<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR54537_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rioolrechten 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">gemeentejournaal, 23-12-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolrechten 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 229, lid 1, aanhef en onderdeel a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Gemeentestukken 2008-201H</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      VERORDENING RIOOLRECHTEN 2008
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Ridderkerk;</al>
          <al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        6 november 2007, nummer 24;</al>
          <al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a van de
                        Gemeentewet;</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>b e s l u i t :</vet>
          </al>
          <al>vast te stellen de </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <al>Voor de toepassing van deze verordening wordt:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>onder gemeentelijke riolering mede het voor de openbare dienst
                                    bestemde gemeentewater begrepen;</al></li>
            <li nr="b."><al>onder afvalwater verstaan water en stoffen die worden afgevoerd
                                    via de gemeentelijke riolering;</al></li>
            <li nr="c."><al>onder eigendom verstaan een roerende of een onroerende
                                    zaak;</al></li>
            <li nr="d."><al>onder verbruiksperiode verstaan de periode waarop de afrekening
                                    van het waterleidingbedrijf betrekking heeft.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Onder de naam “rioolrechten” worden geheven:</al>
            <lijst>
              <li nr="a)"><al>een recht van degene die bij het begin van het belastingjaar
                                        het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
                                        van een eigendom dat direct of indirect is aangesloten op de
                                        gemeentelijke riolering, en</al></li>
              <li nr="b)"><al>een recht van de gebruiker van een eigendom van waaruit
                                        afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering
                                        wordt afgevoerd.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Met betrekking tot het recht als bedoeld in het eerste lid,
                                onderdeel a, wordt ingeval het eigendom een onroerende zaak is, als
                                genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt
                                degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de
                                kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat
                                tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt
                                recht is.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Met betrekking tot het recht als bedoeld in het eerste lid,
                                onderdeel b, wordt als gebruiker aangemerkt:</al>
            <lijst>
              <li nr="a)"><al>degene die naar omstandigheden beoordeeld het eigendom al
                                        dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
                                        persoonlijk recht feitelijk gebruikt;</al></li>
              <li nr="b)"><al>ingeval een gedeelte van een eigendom – niet een gedeelte
                                        als bedoeld in artikel 3 – ten gebruike is afgestaan: degene
                                        die dat gedeelte heeft afgestaan.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Zelfstandige gedeelten</titel>
          </kop>
          <al>Indien gedeelten van een in artikel 2 bedoelde eigendom blijkens hun
                            indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt,
                            worden de rechten geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte,
                            met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als
                            een geheel worden gebruikt, deze als één eigendom worden
                            aangemerkt.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Maatstaf van heffing</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het recht als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, wordt
                                geheven per eigendom.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het recht als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, wordt
                                geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit het
                                eigendom wordt afgevoerd.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal
                                kubieke meters water dat in de laatste aan het begin van het
                                belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het eigendom is
                                toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de gebruiksperiode niet gelijk
                                is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water
                                door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt
                                een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand
                                gerekend.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                pompinstallatie zijn voorzien van een:</al>
            <lijst>
              <li nr="a)"><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                        worden afgelezen, of</al></li>
              <li nr="b)"><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                        pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest
                                        kan worden afgelezen.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>De eerste volzin is niet van toepassing indien de vaststelling van
                                hoeveel opgepompt water geschiedt op grond van enige andere
                                wettelijke bepaling.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                                gepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als
                                afvalwater is afgevoerd.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Belastingtarieven</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het recht als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a,
                                bedraagt per eigendom € 68,16.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het recht als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b,
                                bedraagt per eigendom € 68,16.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Bovenop het in het tweede lid bedoelde bedrag wordt een recht
                                geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater, voor zover het
                                aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit een eigendom wordt
                                afgevoerd meer bedraagt dan 500 m<sup>3</sup>.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Het recht als bedoeld in het derde lid bedraagt voor elke volle
                                eenheid van 100 kubieke meters afvalwater:</al>
            <lijst>
              <li nr="a)"><al>€ 72,72 per eenheid van 500 tot en met 1.000
                                        m<sup>3</sup>;</al></li>
              <li nr="b)"><al>€ 65,64 per eenheid van 1.001 tot en met 3.000
                                        m<sup>3</sup>;</al></li>
              <li nr="c)"><al>€ 58,20 per eenheid van 3.001 tot en met 6.000
                                        m<sup>3</sup>;</al></li>
              <li nr="d)"><al>€ 51,12 per eenheid van 6.001 tot en met 10.000
                                        m<sup>3</sup>;</al></li>
              <li nr="e)"><al>€ 39,72 per eenheid boven 10.000 m<sup>3</sup>.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Belastingjaar</titel>
          </kop>
          <al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <al>De rechten worden bij wege van aanslag geheven.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De rechten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, zijn verschuldigd
                                bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de
                                aanvang van de belastingplicht.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De belastingplicht vangt aan:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>door vestiging op een perceel in de gemeente Ridderkerk,
                                        waarbij geen sprake is van inwoning of verhuizing binnen de
                                        gemeente;</al></li>
              <li nr="b."><al>door aanwijzing van een nieuwe belastingplichtige ingeval de
                                        aanvankelijk aangewezen belastingplichtige verhuisd of
                                        overleden is. </al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                                is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                                voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt
                                door verhuizing of overlijden, bestaat aanspraak op ontheffing voor
                                zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde
                                belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht,
                                nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de
                                ontheffing minder bedraagt dan € 10,--.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Het vierde lid is niet van toepassing indien de belastingplichtige
                                binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel feitelijk in
                                gebruik neemt, waarbij geen sprake is van inwoning.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>Belastingbedragen van minder dan € 10,-- worden niet geheven. Voor
                                de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één
                                aanslagbiljet verenigde aanslagen rioolrechten of andere heffingen
                                aangemerkt als één belastingaanslag.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Termijnen van betaling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten aanslagen worden betaald in zes gelijke termijnen waarvan de
                                eerste vervalt op de laatste dag volgend op de maand die in de
                                dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                                termijnen een maand later. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van
                                de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                                aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan
                                € 50,-- doch minder is dan € 2.000,-- en zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                                afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke
                                termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van
                                het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                                later.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, ingeval het
                                totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer is
                                dan € 2.000,-- dat de aanslagen moeten worden betaald in één termijn
                                die vervalt op de laatste dag volgend op de maand die in de
                                dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c,
                                van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde
                                beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van
                                overeenkomstige toepassing.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>– Verlenen kwijtschelding</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Bij de invordering van het rioolrecht, als bedoeld in artikel 2 lid
                                1 sub a, wordt geen kwijtschelding verleend.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Bij de invordering van het rioolrecht, als bedoeld in artikel 2 lid
                                1 sub b, wordt geen kwijtschelding verleend voor de eerste € 20,77
                                van het verschuldigd belastingbedrag.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Bij de invordering van het rioolrecht, als bedoeld in artikel 2 lid
                                1 sub a en sub b, wordt in afwijking van de uitvoeringsregeling
                                Invorderingswet 1990 het percentage voor de berekening van de kosten
                                van bestaan vastgesteld op 100%.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en invordering van de rioolrechten.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De “verordening rioolrechten 2007” van 14 december 2006, wordt
                                    ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum
                                    van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                                    toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór die
                                    datum hebben voorgedaan.</al></li>
            <li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag
                                    na die van de bekendmaking.</al></li>
            <li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2008.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 13 december
                        2007.</ondertekening>
        <ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening>
        <ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>