<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR54283_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Loppersum</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Loppersum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ommelander courant, 08-03-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">gemeentewet; artikelen 44, tweede en derde lid, 95 tot en met 99 en 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit wethouders en rechtspositiebesluit raads- en commissieleden</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">gedragscode bestuurlijke integriteit, vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 17 juli 2006</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-03-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-03-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Loppersum;</al><al/><al>gelet op de artikelen 44, tweede en derde lid, 95 tot en met 99 en 147
                        van de Gemeentewet;</al><al/><al>gelet op het Rechtspositiebesluit wethouders en het rechtspositiebesluit
                        raads- en commissieleden;</al><al/><al>gelet op de gedragscode bestuurlijke integriteit, zoals vastgesteld door
                        de gemeenteraad van Loppersum op 17 juli 2006;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 februari
                        2010;</al><al/><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al/><al>vast te stellen de </al><al><vet>“Verordening rechtspositie wethouders, raads- en
                        commissieleden”.</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de
                                    Gemeentewet; </al></li><li nr="b."><al>rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22
                                    maart 1994, Stb. 243;</al></li><li nr="c."><al>rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk
                                    Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;</al></li><li nr="d."><al>regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van
                                    20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het
                                    Rechtspositiebesluit wethouders;</al></li><li nr="e."><al>verplaatsingskostenregeling 1989: het besluit van de Minister
                                    van Binnenlandse Zaken van 20 oktober 1989, nr.
                                    AB87/74/U6DGMP/AV/FAR, Stcrt. 212;</al></li><li nr="f."><al>reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van
                                    Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt.
                                    56;</al></li><li nr="g."><al>reisregeling buitenland: het besluit van de Minister van
                                    Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U1011, Stcrt.
                                    181;</al></li><li nr="h."><al>raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder;</al></li><li nr="i."><al>griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="j."><al>gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de
                                    Gemeentewet. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al>Aan het raadslid wordt een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend
                            die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 2, eerste lid, van het
                            Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit bedrag
                            jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
                            wordt herzien.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het raadslid wordt een onkostenvergoeding voor aan de
                                uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden kosten toegekend die
                                gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 2, derde lid, van het
                                Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit bedrag
                                jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en
                                Koninkrijksrelaties wordt herzien.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge
                                artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting
                                1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt
                                aangemerkt, wordt in afwijking van het eerste lid een
                                onkostenvergoeding toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld
                                in artikel 2, vierde lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                commissieleden, zoals dat bedrag jaarlijks door de minister van
                                Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is
                                geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                                naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid
                                is geweest.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                                geschiedt in maandelijkse termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Reiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte
                                kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente
                                ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur
                                vergoed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                                        (trein)taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid
                                        gemaakte noodzakelijke reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van
                                        de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten
                                        overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van
                                        de Regeling rechtspositie wethouders.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                            reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid
                            vergoed.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen,
                                seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens
                                de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                                symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag
                                gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente
                                als deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van
                                het raadslidmaatschap.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Computer, laptop, fax en internetverbinding</titel></kop><al>(komt te vervallen met ingang van 11 maart 2010)</al><lijst><li nr="1."><al>Op aanvraag stelt het college het raadslid ten laste van de
                                    gemeente voor de uitoefening van het raadslidmaatschap een
                                    computer, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter
                                    beschikking. Tevens kan het raadslid op aanvraag een faxapparaat
                                    met bijbehoren in bruikleen ter beschikking worden gesteld.
                                </al></li><li nr="2."><al>Voor zover er sprake is van een belastingheffing in verband met
                                    een ten laste van de gemeente ter beschikking gestelde computer,
                                    bijbehorende apparatuur en software als bedoeld in het eerste
                                    lid ontvangt het raadslid ten laste van de gemeente op aanvraag
                                    per jaar een tegemoetkoming van 30% van de aanschafwaarde
                                    daarvan voor een periode van maximaal drie jaar. Daarbij wordt
                                    ten hoogste uitgegaan van de aanschafwaarde van de computer,
                                    bijbehorende apparatuur en software welke het college aan
                                    raadsleden in bruikleen ter beschikking stelt.</al></li><li nr="3."><al>Op aanvraag vergoedt het college het raadslid de aanlegkosten
                                    voor de internetverbinding voor de in het eerste lid genoemde
                                    computerapparatuur. De abonnementskosten worden voor 50%
                                    vergoed.</al></li><li nr="4."><al>Het raadslid ondertekent voor de bruikleen een
                                    bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al></li><li nr="5."><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst
                                    vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Overige vergoedingen</titel></kop><al>(komt te vervallen met ingang van 11 maart 2010)</al><al>Ieder raadslid ontvangt jaarlijks in juli €100 voor de aanschaf van
                            printpapier, cartridges voor de printer e.d.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, kan op
                                aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende
                                spaarloonregeling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan
                                deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van
                                de Wet op de loonbelasting 1964.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het
                                raadslid gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen
                                aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10a</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel f, van de wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan
                                deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in artikel 37 van de
                                Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Naar keuze van het raadslid
                                wordt de raadsvergoeding dan wel vaste onkostenvergoeding verminderd
                                met de vergoeding voor de fiets als bedoeld in de
                                Uitvoeringsregeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen
                                aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verlaging vergoeding werkzaamheden bij
                                arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan op
                            verzoek van een raadslid worden verlaagd in het geval hij een uitkering
                            ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Compensatie korting werkloosheidsuitkering</titel></kop><al>In het geval een raadslid een uitkering op grond van de Werkloosheidswet
                            ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die wet ontstane korting
                            op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het
                            raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding
                            voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding
                            ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde
                            korting.</al><al>1.In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het Besluit
                            Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel ontvangt en de na
                            toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane korting
                            op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het
                            raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding
                            voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding
                            ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de
                                gemeenteraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer dan
                                dertig dagen onafgebroken het voorzitterschap van de gemeenteraad
                                waarneemt, ontvangt voor die waarneming een toeslag van 8% van de in
                                artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden over de tijd van
                                de waarneming. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de
                                onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al>Aan de wethouder wordt een onkostenvergoeding toegekend voor overige aan
                            de uitoefening van het ambt verbonden kosten die gelijk is aan het
                            bedrag, vermeld in artikel 25, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit
                            wethouders, zoals dit bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse
                            Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><al>De tegemoetkoming voor het reizen tussen zijn woning en de plaats van
                            tewerkstelling van de wethouder is gelijk aan de vergoeding bedoeld in
                            artikel 3 van de Regeling rechtspositie wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Zakelijke reiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de wethouder wordt naast de tegemoetkoming, bedoeld in artikel
                                15 vergoeding verleend voor reiskosten ter zake van andere dan de in
                                artikel 15 bedoelde reizen ten behoeve van de gemeente gemaakt. De
                                vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>Bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                                        taxi: een volledige vergoeding van de reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen personenauto: de vergoeding als
                                        bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling
                                        rechtspositie wethouders;</al></li><li nr="c."><al>een vergoeding van de noodzakelijke en redelijkerwijs
                                        gemaakte verblijfkosten;</al></li><li nr="d."><al>op aanvraag worden de reiskosten voor de zakelijke reizen
                                        van de wethouder gesaldeerd overeenkomstig de regeling voor
                                        gemeentelijk personeel. Indien geen regeling als bedoeld in
                                        de eerste volzin is vastgesteld vindt op aanvraag saldering
                                        van de reiskosten voor de zakelijke reizen van de wethouder
                                        plaats overeenkomstig artikel 4a van de Reisregeling
                                        binnenland, artikel 2a van de Reisregeling buitenland en
                                        artikel 13a van de krachtens het Verplaatsingskostenbesluit
                                        1989 vastgestelde Verplaatsingskostenregeling 1989.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten
                                Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                reis- en verblijfkosten vergoed. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet
                                zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming
                                van het college vereist. De gemeenteraad kan aan deze toestemming
                                voorwaarden verbinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen,
                                seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens
                                de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                                symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag
                                gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente
                                als deelname van algemeen belang is in verband met de uitoefening
                                van het ambt van wethouder. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Computer, laptop, fax en internetverbinding</titel></kop><al><onderstreept>(komt te vervallen met ingang van 11 maart
                                2010)</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Op aanvraag worden de wethouder ten laste van de gemeente voor
                                    de uitoefening van het ambt een computer of laptop, bijbehorende
                                    apparatuur en software in bruikleen ter beschikking gesteld.
                                    Tevens kan de wethouder op aanvraag faxapparatuur met bijbehoren
                                    in bruikleen ter beschikking worden gesteld. </al></li><li nr="2."><al>Voor zover er sprake is van een belastingheffing in verband met
                                    een ten laste van de gemeente ter beschikking gestelde computer,
                                    bijbehorende apparatuur en software als bedoeld in het eerste
                                    lid ontvangt de wethouder ten laste van de gemeente op aanvraag
                                    per jaar een tegemoetkoming van 30% van de aanschafwaarde
                                    daarvan voor een periode van maximaal drie jaar. Daarbij wordt
                                    ten hoogste uitgegaan van de aanschafwaarde van de computer,
                                    bijbehorende apparatuur en software welke het college aan de
                                    wethouders in bruikleen ter beschikking stelt.</al></li><li nr="3."><al>Op aanvraag worden de wethouder de aanlegkosten voor de
                                    internetverbinding voor de in het eerste of tweede lid genoemde
                                    computerapparatuur vergoed. De abonnementskosten worden voor 50%
                                    vergoed.</al></li><li nr="4."><al>De wethouder ondertekent voor de bruikleen een
                                    bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al></li><li nr="5."><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst
                                    vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Mobiele telefoon</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de wethouder wordt voor de uitoefening van zijn ambt een mobiele
                                telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld, welke uitsluitend
                                bestemd is voor zakelijk gebruik;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wethouder ondertekend daartoe een bruikleen overeenkomst met de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De mobiele telefoon wordt aan het eind van de ambtsperiode weer
                                ingeleverd bij de gemeente Loppersum.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De abonnements- en belkosten worden door de gemeente Loppersum
                                betaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het
                                    gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling.</al></li><li nr="2."><al>De wethouder kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld
                                    in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964.</al></li><li nr="3."><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien de
                                    wethouder gebruik maakt van de wettelijke
                                    levensloopregeling.</al></li><li nr="4."><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat
                                    geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21a</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De wethouder kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in
                                artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Naar keuze
                                van de wethouder wordt de bezoldiging dan wel vaste
                                onkostenvergoeding dan wel eindejaarsuitkering verminderd met de
                                vergoeding voor de fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen
                                aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Reis- en pensionkosten en verhuiskosten</titel></kop><al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente
                            beschikt heeft ten laste</al><al>van de gemeente aanspraak op vergoeding van:</al><lijst><li nr="a."><al>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1
                                    van de Regeling rechtspositie wethouders;</al></li><li nr="b."><al>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                    overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling
                                    rechtspositie wethouders.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Voorzieningen voor
                                        commissieleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van
                                        vergaderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het lid van een commissie ontvangt voor het bijwonen van
                                            de vergaderingen van een commissie en haar subcommissies
                                            een vergoeding die gelijk is aan het bedrag, vermeld in
                                            artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                            commissieleden, zoals dit bedrag jaarlijks door de
                                            minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
                                            wordt herzien.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op
                                            degene die als lid van een commissie een vaste
                                            vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel
                                            96 van de Gemeentewet ontvangt.</al></li><li nr="3."><al>Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een
                                            commissie:</al><lijst><li nr="a."><al>Als raadslid of wethouder;</al></li><li nr="b."><al>uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van
                                            een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van
                                            een functie bij een instelling die grotendeels van
                                            overheidswege wordt gesubsidieerd;</al></li><li nr="c."><al>als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling,
                                            organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van
                                            de commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk
                                            belang dient.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>De procedure van
                                        declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Betaling van kosten</titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats
                                    door </al><lijst><li nr="a."><al>betaling uit eigen middelen; of</al></li><li nr="b."><al>rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente; </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde
                                    kosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de
                                            artikelen 5, 6, 16, 17 en 22 wordt gebruik gemaakt van
                                            een declaratieformulier, waarvan het model door het
                                            college is vastgesteld, indien deze kosten uit eigen
                                            middelen vooruit zijn betaald.</al></li><li nr="2."><al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en
                                            ondertekend. Het raadslid, onderscheidenlijk de
                                            wethouder of het commissielid dient het
                                            declaratieformulier binnen één maand in</al><lijst><li nr="-"><al>indien het een wethouder betreft bij de (loco)
                                                  burgemeester;</al></li><li nr="-"><al>indien het een raadslid betreft bij de griffier,
                                                  onder bijvoeging van de originele
                                                  bewijsstukken.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de
                                    gemeente</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 7, 16,
                                            17, 18 en 22 kan plaatsvinden door rechtstreekse
                                            toezending van de door het raadslid, onderscheidenlijk
                                            de wethouder voor akkoord ondertekende factuur aan de
                                            gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt
                                            plaats door het indienen van een verzoek bij de afdeling
                                            POJ, ondertekent door:</al><lijst><li nr="-"><al>indien het een wethouder betreft, de (loco)
                                                  burgemeester en</al></li><li nr="-"><al>indien het een raadslid betreft, de griffier,
                                                  onder bijvoeging van de originele
                                                  bewijsstukken.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Citeertitel en
                                        inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De verordening “Voorzieningen wethouders, raads- en
                                    commissieleden” vastgesteld op 24 september 2007 wordt
                                    ingetrokken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking per 11 maart 2010. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als <vet>“Verordening
                                        rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden
                                        </vet><vet>2010”</vet><vet>.</vet></al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de raad van de gemeente Loppersum</ondertekening><ondertekening>gehouden op 1 maart 2010, nr. 7.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>A.Rodenboog, voorzitter.</ondertekening><ondertekening>A. R.S. Bosma.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>