<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR54580_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Havenverordening gemeente Ridderkerk 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentejournaal, 20-07-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Havenverordening gemeente Ridderkerk 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-07-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-07-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Gemeentestukken 2007-103</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>openbare orde en veiligheid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Havenverordening gemeente Ridderkerk 2007
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Ridderkerk;</al>
          <al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 22
                        mei 2007,</al>
          <al>nummer 103 ;</al>
          <al>gelet op artikel 147 van de Gemeentewet;</al>
          <al>overwegende dat het, in het belang van de orde en veiligheid in de
                        Ridderkerkse haven en alle binnen de grenzen van de gemeente aanwezige
                        waterkeringen en kunstwerken die in beheer of eigendom zijn van de gemeente
                        Ridderkerk, noodzakelijk is regels vast te stellen omtrent de orde in, het
                        gebruik van en het toezicht op dit gebied;</al>
          <al>
            <vet>b e s l u i t :</vet>
          </al>
          <al>vast te stellen de </al>
          <al>
            <vet>Havenverordening gemeente Ridderkerk 2007</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.1</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening verstaat onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>schip: elk vaartuig met inbegrip van een vaartuig zonder
                                    waterverplaatsing en een watervliegtuig, gebruikt of geschikt om
                                    te worden gebruikt als een middel van vervoer te water;</al></li>
              <li nr="2."><al>zeeschip: een schip dat wordt gebruikt voor de vaart ter zee of
                                    dat blijkens zijn constructie voor de vaart ter zee is bestemd
                                    en elk schip dat is voorzien van een document -afgegeven door
                                    het bevoegd gezag van het land waar het schip is ingeschreven-
                                    waaruit blijkt dat het geschikt is voor de vaart ter zee;</al></li>
              <li nr="3."><al>binnenschip: een schip, niet zijnde een zeeschip;</al></li>
              <li nr="4."><al>pleziervaartuig: een schip dat uitsluitend of hoofdzakelijk
                                    wordt gebruikt voor sportieve of recreatieve doeleinden, niet
                                    zijnde een cruiseschip of hotelschip;</al></li>
              <li nr="5."><al>woonschip: een schip dat uitsluitend of hoofdzakelijk als woning
                                    wordt gebruikt of tot woning is bestemd;</al></li>
              <li nr="6."><al>schipper: gezagvoerder op een schip of diens
                                    plaatsvervanger;</al></li>
              <li nr="7."><al>haven: de wateren binnen de gemeente die voor de scheepvaart
                                    openstaan;</al></li>
              <li nr="8."><al>havenmeester: degene die door het college als zodanig is
                                    aangesteld;</al></li>
              <li nr="9."><al>jachthaven: deel van de haven dat bestemd is voor het aanmeren
                                    van pleziervaartuigen</al></li>
              <li nr="10."><al>ligplaats: plaats waar een schip is aangemeerd;</al></li>
              <li nr="11."><al>oever: waterkeringen (met inbegrip van kades) langs de rivieren
                                    Nieuwe Maas en Noord op het grondgebied van de gemeente
                                    Ridderkerk die in beheer of eigendom zijn van de gemeente
                                    Ridderkerk. </al></li>
              <li nr="12."><al>pier: in het water gebouwde dammen op het grondgebied van de
                                    gemeente Ridderkerk die in beheer of eigendom zijn van de
                                    gemeente Ridderkerk</al></li>
              <li nr="13."><al>laad- en losplaats: een plaats in de haven bestemd voor het
                                    laden en lossen van schepen;</al></li>
              <li nr="14."><al>passantensteiger: de in de Ridderkerkse haven gelegen steiger,
                                    bestemd voor het kortstondig aanmeren van vaartuigen.</al></li>
              <li nr="15."><al>steiger: drijvend of vast kunstwerk met het doel er een schip te
                                    laten aanmeren.</al></li>
              <li nr="16."><al>Gevaarlijke stoffen: stoffen, die gevaar voor explosie, brand,
                                    corrosie, vergiftiging, bedwelming of straling kunnen opleveren,
                                    zoals vermeld in de International Maritime Dangerous Goods Code,
                                    de (International) Code for the Construction en Equipment of
                                    Ships Carrying Dangerous Chemicals in Bulk, de (International)
                                    Code for the Construction and Equipment of Ships Carrying
                                    Liquefied Gases in Bulk van de Internationale Maritieme
                                    Organisatie, danwel in het Reglement voor het vervoer van
                                    gevaarlijke stoffen over de Rijn (ADNR);</al></li>
              <li nr="17."><al>schadelijke stoffen: stoffen die als zodanig bij of krachtens de
                                    Wet voorkoming verontreiniging door schepen zijn
                                    aangewezenof worden genoemd in het Besluit Aanwijzing
                                    Gevaarlijke Afvalstoffen krachtens de Wet milieubeheer.</al></li>
              <li nr="18."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                    Ridderkerk.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.2</nr>
              <titel>Toepassingsgebied</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Tenzij in deze verordening anders is bepaald, is deze verordening
                                van toepassing op de Ridderkerkse haven en alle tot de haven
                                behorende kunstwerken, alsmede op de scheepshellingen,
                                scheepsreparatiewerven, los- en laadplaatsen binnen de gemeente,
                                zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende tekening.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Tevens is deze verordening van toepassing op schepen die buiten de
                                haven doch binnen de gemeente langs de oevers van de rivieren Nieuwe
                                Maas en Noord direct of indirect gemeerd of ten anker liggen, zoals
                                aangegeven op de bij deze verordening behorende tekening.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, is van toepassing
                                de geldende Algemene Plaatselijke Verordening Ridderkerk.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.3</nr>
              <titel>Verlening en weigering van vergunningen en ontheffingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan nadere regels stellen omtrent de wijze van indienen
                                van een aanvraag en de daarbij benodigde gegevens en
                                bescheiden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Een vergunning of ontheffing krachtens deze verordening wordt
                                schriftelijk verleend of kan in spoedeisende gevallen voor een
                                eenmalige gedraging of handeling van korte duur mondeling worden
                                verleend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                ontheffing kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden.
                            </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Een vergunning of ontheffing wordt geweigerd indien belangen van
                                openbare orde, veiligheid, volksgezondheid of bescherming van het
                                milieu zich daartegen verzetten.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.4</nr>
              <titel>Persoonlijk karakter van vergunningen of ontheffingen</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing wordt voor bepaalde tijd verleend aan de
                            schipper van het schip waarop de aanvraag betrekking heeft.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.5</nr>
              <titel>Verplichtingen van de aanvrager of houder van een vergunning of
                                ontheffing</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Op het schip dient altijd (een kopie van) de vergunning of
                                ontheffing aanwezig te zijn.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De houder van een vergunning of ontheffing dient zodra daarom door
                                een toezichthoudende ambtenaar of een opsporingsambtenaar, als
                                bedoeld in artikel 5.3 en artikel 5.5, gevraagd wordt de vergunning
                                of ontheffing te tonen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De houder van een vergunning of ontheffing dient de daaraan
                                verbonden beperkingen en voorschriften in acht te nemen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De aanvrager of houder van een vergunning of ontheffing dient
                                aanwijzingen, gegeven ter bescherming van het belang van deze
                                verordening van daartoe bevoegde personen direct en stipt op te
                                volgen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.6</nr>
              <titel>Intrekking of wijziging van vergunningen of ontheffingen</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li>
              <li nr="2."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                    ontheffing moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging
                                    nodig is vanwege een belang als genoemd in artikel 1.3, vierde
                                    lid;</al></li>
              <li nr="3."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li>
              <li nr="4."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een termijn van drie maanden;</al></li>
              <li nr="5."><al>indien hierom door of namens de houder wordt verzocht.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>ORDE IN HET TOEPASSINGSGEBIED</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.1</nr>
              <titel>Toezicht</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college plaatst in het belang van de orde en veiligheid
                                verkeerstekens in het gebied zoals genoemd in artikel 1.2.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college wijst een havenmeester aan en stelt regels vast ter
                                uitoefening van deze functie.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.2</nr>
              <titel>Meldingsplicht</titel>
            </kop>
            <al>De schipper van een schip, niet zijnde een pleziervaartuig, dient zich,
                            zodra hij met zijn schip de haven wil binnenvaren of elders in het
                            toepassingsgebied wil aanmeren bij de havenmeester te melden.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.3</nr>
              <titel>Aanmeren, laden en lossen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het is verboden met een schip aan te meren of zich met een schip op
                                een ligplaats te bevinden, tenzij:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>dit in overeenstemming is met de ter plaatse aangebrachte
                                        verkeerstekens en eventuele nadere aanduidingen;</al></li>
                <li nr="b."><al>het een pleziervaartuig in de jachthaven betreft;</al></li>
                <li nr="c."><al>dit gebeurt na toestemming van de huurder, erfpachter of
                                        eigenaar van een aan de ligplaats gelegen terrein;</al></li>
                <li nr="d."><al>het college ontheffing heeft verleend.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan in afwijking van het eerste lid onder c, het nemen
                                of houden van ligplaats verbieden uit het oogpunt van orde,
                                veiligheid of milieu.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college stelt nadere regels vast omtrent de toewijzing van
                                ligplaatsen, de wijze van aanmeren en het laden en lossen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.4</nr>
              <titel>Hinderen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Uitsluitend op aanwijzing van de havenmeester is het
                                toegestaan:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>zonder vergunning van het college met een schip stil te
                                        liggen of het te laden en te lossen op andere dan de
                                        daarvoor bestemde plaatsen;</al></li>
                <li nr="b."><al>met een schip de doorvaart van andere schepen te hinderen,
                                        hinderlijke waterbeweging te veroorzaken of tijdens het
                                        laden en lossen elkaar te hinderen;</al></li>
                <li nr="c."><al>onderdelen van het schip of andere voorwerpen zodanig buiten
                                        boord steken, dat daardoor gevaar of hinder kan
                                        ontstaan.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.5</nr>
              <titel>Gedoogplicht aanmeren schepen voor aangrenzende bedrijven</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Wanneer twee of meer schepen gelijktijdig bij twee aangrenzende
                                bedrijven moeten laden of lossen en een of meer vaartuigen daarbij
                                gedeeltelijk voor het aangrenzende bedrijf moeten aanmeren, wordt
                                bij het schip dat het eerst heeft aangemeerd ook het eerst met laden
                                of lossen begonnen en dient het schip dat bij het aangrenzende
                                bedrijf moet laden of lossen, te wachten tot het eerste schip met
                                het laden of lossen gereed is.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien bij het schip, waarbij het eerst met het laden of lossen is
                                begonnen, de overslag tijdelijk wordt gestaakt, dient het voor de
                                duur van deze onderbreking plaats te maken voor het andere
                                schip.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.6</nr>
              <titel>Verhalen van schepen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De havenmeester is bevoegd de houder van een schip op te dragen zijn
                                schip binnen een redelijke termijn te verhalen naar een andere
                                ligplaats indien dit ter bescherming van de belangen van deze
                                verordening naar zijn oordeel noodzakelijk is.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien geen gevolg wordt gegeven aan de opdracht, bedoeld in het
                                eerste lid, is het college bevoegd het schip voor rekening en risico
                                van de houder te doen verhalen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In spoedeisende gevallen of indien de houder onbekend is, behoeft
                                geen redelijke termijn in acht te worden genomen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.7</nr>
              <titel>Opvolgen aanwijzingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Op een schip dient te allen tijde een persoon aanwezig te zijn die
                                bekwaam is om de in het belang van deze verordening gegeven
                                aanwijzingen op te volgen. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De in het eerste lid genoemde persoon dient:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>het schip naar een andere ligplaats te kunnen brengen;</al></li>
                <li nr="b."><al>te gedogen dat schepen op de zijde van het zijne liggend aan
                                        zijn schip worden aangemeerd of over zijn schip toegang naar
                                        of van de wal wordt verleend;</al></li>
                <li nr="c."><al>te gedogen dat trossen en lijnen van een schip dat in de
                                        haven verhaald wordt, aan het zijne worden vastgemaakt;</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In die gevallen, waarin niet aan het gestelde in het eerste lid kan
                                worden voldaan, dient voordat het schip verlaten wordt aan de
                                havenmeester te worden medegedeeld op welke wijze de in het eerste
                                lid genoemde persoon bereikbaar is.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.8</nr>
              <titel>IJsbreken</titel>
            </kop>
            <al>Zonder opdracht van de havenmeester is het verboden met een schip in de
                            haven ijs te breken.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>GEBRUIK VAN DE HAVEN, OEVERS, PIEREN EN STEIGERS</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3.1</nr>
              <titel>Woonschepen</titel>
            </kop>
            <al>Het is de eigenaar of de gebruiker van een woonschip verboden het schip
                            aan te meren of te doen verblijven in het gebied zoals genoemd in
                            artikel 1.2. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3.2</nr>
              <titel>Bijzonder gebruik van aangemeerde schepen</titel>
            </kop>
            <al>Het is verboden een schip:</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>aan te meren en te gebruiken als opslagplaats, magazijn,
                                    werkplaats, expositieruimte of voor het uitoefenen van een
                                    beroep of bedrijf, tenzij het gebruik van het schip gebonden is
                                    aan de aard van het beroep of bedrijf;</al></li>
              <li nr="2."><al>aan te meren met het doel dit voor langere tijd buiten bedrijf
                                    te stellen. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3.3</nr>
              <titel>Gebruik van ankers</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het is verboden om:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>een anker te gebruiken om een schip te stoppen; </al></li>
                <li nr="b."><al>met een krabbend anker te varen;</al></li>
                <li nr="c."><al>ten anker te gaan of te liggen.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het in het eerste lid bedoelde verbod is niet van toepassing indien
                                gehandeld wordt ter voorkoming van aanvaring of aandrijving of na
                                goedkeuring van de havenmeester.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3.4</nr>
              <titel>Gebruik van voortstuwers en zijstuwers/boegschroef</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het is verboden de voortstuwers en zijstuwers/boegschroef te
                                gebruiken:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>indien het schip aan de grond zit;</al></li>
                <li nr="b."><al>indien het schip gemeerd of ten anker ligt, tenzij dit
                                        geschiedt terstond na aankomst en vertrek.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien
                                gehandeld wordt na goedkeuring van de havenmeester.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3.5</nr>
              <titel>Recreatievaart en zeilvaart</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het is verboden in de haven:</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>met een schip te zeilen indien het schip over een motor
                                beschikt;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>te varen met een zeilplank of een jetski;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>te waterskiën of een waterskiër voort te bewegen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan ontheffing verlenen van het gestelde in het eerste
                                lid onder b en c.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>VEILIGHEID EN MILIEU</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.1</nr>
              <titel>Gevaarlijke of schadelijke lading</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het is verboden zonder voorafgaande melding aan de havenmeester met
                                een schip met een lading die valt onder de in artikel 1.1, onder q
                                en r genoemde stoffen de haven binnen te varen of elders aan te
                                meren in het in artikel 1.2 aangewezen gebied.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan stoffen aanwijzen die in onverpakte toestand bij het
                                laden in of lossen uit een schip nadelige gevolgen voor het milieu
                                of andere hinder kunnen veroorzaken. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De havenmeester kan de schipper verbieden om met zijn schip de haven
                                binnen te varen, aan te meren of op een ligplaats te verblijven,
                                indien het schip gevaar, schade of nadelige gevolgen voor het milieu
                                veroorzaakt of kan veroorzaken.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Een verbod wordt pas opgelegd nadat gebleken is dat geen uitvoering
                                is gegeven aan de aanwijzingen die daartoe zijn gegeven of indien
                                aannemelijk is dat geen maatregelen mogelijk zijn ter voorkoming of
                                beëindiging van het gevaar, de schade of de nadelige gevolgen voor
                                het milieu.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Een verbod wordt belanghebbenden schriftelijk bekendgemaakt, met
                                dien verstande dat in spoedeisende gevallen het verbod eerst
                                mondeling wordt medegedeeld door de havenmeester.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.2</nr>
              <titel>Veroorzaken van nadelige gevolgen voor het milieu</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het is verboden rook, roet, dampen, gassen, stof of stoom op een
                                zodanige wijze uit een schip te laten ontsnappen of andere
                                handelingen zodanig uit te voeren of na te laten dat daardoor gevaar
                                of milieuschade kunnen ontstaan, tenzij gehandeld wordt met een
                                vergunning krachtens de Wet milieubeheer.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het is verboden om zonder vergunning van het college de krachtens
                                artikel 4.1, tweede lid, aangewezen stoffen onverpakt in of uit een
                                schip te laden of te lossen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.3</nr>
              <titel>Verrichten van herstellingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het is verboden om zonder vergunning van het college aan of op een
                                schip herstellingswerkzaamheden te verrichten of te doen
                                verrichten.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het in het eerste lid bedoelde verbod is niet van toepassing op
                                schepen:</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>die geen gevaarlijke stof aan boord hebben of van die stof zijn
                                schoongemaakt, mits bij de herstellingswerkzaamheden geen vuur wordt
                                gebruikt en geen vuur kan ontstaan;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>wanneer tijdens de herstellingswerkzaamheden de bedrijfsgereedheid
                                van het schip niet wordt belemmerd;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>wanneer de herstellingswerkzaamheden geen gevaar of milieuschade
                                kunnen opleveren.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.4</nr>
              <titel>Ontsmetten van schepen</titel>
            </kop>
            <al>Het is verboden zonder vergunning van het college een schip of de lading
                            daarvan met gassen te behandelen of te doen behandelen met het doel het
                            schip of de lading te ontsmetten.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.5</nr>
              <titel>Afvalinzameling</titel>
            </kop>
            <al>Het college stelt regels vast omtrent de inzameling van afvalstoffen van
                            aangemeerde schepen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.6</nr>
              <titel>Melding en verwijdering vrijkomende stoffen of te water geraakte
                                voorwerpen</titel>
            </kop>
            <al>Degene door wiens toedoen een stof vrijkomt of een voorwerp in het water
                            terechtkomt, waardoor gevaar, schade of nadelige gevolgen voor het
                            milieu (kunnen) worden veroorzaakt, meldt dit direct bij de havenmeester
                            en verwijdert de stof of het voorwerp direct, tenzij dit redelijkerwijs
                            niet uitvoerbaar is.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.7</nr>
              <titel>Melding gezonken schip</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De houder van een schip is verplicht dit onmiddellijk na het zinken
                                daarvan te melden bij de havenmeester en het gezonken schip in
                                overeenstemming met de daartoe strekkende regelgeving te
                                markeren.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college stelt de termijn vast waarbinnen het gezonken schip en
                                de lading dienen te worden gelicht en verwijderd.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.8</nr>
              <titel>Veroorzaken geluidhinder</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het is verboden op een schip zonder noodzaak geluidssignalen te
                                geven of anderszins voor de omgeving geluidhinder te
                                veroorzaken.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>STRAF- EN SLOTBEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.1</nr>
              <titel>Aanwijzingen</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan aanwijzingen geven ter bescherming van de orde,
                            veiligheid en de volksgezondheid, ter voorkoming van schade en van
                            nadelige gevolgen voor het milieu en ter regeling van het
                            scheepvaartverkeer en het aanmeren in het gebied zoals genoemd in
                            artikel 1.2.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.2</nr>
              <titel>Afwijkingsbevoegdheid</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van hetgeen in deze
                                verordening is bepaald.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In die gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                college.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.3</nr>
              <titel>Toezichthoudende ambtenaren</titel>
            </kop>
            <al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast:</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>de personen werkzaam bij de Politie Rotterdam Rijnmond aan wie
                                    ingevolge artikel 141 van het Wetboek van strafvordering
                                    opsporingsbevoegdheid toekomt;</al></li>
              <li nr="2."><al>de door het college aangestelde havenmeester en diens
                                    plaatsvervangers.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.4</nr>
              <titel>Verplichting tot medewerking en verschaffen van
                                inlichtingen</titel>
            </kop>
            <al>Op verzoek daartoe dient een ieder de in artikel 5.3 , eerste lid,
                            bedoelde personen medewerking te verlenen en inlichtingen te
                            verschaffen, die in redelijkheid voor de uitoefening van de bij deze
                            verordening verleende bevoegdheden nodig kunnen zijn.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.5</nr>
              <titel>Opsporingsambtenaren</titel>
            </kop>
            <al>Naast degenen die op grond van artikel 141 van het Wetboek van
                            Strafvordering opsporingsbevoegd zijn, zijn met het opsporen van
                            overtredingen van deze verordening tevens de controleurs gevaarlijke
                            stoffen belast, alsmede andere door het college aan te wijzen
                            ambtenaren.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.6</nr>
              <titel>Betreden van (woon)ruimten en plaatsen</titel>
            </kop>
            <al>Personen die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing
                            van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn bevoegd tot het
                            betreden van al dan niet afgesloten ruimten of plaatsen - met inbegrip
                            van woningen en schepen - zonder toestemming van de rechthebbende of
                            bewoner, voor zover het toezicht op de naleving of de opsporing van het
                            bepaalde bij of krachtens deze verordening dit vereisen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.7</nr>
              <titel>Strafbepaling</titel>
            </kop>
            <al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van
                            de tweede categorie. Overtreding van het bij of krachtens deze
                            verordening bepaalde kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking
                            van de rechterlijke uitspraak.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.8</nr>
              <titel>Overgangsrecht</titel>
            </kop>
            <al>Vergunningen, toestemmingen, ontheffingen, die zijn verleend of gegeven
                            of die zijn aangevraagd op grond van de Haven- en kadeverordening
                            Ridderkerk d.d. 20 mei 1997, worden geacht te zijn verleend, gegeven of
                            aangevraagd op grond van deze verordening.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.9</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die
                                    waarop zij is bekendgemaakt.</al></li>
              <li nr="2."><al>Op dat tijdstip wordt de Haven- en kadeverordening gemeente
                                    Ridderkerk 1997 d.d. 20 mei 1997 ingetrokken.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Ridderkerk d.d. </ondertekening>
        <ondertekening>5 juli 2007.</ondertekening>
        <ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening>
        <ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening>
        <ondertekening>g.eeninkwinkel@ridderkerk.nl/211/</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <al>
          <vet>ALGEMENE TOELICHTING</vet>
        </al>
        <al>De Haven- en kadeverordening gemeente Ridderkerk 1997 was niet meer in
                    overeenstemming met geldende wet- en regelgeving en is om die reden herzien. </al>
        <al>Naar aanleiding van de perikelen in 2004 rond de stankoverlast van een ponton,
                    dat bedekt was met mosselen en dat ter hoogte van Bolnes was aangemeerd, is
                    tevens gezocht naar een mogelijkheid om dergelijke problemen in de toekomst te
                    voorkomen. Om in voorkomende gevallen adequater te kunnen optreden is het
                    toepassingsgebied van de nieuwe verordening uitgebreid tot de oevers van de
                    rivieren Nieuwe Maas en Noord voor zover deze in beheer of eigendom zijn van de
                    gemeente Ridderkerk.</al>
        <al>Overbodige of onnodig belastende regels zijn geschrapt. Daar waar sprake is van
                    een verbod is waar dat kan, aangegeven dat het college een vergunning of
                    ontheffing kan verlenen. Daarmee behoren onduidelijkheden zoals b.v.
                    toestemmingen tot het verleden.</al>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING </titel>
          </kop>
          <al/>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
          </kop>
          <al>Voor de omschrijving van diverse begrippen is aansluiting gezocht bij
                            reeds bestaande wettelijke definities. Sommige omschrijvingen zijn
                            zodanig, dat zij binnen het kader van de scheepvaart een passende
                            betekenis hebben.</al>
          <al>
            <vet>f.</vet>
            <vet> Schipper</vet>
          </al>
          <al>In het kader van deze verordening is het van belang vast te stellen wie
                            aan boord van een schip feitelijk de leiding heeft. De omschrijving
                            dient dan ook in deze zin te worden opgevat. Is noch de schipper, noch
                            zijn plaatsvervanger aanwezig dan wordt de eigenaar of gebruiker van het
                            vaartuig als schipper aangemerkt.</al>
          <al>m.Gevaarlijke stoffen</al>
          <al>Ter nadere aanduiding van die stoffen wordt verwezen naar de geldende
                            internationale regelingen, die opsommingen bevatten van stoffen die als
                            gevaarlijk moeten worden beschouwd. Zo nodig kan het college nog andere
                            stoffen als gevaarlijk aanwijzen indien zij dit dienstig achten voor de
                            toepassing van de verordening.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1</nr>
          </kop>
          <al>Het toepassingsgebied beperkt zich niet alleen tot de als “haven” omschreven
                        wateren, maar strekt zich tevens uit tot alle direct aan het rivierwater
                        gelegen waterkeringen en kunstwerken zoals steigers en pieren. (Op de
                        bijgevoegde kaart is het toepassingsgebied ingetekend.) Het is duidelijk dat
                        ook vanaf de wal de orde en veiligheid op het water ongunstig kan worden
                        beïnvloed. Te denken valt hierbij aan over het water stekende kranen of
                        balken. </al>
          <al>Het college kan beperkingen en voorschriften aan een vergunning of
                        ontheffing verbinden. Vanzelfsprekend mogen die slechts strekken tot
                        bescherming van het belang dat met de verbodsbepaling wordt gediend. </al>
          <al>Het bezit van een vergunning of ontheffing kan gemakkelijk worden aangetoond
                        wanneer men over een schriftelijk stuk beschikt. Wanneer evenwel voor een
                        eenmalige gedraging of handeling van korte duur het noodzakelijk is direct
                        een besluit te nemen kan dat op grond van artikel 1.3, tweede lid, mondeling
                        gebeuren. In de praktijk geschiedt het vragen en verlenen van “toestemming”,
                        in de nieuwe verordening “vergunning”, meestal per marifoon. Dit kan de
                        houder van de mondeling verleende goedkeuring in bewijsmoeilijkheden brengen
                        tegenover de toezichthoudende ambtenaar of de opsporingsambtenaar. Het is
                        dus zaak dat degene die de mondelinge goedkeuring verleent hiervan
                        nauwkeurig aantekening maakt.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2</nr>
          </kop>
          <al>In dit hoofdstuk is de verplichting voor de schipper opgenomen zich te
                        melden indien hij aan wil meren in het gebied waarop de verordening van
                        toepassing is. In verband met de toegankelijk van de haven kan het niet zo
                        zijn dat op iedere willekeurige plaats een ligplaats wordt ingenomen. De
                        havenmeester is de aangewezen persoon om toe te zien op een ordelijk verloop
                        van het aanmeren enz. in het gebied en in het bijzonder op het
                        scheepvaartverkeer in de haven.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3</nr>
          </kop>
          <al>In en langs de waterkeringen in en buiten de haven bevinden zich op een
                        groot aantal plaatsen infrastructurele voorzieningen. Het gebruik van ankers
                        en zijstuwers (schroeven) kan leiden tot beschadiging van die voorzieningen.
                        Een algemeen verbod is dan ook gerechtvaardigd. De havenmeester is degene
                        die kan beoordelen of in bepaalde omstandigheden toch een anker of een
                        zijstuwer gebruikt moet worden. Indien met goedkeuring van de havenmeester
                        een anker of een zijstuwer gebruikt wordt, betekent dat niet dat de eigenaar
                        van het schip gevrijwaard is tegen aanspraken van de gemeente indien als
                        gevolg van het gebruik van dat anker of die zijstuwer schade ontstaat aan
                        eigendommen van de gemeente. Slechts de strafbaarheid van het gebruik wordt
                        in bedoelde gevallen opgeheven.</al>
          <al>Ter voorkoming van gevaarlijke situaties is recreatievaart zoals omschreven
                        in artikel 3.5 verboden. De mogelijke ontheffing zou kunnen worden verleend
                        in het geval dat een evenement zou worden georganiseerd.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>4</nr>
          </kop>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label/>
          </kop>
          <al>In het kader van milieuaspecten is de Wet milieubeheer de overkoepelende wet
                        die ziet op nadelige gevolgen voor het milieu. In dit hoofdstuk zijn die
                        zaken opgenomen die buiten de werkingssfeer van de Wet milieubeheer plaats
                        kunnen vinden op een schip. </al>
          <al>De bescherming van de veiligheid en het milieu houdt in dat ten aanzien van
                        schepen die ernstig gevaar, schade of nadelige gevolgen voor het milieu
                        kunnen opleveren (zinken, breken, brand, explosie of vrijkomen van
                        gevaarlijke stoffen), maatregelen van min of meer ingrijpende aard getroffen
                        moeten kunnen worden. Deze kunnen variëren van het treffen van
                        noodvoorzieningen aan boord van het schip tot - in het uiterste geval - het
                        verbieden van invaren van de haven, aanmeren of van verblijf van het schip
                        in de haven of elders in het gebied binnen de werkingssfeer van deze
                        verordening. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4.1</nr>
            <titel>en 4.2</titel>
          </kop>
          <al>Om in de gaten te kunnen houden of schepen met een gevaarlijke of
                        schadelijke lading willen aanmeren, moeten schippers zich melden voordat zij
                        hun de haven binnenvaren of ergens anders aanmeren. Naar aanleiding van de
                        melding bij de havenmeester kan het college als dat nodig is op grond van
                        dit artikel optreden. Daar een dergelijk verbod vergaande gevolgen kan
                        hebben, wordt dit schriftelijk aan belanghebbenden medegedeeld. Om diezelfde
                        reden wordt, voordat een verbod wordt opgelegd de schipper, zo mogelijk, in
                        de gelegenheid gesteld maatregelen te nemen om een einde te maken aan de
                        gevaar, schade of hinder opleverende situatie.</al>
          <al>Het college kan stoffen aanwijzen die op zichzelf niet schadelijk zijn of
                        waarvan geen toxische werking uitgaat, maar die bij overslag uit een schip
                        een zeer hinderlijke of stinkende werking hebben. Indien een vergunning is
                        verleend op grond van de Wet Milieubeheer gaat deze boven de bepalingen van
                        deze verordening. Het begrip "inrichting" in genoemde wet leidt er toe dat
                        een groot aantal schepen onder de werkingssfeer van deze wet valt. Het
                        gevolg is dat daarmee een groot aantal handelingen buiten de werkingssfeer
                        van deze verordening valt. Vergunning is dan ook slechts vereist indien zich
                        een geval voordoet, waarbij het schip of de lading niet op enige wijze valt
                        binnen de werking van een vergunning krachtens de Wet Milieubeheer.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4.3</nr>
            <titel>en 4.4</titel>
          </kop>
          <al>Het verrichten van reparaties is inherent aan de aanwezigheid van schepen in
                        een haven. Kleine reparaties worden vaak door de eigen bemanning gedaan op
                        de laad- of losplaats. Om onveilige situaties te voorkomen is dit artikel
                        opgenomen. Datzelfde geldt voor het ontsmetten van schepen ter bestrijding
                        van ongedierte. Daar aan een vergunning beperkingen of voorschriften kunnen
                        worden verbonden, zal het meestal mogelijk zijn om op die wijze de
                        werkzaamheden te laten plaatsvinden zonder dat de veiligheid of het milieu
                        in het geding kan komen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4.6</nr>
            <titel>en 4.7</titel>
          </kop>
          <al>In verband met de veiligheid op en in het water en eventuele belemmeringen
                        in de vaarweg is het van belang dat, zodra stoffen, voorwerpen of schepen te
                        water geraken of zinken, hiervan direct melding wordt gemaakt bij de
                        havenmeester.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>5</nr>
          </kop>
          <al>Het college kan aanwijzingen geven met betrekking tot de onderwerpen genoemd
                        in dit artikel. Uiteraard gelden hierbij de grenzen van hogere regelingen,
                        onder meer de Wet Milieubeheer, de Wet verontreiniging oppervlaktewateren,
                        de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en de Arbeidsomstandighedenwet.</al>
          <al>In het geval zich een situatie voordoet die niet direct is te linken naar
                        een artikel in deze verordening, kan het college krachtens dit artikel 5.2
                        in de geest van deze verordening besluiten.</al>
        </divisie>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>