<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR54534_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reintegratieverordening Wet Werk en Bijstand 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Verbinding, 03-11-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reintegratieverordening Wet Werk en Bijstand 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Werk en Bijstand, art. 7, 8, en 10, lid 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers, art. 34, 35 en 36</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, art. 34, 35 en 36</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-10-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-11-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-02-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reïntegratieverordening WET WERK EN BIJSTAND 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Heumen,</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        21 september 2010,</al><al>gezien het advies van de commissie Welzijn van 13 oktober 2010,</al><al>gelet op artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet, de artikelen 7 en 8
                        en 10, tweede lid, van de Wet Werk en Bijstand, de artikelen 34, 35 en
                        36 van de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                        arbeidsongeschikte werknemers (Ioaw) en de artikelen 34, 35 en 36 van de
                        Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                        gewezen zelfstandigen (Ioaz),</al><al><vet>besluit</vet></al><al>vast te stellen de “Reïntegratieverordening Wet Werk en Bijstand
                        2010”.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de Wet: de Wet Werk en Bijstand;</al></li><li nr="b."><al>uitkeringsgerechtigden: personen met een uitkering ingevolge de
                                    Wet Werk en Bijstand, de Ioaw of de Ioaz; </al></li><li nr="c."><al>Anw’ers: personen met een uitkering volgens de Algemene
                                    nabestaandenwet die ingeschreven zijn bij het Centrum voor Werk
                                    en Inkomen (CWI);</al></li><li nr="d."><al>Nuggers: personen die als werkloos werkzoekend zijn
                                    geregistreerd bij het CWI en die geen uitkeringsgerechtigden
                                    zijn;</al></li><li nr="e."><al>jongeren: uitkeringsgerechtigden, Anw-ers en Nuggers tot 23
                                    jaar;</al></li><li nr="f."><al>voorziening: een voorziening bedoeld in artikel 7 eerste lid
                                    onder a van de Wet, deze verordening en de Beleidsnota WWB
                                    2008-2011; </al></li><li nr="g."><al>Stichting Meedoen in Heumen: een rechtspersoon, opgericht om
                                    formeel werkgever te zijn van bijstandsgerechtigden die een
                                    betaald dienstverband aangeboden krijgen;</al></li><li nr="h."><al>Ioaw: Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="i."><al>Ioaz: Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="j."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Heumen;</al></li><li nr="k."><al>de raad: de gemeenteraad van de gemeente Heumen;</al></li><li nr="l."><al>Awb: de Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="m."><al>Werknemers in gesubsidieerde arbeid: werknemers als bedoeld in
                                    artikel 10, tweede lid van de Wet.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>Beleid en financiën</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Opdracht aan het college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college biedt aan bijstandsgerechtigden tot 65 jaar, aan
                                personen met een nabestaanden- of halfwezenuitkering,
                                niet-uitkeringsgerechtigden alsmede personen als bedoeld in artikel
                                10, tweede lid van de Wet, ondersteuning bij de arbeidsinschakeling
                                aan en, voor zover het college dat noodzakelijk acht, een
                                voorziening gericht op die arbeidsinschakeling. Artikel 40, eerste
                                lid van de Wet is van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden
                                van voorzieningen wordt door het college een afweging gemaakt,
                                waarbij gekeken wordt welke ondersteuning of voorziening, gelet op
                                de mogelijkheden en capaciteiten van een cliënt, het meest doelmatig
                                is met het oog op inschakeling in de arbeid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor voldoende diversiteit in het aanbod aan
                                ondersteuning en voorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Beleidsnota WWB</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad stelt ter nadere uitvoering van deze verordening
                                tenminste een keer per drie jaar een beleidsnota vast, waarin
                                beleidsprioriteiten voor de komende periode worden aangegeven,
                                alsmede de hoogte en wijze van financiering. Dit plan zal verder
                                genoemd worden: de Beleidsnota WWB.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De nota omvat in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de uitstroomdoelstellingen;</al></li><li nr="b."><al>een omschrijving van het beleid ten aanzien van de
                                        verschillende doelgroepen en de prioritering binnen en
                                        tussen die groepen, waarbij een evenwichtige aanpak als
                                        uitgangspunt wordt genomen;</al></li><li nr="c."><al>een verdeling van de beschikbare middelen over de
                                        verschillende voorzieningen;</al></li><li nr="d."><al>bepalingen over ontheffingen ten aanzien van de
                                        arbeidsverplichting, waarbij een individuele benadering het
                                        uitgangspunt is en ook aandacht wordt besteed aan de
                                        combinatie van arbeid en zorg;</al></li><li nr="e."><al>de beschikbare voorzieningen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het college zendt eenmaal per jaar aan de gemeenteraad een verslag
                                over de doeltreffendheid en de effecten van het beleid. Dit verslag wordt
                                vormgegeven conform het verslag als bedoeld in artikel 77 van de Wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanspraak op ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Uitkeringsgerechtigden, Anw-ers, Nuggers alsmede personen als
                                bedoeld in artikel 10, tweede lid van de Wet, hebben aanspraak op
                                ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van
                                het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college doet een aanbod dat past binnen de criteria die gesteld
                                zijn in deze verordening en de Beleidsnota WWB.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen aanspraak op een voorziening bestaat indien sprake is van een
                                voorliggende voorziening die naar de mening van het college in
                                voldoende mate bijdraagt aan de reïntegratie van de belanghebbende.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verplichtingen van de cliënt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een uitkeringsgerechtigde aan wie door het college een voorziening
                                wordt aangeboden is verplicht hiervan gebruik te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De persoon die deelneemt aan een voorziening is gehouden aan de
                                verplichtingen die voortvloeien uit de Wet, de Wet Structuur
                                Uitvoering Werk en Inkomen, deze verordening, alsmede aan de
                                verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft
                                verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening
                                niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, dan kan het college
                                de uitkering verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in de
                                verordening ‘Afstemming bijstand annex anti-misbruik Wet Werk en
                                Bijstand’.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de persoon, niet zijnde een uitkeringsgerechtigde, die
                                gebruik maakt van een voorziening niet voldoet aan het gestelde in
                                het tweede lid, kan het college de kosten van de voorziening dan wel
                                de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Criteria voor ontheffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan met inachtneming van artikel 9, tweede lid
                                        van de wet, resp. artikel 37a van de Ioaw en Ioaz, bepalen dat de uitkeringsgerechtigde
                                        tijdelijk, geheel of gedeeltelijk ontheffing wordt verleend van de verplichtingen genoemd in
                                        artikel 5 lid 1 en 2 van deze verordening, op basis van de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al>indien op grond van een (door externen uitgevoerd)
                                                medisch onderzoek is vastgesteld dat de
                                                uitkeringsgerechtigde arbeidsongeschikt is;</al></li><li nr="b."><al>indien de uitkeringsgerechtigde behoort tot de
                                                personenkring van de Wet sociale
                                                werkvoorziening;</al></li><li nr="c."><al>indien de combinatie van zorg en arbeid of de
                                                combinatie van zorg en een voorziening voor een
                                                alleenstaande ouder naar het oordeel van het college
                                                niet mogelijk is;</al></li><li nr="d."><al>indien naar verwachting inschakeling in reguliere
                                                arbeid door een combinatie van factoren als
                                                leeftijd, ontbreken werkervaring en zorgtaken,
                                                vooralsnog door het college niet haalbaar wordt
                                                geacht.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Ontheffing van deze verplichting wordt slechts voor een door
                                        het college vast te stellen maximumperiode verleend.</al></li><li nr="3."><al>Op basis van een herbeoordeling kan het college besluiten
                                        een ontheffing na afloop van de vastgestelde periode te
                                        verlengen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Sluitende aanpak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke uitkeringsgerechtigde krijgt binnen drie maanden na aanvraag
                                van de uitkering een aanbod voor een voorziening gericht op
                                inschakeling in algemeen geaccepteerde arbeid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing indien het college heeft
                                bepaald dat voor deze persoon een volledige ontheffing van de
                                arbeidsverplichting geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan in individuele gevallen afwijken van het gestelde in
                                het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wet inschakeling werkzoekenden en Besluit In- en
                                    Doorstroombanen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt zorg voor de uitvoering van de
                                        dienstbetrekkingen als bedoeld in artikel 4 van de Wet
                                        inschakeling werkzoekenden, zoals dit luidde op 31 december
                                        2003, voor zover het personen betreft die in de gemeente
                                        Heumen woonachtig zijn, en stimuleert de uitstroom.</al></li><li nr="2."><al>Het college draagt zorg voor de subsidiering van de
                                        dienstbetrekkingen als bedoeld in artikel 6 van het Besluit
                                        In- en doorstroombanen (ID), zoals dit besluit luidde op 31
                                        december 2003, en voor de subsidiering van de
                                        arbeidsovereenkomsten zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid
                                        van de Wiw, zoals dit luidde per 31 december 2003, voor
                                        zover het personen betreft die in de gemeente Heumen
                                        woonachtig zijn, en stimuleert de uitstroom.</al></li><li nr="3."><al> De hoogte van de subsidie, genoemd in lid 2, wordt door het
                                        college op basis van de loonwaarde van de werknemer
                                        vastgesteld. De wijze van vaststelling wordt beschreven in
                                        de beleidsregels reïntegratie. </al></li><li nr="4."><al>Het college kan in individuele gevallen afwijken van het
                                        gestelde in het derde lid.</al></li><li nr="5."><al>De dienstbetrekkingen en arbeidsovereenkomsten genoemd in
                                        eerste en tweede lid, zijn vanaf het moment van
                                        inwerkingtreding van de WWB voorzieningen in de zin van de
                                        WWB. Het college kan nadere regels stellen aan de
                                        subsidieverstrekking.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Budget- en subsidieplafonds</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad kan een of meer subsidie- of budgetplafonds
                                        vaststellen voor de verschillende voorzieningen. Een
                                        ingesteld subsidie- of budgetplafond vormt een
                                        weigeringsgrond bij de aanspraak op een specifieke
                                        voorziening</al></li><li nr="2."><al>Het college kan een plafond instellen voor het aantal
                                        personen dat in aanmerking komt voor een specifieke
                                        voorziening.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>Voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Algemene bepalingen over voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In de beleidsregels reïntegratie wordt vastgelegd welke
                                        voorzieningen het college in ieder geval kan aanbieden
                                        alsmede de voorwaarden die daarbij gelden, voor zover
                                        daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn
                                        opgenomen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die
                                        voortvloeien uit de Wet en deze verordening, aan een
                                        voorziening nadere verplichtingen verbinden.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan een voorziening beëindigen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de persoon die aan de voorziening deelneemt
                                                zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9,
                                                eerste lid onder a en/of artikel 17 van de Wet niet
                                                nakomt;</al></li><li nr="b."><al>indien de persoon die deelneemt niet meer behoort
                                                tot de doelgroep van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid
                                                aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van
                                                deze voorziening;</al></li><li nr="d."><al>indien naar het oordeel van het college de
                                                voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle
                                                arbeidsinschakeling.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>In de beleidsregels reïntegratie kan het college ten aanzien
                                        van de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 11 tot en met
                                        20 nadere regels stellen. Deze regels kunnen betrekking
                                        hebben op:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorwaarden waaronder een voorziening wordt
                                                aangeboden;</al></li><li nr="b."><al>de weigeringsgronden bij het aanbieden van
                                                voorzieningen;</al></li><li nr="c."><al>de intrekking of wijziging van de subsidieverlening
                                                of -vaststelling;</al></li><li nr="d."><al>de aanvraag van en de besluitvorming over subsidies
                                                en premies;</al></li><li nr="e."><al>de betaling van subsidies en het verlenen van
                                                voorschotten;</al></li><li nr="f."><al>het vragen van een eigen bijdrage;</al></li><li nr="g."><al>overige criteria voor het aanbieden van
                                                voorzieningen en het verstrekken van subsidies.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Bemiddeling naar reguliere arbeid</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. Het college kan aan uitkeringsgerechtigden, Anw’ers en
                                        nuggers een bemiddelingstraject naar regulier werk aanbieden.</al></li><li nr="2."><al>Doel van het bemiddelingstraject is duurzame uitstroom naar
                                        regulier betaald werk.</al></li><li nr=""><al>3. Het college biedt deze ondersteuning aan via de inzet van
                                        haar eigen</al></li><li nr=""><al> reïntegratieconsulenten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Loonkostensubsidies gericht op
                                reïntegratie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan subsidie verstrekken aan werkgevers die met
                                        een persoon bedoeld in artikel 1 lid b, een
                                        arbeidsovereenkomst sluiten gericht op
                                        arbeidsinschakeling.</al></li><li nr="2."><al>In de beleidsregels reïntegratie stelt het college jaarlijks
                                        de doelgroep, de maximale duur en de berekeningswijze van de
                                        subsidie vast. </al></li><li nr="3."><al>In de beleidsregels reïntegratie kan het college tevens
                                        nadere regels stellen ten aanzien van de verplichtingen die
                                        aan de subsidie worden verbonden.</al></li><li nr="4."><al>De subsidie wordt alleen verstrekt indien hierdoor de
                                        concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing
                                        plaatsvindt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Detacheringsbanen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aan een uitkeringsgerechtigde een
                                                dienstverband in de vorm van een detachering
                                                aanbieden, gericht op arbeidsinschakeling.</al></li><li nr="2."><al>De detacheringsbaan wordt aangeboden voor de duur
                                                van minimaal een half jaar.</al></li><li nr="3."><al>De detacheringsbaan kan daarna maximaal twee keer
                                                verlengd worden, indien dit noodzakelijk is om
                                                uiteindelijk te komen tot regulier betaalde
                                                arbeid.</al></li><li nr="4."><al>De detacheringsbaan heeft ten doel het uitstromen
                                                naar regulier betaalde arbeid.</al></li><li nr="5."><al>Het college geeft de opdracht om dienstverbanden uit
                                                te voeren aan de Stichting Meedoen in Heumen, die
                                                als formeel werkgever optreedt. De
                                                uitkeringsgerechtigde wordt voor het verrichten van
                                                arbeid door de Stichting Meedoen in Heumen
                                                gedetacheerd bij een onderneming. De detachering
                                                wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst
                                                tussen zowel Stichting Meedoen in Heumen en
                                                inlenende organisatie als tussen Stichting Meedoen
                                                in Heumen en uitkeringsgerechtigde/werknemer.</al></li><li nr="6."><al>Een uitkeringsgerechtigde wordt alleen gedetacheerd
                                                indien er geen doeltreffender voorzieningen
                                                beschikbaar zijn die de arbeidsinschakeling
                                                bevorderen.</al></li><li nr="7."><al>De arbeidsduur van de detacheringsbaan is in
                                                beginsel 32 uur per week, danwel de duur die nodig
                                                is om uitkeringsonafhankelijkheid (WWB, Ioaw of
                                                Ioaz) te bereiken.</al></li><li nr="8."><al>De werknemer ontvangt van de Stichting Meedoen in
                                                Heumen een loon dat tenminste gelijk is aan, gezien
                                                leeftijd en aantal overeengekomen arbeidsuren, het
                                                geldende wettelijk minimumloon.</al></li><li nr="9."><al>De Stichting Meedoen in Heumen draagt er zorg voor
                                                dat een detachering de concurrentieverhoudingen niet
                                                onverantwoord beïnvloedt en er geen verdringing
                                                plaatsvindt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Voorzieningen gericht op nazorg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aan een persoon die algemeen geaccepteerde
                                        arbeid heeft aanvaard, niet zijnde een voorziening als
                                        bedoeld in de artikelen 12 en 13, voorzieningen bieden
                                        gericht op nazorg.</al></li><li nr="2."><al>Deze voorzieningen worden geboden voor een termijn van
                                        maximaal twaalf maanden na de datum waarop de arbeid als
                                        genoemd in het eerste lid is aanvaard.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Scholing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan een vorm van scholing aanbieden,
                                                gericht op arbeidsinschakeling.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde scholing kan
                                                aangeboden worden in de vorm van een subsidie.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt in de beleidsregels reïntegratie
                                                criteria vast ten aanzien van de noodzaak, de</al><al> duur en de maximale kosten van de scholing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Voorbereiding op eigen bedrijf</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan, als onderdeel van een reïntegratietraject,
                                        voorzieningen aanbieden gericht op de voorbereiding op het
                                        starten van een eigen bedrijf.</al></li><li nr="2."><al>Het doel van de in het eerste lid genoemde voorziening is de
                                        toeleiding naar bijstandsonafhankelijkheid door middel van
                                        uitoefening van arbeid in eigen bedrijf of beroep, eventueel
                                        met behulp van toepassing van het Bijstandsbesluit
                                        Zelfstandigen.</al></li><li nr="3."><al>Deze voorzieningen worden toegekend voor de duur van
                                        maximaal 12 maanden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Werkstage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aan de personen, bedoeld in artikel
                                                1, onderdeel b, een werkstage aanbieden, gericht op
                                                arbeidsinschakeling.</al></li><li nr="2."><al>Het doel van de werkstage is het opdoen van
                                                werkervaring dan wel het leren functioneren in een
                                                arbeidsrelatie.</al></li><li nr="3."><al>Deze werkstage duurt maximaal 6 maanden.</al></li><li nr="4."><al>Het college plaatst de persoon alleen indien door
                                                zijn plaatsing de concurrentieverhoudingen niet
                                                onverantwoord worden beïnvloed en indien door zijn
                                                plaatsing geen verdringing plaatsvindt.</al></li><li nr="5."><al>In een schriftelijke overeenkomst worden tenminste
                                                vastgelegd het doel van de werkstage, alsmede de
                                                wijze waarop de begeleiding plaatsvindt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Arbeidsactivering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aan uitkeringsgerechtigden als onderdeel van
                                        een reïntegratietraject activiteiten aanbieden in het kader
                                        van arbeidsactivering.</al></li><li nr="2."><al>Onder arbeidsactivering wordt verstaan het verrichten van
                                        maatschappelijk nuttige activiteiten ter voorbereiding op
                                        een traject gericht op arbeidsinschakeling of gericht op het
                                        voorkomen van sociaal isolement<cursief>.</cursief></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Inkomstenvrijlating</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aan de uitkeringsgerechtigde die
                                                arbeid in deeltijd heeft of aanvaardt, waarmee een
                                                inkomen wordt verworven dat minder bedraagt dat de
                                                voor de uitkeringsgerechtigde van toepassing zijnde
                                                norm, vrijlating van inkomsten uit arbeid zoals
                                                bedoeld in artikel 31 tweede lid onder o van de Wet
                                                toekennen, waarbij het percentage en het
                                                maximumbedrag worden bepaald op de in dit artikel
                                                genoemde grootheden.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan aan de uitkeringsgerechtigde die
                                                vrijwilligerswerk verricht en hiervoor van de
                                                instelling een vergoeding ontvangt, maximaal 700
                                                euro per jaar vrijlaten.</al></li><li nr="3."><al>De aanvullende voorwaarden voor toekenning van de
                                                vrijlatingen onder lid 1 en 2worden omschreven in de
                                                beleidsregels reïntegratie. </al></li><li nr="4."><al>De in lid 1, 2 en 3 genoemde vrijlatingen worden
                                                toegekend op aanvraag van de uitkeringsgerechtigde.
                                            </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Overige vergoedingen</titel></kop><al>Het college kan een vergoeding verstrekken voor kosten die
                                        gemaakt zijn in het kader van de arbeidsinschakeling. Het
                                        gaat hierbij om eventuele vergoedingen voor:</al><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>a. transportkosten i.v.m.
                                verhuizing</onderstreept></al></li><li nr="b."><al>reiskosten</al></li><li nr="c."><al>kosten voor noodzakelijke kinderopvang</al></li><li nr="d."><al>kosten van noodzakelijke studiemiddelen</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in
                                deze verordening, indien toepassing daarvan tot onbillijkheden van
                                overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Reïntegratieverordening
                                Wet Werk en Bijstand 2010”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Intrekking Reïntegratieverordening Wet Werk en
                                    Bijstand 2006</titel></kop><al>Met de inwerkingtreding van de Reïntegratieverordening Wet Werk en
                                Bijstand 2010 vervalt de Reïntegratieverordening Wet Werk en
                                Bijstand 2006. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking één dag na publicatie in de
                                Regiodiek, te weten op 3 november 2010. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>BL</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Malden, 28 oktober 2010</ondertekening><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD;</ondertekening><ondertekening>De raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>L.Bosland.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>drs. J. van Zomeren.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><titel> Reintegratieverordening WWB 2010 gemeente Heumen</titel></kop><al/><al><vet>Inleiding</vet></al><al>De Wet Werk en Bijstand (WWB) geeft het college de opdracht te zorgen voor de
                    reïntegratie van bijstandsgerechtigden, niet-uitkeringsgerechtigden en Anw’ers.
                    Het college bepaalt welke voorzieningen t.b.v. reïntegratie worden aangeboden.
                    De WWB draagt de gemeenteraad op een verordening vast te stellen waarin het
                    beleid van de gemeente ten aanzien van haar reïntegratietaak wordt neergelegd.
                    In de wet is vastgelegd dat in de verordening regels moeten worden opgenomen
                    waaruit aandacht blijkt voor de in de WWB onderscheiden doelgroepen, alsmede de
                    wijze waarop rekening gehouden wordt met zorgtaken.</al><al>Tevens wordt in de verordening de aanspraak van burgers op ondersteuning bij
                    reïntegratie geregeld.</al><al/><al>De onderhavige verordening is een vertaling van het nieuwe reïntegratiebeleid,
                    waarbij gekozen is voor een algemene, globale verordening waarin met name
                    procedurele zaken zijn geregeld. De opdracht aan de raad, conform de wet, leent
                    zich niet voor het formuleren van gedetailleerde regels die op iedere situatie
                    van toepassing zijn. Immers, reïntegratie is maatwerk. Het is afhankelijk van
                    iemands mogelijkheden wat een passend reïntegratietraject moet inhouden. Daarom
                    wordt aan het college de bevoegdheid gegeven om op een aantal punten eigen
                    afwegingen te maken. Deze worden in de beleidsregels reïntegratie nader
                    uitgewerkt.</al><al/><al><vet>Relatie met andere verordeningen</vet></al><al>De WWB geeft de gemeenteraad ook opdracht om verordeningen vast te stellen op
                    een tweetal terreinen, die een relatie hebben met de reïntegratieverordening: de
                    verordening Afstemming bijstand annex anti-misbruik Wet Werk en Bijstand en de
                    verordening Burgerparticipatie.</al><al><onderstreept>Verordening ‘Afstemming bijstand annex anti-misbruik Wet Werk en
                        Bijstand’</onderstreept></al><al>De WWB vraagt tevens aan gemeenten een verordening op te stellen waarin het
                    samenstel van de rechten en plichten van de cliënt wordt geregeld. De
                    reïntegratieverordening en de (kort genoemd) afstemmingsverordening zijn nauw
                    met elkaar verbonden. Immers, aan de plicht tot meewerken aan een traject kunnen
                    sancties worden verbonden die gevolgen hebben voor de hoogte van de uitkering.
                    Dit zou een argument zijn om de verordeningen te integreren. Echter, de gemeente
                    verbindt aan de verstrekking van bijstand ook verplichtingen die geen directe
                    relatie hebben met reïntegratie. Dit pleit ervoor om de verordeningen te
                    scheiden.</al><al><onderstreept>Verordening Burgerparticipatie</onderstreept></al><al>De WWB geeft aan de gemeenteraad tevens de opdracht een verordening
                    Burgerparticipatie op te stellen. In de verordening Burgerparticipatie is
                    opgenomen dat de burgeradviesraad wordt betrokken bij wijzigingen in deze
                    verordening, alsmede bij de vaststelling van de in deze verordening genoemde
                    beleidsnota WWB.</al><al/><al/><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 1 Begripsbepalingen</onderstreept></vet></al><al>Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de begripsbepalingen uit de Wet
                    Werk en Bijstand. Waar dat mogelijk is, kan de gemeente via de begripsbepalingen
                    eigen accenten leggen.</al><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 2 Opdracht aan het college</onderstreept></vet></al><al>In het eerste lid is de opdracht aan het college vormgegeven analoog aan artikel
                    7 van de WWB. Hiervoor is gekozen uit oogpunt van kenbaarheid en consistentie. </al><al>In de WWB in artikel 10, derde lid wordt aangegeven dat de aanspraak op
                    voorzieningen alleen geldt voor die personen die ook daadwerkelijk inwoner van
                    de gemeente zijn, door middel van een verwijzing naar artikel 40, eerste lid van
                    de Wet. Door deze verwijzing ook aan de opdracht aan het college te koppelen,
                    wordt aangegeven dat voorzieningen alleen voor de eigen doelgroep worden
                    ingezet.</al><al>Het tweede lid is de vertaling van de opdracht uit de WWB dat de gemeente
                    evenwichtige aandacht aan de diverse doelgroepen moet besteden, en rekening moet
                    houden met de combinatie arbeid en zorg. In de beleidsnota WWB komt tot uiting
                    hoe dit punt uitgewerkt wordt.</al><al>Het derde lid geeft het college de specifieke opdracht een zodanig aanbod van
                    voorzieningen te realiseren, dat zoveel mogelijk personen ondersteund kunnen
                    worden. Dit is met name van belang omdat de gemeente de aanspraak op een
                    voorziening niet kan weigeren als slechts het budget ontoereikend is: er dient
                    altijd een alternatief voorhanden te zijn.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Beleidsnota WWB</vet></al><al>De WWB vraagt de gemeenteraad om het reïntegratiebeleid in een verordening vast
                    te leggen. Hier is gekozen voor de systematiek om niet alles in de verordening
                    te regelen, maar ook gebruik te maken van een beleidsnota en beleidsregels
                    reïntegratie.</al><al>Het eerste lid geeft aan dat de gemeenteraad een beleidsnota reïntegratie
                    vaststelt. De beleidsnota WWB 2008-2011 (waarin opgenomen het
                    reïntegratiebeleid) is voor de duur van drie jaar vastgesteld. </al><al>In het tweede lid wordt aangegeven welke specifieke onderwerpen in de
                    beleidsnota in ieder geval aan de orde moeten komen.</al><al>Het derde lid biedt de basis voor de verantwoording van het beleid. </al><al/><al><vet>Artikel 4 Aanspraak op ondersteuning</vet></al><al>De WWB stelt niet zo expliciet dat de aanspraak op voorzieningen in de
                    verordening geregeld moet worden. Immers, het is ook al in de WWB zelf geregeld.
                    Eveneens uit oogpunt van kenbaarheid en consistentie is ervoor gekozen een
                    algemene bepaling over de aanspraak op te nemen (eerste lid).</al><al>In het tweede lid wordt expliciet de koppeling gelegd tussen de algemene
                    aanspraak van de cliënt en de criteria die gehanteerd worden bij het aanbieden
                    van voorzieningen. Daarbij wordt verwezen naar elk document waarin die criteria
                    geformuleerd kunnen worden, doch minimaal de verordening en de beleidsnota
                    WWB.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Verplichtingen van de cliënt</vet></al><al>In de WWB is al uitgebreid aangegeven welke verplichtingen gelden bij het recht
                    op een uitkering. Wederom uit oogpunt van kenbaarheid en consistentie zijn in
                    het eerste en tweede lid de verplichtingen conform de Wet geformuleerd. </al><al>Het derde lid biedt de verbinding met de verordening ‘Afstemming bijstand annex
                    anti-misbruik Wet Werk en Bijstand’. Deze verordening regelt het opleggen van
                    een maatregel indien de uitkeringsgerechtigde niet aan zijn verplichtingen
                    voldoet. Deze maatregel bestaat uit het verlagen van de uitkering met een
                    bepaald percentage. Echter, voor personen zonder uitkering, Anw’ers en personen
                    in gesubsidieerde arbeid kan de gemeente de uitkering niet verlagen als
                    maatregel. Daarom is in het vierde lid de mogelijkheid opgenomen dat in die
                    gevallen de gemeente (een deel van) de kosten die gemaakt zijn terug kan
                    vorderen. </al><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 6 Criteria voor ontheffing</onderstreept></vet></al><al>Het college kan uitkeringsgerechtigden indien zich een dringende reden voordoet,
                    ontheffen van de verplichting algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen, te
                    aanvaarden en gebruik te maken van een voorziening (niet zijnde een onderzoek
                    naar de mogelijkheden en beperkingen van de persoon en naar de noodzaak tot de
                    inzet van een voorziening). Bij het bepalen of er sprake is van een dringende
                    reden, neemt het college de aangegeven criteria in acht. De ontheffing is voor
                    bepaalde duur maar kan wel verlengd worden. Overigens heeft ook een
                    uitkeringsgerechtigde die ontheven is van één of alle hiervoor genoemde
                    verplichtingen, recht op ondersteuning.</al><al/><al><vet>Artikel 7 Sluitende aanpak </vet></al><al>De WWB kent geen bepaling over een sluitende aanpak. De wetgever gaat ervan uit
                    dat door de systematiek van de wet er in de praktijk de facto een sluitende
                    aanpak ontstaat.</al><al>Desondanks is ervoor gekozen een sluitende aanpak voor nieuwe instroom expliciet
                    in deze verordening te regelen. De termijn waarbinnen het college de
                    uitkeringsgerechtigde een voorziening gericht op arbeidsinschakeling moet
                    aanbieden, is drie maanden gerekend vanaf de datum aanvraag uitkering.</al><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 8 Wet inschakeling werkzoekenden en Besluit In- en
                            Doorstroom banen</onderstreept></vet></al><al>In artikel 7 is de verantwoordelijkheid van het college verwoord voor de
                    dienstbetrekkingen die zijn aangegaan op grond van de met ingang van 2003
                    ingetrokken Wet inschakeling werkzoekenden en het, eveneens met ingang van 2003
                    ingetrokken Besluit In- en Doorstroombanen. De verantwoordelijkheid wordt
                    beperkt tot inwoners van de eigen gemeente. </al><al>Doordat nieuwe subsidie op arbeid alleen nog met toepassing van de artikelen 12
                    en 13 van deze verordening zal worden toegekend, maakt artikel 8 zichzelf op
                    termijn overbodig. </al><al>In het eerste lid worden de Wiw-dienstbetrekkingen bedoeld.</al><al>Het tweede lid doelt op de dienstbetrekkingen op grond van het Besluit In- en
                    Doorstroombanen en op de Wiw-loonkostensubsidies.</al><al>Het derde lid geeft het college de mogelijkheid om de subsidiering van de
                    voormalige ID-banen volgens een andere systematiek vorm te geven dan die welke
                    gold in het Besluit ID-banen. De loonwaarde (productiviteit) van de werknemer is
                    bepalend voor de hoogte van de subsidie. Het college laat de loonwaarde van een
                    werknemer vaststellen door een geregistreerd arbeidsdeskundige. Het vierde lid
                    maakt het mogelijk om af te wijken van de door loonwaarde bepaalde
                    werkgeversbijdrage in de loonkosten (bijv. wanneer de werkgever geen of
                    nauwelijks financiële draagkracht heeft en uitstroom van de werknemer niet
                    mogelijk is). </al><al/><al><vet>Artikel 9 Subsidie- en budgetplafonds</vet></al><al>De gemeente kan, om de financiële risico’s te beheersen, een verdeling maken van
                    de middelen over de verschillende voorzieningen. Dit kan vastgelegd worden in de
                    beleidsnota WWB. Het uitgeput zijn van begrotingsposten kan nooit een reden zijn
                    om aanvragen voor voorzieningen te weigeren. Om dat wel mogelijk te maken kan de
                    gemeente bij verordening subsidie- en budgetplafonds instellen. De WWB stelt
                    namelijk dat het ontbreken van financiële middelen alleen geen reden kan zijn
                    voor de afwijzing van een aanvraag. De gemeente dient dan na te gaan welke
                    andere, goedkopere alternatieven er beschikbaar zijn. Dit houdt dus is dat er
                    geen algemeen plafond ingesteld kan worden. Wel kan per voorziening een plafond
                    worden ingebouwd; dit laat de mogelijkheid open dat er naar een ander instrument
                    wordt uitgeweken. </al><al>Bij dit artikel wordt uitgegaan van de bevoegdheid van de raad om plafonds in te
                    stellen.</al><al>Een subsidieplafond geldt voor voorzieningen die subsidies inhouden. Een
                    subsidieplafond dient wel bekendgemaakt te worden vóór de periode waarvoor deze
                    geldt (art. 4:27 lid 1 Awb). Een budgetplafond geldt voor de overige uitgaven
                    die het college doet in het kader van voorzieningen.</al><al/><al><vet>Artikel 10 Algemene bepalingen over voorzieningen</vet></al><al>In de lijn van het systeem van deze verordening strekt dit artikel ertoe enkele
                    zaken te regelen die te maken hebben met alle voorzieningen, ook die
                    voorzieningen die niet met name in de verordening zijn opgenomen. Het eerste lid
                    geeft daarom aan dat de verordening geen uitputtende opsomming van voorzieningen
                    bevat.</al><al>Het tweede lid geeft het college de bevoegdheid om aan een voorziening nadere
                    verplichtingen te verbinden. Dit kunnen verplichtingen van diverse aard zijn.
                    Gedacht kan worden aan de verplichting van een cliënt om gedurende het traject
                    op gezette tijden met de klantmanager de voortgang te bespreken.</al><al>Het derde lid geeft aan dat het college een voorziening kan beëindigen en in
                    welke gevallen zij dat kan doen. Onder beëindigen wordt hierbij ook verstaan het
                    stopzetten van de subsidie aan een werkgever of het opzeggen van de
                    arbeidsovereenkomst bij een detacheringsbaan. Het vierde lid geeft het college
                    de algemene bevoegdheid om voor voorzieningen nadere regels te stellen. Dit
                    heeft met name tot doel om bij subsidieverstrekking de uitvoering zoveel
                    mogelijk aan het college over te laten.</al><al>De bepaling over het vragen van een eigen bijdrage heeft betrekking op de
                    doelgroep niet-uitkeringsgerechtigden (nuggers). Immers, van deze groep is het
                    niet vanzelfsprekend dat zij op een laag inkomensniveau zitten. Het vragen van
                    een eigen bijdrage, gerelateerd aan de hoogte van het inkomen (van de partner),
                    kan dan op zijn plaats zijn. </al><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 11 Bemiddeling naar reguliere
                        arbeid</onderstreept></vet></al><al>Bemiddeling naar arbeid kan als traject worden aangeboden aan
                    uitkeringsgerechtigden, nuggers en Anw’ers. Cliënten die ervoor in aanmerking
                    komen, beschikken over goede kwalificaties en hebben vaak geen andere
                    voorzieningen (meer) nodig. Bemiddeling naar reguliere arbeid vormt feitelijk
                    het sluitstuk van onze voorzieningen en wordt door het college aangeboden via de
                    inzet van eigen reïntegratieconsulenten. Externe inkoop bij
                    reïntegratiebedrijven is daardoor niet meer nodig. </al><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 12 Loonkostensubsidies gericht op
                            reïntegratie</onderstreept></vet></al><al>Het instrument loonkostensubsidies gericht op reïntegratie is bekend van de
                    werkervaringsplaatsen uit de Wiw, echter onder de WWB zijn deze geheel vormvrij
                    geworden. Het beleid van de gemeente komt tot uitdrukking in de hoogte van de
                    individueel vast te stellen subsidie (bijv. gekoppeld aan de mate van
                    productiviteit), de termijn en de aan de subsidie verbonden verplichtingen
                    (bijv. het bieden van scholing en begeleiding).</al><al>Het eerste lid geeft de basis voor de loonkostensubsidie, waarbij expliciet
                    wordt aangeven dat het primair gaat om een reïntegratievoorziening. Eventueel
                    kan de doelgroep beperkt worden door in de beleidsnota en/of -beleidsregels aan
                    te geven voor welke personen de subsidie verstrekt kan worden.</al><al>Het tweede lid verwijst voor de doelgroep, de maximale duur, de berekeningswijze
                    en het subsidieplafond naar de beleidsregels reïntegratie. Hiervoor is gekozen
                    omdat deze zaken beïnvloed worden door variabele factoren als
                    bestandssamenstelling en beschikbaar budget. </al><al>Het derde lid geeft het college de bevoegdheid nadere regels te stellen over de
                    praktische uitvoering (aanvraag, informatieverplichtingen, terugvordering,
                    etc.). </al><al>Het vierde lid geeft aan dat er bij plaatsing geen sprake mag zijn van
                    verdringing, of dat de concurrentieverhoudingen niet nadelig worden beïnvloed.
                    Het college kan dit doen door expliciet na te gaan dat het werk dat verricht
                    gaat worden in eerste instantie additioneel is, of dat er geen recent ontslag
                    heeft plaatsgevonden.</al><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 13 Detacheringsbanen</onderstreept></vet></al><al>Detacheringsbanen zijn bedoeld om uitkeringsgerechtigden aan betaalde
                    werkervaring te helpen. Formeel werkgever is de Stichting Meedoen in Heumen, die
                    de werknemer uitleent/detacheert bij een onderneming. </al><al>Eind 2009 heeft het college de Stichting Meedoen in Heumen opgericht. Deze
                    rechtspersoon maakt het mogelijk om in opdracht van het college het formeel
                    werkgeverschap uit te oefenen en directe uitstroom van uitkeringsgerechtigden te
                    realiseren. Daardoor is de inschakeling van (dure) reïntegratiebedrijven niet
                    meer nodig.</al><al>Doelstelling van deze voorziening is dat de werknemer na afloop van de
                    detachering naadloos doorstroomt naar regulier betaald werk: hetzij bij de
                    inlener, hetzij elders.</al><al>Door te kiezen voor een minimumduur van zes maanden en twee verlengingen
                    mogelijk te maken (respectievelijk lid 2 en lid 3), kan een detachering zeer
                    flexibel en op maat worden ingezet. Waar weinig werkervaring nodig is, volstaat
                    vaak een detacheringsbaan van zes maanden; waar meer ervaring nodig blijkt, kan
                    een detacheringsbaan langer duren.</al><al>Aangezien een detacheringsbaan een dure voorziening is, zal in iedere situatie
                    afgewogen moeten worden of er geen alternatieve voorzieningen zijn die evenzeer
                    kunnen bijdragen aan reïntegratie.</al><al>In de beleidsregels reïntegratie wordt bepaald welke cliënten in aanmerking
                    komen en worden eventueel overige criteria vastgelegd.</al><al/><al><vet>Artikel 14 Voorzieningen gericht op nazorg</vet></al><al>Mede gezien de beperkte budgetten is het belangrijk ervoor te zorgen dat
                    cliënten na uitstroom niet na een korte periode terugvallen in een
                    werkloosheids- en uitkeringssituatie. De gemeente kan ertoe besluiten aandacht
                    te besteden aan nazorg, met als doel een werkelijk duurzame plaatsing te
                    realiseren. Bij dit artikel is ervan uitgegaan dat nazorg geboden kan worden ná
                    acceptatie van algemeen geaccepteerde arbeid, zijnde niet-gesubsidieerde arbeid.
                    Bij gesubsidieerde arbeid maakt begeleiding en advisering al onderdeel uit van
                    het traject.</al><al/><al><vet>Artikel 15 Scholing</vet></al><al>Scholing is bij uitstek een maatwerkinstrument, waarbij het moeilijk is vooraf
                    algemene richtlijnen te geven die in de verordening kunnen worden opgenomen. </al><al>Het eerste lid geeft aan dat scholing slechts dan aangeboden wordt als het
                    gericht is op de arbeidsinschakeling en dus arbeidsmarktrelevant moet zijn. Het
                    tweede lid geeft aan dat de scholing zowel aangeboden kan worden als voorziening
                    die door de gemeente ingekocht wordt, als in de vorm van een subsidie. Dit
                    laatste kan van belang zijn indien de cliënt op eigen initiatief met een vorm
                    van scholing komt die door het college als noodzakelijk wordt geacht, maar die
                    niet bestaat binnen het reguliere scholingsaanbod van de
                        gemeente.</al><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 16 Voorbereiding op eigen
                        bedrijf</onderstreept></vet></al><al>De WWB stelt dat onafhankelijkheid van bijstand door middel van zelfstandig
                    ondernemerschap evenzeer geldt als uitstroom als reïntegratie naar een baan in
                    loondienst.</al><al>Voor een bepaalde groep uitkeringsgerechtigden geldt dat zij ‘niet aangewezen
                    zijn’ op werk in loondienst (bijv. op grond van arbeidsverleden, leeftijd, in de
                    persoon gelegen factoren of positie op de arbeidsmarkt anderszins), d.w.z. dat
                    hun kansen op regulier werk in loondienst zeer gering tot nihil zijn.</al><al>In die gevallen kan het college besluiten tot het bieden van faciliteiten om die
                    personen in staat stellen zich gedurende maximaal een jaar te oriënteren en voor
                    te bereiden op het starten van een eigen bedrijf. Voorzieningen zijn bijv.
                    begeleiding en advisering bij marktonderzoek en opstellen ondernemersplan door
                    daarin gespecialiseerde bureaus, het volgen van gerichte cursussen, etc. Het
                    Bijstandsbesluit Zelfstandigen kan daarbij eventueel ondersteunend zijn.</al><al>In de beleidsregels reïntegratie worden de voorwaarden en eventueel maximum
                    bedrag nader uitgewerkt. </al><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 17 Werkstage</onderstreept></vet></al><al>Een werkstage is een laagdrempelig instrument om langdurig werklozen te
                    reïntegreren. Voor de term werkstage is gekozen om te benadrukken dat het gaat
                    om een soort scholingsinstrument: niet zozeer het werk zelf, maar het leren
                    werken staat veelal centraal. Om dit te benadrukken kan voor het vervullen van
                    een werkstage als bedoeld in dit artikel geen stagevergoeding worden verstrekt,
                    anders dan een vergoeding voor werkelijk gemaakte onkosten. </al><al>Het eerste lid van artikel 10 geeft de algemene bepaling voor het aanbieden van
                    een werkstage. </al><al>Het tweede lid geeft nog eens specifiek aan wat het doel is van de werkstage, om
                    het verschil met een normale arbeidsverhouding aan te geven. Dit is met name van
                    belang om te voorkomen dat de cliënt claimt dat sprake is van een
                    arbeidsovereenkomst, en loonbetaling afdwingt.</al><al>De werkstage kan twee doelen hebben. Op de eerste plaats kan het gaan om het
                    opdoen van specifieke werkervaring. Dit is vergelijkbaar met de zogenaamde
                    ‘snuffelstage’, waarbij de cliënt de gelegenheid krijgt om te bezien of hij/zij
                    geschikt is voor een bepaald soort werk. Op de tweede plaats kan het gaan om het
                    leren werken in een arbeidsrelatie. In de werkstage kan de cliënt wennen aan
                    aspecten als gezag, op tijd komen, werkritme en samenwerken met collega’s.</al><al>Het derde lid geeft de maximale duur van de werkstage aan. </al><al>Voor een toelichting op het vierde lid wordt verwezen naar de toelichting op het
                    vierde lid van artikel 12. </al><al>In het vijfde lid wordt bepaald dat er voor de werkstage een schriftelijke
                    overeenkomst (stageovereenkomst) wordt opgesteld. Hierin kan expliciet het doel
                    van de stage worden opgenomen, alsmede de wijze van begeleiding. Door deze
                    schriftelijke overeenkomst kan nog eens gewaarborgd worden dat het bij een
                    werkstage niet gaat om een reguliere arbeidsverhouding.</al><al/><al><vet>Artikel 18 Arbeidsactivering</vet></al><al>Volgens de WWB dient ook arbeidsactivering uiteindelijk gericht te zijn op
                    arbeidsinschakeling. Voor bepaalde doelgroepen is arbeidsinschakeling echter een
                    te hoog gegrepen doel. Voor deze personen staat dan ook niet reïntegratie, maar
                    participatie voorop.</al><al>Door de laatste bijzin in het tweede lid houdt de verordening de mogelijkheid
                    van arbeidsactivering als puur participatie-instrument (dus niet gericht op
                    arbeidsinschakeling) nadrukkelijk open.</al><al/><al><vet>Artikel 19 Inkomstenvrijlating</vet>Het is mogelijk de inkomsten van
                    uitkeringsgerechtigden die werken in deeltijd voor een deel vrij te laten. De
                    vrijlating bedraagt maximaal 25% van de inkomsten per maand, tot een vastgesteld
                    maximum. Hoewel niet expliciet in de Wet of de Memorie van Toelichting vermeld,
                    wijst de formulering van het artikel erop dat deze vrijlating slechts eenmaal
                    per periode van bijstandsverlening kan worden toegekend. De vrijlating moet
                    derhalve worden gezien als motiverend voor de cliënt en dus als een
                    reïntegratie-instrument en expliciet niet als inkomensondersteunend instrument.
                    Om die reden wordt het omgaan met deze vrijlating ook opgenomen in deze
                    verordening. Het noemen van een maximumpercentage en een maximaal bedrag
                    impliceert, dat ook uitgegaan mag worden van lagere bedragen. Indien de gemeente
                    dit wil, dan dient dat in de reïntegratieverordening geregeld te worden. Dit
                    gebeurt in het eerste lid. De in het tweede en derde lid genoemde vrijlatingen
                    worden nader uitgewerkt in de beleidsregels reïntegratie, waarin zal worden
                    opgenomen onder welke voorwaarden personen aanspraak kunnen maken op deze
                    vrijlatingen. Het vijfde lid legt de verantwoordelijkheid voor de aanvraag van
                    de vrijlating bij de cliënt zelf. </al><al/><al><vet>Artikel 20 Overige vergoedingen</vet></al><al>Het is denkbaar dat de gemeente, ter stimulering van de arbeidsinschakeling,
                    besluit diverse kosten te vergoeden voor activiteiten die daaraan bijdragen, de
                    zogenaamde verwervingskosten. In dit artikel zijn als voorbeelden genoemd
                    reiskosten, transportkosten i.v.m. verhuizing, kosten voor kinderopvang en
                    studiemiddelen. Het betreft geen limitatieve opsomming om individueel maatwerk
                    te kunnen toepassen.</al><al/><al><vet>Artikel 21 Hardheidsclausule</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 22 Onvoorziene
                    omstandigheden</onderstreept></vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 23 Citeertitel</onderstreept></vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 24 Intrekking Reïntegratieverordening Wet Werk en Bijstand 2006
                    </vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 25 Inwerkingtreding</onderstreept></vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>