<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR53861_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de behandeling van klachten</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bedum</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bedum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 28-5-1999</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ombudsfunctionaris gemeente Bedum</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>1999-05-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1999-06-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING OP DE BEHANDELING VAN KLACHTEN</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr. 11 </al><al/><al>De raad van de gemeente Bedum; </al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 mei 1999; </al><al/><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; </al><al/><al>b e s l u i t : </al><al/><al>vast te stellen de navolgende: </al><al/><al><vet>VERORDENING OP DE BEHANDELING VAN KLACHTEN </vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMEEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>ombudsfunctionaris: degene die is benoemd in de in artikel 2
                                        genoemde functie;</al></li><li nr="b."><al>bestuursorgaan: de gemeenteraad, het college van
                                        burgemeester en wethouders, de burgemeester of een
                                        commissie, waaraan op grond van artikel 83 van de
                                        Gemeentewet bevoegdheden van de gemeenteraad dan wel op
                                        grond van artikel 84 van de Gemeentewet bevoegdheden van het
                                        college van burgemeester en wethouders onderscheidenlijk de
                                        burgemeester zijn toegekend;</al></li><li nr="c."><al>klacht: een uiting van ongenoegen over de wijze waarop een
                                        bestuursorgaan van de gemeente, een daarvan deel uitmakend
                                        lid of een daaraan ondergeschikte dan wel een onder diens
                                        directe verantwoordelijkheid werkzame bezoldigde of
                                        onbezoldigde persoon zich in een bepaalde aangelegenheid
                                        jegens een natuurlijk persoon of een rechtspersoon heeft
                                        gedragen. Voor de toepassing van dit artikelonderdeel wordt
                                        onder lid van de gemeenteraad mede begrepen de
                                        voorzitter;</al></li><li nr="d."><al>gedraging: het handelen of nalaten te handelen jegens een
                                        natuurlijk persoon of rechtspersoon door een bestuursorgaan
                                        als omschreven onder c.;</al></li><li nr="e."><al>klager: de natuurlijke persoon of rechtspersoon, die een
                                        klacht heeft ingediend overeenkomstig artikel 6.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II</nr><titel>DE OMBUDSFUNCTIONARIS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Ombudsfunctionaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een gemeentelijke ombudsfunctionaris voor de behandeling van
                                klachten over gedragingen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ombudsfunctionaris wordt op voordracht van het college van
                                burgemeester en wethouders door de gemeenteraad benoemd. De
                                benoeming vindt plaats voor een periode gelijk aan de
                                zittingsperiode van de gemeenteraad. Na het aantreden van de nieuw
                                gekozen gemeenteraad wordt de ombudsfunctionaris terstond
                                herbenoemd, behoudens ontslag op de gronden als bedoeld in het
                                vierde lid van dit artikel. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot ombudsfunctionaris zijn niet benoembaar de personen, die deel
                                uitmaken van een bestuursorgaan of daaraan ondergeschikt zijn aan
                                dan wel onder verantwoordelijkheid daarvan bezoldigd of onbezoldigd
                                werkzaam zijn. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad ontslaat de ombudsfunctionaris: </al><lijst><li nr="a."><al>op zijn verzoek; </al></li><li nr="b."><al>wanneer hij uit hoofde van ziekte of gebreken blijvend
                                        ongeschikt is zijn functie te vervullen; </al></li><li nr="c."><al>bij de aanvaarding van een volgens deze verordening met het
                                        ambt van ombudsfunctionaris onverenigbaar ambt of
                                        onverenigbare betrekking; </al></li><li nr="d."><al>wanneer hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                        uitspraak onder curatele is gesteld; </al></li><li nr="e."><al>wanneer hij naar het oordeel van de gemeenteraad door
                                        handelen of nalaten ernstig nadeel toebrengt aan het in hem
                                        te stellen vertrouwen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De ombudsfunctionaris is niet ondergeschikt aan enig gemeentelijk
                                bestuursorgaan of gezag. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taak ombudsfunctionaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ombudsfunctionaris onderzoekt ingediende klachten over
                                gedragingen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen voor de ombudsfunctionaris een
                                spreekuur in. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tijdens het in het vorige lid bedoelde spreekuur ingediende klachten
                                worden door de ombudsfunctionaris op schrift gesteld en als
                                schriftelijke klacht behandeld, tenzij de klager heeft verklaard dat
                                van verdere behandeling kan worden afgezien. De ombudsfunctionaris
                                kan, indien de aard of omvang van de klacht daartoe aanleiding
                                geeft, de klager verzoeken de klacht alsnog schriftelijk in te
                                dienen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Ondersteuning</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders verschaffen de ombudsfunctionaris de middelen
                            die nodig zijn voor een goede uitoefening van de functie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Bezoldiging</titel></kop><al>De ombudsfunctionaris geniet voor het als zodanig verrichten van
                            werkzaamheden een bruto uurvergoeding op declaratiebasis, die gelijk
                            staat met het bruto uursalaris van schaal 11, anciënniteit 6
                            (salarisregel 46). </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>III</nr><titel>KLACHTBEHANDELING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Schriftelijke klachten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ieder heeft het recht een klacht in te dienen over gedragingen.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een klacht, die schriftelijk wordt ingediend, bevat ten minste: </al><lijst><li nr="a."><al>naam, adres en woonplaats van de klager en, indien van
                                        toepassing, naam, adres en woonplaats van zijn gemachtigde;
                                    </al></li><li nr="b."><al>de dagtekening; </al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van de gedraging waartegen de klacht is
                                        gericht en de aanduiding wie zich aldus heeft gedragen en zo
                                        mogelijk waar en wanneer de gedraging heeft plaatsgevonden.
                                        Indien de klacht door een gemachtigde is ingediend, wordt
                                        tevens vermeld jegens wie de gedraging heeft plaatsgevonden;
                                    </al></li><li nr="d."><al>de gronden van de klacht. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Behoudens het bepaalde in artikel 3, derde lid, wordt een
                                klaagschrift ingediend bij het bestuursorgaan aan wie de gedraging
                                is toe te rekenen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van het klaagschrift
                                schriftelijk. In dit bericht wordt vermeld dat de ombudsfunctionaris
                                de klacht zal onderzoeken. De klacht wordt met de daarbij
                                overgelegde stukken zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen tien
                                dagen in handen van de ombudsfunctionaris gesteld. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Door of vanwege de ombudsfunctionaris wordt een kopie van de klacht
                                gezonden aan de persoon, op wiens gedraging de klacht betrekking
                                heeft. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Niet in behandeling nemen van een klacht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ombudsfunctionaris kan een klacht niet of niet verder in
                                behandeling nemen indien: </al><lijst><li nr="a."><al>niet is voldaan aan artikel 6, tweede lid of enig ander bij
                                        deze verordening gesteld vereiste voor het in behandeling
                                        nemen van een klacht, mits de indiener de gelegenheid heeft
                                        gehad het verzuim te herstellen binnen een daartoe gestelde
                                        termijn; </al></li><li nr="b."><al>indien meer dan een jaar is verstreken sinds de gedraging,
                                        waarop de klacht betrekking heeft, heeft plaatsgevonden;
                                    </al></li><li nr="c."><al>de klacht kennelijk ongegrond is; </al></li><li nr="d."><al>het belang van de klager of de betekenis van de gedraging
                                        kennelijk onvoldoende is; </al></li><li nr="e."><al>de klager een ander is dan degene jegens wie de gedraging
                                        heeft plaatsgevonden, behoudens vertegenwoordiging. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ombudsfunctionaris is niet bevoegd klachten in behandeling te
                                nemen, die betrekking hebben op: </al><lijst><li nr="a."><al>algemeen verbindende voorschriften; </al></li><li nr="b."><al>algemeen beleid; </al></li><li nr="c."><al>gedragingen, ten aanzien waarvan ingevolge een wettelijk
                                        geregelde voorziening bezwaar is ingediend of administratief
                                        beroep is ingesteld of kan worden ingesteld, dan wel deze
                                        voorziening voor klager heeft open gestaan en hij daarvan
                                        geen gebruik heeft gemaakt; </al></li><li nr="d."><al>gedragingen, ten aanzien waarvan ingevolge een wettelijk
                                        geregelde administratiefrechtelijke voorziening beroep is
                                        ingesteld of kan worden ingesteld, dan wel deze voorziening
                                        voor klager heeft opengestaan en hij daarvan geen gebruik
                                        heeft gemaakt; </al></li><li nr="e."><al>gedragingen ten aanzien waarvan anders dan ingevolge een
                                        wettelijk geregelde administratiefrechtelijke voorziening
                                        een procedure bij een rechterlijke instantie aanhangig is,
                                        dan wel beroep open staat tegen een uitspraak, vonnis of
                                        anderszins die in een zodanige procedure is gedaan. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de ombudsfunctionaris op grond van de voorgaande leden geen
                                of geen verder onderzoek instelt of mag instellen,doet hij daarvan
                                schriftelijk mededeling aan de klager en het orgaan of de persoon op
                                wiens gedraging de klacht betrekking heeft, onder vermelding van de
                                reden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verwijsfunctie</titel></kop><al>Indien de ombudsfunctionaris op grond van artikel 6 of op enige andere
                            grond een klacht niet in behandeling neemt of mag nemen, verwijst hij de
                            klager zoveel mogelijk naar de instantie, waar bezwaar kan worden
                            ingediend of administratief beroep kan worden ingesteld, naar de
                            rechterlijke of beroepsinstantie dan wel naar de maatschappelijke
                            dienstverlening of andere daarvoor in aanmerking komende instanties.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Hoor en wederhoor</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ombudsfunctionaris stelt de klager en degene, op wiens gedraging
                                de klacht betrekking heeft in de gelegenheid te worden gehoord.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het horen vindt plaats in elkaar tegenwoordigheid. Ambtshalve of op
                                verzoek kunnen de klager of degenen, op wiens gedraging de klacht
                                betrekking heeft afzonderlijk worden gehoord, indien aannemelijk is,
                                dat gezamenlijk horen een zorgvuldige behandeling zal belemmeren.
                                Van het horen wordt een verslag opgemaakt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de klacht betrekking heeft op een gedraging van een
                                collegiaal bestuursorgaan, dan wordt dit bestuursorgaan
                                vertegenwoordigd door zijn voorzitter. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ombudsfunctionaris kan, indien dat voor de beoordeling van de
                                klacht noodzakelijk wordt geacht, ook anderen in de gelegenheid
                                stellen van de klacht kennis te nemen en daaromtrent mondeling of
                                schriftelijk verklaringen af te leggen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verstrekken van inlichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ombudsfunctionaris is bevoegd aan de bestuursorganen, de leden
                                daarvan of de daaraan ondergeschikte of onder diens directe
                                verantwoordelijkheid werkzame bezoldigde personen, alle inlichtingen
                                te vragen dan wel bescheiden op te vragen of in te zien, die hij
                                voor het onderzoek van de klacht nodig acht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuursorganen en personen, als bedoeld in het vorige lid zijn,
                                behoudens het bepaalde in het derde en vierde lid, verplicht binnen
                                de door de ombudsfunctionaris aangegeven termijn, te voldoen aan een
                                verzoek als bedoeld in het vorige lid. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bestuursorganen kunnen bepalen, dat inlichtingen, waarvan naar het
                                oordeel van het bestuursorgaan om gewichtige redenen geheimhouding
                                is geboden, slechts worden verstrekt aan de ombudsfunctionaris onder
                                de voorwaarde dat het geheime karakter daarvan door hem wordt
                                gehandhaafd. Zodanige gewichtige redenen zijn in ieder geval niet
                                aanwezig, voor zover dat bestuursorgaan op grond van een wettelijk
                                voorschrift verplicht is aan het verzoek om inlichtingen te voldoen.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ambtenaren kunnen, naar aanleiding van een aan hen gericht verzoek
                                om inlichtingen, uitsluitend een beroep doen op een
                                verschoningsrecht voorzover het verstrekken van de verlangde
                                inlichtingen in strijd is met enige wettelijke bepaling. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Rapportage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ombudsfunctionaris deelt alvorens het onderzoek te beëindigen,
                                zijn bevindingen mee aan het bestuursorgaan of de persoon op wiens
                                gedraging de klacht betrekking heeft en aan de klager. Zij worden
                                daarbij in de gelegenheid gesteld binnen een door de
                                ombudsfunctionaris aangegeven termijn hun zienswijze omtrent deze
                                bevindingen naar voren te brengen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na afloop van de in het vorige lid bedoelde termijn sluit de
                                ombudsfunctionaris het onderzoek en stelt een rapport op, waarin hij
                                zijn bevindingen en zijn oordeel weergeeft. Hij kan in zijn rapport
                                tevens aanbevelingen doen aan het gemeentelijk orgaan dat het
                                aangaat voor naar aanleiding van de resultaten van zijn onderzoek te
                                nemen beslissingen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ombudsfunctionaris zendt het rapport van bevindingen, vergezeld
                                van zijn oordeel en eventuele aanbevelingen, aan het bestuursorgaan,
                                aan wie de gedraging is toe te rekenen. Het rapport bevat het
                                verslag van het horen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bestuursorgaan stelt de klager schriftelijk en gemotiveerd in
                                kennis van de bevindingen van het onderzoek van de
                                ombudsfunctionaris en van de conclusies die het daaraan verbindt.
                                Indien de conclusies van het bestuursorgaan afwijken van het oordeel
                                van de ombudsfunctionaris, wordt in de conclusies de reden voor die
                                afwijking vermeld en wordt het oordeel van de ombudsfunctionaris
                                meegezonden met de kennisgeving. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een afschrift van de kennisgeving als bedoeld in het vorige lid
                                zendt het bestuursorgaan aan: </al><lijst><li nr="a."><al>de gemeenteraad, indien de klacht betrekking had op een
                                        gedraging van een door hem op grond van artikel 83 van de
                                        Gemeentewet ingestelde commissie of een lid daar¬van,op een
                                        gedraging van het college van burgemeester en wethouders of
                                        een lid daarvan, van de burgemeester als zelfstandig
                                        bestuursorgaan, dan wel van de gemeentesecretaris; </al></li><li nr="b."><al>het college van burgemeester en wethouders, indien de klacht
                                        betrekking had op een gedraging van een op grond van artikel
                                        84 van de Gemeentewet ingestelde commissie of een lid
                                        daarvan; </al></li><li nr="c."><al>de gemeentesecretaris, indien de klacht betrekking had op
                                        een gedraging van een aan het college ondergeschikte of
                                        onder diens directe verantwoordelijkheid werkzame bezoldigde
                                        of onbezoldigde persoon. Indien het rapport betrekking heeft
                                        op een gedraging van een ondergeschikte of een onder directe
                                        verantwoordelijkheid van het college werkzame bezoldigde of
                                        onbezoldigde persoon, niet zijnde een afdelingshoofd, stelt
                                        de gemeentesecretaris het hoofd van de afdeling, waartoe
                                        betrokkene behoort van de afdoening in kennis. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien het rapport betrekking heeft op een beklaagde gedraging van
                                de gemeenteraad, wordt dit rapport geagendeerd voor een
                                eerstvolgende openbare raadsvergadering, met dien verstande, dat het
                                recht van belanghebbenden op eerbiediging van de persoonlijke
                                levenssfeer wordt gerespecteerd. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De vorige leden zijn eveneens zoveel mogelijk van toepassing indien
                                de ombudsfunctionaris zich geen oordeel heeft kunnen vormen. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IV</nr><titel>VERSLAGLEGGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Verslag</titel></kop><al>De ombudsfunctionaris brengt jaarlijks aan de gemeenteraad schriftelijk
                            verslag uit van zijn werkzaamheden en neemt daarbij het recht van
                            belanghebbenden op eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer in
                            acht. Het verslag wordt algemeen verkrijgbaar gesteld.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>V</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel, inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: "Verordening
                                ombudsfunctionaris gemeente Bedum". </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juni 1999. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Vervalartikel</titel></kop><al>Met ingang van de dag van inwerkingtreding van de Wet tot aanvulling van
                            de Algemene wet bestuursrecht met een regeling over de behandeling van
                            klachten door bestuursorganen (wetsvoorstel 25837) vervallen de
                            artikelen of onderdelen daarvan, waarin die wet voorziet. </al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Bedum, 27 mei 1999</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>, voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> , secretaris</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>