<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR54934_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Afvalstoffenverordening gemeente Venlo 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-11-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">E3-journaal, 19-01-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Afvalstoffenverordening gemeente Venlo 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer/article=10.23">Wet milieubeheer, art. 10.23 , lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-03-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2026-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>- Besluit houdende regels voor het overdragen of ter inzameling aanbieden van asbest en asbesthoudend afval</al><al>- Besluit houdende regels omtrent de dagen, wijzen en plaatsen voor het aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst</al><al>- Besluit houdende regels voor het overdragen of ter inzameling aanbieden van elektrische en elektronische apparatuur aan de inzameldienst</al><al>- Besluit houdende regels voor het overdragen of ter inzameling aanbieden van groente- fruit- en tuinafval</al><al>- Besluit houdende regels voor het overdragen of ter inzameling aanbieden van huishoudelijk restafval aan de inzameldienst</al><al>- Besluit houdende regels voor het overdragen of ter inzameling aanbieden van grof huishoudelijk afval</al><al>- Besluit houdende regels voor het overdragen of ter inzameling aanbieden van herbruikbare huisraad</al><al>- Besluit houdende regels tot het aanwijzen van de inzameldiensten</al><al>- Besluit houdende regels voor het overdragen of ter inzameling aanbieden van klein chemisch afval (KCA) aan de inzameldienst</al><al>- Besluit houdende regels voor het overdragen van categorieën van huishoudelijk afval bij het milieustation Venlo</al><al>- Besluit houdende regels voor het overdragen of ter inzameling aanbieden van oud papier en karton</al><al>- Besluit houdende regels voor het overdragen of ter inzameling aanbieden van textiel en schoenen aan de inzameldienst</al><al>- Besluit houdende regels voor het overdragen of ter inzameling aanbieden van grof tuinafval</al><al>- Besluit houdende regels voor het overdragen van verpakkingsglas</al><al>- Besluit houdende regels voor het overdragen van categorieën van huishoudelijk afval via wijkmilieuparkjes</al><al>- Besluit houdende regels omtrent de tijden, wijzen en plaatsen van het overdragen of ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen afkomstig van derden</al><al>- Besluit houdende regels voor het overdragen of ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldiensten in de binnenstad</al><al>- Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening voormalige gemeente Tegelen thans behorende tot de gemeente Venlo houdende regels voor het overdragen of ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst .</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Afvalstoffenverordening gemeente Venlo 2005</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>§ 1 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref>;</al></li><li nr="b."><al>inzamelen: de activiteiten gericht op het ophalen of innemen van
                                    afvalstoffen die binnen de gemeente ter inzameling worden
                                    aangeboden en het feitelijk ophalen en innemen daarvan;</al></li><li nr="c."><al>ter inzameling aanbieden: de wijze van overdragen van
                                    afvalstoffen aan een inzamelende persoon of instantie, inclusief
                                    het achterlaten van afvalstoffen in daartoe door of vanwege de
                                    inzamelende persoon of instantie geplaatste inzamelmiddelen of
                                    -voorzieningen of op een daartoe aangewezen plaats;</al></li><li nr="d."><al>inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd
                                    hulp- of bewaarmiddel, bijvoorbeeld een huisvuilzak,
                                    minicontainer, afvalemmer, kca-box of big bag, ten behoeve van
                                    één huishouden;</al></li><li nr="e."><al>inzamelvoorziening: een voor de inzameling van afvalstoffen
                                    bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats, bijvoorbeeld een
                                    verzamelcontainer, wijkcontainer of brengdepot, ten behoeve van
                                    meerdere huishoudens;</al></li><li nr="f."><al>inzameldienst: de krachtens <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-7-aanwijzing-inzameldienst-en-andere-inzamelaars">artikel 7, eerste lid,</extref> aangewezen inzameldienst,
                                    belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen;</al></li><li nr="g."><al>andere inzamelaars: de krachtens <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-7-aanwijzing-inzameldienst-en-andere-inzamelaars">artikel 7, tweede lid</extref>, aangewezen personen en
                                    instanties, belast met het afzonderlijk inzamelen van
                                    categorieën huishoudelijke afvalstoffen;</al></li><li nr="h."><al>inzamelvergunning: de vergunning zoals bedoeld in <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-11-inzamelverbod-huishoudelijke-afvalstoffen-behoudens-vergunning">artikel 11</extref>;</al></li><li nr="i."><al>gebruiker van een perceel: degene die in de gemeente feitelijk
                                    gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer%20/article=10.22%20">artikel 10.22 van de Wet milieubeheer</extref> een
                                    verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                                    geldt;</al></li><li nr="j."><al>straatafval: huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte
                                    omvang en gewicht, zoals proppen, papier, sigarettenpeuken,
                                    kauwgom, plastic bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal,
                                    etenswaren, niet zijnde klein chemisch afval, ontstaan buiten
                                    een perceel;</al></li><li nr="k."><al>wegen: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden
                                    met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot
                                    die wegen behorende paden en bermen of zijkanten;</al></li><li nr="l."><al>motorrijtuigen: alle voertuigen, bestemd om anders dan langs
                                    spoorstaven te worden voortbewogen uitsluitend of mede door een
                                    mechanische kracht, op of aan het voertuig zelf aanwezig dan wel
                                    door elektrische tractie met stroomtoevoer van elders;</al></li><li nr="m."><al>afvalwijzer: jaarlijks in opdracht van de gemeente onder alle
                                    burgers verspreid informatiedocument, waarin alle gegevens staan
                                    vermeld ten behoeve van de inzameling van huishoudelijk
                                    afval;</al></li><li nr="n."><al>hoog- en stapelbouw: die woonsituaties waarbij er sprake van is
                                    bewoning boven en/of beneden de betreffende woning;</al></li><li nr="o."><al>laagbouw: die woonsituaties waarbij er geen sprake is van
                                    hoogbouw zoals omschreven onder n. van dit artikel, en het een
                                    grondgebonden perceel betreft;</al></li><li nr="p."><al>binnenstad: dat deel van Venlo dat wordt begrensd door,
                                    inbegrepen de daarbij genoemde straten: </al><lijst><li nr="•"><al>Havenkade, Maaskade, Puteanusstraat, Valuasstraat,
                                            Noord-Buitensingel, Noord-Binnensingel, St.
                                            Martinusstraat, Grote Kerkstraat, Parade, Keulsepoort,
                                            Koninginneplein, Koninginnesingel, Prinsessesingel.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Beslistermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist op een aanvraag voor een vergunning of
                                    ontheffing binnen 8 weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen
                                    is.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan zijn beslissing voor ten hoogste 8 weken
                                    verdagen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Indiening aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                    ingediend minder dan 3 weken vóór het tijdstip waarop de
                                    aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                    college besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></li><li nr="2."><al>Voor bepaalde, door het college aan te wijzen, vergunningen of
                                    ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                    verlengd tot ten hoogste 8 weken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                    ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden
                                    in het belang van de bescherming van het milieu.</al></li><li nr="2."><al>De houder van een vergunning of ontheffing is verplicht de
                                    daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Persoonlijk karakter van de vergunning of
                                ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            verordening anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Intrekking of wijziging van de vergunning of
                                ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                    ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging
                                    moet worden gevorderd in het belang van de bescherming van het
                                    milieu;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke
                                    van een dergelijke termijn binnen een redelijke termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>§ 2 Inzameling van huishoudelijke afvalstoffen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7 Aanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college wijst de inzameldienst aan, die belast is met de
                                    inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.</al></li><li nr="2."><al>Naast de inzameldienst kan het college andere inzamelaars
                                    aanwijzen die belast zijn met het afzonderlijk inzamelen van
                                    categorieën huishoudelijke afvalstoffen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Afzonderlijke inzameling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Door de inzameldienst of andere inzamelaars worden de volgende
                                    categorieën huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk ingezameld: </al><lijst><li nr="a."><al>groente-, fruit- en tuinafval;</al></li><li nr="b."><al>klein chemisch afval;</al></li><li nr="c."><al>verpakkingsglas;</al></li><li nr="d."><al>oud papier en karton;</al></li><li nr="e."><al>textiel/schoenen;</al></li><li nr="f."><al>(afgedankte) elektrische en elektronische apparaten
                                            (voorheen wit- en bruingoed);</al></li><li nr="g."><al>bouw- en sloopafval;</al></li><li nr="h."><al>verduurzaamd hout;</al></li><li nr="i."><al>grof tuinafval;</al></li><li nr="j."><al>asbest en asbesthoudend afval;</al></li><li nr="k."><al>grof huishoudelijk afval;</al></li><li nr="l."><al>huishoudelijk restafval;</al></li><li nr="m."><al>autobanden van personenwagens;</al></li><li nr="n."><al>herbruikbare huisraad</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan een omschrijving vaststellen van de categorieën
                                    huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in het eerste lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Inzamelmiddelen en -voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De inzameling kan plaatsvinden via: </al><lijst><li nr="a."><al>een inzamelmiddel voor de gebruiker van een
                                            perceel;</al></li><li nr="b."><al>een inzamelvoorziening voor de gebruikers van een aantal
                                            percelen;</al></li><li nr="c."><al>een inzamelvoorziening op wijkniveau;</al></li><li nr="d."><al>een brengdepot op lokaal of regionaal niveau.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan aanwijzen via welk al dan niet van gemeentewege
                                    verstrekt inzamelmiddel of via welke inzamelvoorziening de
                                    inzameling van een bepaalde categorie huishoudelijke
                                    afvalstoffen ten behoeve van de gebruiker van een perceel
                                    plaatsvindt.</al></li><li nr="3."><al>In de binnenstad bedraagt de afstand tussen een perceel waar het
                                    in te zamelen huishoudelijke restafval ontstaat, en de
                                    inzamelvoorziening waar dit dient te worden aangeboden, maximaal
                                    125 meter.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Frequentie van inzamelen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Huishoudelijk restafval wordt tenminste éénmaal per 2 weken bij
                                    elk perceel ingezameld.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid wordt huishoudelijk restafval
                                    bij de hoog- en stapelbouw en in de binnenstad nabij elk perceel
                                    ingezameld.</al></li><li nr="3."><al>Groente-, fruit- en tuinafval wordt tenminste een maal per 2
                                    weken afzonderlijk bij elk perceel ingezameld.</al></li><li nr="4."><al>In afwijking van het derde lid wordt het groente-, fruit- en
                                    tuinafval integraal met huishoudelijk restafval bij de hoog- en
                                    stapelbouw nabij elk perceel ingezameld middels een gezamenlijke
                                    voorziening.</al></li><li nr="5."><al>In afwijking van het derde lid wordt groente-, fruit- en
                                    tuinafval in de binnenstad niet afzonderlijk bij elk perceel
                                    ingezameld, maar dient dit gelijktijdig met het huishoudelijk
                                    restafval integraal bij de gezamenlijke voorziening aangeboden
                                    te worden.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan de frequentie van inzameling vaststellen van de
                                    overige categorieën huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk
                                    in aangewezen delen van de gemeente bij elk perceel worden
                                    ingezameld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens
                                vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder inzamelvergunning van het college
                                    huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen.</al></li><li nr="2."><al>De inzamelvergunning kan worden geweigerd in het belang van een
                                    doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor de inzameldienst of andere
                                    inzamelaars.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod geldt niet voor personen of instanties die in het
                                    kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel
                                    van bestuur een inzamelplicht hebben gekregen voor categorieën
                                    van huishoudelijke afvalstoffen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>§ 3 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 12 Verbod op het ter inzameling aanbieden van
                                huishoudelijke afvalstoffen aan anderen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan
                                    te bieden aan een ander dan de inzameldienst, andere inzamelaars
                                    en aan de houders van een inzamelvergunning.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor personen of instanties die in het
                                    kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel
                                    van bestuur een inzamelplicht hebben gekregen voor categorieën
                                    van huishoudelijke afvalstoffen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Verbod op het ter inzameling aanbieden van
                                huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van
                                percelen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is anderen dan gebruikers van percelen verboden om
                                    huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden aan de
                                    inzameldienst of de andere inzamelaars.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan besluiten dat het aan anderen dan gebruikers van
                                    percelen verboden is om huishoudelijke afvalstoffen ter
                                    inzameling aan te bieden aan de houder van een
                                    inzamelvergunning.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om de volgende categorieën huishoudelijke
                                    afvalstoffen anders dan afzonderlijk ter inzameling aan te
                                    bieden: </al><lijst><li nr="a."><al>groente-, fruit- en tuinafval;</al></li><li nr="b."><al>klein chemisch afval;</al></li><li nr="c."><al>verpakkingsglas;</al></li><li nr="d."><al>oud papier en karton;</al></li><li nr="e."><al>textiel/schoenen;</al></li><li nr="f."><al>(afgedankte) elektrische en elektronische apparaten
                                            (voorheen wit- en bruingoed);</al></li><li nr="g."><al>bouw- en sloopafval;</al></li><li nr="h."><al>verduurzaamd hout;</al></li><li nr="i."><al>grof tuinafval;</al></li><li nr="j."><al>asbest en asbesthoudend afval;</al></li><li nr="k."><al>grof huishoudelijk afval;</al></li><li nr="l."><al>huishoudelijk restafval;</al></li><li nr="m."><al>autobanden van personenwagens;</al></li><li nr="n."><al>herbruikbare huisraad</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan de inzameldienst en andere inzamelaars aanwijzen
                                    aan wie de in het eerste lid aangewezen categorieën
                                    huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden de aangewezen categorieën huishoudelijke
                                    afvalstoffen aan te bieden aan anderen dan de krachtens het
                                    tweede lid aangewezen inzameldienst en andere inzamelaars.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor groente-,
                                    fruit- en tuinafval aangeboden door bewoners van de hoog- en
                                    stapelbouw en de binnenstad.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                afvalstoffenvia een inzamelmiddel voor de gebruiker van een
                                perceel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is voor de gebruiker van een perceel ten behoeve van wie
                                    krachtens artikel 9,
                                        tweede lid, voor een bepaalde categorie
                                    huishoudelijke afvalstoffen een inzameldienst is aangewezen of
                                    van gemeentewege is verstrekt, dan wel een ander die voor deze
                                    gebruiker handelingen verricht, verboden de betreffende
                                    afvalstoffen anders dan aan te bieden dan via het daartoe
                                    aangewezen of verstrekte inzamelmiddel.</al></li><li nr="2."><al>Het is voor de gebruiker van een perceel, dan wel een ander die
                                    voor voor deze gebruiker handelingen verricht, verboden andere
                                    categorieën huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel
                                    aan te bieden, dan de categorie waarvoor dit inzamelmiddel
                                    krachtens artikel 9,
                                        tweede lid, is bestemd.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan regels stellen omtrent de plaatsen en wijze
                                    waarop huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel ter
                                    inzameling moeten worden aangeboden.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan regels stellen met betrekking tot het maximale
                                    gewicht van de afvalstoffen per inzamelmiddel en het maximale
                                    aantal inzamelmiddelen dat per keer kan worden aangeboden.</al></li><li nr="5."><al>Indien van gemeentewege een inzamelmiddel aan de gebruiker van
                                    een perceel is verstrekt kan het college regels stellen omtrent
                                    de voorwaarden waaronder het inzamelmiddel is verstrekt, het
                                    gebruik en het reinigen daarvan.</al></li><li nr="6."><al>Indien het inzamelmiddel niet van gemeentewege is verstrekt, kan
                                    het college eisen stellen aan het te gebruiken
                                    inzamelmiddel.</al></li><li nr="7."><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze ter
                                    inzameling aan te bieden dan krachtens dit artikel is
                                    bepaald.</al></li><li nr="8."><al>Het is verboden voor anderen dan de gebruiker van een perceel
                                    ten behoeve van wie krachtens artikel 9,
                                        tweede lid, een inzamelmiddel is verstrekt of
                                    aangewezen, hun afvalstoffen ter inzameling aan te bieden via
                                    dit inzamelmiddel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                afvalstoffen via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep
                                percelen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de gebruiker van een perceel voor wie krachtens artikel 9,
                                        tweede lid, mede ten behoeve van zijn perceel een
                                    inzamelvoorziening voor een bepaalde categorie huishoudelijke
                                    afvalstoffen is aangewezen, dan wel een andere die voor deze
                                    gebruiker handelingen verricht, verboden de betreffende
                                    afvalstoffen anders aan te bieden dan via de betreffende
                                    inzamelvoorziening.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                    via een inzamelvoorziening voor een aantal percelen aan te
                                    bieden, dan de categorie waarvoor deze inzamelvoorziening
                                    krachtens artikel 9,
                                        tweede lid, is bestemd.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan regels stellen ten aanzien van de wijze waarop
                                    huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening ten
                                    behoeve van een groep percelen moet worden aangeboden.</al></li><li nr="4."><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze aan
                                    te bieden via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep
                                    percelen dan krachtens het derde lid is bepaald.</al></li><li nr="5."><al>Het is verboden voor anderen dan de gebruikers van percelen voor
                                    wie krachtens artikel 9,
                                        tweede lid, een inzamelvoorziening is aangewezen,
                                    huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden via deze
                                    inzamelvoorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                afvalstoffen via inzamelvoorzieningen op wijkniveau</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                    via een inzamelvoorziening op wijkniveau aan te bieden dan de
                                    categorie waarvoor de inzamelvoorziening krachtens artikel 9,
                                        tweede lid, is bestemd.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan regels stellen omtrent de wijze waarop
                                    huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden
                                    aangeboden via een inzamelvoorziening op wijkniveau.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze via
                                    een inzamelvoorziening op wijkniveau ter inzameling aan te
                                    bieden dan krachtens het tweede lid is bepaald.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in artikel 15, zevende lid, en artikel 16, vierde lid, geldt niet voor het
                                    aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via
                                    inzamelvoorzieningen op wijkniveau overeenkomstig dit
                                    artikel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                afvalstoffen via een brengdepot op lokaal of regionaal
                                niveau</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                    via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau aan te bieden
                                    dan de categorieën waarvoor het brengdepot krachtens artikel 9,
                                        tweede lid, is bestemd.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan regels stellen omtrent de wijze waarop
                                    huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden
                                    aangeboden bij het brengdepot op lokaal of regionaal
                                    niveau.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze via
                                    een brengdepot op lokaal of regionaal niveau ter inzameling aan
                                    te bieden dan krachtens het derde lid is bepaald.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in artikel 15, zevende lid, en artikel 16, vierde lid, geldt niet voor het
                                    aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een brengdepot op
                                    lokaal of regionaal niveau overeenkomstig dit artikel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                afvalstoffen zonder inzamelmiddel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                    aanwijzen die zonder inzamelmiddel als bedoeld in artikel
                                        9 van deze verordening ter inzameling kunnen worden
                                    aangeboden.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan regels stellen over de wijze waarop deze
                                    categorieën huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling moeten
                                    worden aangeboden.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan regels stellen over het maximale gewicht, de
                                    afmetingen en het volume waarop deze categorieën huishoudelijke
                                    afvalstoffen ter inzameling moeten worden aangeboden.</al></li><li nr="4."><al>Het is verboden deze categorieën huishoudelijke afvalstoffen op
                                    andere wijze ter inzameling aan te bieden dan krachtens dit
                                    artikel is bepaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Dagen en tijden voor het ter inzameling
                                aanbieden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt de dagen en tijden vast waarop categorieën
                                    huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden
                                    aangeboden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere dagen en
                                    tijden ter inzameling aan te bieden dan krachtens het eerste lid
                                    is bepaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21 Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden
                                van huishoudelijke afvalstoffen</titel></kop><al>In afwijking van hetgeen in deze paragraaf is bepaald kan het college
                            regels stellen omtrent het in bijzondere gevallen ter inzameling
                            aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst of andere
                            inzamelaars.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>§ 4 Inzameling van bedrijfsafvalstoffen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 22 Inzameling bedrijfsafvalstoffen door de
                                inzameldienst</titel></kop><al>Het college kan categorieën bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die door de
                            inzameldienst worden ingezameld.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23 Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan
                                de inzameldienst</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden bedrijfsafvalstoffen aan te bieden aan de
                                    inzameldienst.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor de krachtens artikel 22 aangewezen categorieën
                                    bedrijfsafvalstoffen, voor zover degene die gebruik maakt van de
                                    inzameling door de inzameldienst daartoe een overeenkomst met de
                                    gemeente Venlo heeft gesloten.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan regels stellen omtrent de dagen, tijden, wijzen
                                    en plaatsen waarop de krachtens artikel 22 aangewezen bedrijfsafvalstoffen aan de
                                    inzameldienst ter inzameling kunnen worden aangeboden.</al></li><li nr="4."><al>Het is verboden de krachtens artikel 22 aangewezen bedrijfsafvalstoffen ter
                                    inzameling aan te bieden in strijd met deze regels.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24 Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen
                                aan een ander dan de inzameldienst</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan regels stellen voor het ter inzameling aanbieden
                                    van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de
                                    inzameldienst.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te
                                    bieden in strijd met deze regels.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>§ 5 Zwerfafval</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 25 Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden buiten een daarvoor door het college bestemde
                                    plaats en buiten een inrichting in de zin van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> een afvalstof, stof of voorwerp
                                    op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te
                                    laten of anderszins te plaatsen op een wijze die aanleiding kan
                                    geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>het overeenkomstig deze verordening ter inzameling
                                            aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen of
                                            bedrijfsafvalstoffen;</al></li><li nr="b."><al>het thuiscomposteren van groente-, fruit- en
                                            tuinafval;</al></li><li nr="c."><al>voor zover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg geraken
                                            of worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van het
                                            laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen dan wel het
                                            verrichten van andere werkzaamheden op of aan de
                                            weg.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover de
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20bodembescherming">Wet bodembescherming</extref> of het Bouwstoffenbesluit
                                    voorziet in de beoogde bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 26 Achterlaten van straatafval</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden straatafval in de openbare ruimte achter te
                                    laten zonder gebruik te maken van de van gemeentewege of
                                    anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of
                                    soortgelijke voorwerpen.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden om andere afvalstoffen dan straatafval achter te
                                    laten in daartoe van gemeentewege of anderszins geplaatste of
                                    voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 27 Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed
                                staande afvalstoffen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden afvalstoffen of inzamelmiddelen die ter
                                    inzameling gereed staan te doorzoeken en te verspreiden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden tegen afvalstoffen of inzamelmiddelen, die ter
                                    inzameling gereed staan, te stoten, te schoppen of deze omver te
                                    werpen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 28 Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van
                                eet- en drinkwaren</titel></kop><al>De houder of beheerder van een inrichting waar eet- of drinkwaren worden
                            verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>een afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp in of nabij de
                                    inrichting op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te hebben,
                                    waarin het publiek afval kan achterlaten;</al></li><li nr="b."><al>zorg te dragen dat deze afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp
                                    van een zodanige constructie is dat het afval daarin deugdelijk
                                    geborgen blijft en dat die afvalbak, -mand of voorwerp steeds
                                    tijdig wordt geledigd;</al></li><li nr="c."><al>zorg te dragen dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van
                                    de inrichting, doch in ieder geval terstond op eerste aanzegging
                                    van een ambtenaar, belast met de toezicht op de naleving van dit
                                    artikel, in de nabijheid van de inrichting achtergebleven afval,
                                    voorzover kennelijk uit of van die inrichting afkomstig, wordt
                                    opgeruimd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 29 Wegwerpen van reclamebiljetten of ander
                                promotiemateriaal</titel></kop><al>Degene die in de openbare ruimte reclamebiljetten of dergelijke of ander
                            promotiemateriaal onder het publiek verspreidt, is verplicht deze of de
                            verpakking daarvan terstond op te ruimen of te laten opruimen, indien
                            deze in de omgeving van de plaats van uitreiking op de weg of een andere
                            voor het publiek toegankelijke plaats door het publiek worden
                            weggeworpen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 30 Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
                                werkzaamheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden afvalstoffen, stoffen of voorwerpen zodanig te
                                    laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te
                                    verrichten dat de weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig
                                    kan worden beïnvloed.</al></li><li nr="2."><al>Indien bij het laden of lossen of vervoeren van afvalstoffen,
                                    stoffen of voorwerpen deze weg wordt verontreinigd of het milieu
                                    nadelig wordt beïnvloed, is degene die genoemde werkzaamheden
                                    verricht alsmede diens opdrachtgever verplicht deze weg te
                                    reinigen of te laten reinigen: </al><lijst><li nr="a."><al>direct na het ontstaan van de verontreiniging, indien de
                                            verontreiniging gevaar voor de veiligheid van het
                                            verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert;</al></li><li nr="b."><al>direct na beëindiging van de werkzaamheden, indien de
                                            verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid van het
                                            verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert;</al></li><li nr="c."><al>indien de werkzaamheden langer dan een dag duren, elke
                                            dag direct na beëindiging van de werkzaamheden.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>§ 6 Overige onderwerpen die de verordening aangaan</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 31 Verbod opslag van afvalstoffen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden afvalstoffen op voor het publiek zichtbare
                                    plaats in de open lucht en buiten een inrichting in de zin van
                                    de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> op te slaan of opgeslagen te
                                    hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod is niet van toepassing op het overdragen of ter
                                    inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de
                                    inzameldienst, andere inzamelaars of aan houders van een
                                    inzamelvergunning.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 32 Afgifte autowrakken afkomstig uit een
                                huishouden</titel></kop><al>Het is de eigenaar of kentekenhouder verboden zich te ontdoen van een
                            autowrak, dat afkomstig is van een huishouden, anders dan door afgifte
                            aan inrichtingen, genoemd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20Beheer%20Autowrakken/article=6%20">artikel 6 van het Besluit Beheer Autowrakken</extref>.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>§ 7 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 33 Strafbepaling</titel></kop><al>Een gedraging in strijd met de volgende artikelen is een strafbaar feit
                            in de zin van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20economische%20delicten/article=1a">artikel 1a, onder 3º, Wet op de economische delicten</extref>.</al><al>• Artikel 12: Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                            afvalstoffen aan anderen.</al><al>• Artikel 13: Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                            afvalstoffen door anderen dan gebruikers van percelen.</al><al>• Artikel 14: Afzonderlijk ter inzameling aanbieden.</al><al>• Artikel 15: Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                            via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel.</al><al>• Artikel 16 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                            via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen.</al><al>• Artikel 17 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                            via inzamelvoorzieningen op wijkniveau.</al><al>• Artikel 18 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                            via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau.</al><al>• Artikel 19 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                            zonder inzamelmiddel.</al><al>• Artikel 20 Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden.</al><al>• Artikel 23 Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de
                            inzameldienst.</al><al>• Artikel 24 Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan
                            een ander dan de inzameldienst.</al><al>• Artikel 25 Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging.</al><al>• Artikel 26 Achterlaten van straatafval.</al><al>• Artikel 27 Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande
                            afvalstoffen.</al><al>• Artikel 28 Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                            drinkwaren.</al><al>• Artikel 29 Wegwerpen van reclamebiljetten of ander
                            promotiemateriaal.</al><al>• Artikel 30 Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
                            werkzaamheden.</al><al>• Artikel 31 Verbod op een voor het publiek zichtbare plaats aanwezig
                            hebben van afvalstoffen.</al><al>• Artikel 32 Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 34 Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de krachtens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=18.4">artikel 18.4, derde lid, van de wet</extref> aangewezen
                            ambtenaren.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 35 Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking zes weken na
                                    bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>Afdeling 4.2 en de Afvalstoffenverordening voor de gemeente
                                    Venlo 21 oktober 1998 wordt ingetrokken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 36 Overgangsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Vergunningen en ontheffingen verleend krachtens de verordening
                                    bedoeld in artikel
                                        35, tweede lid, blijven - indien en voorzover het
                                    gebod of het verbod waarop de vergunning of ontheffing
                                    betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening en voorzover
                                    zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - nog gedurende 2
                                    jaar na de inwerkingtreding van deze verordening van
                                    kracht.</al></li><li nr="2."><al>Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de verordening
                                    bedoeld in artikel
                                        35, tweede lid, blijven - indien en voor zover de
                                    bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en beperkingen
                                    zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voor zover
                                    zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - nog gedurende 2
                                    jaar na de inwerkingtreding van deze verordening van
                                    kracht.</al></li><li nr="3."><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                    verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing op
                                    grond van de verordening bedoeld in artikel 35, tweede
                                        lid, is ingediend en voor het tijdstip van
                                    inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag
                                    is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de
                                    onderhavige verordening toegepast.</al></li><li nr="4."><al>Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een
                                    vergunning of ontheffing bedoeld in het eerste lid, dan wel
                                    voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of
                                    na het tijdstip bedoeld in artikel 35, eerste
                                        lid, is ingekomen binnen de voordien geldende
                                    beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van de verordening
                                    bedoeld in artikel
                                        35, tweede lid.</al></li><li nr="5."><al>In afwijking van het eerste lid, blijft een vergunning of
                                    ontheffing van kracht, totdat onherroepelijk is beslist op een
                                    aanvraag voor een, krachtens een in deze verordening
                                    overeenkomstig opgenomen gebod of verbod vereiste vergunning of
                                    ontheffing, indien deze aanvraag ten minste acht weken voor
                                    afloop van de in het eerste lid genoemde termijn bij het
                                    bevoegde bestuursorgaan is ingediend.</al></li><li nr="6."><al>Gebod- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of
                                    ontheffing vereist is krachtens deze verordening en niet
                                    voorkomend in de verordening als bedoeld in artikel 35, tweede
                                        lid zijn niet van toepassing: </al><lijst><li nr="a."><al>gedurende 6 weken na het in werking treden van deze
                                            verordening;</al></li><li nr="b."><al>ook na de onder a bepaalde termijn, voor zover degene
                                            die de vergunning of ontheffing nodig heeft, binnen deze
                                            termijn een aanvraag heeft ingediend, totdat
                                            onherroepelijk op deze aanvraag is beslist.</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 35, tweede
                                        lid heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op
                                    basis van die verordening genomen nadere regels en
                                    aanwijzingsbesluiten, indien en voorzover de rechtsgrond waarop
                                    de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze
                                    verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of
                                    ingetrokken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 37 Citeerbepaling</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Afvalstoffenverordening van de
                            gemeente Venlo 2004.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><al><vet>Artikelsgewijze toelichting op de Afvalstoffenverordening</vet></al><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al>De afvalstoffenverordening heeft betrekking op die bepalingen die worden gesteld
                    voor het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen. Op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.23">artikel 10.23 Wm</extref> zijn gemeenten verplicht een
                    afvalstoffenverordening vast te stellen in het belang van de bescherming van het
                    milieu. <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.24">Artikel 10.24 Wm</extref> schrijft de verplichte inhoud van de
                    afvalstoffenverordening voor. <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.25">Artikel 10.25 Wm</extref> somt een aantal onderwerpen op die facultatief in
                    de afvalstoffenverordening kunnen worden opgenomen.</al><al><vet>Overige wetgeving</vet></al><al>Met betrekking tot de inzameling van afvalstoffen zijn - voor de gemeente en
                    derden - ook andere wetten en verordeningen van belang. Wij noemen de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> (milieuvergunning), de bouwverordening
                    (bouwvergunning) en de APV (plaatsen voorwerpen op of aan de openbare weg).</al><al><vet>Opbouw van de afvalstoffenverordening</vet></al><al>Paragraaf 1: Algemene bepalingen</al><al>Paragraaf 2: Inzameling van huishoudelijke afvalstoffen (regels over
                    inzameldienst, andere inzamelaars en houders van een inzamelvergunning en de
                    inzamelstructuur; geen regels voor het ter inzameling aanbieden van afvalstoffen
                    door de burger)</al><al>Paragraaf 3: Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen (regels
                    voor de burger over de aanbieding van huishoudelijke afvalstoffen)</al><al>Paragraaf 4: Inzameling van bedrijfsafvalstoffen</al><al>Paragraaf 5: Zwerfafval</al><al>Paragraaf 6: Overige onderwerpen die de afvalstoffenverordening aangaan</al><al>Paragraaf 7: Slotbepalingen (strafbaarstelling, toezicht en
                    overgangstermijn).</al><al><vet>§ 1 Algemene bepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>(Voormalig artikel 4.2.1.1 model-APV)</al><al>• Definities uit de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> (Wm)</al><al>In dit artikel zijn alleen die begripsomschrijvingen opgenomen die specifiek
                    zijn voor deze verordening. Relevante begrippen die reeds in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer/article=1.1">artikel 1.1 van de Wet milieubeheer</extref> (hierna te noemen Wm) zijn
                    omschreven, worden, voorzover bij de omschrijving in de wet wordt aangesloten,
                    niet in dit artikel herhaald. Daarbij gaat het om de volgende begrippen.</al><al>Afvalstoffen</al><al>Alle stoffen, preparaten of andere producten die behoren tot de categorieën die
                    zijn genoemd in bijlage I bij richtlijn nr. 75/442/EEG van de Raad van de
                    Europese Gemeenschappen van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen, waarvan de
                    houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen.</al><al>Doelmatig beheer van afvalstoffen</al><al>Zodanig beheer van afvalstoffen dat daarbij rekening wordt gehouden met het
                    geldende afvalbeheerplan, dan wel de voor de vaststelling van het plan geldende
                    bepalingen, dan wel de voorkeursvolgorde aangegeven in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.4">artikel 10.4,</extref> en de criteria, genoemd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.5">artikel 10.5, eerste lid</extref>.</al><al>Huishoudelijke afvalstoffen</al><al>Afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens, behoudens voor zover het
                    afgegeven of ingezamelde bestanddelen van die afvalstoffen betreft, die zijn
                    aangewezen als gevaarlijke afvalstoffen.</al><al>Bedrijfsafvalstoffen</al><al>Afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen of gevaarlijke
                    afvalstoffen.</al><al>Gevaarlijke afvalstoffen</al><al>Bij ministeriële regeling als zodanig aangewezen afvalstoffen, met inachtneming
                    van ter zake voor Nederland verbindende verdragen en van besluiten van
                    volkenrechtelijke organisaties.</al><al>Afvalbeheerplan</al><al>Het afvalbeheerplan, bedoeld in 10.3 (nb. LAP 2002-2012).</al><al>Afvalstoffenverordening</al><al>De verordening, bedoeld in 10.23.</al><al>Beheer van afvalstoffen</al><al>Inzameling, vervoer, nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen.</al><al>Nuttige toepassing</al><al>De handelingen die zijn genoemd in bijlage II B bij richtlijn nr. 75/442/EEG van
                    de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1975 betreffende
                    afvalstoffen.</al><al>Verwijdering</al><al>De handelingen die zijn genoemd in bijlage II A bij richtlijn nr. 75/442/EEG van
                    de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1975 betreffende
                    afvalstoffen.</al><al>Grof huishoudelijk afval</al><al>Het begrip huishoudelijke afvalstoffen omvat ook grof huishoudelijk afval. Onder
                    grof huisafval worden verstaan ‘huishoudelijke afvalstoffen die te groot en te
                    zwaar zijn om op dezelfde wijze als de andere huishoudelijke afvalstoffen aan de
                    inzameldienst te worden aangeboden’.</al><al>b. Inzamelen</al><al>Het begrip ‘inzamelen’ is gedefinieerd om uitdrukkelijk vast te leggen dat er
                    sprake is van een brede omschrijving. Hiervoor is gekozen om recht te doen aan
                    het feit dat een gemeentelijke inzamelstructuur steeds meer bestaat uit zowel
                    haal- als brengvoorzieningen op verschillende niveaus. Om te kunnen beoordelen
                    of het verlenen van een inzamelvergunning in strijd is met de gemeentelijke
                    inzamelstructuur, moet dan ook naar dat geheel van haal- en brengvoorzieningen
                    worden gekeken. Ook voor het innemen van huishoudelijke afvalstoffen in een
                    winkel, of een brengvoorziening voor textielafval, is een inzamelvergunning
                    nodig (tenzij sprake is van een aanwijzing op grond van artikel 7,
                        tweede lid - zie de toelichting
                        bij artikel 7). Bovendien maakt een bredere omschrijving van het
                    begrip inzamelen de veelheid van termen uit de vorige modelbepalingen (‘aan te
                    bieden of over te dragen’, ‘achterlaten’, etc.) overbodig. Wel is een ondergrens
                    aangebracht: voordat sprake kan zijn van inzamelen, dienen de afvalstoffen ter
                    inzameling te worden aangeboden. Voor de omschrijving van het begrip ‘ter
                    inzameling aanbieden’ geldt dezelfde brede invulling met betrekking tot haal- en
                    brengvoorzieningen, nu van de kant van degene die zich van afval wenst te
                    ontdoen.</al><al>i. Straatafval, zwerfafval en illegale dumping</al><al>Straatafval wordt gedefinieerd als “huishoudelijke afvalstoffen van zeer
                    beperkte omvang en gewicht, zoals proppen, papier, sigarettenpeuken, kauwgom,
                    plastic bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal, etenswaren, niet zijnde
                    klein chemisch afval, ontstaan buiten een perceel”.</al><al>De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> voorziet niet in een definitie van het begrip
                    zwerfafval. Dit heeft te maken met het feit dat het begrip in de praktijk weinig
                    problemen oplevert, terwijl een juridisch sluitende definitie moeilijk te geven
                    is. In het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP) en het Convenant verpakkingen III,
                    deelconvenant zwerfafval is wel een definitie opgenomen:</al><al>“Zwerfafval is afval dat door mensen bewust of onbewust is weggegooid of
                    achtergelaten op plaatsen die daar niet voor bestemd zijn of door indirect
                    toedoen of nalatigheid van mensen op zulke plaatsen terecht is gekomen. Dit
                    afval bestaat voornamelijk uit verpakkingsmateriaal van consumpties (blikjes,
                    flesjes, wikkels, patatbakjes), sigarettenpeuken, kauwgomresten en allerhande
                    gebruiksgoederen als kranten, folders en tissues”.</al><al>Het verschil tussen straatafval en zwerfafval is dat straatafval, dat niet in
                    een prullenmand wordt achtergelaten, maar in de openbare ruimte terecht komt,
                    zwerfafval wordt (zie ook artikel 26 van deze verordening).</al><al>Onder zwerfafval wordt ook niet verstaan illegale dumping van afval. In
                    tegenstelling tot bij zwerfafval, gaat het bij illegale dumping niet om een of
                    enkele restanten van consumptie, maar om grotere hoeveelheden afval
                    (bijvoorbeeld met een volume van tenminste en plastic tas). Bovendien gaat het
                    niet om afval dat uit nalatigheid of gemakzucht wordt achtergelaten of
                    weggegooid. De ontdoener kiest er namelijk zeer bewust voor om het afval niet
                    via de daarvoor geëigende manier af te voeren, maar om het onbeheerd achter te
                    laten in de openbare ruimte. Het kan zowel huishoudelijk als bedrijfsafval zijn
                    Veel voorkomend illegaal gedumpt afval is huisvuil, tuinafval, fietswrakken,
                    accu’s, meubilair en autobanden. Ook het bijplaatsen van afval bij
                    inzamelvoorzieningen valt onder illegale dumping.</al><al>h. Gebruiker van een perceel</al><al>De omschrijving ‘gebruiker van een perceel’ sluit aan bij de begripsomschrijving
                    in de VNG-modelverordening reinigingsheffingen. Deze is opgenomen om te kunnen
                    bepalen dat alleen diegenen die in de gemeente betalen voor de inzameling van
                    huishoudelijke afvalstoffen, gebruik mogen maken van de inzamelvoorzieningen
                    (zie de toelichting bij artikel 13).</al><al>j. <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994">Wegenverkeerswet 1994</extref></al><al>De omschrijvingen van de begrippen ‘wegen’ en ‘motorrijtuigen’ zijn ontleend aan
                    de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994">Wegenverkeerswet 1994</extref>.</al><al><vet>Artikel 2 Beslistermijn</vet></al><al>• Commentaar</al><al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 1.2 model-APV:
                    Beslistermijn.</al><al><vet>Artikel 3 Indiening aanvraag</vet></al><al>• Commentaar</al><al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 1.3 model-APV: Indiening
                    aanvraag.</al><al>Aanvraagformulier</al><al>Indien daartoe behoefte bestaat, kan dit artikel worden uitgebreid met een derde
                    lid:</al><al>“Voor het aanvragen van een vergunning of ontheffing krachtens deze verordening
                    wordt gebruik gemaakt van het door het college vastgestelde
                    aanvraagformulier.”</al><al><vet>Artikel 4 Voorschriften en beperkingen</vet></al><al>• Commentaar</al><al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 1.4 model-APV: Voorschriften en
                    beperkingen.</al><al>Belang van de bescherming van het milieu</al><al>De gemeenteraad stelt op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.23">artikel 10.23, eerste lid, Wm</extref> in het belang van de bescherming van
                    het milieu een afvalstoffenverordening vast. De voorschriften of beperkingen die
                    aan een vergunning of ontheffing krachtens de afvalstoffenverordening kunnen
                    worden verbonden beogen dus het belang van het milieu te beschermen.</al><al>De memorie van toelichting zegt over <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.23">artikel 10.23, eerste lid, Wm</extref> nog het volgende. “De gemeenten zijn
                    gehouden om een afvalstoffenverordening vast te stellen. De regels worden
                    vastgesteld in het belang van het milieu. Dat is ruimer dan de doelmatige
                    verwijdering van afvalstoffen. Ook regels die beogen de milieuaspecten van
                    handelingen met afvalstoffen te beperken, zijn daardoor mogelijk.”</al><al>Inzage vergunning of ontheffing</al><al>Indien daartoe behoefte bestaat, kan dit artikel worden uitgebreid met een derde
                    lid.</al><al>“De houder van een vergunning of ontheffing is verplicht deze of een gewaarmerkt
                    afschrift daarvan ter inzage te geven op eerste vordering van een ambtenaar, die
                    belast is met de zorg voor de naleving van het bij of krachtens deze verordening
                    bepaalde.”</al><al><vet>Artikel 5 Persoonlijk karakter van de vergunning of ontheffing</vet></al><al>• Commentaar</al><al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 1.5 model-APV: Persoonlijk
                    karakter van de vergunning of ontheffing.</al><al><vet>Artikel 6 Intrekking of wijziging van de vergunning of
                    ontheffing</vet></al><al>• Commentaar</al><al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 1.6 model-APV: Intrekking of
                    wijziging van de vergunning of ontheffing.</al><al><vet>§ 2 Inzameling van huishoudelijke afvalstoffen</vet></al><al><vet>Artikel 7 Aanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars</vet></al><al>• Commentaar</al><al>(Voormalig artikel 4.2.2.1 model-APV)</al><al>1e lid De aanwijzing van de inzameldienst bij uitvoeringsbesluit</al><al>De gemeente is op basis van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.24">artikel 10.24, eerste lid, onder a, Wm</extref> verplicht bij of krachtens
                    de verordening een inzameldienst aan te wijzen voor de inzameling van
                    huishoudelijke afvalstoffen. Dit is een wezenlijke verandering ten opzichte van
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.10">artikel 10.10 Wm</extref> (oud). Op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.24">artikel 10.24, eerste lid, onder a, Wm</extref> kan de inzameldienst
                    voortaan bij uitvoeringsbesluit worden aangewezen in plaats van bij verordening.
                    Zie hiervoor ook de parlementaire geschiedenis.</al><al>2e lid De aanwijzing van andere inzamelaars</al><al>De nieuwe, bredere grondslag van de afvalstoffenverordening ten aanzien van
                    huishoudelijk afval is vastgelegd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.24">artikel 10.24, tweede lid, onder b, Wm</extref>. Op basis hiervan kunnen
                    regels worden gesteld voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. Zoals
                    de Memorie van Toelichting stelt, gaat het hierbij vooral om de inzameling van
                    bestanddelen van het huishoudelijk afval door anderen dan de inzameldienst.</al><al>Voorheen werd in de oude afvalstoffenverordening <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.10">artikel 10.10 Wm</extref> (oud) zodanig geïnterpreteerd dat alleen de
                    inzameldienst bij verordening diende te worden aangewezen en dat andere personen
                    en instanties bij besluit van het college konden worden aangewezen. Het
                    commentaar in de oude afvalstoffenverordening luidde hierover:</al><al>“Wanneer al deze inzamelaars bij de verordening zouden moeten worden aangewezen,
                    zou iedere keer wanneer zich een wijziging voordoet in het bestand van
                    inzamelaars, de verordening moeten worden gewijzigd door middel van een besluit
                    van de gemeenteraad. Het lijkt gerechtvaardigd <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.24">artikel 10.24, eerste lid, onder a, Wm</extref> zo te interpreteren dat de
                    verplichting om een inzameldienst aan te wijzen alleen geldt voor de integraal
                    ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen. Voor de inzameling van de afzonderlijke
                    componenten zou dan een bepaling kunnen worden opgenomen dat het college
                    personen of instanties kan aanwijzen die hiermee belast worden.”</al><al>Naar aanleiding van deze interpretatie werd het tweede lid toegevoegd, op grond
                    waarvan andere inzamelaars bij besluit van het college konden worden aangewezen.
                    Op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.24">artikel 10.24, tweede lid, onder b, Wm</extref> is deze interpretatie
                    voortaan wettelijk verankerd.</al><al>2e lid Detaillisten/reparatiebedrijven</al><al>De aanwijzing op grond van het tweede lid van dit artikel kan ook worden
                    gebruikt om detaillisten die bijvoorbeeld batterijen van particulieren
                    inzamelen, op hun verzoek aan te merken als inzamelpunt. Zij hoeven dan niet te
                    beschikken over een vergunning als bedoeld in artikel 11. In het kader van de aanwijzing als inzamelpunt kunnen
                    nadere afspraken worden gemaakt met de inzamelende persoon of instantie over
                    bijvoorbeeld de wijze van inzameling, opslag en de afgifte aan de gemeente,
                    monitoring, etc.</al><al>Indien detaillisten en/of reparatiebedrijven in een amvb zijn aangewezen als
                    inzamelende instantie is de gemeente niet bevoegd daarover nadere regels te
                    stellen. Dit betekent dat detaillisten en/of reparatiebedrijven geen vergunning
                    of aanwijzing van de gemeente nodig hebben om huishoudelijke apparaten in te
                    nemen. Dit geldt bijvoorbeeld voor het Besluit beheer wit- en bruingoed
                    (voorheen het Besluit verwijdering wit- en bruingoed).</al><al>Mogelijke inzamelaars</al><al>Onderscheid kan worden gemaakt tussen de volgende inzamelaars.</al><al>De inzameldienst, die op grond van het eerste lid wordt aangewezen door het
                    college, belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.</al><al>Andere inzamelaars, die op grond van het tweede lid worden aangewezen door het
                    college, belast met de afzonderlijke inzameling van categorieën huishoudelijke
                    afvalstoffen.</al><al>Houders van een inzamelvergunning op grond van artikel 11 van deze verordening, belast met de afzonderlijke
                    inzameling van categorieën huishoudelijke afvalstoffen. Zie hiervoor artikel 11.</al><al>2e lid: Verzelfstandigde reinigingsdienst</al><al>Gemeenten die hun inzameltaken hebben overgedragen aan een verzelfstandigde
                    Reinigingsdienst, worden aangeraden om deze taken in hun geheel over te dragen
                    aan deze dienst (via het eerste lid van artikel
                        7) en geen gebruik te maken van de aanwijzingsmogelijkheid op basis
                    van het tweede lid van artikel
                        7. Zie voor meer informatie over de verzelfstandigde
                    reinigingsdiensten de VNG-ledenbrief ‘Verzelfstandiging van gemeentelijke
                    organisatieonderdelen’ van 24 juli 1996, lbr.nr. 96/166, FEZ/604822.</al><al>Europese aanbesteding</al><al>Wanneer een gemeentelijke overheid een opdracht te vergeven heeft, kan zij in
                    aanraking komen met aanbestedingsregelgeving (zowel Europees als nationaal).
                    Aanbesteden betreft een vorm van inkopen. De Europese aanbestedingsrichtlijnen
                    zijn onder andere opgesteld om binnen de Europese Unie en ten behoeve van het
                    totstandkomen van een interne markt, de vrije, eerlijke concurrentie te
                    stimuleren. Daarnaast zou een goede toepassing van de richtlijnen opdrachtgevers
                    moeten brengen tot een professioneler inkoopproces, waarbij integriteit van het
                    bestuur, transparantie en het verkrijgen van het beste product tegen de
                    voordeligste prijs (besparingen én efficiëntie derhalve) hoog in het vaandel
                    staan. In de praktijk betekent toepassing van de richtlijnen, dat - voordat
                    gemeenten contracten sluiten voor de uitvoering van (bouw)werken, voor
                    leveringen of voor dienstverlening aan de gemeente - moet worden bekeken of de
                    desbetreffende opdracht volgens een Europese procedure aanbesteed dient te
                    worden.</al><al>De Europese aanbestedingsregels kunnen bij het inzamelen van afval in een
                    gemeente van toepassing zijn op de aanschaf van middelen zoals (ondergrondse)
                    afvalcontainers, inzamelvoertuigen en minicontainers. Ook het uitbesteden van de
                    inzameldienst dient in vrijwel alle gevallen Europees te gebeuren.</al><al>Meer informatie over Europese en nationale aanbesteding kan worden gevonden op
                    www.vngnet.nl, beleidsveld Wonen en economie.</al><al><vet>Artikel 8 Afzonderlijke inzameling</vet></al><al>• Commentaar</al><al>(Voormalig artikel 4.2.2.2 model-APV)</al><al>1e lid Landelijk afvalbeheersplan</al><al>Het Landelijk afvalbeheerplan (LAP) benoemt in hoofdstuk 14 van deel 1
                    Beleidskader de volgende door de consument te scheiden afvalstoffen: groente-,
                    fruit- en tuinafval, papier en karton, glas, textiel, wit- en bruingoed, klein
                    chemisch afval, en componenten van grof huishoudelijk afval (grof tuinafval,
                    huishoudelijk bouw- en sloopafval, waaronder verduurzaamd hout).</al><al>Bij het vaststellen of wijzigen van de afvalstoffenverordening dient rekening te
                    worden gehouden met het LAP. In de opsomming in het eerste lid van dit artikel
                    is daarom aangesloten bij het LAP.</al><al>1e lid Provinciale milieuverordening</al><al>Gemeenten kunnen daarnaast op basis van de provinciale milieuverordening worden
                    verplicht om bepaalde categorieën huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk in te
                    zamelen en daarover regels op te nemen in de verordening. In de model-PMV van
                    het IPO betreft dit de categorieën oud papier en karton, glas, textiel en wit-
                    en bruingoed. In lid 1 genoemde categorieën komen overeen met de model-PMV. De
                    PMV´s worden op termijn vervangen door Algemene Maatregelen van Bestuur.</al><al>1e lid GFT-afval</al><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.21">Artikel 10.21 tweede lid, Wm</extref> verplicht gemeenten in ieder geval
                    tot de afzonderlijke inzameling van groente-, fruit- en tuinafval (GFT-afval).
                    Het Landelijk afvalbeheerplan (LAP) gaat er in ieder geval van uit dat GFT-afval
                    apart wordt ingezameld. Ook het ministerie van VROM houdt vast aan een
                    verplichte GFT-inzameling.</al><al>Desondanks is afwijking van deze verplichting mogelijk in het belang van een
                    doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen, bijvoorbeeld om redenen van de
                    GFT-kwaliteit, kostenniveau of de milieuhygiëne. Op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.26">artikel 10.26, eerste lid, onder c, Wm</extref> kan bij verordening worden
                    bepaald dat in een deel van het grondgebied geen huishoudelijke afvalstoffen
                    worden ingezameld. In dit geval is de inspraakverordening van toepassing en
                    stelt het college de inspecteur op de hoogte van het voornemen. Zie over dit
                    onderwerp ook de VNG-ledenbrief van 3 april 2003 (Lbr. 03/43).</al><al>2e lid Besluit beheer wit- en bruingoed</al><al>Ten slotte verplicht het Besluit beheer wit- en bruingoed (voorheen het Besluit
                    verwijdering wit- en bruingoed) gemeenten tot de gescheiden inzameling van wit-
                    en bruingoed, afkomstig van huishoudens. Voor groot wit- en bruingoed geldt de
                    inzamelplicht vanaf 1 januari 1999, voor klein wit- en bruingoed per 1 januari
                    2000. Het besluit heeft een bijlage waarin categorieën van producten zijn
                    aangewezen. In de Regeling aanwijzing producten wit- en bruingoed van 16 mei
                    1998 worden deze categorieën omschreven en het onderscheid tussen groot en klein
                    wit- en bruingoed aangegeven.</al><al>1e lid Aanvulling lijst met andere categorieën</al><al>De lijst genoemd in artikel 8
                        kan naar behoefte met andere categorieën worden uitgebreid. De
                    grondslag hiervoor is te vinden in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.21">artikel 10.21, derde lid, Wm,</extref> waarin gesteld wordt dat de raad kan
                    besluiten tot het afzonderlijk inzamelen van andere bestanddelen van
                    huishoudelijke afvalstoffen. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld , kunststof,
                    ijzer of autobanden.</al><al>1e lid Afstemming met artikel 14
                    Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</al><al>In artikel
                        14 is een verbod opgenomen om opgesomde categorieën anders dan
                    afzonderlijk ter inzameling aan te bieden. Afstemming van artikel 8 met artikel 14
                    is gewenst.</al><al>1e lid Uitspraak Raad van State over textiel</al><al>Textiel is een afvalstof in de zin van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=1.1">artikel 1.1, eerste lid, Wm</extref>. Dit blijkt uit een uitspraak
                    (voorlopige voorziening) van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van
                    State (ABRS 28 januari 2003, 200206958/1).</al><al>Het Intergemeentelijk Orgaan Rivierenland (IOR) had een inzamelvergunning voor
                    textiel verleend aan een charitatieve instelling. Het bestuur van het IOR
                    besloot uit oogpunt van doelmatigheid de inzameling van textiel zelf ter hand te
                    nemen en de samenwerking met de charitatieve instelling te beëindigen. In een
                    spoedprocedure bij de Raad van State werd door de instelling betoogd dat er geen
                    sprake was van een afvalstof, omdat het textiel met het oogmerk op hergebruik
                    werd ingeleverd en ingezameld.</al><al>De Raad van State oordeelde echter anders. Het ingezamelde textiel (draagbare en
                    niet-draagbare kleding, lakens, dekens, grote lappen stof en gordijnen) is aan
                    te merken als een huishoudelijke afvalstof, omdat de aangeboden kleding
                    kennelijk ongesorteerd wordt aangeboden en daarom nog een sorteerbewerking moet
                    ondergaan. Een deel van de ingezamelde textiel kan namelijk gebruikt worden
                    overeenkomstig de oorspronkelijke bestemming, een deel is slechts geschikt voor
                    een ander gebruik en een deel is onbruikbaar.</al><al>De Raad van State verwijst ook naar een uitspraak van het Hof van Justitie,
                    waarin werd geoordeeld dat het toepassingsgebied van het begrip afvalstof
                    afhangt van de term “zich ontdoen van”. In de genoemde feiten ligt volgens de
                    Raad van State een aanwijzing besloten dat de huishoudens zich van het textiel
                    hebben willen ontdoen, voornemens zijn zich daarvan te ontdoen of zich daarvan
                    moeten ontdoen. De inzameling is daarom primair een verantwoordelijkheid van de
                    lokale gemeente.</al><al>Voor de afvalstoffenverordening heeft de uitspraak van de Raad van State de
                    volgende consequentie.</al><al>Het is niet aannemelijk is dat een burger zijn textiel gesorteerd kan aanbieden.
                    Immers deze kan niet weten voor welke bestemming hij bijvoorbeeld lappen of
                    kleren aanbiedt (hergebruik, poetslap of onbruikbaar). Een sorteerbewerking
                    lijkt hierdoor altijd noodzakelijk. Gesteld kan worden dat de gemeente op grond
                    van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.22">artikel 10.22 Wm</extref> een zorgplicht heeft voor de inzameling van
                    textiel. Dat betekent overigens niet dat de gemeente deze inzameling zelf ter
                    hand moet nemen. De gemeente kan op grond van artikel 7,
                        tweede lid, van deze afvalstoffenverordening besluiten andere
                    inzamelaars aanwijzen die met de inzameling van het textiel belast zijn. Ook kan
                    het college op grond van artikel 11 van deze Afvalstoffenverordening besluiten een
                    inzamelvergunning te verlenen.</al><al>Benadrukt moet worden dat de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van
                    de Raad van State een voorlopige voorziening is en dat in een bodemprocedure
                    anders kan worden bepaald.</al><al>Uitvoeringsbesluit op grond van het tweede lid</al><al>In het tweede lid van deze bepaling is bepaald dat het college een omschrijving
                    kan vaststellen voor categorieën huishoudelijke afvalstoffen. Voor oud papier en
                    karton, glas en textiel kunnen bijvoorbeeld de volgende omschrijvingen worden
                    gehanteerd:</al><al>- oud papier en karton: droog en schoon oud papier en karton;</al><al>- glas: eenmalige glasverpakkingen;</al><al>- textiel: kleding en huishoudtextiel, zoals lakens, dekens, handdoeken en
                    dergelijke, schoeisel, grote lappen stof en gordijnen.</al><al>Een bredere omschrijving is mogelijk</al><al>Het vastleggen van een omschrijving van de verschillende categorieën
                    huishoudelijke afvalstoffen is van belang om te kunnen ingrijpen bij vervuiling
                    van de fracties vanwege verkeerd aanbiedgedrag. Een te zeer vervuilde fractie
                    kan leiden tot kostentoerekening voor de verwijdering door de be- of verwerker
                    aan de gemeente, en in het uiterste geval tot weigering van de ingezamelde
                    fractie.</al><al>Het verdient in dat verband aanbeveling om in het collegebesluit ook een
                    ‘welles-nietes’-lijst op te nemen, waarin is aangegeven welke componenten de
                    betreffende afvalcategorie omvat en welke daartoe juist niet behoren (zie
                    bijvoorbeeld de welles-nietes-lijsten in de VNG-handreiking Gescheiden
                    inzameling huishoudelijke afvalstoffen en in het gft-boekje van het Afval
                    Overleg Orgaan). De lijst kan worden aangepast aan lokale eisen (wel of geen
                    kattenbakvulling met milieukeur bij het gft-afval?).</al><al><vet>Artikel 9 Inzamelmiddelen en -voorzieningen</vet></al><al>• Commentaar</al><al>(Voormalig artikel 4.2.2.3 model-APV)</al><al>1e lid</al><al>In artikel 9
                    worden de niveaus van inzameling aangegeven. Hiermee wordt recht gedaan aan de
                    vervaging van het onderscheid tussen huis-aan-huisinzameling en inzameling via
                    brengvoorzieningen op verschillende niveaus.</al><al>1e lid, onder a Inzameling bij elk perceel(haalsysteem)</al><al>Op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.21">artikel 10.21, eerste lid, Wm</extref> is de gemeente verplicht tot het
                    wekelijks inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen bij elk binnen haar
                    grondgebied gelegen perceel. Op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.21">artikel 10.21, tweede lid, Wm</extref> wordt daarbij in ieder geval
                    groente-, fruit- en tuinafval afzonderlijk ingezameld.</al><al>De raad kan overigens afwijken van de wekelijkse inzamelfrequentie (zie het
                    commentaar op artikel
                        10 van deze verordening).</al><al>De inzameling bij elk perceel is individueel en vindt plaats bij elke woning via
                    een haalsysteem. De bewoners maken gebruik van individuele inzamelmiddelen,
                    zoals vuilniszakken of minicontainers.</al><al>1e lid, onder a Inzameling bij hoogbouw</al><al>Voor het bewaren en aanbieden van huishoudelijk afval kan van gemeentewege
                    eventueel een bewaar- of inzamelmiddel worden verstrekt. De inzamelmiddelen
                    worden buitengezet op de dag van inzameling. Bij hoogbouw kunnen inpandige
                    inzamelvoorzieningen worden getroffen, zoals stortkokers of containers.
                    Benadrukt moet worden dat een of meer inzamelcontainers bij één flat, moet
                    worden gezien als inzameling bij elk perceel. Zie ook voor inpandige
                    inzamelvoorzieningen ook het commentaar op artikel 16.</al><al>1e lid, onder b Inzameling nabij elk perceel(brengsysteem)</al><al>In afwijking van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.21">artikel 10.21 Wm</extref> kan de raad op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.26">artikel 10.26 eerste lid, onder b, Wm</extref> bij verordening besluiten
                    dat - in plaats van bij elk perceel - nabij elk perceel wordt ingezameld.
                    Gemeenten moeten daarbij wel voldoen aan randvoorwaarden die zijn opgenomen in
                    de ‘Regeling voorwaarden inzamelen huishoudelijke afvalstoffen nabij elk
                    perceel’. Deze regeling is in november 1998 in werking getreden (zie ook <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.26">artikel 10.26, vierde lid, Wm</extref>).</al><al>Indien de raad besluit tot de inzameling nabij elk perceel, is hij verplicht om
                    de Inspraakverordening toe te passen (zie <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.26">artikel 10.26, tweede lid, Wm</extref>). Daarnaast is het college verplicht
                    om de inspecteur op de hoogte te stellen van het voornemen tot dit besluit (zie
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.26">artikel 10.26, derde lid, Wm</extref>).</al><al>Voor de inzameling nabij elk perceel wordt gebruik gemaakt van collectieve
                    inzamelmiddelen, brengsystemen waar een groep huishoudens gezamenlijk gebruik
                    van maakt. Huishoudelijk afval wordt dus niet bij elk perceel - bij elke woning
                    - opgehaald, maar vanaf een centraal punt bij voor meerdere huishoudens
                    gezamenlijk. De huishoudens beschikken over individuele bewaarmiddelen en moeten
                    deze brengen naar de plaats waar het collectieve inzamelmiddel staat
                    opgesteld.</al><al>Inzameling nabij elk perceel: clusterplaatsen en inzamelvoorzieningen</al><al>Inzameling nabij elk perceel kan op de volgende manieren plaatsvinden, via
                    clusterplaatsen en via inzamelcontainers nabij elk perceel.</al><al>Een inzamelcontainer kan boven- of ondergronds zijn.</al><al>Een clusterplaats is een plaats waar de burger het inzamelmiddel op de dag van
                    ophalen naar toe brengt. Voorbeelden van clusterplaatsen zijn: een parkje, een
                    pleintje, een parkeerplaats waar op de dag van inzameling niet mag worden
                    geparkeerd of een centrale plaats op de stoep.</al><al>Voor beide vormen van collectieve inzameling geldt dat de inzameling
                    laagdrempelig moet zijn.</al><al>Voor de clusterplaats geldt dat dit het geval is als de afstand tussen perceel
                    en clusterplaats niet meer is dan 75 meter, waarbij de raad in bijzondere
                    gevallen maximaal 125 meter kan toestaan.</al><al>Voor de inzamelvoorzieningen geldt hetzelfde, echter aangevuld met een aantal
                    extra eisen. Deze eisen zijn: de inzamelvoorziening is voor een ieder goed
                    bereikbaar en toegankelijk, de afvalstoffen kunnen eenvoudig worden
                    achtergelaten en er wordt tussen clusterplaatsen en overige inzamelwijzen nabij
                    elk perceel (de zogenaamde inzamelvoorzieningen gelegenheid gegeven om ten
                    minste 12 aaneengesloten uren per week huishoudelijke afvalstoffen aan te
                    bieden.</al><al>Handreiking inzamelen bij / nabij elk perceel</al><al>Naar aanleiding van deze regeling heeft de VNG de ‘Handreiking inzamelen
                    bij/nabij elk perceel’ opgesteld, die in 1999 verschenen is (ISBN 90 322 7344
                    2). Deze handreiking gaat in op de keuze tussen bij en nabij elk perceel
                    inzamelen en beoogt het bieden van een afwegingskader van alle lokale belangen.
                    Uitgegaan wordt van een gelijkwaardigheid van beide inzamelwijzen.</al><al>1e lid, onder c Inzamelvoorziening op wijkniveau</al><al>Gedacht kan worden aan zogenaamde wijkcontainers waar de burger bijvoorbeeld
                    glas en oud papier en karton naar toe brengt.</al><al>Uitvoeringsbesluit op grond van het 2e lid</al><al>Het college kan voor iedere gebruiker van een perceel per categorie
                    huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen via welk(e) inzamelmiddel of -voorziening
                    wordt ingezameld. De inzamelmiddelen kunnen van gemeentewege worden verstrekt of
                    geplaatst, of moeten door de burger zelf worden aangeschaft.</al><al>Bij dit uitvoeringsbesluit kan worden gedacht aan een overzicht van de gemeente,
                    waarop is aangegeven waar ingezameld wordt via inzamelmiddelen voor de gebruiker
                    van een perceel, dan wel via inzamelvoorzieningen voor een groep gebruikers van
                    percelen.</al><al>Wat betreft de inzamelvoorzieningen op wijkniveau (zoals glasbakken) en de
                    brengdepots kan eventueel worden volstaan met het aanwijzen van de categorie van
                    huishoudelijk afval waarvoor de voorziening is bestemd (dit kan bijvoorbeeld
                    door het aanbrengen van een pictogram op de container). Het opstellen van een
                    dergelijk overzicht is bewerkelijker naarmate de variatie in inzamelmiddelen en
                    -voorzieningen tussen gebruikers groter is.</al><al>In de artikelen 15 tot en met 18 wordt naar artikel 9, tweede
                        lid, terugverwezen. Specifieke aanwijzing van de groep gebruikers
                    van percelen die hun afvalstoffen via een bepaalde inzamelvoorziening mogen (of
                    moeten) aanbieden, kan van belang zijn om tegen te gaan dat ook inwoners uit
                    andere delen van de gemeente gebruik maken van de inzamelvoorziening, met als
                    gevolg bijvoorbeeld een (vroegtijdig) overvolle container.</al><al>Het aanwijzen van een groep gebruikers is noodzakelijk indien de
                    afvalstoffenheffing binnen de gemeente wordt gedifferentieerd naar het aanbod
                    van afval.</al><al><vet>Artikel 10 Frequentie van inzamelen</vet></al><al>• Commentaar</al><al>(Voormalig artikel 4.2.2.4 model-APV)</al><al>Wekelijkse inzamelfrequentie</al><al>De gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijk afval en
                    groente-, fruit- en tuinafval bij elk perceel is op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.21">artikel 10.21, eerste lid, respectievelijk tweede lid, Wm</extref> gesteld
                    op tenminste eenmaal per week. <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.21">Artikel 10.21, eerste lid, Wm</extref> bepaalt dat de gemeente, al dan niet
                    in samenwerking met andere gemeenten, er voor zorg draagt dat tenminste eenmaal
                    per week de huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij elk binnen haar
                    grondgebied gelegen perceel. Op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.21">artikel 10.21, tweede lid, Wm</extref> wordt daarbij in ieder geval
                    groente-, fruit- en tuinafval afzonderlijk ingezameld.</al><al>De wekelijkse inzamelplicht bij elk perceel geldt uitdrukkelijk niet voor grove
                    huishoudelijke afvalstoffen (zie ook <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.21">artikel 10.21, eerste lid, Wm</extref>). Wel geldt voor deze categorie
                    huishoudelijke afvalstoffen op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.21">artikel 10.22, eerste lid, onder a en b, Wm</extref> een zorgplicht.</al><al>1e lid</al><al>Het eerste lid is een uitwerking van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.26">artikel 10.26, eerste lid, onder b, Wm</extref>, dat de mogelijkheid biedt
                    om af te wijken van de wekelijkse inzamelfrequentie van huishoudelijk afval en
                    groente-, fruit- en tuinafval.</al><al>Huishoudelijke afvalstoffen mogen - in het belang van een doelmatig beheer -
                    worden ingezameld met een bij de verordening aangegeven regelmaat.</al><al>In dit lid is vastgelegd met welke frequentie de huishoudelijke afvalstoffen bij
                    elk perceel worden ingezameld. Dit kan gebeuren door in het eerste lid van
                        artikel 10 een
                    andere inzamelfrequentie bij elk perceel (bijvoorbeeld eenmaal per 2 weken) vast
                    te leggen.</al><al>Indien de raad besluit tot afwijking van de wekelijkse inzamelfrequentie, is de
                    raad verplicht om de inspraakverordening toe te passen (zie <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.26">artikel 10.26, tweede lid, Wm</extref>). Daarnaast is het college verplicht
                    om de inspecteur op de hoogte te stellen van het voornemen tot dit besluit (zie
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.26">artikel 10.26, derde lid, Wm</extref>).</al><al>2e lid</al><al>Het tweede lid is een uitwerking van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.26">artikel 10.26, eerste lid, onder a, Wm</extref>, dat de mogelijkheid biedt
                    om - in het belang van een doelmatig beheer - huishoudelijke afvalstoffen nabij
                    elk perceel in te zamelen. Zie voor een uitgebreide toelichting voor de
                    inzameling nabij elk perceel het commentaar onder artikel 9.</al><al>Op grond van het tweede lid wordt de frequentie van inzameling van
                    huishoudelijke afvalstoffen nabij elk perceel geregeld. Dit is vooral van belang
                    voor de zogenaamde clusterplaatsen.</al><al>3e lid</al><al>Het derde lid kan worden gebruikt om een afwijking van de inzamelfrequentie in
                    een deel van de gemeente vast te leggen.</al><al>4e lid</al><al>Het vierde lid regelt het niet bij elk perceel inzamelen van huishoudelijke
                    afvalstoffen in een deel van de gemeente. De basis hiervoor wordt gevonden in
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.26">artikel 10.26, eerste lid, onder c, Wm</extref>. De raad kan namelijk, in
                    afwijking van 10.21 Wm, bepalen dat - in het belang van een doelmatig beheer -
                    in een gedeelte van het grondgebied van de gemeente geen huishoudelijke
                    afvalstoffen worden ingezameld. Bij ‘een deel van de gemeente’ kan gedacht
                    worden aan het aanwijzen van bepaalde wijken, maar ook aan bepaalde
                    bebouwingstypen.</al><al>Indien de raad besluit tot het niet bij elk perceel inzamelen is zij verplicht
                    om de Inspraakverordening toe te passen (zie <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.26">artikel 10.26, tweede lid, Wm</extref>). Daarnaast is het college verplicht
                    om de inspecteur op de hoogte te stellen van het voornemen tot dit besluit (zie
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.26">artikel 10.26, derde lid, Wm</extref>).</al><al>5e tot en met 8e lid</al><al>Het vijfde tot en met het achtste lid regelt hetzelfde als het eerste tot en met
                    het vierde lid, maar dan voor groente-, fruit- en tuinafval.</al><al>9e lid</al><al>Het college kan op basis van het negende lid de frequentie van inzameling bij
                    elk perceel bepalen van andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen dan
                    huishoudelijk restafval en groente-, fruit- en tuinafval. Dit artikel heeft
                    alleen betrekking op de categorieën huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk
                    bij elk perceel worden ingezameld en is beperkt tot het regelen van de
                    frequentie van inzamelen.</al><al>De dagen en tijden waarop huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen
                    worden aangeboden, kunnen worden geregeld op basis van artikel
                        20 van deze verordening.</al><al>Verplichting gemeente bij afwijking van de inzamelfrequentie genoemd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.21">artikel 10.21 Wm</extref>.</al><al>Indien de gemeente op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.26">artikel 10.26 onder a, b en c, Wm</extref> bij verordening afwijkt van de
                    inzamelfrequentie genoemd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.21">artikel 10.21 Wm</extref>, is zij op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.27">artikel 10.27 Wm</extref> verplicht om op ten minste één daartoe ter
                    beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee
                    wordt samengewerkt, in voldoende mate gelegenheid te bieden om huishoudelijke
                    afvalstoffen achter te laten.</al><al><vet>Artikel 11 Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens
                        vergunning</vet></al><al>• Commentaar</al><al>(Voormalig artikel 4.2.2.5 model-APV)</al><al>De inzamelvergunning</al><al>Gemeenten zijn belast met de zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijke
                    afvalstoffen. Zij hebben daarmee ook het recht om te bepalen dat het verboden is
                    aan andere dan de door het college aangewezen inzameldienst en instanties om
                    huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij zij daartoe beschikken over
                    een vergunning van het college. Op basis van artikel 4 van deze
                    verordening kunnen aan de vergunning voorschriften en beperkingen worden
                    verbonden in het belang van de bescherming van het milieu.</al><al>De Memorie van Toelichting zegt dat op basis van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.24">artikel 10.24, derde lid, Wm</extref> regels kunnen worden gesteld voor het
                    inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. Hierbij gaat het vooral om de
                    inzameling van bestanddelen van het huishoudelijk afval door anderen dan de
                    inzameldienst, bijvoorbeeld de inzameling van oude kleding door charitatieve
                    instellingen. Deze regels kunnen een vergunningstelsel voor de inzameling van
                    huishoudelijke afvalstoffen door anderen inhouden, behoudens voorzover daarin is
                    voorzien in een amvb op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.17">artikel 10.17</extref>.</al><al>3e lid</al><al>In dit kader is de brede omschrijving die in artikel 1 is gegeven van het
                    begrip inzamelen van belang. Ook het innemen van huishoudelijke afvalstoffen in
                    de winkel (bijvoorbeeld batterijen, tl-lampen, huishoudelijke apparaten) valt
                    hieronder. Wanneer de gemeente deze serviceverlening op prijs stelt en hiervoor
                    geen vergunning wil vereisen, kunnen de betreffende winkels op grond van artikel 7,
                        tweede lid, door het college worden aangewezen als inzamelende
                    persoon of instantie.</al><al>4e lid</al><al>Het vierde lid is nodig omdat het inzamelverbod behoudens vergunning niet mag
                    gelden voor personen of instanties die bij amvb in het kader van
                    producentenverantwoordelijkheid een inzamelplicht hebben gekregen. Gemeenten
                    kunnen in deze gevallen geen vergunningplicht hanteren (zie het commentaar
                        bij artikel 7).</al><al><vet>Artikel 12 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                        afvalstoffen aan anderen</vet></al><al>• Commentaar</al><al>(Voormalig artikel 4.2.3.1 model-APV)</al><al>1e lid</al><al>Burgers mogen hun afvalstoffen alleen aanbieden aan de krachtens in het eerste lid
                        van artikel 7 aangewezen inzameldienst, andere inzamelaars die zijn
                    aangewezen krachtens het tweede lid
                        van artikel 7 en houders van een inzamelvergunning.</al><al>2e lid</al><al>Het tweede lid is nodig, omdat het in het eerste lid gestelde verbod niet van
                    toepassing is indien sprake is van een inzamelplicht die personen of instanties
                    hebben gekregen bij amvb in het kader van producentenverantwoordelijkheid (zie
                    het commentaar bij de artikelen
                        7 en 11). In dit geval mag de burger zijn huishoudelijke afvalstoffen,
                    zoals bijvoorbeeld wit- en bruingoed, ook aan deze personen of instanties
                    aanbieden.</al><al><vet>Artikel 13 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                        afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen</vet></al><al>• Commentaar</al><al>(Voormalig artikel 4.2.3.2 model-APV)</al><al>1e lid</al><al>Dit artikel bepaalt dat alleen diegenen die binnen de gemeente
                    afvalstoffenheffing betalen, huishoudelijke afvalstoffen mogen aanbieden aan de
                    inzameldienst. Achtergrond van dit artikel is de toename in het illegaal
                    aanbieden van afvalstoffen door inwoners van andere gemeenten (afvaltoerisme) of
                    door bedrijven van binnen en buiten de eigen gemeente, die op deze manier de
                    kosten van de verwijdering van hun afvalstoffen willen ontlopen.</al><al>Een aantal gemeenten heeft een apart artikel in hun afvalstoffenverordening
                    opgenomen om afvaltoerisme tegen te gaan. Deze zou als volgt kunnen luiden.</al><al>“Het is aan personen, die geen woon- of verblijfplaats in de gemeente ...
                    hebben, verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden of
                    achter te laten.”</al><al>De keuze voor de formulering ‘anderen dan de gebruikers van ...’ is gekoppeld
                    aan de Verordening reinigingsrechten. Overigens is het natuurlijk niet de
                    bedoeling om te verbieden dat degene die de heffing betaalt zijn afvalstoffen
                    door iemand anders laat aanbieden namens hem.</al><al>2e lid</al><al>Het tweede lid is toegevoegd omdat het wenselijk kan zijn om ook te reguleren
                    wat mag worden aangeboden aan een houder van een inzamelvergunning. Dit kan
                    bijvoorbeeld van belang zijn in verband met afspraken in het kader van
                    producentenverantwoordelijkheid, waarbij de afnamegarantie ‘ten minste om niet’
                    voor onder andere oud papier en karton alleen geldt voor papier en karton
                    ingezameld bij huishoudens (dus niet bij bedrijven).</al><al>Recreatiewoningen</al><al>Geldt er een zorgplicht voor de gemeente voor de inzameling van huishoudelijke
                    afvalstoffen bij recreatiewoningen? Er zijn twee situaties mogelijk.</al><al>In de eerste plaats kan een recreatiewoning deel uitmaken van een inrichting in
                    de zin van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer.</extref> Er is sprake van een inrichting zodra er een
                    technische, organisatorische of functionele samenhang is. Dit is bijvoorbeeld zo
                    wanneer het gaat om een recreatiepark of als er voor de recreatiewoningen veel
                    gezamenlijk is geregeld. Bij recreatiewoningen die vaak worden verhuurd is gauw
                    sprake van een organisatorische samenhang. Indien er gezamenlijke technische
                    voorzieningen zijn (bijvoorbeeld gastanks of warmwatervoorzieningen) is er ook
                    al gauw sprake van een inrichting. Vrijkomend afval moet dan worden gezien als
                    bedrijfsafval. De verantwoordelijkheid voor de verwijdering van bedrijfsafval
                    ligt in dat geval bij de houder van de inrichting. De regels die hiervoor
                    gelden, staan in Besluit Horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen.</al><al>Maken de recreatiewoningen geen onderdeel uit van een inrichting in de zin van
                    de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref>, dan is het vrijkomende afval huishoudelijk
                    afval. Van belang is vervolgens de vraag of er op het perceel geregeld
                    huishoudelijke afvalstoffen vrijkomen. <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.22">Artikel 10.22, eerste lid, Wm</extref> verklaart de zorgplicht van de
                    gemeente namelijk van toepassing indien er op een perceel geregeld
                    huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. Daartegenover staat dat de gemeente
                    in dat geval ook een afvalstoffenheffing kan heffen. Omgekeerd geldt ook
                    hetzelfde. Ontstaan er op een perceel niet geregeld huishoudelijke afvalstoffen,
                    dan geldt de zorgplicht van de gemeente niet en kan eveneens geen
                    afvalstoffenheffing worden geheven.</al><al>In sommige gevallen kan de inzameling van huishoudelijk afval niet doelmatig
                    zijn, bijvoorbeeld wanneer de recreatiewoningen vrijwel onbereikbaar zijn). In
                    dat geval kan de raad op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.26">artikel 10.26, eerste lid, onder b en c, Wm</extref> beslissen dat op een
                    deel van het grondgebied niet of met een andere regelmaat wordt ingezameld (zie
                    ook <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.26">artikel 10.26, tweede en derde lid, Wm</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.27">artikel 10.27 Wm</extref>). Zie hiervoor ook artikel 10.</al><al><vet>Artikel 14 Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</vet></al><al>• Commentaar</al><al>(Voormalig artikel 4.2.3.3 model-APV)</al><al>Landelijk afvalbeheersplan</al><al>Het Landelijk afvalbeheerplan (LAP) benoemt in hoofdstuk 14 van deel 1
                    Beleidskader de volgende door de consument te scheiden afvalstoffen: groente-,
                    fruit- en tuinafval, papier en karton, glas, textiel, wit- en bruingoed, klein
                    chemisch afval, en componenten van grof huishoudelijk afval (grof tuinafval,
                    huishoudelijk bouw- en sloopafval, waaronder verduurzaamd hout).</al><al>Bij het vaststellen of wijzigen van de afvalstoffenverordening dient rekening te
                    worden gehouden met het LAP. In de opsomming in het eerste lid van dit artikel
                    is derhalve aangesloten bij het LAP.</al><al>GFT-afval</al><al>Afwijking van de wettelijke inzamelplicht van groente-, fruit- en tuinafval is
                    mogelijk in het belang van een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen,
                    bijvoorbeeld om redenen van de GFT-kwaliteit, kostenniveau of de milieuhygiëne.
                    Op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.26">artikel 10.26, eerste lid, onder c, Wm</extref> kan bij verordening worden
                    bepaald dat in een deel van het grondgebied geen huishoudelijke afvalstoffen
                    worden ingezameld. In dit geval is de inspraakverordening van toepassing en
                    stelt het college de inspecteur op de hoogte van het voornemen. Zie over dit
                    onderwerp ook de VNG-ledenbrief van 3 april 2003 (Lbr. 03/43). Zie ook het
                    commentaar op artikel
                        8.</al><al>Afstemming met artikel
                        8 Afzonderlijke inzameling</al><al>In artikel 8 is een
                    opsomming opgenomen van de categorieën huishoudelijke afvalstoffen die
                    afzonderlijk worden ingezameld. Artikel 14
                    houdt een verbod in voor de burger. Afstemming van artikel 8 met artikel 14
                    is gewenst. Ook wordt verwezen naar het commentaar op artikel 8 en wel de lijst
                    met mogelijke uitbreidingen.</al><al>Ongeadresseerd reclamedrukwerk</al><al>Om het afzonderlijk ter inzameling aanbieden van oud papier te bevorderen,
                    hebben een aantal gemeenten hierover een artikel in hun afvalstoffenverordening
                    opgenomen.</al><al>“Het is verboden ongeadresseerd reclamedrukwerk te bezorgen of te laten bezorgen
                    bij een woning, bedrijf of woonschip, indien de bewoner ervan of gebruiker ervan
                    duidelijk kenbaar heeft gemaakt (op een door het college vastgestelde wijze)
                    geen prijs te stellen op het ontvangen van ongeadresseerd reclamedrukwerk.”</al><al><vet>Artikel 15 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een
                        inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel</vet></al><al>• Commentaar</al><al>(Voormalig artikel 4.2.3.4 model-APV)</al><al>Bij inzamelmiddelen voor de gebruiker van een perceel kan worden gedacht aan
                    vaste inzamelmiddelen, zoals minicontainers, afvalemmers, kratjes, kca-boxen en
                    dergelijke, maar ook aan huisvuilzakken of big bags waarin asbesthoudend afval
                    moet worden verpakt.</al><al>Al dan niet van gemeentewege verstrekte inzamelmiddelen</al><al>De inzamelmiddelen kunnen al dan niet van gemeentewege worden verstrekt.</al><al>Het eerste lid betreft het verbod om categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                    anders aan te bieden dan via een aangewezen of van gemeentewege verstrekt
                    inzamelmiddel.</al><al>Het tweede lid betreft een verbod om categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                    anders aan te bieden dan via een niet van gemeentewege verstrekt inzamelmiddel.
                    De burger dient dit aangewezen inzamelmiddel zelf aan te schaffen.</al><al>Uitvoeringsbesluiten</al><al>Artikel 15 biedt tevens de basis tot het stellen van diverse
                    regels die relevant zijn voor de bedoelde inzamelmiddelen. In het onderstaande
                    wordt (niet uitputtend) aangegeven welke regels door het college kunnen worden
                    gesteld.</al><al>Uitvoeringsbesluiten op grond van het derde lid</al><al>Plaats van aanbieden. Bepaald kan worden dat het inzamelmiddel op de krachtens
                        artikel 20 vastgestelde inzameldag langs de inzamelroute op de weg
                    kan worden geplaatst, eventueel uit te breiden met nadere aanwijzingen voor een
                    specifiek verzamelpunt voor het plaatsen van de inzamelmiddelen. Dit kan
                    gebeuren vanuit oogpunt van verkeersveiligheid, maar bijvoorbeeld ook om redenen
                    van doelmatige inzameling en arbeidsbelasting. In de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer%20">Wet milieubeheer</extref> (‘inzameling nabij de percelen’) is hiervoor
                    uitdrukkelijk de bevoegdheid gecreëerd.</al><al>Voorgeschreven kan worden dat bepaalde categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                    (met name klein chemisch afval) niet op de weg mogen worden geplaatst, maar
                    persoonlijk moeten worden aangeboden aan de inzamelaar.</al><al>Verder kan worden bepaald dat het inzamelmiddel zodanig op de weg moet worden
                    geplaatst dat het voetgangers- en overige verkeer niet wordt gehinderd of in de
                    doorgang wordt belemmerd en gevaar of schade wordt voorkomen.</al><al>Wijze van aanbieden. Gedacht kan worden aan de volgende regels:</al><al>- het inzamelmiddel dient goed gesloten te zijn;</al><al>- er mag geen sprake zijn van uitsteeksels, die kunnen leiden tot verwondingen
                    of het scheuren van de huisvuilzak.</al><al>Uitvoeringsbesluit op grond van het vierde lid</al><al>Maximaal gewicht en maximaal aantal inzamelmiddelen per keer. Het maximaal
                    toelaatbare gewicht zal onder meer samenhangen met de wijze van inzameling, de
                    toelaatbare arbeidsbelasting van de huisvuilbeladers, het gebruikte
                    inzamelvoertuig. Behalve een beperking aan het gewicht per inzamelmiddel kan ook
                    een beperking worden opgelegd naar aantal inzamelmiddelen dat per keer mag
                    worden aangeboden. Er kan op dit punt een koppeling worden gelegd met de
                    tarieven in de belastingverordening. Overigens moet daarbij wel worden gelet op
                    de handhaafbaarheid van de bepaling.</al><al>Uitvoeringsbesluit op grond van het vijfde lid</al><al>Voorwaarden waaronder het inzamelmiddel wordt verstrekt. Op grond van dit lid
                    kan het college regels stellen over voorwaarden waaronder het inzamelmiddel
                    wordt verstrekt. Gedacht kan worden aan de juridische basis van de verstrekking
                    (bijvoorbeeld bruikleenovereenkomst), regels in geval van verhuizing van een
                    gebruiker van een perceel, aansprakelijkheid voor de schade of verdwijning van
                    het verstrekte inzamelmiddel).</al><al>Gebruik en reiniging van het verstrekte inzamelmiddel. Met betrekking tot het
                    gebruik van vaste inzamelmiddelen kunnen bijvoorbeeld regels worden gesteld rond
                    het aanbrengen van veranderingen aan de container. Dit kan in het bijzonder
                    relevant zijn wanneer de gemeente ook met herkenningssystemen voor individuele
                    containers werkt. Daarnaast kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een verbod op
                    het deponeren van hete vloeistoffen in de container. Bepaald kan worden dat het
                    inzamelmiddel in het belang van de doelmatige verwijdering (voorkomen dat afval
                    in de container blijft plakken) regelmatig wordt gereinigd. De burger kan dit
                    eventueel uitbesteden, maar blijft zelf verantwoordelijk voor de naleving van de
                    regels gesteld krachtens de verordening.</al><al>Uitvoeringsbesluit op grond van het zesde lid</al><al>Eisen aan het inzamelmiddel. Wanneer het inzamelmiddel niet door de gemeente
                    wordt verstrekt, kan worden vereist dat het inzamelmiddel aan bepaalde normen
                    voldoet (bijvoorbeeld de NEN-norm voor huisvuilzakken). Ook kan via deze
                    bepaling worden geregeld dat alleen huisvuilzakken met een gepatenteerde
                    gemeentelijke opdruk mogen worden gebruikt indien wordt gewerkt met een systeem
                    van dure zakken als vorm van tariefdifferentiatie. Voor bepaalde categorieën
                    huishoudelijke afvalstoffen (bijvoorbeeld asbest) kunnen specifieke eisen aan
                    het inzamelmiddel worden gesteld.</al><al>8e lid</al><al>De bepaling dat anderen dan de gebruiker van een perceel geen afvalstoffen via
                    het individuele inzamelmiddel mogen aanbieden is vooral van belang in gemeenten
                    waar het tarief van de afvalstoffenheffing wordt gedifferentieerd op basis van
                    de hoeveelheid aangeboden afval (DIFTAR). Overigens is hier natuurlijk niet
                    bedoeld te verbieden dat iemand anders - bijvoorbeeld een gezinslid, of de
                    buurman - namens de gebruiker van het perceel (dit is degene die de
                    afvalstoffenheffing betaalt) het inzamelmiddel buiten zet.</al><al><vet>Artikel 16 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een
                        inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen</vet></al><al>• Commentaar</al><al>(Voormalig artikel 4.2.3.5 model-APV)</al><al>Artikel 16 betreft inzamelvoorzieningen nabij de percelen voor
                    huishoudelijk restafval en groente-, fruit- en tuinafval.</al><al>Uitvoeringsbesluit op grond van het derde lid</al><al>Regels die door het college kunnen worden gesteld ten aanzien van
                    inzamelcontainers omtrent de wijze van aanbieding zijn bijvoorbeeld:</al><lijst><li nr="-"><al>de afvalstoffen dienen in een goed gesloten zak in de verzamelcontainer
                            te worden gedeponeerd;</al></li><li nr="-"><al>de verzamelcontainer dient na gebruik goed te worden gesloten;</al></li><li nr="-"><al>het is verboden afvalstoffen naast de verzamelcontainer te plaatsen</al></li><li nr="-"><al>het al dan niet mogen gebruiken van zakken voor groente-, fruit- en
                            tuinafval.</al></li></lijst><al>Inpandige inzamelvoorzieningen</al><al>In hoogbouw kan een inpandige inzamelvoorziening aanwezig zijn als bewaarmiddel
                    voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen voor meerdere huishoudens.
                    Indien daartoe behoefte bestaat, kan er een extra artikel in de
                    afvalstoffenverordening worden opgenomen.</al><al>“Het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in een inpandige
                    inzamelvoorziening.</al><al>Het college kan regels stellen over het ter inzameling aanbieden van
                    huishoudelijke afvalstoffen in een inpandige inzamelvoorziening.”</al><al>Gedacht kan worden aan regels over dagen en tijden, de wijze van aanbieden en
                    het afsluiten van de inpandige inzamelvoorziening.</al><al><vet>Artikel 17 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via
                        inzamelvoorzieningen op wijkniveau</vet></al><al>• Commentaar</al><al>(Voormalig artikel 4.2.3.6 model-APV)</al><al>Bij inzamelvoorzieningen op wijkniveau kan in de eerste plaats worden gedacht
                    aan glasbakken, textielbakken, en dergelijke. Dit zijn permanent aanwezige
                    voorzieningen. De voorzieningen op wijkniveau kunnen ook mobiel of niet
                    permanent aanwezig zijn. Voorbeelden van dergelijke mobiele voorzieningen zijn
                    de chemokar en ‘afvaleilanden’ die gedurende een bepaalde periode in de wijk
                    aanwezig zijn. Het gebruik van de wijkvoorzieningen is niet beperkt tot de
                    gebruikers van een bepaalde groep percelen. Volgens de model-PMV kan de gemeente
                    in het belang van de doelmatige verwijdering van kca, glas, oud papier en karton
                    en textiel bepalen dat dit afval dient te worden gebracht naar een door de
                    gemeente aangewezen plaats.</al><al><vet>Artikel 18 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een
                        brengdepot op lokaal of regionaal niveau</vet></al><al>• Commentaar</al><al>(Voormalig artikel 4.2.3.7 model-APV)</al><al>Brengdepot</al><al>Met de term ‘brengdepots’ wordt gedoeld op bemande voorzieningen op lokaal of
                    regionaal niveau waar meerdere afvalcomponenten heen kunnen worden gebracht.
                    Wanneer het een brengdepot op regionaal niveau betreft, zal de vaststelling van
                    de wijze waarop afvalstoffen bij het depot kunnen worden aangeboden, vaak
                    overgedragen zijn aan het bestuur van de regio. De bepaling in het derde lid van
                    dit artikel zal daarop moeten worden aangepast.</al><al>Wettelijke plicht brengdepots in een aantal gevallen</al><al>Op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.27">artikel 10.27 Wm</extref> is een gemeente in een aantal gevallen verplicht
                    om op tenminste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente
                    (of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt) een brengdepot te
                    realiseren.</al><al>Het gaat om de gevallen waarin de raad op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.26">artikel 10.26, eerste lid, onder a, b en c, Wm</extref> afwijkt van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.21">artikel 10.21 Wm</extref>: inzameling nabij elk perceel, inzameling met een
                    bij verordening aangegeven regelmaat en uitsluiting van inzameling op een deel
                    van het grondgebied van de gemeente.</al><al><vet>Artikel 19 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen zonder
                        inzamelmiddel</vet></al><al>• Commentaar</al><al>(Voormalig artikel 4.2.3.8 model-APV)</al><al>Uitvoeringsbesluit op grond van het eerste lid</al><al>De mogelijkheid om huishoudelijke afvalstoffen te kunnen aanbieden zonder
                    inzamelmiddel of -voorziening (bij het perceel of op een ander inzamelniveau) is
                    vooral van belang voor grof huisvuil of grof tuinafval.</al><al>Uitvoeringsbesluit op grond van het tweede lid</al><al>Ten aanzien van die componenten kan bepaald worden dat deze bijvoorbeeld
                    gebundeld dienen te worden aangeboden. Ook kan worden gedacht aan de inzameling
                    van oud papier en karton, gebundeld of in kartonnen dozen.</al><al>Uitvoeringsbesluit op grond van het derde lid</al><al>Op grond van het derde lid kunnen regels gesteld worden over het volume, gewicht
                    of afmetingen.</al><al><vet>Artikel 20 Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden</vet></al><al>• Commentaar</al><al>(Voormalig artikel 4.2.3.9 model-APV)</al><al>Uitvoeringsbesluit op grond van het eerste lid</al><al>Bij het vaststellen van de dagen en tijden kan in het besluit van het college
                    een onderscheid worden gemaakt naar de verschillende niveaus van inzameling en
                    de daarbij gehanteerde inzamelmiddelen en -voorzieningen. Voor de inzameling via
                    een inzamelroute bij de percelen kan worden gedacht aan de volgende regels:</al><al>- plaatsing op de weg mag niet geschieden vóór … uur op de vastgestelde
                    inzameldag of de dag voorafgaande aan de vastgestelde inzameldag;</al><al>- bij vaste inzamelmiddelen: het inzamelmiddel dient zo spoedig mogelijk na
                    lediging, doch uiterlijk voor ... uur op de vastgestelde inzameldag, van de weg
                    te zijn verwijderd;</al><al>Bepaald kan ook worden dat inzameling bij het perceel op afroep plaatsvindt.
                    Afvalstoffen kunnen dan worden aangeboden op de dag die, na de melding van de
                    burger dat hij bepaalde afvalstoffen ter inzameling wil aanbieden, wordt
                    aangewezen (niet voor ... uur op de vastgestelde inzameldag).</al><al>Met betrekking tot verzamel- en wijkcontainers kan worden bepaald dat de burger
                    zijn afvalstoffen niet mag aanbieden tussen ... en ... uur.</al><al>Ten slotte kunnen op basis van dit artikel de openingstijden van brengdepots
                    worden vastgelegd. Wanneer dit een regionaal depot betreft en de vaststelling
                    van de openingstijden is overgedragen aan het bestuur van de regio, dient dat in
                    dit artikel tot uitdrukking te komen.</al><al><vet>Artikel 21 Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van
                        huishoudelijke afvalstoffen</vet></al><al>• Commentaar</al><al>(Voormalig artikel 4.2.3.10 model-APV)</al><al>Dit artikel biedt de grondslag voor een door het college vast te stellen
                    calamiteitenregeling. Een dergelijke (eventueel tijdelijke) regeling zou
                    bijvoorbeeld nodig kunnen zijn in geval van stakingen, etc.</al><al>Ook kan worden gedacht aan een regeling voor het aanbieden van huishoudelijke
                    afvalstoffen bij wegopbrekingen.</al><al><vet>§ 4 Inzameling van bedrijfsafvalstoffen</vet></al><al>Artikel 22 Inzameling bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst</al><al>• Commentaar</al><al>(Voormalig artikel 4.2.4.2 model-APV)</al><al>De inzameldienst kan naast huishoudelijke afvalstoffen bijvoorbeeld ook
                    bedrijfsafvalstoffen (of een bepaalde categorie van bedrijfsafvalstoffen)
                    inzamelen. Gedacht kan worden aan afval uit de kantoren/winkels/dienstensector
                    of bouw- en sloopafval (voor zover dit niet wordt gerekend tot het huishoudelijk
                    afval).</al><al>De gemeente heeft op dit punt geen zorgplicht en kan niet bepalen wie er binnen
                    de gemeente al dan niet mogen inzamelen zoals dat bij huishoudelijke
                    afvalstoffen het geval is.</al><al><vet>Artikel 23 Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de
                        inzameldienst</vet></al><al>• Commentaar</al><al>(Voormalig artikel 4.2.4.3 model-APV)</al><al>Alleen die bedrijven die betalen voor de gemeentelijke inzamelvoorzieningen
                    mogen, voor zover artikel 18 daartoe de mogelijkheid biedt, hun bedrijfsafvalstoffen
                    aanbieden aan de inzameldienst. Het college kan, net als bij huishoudelijke
                    afvalstoffen, regels stellen over de wijze waarop de afvalstoffen ter inzameling
                    dienen te worden aangeboden.</al><al><vet>Artikel 24 Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een
                        ander dan de inzameldienst</vet></al><al>• Commentaar</al><al>(Alternatief voor artikel 4.2.4.1 model-APV)</al><al>Inzameling bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst</al><al>De basis voor het stellen van regels over de inzameling van bedrijfsafvalstoffen
                    kan worden gevonden in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.23">artikel 10.23, derde lid, Wm</extref>. De memorie van toelichting zegt
                    hierover:</al><al>“Ten aanzien van de inzameling van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke
                    afvalstoffen mogen ook in het belang van de bescherming van het milieu regels
                    worden gesteld. Blijkens het derde lid mogen deze regels geen vergunningstelsel
                    inhouden. Dit is krachtens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.48">artikel 10.48</extref> (lees: <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer">Wm</extref>) voorbehouden aan de minister. Vanzelfsprekend mogen de
                    gemeenten hun bevoegdheid evenmin benutten ter bevoordeling van de eigen
                    inzameldienst en ten nadele van andere aanbieders op de markt.”</al><al>1e lid</al><al>De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> geeft de gemeente uitdrukkelijk de bevoegdheid om
                    regels te stellen over de inzameling van bedrijfsafvalstoffen in het belang van
                    de bescherming van het milieu. Dit artikel is de uitwerking hiervan. Het college
                    kan in het belang van de bescherming van het milieu regels stellen omtrent
                    bijvoorbeeld de dagen, tijden, wijze en plaatsen waarop bedrijfsafvalstoffen ter
                    inzameling moeten worden aangeboden.</al><al>Vergunningstelsel inzameling bedrijfsafvalstoffen niet meer mogelijk</al><al>In artikel 4.2.4.1 model-APV (oud) was, indien er specifiek lokale belangen in
                    het geding waren, de mogelijkheid opgenomen voor een gemeentelijk
                    vergunningenstelsel voor de inzameling van bedrijfsafvalstoffen. Het betrof
                    onder andere de overlast in een (historisch) centrum of de verkeersveiligheid.
                    De memorie van toelichting is hier over duidelijk. De gemeente mag geen
                    vergunningstelsel hanteren voor de inzameling van bedrijfsafvalstoffen. Artikel
                    4.2.4.1 model-APV (oud) keert daarom niet terug in de
                    afvalstoffenverordening.</al><al>Uitvoeringsbesluit op grond van het tweede lid</al><al>Op grond van het tweede lid kan het college in het belang van de bescherming van
                    het milieu regels stellen over bijvoorbeeld dagen, tijden, wijze en plaatsen
                    waarop de bedrijfsafvalstoffen worden aangeboden.</al><al>Het is dus mogelijk om in het belang van het milieu bepaalde dagen te kunnen
                    aanwijzen waarop bedrijfsafvalstoffen mogen worden ingezameld. Bijvoorbeeld ter
                    beperking of voorkoming van geluidhinder of aanzuigende werking of om ritten
                    zoveel mogelijk te combineren. Dit artikel kan met name van belang zijn voor de
                    inzameling van bedrijfsafvalstoffen in een (historisch) centrum. Uiteraard
                    gelden deze regels voor alle betrokken inzamelaars die bedrijfsafvalstoffen
                    ophalen.</al><al>Afbakening met artikel 22 en 23</al><al>Op grond van de artikelen 22 en 23 kunnen regels worden gesteld over de inzameling van
                    bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst. Artikel 24 betreft het stellen van regels over het ter inzameling
                    aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst.</al><al><vet>§ 5 Zwerfafval</vet></al><al>Inleiding zwerfafval</al><al>Zwerfafval staat hoog op de politieke agenda. In het kader van het Convenant
                    Verpakkingen III hebben VNG, het ministerie van VROM en SVM-pact (bedrijfsleven)
                    het deelconvenant Zwerfafval ondertekend. Afgesproken is om de hoeveelheid
                    zwerfafval terug te dringen. In het convenant zijn de volgende doelstellingen
                    geformuleerd.</al><lijst><li nr="-"><al>Het bedrijfsleven moet zorgen dat in 2005 het aandeel blikjes en
                            petflesjes in het zwerfafval met 80% is afgenomen (ten opzichte van de
                            vastgestelde 50 miljoen blikjes en flesjes in 2001).</al></li><li nr="-"><al>Het bedrijfsleven moet voor 1 januari 2005 de hoeveelheid blikjes en
                            flesjes in het zwerfafval reduceren met ten minste 2/3 (t.o.v. de 50
                            miljoen blikjes en flesjes in het zwerfafval in 2001).</al></li><li nr="-"><al>De rijksoverheid, de VNG en het bedrijfsleven dragen er zorg voor dat
                            door een gezamenlijke inspanning uiterlijk in het jaar 2005 het overige
                            zwerfafval met ten minste 45% ten opzichte van het jaar 2002 is
                            verminderd.</al></li></lijst><al>De ergernis van de burger over zwerfafval is groot. Gemeenten spelen daarom een
                    belangrijke rol bij het voorkomen en bestrijding van zwerfafval en daarmee het
                    verbeteren van de directe leefomgeving van de burger. Gedacht kan worden aan het
                    creëren van voldoende voorzieningen voor inzameling en verwijdering,
                    communicatie met de burger en de controle van (on)gewenst aanbied- en
                    wegwerpgedrag.</al><al>Op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.25">artikel 10.25, onder a en b, Wm</extref> kunnen gemeenten in hun
                    Afvalstoffenverordening de zwerfafvalproblematiek regelen. Er is sprake van
                    facultatief medebewind. Gemeenten hebben hiertoe de bevoegdheid, maar geen
                    wettelijke plicht.</al><al>In deze paragraaf van de afvalstoffenverordening zijn een aantal artikelen over
                    het voorkomen en beperken van zwerfafval opgenomen. Een aantal van deze
                    bepalingen zijn overgenomen uit afdeling 4.4 Bodem-, weg- en
                    milieuverontreiniging van de model-APV. De juridische basis van deze artikelen
                    is echter veranderd. Voorheen waren deze artikelen gebaseerd op de autonome
                    verordenende bevoegdheid op grond van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=gemeentewet">Gemeentewet</extref>. De artikelen vinden nu hun grondslag in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref>.</al><al>Het regelen van het voorkomen en bestrijden van zwerfafval in de
                    afvalstoffenverordening en de handhaving hiervan is het sluitstuk van een goede
                    aanpak van de zwerfafval.</al><al>Een goede aanpak van zwerfafval vereist in de eerste plaats een goede analyse
                    van het daadwerkelijke probleem. Wie zijn de veroorzakers (bijvoorbeeld
                    scholieren, recreanten)? Op welke plekken ontstaat zwerfafval (invalswegen,
                    snoeproutes, winkelcentra, recreatiegebieden, evenementen)? Ook het ontwikkelen
                    van gemeentelijk beleid voor de aanpak van zwerfafval is zeer wenselijk.
                    Daarnaast zullen er ook een aantal fysieke maatregelen genomen moeten worden,
                    zoals voldoende afvalbakken, blikvangers en dergelijke. Voor een goede aanpak in
                    de gemeente is het ook wenselijk om een coördinator te benoemen, omdat er vaak
                    meerdere afdelingen binnen een gemeente betrokken zijn.</al><al>Tenslotte is communicatie naar de burger een zeer belangrijk element in de
                    aanpak van zwerfafval. Gedacht kan worden aan lokale reclamespotjes, folders,
                    persberichten, lespakketten voor basis en middelbaar onderwijs of zogenaamde
                    speciaal schoonmaakacties.</al><al>Het Afval Overleg Orgaan (AOO) heeft een handreiking zwerfafval ontwikkeld voor
                    gemeenten. Zie voor meer informatie over deze handreiking www.aoo.nl.</al><al>Voor meer informatie over zwerfafval, wordt verwezen naar de website van
                    Stichting Nederland Schoon: www.nederlandschoon.nl.</al><al><vet>Artikel 25 Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging</vet></al><al>• Commentaar</al><al>(Voormalig artikel 4.4.1 model-APV)</al><al>Dit artikel heeft een primair een milieubeschermende functie en beoogt de
                    gemeenten een instrument te geven om illegale dumpingen, voorzover er geen
                    hogere wet- of regelgeving van toepassing is, of het ontstaan van zwerfafval
                    tegen te gaan. Zie voor illegale dumpingen ook het commentaar op artikel
                    1.</al><al>Uiteraard zal in een aantal gevallen het brengen van stoffen op of in de bodem
                    zodanig kunnen gebeuren dat een hogere wet, zoals de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20bodembescherming">Wet bodembescherming</extref> of het Bouwstoffenbesluit van toepassing
                    is.</al><al>Met opzet worden in het eerste lid ook de termen “stof” en “voorwerp” gebruikt
                    en niet alleen de term “afvalstof”, omdat niet altijd duidelijk is of de
                    desbetreffende stoffen of voorwerpen afvalstoffen zijn.</al><al>Nieuwe wettelijke grondslag</al><al>Dit artikel is grotendeels overgenomen van artikel 4.4.1 model-APV. Dit artikel
                    was gebaseerd op de autonome verordenende bevoegdheid van de gemeente. In
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.25">artikel 10.25, onder a, Wm</extref> wordt echter de basis gelegd voor het
                    opnemen van een dergelijk artikel in de afvalstoffenverordening. Van belang is
                    dat dit artikel voortaan niet meer is gebaseerd op de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">Gemeentewet</extref>, maar voortaan op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.25">artikel 10.25, onder a, Wm</extref>.</al><al>Zie hiervoor ook de Memorie van Toelichting, die hierover zegt: “De onderdelen a
                    en b hebben betrekking op zwerfafval. Onderdeel a betreft het voorkomen of het
                    beperken van zwerfafval. Regels hieromtrent kunnen op diverse wijze worden
                    gesteld.”</al><al><vet>Artikel 26 Achterlaten van straatafval</vet></al><al>• Commentaar</al><al>(Voormalig artikel 4.4.1, eerste lid, onder b, model-APV)</al><al>Straatafval</al><al>In artikel 1 van deze
                    verordening wordt een definitie gegeven van straatafval: “huishoudelijke
                    afvalstoffen van zeer beperkte omvang en gewicht, zoals proppen, papier,
                    sigarettenpeuken, kauwgom, plastic bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal,
                    etenswaren, niet zijnde klein chemisch afval, ontstaan buiten een perceel”.</al><al>Bij het begrip straatafval gaat het in feite om afval ‘dat onderweg ontstaat’,
                    buiten een perceel, dat niet als zwerfafval op straat of in het plantsoen
                    terecht dient te komen en waarvoor je de burger (in dit geval ook toeristen) de
                    mogelijkheid wilt bieden om zich ter plekke ervan te ontdoen (voorzover van zeer
                    beperkte omvang en gewicht). Klein chemisch afval is uitdrukkelijk uitgesloten
                    van de omschrijving. Dit afval dient in alle gevallen via de daartoe opgezette
                    inzamelstructuur te worden verwijderd.</al><al>In de definitie van straatafval wordt uitdrukkelijk gesproken over “buiten een
                    perceel ontstaan”. Een huishoudelijke afvalstof, ontstaan op of binnen het
                    perceel, moet worden aangeboden volgens de bepalingen uit paragraaf 3 Ter
                    inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen (regels voor de burger over
                    de aanbieding van huishoudelijke afvalstoffen).</al><al><vet>Artikel 27 Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande
                        afvalstoffen</vet></al><al>• Commentaar</al><al>(Voormalig artikel 4.4.7 model-APV)</al><al>Nieuwe wettelijke grondslag</al><al>Dit artikel stond voorheen in de model-APV (artikel 4.4.7) en was gebaseerd op
                    de autonome verordenende bevoegdheid van de gemeente. In <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer</extref> wordt echter in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.25">artikel 10.25, onder a, Wm</extref> de basis gelegd voor het opnemen van
                    een dergelijk artikel in de afvalstoffenverordening. Van belang is dat dit
                    artikel voortaan niet meer is gebaseerd op de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">Gemeentewet</extref>, maar voortaan op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.25">artikel 10.25, onder a, Wm</extref>.</al><al>Zie hiervoor ook de Memorie van Toelichting, die hierover zegt: “De onderdelen a
                    en b hebben betrekking op zwerfafval. Onderdeel a betreft het voorkomen of het
                    beperken van zwerfafval. Regels hieromtrent kunnen op diverse wijze worden
                    gesteld. Zo kunnen er regels worden gesteld omtrent het direct veroorzaken van
                    dit soort verontreiniging. Ook een verbod om ter inzameling gereed gezet afval
                    te doorzoeken ( “morgensterrenverbod”) kan op onderdeel a worden
                    gebaseerd”.</al><al>1e lid Morgensterren</al><al>Het eerste lid heeft betrekking op wat wel de “morgenster”-problematiek wordt
                    genoemd. Het beoogt paal en perk te stellen aan het doorzoeken en verwijderen
                    van ter inzameling aangeboden afvalstoffen voordat de medewerkers van de
                    inzameldienst ter plaatse zijn. Vaak immers heeft dit doorzoeken tot gevolg dat
                    het huisvuil over de hele straat verspreid ligt en de inzameldienst zijn werk
                    niet meer kan verrichten. Het aldus ontstane zwerfafval veroorzaakt een zware
                    belasting van de gemeentelijke veegdienst.</al><al>1e lid Vergunningverlening op grond van artikel 11 en toezichthouders</al><al>Het kan in plaatselijke situaties wenselijk en doelmatig zijn, op beperkte
                    schaal vergunningen te verlenen aan “morgensterren” (op grond van artikel 11) en het moet vanzelfsprekend ook mogelijk zijn dat
                    inspecteurs en controleurs van de inzameldienst of de milieupolitie in de
                    gelegenheid zijn om zo nodig de inhoud van aangebroken zakken, emmers en
                    (mini)containers te onderzoeken. In dit geval zou een alternatief voor het
                    eerste lid kunnen zijn: “Het is verboden afvalstoffen die ter inzameling gereed
                    staan te doorzoeken en te verspreiden zonder inzamelvergunning.”</al><al>1e lid Mogelijkheid tot verwijdering van grof huishoudelijk afval</al><al>Indien een gemeente het niet noodzakelijk acht gebruik te laten maken van een
                    vergunning op grond van artikel 11 te verlenen, zou kunnen worden gekozen voor toevoeging
                    van een extra lid: “Het verwijderen van grof huishoudelijke afvalstoffen is
                    toegestaan, mits dit niet gepaard gaat met het veroorzaken van verontreiniging
                    van de omgeving.”</al><al>2e lid Voorkomen van zwerfafval</al><al>In <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.25">artikel 10.25, onder a, Wm</extref> wordt de basis gelegd voor het opnemen
                    van het tweede lid. Zie hiervoor ook de Memorie van Toelichting, die hierover
                    zegt: “De onderdelen a en b hebben betrekking op zwerfafval. Onderdeel a betreft
                    het voorkomen of het beperken van zwerfafval. Regels hieromtrent kunnen op
                    diverse wijze worden gesteld.” Met het tweede lid wordt beoogd om zwerfafval bij
                    ter inzameling gereed staande afvalstoffen te voorkomen.</al><al><vet>Artikel 28 Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                        drinkwaren</vet></al><al>• Commentaar</al><al>(Voormalig artikel 4.4.3 model-APV)</al><al>Nieuwe wettelijke grondslag</al><al>Een soortgelijk artikel is ook opgenomen in artikel 4.4.3 model-APV op grond van
                    de autonome verordenende bevoegdheid van de gemeente In <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.25">artikel 10.25, onder a, Wm</extref> is voortaan de basis gelegd voor het
                    opnemen van een dergelijk artikel in de Afvalstoffenverordening. Van belang is
                    dat dit artikel voortaan niet meer is gebaseerd op de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">Gemeentewet</extref>.</al><al>Zie hiervoor ook de Memorie van Toelichting, die over dit artikel zegt: “De
                    onderdelen a en b hebben betrekking op zwerfafval. Onderdeel a betreft het
                    voorkomen of het beperken van zwerfafval. Regels hieromtrent kunnen op diverse
                    wijze worden gesteld. Zo kunnen er regels worden gesteld omtrent het direct
                    veroorzaken van dit soort verontreiniging. Veelal zal het daarbij gaan om een
                    verbod, bijvoorbeeld om afval op straat of in het water te werpen. De regels
                    kunnen ook de aanwezigheid van bepaalde voorzieningen (bijvoorbeeld een afvalbak
                    bij een snackbar) of het gebruik daarvan voorschrijven."</al><al>Inrichtingen waar eet- en/of drinkwaren worden verkocht zijn bijvoorbeeld een
                    winkel, hal of kraam. Het afval dat hierbij kan vrijkomen zijn bijvoorbeeld
                    papier, etensresten, verpakkingsmateriaal of ander afval.</al><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref></al><al>Opgemerkt wordt dat een inrichting, zoals bedoeld in dit artikel,
                    vergunningsplichtig kan zijn op grond van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> dan wel meldingsplichtig op grond van het Besluit
                    Horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer. De verplichting zoals
                    opgenomen onder c van deze bepaling kan in deze gevallen als voorschrift aan een
                    dergelijke vergunning worden verbonden dan wel rechtstreeks voortvloeien uit het
                    Besluit Horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer.</al><al><vet>Artikel 29 Wegwerpen van reclamebiljetten of ander
                    promotiemateriaal</vet></al><al>• Commentaar</al><al>(Voormalig artikel 4.4.4 model-APV)</al><al>Nieuwe wettelijke grondslag</al><al>Dit artikel is grotendeels overgenomen van artikel 4.4.4 model-APV op grond van
                    de autonome verordenende bevoegdheid van de gemeente. In <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.25">artikel 10.25, onder b, Wm</extref> is voortaan de basis gelegd voor het
                    opnemen van een dergelijk artikel in de Afvalstoffenverordening. Van belang is
                    dat dit artikel voortaan niet meer is gebaseerd op de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">Gemeentewet</extref>. Zie hiervoor ook de Memorie van Toelichting, die over
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.25">artikel 10.25 Wm</extref> zegt: “De onderdelen a en b hebben betrekking op
                    zwerfafval. …….. Onderdeel b betreft het opruimen van zwerfafval.”</al><al>Dit artikel is dus een uitwerking van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.25">artikel 10.25, onder b, Wm</extref> in de vorm van een verplichting tot
                    opruimen of laten opruimen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal.</al><al>Een bepaling als vervat in dit artikel, werd door de Hoge raad verenigbaar
                    geacht met <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=grondwet/article=7">artikel 7 grondwet</extref> (oud artikel 7, eerste lid, van de herziene
                    Grondwet). Zie HR 27 februari 1951, 472 (Eindhoven).</al><al>Promotiemateriaal</al><al>Niet alleen reclamebiljetten worden aan het publiek uitgereikt. Ook ander
                    promotiemateriaal wordt vaak uitgereikt. Gedacht kan worden aan de zogenaamde
                    samplings, monsters of miniverpakkingen, waarin ter promotie een product in een
                    kleine hoeveelheid wordt aangeboden. Op grond van dit artikel kan degene die
                    dergelijk promotiemateriaal uitreikt, worden verplicht het promotiemateriaal, de
                    verpakking of de inhoud daarvan op te ruimen of te laten opruimen.</al><al><vet>Artikel 30 Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
                        werkzaamheden</vet></al><al>• Commentaar</al><al>(Voormalig artikel 4.4.2 model-APV)</al><al>Een soortgelijk artikel is in een minder uitgebreide vorm opgenomen in artikel
                    4.4.2 model-APV op grond van de autonome verordenende bevoegdheid van de
                    gemeente. In <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.25">artikel 10.25, onder a en b, Wm</extref> is echter voortaan de basis gelegd
                    voor het opnemen van een dergelijk artikel in de afvalstoffenverordening. Van
                    belang is dat dit artikel voortaan niet meer is gebaseerd op de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">Gemeentewet</extref>.</al><al>1e lid</al><al>De grondslag voor het eerste lid is opgenomen in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.25">artikel 10.25, onder a, Wm</extref>. Zie hiervoor ook de Memorie van
                    Toelichting, die over <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.25">artikel 10.25 Wm</extref> zegt: “De onderdelen a en b hebben betrekking op
                    zwerfafval. Onderdeel a betreft het voorkomen of het beperken van zwerfafval.
                    Regels hieromtrent kunnen op diverse wijze worden gesteld. Zo kunnen er regels
                    worden gesteld omtrent het direct veroorzaken van dit soort
                    verontreiniging.”</al><al>1e lid</al><al>Het eerste lid beoogt het ontstaan van zwerfafval bij het laden of lossen of
                    vervoeren van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te voorkomen.</al><al>2e lid</al><al>Het tweede lid vloeit voort uit <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.25">artikel 10.25, onder b, Wm</extref>. De memorie van toelichting zegt
                    hierover: “De onderdelen a en b hebben betrekking op zwerfafval. …….. Onderdeel
                    b betreft het opruimen van zwerfafval.” Dit artikel is dus een uitwerking van
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.25">artikel 10.25, onder b, Wm</extref> in de vorm van een verplichting tot het
                    reinigen of laten reinigen van de weg bij het ontstaan van zwerfafval. De opname
                    van het tweede lid heeft vooral betekenis in verband met het op kosten van de
                    overtreder laten reinigen van de weg (bestuursdwang).</al><al><vet>Artikel 31 Verbod opslag van afvalstoffen</vet></al><al>• Commentaar</al><al>(Nieuw, zie ook artikel 4.7.1 model-APV)</al><al>Artikel 10.17 Wm (oud)</al><al>In artikel 10.17 Wm (oud) was een algemeen verbod opgenomen om een autowrak
                    aanwezig te hebben op een voor het publiek zichtbare plaats (met als doel
                    dreigende bodemverontreiniging en schade aan het stads- of dorpsbeeld te
                    voorkomen). Dit verbod is in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> komen te vervallen.</al><al>In <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.25">artikel 10.25, onder c, Wm</extref> is voortaan de basis gelegd voor het
                    opnemen van een dergelijk artikel in de afvalstoffenverordening. Bij de
                    afvalstoffenverordening kunnen voortaan in ieder geval regels worden gesteld
                    omtrent het op een voor het publiek zichtbare plaats aanwezig hebben van
                    afvalstoffen.</al><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.25">Artikel 10.25, onder c, Wm</extref> strekt mede ter vervanging van artikel
                    10.17 Wm (oud) en geldt nu voor de opslag van alle afvalstoffen. Net als bij de
                    bepalingen over zwerfafval, die zijn gebaseerd op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.25">artikel 10.25, onder a en b, Wm</extref> is ook hier sprake van facultatief
                    medebewind.</al><al>Definitie autowrak</al><al>Op 2 juli 2002 is het Besluit beheer autowrakken (hierna te noemen BBA, zie
                    Staatsblad 2002, 259) in werking getreden.</al><al>Het begrip autowrak wordt in artikel 1, onder b, BBA als volgt gedefinieerd:
                    “voertuig dat een afvalstof is in de zin van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=1.1">artikel 1.1 lid 1 van de Wm</extref>”.</al><al>De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> definieert het begrip afvalstof als: “alle
                    stoffen, preparaten of andere producten …… waarvan de houder zich ontdoet,
                    voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen”.</al><al>Door deze definities wordt een autowrak altijd aangemerkt als afvalstof en valt
                    hiermee dus onder de werking van deze bepaling.</al><al>In de Nota van toelichting van het BBA wordt nader ingegaan op het begrip
                    autowrak.</al><al>“De houder van een voertuig zal zich doorgaans zich daarvan ontdoen, voornemens
                    zijn zich daarvan te ontdoen of zich daarvan moeten ontdoen, wanneer het
                    voertuig rijtechnisch in onvoldoende staat verkeert en het niet meer op
                    rendabele wijze in een rijtechnisch voldoende staat is te brengen. Een
                    motorrijtuig verkeert in een rijtechnisch onvoldoende staat wanneer het niet
                    voldoet aan de wettelijke inrichtingseisen, genoemd in de wegenverkeerswetgeving
                    of aan de apk-eisen of andere ernstige technische gebreken kent, bijvoorbeeld of
                    essentiële onderdelen zijn gedemonteerd. Voor het beantwoorden van de vraag of
                    een voertuig op rendabele wijze weer in rijtechnisch voldoende staat te brengen
                    is, kan worden uitgegaan van de richtprijzen voor gebruikte voertuigen en van de
                    door garages en schadeherstelbedrijven gehanteerde tarieven voor
                    reparatiewerkzaamheden. ….. De vraag of sprake is van een autowrak zal van geval
                    tot geval door een persoon belast met de handhaving bepaald moeten worden op
                    grond van de wet- en regelgeving en de jurisprudentie terzake”.</al><al>Er is dus sprake van een autowrak indien een voertuig niet meer op economisch
                    rendabele wijze in rijtechnisch voldoende staat is te brengen.</al><al>Opslag van autowrakken in inrichtingen in de zin van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref></al><al>De provincie is bevoegd gezag voor Wm-inrichtingen die vijf of meer autowrakken
                    opslaan. Het college van de gemeente is bevoegd gezag voor inrichtingen die
                    onder de werking van het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer
                    vallen. In dergelijke inrichtingen is de opslag van maximaal vier autowrakken
                    toegestaan.</al><al>Artikel 4.7.1 model-APV</al><al>In artikel 4.7.1 model-APV is een soortgelijke bepaling opgenomen. Op grond van
                    het eerste lid kan het college buiten de weg geleden plaatsen aanwijzen, waar
                    het verboden is om onder andere afvalstoffen en autowrakken op te slaan. Door
                    het opnemen van deze bepaling in de model-afvalstoffenverordening is artikel
                    4.7.1 model-APV - alleen - voor wat betreft het aanwijzen van plaatsen voor
                    afvalstoffen en autowrakken komen te vervallen.</al><al>Artikel 5.1.4 model-APV</al><al>Artikel 31 beoogt het belang van het milieu te beschermen. Ten aanzien van
                    autowrakken die op de weg zijn geplaatst , zie ook artikel 5.1.4 model-APV. Dit
                    artikel heeft een aanvullend motief op grond van de verkeersveiligheid.</al><al><vet>§ 6 Overige onderwerpen die de verordening aangaan</vet></al><al><vet>Artikel 32 Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden</vet></al><al>• Commentaar</al><al>(Nieuw)</al><al>Nieuw wettelijk regiem autowrakken</al><al>De regelgeving voor autowrakken is in 2002 drastisch gewijzigd. Op 8 mei 2002 is
                    de wijziging van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> (structuur beheer afvalstoffen, Staatsblad 2001,
                    346) gedeeltelijk in werking getreden. Op 2 juli 2002 is het Besluit beheer
                    autowrakken (Staatsblad 2002, 259) in werking getreden. Het nieuwe Besluit
                    Beheer Autowrakken (hierna te noemen BBA) verplicht autofabrikanten om een
                    hoogwaardig inname- en verwerkingssysteem voor autowrakken op te zetten.</al><al>Zich ontdoen van een autowrak door huishoudens</al><al>Dit artikel is een uitwerking van artikel 6 BBA. Hierin is de afgifte van
                    autowrakken door huishoudens geregeld. Op grond van artikel 6 BBA moeten
                    gemeenten in hun Afvalstoffenverordening bepalen dat een autowrak, zijnde een
                    huishoudelijk afvalstof, slechts mag worden afgegeven aan
                    autodemontagebedrijven, garages en autoschadeherstelbedrijven of aan een persoon
                    die in een ander land dan Nederland is gevestigd (onder strikte
                    voorwaarden).</al><al>Op grond van artikel 7 BBA worden autowrakken, afkomstig van huishoudens
                    uitdrukkelijk uitgezonderd van de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling
                    van huishoudelijk afval.</al><al>Definitie autowrak</al><al>In <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=1.1">artikel 1.1, eerste lid 1, Wm</extref> (oud) werd de definitie van autowrak
                    gegeven, met een nadere uitwerking in het Besluit nadere omschrijving begrip
                    afvalstoffen. Het begrip autowrak wordt nu gedefinieerd in artikel 1, onder b,
                    BBA als:</al><al>“voertuig dat een afvalstof is in de zin van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=1.1">artikel 1.1 lid 1 van de Wm</extref>.”</al><al>De Wm definieert het begrip afvalstof als volgt:</al><al>“alle stoffen, preparaten of andere producten …… waarvan de houder zich ontdoet,
                    voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen”.</al><al>Zie voor de volledige definitie het commentaar op artikel 1 van deze
                    verordening.</al><al>In de Nota van toelichting van het BBA wordt nader ingegaan op het begrip
                    autowrak.</al><al>“De houder van een voertuig zal zich doorgaans zich daarvan ontdoen, voornemens
                    zijn zich daarvan te ontdoen of zich daarvan moeten ontdoen, wanneer het
                    voertuig rijtechnisch in onvoldoende staat verkeert en het niet meer op
                    rendabele wijze in een rijtechnisch voldoende staat is te brengen. Een
                    motorrijtuig verkeert in een rijtechnisch onvoldoende staat wanneer het niet
                    voldoet aan de wettelijke inrichtingseisen, genoemd in de wegenverkeerswetgeving
                    of aan de apk-eisen of andere ernstige technische gebreken kent, bijvoorbeeld of
                    essentiële onderdelen zijn gedemonteerd. Voor het beantwoorden van de vraag of
                    een voertuig op rendabele wijze weer in rijtechnisch voldoende staat te brengen
                    is, kan worden uitgegaan van de richtprijzen voor gebruikte voertuigen en van de
                    door garages en schadeherstelbedrijven gehanteerde tarieven voor
                    reparatiewerkzaamheden. ….. De vraag of sprake is van een autowrak zal van geval
                    tot geval door een persoon belast met de handhaving bepaald moeten worden op
                    grond van de wet- en regelgeving en de jurisprudentie terzake”.</al><al>Er is dus sprake van een autowrak indien een voertuig niet meer op economisch
                    rendabele wijze in rijtechnisch voldoende staat is te brengen.</al><al><vet>§ 7 Slotbepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 33 Strafbepaling</vet></al><al>• Commentaar</al><al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 6.1 model-APV:
                    Strafbepaling.</al><al>Aanduiding strafbare feiten</al><al>In dit artikel worden de bepalingen opgesomd die als strafbaar feit worden
                    aangeduid om strafrechtelijk gehandhaafd te kunnen worden.</al><al>De strafbaarstelling van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.23">artikel 10.23 Wm</extref> over de gemeentelijke afvalstoffenverordening is
                    geregeld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20economische%20delicten">Wet op de economische delicten</extref> (Wed). Aangezien niet alle
                    bepalingen in de afvalstoffenverordening zich voor strafrechtelijke handhaving
                    lenen, is de strafbaarstelling geclausuleerd.</al><al>Artikel 1a, aanhef, onder 3º Wed luidt: “Economische delicten zijn eveneens:
                    overtredingen van voorschriften , gesteld bij of krachtens: …. de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20milieubeheer/article=10.23">Wet milieubeheer, 10.23</extref> - voorzover aangeduid als strafbare feiten
                    - en …….”</al><al>In de afvalstoffenverordening moet daarom worden aangegeven welke overtredingen
                    (lees: de overtreding van welke artikelen) een strafbaar feit opleveren.
                    Uitsluitend indien dat het geval is, vormt de overtreding een economisch delict
                    in de zin van artikel 1a, onder 3º Wed.</al><al>Als strafbaar feit aangeduide bepalingen uit de
                    model-afvalstoffenverordening</al><al>Gedragingen in strijd met de volgende artikelen van de
                    model-afvalstoffenverordening kunnen worden aangeduid als een strafbaar feit in
                    de zin van artikel 1a, onder 3º Wed.</al><al>• Artikel 12 Verbod op het ter inzameling aanbieden van
                    huishoudelijke afvalstoffen aan anderen</al><al>• Artikel 13 Verbod op het ter inzameling aanbieden van
                    huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan gebruikers van percelen</al><al>• Artikel
                        14 Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</al><al>• Artikel 15 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                    afvalstoffen via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel</al><al>• Artikel 16 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                    afvalstoffen via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen</al><al>• Artikel 17 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                    afvalstoffen via inzamelvoorzieningen op wijkniveau</al><al>• Artikel 18 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                    afvalstoffen via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau</al><al>• Artikel 19 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                    afvalstoffen zonder inzamelmiddel</al><al>• Artikel 20 Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden</al><al>• Artikel 23 Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan
                    de inzameldienst</al><al>• Artikel 24 Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen
                    aan een ander dan de inzameldienst</al><al>• Artikel
                        25 Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging</al><al>• Artikel 26
                    Achterlaten van straatafval</al><al>• Artikel 27 Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed
                    staande afvalstoffen</al><al>• Artikel 28 Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van
                    eet- en drinkwaren</al><al>• Artikel 29 Wegwerpen van reclamebiljetten of ander
                    promotiemateriaal</al><al>• Artikel 30 Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
                    werkzaamheden</al><al>• Artikel 31
                    Verbod op een voor het publiek zichtbare plaats aanwezig hebben van
                    afvalstoffen</al><al>• Artikel 32 Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden</al><al>Strafmaat</al><al>In de Wed is de strafmaat aangegeven van overtredingen van plaatselijke
                    verordeningen die gebaseerd zijn op de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref>. In het geval van de afvalstoffenverordening
                    hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de vierde categorie.
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wetboek%20van%20strafrecht/article=23">Artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht</extref> stelt de
                    hoogte van een boete van de vierde categorie vast op maximaal € 11.250,00.
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wetboek%20van%20strafrecht/article=74">Artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht</extref> geeft de officier van
                    justitie de mogelijkheid om met een boete strafvervolging te voorkomen.</al><al>Het openbaar ministerie heeft richtlijnen opgesteld voor boetes. De boete voor
                    het verkeerd aanbieden van huishoudelijk afval of voor zwerfafval is op dit
                    moment gesteld op een standaardbedrag van € 46,00.</al><al><vet>Artikel 34 Toezichthouders</vet></al><al>• Commentaar</al><al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 6.2 model-APV:
                    Toezichthouders.</al><al>Aanwijzing van de toezichthouder in de afvalstoffenverordening is noodzakelijk,
                    indien een toezichthouder tevens opsporingsbevoegdheden dient te krijgen. Alleen
                    voor de aanwijzing van toezichthouders is een bepaling opgenomen in de
                    Afvalstoffenverordening. Opsporingsambtenaren worden namelijk aangewezen in de
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wetboek%20van%20strafvordering/article=141">artikelen 141</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafvordering/article=142%20">142 Wetboek van Strafvordering</extref>.</al><al><vet>Artikel 35 Inwerkingtreding</vet></al><al>• Commentaar</al><al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 6.4 model-APV:
                    Inwerkingtreding.</al><al>2e lid Intrekking artikelen model-APV</al><al>Het uitbrengen van een aparte afvalstoffenverordening heeft tot gevolg dat in
                    ieder geval de volgende artikelen van de model-APV moeten worden ingetrokken
                    en/of aangepast:</al><al>- afdeling 4.2 Afvalstoffen in het geheel;</al><al>- artikel 4.4.1 Verontreiniging van de weg en van terreinen;</al><al>- artikel 4.4.2 Verontreiniging bij werkzaamheden op de weg;</al><al>- artikel 4.4.3 Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                    drinkwaren;</al><al>- artikel 4.4.4 Wegwerpen van reclame- of strooibiljetten;</al><al>- artikel 4.4.7 Verbod doorzoeken van ter inzameling gereed staande
                    afvalstoffen;</al><al>- artikel 4.1.7, eerste lid, onder e en f: Opslag bromfietsen, motorvoertuigen,
                    caravans, afvalstoffen, mest, ingekuilde landbouwprodukten e.d.</al><al><vet>Artikel 36 Overgangsbepaling</vet></al><al>• Commentaar</al><al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 6.5 model-APV:
                    Overgangsbepaling.</al><al><vet>Artikel 37 Citeerbepaling</vet></al><al>• Commentaar</al><al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 6.6 model-APV:
                    Citeerbepaling.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>