<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR53776_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening tot het bewaren van houtopstanden in de gemeente Ouder-Amstel (Kapverordening)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Amstelgids, 2/04/2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Kapverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Boswet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene Wet Bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-03-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-04-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>artikel 5 lid 3 toegevoegd</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2009/11</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening tot het bewaren van houtopstanden in de gemeente Ouder-Amstel (Kapverordening)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Ouder-Amstel;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. gemeente
                        Ouder-Amstel 12</al><al>januari 1996;</al><al>gelet op de bepalingen van de Boswet en de Algemene wet
                        bestuursrecht;</al><al>overwegende dat het wenselijk is regelen vast te stellen met betrekking
                        tot het bewaren</al><al>van houtopstanden;</al><al><vet>s t e l t v a s t:</vet></al><al>De: "Verordening tot het bewaren van houtopstanden in de gemeente</al><al>Ouder-Amstel (kapverordening)".</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>houtopstand:hakhout, een houtwal of een of meer
                                            bomen;</al></li><li nr="b."><al>hakhout:een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw
                                            op de stronk uitlopen;</al></li><li nr="c."><al>dunning:velling ter bevordering van het voortbestaan van
                                            de houtopstand;</al></li><li nr="d."><al>bebouwde kom:de bebouwde kom van de gemeente,
                                            vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid van de
                                            Boswet;</al></li><li nr="e."><al>bestuursorgaan:het college van burgemeester en
                                            wethouders van de gemeente Ouder-Amstel.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onder vellen wordt mede verstaan rooien, met inbegrip van
                                    verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of
                            ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Kapverbod</titel></kop><al>1.Het is verboden zonder vergunning van het bestuursorgaan houtopstand
                            te vellen of te doen vellen.</al><al>2.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs
                                    landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of
                                    wilgen, tenzij deze zijn geknot;</al></li><li nr="b."><al>vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;</al></li><li nr="c."><al>fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen
                                    als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde
                                    terreinen;</al></li><li nr="d."><al>kweekgoed;</al></li><li nr="e."><al>houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld;</al></li><li nr="f."><al>houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap
                                    geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen is binnen een bebouwde kom,
                            vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid van de Boswet, tenzij de
                            houtopstand een zelfstandige eenheid vormt en ofwel geen grotere oppervlakte beslaat
                            dan 10 are, ofwel in geval van rijbeplantingen, gerekend over het totale
                            aantal rijen, niet meer bomen omvat dan 20;</al></li><li nr="g."><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet
                            of krachtens een aanschrijving op last van het bestuursorgaan, zulks
                            onverminderd het bepaalde in artikel 6 van deze verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning moet worden aangevraagd door of namens danwel met
                                    toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door degene die
                                    krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de
                                    houtopstand te beschikken.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer de Directeur Bos- en Landschapsbouw van het Ministerie
                                    van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aan het bestuursorgaan een afschrift heeft
                            toegezonden van de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet,
                            beschouwt het bestuursorgaan dit afschrift mede als een vergunning aanvraag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vergunning</titel></kop><al>1.Het bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning binnen
                            acht weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al><al>2.Het bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste 4 weken
                            verdagen. Van het besluit tot verdaging wordt voor de afloop van de in het eerste lid
                            bedoelde termijn mededeling gedaan aan de aanvrager.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel></kop><al>1.Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het
                            voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bestuursorgaan
                            te geven aanwijzingen moet worden herplant.</al><al>2.Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan
                            daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke
                            wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><al>1.Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
                            verordening van toepassing is, is geveld danwel op andere wijze teniet is gegaan, kan
                            het bestuursorgaan aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich
                            de houtopstand bevond danwel aan degene die uit anderen hoofde tot het
                            treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen tot
                            herbeplanting overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen
                            een door hen te stellen termijn.</al><al>2.Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan
                            daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke
                            wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.</al><al>3.Indien houtopstand, waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
                            verordening van toepassing is, in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan
                            het bestuursorgaan aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich
                            de houtopstand bevindt danwel aan degene die uit anderen hoofde tot het
                            treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de
                            door hem te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn
                            voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.</al><al>4.Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste, tweede of
                            derde lid is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te
                            voldoen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Het bestuursorgaan beslist op een verzoek om schadevergoeding op grond
                            van artikel 17, juncto artikel 13, vierde lid, van de Boswet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Bestrijding iepziekte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel
                                            Ophistoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn Ceratocystus ulmi
                                            (Buism.) C. Moreau);</al></li><li nr="b."><al>iepespintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium
                                            behorende tot de soorten scolytus (F.) en Scolytus
                                            multistriatum (Marsh).</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar
                                    het oordeel van het bestuursorgaan gevaar opleveren voor verspreiding van de iepziekte of
                            voor vermeerdering van de iepespintkevers, is de rechthebbende , indien hij
                            daartoe door het bestuursorgaan is aangeschreven, verplicht binnen de
                            bij de aanschrijving vast te stellen termijn:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;</al></li><li nr="b."><al>de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen;</al></li><li nr="c."><al>of de niet ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of
                                    zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><lijst><li nr="a."><al>het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in
                                    voorraad te hebben of te vervoeren;</al></li><li nr="b."><al>het verbod is niet van toepassing op geheel ontschorst iepehout
                                    en op iepehout met een doorsnede kleiner dan 4 cm.;</al></li><li nr="c."><al>het bestuursorgaan kan vrijstelling verlenen van het onder a.
                                    van dit lid gesteld verbod.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Strafbepalingen</titel></kop><al>Overtreding van de artikelen 2, 6 en 8 wordt gestraft met een hechtenis
                            van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien
                            worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>1.Met het opsporen van overtredingen van deze verordening zijn behalve
                            de bij of krachtens artikel 141 van het Wetboek van strafvordering aangewezen
                            personen belast de in dienst van de gemeente zijnde ambtenaren, die door het
                            bestuursorgaan zijn aangewezen.</al><al>2.Zo dikwijls de zorg voor de naleving van het bij of krachtens deze
                            verordening</al><al>bepaalde dit vereist, wordt hierbij de last verstrekt al dan niet
                            besloten ruimten en</al><al>plaatsen desnoods tegen de wil van de zakelijk gerechtigde te
                            betreden:</al><lijst><li nr="a."><al>aan hen, die en voorzover zij door het bevoegde bestuursorgaan
                                    belast zijn met de uitvoering van bestuursdwang ter handhaving
                                    van het bepaalde bij of krachtens deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>aan hen, die en voorzover zij door het bevoegd gezag belast zijn
                                    met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                    krachtens deze verordening;</al></li><li nr="c."><al>aan de opsporingsambtenaren, die en voorzover zij belast zijn
                                    met de opsporing van overtredingen van het bepaalde bij of
                                    krachtens deze verordening.</al></li><li nr="3."><al>De in het tweede lid bedoelde last is te allen tijde
                                    uitvoerbaar.</al></li><li nr="4."><al>Het in het tweede lid bepaalde geldt niet ten aanzien van die
                                    ruimten waarvan het betreden dan wel binnentreden, buiten het geval van ontdekking op
                            heterdaad, voor het opsporen van een strafbaar feit ingevolge het bepaalde in artikel
                            123 van het Wetboek van Strafvordering niet is toegelaten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als
                                    "Kapverordening".</al></li><li nr="2."><al>De verordening treedt in werking de dag na die waarop zij is
                                    bekendgemaakt.</al></li><li nr="3."><al>Vergunningen verleend krachtens de voorgaande ingetrokken
                                    Kapverordening, blijven van kracht.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ouder-Amstel, 18 januari 1996.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>R.van 't Veer C. de Groot</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>