<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR54670_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening betreffende de volgorde van afvloeiing van het onderwijzend personeel van de openbare scholen voor basisonderwijs</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Afvloeiingsregeling openbaar basisonderwijs</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het primair onderwijs</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>1999-02-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1999-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>1999-02-22</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Gemeentestukken 1999-136</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>onderwijs</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Met ingang van 1 augustus 1998 wordt ingetrokken de Afvloeiingsregeling openbaar onderwijs van 21 oktober 1985, inclusief de drie wijzigingen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening betreffende de volgorde van afvloeiing van het onderwijzend personeel van de openbare scholen voor basisonderwijs
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Ridderkerk;</al>
          <al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12
                        januari 1999, nummer 136; </al>
          <al>gelet op de bepalingen van de Wet op het primair onderwijs;</al>
          <al>
            <vet>b e s l u i t:</vet>
          </al>
          <al>I.vast te stellen de navolgende</al>
          <al>
            <vet>Verordening betreffende de volgorde van afvloeiing van
                        het</vet>
            <vet>onderwijzend</vet>
          </al>
          <al>
            <vet>personeel van de openbare scholen voor basisonderwijs</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsbepalingen</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening verstaat onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>school : een school voor basisonderwijs;</al></li>
            <li nr="b."><al>belanghebbende : het lid van het onderwijzend personeel, aangesteld
                                bij het openbaar basisonderwijs van de gemeente Ridderkerk;</al></li>
            <li nr="c."><al>diensttijd : de totale diensttijd doorgebracht:</al><lijst>
                <li nr="1."><al>aan een school of inrichting waarop de Kleuteronderwijswet
                                        of de Lageronderwijswet 1920 van toepassing was, de Wet op
                                        het basisonderwijs of de lnterimwet op het speciaal
                                        onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs van
                                        toepassing is c.q. de onderwijsvormen die in de plaats
                                        daarvan zijn of worden ingesteld, met dien verstande dat de
                                        tijd voor januari 1956 doorgebracht aan een school voor
                                        kleuteronderwijs meetelt indien daaruit inkomsten werden
                                        genoten;</al></li>
                <li nr="2."><al>aan een school of inrichting als bedoeld in de Wet op het
                                        voortgezet onderwijs danwel de Overgangswet voortgezet
                                        onderwijs - waaronder begrepen vormingsinstituten - en in de
                                        wetten die geacht kunnen worden aan de Wet op het voortgezet
                                        onderwijs te zijn voorafgegaan;</al></li>
                <li nr="3."><al>aan een school of inrichting als bedoeld in de
                                        Experimentenwet Onderwijs;</al></li>
                <li nr="4."><al>aan een instituut voor vormingswerk voor jonge volwassenen,
                                        dat gesubsidieerd wordt volgens de "Rijksregeling
                                        subsidiëring vormingswerk leerplichtvrije jeugd 1964" (Stb.
                                        1964, 239);</al></li>
                <li nr="5."><al>aan een Nederlandse instelling voor wetenschappelijk
                                        onderwijs, de Politie Academie, de Rijksluchtvaartschool,
                                        alsmede het militair wetenschappelijk onderwijs aan het
                                        Koninklijk Instituut van de Marine, de Koninklijke Militaire
                                        Academie, de Koninklijke Militaire school en de Hogere
                                        Krijgsschool, indien de personeelskosten van die instelling
                                        voor tenminste 51 % door de overheid worden vergoed
                                        ingevolge enige wettelijke bepaling, alsmede de voormalige
                                        Mijnscholen in Limburg voorzover het rechtstreeks door de
                                        overheid beheerde mijnen betreft;</al></li>
                <li nr="6."><al>aan een Nederlandse school, cursus, opleiding of andere
                                        instelling voor bijzonder onderwijs als bedoeld in artikel
                                        56 van de Wet op het voortgezet onderwijs, die van
                                        overheidswege is aangewezen als bevoegd om aan de leerlingen
                                        op grond van met gunstig gevolg afgelegde examens dezelfde
                                        diploma's uit te reiken als die welke uitgereikt worden door
                                        overeenkomstige uit enig openbare kas bekostigde instelling,
                                        dan wel;</al><lijst>
                    <li nr="-"><al>aan centra voor vakopleiding aan volwassenen en
                                                jong-volwassenen;</al></li>
                    <li nr="-"><al>aan gestichten, bedoeld in de Beginselenwet
                                                Gevangeniswezen en in Rijksinrichtingen als bedoeld
                                                in de Beginselenwet voor de kinderbescherming; </al></li>
                    <li nr="-"><al>aan hier te lande gevestigde instellingen die
                                                opleiden of opleidden voor enig geestelijk ambt;
                                            </al></li>
                    <li nr="-"><al>aan door de Nederlandse overheid gesubsidieerde
                                                muziekscholen;</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="7."><al>bij een orgaan als bedoeld in de Wet op het leerlingwezen
                                        (Stb. 1966, 215);</al></li>
                <li nr="8."><al>bij een privaatrechtelijk lichaam als bedoeld in artikel B3
                                        van de Algemene burgerlijke pensioenwet, waarvan de
                                        aanwijzing als zodanig op voordracht van de minister van
                                        Onderwijs en Wetenschappen is geschied, danwel de
                                        bekostiging geheel of gedeeltelijk door het Rijk
                                        plaatsvindt, waarbij mede in aanmerking komt de tijd
                                        doorgebracht in een betrekking aan bovenbedoelde instelling
                                        die voorafgaat aan de aanwijzing als bedoeld in artikel B3
                                        van de Algemene burgerlijke pensioenwet;</al></li>
                <li nr="9."><al>aan door het Rijk en/of de gemeenten bekostigde
                                        Schoolbegeleidingsdiensten;</al></li>
                <li nr="10."><al>bij het door het Rijk bekostigde Nederlandse scholen in het
                                        buitenland en bij door het Rijk erkende scholen in de
                                        huidige en voormalige overzeese gebiedsdelen;</al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
          <al>10 a. aan een instelling voor MO-opleidingen in de zin van de wet op de
                        MOopleidingen;</al>
          <al>10 b. aan een instelling waarop de Wet op het hoger beroepsonderwijs van
                        toepassing is;</al>
          <al>10 c. bij een instelling als bedoeld in de Rijksregeling Basiseducatie;</al>
          <al>10 d. bij een instelling als bedoeld in de Wet op de onderwijsverzorging;
                        alsmede de tijd gedurende welke</al>
          <lijst>
            <li nr="11."><al>de belanghebbende als dienstplichtige in Nederlandse militaire
                                dienst was, dan wel de deze vervangende dienst bedoeld in de Wet
                                Gewetensbezwaren Militaire Dienst;</al></li>
            <li nr="12."><al>de belanghebbende in het genot is geweest van een ontslaguitkering
                                vanwege het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, het
                                ministerie van Landbouw en Visserij of, voor wat betreft de
                                vakonderwijzer, vanwege de gemeente:</al><lijst>
                <li nr="d."><al>vaste aanstelling : aanstelling voor onbepaalde tijd;</al></li>
                <li nr="e."><al>tijdelijke aanstelling : aanstelling voor bepaalde
                                        tijd;</al></li>
                <li nr="f."><al>afvloeiing : tussentijds ontslag uit een tijdelijk
                                        dienstverband dan wel ontslag uit een vast dienstverband van belanghebbende op grond van opheffing van de school of van een betrekking aan de school of wegens zodanige veranderingen in de inrichting van het onderwijs, dat
                                        de werkzaamheden van een of meer belanghebbenden overbodig worden.</al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Afvloeiingsvolgorde</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Met inachtneming vanhet in het derde lid bepaalde vindt op
                            bestuursniveau afvloeiing plaats in de volgende volgorde:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>eerst de belanghebbende met een tijdelijke aanstelling, met
                                    uitzondering van de tijdelijk aangestelde ter vervanging;</al></li>
              <li nr="b."><al>vervolgens de belanghebbende met een vaste aanstelling.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Binnen elke groepering genoemd in het eerste lid wordt de hiernavolgende
                            volgorde aangehouden:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>eerst degene die aan het bevoegd gezag schriftelijk te kennen
                                    heeft gegeven geen bezwaar tegen afvloeiing te hebben, waarbij
                                    de oudste in leeftijd het eerst in aanmerking komt;</al></li>
              <li nr="b."><al>vervolgens degene die de minste diensttijd heeft, waarbij in
                                    geval van gelijke diensttijd de jongste in leeftijd het eerst in
                                    aanmerking komt.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De directeur van een school voor basisonderwijs vloeit slechts af bij de
                            opheffing van de school.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Categorieën</titel>
          </kop>
          <al>Afvloeiing vindt overeenkomstig de in artikel 2 genoemde volgorde voor de
                        volgende categorieën afzonderlijk plaats:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>personeel aangesteld als directeur;</al></li>
            <li nr="b."><al>personeel aangesteld als groepsleraar;</al></li>
            <li nr="c."><al>personeel voor rijksrekening aangesteld voor het geven van
                                vakonderwijs per</al><al> vakgebied, zoals aangegeven in het schoolwerkplan;</al></li>
            <li nr="d."><al>personeel voor gemeenterekening aangesteld voor het geven van</al><al> vakonderwijs per vakgebied, zoals aangegeven in het
                                schoolwerkplan;</al></li>
            <li nr="e."><al>personeel aangesteld voor het geven van onderwijs in allochtone
                                levende</al><al> talen (per taalgroep) zoals aangegeven in het schoolwerkplan.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Hardheidsclausule</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Ter vermijding van kennelijke onbillijkheid of als het belang van de
                            school dit kennelijk vereist, kan bij de verlening van ontslag van de
                            overeenkomstig de artikelen 2 en 3 bepaalde volgorde worden afgeweken,
                            met dien verstande dat, indien de omvang van de voorgenomen afvloeiing
                            daartoe aanleiding geeft, deze geschiedt naar een bepaald vooraf
                            vastgesteld en aan belanghebbenden kenbaar gemaakt plan.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Indien de oorzaak van het formatieve probleem zich voordoet op een of
                            enkele scholen, dat wil zeggen voor minimaal 120 fre's per school en zou
                            leiden tot kennelijke onbillijkheid, vindt, in afwijking van
                            bovenstaande, afvloeiing plaats - binnen de bestuurslijst - uit het
                            personeelsbestand van de betreffende school/scholen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Aan het bepaalde in de voorgaande leden wordt voorzover het omvangrijke
                            afwijkingen betreft slechts uitvoering gegeven na overleg met
                            belanghebbenden en na de daarvoor in aanmerking komende organisaties van
                            onderwijzend personeel en de medezeggenschapsraad (gemeenschappelijke
                            medezeggenschapsraad) te hebben gehoord.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Wijziging verordening</titel>
          </kop>
          <al>Burgemeester en wethouders leggen elk wijzigingsvoorstel van deze
                        verordening voor overleg voor aan de daarvoor in aanmerking komende
                        organisaties van onderwijzend personeel en ter advies en instemming aan de
                        betrokken medezeggenschapsraad danwel gemeenschappelijke
                        medezeggenschapsraad, alvorens zij dit voorstel ter vaststelling aan de
                        gemeenteraad voorleggen.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Slotbepaling</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Afvloeiingsregeling
                                openbaar basisonderwijs" en treedt met terugwerkende kracht in
                                werking op 1 augustus 1998.</al></li>
            <li nr="2."><al>Een exemplaar van deze verordening wordt tegelijk met het
                                aanstellingsbesluit aan belanghebbende uitgereikt.</al></li>
            <li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor, dat een exemplaar
                                van deze verordening in elke openbare school voor basisonderwijs
                                steeds op een voor belanghebbenden toegankelijke plaats ter inzage
                                ligt.</al><lijst>
                <li nr="II."><al>In te trekken met ingang van 1 augustus 1998 de
                                        Afvloeiingsregeling openbaar onderwijs van 21 oktober 1985,
                                        inclusief de drie wijzigingen.</al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Ridderkerk, gehouden op 22 februari 1999.</ondertekening>
        <ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening>
        <ondertekening>CW/263/rpb</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>