>in, op of tegen een raamkozijn of een drempel
                                                  van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van
                                            flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke
                                            meergezinshuizen en van gebouwen, die voor publiek
                                            toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te
                                            bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde
                                            ruimte van een zodanig gebouw.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:43a Slaapverblijf op de weg</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op de weg, al dan niet in een
                                            motorvoertuig, te slapen, dan wel op of aan de weg een
                                            voertuig, woonwagen, tent, caravan of een soortgelijk of
                                            ander onderkomen te plaatsen met het kennelijke doel dit
                                            als slaapplaats te gebruiken of daarin te slapen dan wel
                                            gelegenheid daartoe te bieden.</al></li><li nr="2."><al>Het in het 1e lid gestelde verbod geldt niet, voor zover
                                            de Wet op de Openluchtrecreatie van toepassing is.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:44 Gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten
                                    (2.4.10)</tussenkop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                    hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                    toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                    vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                    soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze
                                    te verontreinigen dan wel te bezigen voor een ander doel dan
                                    waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd.</al><tussenkop> Artikel 2:44a Verbod begeven op speelterreinen</tussenkop><al>Het is personen boven de leeftijd van 12 jaar verboden zich te
                                    begeven of te bevinden op speeltoestellen die onderdeel uitmaken
                                    van een speelplaats of kinderspeelterrein.</al><tussenkop> Artikel 2:45 Neerzetten van fietsen e.d. (2.4.11)</tussenkop><al>Het is verboden op of aan de weg een fiets of een bromfiets te
                                    plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een
                                    deur, de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een
                                    portiek, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van
                                            de gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:46 Overlast van fiets of bromfiets op markt- en
                                    kermisterrein e.d. (2.4.12)</tussenkop><al>Het is verboden op de door de burgemeester aangewezen uren en
                                    plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een
                                    terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of
                                    plechtigheid gehouden wordt.</al><tussenkop> Artikel 2:47 Bespieden van personen (2.4.13)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan
                                            wel van een gebouw, woonwagen of woonschip op te houden
                                            met de kennelijke bedoeling deze persoon dan wel een
                                            zich in dit gebouw, deze woonwagen of dit woonschip
                                            bevindende persoon, te bespieden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig
                                            ander optisch instrument een zich in een gebouw,
                                            woonwagen of woonschip bevindende persoon te
                                            bespieden.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:48 Bewakingsapparatuur (2.4.14)</tussenkop><al>Vervallen</al><tussenkop> Artikel 2:49 Nodeloos alarmeren</tussenkop><al>Vervallen</al><tussenkop> Artikel 2:50 Loslopende honden, verboden plaatsen,
                                    identificatie (2.4.17)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die
                                            hond te laten verblijven of te laten lopen: </al><lijst><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die
                                                  hond aangelijnd is;</al></li><li nr="b."><al>op een door burgemeester en wethouders
                                                  aangewezen weg buiten de bebouwde kom zonder dat
                                                  die hond aangelijnd is;</al></li><li nr="c."><al>op door burgemeester en wethouders aangewezen
                                                  plaatsen;</al></li><li nr="d."><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een
                                                  halsband of een door middel van tatoeage
                                                  aangebracht identificatiemerk, die de eigenaar of
                                                  houder duidelijk doen kennen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het 2e lid, onder a, is niet van
                                            toepassing op door burgemeester en wethouders bij
                                            openbare kennisgeving aangewezen wegen of gedeelten
                                            daarvan.</al></li><li nr="3."><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a, b en c
                                            gelden niet voor zover de eigenaar of houder van een
                                            hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond
                                            laat begeleiden en de hond als zodanig aantoonbaar
                                            gekwalificeerd is of indien een eigenaar of houder van
                                            een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                            geleidehond.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:51 Verontreiniging door honden (2.4.18)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor
                                            te zorgen dat de hond zich niet van uitwerpselen
                                            ontdoet: </al><lijst><li nr="a."><al>op een gedeelte van de weg dat is bestemd of
                                                  mede is bestemd voor het verkeer van
                                                  voetgangers;</al></li><li nr="b."><al>op een voor publiek toegankelijke en kennelijk
                                                  als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak
                                                  of speelweide;</al></li><li nr="c."><al>op een andere door burgemeester en wethouders
                                                  aangewezen plaats.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het 1e
                                            lid gestelde gebod wordt opgeheven, indien de eigenaar
                                            of houder van de hond er zorg voor draagt dat de
                                            uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:52 Gevaarlijke honden (2.4.19)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die
                                            hond te laten verblijven of te laten lopen op of aan de
                                            weg of op het terrein van een ander: </al><lijst><li nr="a."><al>anders dan kort aangelijnd, nadat burgemeester
                                                  en wethouders aan de eigenaar of de houder hebben
                                                  bekendgemaakt dat zij die hond gevaarlijk of
                                                  hinderlijk achten en zij een aanlijngebod in
                                                  verband met het gedrag van die hond noodzakelijk
                                                  vinden;</al></li><li nr="b."><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een
                                                  muilkorf, nadat burgemeester en wethouders aan de
                                                  eigenaar of de houder hebben bekendgemaakt dat zij
                                                  die hond gevaarlijk of hinderlijk achten en zij
                                                  een aanlijn- en muilkorfgebod in verband met het
                                                  gedrag van die hond noodzakelijk vinden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In het 1e lid wordt verstaan onder:</al></li><li nr="a."><al>muilkorf: een muilkorf als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Regeling%20agressieve%20dieren/article=1">artikel 1, onder d, van de Regeling agressieve
                                                dieren</extref>;</al></li><li nr="b."><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met
                                            een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet
                                            langer is dan 1.50 meter.</al></li><li nr="3."><al>Het in het 1e lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                            voorzover de Regeling agressieve dieren van toepassing
                                            is.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:53 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
                                    (2.4.20)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden dieren te houden of dieren op een andere
                                            wijze of tot een groter aantal te houden dan door
                                            burgemeester en wethouders in de aanschrijving is
                                            aangegeven, nadat de rechthebbende of houder van de
                                            dieren door burgemeester en wethouders is aangeschreven
                                            dat het houden van de in aanschrijving genoemde dieren
                                            of diersoorten dan wel het houden van dieren op een
                                            andere wijze of tot een groter aantal dan in de
                                            aanschrijving is aangegeven, voor anderen hinderlijk is,
                                            schadelijk is voor de volksgezondheid of anderszins
                                            ongeschikt is te achten. Degene tot wie de aanschrijving
                                            is gericht of diens rechtsopvolger is verplicht de
                                            aanschrijving op te volgen.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd gedeelten van de
                                            gemeente of bepaalde plaatsen aan te wijzen waar het ter
                                            voorkoming of opheffing van overlast of van schade aan
                                            de openbare gezondheid verboden is daarbij aangeduide
                                            dieren: </al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben; dan wel</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming
                                                  van de door hen ter voorkoming of opheffing van
                                                  overlast of van schade aan de openbare gezondheid
                                                  gestelde regels; dan wel</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in
                                                  die aanwijzing is aangegeven of mede is
                                                  aangegeven.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het is verboden op een krachtens het 2e lid aangewezen
                                            plaats een daarbij aangeduid dier of daarbij aangeduide
                                            dieren aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te hebben
                                            anders dan met inachtneming van de door burgemeester en
                                            wethouders gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben
                                            tot een groter aantal dan door hen is aangegeven.</al></li><li nr="4."><al>Indien het aanwezig hebben van dieren gebeurt in strijd
                                            met het bepaalde krachtens het 2e lid kunnen
                                            burgemeester en wethouders degene die de dieren aanwezig
                                            heeft aanschrijven tot het treffen van maatregelen ter
                                            voorkoming of opheffing van overlast of van schade aan
                                            de openbare gezondheid. Degene tot wie de aanschrijving
                                            is gericht of diens rechtsopvolger is verplicht de
                                            aanschrijving op te volgen.</al></li><li nr="5."><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover de
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> van toepassing is.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:55 Loslopend vee (2.4.22)</tussenkop><al>De rechthebbende op vee, dat zich bevindt in een aan een weg
                                    liggend weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden
                                    door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen
                                    dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg
                                    niet kan bereiken.</al><tussenkop> Artikel 2:56 Schade door duiven (2.4.23)</tussenkop><al>De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat die
                                    duiven niet kunnen uitvliegen tussen 08.00 uur en 18.00 uur in
                                    een door burgemeester en wethouders te bepalen tijdvak gelegen
                                    tussen 1 maart en 1 juni.</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in
                                    het 1e lid gesteld gebod.</al><tussenkop> Artikel 2:57 Bijen (2.4.24)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden bijen te houden: </al><lijst><li nr="a."><al>binnen een afstand van 30 meter van woningen of
                                                  andere gebouwen waar overdag mensen
                                                  verblijven;</al></li><li nr="b."><al>binnen een afstand van 30 meter van de weg.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het in het 1e lid gestelde verbod geldt niet indien op
                                            een afstand van ten hoogste 6 meter vanaf de korven of
                                            kasten een afscheiding is aangebracht van 2 meter hoogte
                                            of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en
                                            invliegen van de bijen te voorkomen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het 1e lid, aanhef en onder a, gestelde verbod
                                            geldt niet voor zover de bijenhouder rechthebbende is op
                                            de woningen of gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></li><li nr="4."><al>Het in het 1e lid, aanhef en onder b, gestelde verbod
                                            geldt niet voor zover het Wegenverordening provincie
                                            Limburg van toepassing is.</al></li><li nr="5."><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in het 1e lid
                                            gestelde verbod ontheffing verlenen.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Afdeling 5 Bepalingen ter bestrijding van heling van
                                goederen</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 2:58 Begripsomschrijvingen (2.5.1)</tussenkop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de
                                            algemene maatregel van bestuur op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=437">artikel 437, 1e lid, van het Wetboek van
                                                Strafrecht;</extref></al></li><li nr="b."><al>verkoopregister: het aantekening houden van het verkopen
                                            of op andere wijze overdragen van alle gebruikte en
                                            ongeregelde goederen door de handelaar.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:59 Verplichtingen met betrekking tot het
                                    verkoopregister (2.5.2)</tussenkop><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij
                                    onverwijld:</al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                            goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor
                                            zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het
                                            goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed;</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                            verkregen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:60 Voorschriften als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=437ter">artikel 437 ter, 1e lid, van het Wetboek van
                                        Strafrecht</extref> (2.5.3)</tussenkop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is
                                    verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>wanneer hij overeenkomstig het bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=437ter">artikel 437 ter, 2e lid, van het Wetboek van
                                                Strafrecht</extref>, de burgemeester of de door deze
                                            aangewezen ambtenaar er schriftelijk van in kennis stelt
                                            dat hij van het opkopen een beroep of gewoonte maakt,
                                            daarbij tevens schriftelijk opgave te doen van zijn
                                            woonadres en van het volledig adres van elke lokaliteit
                                            door hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik
                                            genomen;</al></li><li nr="b."><al>de onder a. bedoelde functionaris onder aanbieding van
                                            zijn register(s) onverwijld doch in ieder geval binnen
                                            drie dagen, schriftelijk in kennis te stellen van een
                                            verandering van zijn woonadres, zomede van het adres of
                                            de adressen van een bij hem ten behoeve van zijn
                                            onderneming in gebruik zijnde lokaliteit;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van de lokaliteit waar de onderneming
                                            is gevestigd een kenteken te hebben waarop zijn naam en
                                            de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar
                                            voorkomt;</al></li><li nr="d."><al>indien hij in de gelegenheid is enig goed te verkrijgen
                                            waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat het van
                                            misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren
                                            is gegaan, hiervan onverwijld kennis te geven aan de
                                            onder a bedoelde functionaris;</al></li><li nr="e."><al>zijn administratie op eerste aanvraag ter inzage te
                                            geven aan de burgemeester of een daartoe door de
                                            burgemeester aangewezen ambtenaar;</al></li><li nr="f."><al>wanneer hij heeft opgehouden van het opkopen een beroep
                                            of gewoonte te maken, onderscheidenlijk het beroep van
                                            handelaar niet langer uitoefent, de onder a. bedoelde
                                            functionaris hiervan onverwijld doch in ieder geval
                                            binnen 3 dagen schriftelijk in kennis te stellen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:61 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen
                                    (2.5.4)</tussenkop><al>Het is de handelaar of een voor hem handelend persoon verboden
                                    enig door opkoop verkregen goed gedurende de eerste 3 dagen dat
                                    het onder zijn berusting is, over te dragen of daarin enige
                                    wijziging aan te brengen tenzij deze wijziging van geen invloed
                                    is op de herkenbaarheid van het goed.</al><tussenkop> Artikel 2:62 Gereserveerd</tussenkop><tussenkop> Artikel 2:63 Handel in horeca-inrichtingen (2.5.5)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is de leidinggevende van een inrichting als bedoeld
                                            in artikel 2:21 verboden toe te laten dat een persoon in
                                            die inrichting roerende zaken verhandelt, zulks voor
                                            zover dit de directe aanbieding en levering omvat.</al></li><li nr="2."><al>Het in het 1e lid gestelde verbod geldt niet voor: </al><lijst><li nr="a."><al>openbare verkopingen en veilingen;</al></li><li nr="b."><al>besloten feesten, partijen en
                                                  bijeenkomsten;</al></li><li nr="c."><al>de eigenaar, leidinggevende, houder c.q.
                                                  personeel van die inrichting met betrekking tot de
                                                  voor die inrichting gebruikelijke
                                                  consumptieartikelen;</al></li><li nr="d."><al>ondernemers met betrekking tot de aanbieding en
                                                  leverantie van zaken die tot de inventaris van de
                                                  inrichting behoren, aan de eigenaar,
                                                  leidinggevende of houder van die inrichting;</al></li><li nr="e."><al>personen die folders, lectuur en dergelijke
                                                  verspreiden en/of aanbieden met het oogmerk een
                                                  godsdienstige, levensbeschouwelijke of politieke
                                                  overtuiging uit te dragen, behoudens hun
                                                  verantwoordelijkheid volgens de wet.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Afdeling 6 Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 2:64 Veiligheidsrisicogebieden (2.9.1)</tussenkop><al>De burgemeester kan, overeenkomstig het bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=151b%20">artikel 151b van de Gemeentewet</extref>, bij verstoring
                                    van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel
                                    bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een
                                    veiligheidsrisicogebied aanwijzen.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Afdeling 7 Vuurwerk</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 2:65 Begripsomschrijving (2.6.1)</tussenkop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:</al><al>Consumentenvuurwerk waarop het besluit van 22 januari 2002,
                                    houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en
                                    professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al><tussenkop> Artikel 2:66 Afleveren van vuurwerk (2.6.2)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of
                                            nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te
                                            stellen dan wel voor het ter beschikking stellen
                                            aanwezig te houden, zonder een vergunning van
                                            burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="2."><al>Een vergunning als bedoeld in het 1e lid kan worden
                                            geweigerd in het belang van de openbare orde en in het
                                            belang van het voorkomen of beperken van overlast.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2:67 Bezigen van vuurwerk (2.6.3)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een
                                            door burgemeester en wethouders in het belang van de
                                            voorkoming van gevaar, schade of overlast aangewezen
                                            plaats.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op of aan de weg of
                                            op een voor publiek toegankelijke plaats te bezigen
                                            indien zulks gevaar, schade of overlast kan
                                            veroorzaken.</al></li><li nr="3."><al>De in het 1e en 2e lid gestelde verboden gelden niet
                                            voor zover <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=429">artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                                Strafrecht</extref> van toepassing is.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen
                                            van het in het 1e lid gestelde verbod.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Afdeling 8 Bestuurlijke ophouding</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 2:68 Bestuurlijke ophouding (2.8.1)</tussenkop><al>De burgemeester kan overeenkomstig <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=154a%20">artikel 154a van de Gemeentewet</extref> besluiten tot het
                                    tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van
                                    personen op een door hem aangewezen plaats indien deze personen
                                    het bepaalde in artikel 2:1, 2:6,2:8,2:12,2:14, 2:14a, 2:17,
                                    2:20, leden 10 t/m 12, 2:41, 2:41a, 2:42, 2:43, 2:44, 2:67,
                                    2:72, 273 of 5:26 groepsgewijs niet naleven.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Afdeling 9 Voetbalwedstrijden</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 2:69 Betaald voetbalwedstrijden</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Voor de toepassing van deze Afdeling wordt onder
                                            organisator verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>de betaald voetbalorganisatie VVV-Venlo, indien
                                                  het betreft een voetbalwedstrijd waarbij het
                                                  eerste elftal van de betaald voetbalorganisatie
                                                  VVV-Venlo als thuis spelende ploeg betrokken is,
                                                  uitgezonderd wedstrijden buiten enig
                                                  competitieverband tegen een
                                                  amateurvoetbalorganisatie;</al></li><li nr="b."><al>de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond, indien
                                                  het betreft een voetbalwedstrijd tussen
                                                  voetbalorganisaties afkomstig van buiten de
                                                  gemeente Venlo, waarbij ten minste één betaald
                                                  voetbalorganisatie is betrokken;</al></li><li nr="c."><al>degene die buiten de gevallen, genoemd onder a.
                                                  en b. een voetbalwedstrijd organiseert, waarbij
                                                  ten minste één betaald voetbalorganisatie is
                                                  betrokken.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van de artikelen van deze afdeling
                                            wordt onder voetbalwedstrijd verstaan een
                                            voetbalwedstrijd georganiseerd door een organisator als
                                            bedoeld in het vorige lid.</al></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van de artikelen van deze afdeling
                                            wordt onder stadion verstaan het stadion ‘De Koel’.
                                            Onder de omgeving van het stadion wordt verstaan het
                                            gebied dat wordt omsloten door de Kaldenkerkerweg
                                            (gelegen tussen Casinoweg en Postweg), het bosgebied
                                            gelegen in het verlengde van de Postweg, de spoorlijn
                                            Venlo-Kaldenkerken en het bosgebied in verlengde van de
                                            Casinoweg.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.70 Voetbalvergunning</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is de organisator verboden zonder vergunning van de
                                            burgemeester een voetbalwedstrijd te houden of te doen
                                            houden. Een vergunning kan meerdere wedstrijden
                                            betreffen.</al></li><li nr="2."><al>Een aanvraag om een vergunning moet worden ingediend
                                            uiterlijk 4 weken voor de datum van de voetbalwedstrijd.
                                            De burgemeester kan van de hiervoor vermelde termijn
                                            afwijken en de uiterlijke datum van de aanvraag
                                            afzonderlijk bepalen.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan de vergunning weigeren dan wel aan
                                            de vergunning voorschriften verbinden in het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>de verkeersveiligheid of de veiligheid van
                                                  personen of goederen;</al></li><li nr="d."><al>de zedelijkheid of gezondheid.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.71 Verbod voetbalwedstrijd</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan het doen spelen van een wedstrijd
                                            verbieden: </al><lijst><li nr="a."><al>uit vrees voor het ontstaan van een ernstige
                                                  verstoring van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>indien de krachtens artikel 2:70, 3e lid,
                                                  opgelegde voorschriften niet worden
                                                  nageleefd;</al></li><li nr="c."><al>indien geen of niet tijdig een vergunning is
                                                  aangevraagd.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden een voetbalwedstrijd te doen spelen,
                                            wanneer een verbod, als bedoeld in het vorige lid is
                                            uitgevaardigd.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.72 Orde in verband met voetbalwedstrijden</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Vanaf 4 uur voor het vastgestelde begin van een
                                            voetbalwedstrijd tot 4 uur na afloop van een
                                            voetbalwedstrijd is het niet toegestaan voorwerpen mee
                                            te voeren waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen
                                            dat deze zijn bedoeld om de openbare orde te
                                            verstoren.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden in een voetbalstadion de orde te
                                            verstoren.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.73 Verwijderingsplicht voetbalsupporters</tussenkop><al>Personen, die zich door kleding, uitrusting of gedragingen
                                    manifesteren als voetbalsupporters, en niet in het bezit zijn
                                    van een geldig toegangsbewijs voor de voetbalwedstrijd dan wel
                                    tegen wie het vermoeden bestaat dat zij voornemens zijn de orde
                                    te verstoren, zijn verplicht zich op een daartoe strekkend bevel
                                    van een ambtenaar van politie met inachtneming van diens
                                    aanwijzingen, naar een in het bevel aangegeven plaats, dan wel
                                    buiten de gemeentegrenzen te begeven.</al><tussenkop> Artikel 2.74 Stadionomgevingsverbod</tussenkop><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan een
                                    persoon schriftelijk het verbod opleggen zich op te houden in de
                                    omgeving van het stadion vanaf 4 uur voor het vastgestelde
                                    aanvangstijdstip tot 4 uur na afloop van voetbalwedstrijden. Het
                                    verbod geldt voor een bepaalde periode welke niet langer is dan
                                    2 jaar.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Afdeling 10 Verblijfsontzeggingen</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 2:75 Verblijfsontzeggingen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde
                                            aan degene die de openbare orde ernstig verstoord of die
                                            één of meer van de wettelijke bepalingen overtreedt, die
                                            genoemd worden in het laatste lid van dit artikel, een
                                            verbod opleggen zich gedurende een in dat verbod genoemd
                                            tijdvak van ten hoogste 2 weken te bevinden op in dat
                                            verbod aangewezen plaatsen, waar of in de nabijheid
                                            waarvan de genoemde gedragingen hebben plaatsgehad.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde
                                            aan degene aan wie eerder een verbod als bedoeld in het
                                            1e lid is opgelegd en ten aanzien van wie binnen één
                                            jaar na het opleggen van dit verbod wordt geconstateerd,
                                            dat hij zich gedraagt in strijd met het 5e lid of de
                                            laatste lid genoemde artikelen, een verbod opleggen om
                                            zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten
                                            hoogste 6 weken te bevinden op in dat verbod aangewezen
                                            plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de genoemde
                                            gedragingen hebben plaatsgehad.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde
                                            aan degene aan wie eerder twee of meer verboden als
                                            bedoeld in dit artikel zijn opgelegd en ten aanzien van
                                            wie binnen één jaar na het opleggen van het laatste
                                            verbod wordt geconstateerd, dat hij zich gedraagt in
                                            strijd met het 5e lid of de in het laatste lid genoemde
                                            artikelen, een verbod opleggen om zich gedurende een in
                                            dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste 12 weken te
                                            bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen, waar of
                                            in de nabijheid waarvan de genoemde gedragingen hebben
                                            plaatsgehad.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester beperkt de in het 1e, 2e of 3e lid
                                            genoemde verboden, indien dat in verband met de
                                            persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk
                                            is.</al></li><li nr="5."><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door
                                            de burgemeester opgelegd verbod.</al></li><li nr="6."><al>De in het 1e lid bedoelde wettelijke bepalingen zijn: </al><lijst><li nr="a."><al>uit de Algemene plaatselijke verordening Venlo: </al><lijst><li nr="1."><al>artikel 2:1 APV Venlo (samenscholing en
                                                  ongeregeldheden);</al></li><li nr="2."><al>artikel 2:32 (ordeverstoring in
                                                  inrichting);</al></li><li nr="3."><al>artikel 2:41 (hinderlijk gedrag op de
                                                  weg);</al></li><li nr="4."><al>artikel 2:42 (openlijk drankgebruik);</al></li><li nr="5."><al>artikel 2:43 (hinderlijk gedrag bij
                                                  gebouwen);</al></li><li nr="6."><al>artikel 3:6 (verkoop van drugs);</al></li><li nr="7."><al>artikel 3:7 (verzameling van personen in
                                                  verband met drugs);</al></li><li nr="8."><al>artikel 3:9 (openlijk druggebruik);</al></li><li nr="9."><al>artikel 3:10 (weggooien van spuiten
                                                  e.d.);</al></li><li nr="10."><al>artikel 3:18 (straatprostitutie);</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>uit het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht">Wetboek van Strafrecht</extref>: </al><lijst><li nr="1."><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wetboek%20van%20strafrecht/article=139">artikel 139</extref> (lokaalvredebreuk);</al></li><li nr="2."><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wetboek%20van%20strafrecht/article=141">artikel 141</extref> (gezamenlijke openlijke
                                                  geweldpleging);</al></li><li nr="3."><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wetboek%20van%20strafrecht/article=170">artikel 170</extref> (vernieling van
                                                  gebouwen);</al></li><li nr="4."><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wetboek%20van%20strafrecht/article=285">artikel 285</extref> (bedreiging met
                                                  misdrijf);</al></li><li nr="5."><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wetboek%20van%20strafrecht/article=300">artikel 300</extref> (mishandeling);</al></li><li nr="6."><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wetboek%20van%20strafrecht/article=306">artikel 306</extref>(deelneming aan aanval of
                                                  vechterij);</al></li><li nr="7."><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wetboek%20van%20strafrecht/article=350">artikel 350</extref> (zaakbeschadiging);</al></li><li nr="8."><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wetboek%20van%20strafrecht/article=426">artikel 426</extref> (ordeverstoring in
                                                  dronkenschap);</al></li><li nr="9."><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wetboek%20van%20strafrecht/article=453">artikel 453</extref> (openbare
                                                  dronkenschap);</al></li></lijst></li><li nr="c."><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=2">artikel 2</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=3">3 van de Opiumwet</extref>;</al></li><li nr="d."><al>alle bepalingen betreffende verboden wapenbezit
                                                  in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Wapens%20en%20Munitie">Wet Wapens en Munitie</extref>.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Afdeling 11 Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 2:76 Cameratoezicht openbare plaatsen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan overeenkomstig <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=151c">artikel 151c van de Gemeentewet</extref> besluiten
                                            tot plaatsing van vaste camera's voor een bepaalde duur
                                            ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                            plaats.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het
                                            1e lid eveneens ten aanzien van de hierna vermelde
                                            andere voor een ieder toegankelijke plaatsen: </al><lijst><li nr="a."><al>parkeerterreinen;</al></li><li nr="b."><al>parkeergarages die voor een ieder toegankelijk
                                                  zijn.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Drugs, seksinrichtingen, prostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><titel>Afdeling 1 Gereserveerd</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 3:1 Gereserveerd</tussenkop><tussenkop> Artikel 3:2 Gereserveerd</tussenkop><tussenkop> Artikel 3:3 Gereserveerd</tussenkop><tussenkop> Artikel 3:4 Gereserveerd</tussenkop></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Afdeling 2 Drugsoverlast</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 3:5 Betreden gesloten woning of lokaal
                                    (2.4.1)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een krachtens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=174a%20">artikel 174a Gemeentewet</extref> gesloten woning,
                                            een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die
                                            woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een krachtens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=13b%20">artikel 13b Opiumwet</extref> gesloten voor publiek
                                            toegankelijk lokaal of een bij dat lokaal behorend erf
                                            te betreden.</al></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het 1e en 2e lid geldt niet voor
                                            personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal
                                            wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester is bevoegd van het bepaalde in 1e lid en
                                            2e lid bedoelde verbod ontheffing te verlenen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 3:6 Verkoop van drugs (2.7.1)</tussenkop><al>Onverminderd het bepaalde in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet%20">Opiumwet</extref> is het verboden op of aan de openbare weg
                                    met de daaraan gelegen portieken, galerijen, arcaden of nissen
                                    binnen de bebouwde kom post te vatten of zich daar heen en weer
                                    te bewegen, alsmede zich op of aan openbare wegen binnen de
                                    bebouwde kom in een auto te bevinden of daarmee heen en weer of
                                    rond te rijden met het kennelijke doel om middelen als bedoeld
                                    in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=2">artikelen 2</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet/article=3%20">3 van de Opiumwet</extref>, of daarop gelijkende waar, al
                                    dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of aan te
                                    nemen of daarbij behulpzaam te zijn of daarin te
                                    bemiddelen.</al><tussenkop> Artikel 3:7 Verzamelingen van personen in verband met
                                    drugs</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde
                                            en in verband met gedragingen in strijd met de artikelen
                                            3:6, 3:9 en 3:10 van deze afdeling wegen aanwijzen
                                            waarop of waaraan het verboden is aan een verzameling
                                            van meer dan 4 personen deel te nemen.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden op of aan door de burgemeester op basis
                                            van het 1e lid aangewezen wegen deel te nemen aan een
                                            verzameling van meer dan 4 personen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het 2e lid gestelde verbod geldt niet als de
                                            verzameling personen geen verband houdt met gedragingen
                                            in strijd met de artikelen 3:6, 3:9 en 3:10 van deze
                                            afdeling.</al></li><li nr="4."><al>Een ieder, die zich bevindt in een verzameling van
                                            personen als in het 1e lid bedoeld, is verplicht op een
                                            daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie
                                            zijn weg te vervolgen of zich in de door deze aangewezen
                                            richting te verwijderen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 3:8 Vervalt</tussenkop><tussenkop> Artikel 3:9 Openlijk gebruik</tussenkop><al>Het is verboden op of aan de weg, op een voor publiek
                                    toegankelijke plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw,
                                    middelen als bedoeld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=opiumwet/article=2">artikelen 2</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=opiumwet/article=3">3 van de Opiumwet</extref> te gebruiken, toe te dienen, dan
                                    wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat
                                    gebruik voorwerpen en/of stoffen voorhanden te hebben.</al><tussenkop> Artikel 3:10 Weggooien van spuiten e.d.</tussenkop><al>Het is verboden om injectiespuiten of onderdelen daarvan zoals
                                    naalden, reservoirs, zuigers e.d. of daarop gelijkende
                                    voorwerpen op of aan de weg dan wel in afvalbakken achter te
                                    laten, indien redelijkerwijze kan worden aangenomen, dat zulks
                                    geschiedt om afstand van het voorwerp te doen.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Afdeling 3 Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie
                                e.d.</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Paragraaf 1 Begripsomschrijvingen en nadere regels</tussenkop><tussenkop> Artikel 3:11 Begripsomschrijvingen (3.1.1)</tussenkop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het
                                                verrichten van seksuele handelingen met een ander
                                                tegen vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot
                                                het verrichten van seksuele handelingen met een
                                                ander tegen vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke,
                                                besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een
                                                omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele
                                                handelingen worden verricht, of vertoningen van
                                                erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een
                                                seksinrichting worden in elk geval verstaan: </al><lijst><li nr="-"><al>een seksbioscoop, seksautomatenhal,
                                                  sekstheater, een parenclub of een
                                                  prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                                  erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie
                                                  met elkaar;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van
                                                personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in
                                                een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie
                                                aanbiedt die op een andere plaats dan in de
                                                bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke,
                                                besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                                erotisch-pornografische aard aan particulieren
                                                plegen te worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                                rechtspersoon of rechtspersonen die een
                                                seksinrichting of escortbedrijf exploiteert of
                                                exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die
                                                rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke
                                                persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                                onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een
                                                seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een
                                                seksinrichting, met uitzondering van: </al><lijst><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting
                                                  werkzaam is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond
                                                  van <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-6-1-strafbepaling-6-1-">artikel 6.1a;</extref></al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                  seksinrichting wegens dringende redenen
                                                  noodzakelijk is.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Artikel 3:12 Nadere regels (3.1.3)</tussenkop><al>Met het oog op de in artikel 3:21 genoemde belangen, kunnen
                                        burgemeester en wethouders over de uitoefening van de
                                        bevoegdheden in dit hoofdstuk nadere regels
                                        vaststellen.</al><tussenkop> Paragraaf 2 Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels
                                    e.d.</tussenkop><tussenkop> Artikel 3:13 Seksinrichtingen (3.2.1)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf
                                                te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van
                                                het bevoegd gezag.</al></li><li nr="2."><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning
                                                wordt in ieder geval vermeld: </al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het
                                                  escortbedrijf.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Artikel 3:14 Gedragseisen exploitant en beheerder
                                        (3.2.2)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De exploitant en de beheerder: </al><lijst><li nr="a."><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet
                                                  uit de ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht
                                                  levensgedrag; en</al></li><li nr="c."><al>hebben de leeftijd van 21 jaar bereikt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Naast de gestelde eisen in het 1e lid, zijn de
                                                exploitant en de beheerder niet: </al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=37%20">artikel 37 van het Wetboek van
                                                  Strafrecht</extref> in een psychiatrisch
                                                  ziekenhuis geplaatst of met toepassing van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=37a">artikel 37a van het Wetboek van
                                                  Strafrecht</extref> ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste 5 jaar onherroepelijk
                                                  veroordeeld tot een onvoorwaardelijke
                                                  vrijheidsstraf van 6 maanden of meer door de
                                                  rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of
                                                  Aruba, dan wel door een andere rechter wegens een
                                                  misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel
                                                  tot voorlopige hechtenis ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20strafvordering/article=67">artikel 67, 1e lid van het Wetboek van
                                                  Strafverordening</extref> is toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste 5 jaar bij tenminste 2
                                                  rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld
                                                  tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500,00
                                                  of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld
                                                  in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=9">artikel 9, 1e lid, onder a van het Wetboek van
                                                  Strafrecht</extref>, wegens dan wel mede wegens
                                                  overtreding van: </al><lijst><li nr="1."><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Drank-%20en%20Horecawet">Drank- en Horecawet</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Opiumwet">Opiumwet</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Vreemdelingenwet%202000">Vreemdelingenwet</extref> en de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20arbeid%20vreemdelingen">Wet arbeid vreemdelingen</extref>;</al></li><li nr="2."><al>de<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wetboek%20van%20strafrecht/article=137c">artikelen 137c tot en met 137g</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wetboek%20van%20strafrecht/article=140">140</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wetboek%20van%20strafrecht/article=240b">240b</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wetboek%20van%20strafrecht/article=242">242 tot en met 249</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wetboek%20van%20strafrecht/article=250a">250a</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wetboek%20van%20strafrecht/article=250">250</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wetboek%20van%20strafrecht/article=252">252 (oud),</extref><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wetboek%20van%20strafrecht/article=273f">273f</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wetboek%20van%20strafrecht/article=300">300 tot en met 303</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wetboek%20van%20strafrecht/article=416">416</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wetboek%20van%20strafrecht/article=417">417</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wetboek%20van%20strafrecht/article=417bis">417bis</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wetboek%20van%20strafrecht/article=426">426</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wetboek%20van%20strafrecht/article=429quater">429quater</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=453">453 van het Wetboek van Strafrecht</extref>;</al></li><li nr="3."><al>de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wegenverkeerswet%201994/article=8">artikelen 8</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wegenverkeerswet%201994/article=162">162, 3e lid,</extref> alsmede <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wegenverkeerswet%201994/article=6">artikel 6</extref> j° <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wegenverkeerswet%201994/article=8">artikel 8</extref> of j° <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=163%20">artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                                  1994</extref>;</al></li><li nr="4."><al>de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20de%20kansspelen/article=1">artikelen 1, onder a, b en d,</extref><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20de%20kansspelen/article=13">13</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20de%20kansspelen/article=14">14</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20de%20kansspelen/article=27">27</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20kansspelen/article=30b%20">30b van de Wet op de kansspelen</extref>;</al></li><li nr="5."><al>de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20de%20weerkorpsen/article=2">artikelen 2</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20weerkorpsen/article=3">3 van de Wet op de weerkorpsen;</extref></al></li><li nr="6."><al>de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20wapens%20en%20munitie/article=54">artikelen 54</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20wapens%20en%20munitie/article=55%20">55 van de Wet wapens en munitie</extref>.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="3."><al>Met een veroordeling als bedoeld in het 2e lid wordt
                                                gelijk gesteld: </al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als
                                                  bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht%20/article=74">artikel 74, 2e lid onder a. van het Wetboek van
                                                  Strafrecht</extref> of <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20inzake%20rijksbelastingen/article=76">artikel , 3e lid onder a van de Algemene wet
                                                  inzake rijksbelastingen</extref>, tenzij de
                                                  geldsom minder dan € 375,00 bedraagt</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een
                                                  voorwaardelijke straf.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De periode van 5 jaar, genoemd in het 2e lid, wordt: </al><lijst><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning
                                                  teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de
                                                  aanvraag van de vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning
                                                  teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van
                                                  deze vergunning.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste 5
                                                jaar geen exploitant of beheerder geweest van een
                                                seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste
                                                één maand door het bevoegde gezag is gesloten, of
                                                waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3:13, 1e
                                                lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem
                                                terzake geen verwijt treft.</al></li><li nr="6."><al>Indien in enig geval de toepassing van het bepaalde
                                                in artikel 3:14, lid 1 tot en met 5 naar het oordeel
                                                van het bevoegd gezag kennelijk onredelijk is kan
                                                ontheffing van één of meer bepalingen worden
                                                verleend.</al></li><li nr="7."><al>Alvorens ontheffing te verlenen wint het bevoegd
                                                bestuursorgaan het advies in van de regionale
                                                commissie Verklaring Omtrent het Gedrag.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 3:15 Sluitingsuur (3.2.3)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers
                                                geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten
                                                of te laten verblijven tussen 04.00 en 14.00
                                                uur.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd gezag kan door middel van een
                                                voorschrift als bedoeld in artikel 1.4 voor een
                                                afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden
                                                vaststellen.</al></li><li nr="3."><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden
                                                zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die
                                                seksinrichting krachtens het 1e lid of 2e lid, dan
                                                wel krachtens artikel 3:16, 1e lid, gesloten dient
                                                te zijn.</al></li><li nr="4."><al>Het in het 1e, 2e en 3e lid bepaalde geldt niet
                                                voorzover de op de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> gebaseerde
                                                voorschriften van toepassing zijn.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 3:16 Tijdelijke afwijking sluitingsuur;
                                        (tijdelijke) sluiting (3.2.4)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Met het oog op de in artikel 3:21, 2e lid, genoemde
                                                belangen of in geval van strijdigheid met de
                                                bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd gezag: </al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijke andere dan de krachtens artikel
                                                  3:15, 1e of 2e lid, geldende sluitingsuren
                                                  vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan
                                                  niet tijdelijk de gedeeltelijke of algehele
                                                  sluiting bevelen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=3%3A41">artikel 3:41 van de Algemene wet
                                                  bestuursrecht</extref>, maakt het bevoegd gezag
                                                het in het 1e lid bedoelde besluit openbaar bekend
                                                overeenkomstig <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=3%3A42">artikel 3:42 Algemene wet
                                                bestuursrecht</extref>.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 3:17 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant
                                        en beheerder (3.2.5)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers
                                                geopend te hebben, zonder dat de ingevolge artikel
                                                3:13 op de vergunning vermelde exploitant of
                                                beheerder in de seksinrichting aanwezig is.</al></li><li nr="2."><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op
                                                toe dat in de seksinrichting: </al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder
                                                  in ieder geval de feiten genoemd in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wetboek%20van%20strafrecht">titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII
                                                  (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX
                                                  (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling)
                                                  van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                                  Strafrecht</extref>, in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=opiumwet">Opiumwet</extref> en in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20wapens%20en%20munitie">Wet wapens en munitie</extref>; en</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door
                                                  personen in strijd met het bij of krachtens de
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20arbeid%20vreemdelingen">Wet arbeid vreemdelingen</extref> of de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Vreemdelingenwet%202000">Vreemdelingenwet</extref> bepaalde.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Artikel 3:18 Straatprostitutie (3.2.6)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zich op of aan de weg of zichtbaar
                                                vanaf de weg door houding, woord, gebaar of op
                                                andere wijze, handelingen te verrichten waarvan
                                                redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze worden
                                                verricht om klanten te werven voor prostitutie.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden aan of op de weg gebruik te maken
                                                van de diensten van een prostituee dan wel op
                                                enigerlei wijze in te gaan op voorstellen, in welke
                                                vorm dan ook, om van die diensten gebruik te
                                                maken.</al></li><li nr="3."><al>Onder ingaan op voorstellen als bedoeld in het 2e
                                                lid, wordt mede verstaan het laten instappen of
                                                meerijden van een prostituee in of op een
                                                voertuig.</al></li><li nr="4."><al>Een ambtenaar van politie kan degene die het in het
                                                1e of 2e gestelde verbod overtreedt, gelasten zich
                                                onmiddellijk in een door hem aangegeven richting te
                                                verwijderen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 3:19 Sekswinkels (3.2.7)</tussenkop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden
                                        daarin een sekswinkel te exploiteren in door burgemeester en
                                        wethouders in het belang van de openbare orde of de woon- en
                                        leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de
                                        gemeente.</al><tussenkop> Artikel 3:20 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                        erotisch - pornografische goederen, afbeeldingen e.d.
                                        (3.2.8)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak
                                                verboden daarin of daarop goederen, opschriften,
                                                aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                                wel afbeeldingen van erotisch - pornografische aard
                                                openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan
                                                te brengen: </al><lijst><li nr="a."><al>indien het bevoegd gezag aan de rechthebbende
                                                  heeft bekendgemaakt dat de wijze van
                                                  tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan,
                                                  de openbare orde of de woon- en leefomgeving in
                                                  gevaar brengt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                                  gezag in het belang van de openbare orde of de
                                                  woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het in het 1e lid gestelde verbod is niet van
                                                toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of
                                                aanbrengen van goederen, opschriften,
                                                aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                                wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van
                                                gedachten en gevoelens als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Grondwet/article=7">artikel 7, 1e lid van de Grondwet</extref>.</al></li></lijst><tussenkop> Paragraaf 3 Weigeringsgronden</tussenkop><tussenkop> Artikel 3:21 Weigeringsgronden (3.3.2)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:13, 1e lid, wordt
                                                geweigerd indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan
                                                  de in artikel 3:14 gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de
                                                  seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is
                                                  met een geldend bestemmingsplan,
                                                  stadsvernieuwingsplan of
                                                  leefmilieuverordening;</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting
                                                  of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of
                                                  zullen zijn in strijd met <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=273f%20">artikel 273f van het Wetboek van
                                                  Strafrecht</extref> of met het bij of krachtens de
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20arbeid%20vreemdelingen">Wet arbeid vreemdelingen</extref> of de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Vreemdelingenwet%202000">Vreemdelingenwet</extref> bepaalde.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:13, 1e lid, kan
                                                worden geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van het voorkomen of beperken
                                                  van overlast;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van het voorkomen of beperken
                                                  van aantasting van het woon- en leefklimaat;</al></li><li nr="d."><al>in het belang van de veiligheid van personen
                                                  of goederen;</al></li><li nr="e."><al>in het belang van de verkeersvrijheid of
                                                  -veiligheid;</al></li><li nr="f."><al>in het belang van de gezondheid of
                                                  zedelijkheid;</al></li><li nr="g."><al>in het belang van de arbeidsomstandigheden van
                                                  de prostituee.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Een vergunning bedoeld in artikel 3:13, 1e lid, kan
                                                voorts worden geweigerd in het geval en onder de
                                                voorwaarden, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20bevordering%20integriteitsbeoordelingen%20door%20het%20openbaar%20bestuur/article=3%20">artikel 3 van de Wet bevordering
                                                  integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                                  bestuur.</extref></al></li><li nr="4."><al>Voordat toepassing wordt gegeven aan het 3e lid, kan
                                                het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen
                                                door het openbaar bestuur, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20bevordering%20integriteitsbeoordelingen%20door%20het%20openbaar%20bestuur/article=8">artikel 8 van de Wet bevordering
                                                  integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                                  bestuur</extref>, om een advies als bedoeld in
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20bevordering%20integriteitsbeoordelingen%20door%20het%20openbaar%20bestuur/article=9">artikel 9 van die wet</extref> worden
                                                gevraagd.</al></li></lijst><tussenkop> Paragraaf 4 Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</tussenkop><tussenkop> Artikel 3:22 Beëindiging exploitatie (3.4.1)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel
                                                3:13 op de vergunning vermelde exploitant, de
                                                exploitatie van de seksinrichting of het
                                                escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.</al></li><li nr="2."><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de
                                                exploitatie, geeft de exploitant daarvan
                                                schriftelijk kennis aan het bevoegd gezag.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 3:23 Wijziging beheer (3.4.2)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:13, 2e
                                                lid, onder b, het beheer in de seksinrichting of het
                                                escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd, geeft de
                                                exploitant daarvan binnen een week na de feitelijke
                                                beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan
                                                het bevoegd gezag.</al></li><li nr="2."><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe
                                                beheerder, indien het bevoegd bestuursorgaan op
                                                aanvraag van de exploitant heeft besloten de
                                                verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in
                                                het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                                3:21, 1e lid, aanhef en onder a is van
                                                overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het 2e lid,
                                                kan het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe
                                                beheerder zodra de exploitant een aanvraag als
                                                bedoeld in het 2e lid heeft ingediend, totdat over
                                                de aanvraag is besloten.</al></li></lijst><tussenkop> Paragraaf 5 Intrekkingsgronden</tussenkop><tussenkop> Artikel 3:24 Intrekkingsgronden</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan het
                                                bevoegd gezag de vergunning intrekken: </al><lijst><li nr="a."><al>indien aannemelijk is, dat de exploitant of de
                                                  beheerder van de seksinrichting of het
                                                  escortbedrijf betrokken is, of hem ernstige
                                                  nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten
                                                  in of vanuit de inrichting, die een gevaar
                                                  opleveren voor de openbare orde en/of een
                                                  bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in
                                                  de omgeving van de inrichting of het bedrijf;</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitant of de beheerder van de
                                                  seksinrichting toestaat danwel gedoogt, dat in
                                                  zijn inrichting strafbare feiten worden
                                                  gepleegd;</al></li><li nr="c."><al>indien de exploitant of de beheerder van de
                                                  seksinrichting of het escortbedrijf zich schuldig
                                                  maakt aan discriminatie naar ras, geslacht of
                                                  seksuele geaardheid;</al></li><li nr="d."><al>indien zich in of vanuit de seksinrichting
                                                  anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees
                                                  wettigen, dat het geopend blijven van de
                                                  inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde
                                                  en/of een bedreiging vormt voor het woon- of
                                                  leefklimaat in de omgeving van de inrichting;</al></li><li nr="e."><al>indien de exploitant of de beheerder in strijd
                                                  handelt met het bij of krachtens deze afdeling
                                                  bepaalde.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:13, 1e lid, kan
                                                voorts worden ingetrokken indien er sprake is van
                                                het geval en onder voorwaarden, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20bevordering%20integriteitsbeoordelingen%20door%20het%20openbaar%20bestuur/article=3">artikel 3 van de Wet bevordering
                                                  integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                                  bestuur</extref>.</al></li><li nr="3."><al>Voordat toepassing wordt gegeven aan het 2e lid kan
                                                het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen
                                                door het openbaar bestuur, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20bevordering%20integriteitsbeoordelingen%20door%20het%20openbaar%20bestuur/article=8">artikel 8 van de Wet bevordering
                                                  integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                                  bestuur</extref>, om een advies als bedoeld in
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20bevordering%20integriteitsbeoordelingen%20door%20het%20openbaar%20bestuur/article=9">artikel 9 van die wet</extref> worden
                                                gevraagd.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg
                            voor het uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><titel>Afdeling 1 Geluid- en lichthinder</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 4:1 Begripsomschrijvingen (4.1.1)</tussenkop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>besluit: het Besluit horeca-, sport- en
                                            recreatie-inrichtingen milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: een inrichting als bedoeld in het
                                            Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                            bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                            drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek
                                            aan één of een klein aantal inrichtingen is
                                            verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit die gebonden is aan
                                            één of een klein aantal inrichtingen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten
                                    (4.1.2)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De voorschriften 1.1.1, 1.1.5, 1.1.7 en 1.1.8 van de
                                            bijlage onder B van het Besluit gelden niet voor door
                                            burgemeester en wethouders per kalenderjaar aan te
                                            wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij
                                            aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></li><li nr="2."><al>Het voorschrift 1.5.1. van de bijlage onder B van het
                                            Besluit geldt niet voor door burgemeester en wethouders
                                            per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                            gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                            dagdelen.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders maken de aanwijzing tenminste
                                            4 weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar
                                            bekend.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen, wanneer een
                                            collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien
                                            was, een festiviteit terstond als collectieve
                                            festiviteit als bedoeld in het 1e lid aanwijzen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten
                                    (4.1.3)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal negen
                                            incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden
                                            waarbij de voorschriften 1.1.1, 1.1.5, 1.1.7 en 1.1.8
                                            van de bijlage onder B van het Besluit niet van
                                            toepassing zijn mits de houder van de inrichting ten
                                            minste 2 weken voor de aanvang van de festiviteit
                                            burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft
                                            gesteld.</al></li><li nr="2."><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal negen
                                            incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden
                                            waarbij het voorschriften 1.5.1 van de bijlage onder B
                                            van het Besluit niet van toepassing is mits de houder
                                            van de inrichting ten minste 2 weken voor de aanvang van
                                            de festiviteit burgemeester en wethouders daarvan in
                                            kennis heeft gesteld.</al></li><li nr="3."><al>Het equivalente geluidsniveau, bepaald volgens de
                                            meetmethoden genoemd in het Besluit, ten gevolge van de
                                            festiviteit mag op de gevel van een woning van derden of
                                            een andere geluidgevoelige bestemming, niet meer
                                            bedragen dan: </al><lijst><li nr="a."><al>70 dB(A) in de periode van 07.00 tot 01.00 uur
                                                  en in de periode van 07.00 tot 00.00 uur indien
                                                  het een dag voorafgaande aan een werkdag
                                                  betreft;</al></li><li nr="b."><al>50 dB(A) in de periode van 01.00 tot 07.00 uur
                                                  en in de periode van 00.00 tot 07.00 uur indien
                                                  het een werkdag betreft;</al></li><li nr="c."><al>tenzij er een collectieve festiviteit is
                                                  aangewezen waarin hogere (dan wel lagere)
                                                  geluidswaarden zijn opgenomen.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders stellen een formulier vast
                                            voor het doen van kennisgeving als bedoeld in het 2e en
                                            3e lid.</al></li><li nr="5."><al>De kennisgeving wordt geacht eerst dan te zijn gedaan
                                            wanneer het in het 4e lid bedoelde formulier, volledig
                                            en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de
                                            plaats op dat formulier vermeld.</al></li><li nr="6."><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan
                                            wanneer burgemeester en wethouders op verzoek van de
                                            houder van een inrichting een incidentele festiviteit,
                                            die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond
                                            toestaat.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten
                                    (4.1.4)</tussenkop><al>Het is verboden een incidentele festiviteit te organiseren, toe
                                    te laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen indien de
                                    burgemeester het organiseren van een incidentele festiviteit
                                    verboden heeft wanneer naar zijn oordeel de woon- en
                                    leefsituatie in de omgeving van de inrichting en/of de openbare
                                    orde op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed.</al><tussenkop> Artikel 4:5 Geluidhinder in de openlucht en in
                                    feesttenten</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en
                                            wethouders in de openlucht en in feesttenten muziek of
                                            zang ten gehore te brengen dan wel een geluidsapparaat,
                                            een toestel of een bouwmachine op zodanige wijze in
                                            werking te brengen of te hebben dat naar alle
                                            redelijkheid verwacht kan worden dat hierdoor voor een
                                            omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder
                                            wordt veroorzaakt of toe te laten dat deze handelingen
                                            worden verricht.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod, vervat in het 1e lid, geldt niet voor het
                                            ten gehore brengen van muziek of zang dan wel het in
                                            werking brengen of hebben van door burgemeester en
                                            wethouders bij openbaar bekend te maken besluit
                                            aangewezen categorieën muziek, zang, geluidsapparaten,
                                            toestellen of bouwmachines, al dan niet beperkt tot een
                                            bepaald gebied, voor zover wordt voldaan aan bij of
                                            krachtens dat besluit vastgestelde voorschriften, welke
                                            betrekking hebben op het voorkomen van
                                            geluidhinder.</al></li><li nr="3."><al>Het in het 1e lid bepaalde geldt niet, voor zover de op
                                            de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> gebaseerde voorschriften,
                                            de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20geluidhinder">Wet geluidhinder</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994">Wegenverkeerswet</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Zondagswet">Zondagswet</extref>, het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht">Wetboek van Strafrecht</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Luchtvaartwet">Luchtvaartwet</extref>, het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reglement%20verkeersregels%20en%20verkeerstekens%201990%20(RVV%201990)">Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                                1990</extref> of het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Vuurwerkbesluit%20">Vuurwerkbesluit</extref> Wet milieugevaarlijke
                                            stoffen van toepassing zijn.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 4:6 Geluidhinder door dieren</tussenkop><al>Degene die de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit
                                    voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder
                                    veroorzaakt.</al><tussenkop> Artikel 4:7 Geluidhinder door bromfietsen e.d.</tussenkop><al>Het is verboden zich met een motorvoertuig, een bromfiets of een
                                    snorfiets zodanig te gedragen, dat daardoor voor een omwonende
                                    of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt
                                    veroorzaakt.</al><tussenkop> Artikel 4:8 Overige geluidhinder (4.1.7)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:5 t/m 4:8 is
                                            het verboden toestellen of geluidsapparaten in werking
                                            te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige
                                            wijze dat voor een omwonende of overigens voor de
                                            omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in het 1e lid
                                            bepaalde ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het 1e lid bepaalde geldt niet, voor zover de op
                                            de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> gebaseerde voorschriften,
                                            de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20geluidhinder">Wet geluidhinder</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994">Wegenverkeerswet 1994</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Zondagswet">Zondagswet</extref>, het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht">Wetboek van Strafrecht</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Luchtvaartwet">Luchtvaartwet</extref>, het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reglement%20verkeersregels%20en%20verkeerstekens%201990%20(RVV%201990)">Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                                1990</extref> of het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Vuurwerkbesluit%20">Vuurwerkbesluit</extref> Wet milieugevaarlijke
                                            stoffen van toepassing zijn.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Afdeling 2 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 4:9 Verontreiniging van de weg en van terreinen
                                    (4.4.1)</tussenkop><al>Vervallen</al><tussenkop> Artikel 4:10 Verontreiniging bij werkzaamheden op de weg
                                    (4.4.2)</tussenkop><al>Vervallen</al><tussenkop> Artikel 4:11 Wegwerpen van reclame- of strooibiljetten
                                    (4.4.4)</tussenkop><al>Vervallen</al><tussenkop> Artikel 4:12 Straatvegen (4.4.5)</tussenkop><al>Het is verboden op een door burgemeester en wethouders ten
                                    behoeve van de werkzaamheden van de gemeentelijke
                                    reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te
                                    parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende een
                                    daarbij aangeduide tijdsperiode.</al><tussenkop> Artikel 4:13 Natuurlijke behoefte doen (4.4.6)</tussenkop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op of aan de weg zijn
                                    natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde
                                    inrichting of plaats.</al><tussenkop> Artikel 4:14 Toestand van sloten en andere wateren en
                                    niet-openbare riolen en putten buiten gebouwen (4.4.8)</tussenkop><al>Sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en putten
                                    buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die
                                    gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of
                                    hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 4:15 Begripsomschrijvingen (4.5.1)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer
                                                  bomen;</al></li><li nr="b."><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn
                                                  geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;</al></li><li nr="c."><al>dunning: velling ter bevordering van het
                                                  voortbestaan van de houtopstand;</al></li><li nr="d."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente,
                                                  vastgesteld ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Boswet/article=1">artikel 1, 5e lid, van de Boswet</extref>;</al></li><li nr="e."><al>iepziekte: de aantasting van iepen door de
                                                  schimmel Ophiostoma (Buism.) Nannf. (syn.
                                                  Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Morreau;</al></li><li nr="f."><al>iepenspintkever: het insect, in elk
                                                  ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten
                                                  Scolytus (F.) en Scolytus multistriatus (Marsh) en
                                                  Scolytus pygmaes.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan
                                            rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het
                                            verrichten van handelingen die de dood of ernstige
                                            beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge
                                            kunnen hebben.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 4:16 Kapverbod (4.5.2)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en
                                            wethouders houtopstand te vellen of te doen vellen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het 1e lid gestelde verbod geldt niet voor: </al><lijst><li nr="a."><al>wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of
                                                  langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande
                                                  uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn
                                                  geknot;</al></li><li nr="b."><al>vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;</al></li><li nr="c."><al>fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om
                                                  te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in
                                                  het bijzonder bestemde terreinen;</al></li><li nr="d."><al>kweekgoed;</al></li><li nr="e."><al>houtopstand die bij wijze van dunning moet
                                                  worden geveld;</al></li><li nr="f."><al>houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig
                                                  bij het Bosschap geregistreerde
                                                  bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een
                                                  bebouwde kom, tenzij de houtopstand een
                                                  zelfstandige eenheid vormt die ofwel geen grotere
                                                  oppervlakte beslaat dan 10 are, ofwel bestaat uit
                                                  rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend
                                                  over het totale aantal rijen;</al></li><li nr="g."><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Plantenziektenwet%20">Plantenziektewet</extref> of krachtens een
                                                  aanschrijving of last van burgemeester en
                                                  wethouders, zulks onverminderd het bepaalde in
                                                  artikel 4:20;</al></li><li nr="h."><al>bomen, welke niet krachtens een ingevolge deze
                                                  afdeling opgelegde herplantplicht zijn geplant,
                                                  met een stamomtrek tot 60 centimeter, gemeten op
                                                  1.30 meter boven de voet van de boom.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Artikel 4:17 Aanvraag vergunning (4.5.3)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning moet worden aangevraagd door of namens dan
                                            wel met toestemming van degene die krachtens zakelijk
                                            recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke
                                            bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te
                                            beschikken.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer het bureau LASER aan burgemeester en wethouders
                                            een afschrift heeft toegezonden van de
                                            ontvangstbevestiging als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Boswet/article=2%20">artikel 2 van de Boswet,</extref> beschouwen
                                            burgemeester en wethouders dit afschrift mede als een
                                            vergunningaanvraag.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 4:18 Weigeringsgronden (4.5.3a)</tussenkop><al>De vergunning kan worden geweigerd op grond van:</al><lijst><li nr="a."><al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="c."><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en
                                            dorpsschoon;</al></li><li nr="d."><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="e."><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="f."><al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 4:19 Bijzondere vergunningvoorschriften
                                    (4.5.5)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan
                                            behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn
                                            en overeenkomstig de door burgemeester en wethouders te
                                            geven aanwijzingen moet worden herplant.</al></li><li nr="2."><al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het 1e lid gegeven,
                                            dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke
                                            termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet
                                            geslaagde beplanting moet worden vervangen.</al></li><li nr="3."><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan
                                            tevens behoren het voorschrift dat de vergunning pas van
                                            kracht wordt met ingang van de dag na de dag waarop de
                                            bezwaartermijn afloopt en dat indien gedurende de
                                            bezwaartermijn een verzoek om voorlopige voorziening is
                                            gedaan, de vergunning niet van kracht wordt voordat op
                                            dat verzoek is beslist.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 4:20 Herplant-/instandhoudingsplicht (4.5.6)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als
                                            bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder
                                            vergunning van burgemeester en wethouders is geveld, dan
                                            wel op andere wijze teniet is gegaan, kunnen
                                            burgemeester en wethouders aan de zakelijk gerechtigde
                                            van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel
                                            aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van
                                            voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te
                                            herbeplanten overeenkomstig de door hen te geven
                                            aanwijzingen binnen een door hen te stellen
                                            termijn.</al></li><li nr="2."><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid
                                            opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen
                                            welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet
                                            geslaagde beplanting moet worden vervangen.</al></li><li nr="3."><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als
                                            bedoeld in deze afdeling van toepassing is in het
                                            voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kunnen burgemeester
                                            en wethouders aan de zakelijk gerechtigde van de grond
                                            waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene
                                            die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen
                                            bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig
                                            de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te
                                            stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die
                                            bedreiging wordt weggenomen.</al></li><li nr="4."><al>Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het 1e,
                                            2e of 3e lid is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger,
                                            is verplicht daaraan te voldoen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 4:21 Schadevergoeding (4.5.7)</tussenkop><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende door de
                                    toepassing van artikel 4:16, 4:19 of 4:20 schade lijdt of zal
                                    lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste
                                    behoort te komen en waarvan de vergoeding niet anderszins is
                                    verzekerd, kennen burgemeester en wethouders hem op zijn verzoek
                                    een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.</al><tussenkop> Artikel 4:22 Bestrijding iepziekte (4.5.8)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden
                                            die naar het oordeel van burgemeester en wethouders
                                            gevaar opleveren voor verspreiding van de iepziekte of
                                            voor vermeerdering van iepenspintkevers is de
                                            rechthebbende, indien hij daartoe door burgemeester en
                                            wethouders is aangeschreven, verplicht binnen de bij de
                                            aanschrijving vast te stellen termijn: </al><lijst><li nr="a."><al>indien de iepen in de grond staan, deze te
                                                  vellen;</al></li><li nr="b."><al>de iepen te ontschorsen en de schors te
                                                  vernietigen;</al></li><li nr="c."><al>of de niet ontschorste iepen of delen daarvan te
                                                  vernietigen of zodanig te behandelen dat
                                                  verspreiding van de iepziekte wordt
                                                  voorkomen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan, met
                                            uitzondering van geheel ontschorst iepenhout en
                                            iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 cm, voorhanden
                                            of in voorraad te hebben of te vervoeren. Burgemeester
                                            en wethouders kunnen ontheffing verlenen van dit
                                            verbod.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Afdeling 4 Bescherming van flora en fauna</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 4:23 Bescherming groenvoorzieningen (4.6.1)</tussenkop><al>Vervallen</al><tussenkop> Artikel 4:24 Beschermde planten; hout sprokkelen
                                    (4.6.2)</tussenkop><al>Vervallen</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Afdeling 5 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 4:25 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest,
                                    enz.</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen, in de openlucht,
                                            buiten de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het
                                            belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter
                                            voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming
                                            van schade aan de openbare gezondheid, verboden is een
                                            of meer van de volgende daarbij nader aangeduide,
                                            voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of
                                            aanwezig te hebben, anders dan met inachtneming van de
                                            door hen gestelde regels: </al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke
                                                  bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of
                                                  onderdelen daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                                  daarvan;</al></li><li nr="c."><al>caravans, kampeerwagens, boten, tenten en andere
                                                  dergelijke, gewoonlijk voor recreatieve doeleinden
                                                  gebezigde voorwerpen, indien het plaatsen of
                                                  aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of
                                                  verhuur of anderszins voor een commercieel
                                                  doel;</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere
                                                  verzamelplaatsen van vuil, een verzameling
                                                  ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                                  landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                                  metalen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In het 1e lid wordt onder weg verstaan, hetgeen
                                            daaronder verstaan wordt in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=1%20">artikel 1 van de Wegenverkeerswet</extref>.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden op een door burgemeester en wethouders
                                            krachtens het 1e lid aangewezen plaats een door hen
                                            aangeduid voorwerp of stof: </al><lijst><li nr="a."><al>op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben;
                                                  dan wel</al></li><li nr="b."><al>op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben
                                                  anders dan met inachtneming van de door hen
                                                  gestelde regels.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het
                                            daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet op
                                            de Ruimtelijke Ordening.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 4:26 Stankoverlast door gebruik van dierlijke
                                    meststoffen (4.7.1a)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel verstaat onder: </al><lijst><li nr="a."><al>dierlijke meststoffen: dierlijke meststoffen als
                                                  bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Meststoffenwet/article=1%20">artikel 1 van de Meststoffenwet</extref>;</al></li><li nr="b."><al>emissiearm aanwenden: gebruiken van dierlijke
                                                  meststoffen op de wijze die is aangegeven in de
                                                  bij het Besluit gebruik meststoffen behorende
                                                  bijlage II, met dien verstande echter dat onder 3,
                                                  punt a. onder 2e gelezen moet worden: ‘tijdens het
                                                  uitrijden van de dierlijke mest deze gelijktijdig
                                                  wordt ondergewerkt’;</al></li><li nr="c."><al>grond: bouwland, maïsland en grasland.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het Besluit gebruik
                                            meststoffen is het verboden op gronden dierlijke
                                            meststoffen uit te rijden, op te brengen, te doen
                                            uitrijden of te doen opbrengen op zaterdag, zondag en op
                                            de algemeen erkende feest- en gedenkdagen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het 2e lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                            voor zover de dierlijke mest emissiearm, als bedoeld in
                                            dit artikel, wordt aangewend.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen
                                            van de in het 2e lid gestelde verboden.</al></li><li nr="5."><al>Vervoer van dierlijke meststof als dunne mest dient te
                                            geschieden in volledig gesloten transportmiddelen die in
                                            een zindelijke staat verkeren.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 4:27 Ontsierende, hinderlijke of gevaarlijke reclames
                                    e.d. (4.7.2)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak alsmede
                                            de hoofdgebruiker van die zaak verboden zonder
                                            vergunning van burgemeester en wethouders deze zaak of
                                            een daarop aanwezige zaak te gebruiken of het gebruik
                                            daarvan toe te laten voor het maken van handelsreclame
                                            met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding
                                            in welke vorm dan ook, die vanaf de weg of vanaf een
                                            andere voor het publiek toegankelijke plaats zichtbaar
                                            is.</al></li><li nr="2."><al>Het in het 1e lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien
                                            van: </al><lijst><li nr="a."><al>opschriften, aankondigingen en afbeeldingen op
                                                  zuilen, borden, muren of andere constructies,
                                                  aangewezen door de overheid;</al></li><li nr="b."><al>opschriften en aankondigingen van tijdelijke
                                                  aard, voor zolang zij feitelijke betekenis hebben
                                                  doch niet langer dan 4 weken, mits van het
                                                  aanbrengen ervan tevoren of vanwege de
                                                  rechthebbende van de onroerende zaak schriftelijk
                                                  kennisgeving is gedaan aan burgemeester en
                                                  wethouders en dit college niet binnen 14 dagen na
                                                  ontvangst van die kennisgeving van enig bezwaar
                                                  heeft doen blijken.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het in het 1e lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                            op gedragingen voor zover in de bescherming van de door
                                            dit verbod beschermde belangen reeds wordt voorzien bij
                                            of krachtens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet">Woningwet</extref>, op de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer%20">Wet milieubeheer</extref> gebaseerde voorschriften,
                                            de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Monumentenwet">Monumentenwet</extref>, de <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/Monumentenverordening-Venlo/04-01-2001">Monumentenverordening Venlo</extref> of artikel 2:6
                                            van toepassing is.</al></li><li nr="4."><al>Een vergunning bedoeld in het 1e lid kan worden
                                            geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al>indien de reclame, hetzij op zichzelf, hetzij in
                                                  verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke
                                                  eisen van welstand;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de verkeersveiligheid;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                                  overlast voor gebruikers van de in de nabijheid
                                                  gelegen onroerende zaak.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Artikel 4:28 Nadere regels</tussenkop><al>Het verbod, vervat in 4:27, 1e lid, geldt niet voor het maken
                                    van door burgemeester en wethouders bij openbaar bekend te maken
                                    besluit aangewezen categorieën handelsreclame, voor zover wordt
                                    voldaan aan bij of krachtens dat besluit vastgestelde
                                    voorschriften, welke betrekking hebben op de in artikel 4:27, 4e
                                    lid , genoemde belangen.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding der
                            gemeente</titel></kop><afdeling><kop><titel>Afdeling 1 Parkeerexcessen</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 5:1 Begripsomschrijvingen (5.1.1)</tussenkop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>weg: de weg als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=1">artikel 1, 1e lid, onder b, van de
                                                Wegenverkeerswet</extref>;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen: alle voertuigen met uitzondering van: </al><lijst><li nr="1."><al>treinen en trams;</al></li><li nr="2."><al>tweewielige fietsen en tweewielige
                                                  bromfietsen;</al></li><li nr="3."><al>invalidenvoertuigen in de zin van het Reglement
                                                  verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al></li><li nr="4."><al>kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine
                                                  voertuigen, rolstoelen;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>parkeren: het laten stilstaan van een voertuig, anders
                                            dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt
                                            wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van
                                            passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van
                                            goederen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.
                                    (5.1.2)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel
                                            een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te
                                            herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen,
                                            verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of
                                                  zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen
                                                  een cirkel met een straal van 25 meter met als
                                                  middelpunt een dezer voertuigen; dan wel</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te
                                                  gebruiken.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onder verhuren als bedoeld in het 1e lid wordt mede
                                            verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven
                                                  van lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het
                                                  vervoeren van persoenen tegen betaling.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Tot de voertuigen bedoeld in het 1e lid worden niet
                                            gerekend: </al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of
                                                  onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in
                                                  totaal niet meer dan een uur vergen, zulks
                                                  gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt
                                                  wordt voor deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van
                                                  de in het 1e lid genoemde persoon.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in het 1e lid
                                            gestelde verbod ontheffing verlenen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen (5.1.2a)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op door burgemeester en wethouders
                                            aangewezen wegen of weggedeelten een voertuig te
                                            parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                            bieden of te verhandelen.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in het 1e lid
                                            bedoelde verbod ontheffing verlenen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 5:4 Defecte voertuigen (5.1.3)</tussenkop><al>Het is verboden een voertuig waarmede als gevolg van andere dan
                                    eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                    langer dan op 3 achtereenvolgende dagen op de weg te
                                    parkeren.</al><tussenkop> Artikel 5:5 Voertuigwrakken (5.1.4)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuigwrak op de weg te plaatsen
                                            of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Onder voertuigwrak wordt verstaan: een voertuig dat
                                            rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en
                                            tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand
                                            verkeert.</al></li><li nr="3."><al>Het in het 1e lid gestelde verbod geldt niet voorzover
                                            de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> van toepassing is.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 5:6 Caravans e.d. (5.1.5)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan,
                                            magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander
                                            dergelijk voertuig dat voor de recreatie dan wel
                                            anderszins uitsluitend of mede voor andere dan
                                            verkeersdoeleinden wordt gebezigd, langer dan op 3
                                            achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen
                                            van het in het 1e lid gestelde verbod.</al></li><li nr="3."><al>Het in het 1e lid gestelde verbod geldt niet voor zover
                                            de Wegenverordening provincie Limburg van toepassing
                                            is.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen (5.1.6)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een
                                            aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met
                                            het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te
                                            maken.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in het 1e lid
                                            gestelde verbod ontheffing verlenen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen (5.1.7)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de
                                            lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een
                                            hoogte van meer dan 2.40 meter op de weg te parkeren
                                            binnen de bebouwde kom op andere plaatsen dan de daartoe
                                            door burgemeester en wethouders bij openbare
                                            bekendmaking aangewezen parkeergelegenheden.</al></li><li nr="2."><al>Het in het 1e lid gestelde verbod geldt niet op
                                            werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van
                                            08.00 tot 18.00 uur.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen van de in het 1e lid
                                            gestelde verbod ontheffing verlenen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 5:9 Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen
                                    (5.1.8)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van
                                            lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een
                                            hoogte van meer dan 2.40 meter, op de weg te parkeren
                                            bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd
                                            gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van
                                            bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke
                                            wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                            overlast wordt aangedaan.</al></li><li nr="2."><al>Het in het 1e lid gestelde verbod geldt niet gedurende
                                            de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het
                                            uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van
                                            het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen (5.1.9)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig met stankverspreidende
                                            stoffen te parkeren daar, waar bewoners of gebruikers
                                            van nabijgelegen gebouwen of terreinen daarvan hinder of
                                            overlast kunnen ondervinden.</al></li><li nr="2."><al>Het in het 1e lid gestelde verbod geldt niet voor zover
                                            de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> van toepassing is.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen
                                    (5.1.10)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een voertuig, fiets of bromfiets te
                                            rijden door dan wel deze te doen of te laten staan in
                                            een park of plantsoen of op een niet van de weg deel
                                            uitmakende, van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                            groenstrook.</al></li><li nr="2."><al>Het in het 1e lid gestelde verbod is niet van
                                            toepassing: </al><lijst><li nr="a."><al>op wegen, zoals bedoeld in artikel 5:1, onder
                                                  a;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die nodig zijn en gebruikt worden
                                                  ter uitvoering van werkzaamheden door of vanwege
                                                  de overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmede standplaats wordt of is
                                                  ingenomen op terreinen welke mede of uitsluitend
                                                  voor dit doel zijn bestemd.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in het 1e lid
                                            gestelde verbod ontheffing verlenen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 5:11a Overlast van fiets en bromfiets
                                    (5.1.11)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen op de weg gelegen
                                            plaatsen aanwijzen waar het in het belang van het
                                            uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                            opheffing van overlast, dan wel ter voorkoming van
                                            schade aan de openbare gezondheid, verboden is fietsen
                                            of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde
                                            ruimten of plaatsen te laten staan.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden fietsen of bromfietsen, die rijtechnisch
                                            in onvoldoende staat van onderhoud en in een
                                            verwaarloosde toestand verkeren op de weg te laten
                                            staan.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Afdeling 2 Collecteren, venten, standplaatsen en
                                snuffelmarkten</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 5:12 Inzameling van geld of goed (5.2.1)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en
                                            wethouders een openbare inzameling van geld of goederen
                                            te houden of daartoe een intekenlijst aan te
                                            bieden.</al></li><li nr="2."><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede
                                            verstaan het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook
                                            geschreven of gedrukte stukken worden gerekend, dan wel
                                            bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of
                                            goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de
                                            indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele
                                            voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al></li><li nr="3."><al>Het in het 1e lid gestelde verbod geldt niet voor een
                                            inzameling die in besloten kring gehouden wordt.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen onder door hen te
                                            stellen voorschriften vrijstelling verlenen van het in
                                            het 1e lid gestelde verbod voor inzamelingen die
                                            gehouden worden door daarbij aangewezen
                                            instellingen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 5:13 Venten e.d. (5.2.2)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en
                                            wethouders in de uitoefening van de handel op of aan de
                                            weg of aan een openbaar water, aan een huis dan wel op
                                            een andere - al dan niet met enige beperking - voor het
                                            publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen plaats
                                            goederen te koop aan te bieden, te verkopen of af te
                                            geven, dan wel diensten aan te bieden.</al></li><li nr="2."><al>Het in het 1e lid gestelde verbod geldt niet: </al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van het te koop aanbieden, verkopen
                                                  of afleveren van gedrukte of geschreven stukken
                                                  waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard
                                                  als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Grondwet/article=7">artikel 7, 1e lid, van de Grondwet</extref>;</al></li><li nr="b."><al>voor het aan de huizen van vaste afnemers
                                                  afleveren van goederen door - of door huisgenoten
                                                  of personeel van - hem die dit mede doet ter
                                                  exploitatie van zijn winkel, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Winkeltijdenwet/article=1%20">artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</extref></al></li><li nr="c."><al>voor het te koop aanbieden of verkopen van
                                                  goederen op de plaats die is aangewezen voor het
                                                  houden van een door de gemeenteraad ingestelde
                                                  markt, zulks gedurende de tijden waarop die markt
                                                  gehouden wordt;</al></li><li nr="d."><al>voor het te koop aanbieden, verkopen of
                                                  afleveren van goederen op een standplaats bedoeld
                                                  in artikel 5:14 of een winkeluitstalling als
                                                  bedoeld in artikel 2:7.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Een vergunning bedoeld in het 1e lid kan worden
                                            geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                                  overlast;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de verkeersvrijheid of
                                                  veiligheid;</al></li><li nr="d."><al>wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden
                                                  in de gemeente of in een deel der gemeente
                                                  redelijkerwijs te verwachten is dat door het
                                                  verlenen van de vergunning een redelijk
                                                  verzorgingsniveau voor de consumenten ter plaatse
                                                  in gevaar komt.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Artikel 5:14 Standplaatsen: uitstallingen op de weg
                                    (5.2.3)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en
                                            wethouders op of aan de weg of aan een openbaar water
                                            dan wel op een andere - al dan niet met enige beperking
                                            - voor publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen
                                            plaats: </al><lijst><li nr="a."><al>met een voertuig, een kraam, een tafel of enig
                                                  ander middel een standplaats in te nemen of te
                                                  hebben teneinde in de uitoefening van de handel
                                                  goederen te koop aan te bieden, te verkopen of te
                                                  verstrekken, dan wel diensten aan te bieden;</al></li><li nr="b."><al>anderszins goederen uit te stallen of uitgestald
                                                  te hebben om deze te koop aan te bieden, te
                                                  verkopen of te verstrekken aan publiek.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te
                                            staan, dat daarop zonder vergunning van burgemeester en
                                            wethouders standplaats wordt of is ingenomen of goederen
                                            worden of zijn uitgestald als bedoeld in het 1e
                                            lid.</al></li><li nr="3."><al>De in het 1e lid, onder b., en in het 2e lid gestelde
                                            verboden gelden niet ten aanzien van het uitgestald
                                            hebben van gedrukte of geschreven stukken waarin
                                            gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Grondwet/article=7">artikel 7, 1e lid, van de Grondwet</extref>, op de
                                            plaatsen, gedurende de tijden en op de wijze zoals door
                                            burgemeester en wethouders bij openbare kennisgeving
                                            aangegeven.</al></li><li nr="4."><al>De in het 1e en 2e lid gestelde verboden zijn niet van
                                            toepassing op een ingevolge de Marktverordening Venlo
                                            ingestelde markt, winkeluitstallingen als bedoeld in
                                            artikel 2:7 of een markt als bedoeld in artikel
                                            5:15.</al></li><li nr="5."><al>Het in het 1e lid gestelde verbod geldt niet voor zover
                                            de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet">Woningwet</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20beheer%20rijkswaterstaatswerken">Wet beheer rijkswaterstaatswerken</extref> of de
                                            Wegenverordening provincie Limburg van toepassing
                                            is.</al></li><li nr="6."><al>Een vergunning bedoeld in het 1e lid kan worden
                                            geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                                  overlast;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de bescherming van het
                                                  uiterlijk aanzien van de omgeving;</al></li><li nr="d."><al>in het belang van de verkeersvrijheid of
                                                  -veiligheid;</al></li><li nr="e."><al>gelet op de ruimtelijke omstandigheden ter
                                                  plaatse;</al></li><li nr="f."><al>wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden
                                                  in de gemeente of in een deel der gemeente
                                                  redelijkerwijs te verwachten is dat door het
                                                  verlenen van de vergunning een redelijk
                                                  verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in
                                                  gevaar komt.</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>Burgemeester en wethouders houden de beslissing op een
                                            aanvraag voor een standplaatsvergunning aan, indien de
                                            aanvraag tevens een milieuvergunningplichtige activiteit
                                            betreft en indien geen toepassing kan worden gegeven aan
                                            het 6e lid, tot de dag waarop de beslissing over de
                                            milieuvergunningaanvraag is genomen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 5:15 Snuffelmarkten e.d. (5.2.4)</tussenkop><al>Vervallen.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Afdeling 3 Openbaar water</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 5:16 Gebruik van openbaar water (5.3.1)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en
                                            wethouders een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op,
                                            in, of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen
                                            of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het in het 1e lid bepaalde is niet van toepassing op
                                            voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden
                                            geopenbaard.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden op, in of boven openbaar water
                                            voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden
                                            geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben,
                                            indien deze door hun omvang of vormgeving, constructie
                                            of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de
                                            bruikbaarheid van het openbaar water of voor het
                                            doelmatig en veilig gebruik daarvan, danwel een
                                            belemmering vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van het openbaar water.</al></li><li nr="4."><al>Het in het 1e lid bepaalde geldt niet voor zover het
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Binnenvaartpolitiereglement">Binnenvaartpolitiereglement</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20beheer%20rijkswaterstaatswerken">Wet beheer rijkswaterstaatswerken</extref> of de
                                            Havenverordening Venlo van toepassing is.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 5:17 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen
                                    (5.3.2)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te
                                            nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een
                                            vaartuig beschikbaar te stellen op andere dan door
                                            burgemeester en wethouders aangewezen gedeelten van
                                            openbaar water.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan het innemen,
                                            hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan
                                            wel voor een vaartuig op krachtens het 1e lid aangewezen
                                            gedeelten van openbaar water: </al><lijst><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de
                                                  openbare orde, volksgezondheid, veiligheid,
                                                  milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal
                                                  vaartuigen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het in het 1e en 2e lid bepaalde geldt niet voor zover
                                            de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer,</extref> de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20beheer%20rijkswaterstaatswerken">Wet beheer rijkswaterstaatswerken</extref> of de
                                                <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/Havenverordening-Venlo/04-01-2001">Havenverordening Venlo</extref> van toepassing
                                            is.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 5:18 Aanwijzingen ligplaats (5.3.3)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het krachtens het 2e lid van artikel 5:17
                                            bepaalde kunnen burgemeester en wethouders aan de
                                            rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met
                                            betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van
                                            een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                            volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het
                                            aanzien van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door
                                            of vanwege burgemeester en wethouders gegeven
                                            aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen
                                            of gebruik van een ligplaats op te volgen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het 1e en 2e lid bepaalde geldt niet voor zover
                                            het Binnenvaartpolitiereglement, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20beheer%20rijkswaterstaatswerken">Wet beheer rijkswaterstaatswerken</extref> of de
                                                <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/regelingen/Havenverordening-Venlo/04-01-2001">Havenverordening Venlo</extref> van toepassing
                                            is.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 5:19 Verbod innemen ligplaats (5.3.4)</tussenkop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of
                                    beschikbaar te stellen in strijd met het krachtens de artikelen
                                    5:17, 2e lid, en 5:18 bepaalde.</al><tussenkop> Artikel 5:20 Beschadigen van waterstaatswerken en oevers
                                    (5.3.5)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of
                                            veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de
                                            gemeente in beheer zijnde vaarten, havens, dijken,
                                            wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen,
                                            oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen,
                                            waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                            bakens of sluizen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het 1e lid bepaalde geldt niet voor zover <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=350%20">artikel 350 Wetboek van Strafrecht</extref> van
                                            toepassing is.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 5:21 Reddingsmiddelen (5.3.6)</tussenkop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                    daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                    ander doel, dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te
                                    maken.</al><tussenkop> Artikel 5:22 Veiligheid op het water (5.3.7)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in
                                            het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te
                                            gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of
                                            gevaar kan ondervinden.</al></li><li nr="2."><al>Het in het 1e lid bepaalde geldt niet voor zover de
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20beheer%20rijkswaterstaatswerken">Wet beheer rijkswaterstaatswerken</extref> van
                                            toepassing is.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 5:23 Overlast aan vaartuigen (5.3.8)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden
                                            aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of
                                            zich daarop of daarin te begeven of te bevinden.</al></li><li nr="2."><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden
                                            een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los
                                            te maken.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Afdeling 4 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 5:24 Crossterreinen (5.4.1)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met
                                            een motorvoertuig als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reglement%20verkeersregels%20en%20verkeerstekens%201990%20(RVV%201990)%20/article=1">artikel 1, onder z</extref>, en een bromfiets als
                                            bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reglement%20verkeersregels%20en%20verkeerstekens%201990%20(RVV%201990)%20/article=1">artikel 1, onder i, van het Reglement
                                                verkeersregels en verkeerstekens 1990</extref> een
                                            wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd,
                                            een trainings- of proefrit te houden of te doen houden
                                            dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig
                                            of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe
                                            aanwezig te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen terreinen aanwijzen
                                            waarvoor het in het 1e lid gestelde verbod niet van
                                            toepassing is. Zij kunnen daarbij regels stellen ten
                                            aanzien van het gebruik van deze terreinen: </al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                                  overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het
                                                  uiterlijk aanzien van de omgeving en ter
                                                  bescherming van andere milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de
                                                  deelnemers van de in het 1e lid bedoelde
                                                  wedstrijden en ritten en/of van het publiek.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van het 1e lid wordt onder weg
                                            verstaan hetgeen <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=1%20">Wegenverkeerswet 1994, art. 1</extref> daaronder
                                            verstaat.</al></li><li nr="4."><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover de
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> of het Besluit
                                            geluidsproductie sportmotoren van toepassing is.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 5:25 Beperking verkeer in natuurgebieden
                                    (5.4.2)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen voor publiek
                                            toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of
                                            voor recreatief gebruik beschikbare terreinen aanwijzen
                                            ten aanzien waarvan zij verklaren, dat het rijden met
                                            een motorvoertuig als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reglement%20verkeersregels%20en%20verkeerstekens%201990%20(RVV%201990)%20/article=1">artikel 1, onder z</extref>, of een bromfiets als
                                            bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reglement%20verkeersregels%20en%20verkeerstekens%201990%20(RVV%201990)%20/article=1">artikel 1, onder i, van het Reglement
                                                verkeersregels en verkeerstekens 1990</extref> of
                                            met een fiets of een paard aldaar overlast kan
                                            veroorzaken of schade kan berokkenen aan
                                            milieuwaarden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden op krachtens het 1e lid aangewezen
                                            plaatsen: </al><lijst><li nr="a."><al>zich met een motorvoertuig of een bromfiets als
                                                  bedoeld in het vorige lid of met een fiets of een
                                                  paard te bevinden; dan wel</al></li><li nr="b."><al>zich met een motorvoertuig of een bromfiets als
                                                  bedoeld in het vorige lid of met een fiets of een
                                                  paard te bevinden op in die aanwijzing aangeduid
                                                  tijdstip.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het in het 2e lid gestelde verbod geldt niet voor
                                            bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen of voor
                                            fietsers of berijders van paarden: </al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en
                                                  geneeskundige hulpverlening en van andere
                                                  krachtens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reglement%20verkeersregels%20en%20verkeerstekens%201990%20(RVV%201990)%20/article=29">artikel 29, 1e, van het Reglement verkeersregels
                                                  en verkeerstekens 1990</extref> door de minister
                                                  van verkeer en waterstaat aangewezen
                                                  hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer,
                                                  onderhoud of exploitatie van de door burgemeester
                                                  en wethouders aangewezen plaatsen;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken welke
                                                  krachtens wettelijk voorschrift moeten worden
                                                  uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijke gerechtigden en huurders en
                                                  pachters van percelen gelegen binnen de door
                                                  burgemeester en wethouders aangewezen
                                                  plaatsen;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van
                                                  de verzorging van de onder d. bedoelde
                                                  personen.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het in het 2e lid gestelde verbod geldt voorts niet: </al><lijst><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=1">artikel 1, 1e lid, onder b van de
                                                  Wegenverkeerswet</extref>;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Verordening
                                                  stiltegebieden aangewezen stiltegebieden, ten
                                                  aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens
                                                  die verordening zijn aangewezen als
                                                  ‘toestel’.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen
                                            van het in het 2e lid gestelde verbod.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Afdeling 5 Verbod vuur te stoken</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 5:26 Verbod vuur te stoken (5.5.1)</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de openlucht vuur aan te leggen, te
                                            stoken of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen
                                            van het in het 1e lid gestelde verbod. </al><lijst><li nr="3."><al>De ontheffing kan worden geweigerd:</al></li><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>ter bescherming van de woon- en
                                                  leefomgeving;</al></li><li nr="c."><al>ter bescherming van de flora en de fauna.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het in het 1e lid gestelde verbod geldt niet voorzover: </al><lijst><li nr="a."><al>op de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> gebaseerde
                                                  voorschriften van toepassing zijn;</al></li><li nr="b."><al>de provinciale milieuverordening hierover een
                                                  regeling bevat;</al></li><li nr="c."><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20strafrecht%20/article=429">artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, Wetboek van
                                                  strafrecht</extref> van toepassing is; of</al></li><li nr="d."><al>het betreft verlichting door middel van kaarsen,
                                                  fakkels en dergelijke, sfeervuren zoals
                                                  terrashaarden, vuurkorven en dergelijk vuur voor
                                                  koken, bakken en braden, indien dat geen gevaar,
                                                  overlast of hinder oplevert voor de omgeving</al></li></lijst></li></lijst><al>.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Afdeling 6 Verstrooiing van as</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 5:27 Begripsomschrijving (5.6.1)</tussenkop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele
                                    asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20lijkbezorging">Wet op de lijkbezorging</extref> op een door een door de
                                    overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent
                                    daartoe bestemd terrein.</al><tussenkop> Artikel 5:28 Hinder of overlast (5.6.3)</tussenkop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                    overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6 Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 6:1 Strafbepaling (6.1)</titel></kop><structuurtekst><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de
                                op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en
                                beperkingen wordt, voor zover niet reeds bij of krachtens de wet
                                strafbaar gesteld, gestraft met hechtenis van ten hoogste 3 maanden
                                of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden
                                gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 6:2 Toezichthouders (6.1a)</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                        krachtens deze verordening zijn belast: </al><lijst><li nr="-"><al>medewerkers handhaving;</al></li><li nr="-"><al>medewerkers parkeercontrole;</al></li><li nr="-"><al>milieu-inspecteurs.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde
                                        bij of krachtens deze verordening belast de door
                                        burgemeester en wethouders dan wel de burgemeester
                                        aangewezen personen.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 6:3 Binnentreden woningen (6.3)</titel></kop><structuurtekst><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing
                                van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                                voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                                veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van
                                personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder
                                toestemming van de bewoner.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 6:4 Inwerkingtreding (6.4)</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die
                                        waarop zij is bekendgemaakt.</al></li><li nr="2."><al>Op dat tijdstip worden ingetrokken: </al><lijst><li nr="a."><al>de Algemene plaatselijke verordening Venlo,
                                                vastgesteld door de gemeenteraad van Venlo;</al></li><li nr="b."><al>de Algemene plaatselijke verordening, vastgesteld
                                                door de gemeenteraad van Tegelen, met uitzondering
                                                van de bepalingen van hoofdstuk 4, afdeling 2
                                                (Afvalstoffen), en de daarop betrekking hebbende
                                                bepalingen van hoofdstuk 6, voor het grondgebied
                                                waarvoor de verordening heeft gegolden;</al></li><li nr="c."><al>de Speelautomatenverordening Tegelen 1996,
                                                vastgesteld door de gemeenteraad van Tegelen;</al></li><li nr="d."><al>de Algemene plaatselijke verordening, vastgesteld
                                                door de gemeenteraad van Belfeld met, uitzondering
                                                van de bepalingen van hoofdstuk 4, afdeling 2
                                                (Afvalstoffen), en de daarop betrekking hebbende
                                                bepalingen van hoofdstuk 6, voor het grondgebied
                                                waarvoor de verordening heeft gegolden.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 6:5 Overgangsbepaling (6.5)</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Vergunningen en ontheffingen - hoe ook genaamd - verleend
                                        krachtens verordeningen bedoeld in artikel 6:4, 2e lid
                                        blijven - indien en voor zover het gebod of verbod waarop de
                                        vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in
                                        deze verordening - van kracht tot de termijn, waarvoor zij
                                        werden verleend, is verstreken of totdat zij worden
                                        ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens
                                        verordeningen bedoeld in artikel 6:4, 2e lid, blijven -
                                        indien en voor zover de bepalingen in gevolge welke deze
                                        voorschriften en bepalingen zijn opgelegd, ook zijn vervat
                                        in deze verordening - van kracht tot de termijn, waarvoor
                                        zij werden opgelegd, is verstreken of totdat zij worden
                                        ingetrokken.</al></li><li nr="3."><al>Vergunningen en ontheffingen bedoeld in het 1e lid en
                                        verplichtingen bedoeld in het 2e lid, worden geacht
                                        vergunningen, ontheffingen en verplichtingen in de zin van
                                        deze verordening te zijn.</al></li><li nr="4."><al>In afwijking van het bepaalde in het 1e lid blijven
                                        vergunningen verleend krachtens artikel 4:27 van de
                                        verordening als bedoeld in artikel 6:4, 2e lid, onder a, -
                                        voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken -
                                        nog gedurende 5 jaren na inwerkingtreding van deze
                                        verordening van kracht.</al></li><li nr="5."><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                        verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing -
                                        hoe ook genaamd - op grond van een verordening bedoeld in
                                        artikel 6:4, 2e lid is ingediend en voor het tijdstip van
                                        inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die
                                        aanvrage is beslist, wordt daarop de overeenkomstige
                                        bepaling van de onderhavige verordening toegepast.</al></li><li nr="6."><al>Op een aanhangig beroep- of bezwaarschrift, betreffende een
                                        vergunning of ontheffing, bedoeld in het 1e lid, dan wel een
                                        voorschrift of beperking bedoeld in het 2e lid dat voor of
                                        na het tijdstip bedoeld in artikel 6:4, 1e lid, is ingekomen
                                        binnen de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist
                                        met toepassing van de verordening bedoeld in artikel 6:4, 2e
                                        lid.</al></li><li nr="7."><al>Gebods- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of
                                        ontheffing vereist is krachtens deze verordening en niet
                                        voorkomend in een verordening als bedoeld in artikel 6:4, 2e
                                        lid, zijn niet van toepassing: </al><lijst><li nr="a."><al>gedurende 6 maanden na het in werking treden van
                                                deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>ook na de onder a bepaalde termijn, voor zover
                                                degene die de vergunning of ontheffing nodig heeft,
                                                binnen deze termijn een aanvraag heeft ingediend,
                                                totdat onherroepelijk op deze aanvraag is
                                                beslist.</al></li></lijst></li><li nr="8."><al>In afwijking van het bepaalde in het vorige lid is het in
                                        artikel 4:27 gestelde verbod, voor zover niet voorkomend in
                                        de verordening als bedoeld in artikel 6:4, 2e lid, voor het
                                        grondgebied waarvoor die verordening heeft gegolden niet van
                                        toepassing op het gebruik van een zaak voor het maken van
                                        handelsreclame die op het tijdstip van inwerkingtreding van
                                        deze verordening bestaat: </al><lijst><li nr="a."><al>gedurende 5 jaren na het in werking treden van deze
                                                verordening, mits in de handelsreclame geen
                                                wijziging wordt gebracht;</al></li><li nr="b."><al>ook na de onder a bepaalde termijn, voor zover
                                                degene die de vergunning nodig heeft, binnen deze
                                                termijn een aanvraag heeft ingediend, totdat
                                                onherroepelijk op deze aanvraag is beslist.</al></li></lijst></li><li nr="9."><al>De intrekking van de verordeningen bedoeld in artikel 6:4,
                                        2e lid, heeft geen gevolgen voor de geldigheid van de op
                                        basis van die verordeningen genomen nadere regels en
                                        aanwijzingsbesluiten voor het grondgebied waarvoor de
                                        betreffende verordening heeft gegolden, indien en voor zover
                                        de rechtsgrond waarop de nadere regels en de
                                        aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat zijn in deze
                                        verordening of vervat zijn in een niet ingetrokken deel van
                                        die verordeningen.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 6:6 Citeertitel (6.6)</titel></kop><structuurtekst><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de titels “Algemene
                                plaatselijke verordening Venlo” of “APV Venlo”.</al><tussenkop> Overgangsbepalingen wijzigingen</tussenkop><tussenkop> Overgangsbepaling met betrekking tot 3e wijziging APV
                                        Venlo</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Vergunningen verleend krachtens hoofdstuk 2,
                                                afdeling 3, paragraaf 1, blijven - voor zover zij
                                                niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - van
                                                kracht: </al><lijst><li nr="a."><al>tot 1 jaar na inwerkingtreding van dit besluit
                                                  voor zover het betreft inrichtingen als bedoeld in
                                                  artikel 2:21, onder a, sub 2 en 3;</al></li><li nr="b."><al>tot 3 jaar na inwerkingtreding van dit besluit
                                                  voor zover het betreft inrichtingen als bedoeld in
                                                  artikel 2:21, onder a, sub 1;</al></li><li nr="c."><al>ook na de onder a of b bepaalde termijn, voor
                                                  zover degene die de vergunning nodig heeft, binnen
                                                  deze termijn een aanvraag heeft ingediend, totdat
                                                  onherroepelijk op deze aanvraag is beslist.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van
                                                dit besluit een aanvraag om een vergunning op grond
                                                van hoofdstuk 2, afdeling 3, paragraaf 1, zoals die
                                                luidde voor inwerkingtreding van dit besluit, is
                                                ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding
                                                van dit besluit nog niet op die aanvrage is beslist,
                                                wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de
                                                verordening, zoals die luidt na inwerkingtreding van
                                                dit besluit, toegepast.</al></li><li nr="3."><al>Op een aanhangig beroep- of bezwaarschrift,
                                                betreffende een vergunning, bedoeld in het 1e lid,
                                                dat voor of na inwerkingtreding van dit besluit is
                                                ingekomen binnen de voordien geldende
                                                beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van de
                                                bepalingen, zoals die golden voor inwerkingtreding
                                                van dit besluit.</al></li></lijst><tussenkop> Overgangsbepaling met betrekking tot 4 e wijziging APV
                                        Venlo</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Besluiten ter uitvoering van de ingetrokken
                                                artikelen 2:42, leden 3 tot en met 9, 3:8 of 3:18,
                                                leden 3 tot en met 6, worden geacht te zijn genomen
                                                ter uitvoering van artikel 2:75.</al></li><li nr="2."><al>Op een aanhangig beroep- of bezwaarschrift,
                                                betreffende een besluit, bedoeld in het 1e lid, dat
                                                voor of na inwerkingtreding van dit besluit is
                                                ingekomen binnen de voordien geldende
                                                beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van de
                                                bepalingen, zoals die golden voor inwerkingtreding
                                                van dit besluit.</al></li></lijst><tussenkop> Overgangsbepaling met betrekking tot 5e wijziging APV
                                        Venlo</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van
                                                deze verordening een aanvraag om een vergunning of
                                                ontheffing - hoe ook genaamd - voor een evenement is
                                                ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding
                                                van deze verordening nog niet op die aanvrage is
                                                beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling
                                                van de onderhavige verordening toegepast.</al></li><li nr="2."><al>Ontheffingen verleend krachtens artikel 4:5 blijven
                                                - voor zover zij niet eerder zijn vervallen of
                                                ingetrokken - van kracht.</al></li></lijst><tussenkop> Overgangsbepaling met betrekking tot 6e wijziging APV
                                        Venlo</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Aan de exploitant van een of de datum van
                                                inwerkingtreding in bedrijf zijnde inrichting, als
                                                bedoeld in artikel 2:35, wordt geacht een tijdelijke
                                                vergunning voor die inrichting zijn afgegeven voor
                                                de duur van 3 maanden.</al></li><li nr="2."><al>Wordt door de exploitant van een inrichting als
                                                bedoeld in het 1e lid binnen de in het 1e lid
                                                genoemde termijn de ingevolge artikel 2:35a vereiste
                                                vergunning aangevraagd, dan wordt de tijdelijke
                                                vergunning als bedoeld in het 1e lid geacht te zijn
                                                verlengd tot het tijdstip waarop door het bevoegd
                                                orgaan op de aanvraag beslist.</al></li></lijst><al>De vermelding van de nummering achter de benaming per
                                        artikel verwijst naar het nummer van het vergelijkbare
                                        artikel in de model-APV van de Vereniging van Nederlandse
                                        Gemeenten.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>