<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR53343_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bomenverordening gemeente Brunssum</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Brunssum</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Brunssum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Parelnieuws, 24 november 2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bomenverordening gemeente Brunssum</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-11-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010/16380</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-48869</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Bomenverordening gemeente Brunssum</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad der Gemeente Brunssum;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 12 oktober 2010,
                        dienst Beleid en strategie, </al><al>nr. 2010/16380;</al><al>gelet op het bepaalde in de Boswet en de Wet algemene bepalingen
                        omgevingsrecht; </al><al><vet>Besluit:</vet></al><al>tot vaststelling van de “Bomenverordening gemeente Brunssum”.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>1</nr><titel>HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of één of meerdere bomen;</al><al>hakhout: één of meerdere bomen die na te zijn geveld opnieuw op
                                stronk uitlopen;</al><al>boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van
                                de stam van minimaal 20 cm. op 1,3 meter hoogte boven het
                                maaiveld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
                                inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die
                                de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstanden ten
                                gevolge kunnen hebben</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Kapverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag
                                houtopstanden te vellen of te doen vellen die eigendom zijn van de
                                gemeente Brunssum of op perceelsniveau zijn aangeduid op de
                                Bomenkaart (Bijlage 1).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren dan wel onder
                                voorschriften verlenen in het belang van:</al><lijst><li nr="-"><al>natuur- en milieuwaarden;</al></li><li nr="-"><al>landschappelijke- en ecologische waarden;</al></li><li nr="-"><al>de cultuurhistorische waarden;</al></li><li nr="-"><al>waarden voor stads- en dorpsschoon,</al></li><li nr="-"><al>waarden voor de leefbaarheid;</al></li><li nr="-"><al>de beeldbepalende waarde;</al></li><li nr="-"><al>monumentale waarden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:</al><lijst><li nr="-"><al>houtopstanden die moeten worden geveld krachtens de
                                        Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van
                                        burgemeester en wethouders;</al></li><li nr=""><al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
                                        reguliere onderhoud;</al></li><li nr=""><al>het periodiek knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel
                                        bij daarvoor geschikte boomsoorten;</al></li><li nr=""><al>het dunnen van een bosbeplanting als
                                        onderhoudsmaatregel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te
                                stellen voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien een voorschrift als bedoeld in het vierde lid feitelijk niet
                                uitvoerbaar blijkt, kan aan een vergunning een voorschrift worden
                                verbonden dat een door het bevoegd gezag vast te stellen financiële
                                bijdrage in het Bomenfonds wordt gedaan, ten behoeve van een
                                compensatiebeplanting op een andere locatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Ontheffing kapverbod.</titel></kop><al>De Burgemeester kan ontheffing verlenen van het in artikel 1.2 bedoelde
                            verbod, indien er sprake is van grote gevaarzetting of vergelijkbaar
                            spoedeisend belang van openbare orde en veiligheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Het college beslist op een aanvraag om schadevergoeding op grond van
                            artikel 17 van de Boswet. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>2</nr><titel>BESCHERMING VAN BOMEN EN HOUTOPSTANDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Bomenkaart.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Door de Gemeenteraad kunnen door middel van een periodiek vast te
                                stellen Bomenkaart nader te bepalen bomen en houtopstanden dan wel
                                binnen de groenstructuur waardevolle gebieden op perceelsniveau
                                gemotiveerd onder de werkingssfeer van het kapverbod worden
                                gebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer van de Bomenkaart en hiermee samenhangende
                                uitvoeringsaspecten worden aan het College opgedragen. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>3</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><paragraaf><kop><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.</nr></kop><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.1.3.3.</nr><titel>van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Bomenverordening
                                gemeente Brunssum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag
                                    na de datum van haar bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op dat tijdstip vervalt de Bomenverordening gemeente Brunssum,
                                    Gemeenteblad 2009, nr. 14 vastgesteld d.d. 31maart 2009.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van De Raad voornoemd,</al></slotformulering><ondertekening>voorzitter</ondertekening><ondertekening>griffier</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bomenkaart</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Brunssum/i13403.pdf">Bomenkaart</extref></al></bijlage><nota-toelichting><kop><titel><vet>Toelichting op de Bomenverordening gemeente Brunssum</vet></titel></kop><tussenkop>AFDELING 1 HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al-groep><al><cursief>1. In deze verordening wordt verstaan onder:</cursief></al><al><cursief>houtopstand: hakhout, een houtwal of één of meerdere
                            bomen;</cursief></al><al><cursief>hakhout: één of meerdere bomen die na te zijn geveld opnieuw op
                            stronk uitlopen;</cursief></al><al><cursief>boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van
                            de stam van minimaal 20 cm. op 1,3 meter hoogte boven het
                            maaiveld.</cursief></al><al><cursief>2. In deze verordening wordt onder vellen mede verstaan: rooien,
                            met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die
                            de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van
                            </cursief><cursief>houtopstanden ten gevolge kunnen
                        hebben.</cursief></al></al-groep><al-groep><al>In dit artikel worden de typen boombeplanting beschreven waarop de
                        bomenverordening van toepassing is.</al><al>Ten aanzien van het begrip “boom” is gesteld dat de dwarsdoorsnede van de
                        stam minimaal 20 cm. dient te bedragen op 1,30 meter hoogte. Met deze nadere
                        aanduiding wordt ingespeeld enerzijds op praktische overwegingen ten aanzien
                        van beheer, anderzijds wordt met deze maataanduiding ook het in stand houden
                        van de in ontwikkeling zijnde jonge boomgeneratie beoogd.</al><al>In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste
                        stam.</al><al>In het kader van een herplantplicht kunnen wel voorschriften worden gesteld
                        en maatregelen genomen worden voor bomen kleiner dan 20 cm dwarsdoorsnede op
                        1,3 meter boven maaiveld;</al></al-groep><al>Onder het verrichten van handelingen die de dood, ernstige beschadiging of
                    ontsiering van houtopstanden tot gevolg hebben, wordt ook het knotten of
                    kandelaberen verstaan indien deze maatregel wordt toegepast bij bomen met een
                    bij de soort horende natuurlijke habitus. </al><al-groep><al>Indien het vellen van een boom conform de omschrijving in lid 2 wordt
                        geconstateerd, kan de waarde van de boom financieel worden vertaald. Hiertoe
                        wordt de waarde van een boom berekend volgens de taxatiemethode opgenomen in
                        de meest recente uitgave van de “Richtlijnen van de Nederlandse Vereniging
                        van Beëdigde Taxateurs van Bomen”. In deze rekenmethode worden de volgende
                        factoren betrokken:</al><lijst><li nr="-"><al>het aantal cm2 van de dwarsdoorsnede op 1,3 meter boven het
                                maaiveld;</al></li><li nr="-"><al>de eenheidsprijs per cm2;</al></li><li nr="-"><al>de standplaatswaarde;</al></li><li nr="-"><al>de conditiewaarde;</al></li><li nr="-"><al>de waarde van de plantwijze.</al></li></lijst></al-groep><al>Het College van Burgemeester en wethouders kan bij de toepassing van de
                    boomwaarde tevens naar redelijkheid en billijkheid besluiten</al><tussenkop>Artikel 1.2 Kapverbod</tussenkop><al-groep><al><cursief>1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag
                            houtopstanden te vellen of te doen vellen die eigendom zijn van de
                            gemeente Brunssum of op perceelsniveau zijn aangeduid op de Bomenkaart
                            (Bijlage 1).</cursief></al><al><cursief>2. Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren dan wel onder
                            voorschriften verlenen in het belang van:</cursief></al><lijst><li nr="-"><al><cursief>natuur- en milieuwaarden;</cursief></al></li><li nr="-"><al><cursief>landschappelijke- en ecologische waarden;</cursief></al></li><li nr="-"><al><cursief>de cultuurhistorische waarden;</cursief></al></li><li nr="-"><al><cursief>waarden voor stads- en dorpsschoon,</cursief></al></li><li nr="-"><al><cursief>waarden voor de leefbaarheid;</cursief></al></li><li nr="-"><al><cursief>de beeldbepalende waarde;</cursief></al></li><li nr="-"><al><cursief>monumentale waarden.</cursief></al></li></lijst><al><cursief>3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet
                        voor:</cursief></al><lijst><li nr="-"><al><cursief>houtopstanden die moeten worden geveld krachtens de
                                    Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van
                                    burgemeester en wethouders;</cursief></al></li><li nr="-"><al><cursief>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
                                    reguliere onderhoud;</cursief></al></li><li nr="-"><al><cursief>het periodiek knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel
                                    bij daarvoor geschikte boomsoorten;</cursief></al></li><li nr="-"><al><cursief>het dunnen van een bosbeplanting als
                                    onderhoudsmaatregel.</cursief></al></li></lijst><al><cursief>4. Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te
                            stellen voorwaarden. </cursief></al><al><cursief>5. Indien een voorschrift als bedoeld in het vierde lid feitelijk
                            niet uitvoerbaar blijkt, kan aan een vergunning een voorschrift worden
                            verbonden dat een door het college vast te stellen financiële bijdrage
                            in het</cursief><cursief>Bomenfonds wordt gedaan, ten behoeve van een
                            compensatiebeplanting op een andere locatie.</cursief></al></al-groep><al-groep><al> Omdat het College bij het verlenen van de Omgevingsvergunning niet in alle
                        gevallen, zoals op defensieterreinen, bevoegd is, wordt de
                        vergunningverstrekkende autoriteit omschreven als “bevoegd gezag” . </al><al>In dit artikel wordt beschreven op welke beplantingen het kapverbod van
                        toepassing is. Op de eerste plaats zijn dit alle bomen dit in het openbaar
                        groen staan alsmede straat- en laanboombeplantingen op openbaar gebied. </al><al>Daarnaast is het kapverbod van toepassing op alle bomen of percelen die op
                        de Bomenkaart zijn aangeduid. </al><al>De Bomenkaart wordt door de Raad vastgesteld, het beheer van de lijst
                        alsmede hiermee samenhangende uitvoeringsaspecten zijn aan het College
                        opgedragen. De kaart omvat bomen met een monumentale status, bomen met een
                        beeldbepalende waarde voor het straatbeeld alsmede particuliere percelen die
                        van waarde zijn voor de groenstructuur. </al></al-groep><al-groep><al>Op grond van de Boswet geldt het kapverbod niet in de volgende situaties: </al><lijst><li nr="a."><al>populieren en wilgen als wegbeplantingen en éénrijige beplantingen
                                op of langs landbouwgronden, tenzij deze zijn geknot; </al></li><li nr="b."><al>fruitbomen, en windschermen om boomgaarden; </al></li><li nr="c."><al>fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd
                                om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder
                                bestemde terreinen; </al></li><li nr="d."><al>kweekgoed; </al></li><li nr="e."><al>houtopstand, die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap
                                geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen is binnen een
                                bebouwde kom tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt en
                                ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are, ofwel in geval
                                van rijbeplanting, gerekend over het totale aantal rijen, niet meer
                                bomen omvat dan 20. </al></li><li nr="f."><al>hagen als deze zijn geplant met de bedoeling als erf-afscheiding te
                                dienen. </al></li></lijst><al>3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: </al><lijst><li nr="a."><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of
                                krachtens een aanschrijving of last van burgemeester en wethouders,
                                dit veelal uit oogpunt van veiligheid. </al></li><li nr="b."><al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere
                                onderhoud; (hakhout: één of meer bomen (of boomvormers) die na te
                                zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; </al></li><li nr="c."><al>het periodiek knotten of kandelaberen als onderhoudsmaatregel bij
                                daarvoor geschikte boomsoorten. Onder het knotten/kandelaberen wordt
                                verstaan: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen
                                takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als
                                periodiek noodzakelijk onderhoud. Indien een boom eenmaal geknot of
                                gekadelaberd is, wordt de uitvoering van deze maatregel bij de
                                boomsoorten die zich voor deze maatregelen lenen, niet opgevat als
                                “vellen” zoals bedoeld in artikel 1. </al></li><li nr="d."><al>het dunnen van een bosbeplanting als onderhoudsmaatregel. Onder
                                dunning wordt verstaan: een velling die het voortbestaan van de
                                houtopstand tot doel heeft zonder dat daarmee het beeld van de
                                houtopstand ingrijpend wijzigt; </al></li></lijst></al-groep><al>In dit artikel wordt tevens de herplantverplichting geregeld. Omdat het beleid
                    uitgaat van ruime compensatie indien beeldbepalende- of monumentale gekapt
                    worden, wordt in lid 5 de mogelijkheid aangehaald om herplantverplichtingen via
                    het Bomenfonds elders in de gemeente te realiseren.</al><tussenkop> Artikel 1.3 Ontheffing kapverbod.</tussenkop><al><cursief>De Burgemeester kan ontheffing verlenen van het in artikel 1.2 bedoelde
                        verbod, indien er sprake is van grote gevaarzetting of vergelijkbaar
                        spoedeisend belang van openbare orde en veiligheid.</cursief></al><tussenkop>Artikel 1.4 Schadevergoeding </tussenkop><al><cursief>Het college beslist op een aanvraag om schadevergoeding op grond van
                        artikel 17 van de Boswet.</cursief></al><al>Indien de gebruiker of eigenaar van een houtopstand tengevolge van een krachtens
                    gemeentelijke verordening genomen besluit, houdende een verbod tot vellen van
                    een houtopstand of een weigering tot ontheffing van een verbod tot vellen van
                    een houtopstand, schade lijdt, welke redelijkerwijs niet of niet geheel voor
                    zijn rekening behoort te blijven, kennen de in de gemeentelijke verordening
                    aangewezen organen hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen
                    schadevergoeding uit de gemeentekas toe. </al><tussenkop>AFDELING 2 BESCHERMING VAN BOMEN EN HOUTOPSTANDEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 2.1 Bomenkaart.</tussenkop><al-groep><al><cursief>1. Door de Gemeenteraad kunnen door middel van een periodiek vast
                            te stellen Bomenkaart nader te bepalen bomen en houtopstanden dan wel
                            binnen de groenstructuur waardevolle gebieden op perceelsniveau
                            gemotiveerd onder de werkingssfeer van het kapverbod worden gebracht.
                        </cursief></al><al><cursief>2. Het beheer van de Bomenkaart en hiermee samenhangende
                            uitvoeringsaspecten worden aan het College opgedragen. </cursief></al></al-groep><tussenkop>AFDELING 3 SLOTBEPALINGEN </tussenkop><tussenkop>Artikel 3.1. </tussenkop><tussenkop>AFDELING 2 BESCHERMING VAN BOMEN EN HOUTOPSTANDEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 2.1 Bomenkaart. </tussenkop><al-groep><al><cursief>1. Door de Gemeenteraad kunnen door middel van een periodiek vast
                            te stellen Bomenkaart nader te bepalen bomen en houtopstanden dan wel
                            binnen de groenstructuur waardevolle gebieden op perceelsniveau
                            gemotiveerd onder de werkingssfeer van het kapverbod worden gebracht.
                        </cursief></al><al><cursief>2. Het beheer van de Bomenkaart en hiermee samenhangende
                            uitvoeringsaspecten worden aan het College opgedragen. </cursief></al></al-groep><tussenkop>AFDELING 3 SLOTBEPALINGEN </tussenkop><tussenkop>Artikel 3.1. </tussenkop><tussenkop>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van
                    toepassing. </tussenkop><al-groep><al>Genoemde paragraaf heeft betrekking op het van rechtswege verlenen van een
                        vergunning. Ter zake een kapvergunning is het onwenselijk om de Lex silencio
                        positivo in te voeren. Deze vergunning beoogt immers het milieu en het
                        stedelijk milieu, met inbegrip van stedelijke en rurale ruimtelijke
                        ordening, te beschermen en dat is een dwingende reden van algemeen belang. </al><al>Ook voor het overige is het hoogst onwenselijk indien deze vergunning van
                        rechtswege zou worden verleend voordat er een inhoudelijke toets van de
                        aanvraag heeft plaatsgevonden en is voltooid. </al></al-groep><tussenkop>Artikel 3.2 Citeertitel </tussenkop><al><cursief>Deze verordening kan worden aangehaald als: Bomenverordening gemeente
                        Brunssum.</cursief></al><tussenkop>Artikel 3.3 Inwerkingtreding </tussenkop><al-groep><al><cursief>1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag
                            na de datum van haar bekendmaking. </cursief></al><al><cursief>2. Op dat tijdstip vervalt de Bomenverordening gemeente Brunssum,
                            Gemeenteblad 2009, nr. 14</cursief><cursief> vastgesteld d.d. 31maart
                            2009.</cursief></al></al-groep></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>