<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR53131_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van Rioolheffing 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Beek</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-11-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Beek</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Maas- en Geleenbode, 19-12-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 228, lid a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>12bij01073</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening rioolrechten 2006.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van Rioolheffing 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening Rioolheffing 2010</vet></al><al/><al>DE RAAD VAN DE GEMEENTE BEEK;</al><al/><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d.
                        15 september 2009;</al><al/><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al/><al>B E S L U I T :</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al>"Verordening op de heffing en invordering van Rioolheffing 2010".</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder: </al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig
                                    gedeelte daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                    voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of
                                    transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom,
                                    in beheer of in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                    waterleidingbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater
                                    of grondwater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                            bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: </al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                    bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                    afvalwater;</al><al> en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                    ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen
                                    teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand
                                    voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te
                                    voorkomen of te beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van
                                    waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering
                                    wordt afgevoerd;</al></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot het deze heffing wordt als gebruiker
                                    aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel
                                            al dan niet krachtens eigendom, bezit, of beperkt recht
                                            of persoonlijk recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte
                                            als bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan:
                                            degene die dat gedeelte voor gebruik heeft
                                            afgestaan.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun
                            indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt,
                            wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd
                            gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten
                            tezamen als een geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden
                            aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De heffing wordt geheven naar het aantal kubieke meters water
                                    dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al></li><li nr="2."><al>Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal
                                    kubieke meters water dat in de laatste aan het begin van het
                                    belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is
                                    toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet
                                    gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de
                                    hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij
                                    die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een
                                    volle maand gerekend.</al></li><li nr="3."><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                    pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                            worden afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                            pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is
                                            geweest kan worden afgelezen.</al><al> De eerste volzin is niet van toepassing indien
                                            vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water wordt
                                            verminderd met de hoeveelheid water die niet is
                                            afgevoerd.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Indien de gegevens als bedoeld in het tweede lid van dit artikel
                                    niet bekend zijn, wordt het watergebruik van gemeentewege
                                    bepaald aan de hand van de afgevoerde hoeveelheid afvalwater van
                                    vergelijkbare percelen. Als minimum waterafname wordt
                                    aangehouden een hoeveelheid van 201 m3.</al></li><li nr="5."><al>De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid
                                    toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de
                                    hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De heffing als bedoeld in artikel 3 wordt geheven naar de
                                    maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening
                                    behorende tarieventabel;</al></li><li nr="2."><al>Voor de berekening van de heffing wordt een gedeelte van een in
                                    de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid
                                    aangemerkt;</al></li><li nr="3."><al>De maatstaven en tarieven als bedoeld in lid 1 worden
                                    vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders bij
                                    openbaar te maken besluit</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting als bedoeld in artikel 3 is verschuldigd bij het
                                    begin van het belastingjaar of als dit later is, bij de aanvang
                                    van de belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het in de loop van
                                    het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over
                                    zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde
                                    heffing als er in dat jaar, na de aanvang van de
                                    belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de
                                    loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op
                                    ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
                                    verschuldigde heffing als er in dat jaar, na het einde van de
                                    belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij
                                    het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,00.</al></li><li nr="4."><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                    belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een
                                    ander perceel in gebruik neemt.</al></li><li nr="5."><al>Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet
                                    geheven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                    1990 moeten de aanslagen worden betaald in vier gelijke
                                    termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de
                                    maand volgende op de maand die in de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen
                                    telkens een maand later. </al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde
                                    bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen
                                    worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in
                                    tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste
                                    dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van
                                    het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen
                                    telkens een maand later.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking in zoverre van de voorgaande leden geldt ingeval
                                    het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                                    Rioolrecht of andere heffingen € 1.500,-- of meer is, dat de
                                    aanslagen moeten worden betaald in twee termijnen. De eerste
                                    termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de
                                    maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                    elk van de volgende termijnen telkens een maand later. </al></li><li nr="4."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het
                                    eerste, tweede en derde lid gestelde termijnen.</al></li></lijst><al>.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van
                                burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ‘Verordening rioolrechten 2006’ van 3 november 2005, wordt
                                    ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum
                                    van ingang van de heffing. Zij blijft van toepassing op de
                                    belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                    voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag
                                    na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening rioolheffing
                                    2010”.</al><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Beek, gehouden op 8 oktober 2009.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de raadsgriffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. G.H.M. Erven drs. A.M.J. Cremers</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>