<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR53341_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Heusden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heusden</dcterms:creator><dcterms:modified>2004-03-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heusden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Scherper, 03-12-2003</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Heusden</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet , art. 213a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-11-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-03-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B200313924</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiering en belastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Heusden</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid (volgens
                        artikel 213a Gemeentewet)</vet></al><al>De raad van de gemeente Heusden besluit</al><al>gelet op artikel 213a Gemeentewet,</al><al>vast te stellen:</al><al>Verordening voor periodiek onderzoek door het college naar de
                        doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college gevoerde
                        bestuur.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a.Doelmatigheid</al><al>het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke
                            inzet van middelen.</al><al>b.Doeltreffendheid</al><al>de mate waarin de gewenste prestaties en de beoogde maatschappelijke
                            effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Onderzoeksfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college onderzoekt jaarlijks de doelmatigheid van (onderdelen
                                van) organisatie-eenheden van de gemeente en de uitvoering van taken
                                door de gemeente. Iedere gemeentelijke organisatie-eenheid en
                                gemeentelijke taak wordt minimaal eens in de 4 jaar in zijn geheel
                                aan een dergelijke toets onderworpen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college toetst jaarlijks de doeltreffendheid van minimaal
                                2(delen van) programma’s en paragrafen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Onderzoeksplan</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college zendt ieder jaar uiterlijk voor 1 december een
                                    onderzoeksplan naar de raad van de in het erop volgende jaar te
                                    verrichten interne onderzoeken naar de doelmatigheid en de
                                    doeltreffendheid.</al></li><li nr="2."><al>In het onderzoeksplan wordt per intern onderzoek globaal
                                    aangegeven:</al><lijst><li nr="a)"><al>het object van onderzoek</al></li><li nr="b)"><al>de reikwijdte van het onderzoek</al></li><li nr="c)"><al>de onderzoeksmethode</al></li><li nr="d)"><al>doorlooptijd van het onderzoek</al></li><li nr="e)"><al>de wijze van uitvoering</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In het onderzoeksplan wordt aangegeven welke budgetten in de
                            productenraming zijn opgenomen voor de uitvoering van de
                            onderzoeken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Voortgang onderzoeken</titel></kop><al>Het college rapporteert in de bedrijfsvoeringparagraaf van de begroting
                            en jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken naar de
                            doelmatigheid en doeltreffendheid en de uitputting van de bijbehorende
                            budgetten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Rapportage en gevolgtrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De uitkomsten van een onderzoek worden vastgelegd in een rapportage.
                                Elke rapportage bevat tenminste een analyse van de
                                onderzoeksresultaten en indien nodig aanbevelingen voor
                                verbeteringen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op basis van de resultaten van ieder onderzoek stelt het college
                                indien nodig een plan van verbetering op. De rapportage en het plan
                                van verbetering worden ter kennisgeving aan de raad aangeboden. Het
                                college neemt op basis van het plan van verbetering organisatorische
                                maatregelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 7 maart 2004</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening onderzoeken
                            doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Heusden”.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 11
                        november 2003;</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>A.J. Emmen</ondertekening><ondertekening>drs. H.P.T.M. Willems</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting verordening doelmatigheid en doeltreffendheid (artikel 213a
                    Gemeentewet).</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Bij de onderzoeken bedoeld in artikel 213a van de Gemeentewet gaat het, anders
                    dan bij onderzoeken door de rekenkamer(commissie) om zelfonderzoeken. Het
                    verrichten van de onderzoeken is de verantwoordelijkheid van het college. Het
                    college bepaalt wat het zal onderzoeken. De raad stelt bij verordening regels,
                    die uit de aard der zaak een kaderstellend, algemeen karakter hebben. In de
                    inleiding wordt ingegaan op verantwoordelijkheid van raad en college in deze, op
                    de relatie met de lokale rekenkamer(functie), op het doel van de onderzoeken en
                    de mogelijke onderwerpen. In de verordening bepaalt de raad waaraan het college
                    op hoofdlijnen moet voldoen, en hoe de raad bij de onderzoeken wordt betrokken
                    en erover wordt geïnformeerd.</al><al/><tussenkop>Uitwerking</tussenkop><al>De verordening <vet>doelmatigheid en doeltreffendheid</vet> kent de volgende
                    indeling:</al><al>Onderzoeksfrequentie</al><al>Onderzoeksplan</al><al>Voortgang onderzoeken</al><al>Rapportage en gevolgtrekking</al><al/><tussenkop>Periodiek onderzoek</tussenkop><al>Het college moet periodiek toetsen of bij de uitvoering van het gemeentelijk
                    beleid - bijvoorbeeld op het gebied van milieu, leefbaarheid, openbaar vervoer
                    en huisvesting - wordt voldaan aan de eisen van doelmatig en doeltreffend
                    bestuur. Ook dient het college periodiek te onderzoeken of de inrichting van de
                    gemeentelijke organisatie (in brede zin, de personeelsformatie, de
                    informatievoorziening, de administratieve organisatie) en het gemeentelijk
                    middelenbeheer aan de gestelde eisen voldoet. Het interne functioneren van
                    derden die betrokken zijn bij de uitvoering van het gemeentelijk beleid
                    (bijvoorbeeld een gemeenschappelijke regeling of een privaatrechtelijke
                    rechtspersoon waarin de gemeente deelneemt, of een gesubsidieerde instelling of
                    opdrachtnemer die taken uitoefent) valt niet onder de reikwijdte van artikel
                    213a Gemeentewet; wél kan vanuit het oogpunt van de gemeente in het kader van
                    artikel 213a de vraag aan de orde zijn of de gekozen wijze van taakuitoefening
                    doeltreffend en doelmatig is.</al><al>Het is in de nieuwe Gemeentewet de verantwoordelijkheid van de raad om regels te
                    stellen die waarborgen dat deze onderzoeksverplichting op een zinvolle wijze
                    wordt ingevuld.</al><al/><tussenkop>Relatie met lokale rekenkamer(functie)</tussenkop><al>Het verkrijgen van inzicht in de doelmatigheid en doeltreffendheid vereist
                    voortdurend informatie en aandacht. Om onderzoek naar een doelmatig en
                    doeltreffend beheer mogelijk te maken, dient het college een aantal
                    (organisatorische) maatregelen te treffen.</al><al>De controle op en de evaluatie van de doelmatigheid en doeltreffendheid van het
                    beleid en het beheer geschieden dus <cursief>primair</cursief> door de raad en
                    het college zelf. </al><al>Daarnaast doet de lokale rekenkamer (of degenen die de rekenkamerfunctie
                    vervullen) onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid en
                    het beheer. De rekenkamer kan op grond van het gestelde in artikel 213a
                    Gemeentewet gebruik maken van de resultaten van de onderzoeken van het college.
                    Ook kan de rekenkamer zonodig een tweede oordeel geven, als ze van mening is dat
                    over een bepaald onderwerp een onafhankelijk oordeel moet worden gegeven.</al><al/><tussenkop>Onderwerp van onderzoek</tussenkop><al>Systematisch wordt onderzocht of de gemeente bereikt wat zij wilde bereiken
                    (doeltreffendheid) en of dit tegen zo laag mogelijke kosten is gebeurd
                    (doelmatigheid). Zoals uit het artikel blijkt, moet speciale aandacht worden
                    besteed aan doelmatigheid en doeltreffendheid.</al><al>Onderwerp van de onderzoeken is het door het college gevoerde bestuur. De kaders
                    en doelen die de raad gesteld heeft kunnen niet los gezien worden van het
                    bestuur dat het college voert. Deze kaders hebben immers invloed op de mate
                    waarin een doelmatig en doeltreffend bestuur mogelijk is. Het door de raad
                    geformuleerde beleid zal dus, als dat relevant is, kunnen worden betrokken in
                    het onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid.</al><al/><tussenkop>Onderzoeksfrequentie</tussenkop><al>In artikel 2 wordt het college opgedragen onderzoek te doen naar de
                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur. De raad eist een
                    minimaal aantal uit te voeren interne onderzoeken per jaar van het college.
                    Hierbij wordt een scheiding aangebracht tussen onderzoeken naar de doelmatigheid
                    en onderzoeken naar de doeltreffendheid.</al><al>De onderzoeken naar de doelmatigheid betreffen onderzoeken naar de uitvoering
                    van het beleid en het beheer van middelen. De uitvoering wordt gedaan door ten
                    eerste de gemeentelijke organisatie, zodat deze onderzoeken zich ten eerste
                    richten op de organisatie-eenheden van de gemeente. Een tweede ingang voor de
                    doelmatigheidsonderzoeken is de procesgang. Hiervoor kan men kijken naar de
                    gemeentelijke taken. Het voordeel hiervan is dat ook de doelmatigheid van de
                    uitvoering van gemeentelijk beleid en het beheer van middelen door derden wordt
                    onderzocht.</al><al>Om te verzekeren dat alle onderdelen van de gemeente op doelmatigheid worden
                    onderzocht, verplicht het artikel dat ieder onderdeel van de gemeente en elke
                    gemeentelijke taak minimaal eens in de zoveel jaar worden onderzocht. Hier kan
                    iedere gemeente zelf de gewenste periode aangeven. Aanbevolen wordt eenmaal in
                    de twee raadsperioden.</al><al>De onderzoeken naar de doeltreffendheid vinden plaats op basis van het in de
                    programma’s of paragrafen van de begroting geformuleerde beleid. Dit beleid kan
                    gehele begrotingsprogramma’s omvatten of delen daarvan. Ook kan het paragrafen
                    van de begroting en jaarstukken of delen daarvan omvatten.</al><al/><tussenkop>Onderzoeksplan</tussenkop><al>De beslissing wat te onderzoeken is aan het college. Vanzelfsprekend zal de raad
                    willen weten wat de plannen zijn, en ook gelegenheid willen hebben om deze te
                    bespreken en als hij dat nodig acht invloed uit te oefenen. Hierin voorziet het
                    onderzoeksplan.</al><al>Het onderzoeksplan moet een volledig beeld geven van de voorgenomen onderzoeken,
                    zij het uiteraard nog globaal.</al><al>De onderzoeken in het onderzoeksplan worden per onderzoek uitgewerkt. Het
                    onderzoeksplan wordt aangeboden aan de raad, en de raad kan het ter bespreking
                    agenderen, maar het wordt door het college vastgesteld. In de verordening kan
                    worden aangegeven wat in een onderzoeksplan in ieder geval moet worden
                    opgenomen</al><al>De analyse en de aanbevelingen tot verbetering echter moeten zoveel als mogelijk
                    onafhankelijk tot stand komen en uitgevoerd worden door functionarissen die niet
                    in hun dagelijks werk betrokken zijn bij het onderzoeksobject.</al><al/><tussenkop>Rapportage en gevolgtrekking</tussenkop><al>Met de instelling van de onderzoeken beoogt de gemeente de transparantie van
                    gemeentelijk handelen te vergroten en de publieke verantwoording daarover te
                    versterken. De bevindingen van de onderzoeken worden dan ook neergelegd in
                    rapporten voor de raad, zoals voorgeschreven in artikel 213a, tweede lid, van de
                    Gemeentewet. De rapporten dienen volgens artikel 197 tweede lid van de
                    Gemeentewet te worden gevoegd bij de jaarrekening en het jaarverslag. Dat
                    betreft uiteraard de verslagen die lopende het verslagjaar zijn afgerond. Dat
                    sluit echter geenszins uit dat de raad, als hij dat wenst, de rapporten ontvangt
                    zodra ze zijn vastgesteld.</al><al>Systematische aandacht voor doelmatigheid en doeltreffendheid impliceert ook het
                    doel om te leren, om te denken over en te streven naar verbetering, daarom is in
                    deze verordening opgenomen dat evaluatie en aanbevelingen voor verbetering
                    onderdeel zijn van de rapportage, en dat zo nodig door middel van een plan van
                    verbetering het vervolgtraject moet worden ingezet. De bedrijfsvoering is een
                    zaak van het college. Het is dan ook het college dat maatregelen moet nemen tot
                    verbetering. Het college moet een plan van verbetering opstellen en uitvoeren.
                    Het plan van verbetering wordt uiteraard ook ter kennisgeving aan de raad
                    gestuurd.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>