<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR54687_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van een baatbelasting "Donckse Huizen"</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Baatbelasting Donckse Huizen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 222</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">"Bekostigingsbesluit Donckse Huizen", vastgesteld bij raadsbesluit van 22 april 1996</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>1999-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2000-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 5</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>nr. 232</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Datum inwerkingtreding bij benadering.</al><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 1997.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de heffing en invordering van een baatbelasting "Donckse Huizen"
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Ridderkerk;</al>
          <al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12
                        november 1996, </al>
          <al>nr. 472;</al>
          <al>gelet op artikel 222 van de Gemeentewet en het "Bekostigingsbesluit Donckse
                        Huizen", vastgesteld bij raadsbesluit van 22 april 1996;</al>
          <al>
            <vet>b e s l u.i t :</vet>
          </al>
          <al>vast te stellen de:</al>
          <al>
            <vet>Verordening op de heffing en invordering van een</vet>
          </al>
          <al>
            <vet>baatbelasting "Donckse Huizen"</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening verstaat onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>een onroerende zaak:</al><lijst>
                <li nr="1."><al>een gebouwd eigendom;</al></li>
                <li nr="2."><al>een ongebouwd eigendom;</al></li>
                <li nr="3."><al>een gedeelte van een onder 1 of 2 bedoeld eigendom dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;</al></li>
                <li nr="4."><al>een samenstel van twee of meer van de onder 1 of 2 bedoelde eigendommen of onder 3 bedoelde gedeelten daarvan die naar de omstandigheden beoordeeld bij elkaar horen.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="b."><al>het bestemmingsplan: het bestemmingsplan "Dockse Bos", van
                                        24 september 1984, goedgekeurd bij Koninklijk besluit van18
                                        december 1987, nr. 159.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Belastbaar feit</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Onder de naam "Baatbelasting Donckse Huizen" wordt in de vorm van een
                            heffing ineens een directe belasting geheven ter zake van onroerende
                            zaken gelegen in de gemeente binnen de rode omlijning op de bij deze
                            verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte kaart, die op 1
                            november 1996 zijn gebaat door de in het tweede lid genoemde
                            voorzieningen die tot stand zijn of worden gebracht door of met
                            medewerking met het gemeentebestuur.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De in het eerste lid bedoelde voorzieningen omvatten:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>het opbreken van verhardingen;</al></li>
              <li nr="b."><al>het opbreken van verhardingslagen van steenmengsel;</al></li>
              <li nr="c."><al>het vervoeren van grond;</al></li>
              <li nr="d."><al>het verwerken van grond ten behoeve van verhardingen en
                                    dergelijke;</al></li>
              <li nr="e."><al>werkzaamheden ten behoeve van leidingwerk en drainage; </al></li>
              <li nr="f."><al>werkzaamheden ten behoeve van kolkaansluitingen; </al></li>
              <li nr="g."><al>het aanbrengen van kolken; </al></li>
              <li nr="h."><al>het aanbrengen van verharding.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Belastingplicht</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De belasting wordt geheven van degene die van een onroerende zaak als
                            bedoeld in artikel 2, eerste lid, het genot heeft krachtens eigendom,
                            bezit of beperkt recht.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende krachtens
                            eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die op het tijdstip
                            van ingang van de heffing dan wel, indien de belasting wordt geheven in
                            de vorm van een jaarlijkse belasting, bij de aanvang van het
                            belastingjaar als zodanig bij het kadaster bekend staat, tenzij blijkt
                            dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht is.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien de lasten die zijn verbonden aan de voorzieningen genoemd in
                            artikel 2, tweede lid, ter zake van een onroerende zaak krachtens
                            overeenkomst zijn of worden voldaan, wordt de belasting ter zake van die
                            onroerende zaak niet geheven.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Maatstaf van heffing</titel>
          </kop>
          <al>De maatstaf van heffing is een bedrag per onroerende zaak.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
          </kop>
          <al>
            <vet>Belastingtarief</vet>
          </al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De belasting bedraagt per onroerende zaak, aangegeven in de kleur
                                geel op de kaart bedoeld in 2.1 <cursief>f</cursief><cursief>
                                    8.000,</cursief><cursief>-</cursief><cursief>-</cursief> of €
                                3.630,25.</al></li>
            <li nr="2."><al>De belasting bedraagt per onroerende zaak, aangegeven in de kleur
                                blauw op de kaart bedoeld in 2.1 <cursief>f</cursief><cursief>
                                    4.000,</cursief><cursief>-</cursief><cursief>-</cursief> of
                                €1.815,13.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse
                            belasting</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de
                        belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een jaarlijkse
                        belasting gedurende 15 of 30 jaren.</al><al>Het verzoek genoemd in de eerste volzin dient binnen zes weken na de
                        dagtekening van de aanslag schriftelijk bij het college van burgemeester en
                        wethouders te worden ingediend.</al></li>
            <li nr="2."><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></li>
            <li nr="3."><al>De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal
                                verschuldigde, berekend op basis van een periode van 15 of 30 jaren
                                en een rentevoet van 6,5 % .</al></li>
            <li nr="4."><al>De belasting over de nog niet verstreken belastingjaren kan elk jaar
                                worden afgekocht. De afkoopsom wordt bepaald op de contante waarde
                                van de op 1 januari van het belastingjaar, waarin de afkoop
                                plaatsvindt, nog te verschijnen belastingbedragen berekend naar een
                                rentevoet van 6,5 % .</al></li>
            <li nr="5."><lijst>
                <li nr="a."><al>Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse
                                heffing en de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                                als bedoeld in het eerste lid eindigt of wijzigt als gevolg van het
                                overdragen van eigendom, bezit of beperkt recht, wordt de nieuwe
                                genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met ingang
                                van het eerstvolgende belastingjaar een aanslag ineens opgelegd voor
                                de resterende belastingjaren van het belastingtijdvak, berekend
                                overeenkomstig het vierde lid van dit artikel.</al></li>
                <li nr="b."><al>In afwijking van het bepaalde in onderdeel a, wordt op
                                        verzoek van de in dat onderdeel bedoelde belastingplichtige
                                        de jaarlijkse heffing overeenkomstig het eerste lid
                                        gecontinueerd. Het verzoek daartoe dient binnen zes weken na
                                        de dagtekening van de aanslag ingevolge onderdeel a,
                                        schriftelijk bij het college van burgemeester en wethouders
                                        te worden ingediend.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="6."><al>Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse
                                heffing en in de loop van het belastingtijdvak de eigendom, het
                                bezit of het beperkt recht van een gedeelte van de onroerende zaak
                                wordt overgedragen, wordt, voor de verdeling van de resterende
                                belastingschuld, de maatstaf van heffing als bedoeld in artikel 4
                                voor de betreffende onroerende zaken opnieuw vastgesteld voor de nog
                                niet verstreken belastingjaren.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Kwijtschelding</titel>
          </kop>
          <al>Bij de invordering van de baatbelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van baatbelasting.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Verzending van aanslagen</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan bepalen dat voor de
                        toezending of uitreiking van aanslagbiljetten ingevolge artikel 8, eerste
                        lid, van de Invorderingswet 1990 (Stb.221) voor de betrokken in artikel 221,
                        tweede lid, van de Gemeentewet (Stb.1994,762) bedoelde gemeenteambtenaar een
                        andere gemeenteambtenaar in de plaats treedt.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Nakoming van verplichtingen</titel>
          </kop>
          <al>De verplichtingen bedoeld in artikel 47, 49 en 50 van de Algemene wet inzake
                        rijksbelastingen (Stb.1959,301) en in de artikelen 58 en 60 van de
                        Invorderingswet 1990, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de
                        algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet,
                        gelden mede jegens de door het college van burgemeester en wethouders
                        aangewezen ambtenaren van gemeentelijke belastingen.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
          </kop>
          <al>[vervallen]</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van bekendmaking.</al></li>
            <li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 1997.</al></li>
            <li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening
                                Baatbelasting Donckse Huizen".</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Ridderkerk, 16 december 1996</ondertekening>
        <ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening>
        <ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening>
        <ondertekening>H.J.M. Gevers drs. J.B. Waaijer</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>