<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR54552_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening hondenbelasting 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">gemeentejournaal, 23-12-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Hondenbelasting 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 226</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Gemeentestukken 2008-201C</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De “Verordening hondenbelasting 2007”, van 14 december 2006, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2008, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      VERORDENING HONDENBELASTING 2008
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Ridderkerk;</al>
          <al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        6 november 2007, nummer 24;</al>
          <al>gelet op artikel 226 van de Gemeentewet;</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>b e s l u i t :</vet>
          </al>
          <al>vast te stellen de </al>
          <al/>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Belastbaar feit</titel>
          </kop>
          <al>Onder de naam “hondenbelasting” wordt een directe belasting geheven ter
                            zake van het houden van een hond binnen de gemeente.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Belastingplicht</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Belastingplichtig is de houder van een hond.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een
                                hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder
                                is.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt
                                aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel
                                231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde
                                gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Vrijstellingen</titel>
          </kop>
          <al>De belasting wordt niet geheven ter zake van honden:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>die uitsluitend dienen om blinde personen te leiden;</al></li>
            <li nr="b."><al>die door de “Stichting sociale honden voor gehandicapten
                                    Nederland” als gehandicaptenhond aan een gehandicapte ter
                                    beschikking zijn gesteld;</al></li>
            <li nr="c."><al>die geregistreerd staan als geleidehond in het
                                    dierenpaspoort;</al></li>
            <li nr="d."><al>die geregistreerd staan als politiehond of politie in opleiding
                                    waarbij de houder van een hond een registratie van de
                                    Koninklijke Nederlandse Politiehond Vereniging kan
                                    overleggen;</al></li>
            <li nr="e."><al>die geregistreerd staan als hulphond in opleiding bij de
                                    hieronder genoemde stichtingen en verenigingen en waarbij de
                                    belastingplichtige het uitsluitend doel heeft, een in bruikleen
                                    gekregen hond, op te leiden voor mensen met een lichamelijke of
                                    auditieve handicap. - Stichting Hulphond Nederland; - Stichting
                                    de hond kan de was doen;</al></li>
            <li nr="f."><al>die door de ‘Stichting Hulphond Nederland’ of ‘Stichting de hond
                                    kan de was doen’ als hulphond aan een persoon met een
                                    lichamelijke of auditieve handicap ter beschikking zijn
                                    gesteld;</al></li>
            <li nr="g."><al>die verblijven in een hondenasiel als bedoeld in artikel 1,
                                    onderdeel c, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welk asiel
                                    is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5,
                                    tweede lid, van genoemd besluit;</al></li>
            <li nr="h."><al>die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden
                                    gehouden in een bedrijfsinrichting als bedoeld in artikel 1,
                                    onderdeel b, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welke
                                    inrichting is opgenomen in het centraal register bedoeld in
                                    artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit;</al></li>
            <li nr="i."><al>die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de
                                    moederhond worden gehouden.</al></li>
            <li nr="j."><al>in eigendom zijn van regionale politiekorpsen en die worden
                                    gebruikt voor politiedoeleinden.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Maatstaf van heffing</titel>
          </kop>
          <al>De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt
                            gehouden.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Belastingtarief</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het belastingtarief bedraagt per belastingjaar:</al>
            <lijst>
              <li nr="a)"><al>voor een eerste hond € 58,73</al></li>
              <li nr="b)"><al>voor iedere volgende hond € 100,82</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In afwijking in zoverre van het voorgaande lid bedraagt het
                                belastingtarief voor honden, gehouden in kennels die zijn
                                geregistreerd bij de Raad van Beheer op kynologisch gebied in
                                Nederland € 159,67 per kennel.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het tweede lid blijft buiten toepassing indien belastingplichtige
                                schriftelijk verzoekt de verschuldigde belasting vast te stellen
                                naar het werkelijke aantal honden indien blijkt dat dit bedrag lager
                                is dan het op de voet van het tweede lid bepaalde bedrag.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Belastingjaar</titel>
          </kop>
          <al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of,
                                zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel
                                het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de
                                belasting, respectievelijk de hogere belasting ter zake van het
                                toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde
                                gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat
                                jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de
                                toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar
                                vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde
                                gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat
                                jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de
                                vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden
                                overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder
                                bedraagt dan € 10,--</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Belastingbedragen van minder dan € 10,-- worden niet geheven. Voor
                                de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één
                                aanslagbiljet verenigde aanslagen hondenbelasting of andere
                                heffingen aangemerkt als één belastingaanslag.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Termijnen van betaling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten aanslagen worden betaald in zes gelijke termijnen waarvan de
                                eerste vervalt op de laatste dag volgend op de maand die in de
                                dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                                termijnen een maand later. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van
                                de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                                aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan
                                € 50,-- , doch minder is dan € 2.000,-- en zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                                afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke
                                termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van
                                het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                                later.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, ingeval het
                                totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer is
                                dan € 2.000,-- dat de aanslagen moeten worden betaald in één termijn
                                die vervalt op de laatste dag volgend op de maand die in de
                                dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c,
                                van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde
                                beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van
                                overeenkomstige toepassing.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>– Verlenen kwijtschelding</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Bij de invordering van de hondenbelasting wordt per kalenderjaar
                                kwijtschelding verleend voor ten hoogste het belastingtarief voor de
                                eerste hond, zoals genoemd in artikel 5, lid 1, onderdeel a.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Bij de invordering van de hondenbelasting wordt in afwijking van de
                                uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 het percentage voor de
                                berekening van de kosten van bestaan vastgesteld op 100%.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en invordering van de hondenbelasting.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De “Verordening hondenbelasting 2007”, van 14 december 2006,
                                    wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde
                                    datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                                    toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                                    datum hebben voorgedaan.</al></li>
            <li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag
                                    na die van de bekendmaking.</al></li>
            <li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2008.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 13 december
                        2007.</ondertekening>
        <ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening>
        <ondertekening>De griffier,</ondertekening>
        <ondertekening>De voorzitter,</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>