<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR53052_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Cromstrijen 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Cromstrijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Cromstrijen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kompas 24 december 2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Cromstrijen 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149, Wet maatschappelijke ondersteuning artikel 5</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1030496</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-6162</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Cromstrijen 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van de gemeente Cromstrijen;</vet></al><al>overwegende dat op 1 januari 2007 de Wet maatschappelijke ondersteuning
                        in werking treedt;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 november
                        2010;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 5 van de Wet maatschappelijke
                        ondersteuning;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de <vet>Verordening maatschappelijke ondersteuning
                        gemeente Cromstrijen</vet> en de daarbij behorende toelichting.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>- Algemene bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>ARTIKEL 1 </al><al>Begripsomschrijvingen</al><al>In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt
                            verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>Wet</cursief>: Wet maatschappelijke ondersteuning;</al></li><li nr="b."><al><cursief>Compensatiebeginsel</cursief>: de algemene verplichting
                                    van het gemeentebestuur om personen met aantoonbare beperkingen
                                    op grond van ziekte of gebrek door het treffen van voorzieningen
                                    een gelijkwaardige uitgangspositie te verschaffen zodat zij
                                    zelfredzaam zijn en in staat tot maatschappelijke
                                    participatie;</al></li><li nr="c."><al><cursief>Beperkingen</cursief>: moeilijkheden die een persoon
                                    heeft met het uitvoeren van activiteiten;</al></li><li nr="d."><al><cursief>Persoon met beperkingen</cursief>: een persoon die ten
                                    gevolge van ziekte of gebrek, inclusief chronische psychische en
                                    psychosociale problemen, aantoonbare beperkingen ondervindt bij
                                    het uitvoeren van activiteiten op het gebied van het voeren van
                                    het huishouden, bij het normale gebruik van de woning; bij het
                                    verplaatsen in en om de woning, bij het zich lokaal verplaatsen
                                    per vervoermiddel of bij het ontmoeten van medemensen en het op
                                    basis daarvan aangaan van sociale verbanden;</al></li><li nr="e."><al><cursief>Mantelzorger</cursief>: een persoon, die mantelzorg
                                    verleent als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b. van de
                                    wet;</al></li><li nr="f."><al><cursief>Zelfredzaamheid</cursief>: het lichamelijk,
                                    verstandelijk, geestelijk en financiële vermogen om
                                    voorzieningen te treffen die deelname aan het normale
                                    maatschappelijke verkeer mogelijk maken;</al></li><li nr="g."><al><cursief>Maatschappelijke participatie</cursief>: normale
                                    deelname aan het maatschappelijke verkeer, te weten het voeren
                                    van een huishouden, het normale gebruik van de woning; het zich
                                    in en om de woning verplaatsen; het zich zodanig verplaatsen dat
                                    aansluiting wordt gevonden bij regionale, bovenregionale en
                                    landelijke vervoersystemen; het ontmoeten van andere mensen en
                                    het aangaan en onderhouden van sociale verbanden om op die
                                    manier deel te nemen aan het lokale maatschappelijke leven;</al></li><li nr="h."><al><cursief>Algemene voorziening</cursief>: een voorziening die
                                    wordt geleverd op basis van directe beschikbaarheid, een
                                    beperkte toegangsbeoordeling en die een snelle, regelarme en
                                    adequate oplossing biedt voor de beperkingen die een persoon
                                    ondervindt;</al></li><li nr="i."><al><cursief>Individuele voorziening</cursief>: een voorziening die
                                    individueel wordt aangeboden indien een algemene voorziening
                                    geen adequate oplossing biedt;</al></li><li nr="j."><al><cursief>Eigen bijdrage of eigen aandeel in de kosten</cursief>:
                                    een door het college van burgemeester en wethouders vast te
                                    stellen bijdrage, die bij respectievelijk de verstrekking van
                                    een voorziening in natura, een persoonsgebonden budget (een
                                    eigen bijdrage) of een financiële tegemoetkoming (een eigen
                                    aandeel) betaald moet worden en waarop de regels van het Besluit
                                    maatschappelijke ondersteuning van toepassing zijn;</al></li><li nr="k."><al><cursief>Voorziening in natura</cursief>: een voorziening die in
                                    eigendom, in bruikleen, in huur of in de vorm van persoonlijke
                                    dienstverlening wordt verstrekt;</al></li><li nr="l."><al><cursief>Persoonsgebonden budget</cursief>: een geldbedrag
                                    waarmee de aanvrager een of meer aan hem te verlenen
                                    voorzieningen kan verwerven en waarop de in deze verordening en
                                    het Besluit maatschappelijke ondersteuning te stellen regels van
                                    toepassing zijn;</al></li><li nr="m."><al><cursief>Financiële tegemoetkoming</cursief>: een tegemoetkoming
                                    in de kosten van een voorziening welke kan worden afgestemd op
                                    het inkomen van de aanvrager;</al></li><li nr="n."><al><cursief>Algemeen gebruikelijk</cursief>: naar geldende
                                    maatschappelijke normen tot het gangbare gebruiks- dan wel
                                    bestedingspatroon van een persoon als de aanvrager
                                    behorend;</al></li><li nr="o."><al><cursief>Meerkosten</cursief>: kosten van een mogelijk krachtens
                                    de wet te verlenen voorziening, voor zover dit deel van de
                                    kosten uitgaat boven voor die persoon als algemeen gebruikelijk
                                    te beschouwen kosten van een dergelijke voorziening;</al></li><li nr="p."><al><cursief>Besparings</cursief><cursief>bijdrage</cursief>: een
                                    door de aanvrager te betalen bijdrage, gelijk aan het bedrag dat
                                    ten gevolge van de verstrekking van een voorziening door de
                                    aanvrager wordt bespaard omdat deze verstrekte voorziening een
                                    algemeen gebruikelijke voorziening vervangt of kan
                                    vervangen;</al></li><li nr="q."><al><cursief>Huisgenoot</cursief>: iedere meerderjarige met wie de
                                    aanvrager duurzaam gemeenschappelijk een woning bewoont;</al></li><li nr="r."><al><cursief>Budgethouder</cursief>: een persoon aan wie ingevolge
                                    deze verordening een persoonsgebonden budget is toegekend en die
                                    aan het college verantwoording over de besteding van het
                                    persoonsgebonden budget verschuldigd is.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 2</al><al>Beperkingen</al><lijst><li nr="1."><al>Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover:</al><lijst><li nr="a."><al>deze langdurig noodzakelijk is om de beperkingen op het
                                            gebied van het voeren van het huishouden, het
                                            verplaatsen in en om de woning, het zich lokaal
                                            verplaatsen per vervoermiddel en bij het ontmoeten van
                                            medemensen en op basis daarvan sociale verbanden aangaan
                                            op te heffen of te verminderen;</al></li><li nr="b."><al>deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de
                                            goedkoopst adequate voorziening kan worden
                                            aangemerkt;</al></li><li nr="c."><al>deze in overwegende mate op het individu is
                                            gericht.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Geen voorziening wordt toegekend:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de voorziening voor een persoon als de aanvrager
                                            algemeen gebruikelijk is;</al></li><li nr="b."><al>indien de aanvrager niet woonachtig is in de gemeente
                                            Cromstrijen;</al></li><li nr="c."><al>voor zover de ondervonden problemen bij het normale
                                            gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in
                                            de woning gebruikte materialen;</al></li><li nr="d."><al>voor zover de aangevraagde voorzieningen betrekking
                                            hebben op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau
                                            voor sociale woningbouw;</al></li><li nr="e."><al>voor zover er aan de zijde van de aanvrager geen sprake
                                            is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de
                                            situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen
                                            waarvoor de voorziening wordt aangevraagd;</al></li><li nr="f."><al>voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de
                                            aanvrager voorafgaand aan het moment van beschikken
                                            heeft gemaakt;</al></li><li nr="g."><al>indien een voorziening als die waarop de aanvraag
                                            betrekking heeft reeds eerder krachtens deze, dan wel
                                            krachtens de aan deze verordening voorafgaande
                                            Verordening voorzieningen gehandicapten is verstrekt en
                                            de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog
                                            niet is verstreken, tenzij de eerder vergoede of
                                            versterkte voorziening verloren is gegaan als gevolg van
                                            omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te
                                            rekenen.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>- Vorm van te verstrekken individuele voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><al>ARTIKEL 3 </al><al>Keuzevrijheid</al><al>Een individuele voorziening kan verstrekt worden in natura, als
                            financiële tegemoetkoming en als persoonsgebonden budget. Het college
                            stelt aan de hand van de in het Besluit maatschappelijke ondersteuning
                            gemeente Cromstrijen neergelegde criteria vast in welke situaties de bij
                            wet verplichte keuze tussen een voorziening in natura en een
                            persoonsgebonden budget niet wordt geboden </al><al>ARTKEL 4 </al><al>Voorziening in natura</al><al>Indien een voorziening in natura wordt verstrekt wordt een
                            bruikleenovereenkomst, huurovereenkomst of dienstverleningsovereenkomst
                            tussen de leverancier en de aanvrager afgesloten.</al><al>ARTIKEL 5 </al><al> Financiële tegemoetkoming</al><al>Bij verstrekking van een financiële tegemoetkoming worden de
                            toepasselijke voorwaarden zoals genoemd in het Besluit maatschappelijke
                            ondersteuning gemeente Cromstrijen in de beschikking opgenomen.</al><al>ARTIKEL 6 </al><al> Persoonsgebonden budget</al><lijst><li nr="1."><al>Op het persoonsgebonden budget zoals genoemd in artikel 6 van de
                                    wet, zijn de volgende voorwaarden van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt ten
                                            aanzien van individuele voorzieningen;</al></li><li nr="b."><al>de omvang van het persoonsgebonden budget is de
                                            tegenwaarde van de in de betreffende situatie goedkoopst
                                            adequate te verstrekken voorziening in natura, indien
                                            nodig aangevuld met een vergoeding voor
                                            instandhoudingkosten, zoals vastgelegd in het Besluit
                                            maatschappelijke ondersteuning gemeente
                                            Cromstrijen;</al></li><li nr="c."><al>de wijze waarop het persoonsgebonden budget wordt
                                            vastgesteld wordt door het college vastgelegd in het
                                            Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente
                                            Cromstrijen;</al></li><li nr="e."><al>een voorziening aangeschaft met een persoonsgebonden
                                            budget kan, zodra deze voorziening niet meer gebruikt
                                            wordt, onder verrekening van eventueel ingebrachte eigen
                                            middelen, door het college worden opgehaald en voor
                                            herverstrekking beschikbaar gesteld.</al></li></lijst></li></lijst><al>2.De toekenning van het te verstrekken persoonsgebonden budget, de
                            omvang en de looptijd ervan worden bij beschikking vastgesteld.</al><lijst><li nr="3."><al>Bij de beschikking wordt een program van eisen verstrekt waarin
                                    aangegeven is aan welke vereisten de met het persoonsgebonden
                                    budget te verwerven voorziening dient te voldoen.</al></li><li nr="4."><al>Na verzending van de beschikking wordt het persoonsgebonden
                                    budget ter beschikking gesteld zoals vastgelegd in het besluit
                                    maatschappelijke ondersteuning gemeente Cromstrijen neergelegde
                                    criteria.</al><lijst><li nr=""><al>5. </al></li><li nr=""><al>a. Na aanschaf van de hulpmiddelen waarvoor het
                                            persoonsgebonden budget verstrekt is, dan wel na afloop
                                            van de periode waarop het persoonsgebonden budget van
                                            toepassing is, wordt aan het college door de
                                            budgethouder, voor zover van toepassing, verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>de nota/factuur van de aangeschafte
                                                  voorziening;</al></li><li nr="b."><al>een betalingsbewijs van de aangeschafte
                                                  voorziening;</al></li><li nr="c."><al>een overzicht van de salarisadministratie;</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><al>volgens de voorschriften zoals door het college in het Besluit
                            maatschappelijke ondersteuning gemeente Cromstrijen, opgenomen.</al><lijst><li nr="b."><al>- de budgethouder overlegt voor de eerste uitbetaling van (een
                                    deel van) het toegekende persoonsgebonden budget ten behoeve van
                                    hulp bij het huishouden een kopie van de overeenkomst welke is
                                    afgesloten met de persoon die hulp bij het huishouden gaat
                                    verlenen;</al><lijst><li nr="-"><al>de budgethouder is verplicht om op verzoek van het
                                            college schriftelijk verantwoording af te leggen over de
                                            besteding van het toegekende persoonsgebonden budget ten
                                            behoeve van hulp bij het huishouden.</al></li><li nr="-"><al>Bij een persoonsgebonden budget ten behoeve van hulp bij
                                            het huishouden en vervoer gaat het college
                                            steekproefsgewijs na of het verstrekte persoonsgebonden
                                            budget besteed is aan het doel waarvoor het verstrekt
                                            is. De budgethouder is verplicht de daarvoor
                                            noodzakelijke stukken, zoals genoemd in het Besluit
                                            maatschappelijke ondersteuning gemeente Cromstrijen, op
                                            verzoek van het college per omgaande te
                                            verstrekken.</al></li></lijst></li></lijst><al>6.</al><lijst><li nr="a."><al>Na ontvangst van de lid 5 sub a genoemde bescheiden wordt door
                                    het college beoordeeld of er aanleiding bestaat het
                                    persoonsgebonden budget geheel of ten dele terug te vorderen of
                                    te verrekenen.</al></li><li nr="b."><al>Na ontvangst van de in lid 5 sub b bedoelde bescheiden wordt
                                    door het college beoordeeld of er aanleiding bestaat het
                                    persoonsgebonden budget geheel of ten dele terug te vorderen of
                                    te verrekenen.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 7 </al><al> Eigen bijdragen en eigen aandeel</al><al>Bij het verstrekken van individuele voorzieningen op grond van de wet is
                            de aanvrager een eigen bijdrage verschuldigd of wordt de financiële
                            tegemoetkoming afgestemd op het inkomen. Het college legt in het Besluit
                            maatschappelijke ondersteuning gemeente Cromstrijen de omvang van de
                            eigen bijdrage en het eigen aandeel vast.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>- Hulp bij het huishouden</titel></kop><structuurtekst><al>ARTKEL 8 </al><al>Vormen van hulp bij het huishouden</al><al>De door het college, ter compensatie van beperkingen ten gevolge van
                            ziekte of gebrek bij het voeren van een huishouden, te verstrekken
                            voorziening kan bestaan uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een algemene voorziening waaronder algemene hulp bij het
                                    huishouden;</al></li><li nr="b."><al>hulp bij het huishouden in natura;</al></li></lijst><al>c een persoonsgebonden budget te besteden aan hulp bij het
                            huishouden.</al><al>ARTIKEL 9 </al><al> Primaat van de algemene hulp bij het huishouden</al><lijst><li nr="1."><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g.
                                    onderdeel 4, 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 8 onder a.
                                    vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien:</al><lijst><li nr="a."><al>aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek
                                            of</al></li></lijst></li></lijst><al>b problemen bij het uitvoeren van de mantelzorg</al><al>het zelf uitvoeren van een of meer huishoudelijke taken onmogelijk maken
                            en de algemene hulp bij het huishouden dit snel en adequaat kan
                            oplossen.</al><lijst><li nr="2."><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g.
                                    onderdeel 4, 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 8 onder b.
                                    en c. vermelde voorzieningen in aanmerking worden gebracht
                                    als:</al><lijst><li nr="a."><al>de in artikel 8 onder a. genoemde voorziening een
                                            onvoldoende oplossing biedt of</al></li><li nr="b."><al>niet beschikbaar is.</al></li></lijst></li></lijst><al> ARTIKEL 10 </al><al>Gebruikelijke zorg</al><al>In afwijking van het gestelde in artikel 9 komt een persoon als bedoeld
                            in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 4, 5 en 6 van de wet niet
                            in aanmerking voor hulp bij het huishouden als tot de leefeenheid waar
                            deze persoon deel van uitmaakt een of meer huisgenoten behoren die wel
                            in staat zijn het huishoudelijk werk te verrichten.</al><al>ARTIKEL 11 </al><al>Omvang van de hulp bij het huishouden</al><lijst><li nr="a."><al>De hulp bij het huishouden is in drie categorieën
                                    opgesplitst:</al><lijst><li nr="1."><al>alleen schoonmaakwerkzaamheden (Hbh1);</al></li><li nr="2."><al>schoonmaakwerkzaamheden met andere (lichte)
                                            ondersteuning in de organisatie van de huishouding
                                            (Hbh2);</al></li><li nr="3."><al>schoonmaakwerkzaamheden met ondersteuning binnen een
                                            ontregelde huishouding (Hbh3).</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>De omvang van de hulp bij het huishouden wordt vastgesteld op
                                    basis van de handreiking normering hulp bij het huishouden en
                                    protocollen “Gebruikelijke zorg” en “Indicatiestelling voor
                                    huishoudelijke verzorging”. De omvang wordt aangegeven in de
                                    vorm van een aantal minuten of uren hulp bij het huishouden per
                                    week.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 12 </al><al>Omvang van het persoonsgebonden budget</al><al>De omvang van het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld op basis van
                            het aantal toegekende uren (of minuten) hulp bij het huishouden per week
                            en op basis van een uurtarief van de van toepassing zijnde categorie dat
                            jaarlijks door het college wordt vastgesteld en vastgelegd in het
                            Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Cromstrijen.
                                <vet>Hoofdstuk 4 - Woonvoorzieningen</vet></al><al>ARTIKEL 13 </al><al>Vormen van woonvoorzieningen</al><al>De door het college, ter compensatie van beperkingen bij het voeren van
                            een huishouden, te verstrekken woonvoorziening kan bestaan uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een algemene woonvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>een woonvoorziening in natura;</al></li><li nr="c."><al>een persoonsgebonden budget te besteden aan een
                                    woonvoorziening;</al></li><li nr="d."><al>een financiële tegemoetkoming in de kosten van een
                                    woonvoorziening.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 14 </al><al>Primaat algemene woonvoorzieningen en recht op individuele
                            woonvoorzieningen</al><lijst><li nr="1."><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g.
                                    onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 13, onder a.
                                    vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien
                                    aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek een
                                    aanpassing aan de woning noodzakelijk maken en de algemene
                                    woonvoorziening dit snel en adequaat kan oplossen.</al></li><li nr="2."><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g.
                                    onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 13, onder b.
                                    c. en d. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht
                                    indien de in het vorige lid genoemde oplossing niet aanwezig is
                                    of niet tot een snelle en adequate oplossing leidt.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 15 </al><al>Soorten individuele woonvoorzieningen</al><al>De in artikel 13 onder b., c. en d. genoemde voorzieningen kunnen
                            bestaan uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten;</al></li><li nr="b."><al>een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening;</al></li><li nr="c."><al>een niet bouwkundige of niet woontechnische
                                    woonvoorziening;</al></li><li nr="d."><al>een uitraasruimte.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 16 </al><al>Primaat van de verhuizing</al><lijst><li nr="1."><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g.
                                    onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als bedoeld
                                    in artikel 15 onder a. in aanmerking worden gebracht wanneer
                                    aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek het
                                    normale gebruik van de woning belemmeren.</al></li><li nr="2."><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g.
                                    onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als bedoeld
                                    in artikel 15 onder b. en c. in aanmerking worden gebracht
                                    wanneer de in het eerste lid genoemde voorziening niet mogelijk
                                    is of niet de goedkoopst adequate voorziening is.</al></li><li nr="3."><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g.
                                    onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als bedoeld
                                    in artikel 15, onder d. in aanmerking worden gebracht wanneer
                                    sprake is van een op basis van aantoonbare beperkingen op grond
                                    van ziekte of gebrek aanwezige gedragsstoornis met ernstig
                                    ontremd gedrag tot gevolg, waarbij alleen het zich kunnen
                                    afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze persoon tot
                                    rust kan komen.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 17 </al><al>Primaat van de losse woonunit</al><al>Indien een bouwkundige woonvoorziening bestaat uit een aanbouw aan of
                            een aanzienlijke verbouwing van een woning die niet het eigendom is van
                            een verhuurder, die bereid is de aangepaste woning blijvend ter
                            beschikking te stellen van personen die op basis van aantoonbare
                            beperkingen ten gevolge van ziekte of gebrek behoefte hebben aan een
                            dergelijke woning, zal het college een herplaatsbare losse woonunit
                            verstrekken indien daartegen geen bezwaren van overwegende aard
                            bestaan.</al><al>ARTIKEL 18</al><al>Uitsluitingen</al><al>De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op het treffen
                            van voorzieningen aan hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters,
                            tweede woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen, kamerverhuur en
                            specifiek op gehandicapten en ouderen gerichte woongebouwen voor wat
                            betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten of voorzieningen die
                            bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen
                            kunnen worden.</al><al>ARTIKEL 19</al><al>Hoofdverblijf</al><lijst><li nr="1."><al>Een woonvoorziening wordt slechts verleend indien de aanvrager
                                    zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woonruimte waaraan
                                    de voorziening wordt getroffen.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan een
                                    woonvoorziening getroffen worden voor het bezoekbaar maken van
                                    één woonruimte indien de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft in
                                    een AWBZ-instelling.</al></li><li nr="3."><al>De aanvraag voor het bezoekbaar maken wordt ingediend in de
                                    gemeente waar de aan te passen woning staat.</al></li><li nr="4."><al>De woonvoorziening betreft slechts het bezoekbaar maken van de
                                    in het tweede lid bedoelde woonruimte met een door het college
                                    in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente
                                    Cromstrijen vast te leggen maximumbedrag.</al></li><li nr="5."><al>Onder bezoekbaar maken wordt uitsluitend verstaan dat de
                                    aanvrager de woonruimte, de woonkamer en een toilet kan
                                    bereiken.</al></li><li nr="6."><al>In afwijking van het vijfde lid kan voor een gehandicapte, die
                                    zijn hoofdverblijf heeft in een AWBZ-inrichting en die jonger is
                                    dan 18 jaar, onder bezoekbaar maken ook verstaan worden het
                                    kunnen bereiken van een slaapkamer.</al></li><li nr="7."><al>In afwijking van het tweede lid kan voor een gehandicapte met
                                    gescheiden ouders, die zijn hoofdverblijf heeft in een AWBZ
                                    inrichting en die jonger is dan 18 jaar, een tweede woonruimte
                                    bezoekbaar gemaakt worden als bedoeld in lid 5.</al></li><li nr="8."><al>In afwijking van het tweede lid kan voor een gehandicapte met
                                    gescheien ouders met co- ouderschap, die zijn hoofdverblijf
                                    heeft in een AWBZ-inrichting en die jonger is dan 18 jaar, een
                                    tweede woonruimte bezoekbaar gemaakt worden zoals bedoeld in lid
                                    6.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 20</al><al>Beperkingen</al><al>De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk wordt
                            geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is
                                    van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het
                                    normale gebruik van de woning ten gevolg van ziekte of gebrek
                                    geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden
                                    aanwezig was;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager niet is verhuisd naar de voor zijn of haar
                                    beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning,
                                    tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend
                                    door het college;</al></li><li nr="c."><al>deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke
                                    ruimten anders dan automatische deuropeners, hellingbanen en
                                    extra trapleuningen;</al></li><li nr="d."><al>de woonvoorziening aangevraagd wordt op een moment dat op basis
                                    van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat
                                    deze voorziening noodzakelijk zou zijn en er geen sprake is van
                                    een onverwacht optredende noodzaak;</al></li><li nr="e."><al>De aanvrager voor het eerst zelfstandig gaat wonen, verhuisd is
                                    vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is het gehele
                                    jaar door bewoond te worden, verhuisd is naar een
                                    AWBZ-instelling of een andere instelling gericht op het
                                    verstrekken van zorg, of er in de verlaten woonruimte geen
                                    problemen met het normale gebruik van de woning zijn
                                    ondervonden.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 21 </al><al>Terugbetaling bij verkoop</al><al>De eigenaar-bewoner, die krachtens deze verordening een woonvoorziening
                            heeft ontvangen van meer dan het in het besluit maatschappelijke
                            ondersteuning Cromstrijen vastgestelde bedrag, dient bij verkoop van
                            deze woning binnen een periode van 7 jaar na gereedmelding van de
                            voorziening, deze verkoop van de woning onverwijld aan het college te
                            melden. De financiële tegemoetkoming voor de aanpassing aan de woning
                            dient volgens het in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente
                            Cromstrijen door het college vastgelegde afschrijvingsschema te worden
                            terugbetaald.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>- Het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel</titel></kop><structuurtekst><al>ARTIKEL 22</al><al>Vormen van vervoersvoorzieningen</al><al>De door het college, ter compensatie van beperkingen bij het zich lokaal
                            verplaatsen te verstrekken voorziening kan bestaan uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een algemene voorziening waaronder een collectieve
                                    vervoersvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>een vervoersvoorziening in natura;</al></li><li nr="c."><al>een persoonsgebonden budget te besteden aan een
                                    vervoersvoorziening.</al></li><li nr="d."><al>een financiële tegemoetkoming op declaratiebasis in het geval de
                                    vervoersbehoefte niet is vast te stellen.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 23</al><al>Het recht op een algemene voorziening</al><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5
                            en 6 van de wet kan voor de in artikel 22 onder a. vermelde voorziening
                            in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen op grond
                            van ziekte of gebrek:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruik van het openbaar vervoer of</al></li><li nr="b."><al>het bereiken van het openbaar vervoer</al></li></lijst><al>onmogelijk maken.</al><al>ARTIKEL 24</al><al>Het primaat van het collectief vervoer</al><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5
                            en 6 van de wet kan voor de in artikel 22, onder b. en c. vermelde
                            voorziening in aanmerking worden gebracht wanneer:</al><lijst><li nr="a."><al>aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek het
                                    gebruik van een collectief systeem als bedoeld in artikel 22,
                                    onder a., onmogelijk maken dan wel</al></li><li nr="b."><al>een collectief systeem als bedoeld in artikel 22, onder a., niet
                                    aanwezig is.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 25</al><al>Algemeen gebruikelijke vervoersvoorzieningen</al><lijst><li nr="1."><al>Indien het inkomen van een ongehuwde persoon of het gezamenlijk
                                    inkomen van gehuwde personen meer bedraagt dan 1,5 maal in het
                                    Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Cromstrijen voor
                                    de diverse categorieën genoemde inkomensgrenzen, wordt het bezit
                                    van een personenauto algemeen gebruikelijk geacht, zodat een
                                    auto of een met een auto vergelijkbare voorziening en de daarmee
                                    samenhangende gebruiks- en onderhoudskosten niet in aanmerking
                                    komen voor verstrekking of vergoeding.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het gestelde in lid 1 kan een gedeeltelijke
                                    verstrekking of vergoeding worden toegekend, indien het inkomen
                                    meer bedraagt dan 1,5 maal maar minder of gelijk aan 1,7 maal de
                                    in lid 1 bedoelde inkomensgrenzen, volgens de voorschriften
                                    zoals door het college in het Besluit maatschappelijke
                                    ondersteuning gemeente Cromstrijen is opgenomen.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 26</al><al>Omvang in gebied en in kilometers</al><lijst><li nr="1."><al>Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt ten aanzien van
                                    de vervoersbehoefte ten behoeve van maatschappelijke
                                    participatie uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen
                                    in de directe woon- en leefomgeving in het kader van het leven
                                    van alledag, tenzij zich een uitzonderingssituatie voordoet
                                    waarbij het gaat om een bovenregionaal contact, dat uitsluitend
                                    door de aanvrager zelf bezocht kan worden, terwijl het bezoek
                                    voor de aanvrager noodzakelijk is om dreigende vereenzaming te
                                    voorkomen.</al></li><li nr="2."><al>Bij het beoordelen van de vervoersbehoefte wordt rekening
                                    gehouden met:</al><lijst><li nr="a."><al>de leeftijd;</al></li><li nr="b."><al>de woonsituatie;</al></li><li nr="c."><al>het gebruik van andere vervoersvoorzieningen;</al></li><li nr="d."><al>extreem hoge vervoersbehoefte.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De te verstrekken vervoersvoorziening zal maatschappelijke
                                    participatie door middel van</al><al> lokale verplaatsingen een omvang per jaar van 1500 kilometer
                                    met een bandbreedte tot 2000 kilometer mogelijk maken
                                        <cursief>tenzij de vervoersbehoefte door omstandigheden
                                        zoals </cursief><cursief> bedoeld in lid 2 daarop van
                                        invloed is</cursief>.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>- Verplaatsen in en rond de woning</titel></kop><structuurtekst><al>ARTIKEL 27</al><al>Vormen van rolstoelvoorzieningen</al><al>De door het college, ter compensatie van beperkingen bij het verplaatsen
                            in en om de woning dan wel voor sportbeoefening te verstrekken
                            voorziening kan bestaan uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een algemene voorziening waaronder een algemene
                                    rolstoelvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>een rolstoelvoorziening in natura;</al></li><li nr="c."><al>een persoonsgebonden budget te besteden aan een
                                    rolstoelvoorziening;</al></li><li nr="d."><al>een persoonsgebonden budget te besteden aan een
                                    sportrolstoel.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 28</al><al>Primaat algemene rolstoelvoorziening bij incidenteel rolstoelgebruik en
                            sportrolstoel</al><lijst><li nr="1."><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g.,
                                    onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 27, onder a.
                                    vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien
                                    aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek
                                    incidenteel zittend verplaatsen in en rond de woning
                                    noodzakelijk maken en hulpmiddelen die verstrekt worden op grond
                                    van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten of een andere
                                    wettelijke regeling geen adequate oplossing bieden.</al></li><li nr="2."><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g.,
                                    onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 27, onder b.
                                    en c. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien
                                    aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek dagelijks
                                    zittend verplaatsen in en om de woning noodzakelijk maken en
                                    hulpmiddelen die verstrekt worden op grond van de Algemene Wet
                                    Bijzondere Ziektekosten of een andere wettelijke regeling geen
                                    adequate oplossing bieden.</al></li><li nr="3."><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g.
                                    onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 27, onder d.
                                    vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien
                                    aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek
                                    sportbeoefening zonder sportrolstoel onmogelijk maken.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 29</al><al>Aanspraak op rolstoelvoorzieningen voor AWBZ-bewoners</al><al>In uitzondering op het gestelde in artikel 28, lid 2; komt een persoon
                            die verblijft in een op grond van artikel 5 van de Wet toelating
                            zorginstellingen erkende instelling uitsluitend voor een rolstoel in
                            aanmerking indien hij geen recht heeft op een rolstoel, verstrekt op
                            grond van de AWBZ.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>- Het verkrijgen van voorzieningen en het motiveren van
                            besluiten</titel></kop><structuurtekst><al>ARTIKEL 30 </al><al>Gebruik aanvraagformulier</al><al>Een aanvraag dient te worden ingediend door middel van een door het
                            college ter beschikking gesteld formulier.</al><al>ARTIKEL 31</al><al>Relatie met de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten</al><al>De aanvraag dient te worden ingediend bij het Servicecentrum in het
                            gemeentehuis van Cromstrijen. Zowel aanvragen voor voorzieningen inzake
                            de wet alsook aanvragenzorg inzake de Algemene Wet
                            Bijzondere Ziektekosten kunnen worden ingediend.</al><al>ARTIKEL 32</al><al>Inlichtingen, onderzoek, advies en beschikking</al><lijst><li nr="1."><al>Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn
                                    voor de beoordeling van het recht op een voorziening, degene
                                    door wie een aanvraag is ingediend:</al><lijst><li nr="a."><al>op te roepen in persoon te verschijnen op een door het
                                            college te bepalen plaats en tijdstip en hem te
                                            ondervragen;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college te bepalen plaats en tijdstip
                                            door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen
                                            ondervragen en/of onderzoeken.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college vraagt aan het raadsbesluit 25 maart 2008 de GGD ZHE
                                    om advies indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de gevraagde voorziening om medische redenen wordt
                                            afgewezen;</al><al> b het college dat overigens gewenst vindt.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Een aanvrager is verplicht aan het college of de door hem
                                    aangewezen adviesinstantie die gegevens te verschaffen of te
                                    doen verschaffen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van
                                    de aanvraag.</al></li><li nr="4."><al>Bij de advisering zoals genoemd in het eerste lid wordt door de
                                    adviseur gebruik gemaakt van de systematiek zoals neergelegd in
                                    de International Classification of Functions, Disabilities and
                                    Impairments, de zogenaamde ICF classificatie.</al></li><li nr="5."><al>De beschikking vermeldt op welke wijze de genomen beschikking
                                    bijdraagt aan het behouden en bevorderen van de zelfredzaamheid
                                    en de normale maatschappelijke participatie van mensen met een
                                    beperking of een chronisch psychisch probleem en van mensen met
                                    een psychosociaal probleem.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 33</al><al>Samenhangende afstemming</al><al>Het college legt in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente
                            Cromstrijen regels vast omtrent de wijze waarop de verkrijging van
                            individuele voorzieningen samenhangend wordt afgestemd op de situatie
                            van de aanvrager.</al><al>ARTIKEL 34</al><al>Wijzigingen in de situatie</al><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een voorziening is verstrekt,
                            is verplicht aan burgemeester en wethouders terstond mededeling te doen
                            van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn
                            dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een voorziening, de
                            hoogte van financiële tegemoetkomingen en/of het verstrekken van
                            voorzieningen in natura.</al><al>ARTIKEL 35</al><al>Intrekking van een voorziening</al><lijst><li nr="1."><al>Het college kan een besluit, genomen op grond van deze
                                    verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of
                                            krachtens deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat de
                                            gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste
                                            gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn
                                            genomen;</al></li><li nr="c."><al>feiten en omstandigheden gewijzigd zijn en van invloed
                                            zijn op het recht op een voorziening, de hoogte van een
                                            financiële tegemoetkoming, het verstrekken van
                                            voorzieningen in natura en/of de voorwaarden en
                                            verplichtingen die verbonden zijn aan het verlenen van
                                            een voorziening.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of
                                    een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken indien blijkt
                                    dat de tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na
                                    uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van het middel
                                    waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 36</al><al>Terugvordering</al><lijst><li nr="1."><al>Ingeval een voorziening is ingetrokken kan op basis daarvan
                                    reeds uitbetaalde financiële tegemoetkoming, persoonsgebonden
                                    budget of de van toepassing zijnde kosten van de voorziening
                                    worden teruggevorderd.</al></li><li nr="2."><al>In geval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is
                                    ingetrokken kan deze voorziening worden teruggevorderd indien de
                                    voorziening is verleend op basis van valselijk of onjuiste
                                    verstrekte gegevens.</al></li></lijst><al>Als bij het intrekken van een beschikking blijkt dat ten onrechte een
                            voorziening is verstrekt of een te hoge financiële tegemoetkoming is
                            betaald, dan kunnen burgemeester en wethouders in natura
                            terugvorderen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>- Slotbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>ARTIKEL 37 </al><al>Hardheidsclausule</al><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager
                            afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien toepassing van
                            de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al><al>ARTIKEL 38</al><al>Indexering</al><al>Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze
                            verordening en het op deze verordening berustende Besluit
                            maatschappelijke ondersteuning gemeente Cromstrijen geldende bedragen
                            verhogen of verlagen conform de ontwikkelingen van de prijsindex volgens
                            het Centraal Bureau voor de Statistiek.</al><al>ARTIKEL 39</al><al>Evaluatie</al><al>Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt eenmaal per vier jaar
                            geëvalueerd. Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft wordt deze
                            verordening aangepast. Het college zendt hiertoe telkens na vier jaar na
                            de inwerkingtreding van de verordening aan de gemeenteraad een verslag
                            over de doeltreffendheid en de effectiviteit van de verordening in de
                            praktijk.</al><al>ARTIKEL 40</al><al>Inwerkingtreding</al><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na
                            publicatie.</al><al>De Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Cromstrijen 2006
                            trekken we per deze datum in. De op basis van deze verordening afgegeven
                            vergunningen en genomen besluiten behouden hun rechtskracht.</al><al>ARTIKEL 41</al><al>Citeertitel</al><al>Deze verordening wordt aangehaald als: </al><al>Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Cromstrijen
                            2010</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="22*"/><colspec colname="col3" colwidth="45*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Vastgesteld door de raad van de gemeente Cromstrijen
                                                in zijn openbare vergadering gehouden op 14 december
                                                2010,</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>de griffier,</al><al/><al/><al/><al/><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Cromstrijen/i43308.pdf">toelichting verordening</extref></al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>de voorzitter</al><al/><al/><al/><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>