<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR53621_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en onvordering van rioolheffing 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dongen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dongen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentelijke informatiekrant, 09-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de rioolheffing 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Belastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Ingangsdatum heffing is 01-01-2011</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RIOOLHEFFING
            2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>DE RAAD VAN DE GEMEENTE DONGEN;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 12
                        oktober 2010;</al><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RIOOLHEFFING
                        2011</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                                daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of
                                in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                                grondwater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2. Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3. Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit
                            water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt
                            afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker
                            aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan
                                    niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                    recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als
                                    bedoeld in artikel 4 – voor</al><al> gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik
                                    heeft afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4. Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5. Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het recht wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit
                            het perceel wordt afgevoerd.</al><al>water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
                            meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin van de
                            heffingsperiode voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is
                            toegevoerd en/of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is
                            aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door
                            herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een
                            gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                            pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden
                                    afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                    pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan
                                    worden afgelezen.</al></li></lijst><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
                            hoeveelheid opgepompt </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                            opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is
                            afgevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6. Belastingtarieven</titel></kop><al>het recht bedraagt bij een hoeveelheid afgevoerd water:</al><lijst><li nr="a."><al>van 0 m3 t/m 500 m3, € 10,71 per maand;</al></li><li nr="b."><al>van 501 m3 t/m 10.500 m3, € 5,75 per maand voor elke hoeveelheid van
                                1.000 m3 of gedeelte daarvan, vermeerderd met het verschuldigde
                                onder a;</al></li><li nr="c."><al>van 10.501 m3 t/m 25.500 m3 € 4,44 per maand voor elke hoeveelheid
                                van 1.000 m3 of gedeelte daarvan, vermeerderd met het verschuldigde
                                onder a en b;</al></li><li nr="d."><al>van 25.501 m3 en hoger € 1,11 per maand voor elke hoeveelheid van
                                1.000 m3 of gedeelte daarvan, vermeerderd met het verschuldigde
                                onder a, b en c.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7. Belastingtijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen waarin de invordering van de belasting geschiedt door
                            Brabant Water N.V. is het belastingtijdvak de verbruiksperiode zoals die
                            voor de betrokken belastingplichtige voor het desbetreffende
                            belastingobject geldt</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid is het belastingtijdvak
                            gelijk aan het kalenderjaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                            tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo
                            dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is
                            de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
                            jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                            voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde
                            van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en daar een ander perceel
                            in feitelijk gebruik neemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9. Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen waarin de invordering van de belasting geschiedt door
                            Brabant Water N.V. wordt de belasting geheven bij wege van een
                            gedagtekende schriftelijke kennisgeving. De dagtekening van de
                            kennisgeving is de dagtekening van de afrekening van Brabant Water
                            N.V.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid wordt de belasting
                            geheven bij wege van aanslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10. Termijnen en wijze van betaling</titel></kop><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de
                        belasting als volgt betaald worden:</al><lijst><li nr="1."><al>In de gevallen waarin de invordering van de belasting geschiedt door
                                Brabant Water N.V. moet de belasting betaald worden in maandelijkse
                                termijnen, tegelijk met en op dezelfde wijze als die waarop het
                                voorschotbedrag van het verschuldigde wegens waterverbruik moet
                                worden betaald.</al></li><li nr="2."><al>In andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid moet de belasting
                                betaald worden in één termijn welke vervalt veertien dagen na de
                                dagtekening van het aanslagbiljet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11. Nadere regels door het college van burgemeester en
                            wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van rioolrechten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12. Overgangsrecht</titel></kop><al>De artikelen van de ‘Verordening rioolheffing 2010’ van 12 november 2009
                        vervallen met ingang van </al><al>1 januari 2011, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de
                        belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13. Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14. Citeerartikel</titel></kop><al>De verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening rioolheffing
                        2011’.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 november 2010.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>