<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR54400_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats Schiermonnikoog 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schiermonnikoog</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-06-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiermonnikoog</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nieuwe Dokkumer Courant, 10-10-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats Schiermonnikoog 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005009&amp;artikel=35">Wet op de lijkbezorging, art. 35</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-09-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-10-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke
                begraafplaats Schiermonnikoog 2007
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al/>
          <al>
            <vet>De raad van de gemeente Schiermonnikoog</vet>;</al>
          <al>gelezen het voorstel van het college d.d. 30 augustus 2007;</al>
          <al>gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de
                        Gemeentewet;</al>
          <al>
            <vet>B E S L U I T:</vet>
          </al>
          <al>vast te stellen de volgende “Verordening op het beheer en het gebruik van de
                        gemeentelijke begraafplaats Schiermonnikoog 2007 ”:</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>I</nr>
            <titel>Inleidende bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaats aan het
                                    Ds.Hundlungiuspad;</al></li>
              <li nr="b."><al>eigen graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk of
                                    rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: 1. het doen
                                    begraven en begraven houden van lijken; 2. het doen bijzetten en
                                    bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; 3. het doen
                                    verstrooien van as;</al></li>
              <li nr="c."><al>eigen urnennis: een nis in de urnenmuur waarvoor aan een
                                    natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend
                                    tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of
                                    zonder urnen;</al></li>
              <li nr="d."><al>urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;</al></li>
              <li nr="e."><al>asbus: een bus ter berging van as van een overledene;</al></li>
              <li nr="f."><al>grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf;</al></li>
              <li nr="g."><al>gedenkplaats: een plaats ingericht om overledenen te
                                    gedenken;</al></li>
              <li nr="h."><al>beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding
                                    van de begraafplaats of degene die hem vervangt;</al></li>
              <li nr="i."><al>rechthebbende: de rechthebbende op een eigen graf c.q.
                                    urnennis;</al></li>
              <li nr="j."><al>urnenmuur: een op de begraafplaats aanwezige muur met nissen
                                    waarin een urn kan worden geplaatst.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Uitbreiding begrip eigen graf</titel>
            </kop>
            <al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde
                            wordt voor zover van belang onder 'eigen graf' mede verstaan: eigen
                            urnennis.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>II</nr>
            <titel>Openstelling, orde en rust op de begraafplaats</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Openstelling begraafplaats</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De begraafplaats is voor een ieder dagelijks toegankelijk gedurende
                                door het college bij nadere regels vast te stellen tijden. Zij maakt
                                deze tijden openbaar bekend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats kunnen de
                                toegangen tijdelijk worden gesloten.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats niet voor het
                                publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor het
                                bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Ordemaatregelen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmede gelijk te stellen
                                personen verboden, anders dan met toestemming van het college,
                                werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaats te
                                verrichten. Deze toestemming kan mondeling worden gegeven.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het is de in het eerste lid genoemde personen verboden om zonder
                                toestemming van de beheerder grafbedekkingen of gedenktekens op de
                                begraafplaats op te richten, of andere werkzaamheden op de
                                begraafplaats te verrichten.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Wanneer de in het eerste lid genoemde personen andere werkzaamheden
                                op de begraafplaats verrichten, dienen zij dit vooraf aan de
                                beheerder mee te delen, waarbij zij tevens de aard van de
                                werkzaamheden meedelen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De beheerder kan toestemming verlenen om de werkzaamheden op het
                                door de in het eerste lid genoemde personen gewenste tijdstip uit te
                                voeren.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Wanneer op het gewenste tijdstip een uitvaartplechtigheid of andere
                                plechtigheid plaats vindt, kan de beheerder de uitvoering van de
                                werkzaamheden op het door de in het eerste lid genoemde personen
                                gewenste tijdstip verbieden. Hij doet dit met de mededeling van het
                                tijdstip waarop de werkzaamheden wel kunnen worden uitgevoerd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>De beheerder ziet erop toe dat de in het eerste lid genoemde
                                personen de begraafplaats netjes en verzorgd achterlaten op de
                                plaats waar zij hun werkzaamheden hebben uitgevoerd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>7.</lidnr>
              <al>Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die
                                werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn
                                verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden
                                aan de aanwijzingen van de beheerder.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>8.</lidnr>
              <al>Degenen die zich niet aan de in het zevende lid bedoelde aanwijzing
                                houden, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder van de
                                begraafplaats verwijderen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>9.</lidnr>
              <al>Het is verboden op de begraafplaats: a. zowel buiten als op de
                                verharde paden te rijden met motorvoertuigen of met bespannen rij-
                                of voertuigen, anders dan voor een begrafenis of het vervoeren van
                                materialen, en met een hogere snelheid dan 5 km. per uur; b. te
                                fietsen, rijwielen aan de hand mee te voeren of rijwielen te stallen
                                anders dan direct voor tijdens en direct na kerkdiensten en/of in de
                                kerk plaatshebbende activiteiten; c. gedurende een dag vóór en
                                tijdens teraardebestellingen op de begraafplaats, aldaar
                                werkzaamheden te verrichten of materialen en dergelijke op de
                                begraafplaats te vervoeren; d. spelen in welke vorm dan ook te
                                bedrijven; e. op de grasperken te zitten of te liggen, de
                                beplantingen te beschadigen of te bevuilen; f. op de zitbanken te
                                liggen, te staan of deze op één of andere manier te beschadigen of
                                te bevuilen; g. huisdieren onaangelijnd mee te nemen, aldaar te
                                laten lopen of hun behoefte te laten doen; h. verwelkte bloemen,
                                onkruid en dergelijke, anders dan in de daarvoor bestemde
                                afvalbakken te deponeren; i. iets te doen of te laten, wat in strijd
                                is met de eerbied die ter plaatse past.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>10.</lidnr>
              <al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de
                                aanhef en onder a van het negende lid.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Plechtigheden</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke
                                plechtigheden op de begraafplaats moeten vijf dagen tevoren worden
                                gemeld aan de beheerder onder opgave van datum en uur van de
                                plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal
                                plaatsvinden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid moeten
                                zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de
                                aanwijzingen van de beheerder.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Degenen die zich niet aan de in het tweede lid bedoelde aanwijzing
                                houden, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder van de
                                begraafplaats verwijderen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Opgravingen en ruimen</titel>
            </kop>
            <al>Het delven van graven, het opgraven van lijken en het ruimen van graven
                            is slechts toegestaan indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn
                            dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>III</nr>
            <titel>Voorschriften voor lijkbezorging</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het
                                graf</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Degene, die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen
                                verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag
                                voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing
                                zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag
                                geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien
                                de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur
                                na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder
                                zo tijdig mogelijk worden gedaan.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as,
                                en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de
                                hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de
                                gemeente Schiermonnikoog op aanwijzingen en onder toezicht van de
                                beheerder. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Over te leggen stukken</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot
                                begraven of de bezorging van as is overgelegd aan de beheerder.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien de begraving of de bezorging van as in een eigen graf zal
                                plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te
                                worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze
                                is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Begraving of bijzetting in een eigen graf waarvan de uitgiftetermijn
                                binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen
                                plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn
                                met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn
                                ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De
                                verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of,
                                indien deze is overleden, door een van de andere personen, genoemd
                                in artikel 14, tweede lid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar
                                boven toe afgerond op gehele jaren.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde
                                stukken.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Tijden van begraven en asbezorging</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De tijden van begraven en het bezorgen van as zijn: - op werkdagen
                                van 9.00 tot 16.30 uur; - op zaterdag van 10.00 tot 16.30 uur.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden
                                afwijken.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>IV</nr>
            <titel>Indeling en uitgifte der graven</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Indeling graven en asbezorging</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Op de begraafplaats kunnen worden uitgegeven: a. eigen graven; b.
                                eigen urnengraven.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken
                                en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in
                                de eigen graven en hoeveel verstrooiingen van as er op of in de
                                eigen graven kunnen plaatshebben. Zij bepaalt tevens de afmetingen
                                en de uitgifteduur van de eigen graven. De uitgifteduur kan niet
                                korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de
                                lijkbezorging.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college stelt bij nader vast te stellen regels criteria op
                                waaraan moet worden voldaan voordat kan worden overgegaan tot het
                                begraven of het bijzetten van as van personen, die buiten de
                                gemeente Schiermonnikoog hun laatste woonplaats hadden en buiten de
                                gemeente Schiermonnikoog zijn overleden.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Termijnen eigen graven</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de
                                begraafplaats zulks toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in
                                te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig jaar het recht op een
                                eigen graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het eigen
                                graf is uitgegeven. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op
                                aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van
                                10 jaren, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende
                                termijn wordt ingediend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het in dit artikel bedoelde recht kan niet langer gelden dan tot het
                                tijdstip waarop het terrein feitelijk aan zijn bestemming als
                                begraafplaats zal zijn onttrokken.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan een
                                rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de
                                personen genoemd in artikel 14, eerste lid. Verlening van het recht
                                ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor
                                gewichtige redenen bestaan.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Overschrijving van verleende rechten</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het recht op een eigen graf kan op aanvraag van de rechthebbende
                                worden overgeschreven ten name van de echtgenoot of levenspartner
                                dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad.
                                Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een
                                ander dan de vorengenoemde personen is slechts mogelijk, indien
                                daarvoor gewichtige redenen bestaan.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Na het overlijden van de rechthebbende kan het eigen graf worden
                                overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel
                                een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, mits de aanvraag
                                hiertoe schriftelijk wordt gedaan binnen een jaar na het overlijden
                                van de rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan de
                                in de vorige zin bedoelde personen is slechts mogelijk, indien
                                daarvoor gewichtige redenen bestaan.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien na het overlijden van de rechthebbende het schriftelijk
                                verzoek tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen
                                de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, is het
                                college bevoegd het recht op het eigen graf te doen vervallen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van een
                                jaar kan het college het eigen graf alsnog op naam stellen van een
                                nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een eigen
                                graf dat inmiddels is geruimd.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Afstand doen van graven</titel>
            </kop>
            <al>Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de
                            rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van
                            het recht op het eigen graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring
                            doet het college schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Sluiting van graven</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Op schriftelijk verzoek van de rechthebbende kan het college een
                                graf gesloten verklaren. Gedurende de tijd dat een graf gesloten is,
                                mag daarop geen andere grafbedekking worden geplaatst en mag daarin
                                geen andere begraving plaatshebben, of asbus worden bijgezet, dan
                                die van de stoffelijke overschotten van de personen die de
                                rechthebbende in zijn verzoek met name heeft genoemd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college bepaalt in overleg met de rechthebbende de periode
                                waarvoor de in het eerste lid bedoelde sluiting zal geschieden. Zij
                                stelt de bijzondere voorwaarden vast, waaraan moet zijn voldaan
                                voordat het graf gesloten wordt verklaard.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>V</nr>
            <titel>Grafbedekkingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>Vergunning grafbedekking</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke
                                vergunning nodig van het college.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De rechthebbende van een eigen graf vraagt de vergunning voor het
                                hebben van een grafbedekking aan.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de
                                afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen kan het
                                college nadere regels vaststellen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het college kan ontheffing verlenen van de door hen vastgestelde
                                nadere regels.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Het college kan de vergunning weigeren indien: a. niet voldaan wordt
                                aan de door hen vastgestelde nadere regels; b. de grafbedekking
                                afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; c. de
                                duurzaamheid van de materialen onvoldoende is; d. de constructie van
                                de grafbedekking ondeugdelijk is.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>Het bepaalde in artikel 18, vierde lid, is van overeenkomstige
                                toepassing.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16</nr>
              <titel>Niet-blijvende grafbeplanting</titel>
            </kop>
            <al>Niet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat
                            verkeert kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak
                            kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen
                            en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder
                            worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden
                            gedurende twaalf weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende
                            indien deze daartoe tevoren een aanvraag heeft ingediend bij de
                            beheerder.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17</nr>
              <titel>Verwijdering grafbedekking</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De grafbedekking kan na het verstrijken van de graftermijn door het
                                college worden verwijderd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt door het
                                college bekendgemaakt gedurende ten minste drie maanden voorafgaande
                                aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd, door
                                middel van een op het te ruimen graf te plaatsen bordje, tenzij het
                                adres van de rechthebbende bij het college bekend is. In dat geval
                                maakt zij aan hem uiterlijk drie maanden voor het genoemde tijdstip
                                per brief hun voornemen bekend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Op grond van een daartoe door de rechthebbende bij het college
                                ingediende aanvraag, blijft de grafbedekking na verwijdering nog
                                gedurende drie maanden ter beschikking van degene aan wie een
                                vergunning als bedoeld in artikel 17 was verleend. De aanvraag kan
                                worden ingediend gedurende de in het tweede lid genoemde
                                termijn.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De grafbedekking vervalt aan de gemeente indien: a. geen verzoek op
                                grond van het derde lid is ingediend en de termijn waarbinnen dit
                                verzoek had kunnen worden ingediend, is verstreken; b. de
                                grafbedekking niet binnen drie maanden nadat deze van het graf is
                                verwijderd, is afgehaald.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18</nr>
              <titel>Onderhoud door de rechthebbende</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De rechthebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te
                                onderhouden of te herstellen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien hij nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te
                                herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende
                                voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het
                                verwijderde blijft gedurende drie maanden ter beschikking van de
                                rechthebbende en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot
                                enige vergoeding verplicht is.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende
                                behoorlijk per brief is opgeroepen om te worden ingelicht over de
                                toestand van de grafbedekking. De oproeping geschiedt door
                                mededeling op een bij het graf te plaatsen bordje als het adres van
                                de rechthebbende niet bekend is.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het college kan de rechthebbende per aanschrijving verplichten een
                                beschadiging aan de grafbedekking te herstellen indien de
                                beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college
                                het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de
                                beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor derden.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>VI</nr>
            <titel>Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>19</nr>
              <titel>Ruiming, bezorging van overblijfselen en as</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt gedurende
                                ten minste drie maanden voorafgaande aan het tijdstip waarop het
                                graf geruimd zal worden door middel van een bij het te ruimen graf
                                te plaatsen bordje ter kennis van de belanghebbenden gebracht,
                                tenzij het adres van de rechthebbende op het graf aan hen bekend is.
                                In dat geval deelt zij mee wanneer de termijn van uitgifte gaat
                                verstrijken. Als de rechthebbende geen verzoek indient om de termijn
                                te verlengen maakt zij uiterlijk drie maanden voor het genoemde
                                tijdstip per brief het voornemen tot ruiming bekend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van
                                lijken worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de
                                daartoe bestemd gedeelte van de begraafplaats.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De rechthebbende op een eigen graf, kan bij de beheerder een
                                aanvraag indienen om de overblijfselen te doen verzamelen om deze
                                opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze
                                elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een eigen
                                urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter
                                beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen
                                verstrooien.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>VII</nr>
            <titel>Instandhouden historische graven en opvallende grafbedekking</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>20</nr>
              <titel>Lijst</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college houdt een lijst bij van graven die van historische
                                betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit
                                heeft.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het
                                college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te
                                worden bijgeschreven.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het
                                verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde
                                lijst staan.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>VIII</nr>
            <titel>Inrichting register</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>21</nr>
              <titel>Voorschriften</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan voorschriften vaststellen voor het register van de
                                begraven lijken en de bezorgde as.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het register wordt bijgehouden door de beheerder.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>22</nr>
              <titel>Aansprakelijkheid</titel>
            </kop>
            <al>De begraafplaats is niet aansprakelijk voor schade aan en vermissing
                                van voorwerpen van rechthebbenden waaronder inbegrepen grafstenen.
                                Deze uitsluitng geldt echter niet voor schade of vermissing die is
                                veroorzaakt door opzet of grove schuld van de beheerder.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>IX</nr>
            <titel>Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>23</nr>
              <titel>Intrekking oude regeling</titel>
            </kop>
            <al>De “Beheersverordening begraafplaats Schiermonnikoog 1992”,
                                vastgesteld op 11 februari 1992, wordt ingetrokken.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>24</nr>
              <titel>Overgangsbepaling</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de
                                        “Beheersverordening begraafplaats Schiermonnikoog 1992”
                                        gelden als besluiten genomen krachtens deze
                                        verordening.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                        verordening een aanvraag om vergunning op grond van de
                                        “Beheersverordening begraafplaats Schiermonnikoog 1992” is
                                        ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                        verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop
                                        deze verordening toegepast.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>25</nr>
              <titel>Strafbepaling</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Hij die handelt in strijd met de artikelen 3, 4, 5, 9, 17 en
                                        18 wordt gestraft met een geldboete van de eerste
                                        categorie.</al></li>
              <li nr="2."><al>Overtreding van artikel 4 van de verordening kan worden
                                        gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke
                                        uitspraak.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>26</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de dag
                                waarop zij is afgekondigd.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>27</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Beheersverordening
                                gemeentelijke begraafplaats Schiermonnikoog 2007.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van 11
                        september 2007.</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>, voorzitter (L.K. Swart).</ondertekening>
        <ondertekening>, griffier (S.T. van der Zwaag).</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <tussenkop>Toelichting</tussenkop>
        <tussenkop>A. Algemene toelichting</tussenkop>
        <al>1. Inleiding</al>
        <al>De “Beheersverordening begraafplaats gemeente Schiermonnikoog 1992” is herzien
                    naar aanleiding van de dualisering van het gemeentebestuur. De verordening en de
                    toelichting daarop zijn aangepast aan de Wet dualisering gemeentebestuur, de
                    Aanwijzingen voor de decentrale regelgeving en verdere wetswijzigingen en
                    jurisprudentie, die betrekking hebben op de begraafplaats.</al>
        <al>De verordening is opgezet aan de hand van de modelverordening van de VNG en
                    aangepast aan de situatie op Schiermonnikoog. Dat betekent onder andere, dat de
                    bepalingen over algemene graven en aparte gedeelten van gemeentelijke
                    begraafplaats voor kerkgenootschappen zijn weggelaten, omdat deze op
                    Schiermonnikoog niet voorkomen.</al>
        <al/>
        <al>2. De verordenende bevoegdheid</al>
        <al>In artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet is bepaald dat gemeentelijke
                    verordeningen door de raad worden vastgesteld voor zover de bevoegdheid daartoe
                    niet bij de wet of door de raad krachtens de wet aan het college of de
                    burgemeester is toegekend. Ingevolge artikel 149 van de Gemeentewet maakt de
                    raad de verordeningen die hij in het belang van de gemeente nodig acht. Sinds de
                    inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur op 7 maart 2002 zijn in
                    de gemeente de bevoegdheden van de raad en het college ontvlecht. </al>
        <al>De bestuursbevoegdheden van de Gemeentewet zijn geconcentreerd bij het college
                    en de kaderstellende en controlerende bevoegdheden van de raad zijn
                    versterkt.</al>
        <al>De grondslag voor de verordenende bevoegdheid voor begraafplaats berust op
                    artikel 149 van de Gemeentewet. Daarnaast moet worden genoemd artikel 35 van de
                    Wet op de lijkbezorging dat een verordening eist voor de dagen en uren dat de
                    gemeente gelegenheid moet geven tot begraven.</al>
        <lijst>
          <li nr="3."><al>Gemeentelijk begraafplaatsbeleid</al><al/><al>3.1 Inleiding</al></li>
        </lijst>
        <al>De verordening bevat verschillende regels die de gemeente hanteert voor de
                    instandhouding en de dienstverlening op de gemeentelijke begraafplaats. Dit
                    hoofdstuk schenkt aandacht aan enkele van deze regels.</al>
        <al/>
        <al>3.2 Gemeentelijke verantwoordelijkheid en regelgeving</al>
        <al>De burgers hebben vaak een emotionele betrokkenheid met de begraafplaats en
                    alles wat zich daarop afspeelt. Daarbij stelt de dienstverlening hen voor
                    financiële lasten. Dit maakt het nodig om de rechten en verplichtingen duidelijk
                    vast te leggen. Er is geprobeerd overbodige regelgeving te voorkomen en
                    procedures kort te houden. De beheerder van de begraafplaats is aangewezen voor
                    contacten met de burgers voor bijvoorbeeld het in ontvangst nemen van diverse
                    aanvragen.</al>
        <al>De verantwoordelijkheid van de gemeente voor de begraafplaats kan worden
                    vergeleken met de verantwoordelijkheid die zij heeft bij de zorg voor andere
                    collectieve voorzieningen zoals het onderhouden wegen straten e.d. De
                    verschillende aspecten van de begraafplaats vragen in bestuurlijk opzicht echter
                    om een speciale aanpak.</al>
        <al>De waarde die aan de begraafplaats wordt toegekend maakt het voorts nodig dat er
                    een inventarisatie wordt samengesteld van de historische en culturele waarden
                    die op de begraafplaats aanwezig zijn. De verordening voorziet in het opstellen
                    van een lijst van gedenkwaardige graven en bijzondere gedenktekens die het waard
                    zijn om zo lang mogelijk in stand te worden gehouden. Deze lijst geeft dus
                    uitdrukking aan de waarden van de begraafplaats als zodanig. Zij dient een ander
                    doel dan de monumentenlijst.</al>
        <al/>
        <al>3.3 Ordemaatregelen</al>
        <al>Op de begraafplaats moet orde, rust en netheid bestaan. Daarom bevat de
                    verordening gedragsvoorschriften voor hen die van de begraafplaats gebruikmaken.
                    Dit kunnen bezoekers, uitvaartondernemers, hoveniers of steenhouwers zijn.
                    Personen die zich niet gedragen volgens de aanwijzingen van de beheerder, kan
                    hij van de begraafplaats verwijderen.</al>
        <al>Tegen overtreding van de ordevoorschriften is straf bedreigd. De politie kan als
                    gevolg van de strafbedreiging tegen ordeverstoringen optreden en zo nodig proces
                    verbaal opmaken.</al>
        <al>Uitdrukkelijk is vastgesteld dat bij opgraving van een lichaam of bij ruiming
                    van een of meer graven alleen de personen aanwezig mogen zijn die met de
                    werkzaamheden zijn belast.</al>
        <al/>
        <al>3.4 Verplichte verlenging</al>
        <al>Het gebeurt veelvuldig dat in eigen graven begravingen, bijzettingen of
                    asbezorging plaatsvinden betrekkelijk kort voor het aflopen van de
                    uitgiftetermijn. Daarom is vastgelegd dat in dergelijke gevallen begraving of
                    bijzetting alleen kan plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de
                    uitgiftetermijn. Die verlenging zal dan een periode moeten omvatten die de op
                    dat moment nog resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk maakt aan de
                    wettelijke minimumtermijn voor het ruimen van graven.</al>
        <al/>
        <al>3.5 Overboeking van een eigen graf</al>
        <al>Het recht op een eigen graf wordt verleend door een beschikking van het
                    college.</al>
        <al>Hierin wordt aan de aanvrager het uitsluitend recht gegeven om lijken in een
                    bepaald graf te doen begraven. In juridisch opzicht is een vergelijking mogelijk
                    met de vergunning om standplaats in te nemen op de openbare weg. De koopman mag
                    op een bepaalde plaats staan. Net als bij de standplaatsvergunning steunt het
                    recht om lijken in een bepaald graf te begraven, in de praktijk aangeduid als
                    'eigen graf', op een persoonlijke beschikking. De eigenaar kan zijn recht dus
                    niet verkopen.</al>
        <al>Het recht kan op verzoek van de rechthebbende wel worden overgeschreven op een
                    ander. De kring van de nieuwe rechthebbenden wordt in beginsel beperkt tot de
                    echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant tot en met de derde graad.
                    De achtergrond van deze beperking is dat de schaarste aan eigen graven op de
                    begraafplaats kan leiden tot het 'opkopen' van graven door willekeurige
                    derden.</al>
        <al>Ervaringen in gemeenten hebben geleerd dat een dergelijke ontwikkeling verre van
                    denkbeeldig is. Het is ongewenst daaraan medewerking te verlenen. Het spreekt
                    daarbij vanzelf dat de mogelijkheid open blijft dat ook een ander dan een
                    familielid of levenspartner als nieuwe rechthebbende wordt aangewezen.</al>
        <al/>
        <al>3.6 Voorschriften grafbedekking</al>
        <al>Het aanzien van begraafplaats kan chaotisch worden als elke regelgeving
                    ontbreekt. Tevens dient rekening te worden gehouden met de (cultuur)historische
                    waarde van de bestaande begraafplaats of de daarop voorkomende grafbedekkingen.
                    Het andere uiterste, een strak keurslijf van bepalingen dat elke persoonlijke of
                    kunstzinnige uiting aan banden legt of onmogelijk maakt, moet worden voorkomen.
                    De door het college vast te stellen nadere regels voor de grafbedekking zullen
                    hier nader invulling aan moeten geven. De verordening beperkt zich tot enige
                    algemene eisen waaraan grafbedekkingen moeten voldoen:</al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>de grafbedekking mag geen afbreuk doen aan het aanzien van de
                            begraafplaats;</al></li>
          <li nr="·"><al>de duurzaamheid van de materialen moet voldoende zijn;</al></li>
          <li nr="·"><al>de constructie moet deugdelijk zijn;</al></li>
          <li nr="·"><al>de grafbedekking moet voldoen aan de door het college gegeven nadere
                            regels.</al></li>
        </lijst>
        <al>Als de rechthebbende geen grafbedekking aanbrengt zal wel moeten worden
                    aangeduid dat er een overledene begraven ligt om te voorkomen dat bezoekers
                    ongewild over het graf lopen. Uit een aanduiding bij het graf en de
                    administratie zal voorts moeten blijken welke overledene daar begraven is.</al>
        <al/>
        <al>3.7 Verplicht onderhoud</al>
        <al>De rechthebbenden op eigen graven zijn verplicht hun grafbedekkingen behoorlijk
                    te onderhouden en zo nodig te herstellen, gezien de aard en de omvang en de
                    lange tijdsduur dat deze graven bestaan. Indien er sprake is van verwaarlozing
                    van de grafbedekking kan de beheerder van de begraafplaats de nabestaanden
                    aanspreken en sommeren tot het overgaan van herstelwerkzaamheden aan de
                    grafbedekking.</al>
        <tussenkop>B Artikelsgewijze toelichting</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 2</tussenkop>
        <al>Voor een eigen graf en een eigen urnennis gelden vrijwel dezelfde rechten en
                    plichten. De woorden 'voor zover van belang' zijn ingevoegd omdat de bepalingen
                    betreffende het ruimen en het wegnemen van een asbus alleen werken bij een eigen
                    graf, respectievelijk eigen urnennis.</al>
        <tussenkop>Artikel 3</tussenkop>
        <al>Het derde lid van dit artikel houdt verband met de strafbaarstelling van
                    personen die zich op de begraafplaats bevinden buiten de uren van openstelling
                    voor bezoekers.</al>
        <tussenkop>Artikel 4</tussenkop>
        <al>Steenhouwers en hoveniers moeten zich er steeds van bewust zijn dat hun
                    werkzaamheden storend kunnen zijn voor rouwende nabestaanden en tijdens
                    uitvaartplechtigheden. De toestemming om werkzaamheden op de begraafplaats te
                    verrichten moet vlot aan de steenhouwers of anderen kunnen worden gegeven.
                    Daarom verdient het aanbeveling dat het college het verlenen van die toestemming
                    onder behoud van hun verantwoordelijkheid opdragen aan de beheerder
                    (mandaat).</al>
        <al>De bevoegdheid van de beheerder om personen weg te sturen als zij zich niet aan
                    zijn aanwijzingen houden en de verbodsbepalingen, bieden voldoende mogelijkheden
                    op te kunnen treden tegen ongewenste activiteiten. Aan een uitzondering op de
                    regel als bedoeld in het negende lid onder a bestaat behoefte omdat men soms
                    dichtbij het graf moet kunnen komen met een motorrijtuig. </al>
        <tussenkop>Artikel 5</tussenkop>
        <al>Het doel van dit artikel is plechtigheden ordelijk te laten verlopen. Door te
                    eisen dat de mededeling vijf dagen vooraf moet plaatsvinden, kan worden
                    voorkomen dat de plechtigheid samenvalt met een begrafenis. Een begrafenis moet
                    volgens de wet uiterlijk op de vijfde dag na overlijden geschieden.</al>
        <al>Bijeenkomsten die het karakter van een plechtigheid te buiten gaan, kunnen het
                    karakter hebben van een openbare manifestatie. Hiervan moet vooraf kennisgeving
                    worden gedaan aan de burgemeester volgens de Wet openbare manifestaties (Stb.
                    1968, 157) en de van toepassing zijnde APV-bepalingen.</al>
        <tussenkop>Artikel 6</tussenkop>
        <al>De aard van de werkzaamheden bij het opgraven en ruimen van graven brengt met
                    zich mee dat het bezwaarlijk is om toe te staan dat anderen hierbij aanwezig
                    zijn. Het is daarom nodig dat er een wettelijk voorschrift is om de toegang van
                    derden hierbij te weren.</al>
        <tussenkop>Artikel 7</tussenkop>
        <al>Een schriftelijke kennisgeving is nodig omdat duidelijk vast moet liggen wat
                    voor graf er wordt gevraagd.</al>
        <al>De as kan volgens de wet worden bijgezet in of op een graf dan wel in een
                    bewaarplaats.</al>
        <al>Bij het begraven van een lijk binnen 36 uur is omwille van urgentie uitsluitend
                    toestemming van de burgemeester noodzakelijk.</al>
        <tussenkop>Artikel 8</tussenkop>
        <al>De wet eist dat er een verlof tot begraven of bezorging van as aanwezig is,
                    afgegeven door de ambtenaar van de burgerlijke stand. Hierbij aansluitend is het
                    gewenst de beheerder van de begraafplaats een eigen bevoegdheid te geven om
                    medewerking aan de lijkbezorging te weigeren, indien niet aan de wettelijke
                    vereisten is voldaan.</al>
        <al>De bezorging van as omvat zowel het bijzetten als de verstrooiing.</al>
        <al>Er mag van worden uitgegaan dat het stoffelijk overschot van de rechthebbende
                    zelf in het eigen graf mag worden bijgezet (tweede lid).</al>
        <al>De wettelijke minimum grafrusttermijn (derde lid) is de termijn dat een lijk
                    volgens de wet ten minste begraven moet blijven voordat het mag worden geruimd. </al>
        <tussenkop>Artikel 9</tussenkop>
        <al>De wet verplicht tot de mogelijkheid van begraven op iedere dag gedurende een
                    bij gemeentelijke verordening te bepalen tijd met uitzondering van zon- en
                    feestdagen. Gemeenten zijn vrij te bepalen dat ook op zondag of een algemeen
                    erkende feestdag wordt begraven. Joodse begrafenissen vinden niet plaats op de
                    sabbat. Het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap heeft er daarom belang bij
                    dat de begraafplaats op zon- en feestdagen voor een begrafenis kunnen worden
                    opengesteld. Daarnaast zijn er ook andere gevallen denkbaar waarin de
                    nabestaanden er een belang bij hebben om op een zon- of feestdag een begrafenis
                    of asbezorging te kunnen doen plaatshebben. In de verordening is de mogelijkheid
                    opgenomen om de begraafplaats in deze gevallen hiervoor op zondag open te
                    stellen.</al>
        <al>Een bijzonder geval kan zich verder voordoen als de burgemeester toestemming
                    heeft gegeven om een lijk binnen 36 uur te begraven. Sommige nabestaanden vragen
                    om deze toestemming om godsdienstige redenen. Daarnaast kan spoed geboden zijn
                    in geval van lijkvinding.</al>
        <tussenkop>Artikel 11</tussenkop>
        <al>Het eerste lid van artikel 11 is opgenomen omdat sommige rechthebbenden in de
                    veronderstelling verkeren dat de uitgiftetermijn pas begint te lopen op het
                    moment van de eerste begraving of bijzetting.</al>
        <al>De Wet op de lijkbezorging bepaalt dat vanaf twee jaar voor het verstrijken van
                    de lopende termijn, verlenging van de graftermijn kan worden aangevraagd. Binnen
                    een jaar na het begin van deze periode moet het college de rechthebbende op het
                    graf mededelen dat de graftermijn gaat aflopen, hetzij per brief, hetzij door
                    aanplakking op de begraafplaats tot aan het einde van de periode dat de
                    rechthebbende om verlenging van de termijn van uitgifte kan vragen. Zie verder
                    de toelichtingen op de artikelen 17 en 19. De bepaling in de verordening is
                    hiermee in overeenstemming. Het is van belang om de rechthebbenden mee te delen
                    dat verlenging van de termijn tijdig moet worden aangevraagd.</al>
        <al>Indien er ten tijde van de opheffing van de begraafplaats nog rechten op eigen
                    graven bestaan, zal in overleg met de rechthebbenden op die graven moeten worden
                    bezien welke beslissingen er ten aanzien van die graven zullen worden
                    genomen.</al>
        <al>Het vierde lid stelt buiten twijfel dat bijvoorbeeld ook een stichting
                    rechthebbende kan zijn indien daarvoor gewichtige redenen bestaan (artikel 12,
                    eerste en tweede lid).</al>
        <tussenkop>Artikel 12</tussenkop>
        <al>Het is gewenst dat er na overlijden van een rechthebbende een nieuwe
                    rechthebbende wordt aangewezen die de verantwoordelijkheid voor de grafruimte en
                    de daaraan verbonden kosten op zich neemt. Tot aanwijzing van een nieuwe
                    rechthebbende kunnen alleen de personen bevoegd worden geacht die belang hebben
                    bij het graf.</al>
        <al>Dit zijn in de eerste plaats de bloed- en aanverwanten, genoemd in het eerste
                    lid van dit artikel. De ervaring heeft geleerd dat het gewenst is om slechts een
                    persoon als rechthebbende te doen aanwijzen. Deze bepaling stelt de termijn op
                    een jaar. Het vierde lid geeft aan dat de termijn met de nodige soepelheid zal
                    worden gehanteerd.</al>
        <al>Het verdient aanbeveling dat de overschrijving van het eigen graf schriftelijk
                    aan de nieuwe rechthebbende kenbaar wordt gemaakt.</al>
        <tussenkop>Artikel 13</tussenkop>
        <al>Dit artikel is opgenomen om buiten twijfel te stellen dat de rechthebbende
                    afstand van het graf kan doen.</al>
        <tussenkop>Artikel 15</tussenkop>
        <al>De vergunningseis geldt voor de grafbedekkingen op eigen graven. De
                    grafbedekking zal op punten als vormgeving, constructie en materiaalkeuze aan
                    bepaalde minimumeisen moeten voldoen. Deze eisen worden uitgewerkt in de nadere
                    regels van het college. De vergunningseis geldt voor het gedenkteken.</al>
        <tussenkop>Artikel 16</tussenkop>
        <al>In de dagelijkse praktijk kunnen er moeilijkheden ontstaan over verwijderde
                    bloemen en eenjarige planten zoals afrikanen en geraniums. Het is gewenst om
                    verwelkte bloemen niet te snel te verwijderen, mede omdat zij passend zijn bij
                    de sfeer van de begraafplaats.</al>
        <tussenkop>Artikel 17</tussenkop>
        <al>De bordjes bij de graven met een mededeling voor de grafbezoekers dienen alleen
                    aan de grafbezoeker op te vallen.</al>
        <al>De mededeling dat het college voornemens is om de grafbedekking te verwijderen
                    wordt ten minste drie maanden van tevoren gedaan. De mededeling aan de
                    rechthebbende op een eigen graf dat de grafbedekking zal worden verwijderd, kan
                    in veel gevallen gelijktijdig worden gedaan met de mededelingen dat de
                    graftermijn verstrijkt en dat het graf zal worden geruimd (zie ook artikel 11,
                    tweede lid, met de toelichting en artikel 19, eerste lid).</al>
        <al>De grafbedekking kan ook worden verwijderd nadat het college het grafrecht
                    vervallen heeft verklaard omdat er na het overlijden van de rechthebbende niet
                    tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen (artikel 12, derde lid). In dat
                    geval geldt eveneens het vereiste van de voorafgaande mededeling per brief of
                    door het plaatsen van een bordje bij het graf gedurende minstens drie
                    maanden.</al>
        <tussenkop>Artikel 18</tussenkop>
        <al>De aard en de afmetingen van de grafbedekkingen op eigen graven en de termijn
                    van uitgifte van deze graven met het recht om deze termijn telkenmale te
                    verlengen, maken dat de rechthebbenden op eigen graven verplicht zijn de
                    grafbedekking behoorlijk te onderhouden en zo nodig te herstellen. Op 25 oktober
                    2002 heeft de Hoge Raad de uitspraak gedaan dat graftekens (graven met
                    uitsluitend recht als bedoeld in artikel 28 Wet op de lijkbezorging) middels
                    natrekking in eigendom toebehoren aan de eigenaar van de grond. Hiermee werd het
                    arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 4 mei 2002 bevestigd. De consequentie
                    van deze uitspraak is dat de gemeente (eigenaar van de begraafplaats) als
                    eigenaar van grafmonumenten aansprakelijk is voor de schade die het grafmonument
                    aan een ander grafmonument of aan een ander object, mens of dier aanbrengt
                    (risicoaansprakelijkheid).</al>
        <tussenkop>Artikel 19</tussenkop>
        <al>De mededeling dat het college voornemens is om de graven te ruimen wordt gedaan
                    aan de rechthebbenden op eigen graven. Zie verder hetgeen is vermeld in de
                    toelichting op artikel 19.</al>
        <al>Iedere belanghebbende kan van zijn zienswijze doen blijken, bijvoorbeeld omdat
                    het graf van historische betekenis is (zie artikel 20). Aan de rechthebbende op
                    het graf moet ook worden medegedeeld dat hij verlenging van de graftermijn kan
                    vragen volgens artikel 27, eerste lid, van de wet. Hij kan ook vragen om de
                    overblijfselen te doen verzamelen om deze weer in dezelfde grafruimte te doen
                    plaatsen, dan wel elders bij te zetten, volgens artikel 19, derde lid, van de
                    verordening. </al>
        <al>Die andere bestemming is zo ruim mogelijk omschreven. Zo kan bijvoorbeeld het
                    eigen graf extra diep worden uitgegraven. De overblijfselen kunnen dan in kleine
                    ruimingkistjes in die extra diepte worden geplaatst. De rechthebbende kan dan
                    vervolgens het graf bestemmen voor andere overledenen. Op deze wijze kan het
                    graf gedurende een volgende generatie in dezelfde familie blijven. Ook is het
                    mogelijk om de overblijfselen opnieuw bij te zetten in een ander graf op
                    dezelfde begraafplaats of deze over te brengen naar een andere
                    begraafplaats.</al>
        <al>De mededelingen volgens deze bepaling zijn geen voldoende basis om eigen graven
                    te ruimen.</al>
        <tussenkop>Artikel 20</tussenkop>
        <al>Het kan voorkomen dat graven die van bijzondere waarde zijn, door de werkers op
                    de begraafplaats ondoordacht worden geruimd. De graven kunnen van betekenis zijn
                    vanwege de overledene die er begraven ligt dan wel alleen vanwege het
                    gedenkteken. De overledene kan voor de plaatselijke gemeenschap van betekenis
                    zijn geweest zodat wellicht de naam nog bij de volgende generatie bekend is. Het
                    gedenkteken kan opvallen door zijn vormgeving, materiaalgebruik en daarop
                    toegepaste tekens en motieven en/of bijzondere kentekenen. Er dient voor te
                    worden gewaakt dat graven van bekende overledenen niet ondoordacht worden
                    geruimd en dat vrij zeldzame voorwerpen op een terrein dat zozeer aan het
                    verleden herinnert, behouden blijven. Bij twijfel over de betekenis van het
                    gedenkteken, is het gewenst om een deskundige te raadplegen.</al>
        <al>De lijst is een inventarisatie van gedenkwaardige graven. Daarnaast kan de
                    inhoud van de lijst een hulpmiddel zijn voor het samenstellen van de
                    monumentenlijst.</al>
        <tussenkop>Artikel 23</tussenkop>
        <al>De datum waarop de oude regeling vervalt, is de datum waarop de verordening in
                    werking treedt.</al>
        <tussenkop>Artikel 26</tussenkop>
        <al>Op basis van artikel 142 van de Gemeentewet treden verordeningen in werking op
                    de achtste dag na bekendmaking, tenzij een ander tijdstip daarvoor wordt
                    aangewezen.</al>
        <al>De verordening begraafplaats is een besluit van het gemeentebestuur op
                    overtreding waarvan straf is gesteld. Een dergelijk besluit wordt op dezelfde
                    wijze bekendgemaakt als alle overige besluiten van het gemeentebestuur die
                    algemeen verbindende voorschriften inhouden (artikel 139 Gemeentewet). Wel is
                    van belang dat de gemeente dit besluit moet meedelen aan het parket van het
                    arrondissement waarin de gemeente ligt (artikel 143 Gemeentewet).</al>
        <al>In artikel 24 wordt geen tijdstip vermeld waarop de oude verordening wordt
                    ingetrokken. Dat is ook niet nodig. De datum waarop de oude regeling vervalt, is
                    de datum waarop de nieuwe verordening in werking treedt.</al>
        <tussenkop>Artikel 27</tussenkop>
        <al>In de citeertitel is een jaartal opgenomen om deze verordening te onderscheiden
                    van de voorgaande.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>