<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR53764_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening Schiedam 2003</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-02-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">30122003,het nieuwe stadsblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening Gemeente Schiedam 2003</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">wegenverkeerswet 1994</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-02-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-07-11</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 1, 2, 3</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>VR2003/201</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Nadere criteria voor de verlening van parkeervergunningen aan bewoners ex artikel 3 lid 2 onder a van de Parkeerverordening 2003.</al><al>Nadere criteria voor de verlening van parkeervergunningen voor bedrijven ex artikel 3 lid 2 onder b Parkeerverordening</al><al>Nadere bepalingen met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen ex artikel 3 lid 3 Parkeerverordening 2003</al><al>Uitvoeringsbesluit Verordening parkeerbelastingen 2004/ Parkeerverordening 2003</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Bij inwerkingtreding van deze verordening is de parkeerverordening 1996 vervallen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening Schiedam 2003</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Schiedam;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en het bepaalde in of krachtens
                        de Wegenverkeerswet 1994;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de “Parkeerverordening Schiedam 2003”</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26
                                    juli 1990, Stb. 459;</al></li><li nr="b."><al>motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het R VV
                                    1990; art.1.z en artikel 1.i.a.</al></li><li nr="c."><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig
                                    is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen
                                    van personen dan wel het onmiddellijk Iaden of lossen van
                                    goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
                                    verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen
                                    of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                                    verboden; </al></li><li nr="d."><al>houder. degene die naar de omstandigheden als houder van een
                                    voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
                                    motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de
                                    Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475) aangehouden register van
                                    opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens
                                    naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van
                                    het parkeren in het register was ingeschreven;</al></li><li nr="e."><al>parkeerapparatuur. parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip
                                    van verzamelparkeerders en hetgeen naar maatschappelijke
                                    opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="f."><al>parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorend bij
                                    parkeerapparatuur;</al></li><li nr="g."><al>belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die </al><lijst><li nr="1."><al>is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het R VV
                                            1990, of </al></li><li nr="2."><al>gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit
                                            bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor
                                            zover deze plaats niet is uitgezonderd;</al></li></lijst></li><li nr="h."><al>vergunning: een door burgemeester en wethouders verleende
                                    vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig
                                    te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of
                                    belanghebbendenplaatsen;</al></li><li nr="i."><al>vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan
                                    wie een vergunning is verleend;</al></li><li nr="j."><al>autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van
                                    motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke
                                    personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit
                                    meer dan één huishouden;</al></li><li nr="k."><al>aanbieder. de natuurlijke persoon of rechtspersoon die
                                    motorvoertuigen voor autodate ter beschikking stelt;</al></li><li nr="l."><al>deelnemer: een natuurlijke persoon die een overeenkomst heeft
                                    gesloten inzake autodate;</al></li><li nr="m."><al>standplaats: de parkeerplaats waar een motorvoertuig bestemd
                                    voor autodate geparkeerd wordt.</al></li><li nr="n."><al>overloopgebied: door burgemeester en wethouders aangewezen
                                    weggedeelten/straatgedeelte waar geen betaald parkeren regime
                                    van kracht is en die grenzen aan een gebied waar
                                    belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te
                                    gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningbewijzen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen weggedeelten aanwijzen die bestemd
                                zijn voor het parkeren door vergunninghouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de tijdstippen vaststellen waarop
                                het parkeren alleen aan vergunninghouders is toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen overloopgebieden aanwijzen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkende aanvraag
                                een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen
                                of parkeerapparatuurplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning kan -onder nader door burgemeester en wethouders te
                                formuleren criteria- in ieder geval worden verleend aan:</al><lijst><li nr="a."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont in
                                        een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door
                                        vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                        aanwezig zijn of woont in een overloopgebied (categorie
                                        I);</al></li><li nr="b."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep
                                        of bedrijf uitoefent in een gebied en als zodanig in dat
                                        gebied is gevestigd, waar belanghebbendenplaatsen of mede
                                        door vergunninghouders te gebruiken
                                        parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, of in een
                                        overloopgebied gevestigd is, en die aantoont dat het in het
                                        belang van diens beroep- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk
                                        is in het gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door
                                        vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                        aanwezig zijn een motorvoertuig te parkeren (categorie
                                        II);</al></li><li nr="c."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig bestemd voor
                                        autodate, waarvan de standplaats is gelegen in een gebied
                                        waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders
                                        te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn
                                        (categorie III). De eigenaar of houder van een motorvoertuig
                                        die voldoet aan beide in de leden a. en b. gestelde
                                        voorwaarden wordt, voor wat betreft de eerste aangevraagde
                                        vergunning, geacht te beantwoorden aan de onder a. genoemde
                                        voorwaarde.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning voorschriften
                                en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang
                                van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Aan een
                                vergunning voor categorie III kunnen burgemeester en wethouders
                                voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming
                                van het belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer
                                veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het
                                milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer, waaronder mede wordt
                                begrepen het stimuleren van selectief autogebruik.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn te allen tijde bevoegd om in
                                bijzondere gevallen –op grond van een duidelijke motivering- in
                                afwijking van het gestelde in het tweede lid parkeervergunningen te
                                verstrekken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen 8 weken na ontvangst van
                                een aanvraag voor een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de in het tweede lid genoemde
                                termijn met ten hoogste 8 weken verlengen. Van een verlenging van
                                deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning wordt voor ten hoogste 1 jaar verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al>het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="c."><al>de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het
                                        motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken of
                            wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de vergunning
                                    is verleend, metterwoon verlaat of het daar uitgeoefende beroep
                                    of bedrijf beëindigt</al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                    omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                    vergunning;</al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen
                                    komt te vervallen;</al></li><li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                    vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="f."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="g."><al>om redenen van openbaar belang.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig te
                                plaatsen of te laten staan:</al><lijst><li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al>op een belanghebbendenplaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik ervan wordt belemmerd
                                of verhinderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                                middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving
                                op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een parkeerapparatuurplaats gedurende de tijden
                                waarop het parkeren daar slechts tegen betaling is toegestaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een motorvoertuig te parkeren indien de parkeerapparatuur
                                        niet in werking is gesteld of niet onmiddellijk na aanvang
                                        van het parkeren in werking wordt gesteld;</al></li><li nr="b."><al>een motorvoertuig geparkeerd te houden indien de
                                        parkeerapparatuur aangeeft dat de parkeertermijn is
                                        verstreken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid vervatte verbod geldt niet wanneer aan de
                                eigenaar of houder van het motorvoertuig -een vergunning is verleend
                                voor het parkeren op de betreffende categorie
                                parkeerapparatuurplaatsen, het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is
                                voorzien van een vergunning en niet gehandeld wordt in strijd met de
                                aan de vergunning verbonden voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het tweede lid vervatte verbod is niet van toepassing op
                                parkeerapparatuurplaatsen waar op grond van de Verordening op de
                                heffing en invordering van parkeerbelastingen 1998
                                naheffingsaanslagen worden opgelegd wegens het niet betalen van het
                                verschuldigde parkeergeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                            belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar
                            een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>zonder vergunning;</al></li><li nr="b."><al>zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van
                                    de vergunning;</al></li><li nr="c."><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verboden als bedoeld in artikel 7, lid 1 , artikel 8, lid 2, en
                                artikel 9 geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het plaatsen of laten staan respectievelijk het parkeren of
                                        geparkeerd te houden van als zodanig duidelijk herkenbare
                                        motorvoertuigen van brandweer, politie en
                                        ambulancediensten;</al></li><li nr="b."><al>het plaatsen of laten staan respectievelijk het parkeren of
                                        geparkeerd te houden van als zodanig duidelijk herkenbare
                                        motorvoertuigen van openbaar vervoerbedrijven, belast met
                                        het opheffen van storingen en het bestrijden van incidenten;
                                    </al></li><li nr="c."><al>het plaatsen of laten staan respectievelijk het parkeren of
                                        geparkeerd te houden van als zodanig herkenbare
                                        motorvoertuigen van openbare nutsbedrijven, belast met het
                                        opheffen van storingen aan de nutsvoorzieningen gas, water,
                                        elektriciteit en telecommunicatie;</al></li><li nr="d."><al>het plaatsen of laten staan respectievelijk het parkeren of
                                        geparkeerd te houden van als zodanig herkenbare
                                        motorvoertuigen van de gemeente Schiedam of aan de Gemeente
                                        Schiedam gelieerde bedrijven belast met het weg- en
                                        groenbeheer;</al></li><li nr="e."><al>het plaatsen of laten staan respectievelijk het parkeren of
                                        geparkeerd te houden van, blijkens een ander burgemeester en
                                        wethouders te verstrekken herkenbaarheidsteken als zodanig
                                        herkenbare motorvoertuigen van artsen en
                                        verloskundigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in artikel 7, lid 1, artikel 8, lid 2, en/of artikel
                                9.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Voor zover hier niet reeds bij nationale wetgeving is voorzien, wordt
                            overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de
                            eerste categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de door burgemeester en wethouders aan te wijzen
                            personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: 'Parkeerverordening Gemeente
                            Schiedam 2003'.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 februari 2003.</al></li><li nr="2."><al>Bij inwerkingtreding van deze verordening vervalt de
                                    Parkeerverordening 1996, als vastgesteld door de gemeenteraad
                                    van Schiedam.</al></li><li nr="3."><al>Vergunningen welke zijn verleend krachtens de Parkeerverordening
                                    1996 worden geacht verleend te zijn krachtens deze verordening
                                    en zijn geldig tot de in de vergunning vermelde datum, doch niet
                                    langer dan tot 1 januari 2004.</al></li><li nr="4."><al>Ontheffingen welke zijn verleend krachtens de Parkeerverordening
                                    1996 verliezen hun geldigheid op de datum van inwerkingtreding
                                    van deze verordening.</al></li><li nr="5."><al>De krachtens de Parkeerverordening 1996 aangewezen gebieden
                                    worden geacht mede te zijn aangewezen op basis van deze
                                    verordening.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare
                        vergadering van 17 december 2002.</ondertekening><ondertekening>de gemeentesecretaris,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>