<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR54640_1</dcterms:identifier><dcterms:title>inspraak- en participatieverordening gemeente Huizen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Huizen</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-11-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Huizen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nieuwsblad voor Huizen, 18 november</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>inspraak- en participatieverordening Huizen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">gemeentewet, art. 150</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-11-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>inspraak- en participatieverordening gemeente Huizen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> Nr. 6.3</al><al>De raad der gemeente Huizen;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 26 oktober
                        2010;</al><al>gelet op artikel150 van de Gemeentewet</al><al> b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de</al><al><vet>inspraak- en participatieverordening gemeente Huizen</vet></al><al>Verordening over de wijze waarop ingezetenen van Huizen en
                        belanghebbenden worden betrokken bij beleidsvorming van de gemeente.
                        Verder te omschrijven als de ‘Inspraak- en participatieverordening
                        Huizen’.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>De verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="1."><al>Beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het
                                    vaststellen of wijzigen van beleid.</al></li><li nr="2."><al>Inspraak: het bieden van de formele gelegenheid aan ingezetenen
                                    en belanghebbenden om hun mening over beleidsvoornemens kenbaar
                                    te maken. </al></li><li nr="3."><al>Inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak gestalte wordt
                                    gegeven.</al></li><li nr="4."><al>Participatie: het in een zo vroeg mogelijk stadium betrekken van
                                    doelgroepen (burgers, instellingen, bedrijven en dergelijke) bij
                                    de voorbereiding, vaststelling, uitvoering of evaluatie van
                                    gemeentelijk beleid. </al></li><li nr="5."><al>Randvoorwaarden: aan de participatie ten grondslag liggende
                                    feiten, waarop het bestuursorgaan geen invloed heeft, dan wel
                                    door het bestuursorgaan aan participatie gestelde kaders. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onderwerp van inspraak of participatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden
                                of inspraak/participatie wordt verleend bij de voorbereiding van
                                gemeentelijk beleid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen participatie of inspraak wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>Bij ondergeschikte herzieningen, uitwerkingen of
                                        toepassingen van eerder vastgesteld beleid.</al></li><li nr="b."><al>Indien inspraak of participatie bij of krachtens wettelijk
                                        voorschrift is uitgesloten.</al></li><li nr="c."><al>Indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving
                                        waarbij het bestuurs-orgaan geen of nauwelijks
                                        beleidsvrijheid heeft.</al></li><li nr="d."><al>Inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke
                                        dienstverlening en belastingen, bedoeld in hoofdstuk XV van
                                        de Gemeentewet. </al></li><li nr="e."><al>Indien de uitvoering van een beleidsvoornemen naar het
                                        oordeel van het bestuursorgaan zo spoedeisend is, dat
                                        participatie of inspraak niet kan worden afgewacht.</al></li><li nr="f."><al>Indien het belang van participatie of inspraak niet opweegt
                                        tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente
                                        voor kwetsbare groepen in de samen-leving. </al></li><li nr="g."><al>Als het een beleidsvoornemen betreft, dat betrekking heeft
                                        op interne organisa-torische aangelegenheden van de
                                        gemeente. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inspraak- of participatiegerechtigden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij participatie zijn ingezetenen en belanghebbenden betrokken.
                            </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Inspraak</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inspraakprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet
                                bestuursrecht van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens andere
                                inspraak-procedures vaststellen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuursorgaan beschrijft vooraf duidelijk het onderwerp en
                                doelstelling van de inspraak, de verantwoordelijkheden, de wijze van
                                informatieverstrekking, de wijze waarop belanghebbenden worden
                                betrokken en de randvoorwaarden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verslaglegging inspraak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een
                                eindverslag op.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eindverslag bevat in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>Een beschrijving van de gevolgde procedure.</al></li><li nr="b."><al>Een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak
                                        mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht.</al></li><li nr="c."><al>Een reactie op deze zienswijzen, waarbij gemotiveerd wordt
                                        op welke punten al dan niet tot aanpassing van het
                                        beleidsvoornemen wordt overgegaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze
                                openbaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester vermeldt het eindverslag in zijn
                                burgerjaarverslag.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Participatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Participatieprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuursorgaan stelt voor elk onderwerp waarop participatie
                                wordt verleend een procedure vast. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De participatieprocedure bevat tenminste:</al><lijst><li nr="a."><al>Een omschrijving van het onderwerp van participatie, zoals
                                        bedoeld in artikel 2.</al></li><li nr="b."><al>Een aanduiding van de kring van ingezetenen en/of
                                        belanghebbenden, zoals bedoeld in artikel 3. </al></li><li nr="c."><al>De rol van college en raad. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In aanvulling op lid 2 bevat deze procedure voor zover
                                mogelijk:</al><lijst><li nr="a."><al>De randvoorwaarden zoals bedoeld in artikel 1 onder 5. </al></li><li nr="b."><al>De manier waarop het participatieproces wordt
                                        vormgegeven.</al></li><li nr="c."><al>Een tijdpad.</al></li><li nr="d."><al>Een communicatieparagraaf.</al></li><li nr="e."><al>Een financiële paragraaf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het tweede en derde lid genoemde onderdelen worden opgenomen
                                in het plan van aanpak van het desbetreffende project. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de procedure wijzigen in die gevallen waarin
                                de vaststelling van het beleidsvoornemen dat vereist. Zoals artikel
                                3:42 van de Algemene wet bestuursrecht voorschrijft, geeft het
                                bestuursorgaan hiervan schriftelijk kennis. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Voorbereiding participatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuursorgaan informeert voorafgaand aan de participatie
                                deelnemers hierover. Volstaan kan worden met vermelding van de
                                zakelijke inhoud. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan draagt er zorg voor dat de kring van
                                participanten voldoende tijd en informatie krijgt voor een goede
                                voorbereiding. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verslaglegging participatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuursorgaan draagt zorg voor verslaglegging van de in het
                                kader van participatie gehouden bijeenkomsten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verslagen worden aan alle aanwezigen bij de in het eerste lid
                                bedoelde bijeen-komsten beschikbaar gesteld. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een weergave van de opbrengst van participatie maakt deel uit van
                                het voorstel dat ter besluitvorming wordt aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na besluitvorming worden het voorstel en besluit aan alle
                                participanten beschikbaar gesteld. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verordening treedt in werking op de achtste dag na
                                bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De inspraakverordening Huizen van januari 2005 wordt ingetrokken op
                                de dag dat de inspraak- en participatieverordening in werking
                                treedt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Inspraak- en
                            participatie-verordening Huizen.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van 11 november 2010</ondertekening><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Artikelsgewijze toelichting Inspraak- en participatieverordening
                                gemeente Huizen</vet></al><al><cursief>Artikelsgewijze toelichting Inspraak- en
                                participatieverordening gemeente Huizen</cursief></al><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Participatie een formele plaats in de beleidsvorming. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al><cursief>Inspraak en participatie</cursief></al><al>Er zijn veel omschrijvingenmogelijk voor de wijze waarop belanghebbenden
                            betrokken kunnen worden bij de totstandkoming van beleid (informatie,
                            communicatie, inspraak, interactieve beleidsvorming etc.). Omwille van
                            eenduidigheid is gekozen voor de termen inspraak en participatie. Bij de
                            in dit artikel opgenomen formulering van de begrippen-inspraak en
                            participatie is aangesloten bij de tekst van artikel 150 van de
                            Gemeentewet. Inspraak en participatie maken onderdeel uit van de
                            voorbereiding en uitvoering van het beleid van de gemeente en hebben een
                            tweeledig doel. Enerzijds wordt aan belangheb-benden de mogelijkheid
                            geboden om hun mening over beleidsvoornemens kenbaar te maken.
                            Anderzijds biedt het bestuursorganen een belangrijk hulpmiddel in het
                            kader van de voor de beleidsvoorbereiding noodzakelijke
                            belangenafweging.</al><al><cursief>Inspraakprocedure</cursief></al><al>De verantwoordelijkheid voor het maken van een regeling over de wijze
                            waarop bij de</al><al>voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken ligt ingevolge
                            artikel 150 van de Gemeentewet bij de raad. Artikel 7, tweede lid geeft
                            het bestuursorgaan ruimte om een andere procedure te volgen. Het
                            bestuursorgaan is immers verantwoordelijk voor uitvoering, de nadere
                            regeling en organisatie van de inspraak.</al><al><cursief>Beleidsvoornemen</cursief></al><al>Het begrip beleidsvoornemen is gedefinieerd als het voornemen van het
                            bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. Het zal
                            duidelijk zijn dat het hierbij niet gaat om de vaststelling van concrete
                            besluiten of maatregelen, maar om de vorming van het beleid waarop deze
                            kunnen worden gebaseerd. Het begrip bestuursorgaan is gedefinieerd in
                            artikel 1:1, eerste lid, van de Awb. Het omvat in elk geval raad,
                            college en burgemeester.</al><al><cursief>Randvoorwaarden</cursief></al><al>Dit begrip is bedoeld om de ruimte voor inspraak of participatie af te
                            bakenen, om</al><al>bijvoorbeeld te voorkomen dat deze zich richt op onderdelen waarover het
                            bestuursorgaan geen beslissingsbevoegdheid heeft of waarover het
                            bestuursorgaan reeds heeft besloten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onderwerp van inspraak of participatie</titel></kop><al>In het eerste lid is bepaald dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn
                            eigen bevoegd-heden besluit of inspraak of participatie (of geen van
                            beide) wordt verleend bij de voorbe-reiding van beleid van de gemeente.
                            Elk bestuursorgaan van de gemeente kan zijn eigen beleidsvoornemen aan
                            inspraak of participatie onderwerpen.</al><al>Omdat het in bepaalde gevallen doelmatiger zal kunnen zijn als inspraak
                            /participatie geschiedt door middel van bijvoorbeeld spreekrecht bij
                            commissievergaderingen, blijft door de formulering van het eerste lid de
                            mogelijkheid bestaan dat voor bepaalde beleidsvoor-nemens een andere
                            wijze van inspraak/participatie wordt geregeld. Het besluit om al dan
                            niet inspraak of participatie te verlenen is een besluit in de zin van
                            de Awb. Hiertegen kan dus bezwaar worden gemaakt.</al><al>In het tweede lid is opgenomen dat inspraak altijd wordt verleend,
                            indien een wettelijk voorschrift daartoe verplicht. Wettelijke
                            verplichtingen tot het bieden van inspraak bestaan nu bijvoorbeeld
                            bij:</al><lijst><li nr="·"><al>De voorbereiding van een ontwikkelingsprogramma stedelijke
                                    vernieuwing (artikel 7 van de Wet stedelijke vernieuwing).</al></li><li nr="·"><al>De voorbereiding van het gemeentelijk milieubeleidsplan (artikel
                                    4.17, derde lid van de Wet Milieubeheer).</al></li><li nr="·"><al>De plannen en beleidsverslagen gericht op de realisatie en de
                                    vormgeving van cliëntenparticipatie bij de uitvoering van de Wet
                                    Werk en Bijstand, de Wet inkomens-voorziening oudere en
                                    gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (artikel
                                    42) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte werkloze werknemers (artikel 42).</al></li><li nr="·"><al>De voorbereiding van besluiten tot uitsluiting van
                                    welstandstoetsing als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder
                                    a. en b. van de Woningwet (artikel 12, vierde lid).</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inspraak- of participatiegerechtigden</titel></kop><al>De omschrijving van inspraak- of participatie gerechtigden vloeit
                            rechtstreeks voort uit de tekst van artikel 150 van de Gemeentewet. Het
                            begrip ‘belanghebbende’ is in artikel 1:2 Awb gedefinieerd en deze
                            definitie geldt ook voor wetgeving buiten de Awb.</al><al>Artikel 3 legt de verantwoordelijkheid voor de keuze van bij inspraak of
                            participatie te betrekken belanghebbenden neer bij het bestuursorgaan,
                            afhankelijk van de bevoegdheid over het betreffende onderwerp. Vanwege
                            het open karakter van dit artikel vraagt dit in concrete gevallen om een
                            bewuste afweging, rekening houdend met o.a. aard, schaal en reikwijdte
                            van het onderwerp. De participatievisie is hiervoor uitgangspunt. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Inspraakprocedure</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inspraakprocedure</titel></kop><al>In het eerste lid is afdeling 3.4 van de Awb van toepassing verklaard op
                            de inspraak. In artikelen 3:10 tot en met 3:17 Awb is de
                            inspraakprocedure te vinden. Na terinzagelegging en bekendmaking van het
                            beleidsvoornemen kunnen belanghebbenden gedurende zes weken schriftelijk
                            of mondeling hun zienswijze naar voren brengen. In de meeste gevallen
                            zal deze procedure passend zijn voor de inspraak. Zo niet, dan kan op
                            grond van het tweede lid de inspraakprocedure worden aangepast. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verslaglegging inspraak</titel></kop><al>In dit geval is niet gekozen voor verwijzing naar afdeling 3.4 Awb,
                            waarin slechts wordt bepaald dat een verslag wordt gemaakt van hetgeen
                            tijdens de inspraakprocedure mondeling naar voren is gebracht. Onder het
                            in het tweede lid, onderdeel a, genoemde verslag van de gevolgde
                            inspraakprocedure wordt verstaan: Hoe is de procedure feitelijk
                            verlopen? Is afdeling 3.4 Awb onverkort toegepast? Wanneer is het
                            beleidsvoornemen ter inzage gelegd etc.?</al><al>Onderdeel b betekent dat de eindrapportage een volledig overzicht dient
                            te bevatten van zowel de mondelinge als de schriftelijke
                            inspraakreacties. De schriftelijke inspraakreacties kunnen aan het
                            verslag worden gehecht. In het verslag kan worden volstaan met een korte
                            zakelijke weergave van de naar voren gebrachte opvattingen en vermelding
                            van de personen die hun opvatting naar voren hebben gebracht. Onder c
                            wordt als het sluitstuk van inspraak voorgeschreven dat het
                            bestuursorgaan aangeeft wat met de zienswijzen wordt gedaan.</al><al>In het derde lid is bepaald dat het bestuursorgaan het eindverslag op de
                            gebruikelijke wijze openbaar maakt. De bekendmaking van de resultaten
                            van de inspraak is uitermate belangrijk. Het ligt voor de hand om
                            degenen die hebben ingesproken een exemplaar van het eindverslag te
                            sturen. Als het aantal insprekers omvangrijk is, kan worden gekozen voor
                            het volstaan met een algemene bekendmaking. Het is aan te bevelen om
                            tijdens de inspraakavond al duidelijkheid over de communicatie te
                            verschaffen.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Participatie</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Participatieprocedure</titel></kop><al>Ondanks het open en flexibele karakter van participatie dient omwille
                            van de duidelijkheid hiervoor ook een procedure te worden opgesteld.
                            Deze dient in ieder geval onderwerp, belanghebbenden en bestuurlijke
                            vraag aan te geven, en - voor zover in de fase van gedachtevorming al
                            mogelijk is -de overige elementen, zoals bedoeld in lid 3.</al><al>Uit het vijfde lid volgt dat ook het bestuursorgaan de procedure, indien
                            noodzakelijk, kan wijzigen. Belanghebbenden worden hierover
                            geïnformeerd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Voorbereiding participatie</titel></kop><al>In dit artikel zijn enkele richtlijnen ten aanzien van de voorbereiding
                            opgenomen. Voor participatie is geen minimale voorbereidingstijd van
                            vier weken opgenomen om de flexibi-liteit van participatie niet te
                            beperken. Afhankelijk van het onderwerp dient in concrete gevallen
                            bepaald te worden wat voldoende voorbereidingstijd is.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verslaglegging van participatie</titel></kop><al>De verslaglegging van de resultaten van het participatieproces is
                            uitermate belangrijk. Van de te houden bijeenkomsten wordt een verslag
                            gemaakt. De verslaglegging is afhankelijk van het gekozen traject; een
                            workshop is bijvoorbeeld niet altijd in een schriftelijk verslag vast te
                            leggen.</al><al>Het is aan te bevelen om tijdens het proces al duidelijkheid over de
                            communicatie te verschaffen. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Met deze bepaling wordt de bestaande inspraakverordening ingetrokken. Op
                            de achtste dag na publicatie treedt de verordening in werking.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>