<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR54907_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Langdurigheidstoeslag</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Achtkarspelen</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-11-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Achtkarspelen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-01-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Langdurigheidstoeslag</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> Gemeente Achtkarspelen</al><al> Gemeente Kollumerland c.a. </al><al><vet>Verordening langdurigheidstoeslag WWB</vet></al><al/><al><vet>Afdeling Werk, Inkomen en Zorg</vet></al><al/><al>Mei 2009</al><al>Gemeente Achtkarspelen en gemeente Kollumerland c.a.</al><al>de Raad van de gemeente Achtkarspelen;</al><al>en </al><al>de Raad van de gemeente Kollumerland c.a.;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 8, lid 1, sub d en artikel 36 van
                        de Wet Werk en Bijstand,</al><al>overwegende dat moet worden vastgesteld wie voor een
                        langdurigheidstoeslag in aanmerking komt en op grond van welke
                        criteria de hoogte van die langdurigheidstoeslag wordt bepaald;</al><al>besluiten</al><al>vast te stellen: </al><al><vet>de Verordening Langdurigheidstoeslag WWB </vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>de WWB</vet>: de Wet Werk en Bijstand;</al></li><li nr="b."><al><vet>de belanghebbende</vet>: degene wiens belang rechtstreeks
                                    bij een besluit is betrokken (Algemene Wet Bestuursrecht);</al></li><li nr="c."><al><vet>de alleenstaande</vet>: de ongehuwde van 21 jaar of ouder
                                    die geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen
                                    gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij het betreft
                                    een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de
                                    tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de
                                    tweede graad sprake is van zorgbehoefte;</al></li><li nr="d."><al><vet>de alleenstaande ouder</vet>: de ongehuwde van 21 jaar of
                                    ouder die de volledige zorg heeft voor één of meer tot zijn last
                                    komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een
                                    ander tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of
                                    een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de
                                    bloedverwanten in de tweede graad sprake is van
                                    zorgbehoefte;</al></li><li nr="e."><al><vet>de gehuwde</vet>: een persoon die gehuwd, of geregistreerd
                                    partner is en 21 jaar of ouder is;</al><lijst><li nr="-"><al>als gehuwde wordt mede aangemerkt de ongehuwde van 21
                                            jaar of ouder die met een ongehuwde van 21 jaar of ouder
                                            een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het een
                                            bloedverwant in de eerste graad betreft;</al></li><li nr="-"><al>als ongehuwde wordt mede aangemerkt degene van 21 jaar
                                            of ouder die duurzaam gescheiden leeft van de van degene
                                            waarmee hij gehuwd is;</al></li><li nr="-"><al>van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee
                                            personen van 21 jaar of ouder hun hoofdverblijf in
                                            dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen
                                            voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage
                                            in de kosten van de huishouding danwel anderszins;</al></li><li nr="-"><al>een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval
                                            aanwezig geacht indien de belanghebbenden hun
                                            hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:</al></li><li nr="-"><al>zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de
                                            verlening van bijstand als gehuwden zijn
                                            aangemerkt;</al></li><li nr="-"><al>uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft
                                            plaatsgevonden van een kind van de één door de
                                            ander;</al></li><li nr="-"><al>zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage
                                            aan de huishouding krachtens een geldend
                                            samenlevingscontract;</al></li><li nr="-"><al>zij op grond van een registratie worden aangemerkt als
                                            een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking
                                            overeenkomt met de gezamenlijke huishouding bedoeld in
                                            het voorgaande.</al></li><li nr="-"><al>van duurzaam gescheiden leven is sprake als:</al></li><li nr="-"><al>het een door één of beide belanghebbenden gewilde
                                            verbreking van de echtelijke of daarmee gelijkgestelde
                                            samenleving betreft, en</al></li><li nr="-"><al>beide belanghebbenden afzonderlijk van elkaar een eigen
                                            leven leiden, als waren zij niet met elkaar gehuwd,
                                            en</al></li><li nr="-"><al>deze toestand door tenminste één belanghebbende als
                                            bestendig wordt gezien.</al></li></lijst></li><li nr="f."><al><vet>het kind</vet>: het in Nederland woonachtige eigen kind of
                                    stiefkind;</al></li><li nr="g."><al><vet>het ten laste komende kind</vet>: het kind, jonger dan 18
                                    jaar, voor wie de alleenstaande ouder of de gehuwde aanspraak op
                                    kinderbijslag kan maken;</al></li><li nr="h."><al><vet>de langdurigheidstoeslag</vet>: de jaarlijkse financiële
                                    tegemoetkoming aan een persoon van 21 jaar of ouder, doch jonger
                                    dan 65 jaar, die langdurig een laag inkomen en geen in
                                    aanmerking te nemen vermogen heeft en geen uitzicht heeft op
                                    inkomensverbetering;</al></li><li nr="i."><al><vet>het begrip langdurig</vet>: een onafgebroken periode van 3
                                    jaar voorafgaand aan de datum waarop in enig jaar het recht op
                                    de langdurigheidstoeslag ontstaat (de peildatum);</al></li><li nr="j."><al><vet>de peildatum</vet>: de datum waartegen
                                    langdurigheidstoeslag wordt aangevraagd;</al></li><li nr="k."><al><vet>een laag inkomen</vet>: een inkomen als bedoeld in artikel
                                    31 en 32 van de WWB, alsmede een uitkering voor de kosten van
                                    levensonderhoud als bedoeld in artikel 7, lid 1, sub b van de
                                    WWB, dat over de voorgaande onafgebroken drie jaar voor de
                                    peildatum niet meer heeft bedragen dan de voor belanghebbende
                                    van toepassing zijnde norm, inclusief (eventuele) toeslag of
                                    verlaging als bedoeld in artikel 21 en paragraaf 3.3 van de WWB
                                    (100% van het sociaal minimum). Overschrijdingen tot maximaal 5%
                                    van het toepasselijke sociaal minimum worden genegeerd, zodat
                                    het totale in aanmerking te nemen inkomen 105% van het sociaal
                                    minimum is.</al></li></lijst><al>Voor de beoordeling van het inkomen in het kader van artikel 32 is
                            onderdeel b van het eerste lid niet van toepassing.</al><lijst><li nr="l."><al><vet>de inkomsten uit arbeid</vet>: de opbrengst van arbeid of
                                    de winst uit bedrijf en zelfstandig uitgeoefend beroep.</al></li><li nr="m."><al><vet>de inkomsten in verband met arbeid</vet>: een uitkering uit
                                    een verplichte werknemersverzekering of een particuliere
                                    verzekering wegens derving van inkomen.</al></li><li nr="n."><al><vet>het vermogen</vet>: het vermogen als bedoeld in artikel 34
                                    van de WWB;</al></li><li nr="o."><al><vet>de gehuwdennorm</vet>: de bijstandsnorm als bedoeld in
                                    artikel 21, sub c van de WWB</al></li><li nr="o."><al><vet>het college</vet>: het college van Burgemeester en
                                    Wethouders van de gemeente Achtkarspelen óf de gemeente
                                    Kollumerland c.a.</al></li><li nr="p."><al><vet>de gemeenteraad</vet>: de gemeenteraad van de gemeente
                                    Achtkarspelen óf de gemeente Kollumerland c.a.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Categorieën</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Categorieën</titel></kop><al>Voor belanghebbenden aan wie een langdurigheidstoeslag kan worden
                            verleend geldt een categorieaanduiding;</al><lijst><li nr="-"><al>de categorieën worden aangeduid als:</al><lijst><li nr="a."><al>alleenstaande;</al></li><li nr="b."><al>alleenstaande ouder;</al></li><li nr="c."><al>gehuwde.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Criteria voor het toekennen van een langdurigheidstoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverlet het bepaalde in artikel 36 van de WWB komt in aanmerking
                                voor de langdurigheidstoeslag de belanghebbende die langdurig
                                (artikel 1, sub i van deze verordening) aangewezen is geweest op een
                                laag inkomen (artikel 1, sub k van deze verordening) en over deze
                                periode niet de beschikking heeft gehad over vermogen (artikel 1,
                                sub n van deze verordening) en die geen uitzicht heeft op
                                inkomensverbetering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van perioden waarin de belanghebbende uitgesloten is
                                geweest van het recht op bijstand wordt de belanghebbende geacht
                                tenminste een inkomen te hebben gehad ter hoogte van 100% van de
                                voor belanghebbende van toepassing zijnde norm, inclusief
                                (eventuele) toeslag of verlaging als bedoeld in artikel 21 en
                                paragraaf 3.3 van de WWB.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de belanghebbende een gehuwde is geldt het eerste en het tweede
                                lid evenzeer voor de partner.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De partner van de gehuwde heeft geen zelfstandig recht op een
                                langdurigheidstoeslag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de vaststelling van het inkomen, als bedoeld in lid 1, wordt een
                                eerder verstrekte langdurigheidstoeslag conform het gestelde in
                                artikel 36, lid 2 van de WWB buiten beschouwing gelaten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Hoogte van de langdurigheidstoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De langdurigheidstoeslag bedraagt voor:</al><lijst><li nr="-"><al>de alleenstaande: € 341,00;</al></li><li nr="-"><al>de alleenstaande ouder: € 436,00;</al></li><li nr="-"><al>de gehuwde: € 486,00.</al></li></lijst></li></lijst><al><cursief>(de genoemde bedragen gelden per 1 januari 2008 en jaarlijks
                                vindt per januari indexering plaats) </cursief></al><lijst><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de
                                    peildatum bepalend.</al></li><li nr="3."><al>Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van
                                    het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of
                                    artikel 13, lid 1 van de WWB komt de rechthebbende echtgenoot in
                                    aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die
                                    voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou
                                    gelden.</al></li><li nr="4."><al>De in het eerste lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1
                                    januari aangepast met een percentage dat overeenkomt met het
                                    procentuele verschil tussen de gehuwdennorm per 1 januari van
                                    dat jaar en de gehuwdennorm van het per 1 januari van het
                                    daaraan voorafgaande jaar geldende gehuwdennorm.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is belast met de uitvoering van het bepaalde in deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin
                                deze verordening niet voorziet, beslist het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                            Langdurigheidstoeslag WWB.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>1.Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2009.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente
                        Achtkarspelen op en de openbare vergadering van de Raad van de gemeente
                        Kollumerland c.a. op</ondertekening><ondertekening>De Raden voornoemd, </ondertekening><ondertekening>de Raadsgriffier, de Voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mw. mr. R. van der Tempel T.J. van der Zwan</ondertekening><ondertekening>de Raadsgriffier, de Voorzitter, </ondertekening><ondertekening>mw. J. Slopsema-Terpstra B. Bilker</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting Verordening Langdurigheidstoeslag WWB</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Op grond van artikel 8, lid 1, sub d WWB dient de gemeenteraad bij verordening
                    regels vast te leggen met betrekking tot het verlenen van een
                    langdurigheidstoeslag. Deze regels dienen in ieder geval betrekking te hebben op
                    de hoogte van de langdurigheidstoeslag en de wijze waarop invulling wordt
                    gegeven aan de begrippen “langdurig” en “laag inkomen”, zoals die in artikel 36,
                    lid 1 worden gebruikt. </al><al>In deze verordening is gekozen voor een invulling die rekening houdt met de
                    jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en de in de voorgaande regeling
                    en uitvoeringspraktijk gesignaleerde tekortkomingen. Voorts is gekozen voor een
                    invulling die zo veel mogelijk ongewenste armoedeval-effecten voorkomt. </al><tussenkop>Toelichting per artikel</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>Ten aanzien van de begrippen die in de verordening worden gebruikt is
                    aansluiting gezocht bij wettelijke omschrijvingen. Daar waar dit een andere wet
                    is dan de Wet Werk en Bijstand is dat in de verordening aangegeven. </al><al>a.<vet>de WWB</vet>:</al><al>Deze omschrijving behoeft geen nadere toelichting.</al><al>b.<vet>de belanghebbende</vet>:</al><al>Deze omschrijving behoeft geen nadere toelichting.</al><al>c.<vet>de alleenstaande</vet>:</al><al>De omschrijving van het begrip alleenstaande komt overeen met de omschrijving
                    die de wet hanteert, met dit verschil dat extra wordt benadrukt dat de
                    verordening alleen van toepassing is voor alleenstaanden van 21 jaar of ouder.
                    Degene die geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, kan worden
                    aangemerkt als een alleenstaande. Uit de omschrijving blijkt dat twee personen
                    die bloedverwant zijn in de eerste graad (ouder - kind) en een gezamenlijke
                    huishouding voeren niet als "gehuwden" worden aangemerkt. Tevens wordt bij
                    bloedverwantschap in de tweede graad, waarbij sprake is van verzorging, niet
                    uitgegaan van de "gehuwden-situatie". </al><al>d.<vet>de alleenstaande ouder</vet>:</al><al>De omschrijving van het begrip alleenstaande ouder komt overeen met de
                    omschrijving die de wet hanteert, met dit verschil dat extra wordt benadrukt dat
                    de verordening alleen van toepassing is voor alleenstaande ouders van 21 jaar of
                    ouder. Degene die de volledige zorg heeft voor één of meer tot zijn last komende
                    kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, kan worden
                    aangemerkt als een alleenstaande ouder. Ook in deze omschrijving is opgenomen
                    dat twee personen die bloedverwant zijn in de eerste graad (ouder - kind) en een
                    gezamenlijke huishouding voeren niet als "gehuwden" worden aangemerkt. Tevens
                    wordt bij bloedverwantschap in de tweede graad, waarbij sprake is van
                    verzorging, niet uitgegaan van de "gehuwden-situatie". </al><al>e.<vet>de gehuwde</vet>:</al><al>Deze omschrijving, alsmede die van de situaties die gelijkgesteld moeten worden,
                    sluit aan bij de opvattingen van de wetgever, met de toevoeging dat het hier
                    alleen handelt over personen van 21 jaar of ouder. Uit de omschrijving blijkt
                    dat twee personen die bloedverwant zijn in de eerste graad (b.v. ouder - kind)
                    en een gezamenlijke huishouding voeren niet als "gehuwden" worden aangemerkt.
                    Hieruit volgt dat hiervan bij bloedverwantschap in de tweede graad (b.v.
                    grootouder - kind of broer - broer) wel sprake zou kunnen zijn, áls ook aan alle
                    andere criteria wordt voldaan.</al><al>f.<vet>het kind</vet>:</al><al>De omschrijving van het begrip kind komt overeen met de omschrijving die de wet
                    hanteert. Pleegkinderen vallen niet onder het begrip "kind". Deze worden
                    beschouwd als een zelfstandig subject van bijstand. </al><al>g.<vet>het ten laste komende kind</vet>:</al><al>De omschrijving van het begrip ten laste komende kind komt overeen met de
                    omschrijving die de wet hanteert. Uiteraard geldt hierbij wel dat dit kind in
                    Nederland moet wonen. </al><al>h.<vet>de langdurigheidstoeslag</vet>:</al><al>De omschrijving van het begrip langdurigheidstoeslag komt overeen met de
                    omschrijving die de wet hanteert. </al><al>i.<vet>het begrip langdurig</vet>:</al><al>Gekozen is voor een (onafgebroken) periode van 3 jaar, aangezien mag worden
                    aangenomen dat er na 3 jaar geen reserveringsruimte meer is bij een inkomen op
                    minimumniveau. Hoewel hier een beleidsvrijheid geldt stuurt de wetgever toch wel
                    enigzins aan op een hantering van een driejarige termijn.</al><al>j.<vet>de peildatum</vet>:</al><al>Met de invulling van het begrip peildatum als datum <cursief>waartegen</cursief>
                    is aangevraagd wordt aangesloten bij de jurisprudentie van de CRvB, dat het niet
                    gaat om de datum <cursief>waarop</cursief> is aangevraagd. De aanvraag wordt
                    daarom steeds geacht te zijn gedaan <cursief>tegen</cursief> de eerst mogelijke
                    datum na afloop van een referteperiode. De onder de oude regeling ingezette
                    handelwijze van 1 januari peildatum kan dus worden voortgezet. </al><al>k.<vet>een laag inkomen</vet>:</al><al>Met betrekking tot het begrip “inkomen” is een van de WWB afwijkende definitie
                    opgenomen. Nu de wetgever de gemeenteraad opdracht heeft gegeven om in de
                    verordening regels te geven met betrekking tot het begrip “langdurig, laag
                    inkomen” is de gemeenteraad bevoegd om dit begrip voor de toepassing van artikel
                    36, lid 1 WWB nader te definiëren. Met de gebruikte definitie wordt aangesloten
                    bij de in de bestaande uitvoeringspraktijk gehanteerde (en ook door de wetgever
                    bedoelde) invulling van het begrip inkomen in artikel 36, lid 1 WWB. Voorts is
                    naar aanleiding van zeer recente jurisprudentie aangesloten bij een grens van
                    100% van de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm, waarbij overschrijdingen
                    tot maximaal 5% van het sociaal minimum moeten worden genegeerd. De reden
                    hiervoor is hoofdzakelijk dat het armoedeval-effect zoveel mogelijk voorkomen
                    moet worden. Maar daarnaast mag niet vergeten worden dat het vaststellen van een
                    hogere grens (reeds net boven 105% van het sociaal minimum) ongewenste
                    discriminatoire effecten in zich heeft. </al><al>l.<vet>de inkomsten uit arbeid</vet>:</al><al>Deze omschrijving behoeft geen nadere toelichting. </al><al>m.<vet>de inkomsten in verband met arbeid</vet>:</al><al>Deze omschrijving behoeft geen nadere toelichting. </al><al>n.<vet>het vermogen</vet>:</al><al>Deze omschrijving behoeft geen nadere toelichting. </al><al>o.<vet>de gehuwdennorm</vet>:</al><al>Deze omschrijving behoeft geen nadere toelichting. </al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>De categorie-indeling is gebaseerd op de Wet Werk en Bijstand. De begrippen zijn
                    nader uitgelegd in artikel 1 van deze verordening. </al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Dit artikel omschrijft de voorwaarden voor het kunnen toekennen van een
                    langdurigheidstoeslag. Voor de begripsomschrijving wordt wederom verwezen naar
                    artikel 1 van deze verordening. Verder is in dit artikel geregeld hoe moet
                    worden omgegaan met </al><al>maanden binnen de referteperiode, waarin er helemaal geen inkomen is geweest.
                    Ook is nog een keer benadrukt dat in het geval van gehuwden beide partners aan
                    de eisen moeten voldoen. </al><tussenkop>Artikel 4 </tussenkop><al>De hoogte van de langdurigheidstoeslag is gebaseerd op de huidige hoogte. Om
                    niet jaarlijks de verordening aan te hoeven passen is gekozen om de hoogte
                    jaarlijks automatisch mee te laten bewegen met de bijstandsnormen. Omdat de
                    bijstandsnormen in beginsel tweemaal per jaar worden geïndexeerd en de
                    langdurigheidstoeslag maar eenmaal, wordt steeds de gergelijking gemaakt met de
                    bijstandsnormen van 1 januari van het voorafgaande jaar. </al><al>In het derde lid van wordt een regeling overeenkomstig artikel 24 WWB gegeven
                    voor situaties waarin bij gehuwden één van beide partners is uitgesloten van het
                    recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13, lid 1 WWB. De
                    WWB voorziet immers niet in een afwijzingsgrond voor de rechthebbende
                    echtgenoot, terwijl daarentegen het toekennen van het bedrag voor gehuwden in
                    dergelijke situaties ook niet opportuun is. NB: Dit derde lid ziet enkel op de
                    situatie dat er bij een echtgenoot sprake is van een uitsluitingsgrond op grond
                    van artikel 11 of artikel 13, lid 1 WWB. Indien één van beide gehuwden niet in
                    aanmerking komt voor het recht op langdurigheidstoeslag wegens het niet voldoen
                    aan de voorwaarden als genoemd in artikel 36, lid 1 WWB of deze verordening,
                    hebben beide echtgenoten geen recht op langdurigheidstoeslag. Het recht op
                    langdurigheidstoeslag komt gehuwden immers gezamenlijk toe. Zij moeten daarom
                    ook allebei, zowel afzonderlijk als gezamenlijk aan de voorwaarden voldoen. </al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Artikel 7 van de WWB schrijft voor dat de uitvoering van de wet berust bij
                    Burgemeester en Wethouders. Zij kunnen deze bevoegdheid overeenkomstig hetgeen
                    hierover in de wet is geregeld vervolgens mandateren aan ambtenaren. Volgens het
                    tweede lid hebben burgemeester en wethouders de bevoegdheid om in individuele
                    gevallen af te wijken van het in de verordening bepaalde.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Deze omschrijving behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>Deze omschrijving behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>