<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR53046_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening Oss 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oss</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-10-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oss</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Oss Actueel 20-10-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening Oss 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-10-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-07-06</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>GBOR</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De raad van de nieuwe gemeente Oss heeft deze regeling op 3-1-2011 geldend verklaard voor de nieuwe gemeente Oss.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene plaatselijke verordening Oss 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gemeenteraad</al><al/><al/><al>Onderwerp: Volgnummer 2010-46</al><al>Aanpassen verordeningen nav de Wabo Dienst/afdeling PBWM</al><al/><al>De raad van de gemeente Oss;</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 mei 2010;</al><al>gelet op het advies van de raadscommissie Wonen, Openbare ruimte en Milieu
                        van 16 juni 2010;</al><al>besluit:</al><al>Vast te stellen de </al><al><vet>ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING OSS.</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Weg: </al><lijst><li nr="1."><al>de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
                                            van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede de daaraan
                                            liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen;
                                        </al></li><li nr="2."><al>de - al dan niet met enige beperking - voor het publiek
                                            toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken,
                                            plantsoenen, speelweiden, bossen en andere
                                            natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor
                                            vaartuigen; </al></li><li nr="3."><al>de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen,
                                            portieken, gangen, passages en galerijen, die
                                            uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimte
                                            toegang geven en niet afsluitbaar zijn; </al></li><li nr="4."><al>andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet
                                            afsluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen,
                                            passages en galerijen; de afsluitbare alleen gedurende
                                            de tijd dat zij niet door of vanwege degene die daartoe
                                            naar burgerlijk recht bevoegd is, zijn afgesloten. </al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Openbaar water: alle wateren die - al dan niet met enige
                                    beperking - voor het publiek bevaarbaar of anderszins
                                    toegankelijk zijn. </al></li><li nr="c."><al>Bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
                                    staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27,
                                    tweede lid, van de Wegenwet.</al></li><li nr="d."><al>Rechthebbende: eenieder die over enige zaak enige zeggenschap
                                    heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht. </al></li><li nr="e."><al>Voertuigen: alle voertuigen, als bedoeld in artikel 1, onder a
                                    en onder al, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                    1990, met uitzondering van: </al><lijst><li nr="1."><al>treinen en trams; </al></li><li nr="2."><al>kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine
                                            voertuigen. </al></li></lijst></li><li nr="f."><al>Vaartuigen: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende
                                    werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en ponten. </al></li><li nr="g."><al>Woonschepen: schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning
                                    gebezigd of tot woning bestemd. </al></li><li nr="h."><al>Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen,
                                    metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming
                                    hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij
                                    direct of indirect steun vindt in of op de grond. </al></li><li nr="i."><al>Gebouw: elk bouwwerk dat een voor personen toegankelijke
                                    overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte
                                    vormt. </al></li><li nr="j."><al>Vee: dieren die behoren tot de diersoorten genoemd in bijlage
                                    II, behorend bij artikel 55 van de Meststoffenwet. </al></li><li nr="k."><al>Handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li><li nr="l."><al>Bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken
                                verdagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2.1.5.2 of artikel
                                4.5.2.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
                                Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot
                                bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                voorschriften en beperkingen na te komen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: </al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt; </al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                    ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging
                                    wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming
                                    waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; </al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
                                </al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke
                                    van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn; </al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing voor de
                            volgende artikelen in deze verordening:</al><lijst><li nr="·"><al>Artikel 2:9: Ontheffing van het verbod optreden als
                                    straatartiest; </al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:23: Vergunning organisatie snuffelmarkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de
                            volgende artikelen in deze verordening:</al><lijst><li nr="·"><al>Artikel: 2:25 Vergunning evenementen;</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:28 Exploitatievergunning horeca;</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:39: Exploitatievergunning speelgelegenheid;</al></li><li nr="·"><al>Artikel 3:4: Vergunning seksinrichting;</al></li><li nr="·"><al>Artikel 4:18: Ontheffing van het verbod tot recreatief
                                    nachtverblijf buiten kampeerterreinen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1:</nr><titel>Orde en veiligheid op de weg</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 1: Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.1.1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op de weg deel te nemen aan een
                                            samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend
                                            gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden. </al></li><li nr="2."><al>Eenieder, die op de weg aanwezig is bij enig voorval
                                            waardoor er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te
                                            ontstaan, of bij een tot toeloop van publiek aanleiding
                                            gevende gebeurtenis waardoor er wanordelijkheden
                                            ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich bevindt in
                                            of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op
                                            een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van
                                            politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem
                                            aangewezen richting te verwijderen. </al></li><li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op
                                            terreinen, wegen of weggedeelten die door of vanwege het
                                            bevoegd gezag in het belang van de openbare veiligheid
                                            of ter voorkoming van wanordelijkheden zijn
                                            afgezet.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het
                                            derde lid gestelde verbod. </al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor
                                            betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                            levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet
                                            openbare manifestaties. </al></li></lijst><al>Paragraaf 2: Betoging</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2.1</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2.2</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                        betoging te houden, moet daarvan voor de openbare
                                        aankondiging ervan en ten minste 48 uur voordat de betoging
                                        zal worden gehouden, schriftelijk kennis geven aan de
                                        burgemeester, met inachtneming van wat in artikel 2.1.2.4,
                                        eerste lid, hierover is bepaald. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving door
                                        terugrekening valt op een vrijdag na 12.00 uur, een
                                        zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt
                                        dit tijdstip geacht te vallen op 12.00 uur op de voorgelegen
                                        dag, die geen zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag
                                        is. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder openbare plaats wordt verstaan: een plaats als bedoeld
                                        in artikel 1, eerste lid, juncto tweede lid, van de Wet
                                        openbare manifestaties. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2.3</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in artikel
                                    2.1.2.2, eerste lid, genoemde termijn van 48 uur verkorten en
                                    een mondelinge kennisgeving in behandeling nemen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2.4</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kennisgeving bevat: </al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;
                                            </al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging; </al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                                tijdstip van aanvang en van beëindiging; </al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en
                                                de plaats van beëindiging; </al></li><li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van
                                                samenstelling; </al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal
                                                treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.
                                            </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                        waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3:</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.3.1</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte
                                        stukken of afbeeldingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                            afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel
                                            openlijk aan te bieden, aan te bevelen of bekend te
                                            maken op of aan door het college aangewezen wegen of
                                            gedeelten daarvan. </al></li><li nr="2."><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot
                                            bepaalde dagen en uren. </al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden
                                            of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven
                                            stukken en afbeeldingen. </al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het
                                            eerste lid gestelde verbod. </al></li></lijst><al>Paragraaf 4: Vertoningen e.d. op de weg</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.4.1</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.4.2</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan
                                        de weg op te treden als dienstverlener of zijn diensten als
                                        zodanig aan te bieden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd in het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde; </al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast; </al></li><li nr="c."><al>de verkeersveiligheid of veiligheid van personen of
                                                goederen; </al></li><li nr="d."><al>de zedelijkheid of gezondheid. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.4.3</nr><titel>Straatartiest</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als
                                            straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur
                                            of gids op te treden op of aan door de burgemeester
                                            aangewezen wegen of gedeelten daarvan. </al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken
                                            tot bepaalde dagen en uren.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.
                                        </al></li></lijst><al>Paragraaf 5: Bruikbaarheid en aanzien van de weg</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.5.1</nr><titel>Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college de weg of
                                        een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de
                                        publieke functie daarvan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor: </al><lijst><li nr="a."><al>vlaggen, wimpels of vlaggenstokken indien deze geen
                                                gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of
                                                goederen en niet voor commerciële doeleinden worden
                                                gebruikt; </al></li><li nr="b."><al>zonneschermen, voorzover ze zijn aangebracht boven
                                                het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en
                                                voorzover: </al><lijst><li nr="§"><al>elk onderdeel zich hoger dan 2,2 meter boven
                                                  dat gedeelte bevindt, en </al></li><li nr="§"><al>elk onderdeel, in welke stand het scherm ook
                                                  staat, zich op meer dan 0,5 meter van het voor het
                                                  rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt,
                                                  en </al></li><li nr="§"><al>elk onderdeel, in welke stand het scherm ook
                                                  staat, minder dan 1,5 meter buiten de opgaande
                                                  gevel reikt; </al></li></lijst></li><li nr="c."><al>de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze
                                                kortstondig op de weg gebracht worden in verband met
                                                laden of lossen ervan. Degene die de werkzaamheden
                                                verricht of doet verrichten draagt er zorg voor dat
                                                onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval
                                                voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de
                                                weg verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is;
                                            </al></li><li nr="d."><al>voertuigen; </al></li><li nr="e."><al>voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens
                                                worden geopenbaard; </al></li><li nr="f."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2.2.1; </al></li><li nr="g."><al>terrassen als bedoeld in artikel 2.3.1.2, vijfde
                                                lid; </al></li><li nr="h."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5.2.3. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden op, aan, over of boven de weg een voorwerp
                                        of stof waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te
                                        plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>deze door zijn omvang of vormgeving, constructie of
                                                plaats van bevestiging schade toebrengt aan de weg;
                                            </al></li><li nr="b."><al>gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of
                                                voor het doelmatig en veilig gebruik van de weg, of
                                            </al></li><li nr="c."><al>een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                                onderhoud van. de weg. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de toepassing van het tweede lid, onder c, wordt onder
                                        weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                        daaronder verstaat. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                        geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de
                                                weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de
                                                weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                                dan wel een belemmering kan vormen voor het
                                                doelmatig beheer en onderhoud van de weg; </al></li><li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf,
                                                hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan
                                                redelijke eisen van welstand; </al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                                overlast voor gebruikers van de in de nabijheid
                                                gelegen onroerende zaak. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in
                                                het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                                de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het
                                                Provinciaal wegenreglement. </al></li><li nr="b."><al>De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder a,
                                                geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                                onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                                Wegenverkeerswet. </al></li><li nr="c."><al>De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder b,
                                                geldt niet voor bouwwerken.</al></li><li nr="d."><al>De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder c,
                                                geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp
                                                wordt voorzien door de Wet milieubeheer. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.5.2</nr><titel>Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een
                                        weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in
                                        een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                        wegverharding te veranderen of anderszins verandering te
                                        brengen in de wijze van aanleg van een weg. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg
                                        verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                        daaronder verstaat, alsmede alle niet openbare
                                        ontsluitingswegen van gebouwen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het Rijk, de provincie, de
                                        gemeente of het waterschap bij het uitvoeren van zijn/haar
                                        publiekrechtelijke taak.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin
                                        geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van
                                        Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het
                                        Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de
                                        Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                        Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.5.3</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college: </al><lijst><li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg; </al></li><li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van
                                                  een uitweg; </al></li><li nr="c."><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg
                                                  naar de weg. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg
                                            verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                            daaronder verstaat. </al></li><li nr="3."><al>De vergunning kan worden geweigerd in het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>de bruikbaarheid van de weg; </al></li><li nr="b."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
                                                </al></li><li nr="c."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                                  omgeving; </al></li><li nr="d."><al>de bescherming van groenvoorzieningen in de
                                                  gemeente. </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                            daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                            beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het
                                            Provinciaal wegenreglement.</al></li></lijst><al>Paragraaf 6: Veiligheid op de weg</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.1</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bij vorst of dreigende vorst water op de weg
                                        te werpen, uit te storten of te laten lopen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder
                                        4e, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.2</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter
                                        beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van
                                        winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van de
                                        naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken en de in
                                        de omgeving van dat bedrijf door het publiek op of langs de
                                        weg achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen of
                                        te doen verwijderen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.3</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                    hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije
                                    uitzicht wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of
                                    gevaar oplevert. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.4</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    straatkolk, rioolput, brandkraan of enigerlei andere afsluiting
                                    die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen,
                                    onzichtbaar te maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.5</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg
                                        gelegen betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar
                                        voor de veiligheid van de weggebruikers opleveren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427,
                                        aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.6</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden
                                        dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig
                                        meter. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel
                                        in duingebieden of binnen een afstand van honderd meter
                                        daarvan, voorzover het de open lucht betreft, brandende of
                                        smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te
                                        laten liggen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet
                                        voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van
                                        Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet
                                        voorzover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende,
                                        als tuin ingerichte, erven. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.7</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
                                        (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze
                                        prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                        voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2
                                        meter boven dat gedeelte van de weg. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad,
                                        puntdraad of andere scherpe voorwerpen, die op grotere
                                        afstand dan 0,25 m uit de uiterste boord van de weg, op van
                                        de weg af gerichte delen van een afscheiding zijn
                                        aangebracht. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg verstaan
                                        wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                        verstaat. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van
                                        de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.8</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>Het is verboden aan een weg of enig deel van een bouwwerk een
                                    voorwerp te hebben dat niet deugdelijk beveiligd is tegen
                                    neervallen op de weg</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.9</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten
                                        dat op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de
                                        aanwijzingen van het college, voorwerpen, borden of
                                        voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer of de
                                        openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden,
                                        gewijzigd of verwijderd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college maakt van tevoren aan de rechthebbende als
                                        bedoeld in het eerste lid zijn besluit bekend over te gaan
                                        tot het doen aanbrengen of wijzigen van een voorwerp, bord
                                        of voorziening als bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                        Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de
                                        Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.10</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan
                                        weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van
                                        bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand
                                        houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken
                                        als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen of te
                                        hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                        ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de
                                        bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                        objecten die deel uitmaken van de hoogspanningslijn. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.11</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                                beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                                verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren
                                                of in gevaar te brengen; </al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                                veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde
                                                ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te
                                                beschadigen of op enige andere wijze het gebruik
                                                daarvan te verijdelen of te belemmeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of
                                        de Provinciale vaarwegenverordening.</al></lid></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2:</nr><titel>Toezicht op evenementen</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 1: Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor
                                        publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met
                                        uitzondering van: </al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                                                onder h, van de Gemeentewet en artikel 5.2.4 van
                                                deze verordening; </al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
                                            </al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                                Horecawet gelegenheid geven tot dansen; </al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als
                                                bedoeld in de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2.1.4.2, 2.1.4.3
                                                en 2.3.3.1 van deze verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid; </al></li><li nr="b."><al>een braderie; </al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                                artikel 2.1.2.2, op de weg; </al></li><li nr="d."><al>een feest of wedstrijd op of aan de weg. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.2</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        evenement te organiseren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd in het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde; </al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast; </al></li><li nr="c."><al>de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen
                                                of goederen; </al></li><li nr="d."><al>de zedelijkheid of gezondheid;</al></li><li nr="e."><al>het woon- en leefklimaat.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen voor door hem aan
                                        te wijzen categorieën evenementen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor de in het
                                        tweede lid, onder d, van artikel 2.2.1 voorziene gevallen,
                                        voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door artikel 10 juncto artikel 148 Wegenverkeerswet
                                        1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.3</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2:</nr><titel>Betaald voetbalwedstrijden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.4</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>organisator:</al></li><li nr="a."><al>de betaaldvoetbalorganisatie TOP-Oss, indien het betreft
                                            een voetbalwedstrijd waarbij het eerste elftal van de
                                            betaaldvoetbalorganisatie TOP-Oss als thuisspelende
                                            ploeg betrokken is;</al></li><li nr="b."><al>de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond, indien het
                                            betreft een voetbalwedstrijd tussen voetbalorganisaties
                                            afkomstig van buiten de gemeente Oss, waarbij tenminste
                                            één betaaldvoetbalorganisatie is betrokken, dan wel in
                                            geval van wedstrijden tussen vertegenwoordigende
                                            elftallen,</al></li><li nr="c."><al>degene die buiten de gevallen genoemd onder 1 en 2 een
                                            voetbalwedstrijd organiseert, waarbij tenminste één
                                            betaaldvoetbalorganisatie is betrokken.</al></li><li nr="2."><al>voetbalwedstrijd: een voetbalwedstrijd georganiseerd
                                            door een organisator als bedoeld onder lid 1.</al></li><li nr="3."><al>stadion: het voetbalstadion gelegen aan de Mondriaanlaan
                                            Oss.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.5</nr><titel>Kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De organisator is verplicht schriftelijk kennisgeving te
                                        doen aan de burgemeester ten minste dertig dagen voor de
                                        vastgestelde speeldag van een voetbalwedstrijd;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een kennisgeving, gelet op het tijdstip waarop de
                                        speeldatum wordt vastgesteld, niet vier weken tevoren kan
                                        worden gedaan, dient de organisator van de na de
                                        vaststelling van de speeldatum hiervan onmiddellijk de
                                        burgemeester schriftelijk in kennis te stellen, maar in
                                        ieder geval één week voor de speeldatum.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de onder 1
                                        bepaalde termijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving als bedoeld in het eerste lid kan meer dan
                                        één wedstrijd betreffen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan, met betrekking tot een
                                        voetbalwedstrijd, aan de organisator daarvan voorschriften
                                        opleggen in het belang van de openbare orde en
                                        veiligheid.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De burgemeester kan het doen spelen van een voetbalwedstrijd
                                        verbieden:</al></lid><lid><lidnr>a)</lidnr><al>uit vrees voor het ontstaan van ernstige verstoring van de
                                        openbare orde;</al></lid><lid><lidnr>b)</lidnr><al>indien de krachtens het vijfde lid opgelegde voorschriften
                                        niet worden nageleefd;</al></lid><lid><lidnr>c)</lidnr><al>indien geen of niet tijdig schriftelijke kennisgeving is
                                        gedaan als bedoeld in het tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het is verboden een voetbalwedstrijd te doen spelen, wanneer
                                        een verbod, als bedoeld in het zesde lid, is
                                        uitgevaardigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.6</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een voetbalwedstrijd als bedoeld in artikel
                                    2.2.4, lid 2 de orde te verstoren. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.7</nr><titel>Opvolgen aanwijzingen</titel></kop><al>Een ieder is verplicht bij een voetbalwedstrijd alle
                                    aanwijzingen van ambtenaren van politie en brandweer in het
                                    belang van openbare orde of veiligheid terstond en stipt op te
                                    volgen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.8</nr><titel>Onnodig opdringen, uitdagend gedrag e.d. bij een betaald
                                        voetbalwedstrijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bij een voetbalwedstrijd onnodig op te
                                        dringen, door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot
                                        wanordelijkheden of wanordelijkheden te veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Vanaf 4 uur voor het vastgestelde begin van een
                                        voetbalwedstrijd tot 4 uur na afloop van een
                                        voetbalwedstrijd is het verboden messen, knuppels,
                                        slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden
                                        gebruikt, mee te voeren opdat de openbare orde of veiligheid
                                        in gevaar komt of kan komen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.9</nr><titel>Stadionomgevingsverbod</titel></kop><al>De burgemeester kan aan een persoon in het belang van de
                                    openbare orde schriftelijk het verbod opleggen zich op te houden
                                    in de omgeving van het stadion vanaf 4 uur voor het vastgestelde
                                    aanvangstijdstip tot 4 uur na afloop van voetbalwedstrijden van
                                    de organisator. Het verbod geldt voor een bepaalde periode welke
                                    niet langer is dan 2 jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.10</nr><titel>Verwijderingsplicht voetbalsupporters</titel></kop><al>Personen, die zich door kleding, uitrusting of gedraging
                                    manifesteren als voetbalsupporters, en niet in het bezit zijn
                                    van een geldig toegangsbewijs voor de voetbalwedstrijd dan wel
                                    tegen wie het vermoeden bestaat dat zij voornemens zijn de orde
                                    te verstoren, zijn verplicht zich op een daartoe strekkend bevel
                                    van een ambtenaar van politie met inachtneming van diens
                                    aanwijzingen, naar een in het bevel aangegeven plaats, dan wel
                                    buiten de gemeentegrenzen te begeven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.11</nr><titel>Supportersstromen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Al degenen die behoren tot de supportersaanhang van een
                                            bezoekende betaald voetbalclub en dat door bijvoorbeeld
                                            kleding, uitrusting, gedragingen of anderszins kenbaar
                                            maken en in het bezit zijn van een geldig toegangsbewijs
                                            voor de te bezoeken wedstrijd zijn verplicht in
                                            omstandigheden als bedoeld in artikel 175 van de
                                            Gemeentewet om hun weg naar het stadion te vervolgen
                                            zodra ze de gemeente bereiken.</al></li><li nr="2."><al>Al degenen die behoren tot de supportersaanhang van een
                                            bezoekende betaald voetbalclub en dat door bijvoorbeeld
                                            kleding, uitrusting, gedragingen of anderszins kenbaar
                                            maken zijn verplicht in omstandigheden als bedoeld in
                                            artikel 175 van de Gemeentewet om direct na afloop van
                                            de wedstrijd te vertrekken uit de gemeente. </al></li></lijst><al>Al degenen die behoren tot de supportersaanhang van een
                                    bezoekende betaald voetbalclub en dat door bijvoorbeeld kleding,
                                    uitrusting, gedragingen of anderszins kenbaar maken en niet in
                                    het bezit zijn van een geldig toegangsbewijs voor de wedstrijd
                                    alsmede op een of andere wijze de openbare orde verstoren of
                                    dreigen te verstoren dan wel racistisch gedrag vertonen of
                                    racistische uitlatingen doen zijn verplicht zich in
                                    omstandigheden als bedoeld in artikel 175 van de Gemeentewet op
                                    eerste aanzegging van de politie buiten de gemeentegrenzen te
                                    begeven in de door de politie aan te geven route en richting,
                                    behalve indien zij woonachtig zijn in de gemeente Oss.</al></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3:</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><structuurtekst><al>Paragraaf 1: Toezicht op horecabedrijven</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder horecabedrijf wordt in deze paragraaf verstaan: de voor
                                    het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig
                                    of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt
                                    verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen
                                    voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. Onder een
                                    horecabedrijf worden in ieder geval verstaan: een hotel,
                                    restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek,
                                    buurthuis of clubhuis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder horecabedrijf als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                    verstaan: een bij dit bedrijf behorend terras en de andere
                                    aanhorigheden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een terras in de zin van deze paragraaf is een buiten de
                                    besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het
                                    horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en
                                    waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of
                                    spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of
                                    verstrekt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onder houder wordt in deze paragraaf verstaan: degene die een
                                    horecabedrijf exploiteert op grond van het bepaalde in artikel
                                    2.3.1.2 of 2.3.1.3. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Deze paragraaf verstaat niet onder bezoekers: </al><lijst><li nr="a."><al>de gezinsleden van de houder, alsmede zijn elders
                                            wonende bloed en aanverwanten, in de rechte lijn
                                            onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad;
                                        </al></li><li nr="b."><al>de personen die voorkomen in het register als bedoeld in
                                            artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede
                                            personen bedoeld in artikel 438, derde lid, van het
                                            Wetboek van Strafrecht; </al></li><li nr="c."><al>de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens
                                            dringende redenen noodzakelijk is. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.2</nr><titel>Exploitatievergunning horecabedrijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het eerste
                                    lid indien de vestiging of de exploitatie van het horecabedrijf
                                    in strijd is met een geldend bestemmingsplan. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid
                                    geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet
                                    worden aangenomen dat de woon en leefsituatie in de omgeving van
                                    het horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze
                                    nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het
                                    horecabedrijf. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde
                                    weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter
                                    van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of
                                    zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning,
                                    waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal
                                    komen te staan door de exploitatie van het horecabedrijf. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2.1.5.1 beslist de
                                    burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die ook
                                    betrekking heeft op een of meer bij het horecabedrijf behorende
                                    terrassen voorzover deze zich op de weg bevinden over de
                                    ingebruikneming van die weg ten behoeve van het terras. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Onverminderd het gestelde in het derde en vierde lid kan de
                                    burgemeester de in het vijfde lid bedoelde ingebruikneming van
                                    die weg ten behoeve van een of meer bij een horecabedrijf
                                    horende terrassen weigeren: </al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg
                                            dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg
                                            of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; </al></li><li nr="b."><al>indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het
                                            doelmatig beheer en onderhoud van de weg. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het bepaalde in het vijfde en zesde lid geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatwerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.3</nr><titel>Opheffing vergunningplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan bepalen dat het gestelde in artikel 2.3.1.2
                                    niet geldt voor een of meer in dat besluit aangeduide soorten
                                    horecabedrijven in de gehele gemeente dan wel in een of meer
                                    daarin aangewezen gedeelten van de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitatie van een horecabedrijf waarop een besluit als
                                    bedoeld in het eerste lid van toepassing is, moet zodanig
                                    geschieden dat daardoor de woon en leefsituatie in de omgeving
                                    van het horecabedrijf of de openbare orde niet op ontoelaatbare
                                    wijze nadelig worden beïnvloed. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.4</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de houder van een horecabedrijf verboden dit voor
                                    bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of
                                    te laten verblijven: op maandag tot en met donderdag tussen
                                    02.00 uur en 06.30 uur, en op vrijdag tot en met zondag tussen
                                    03.00 uur en 06.30 uur. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift
                                    andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijk
                                    horecabedrijf of een daartoe behorend terras.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet
                                    milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.5</nr><titel>Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor een of
                                    meer horecabedrijven tijdelijk andere dan de krachtens artikel
                                    2.3.1.4 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk
                                    sluiting bevelen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van
                                    de Opiumwet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.6</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</titel></kop><al>Het is bezoekers van een horecabedrijf verboden gedurende de tijd
                                dat dit bedrijf krachtens artikel 2.3.1.4 of ingevolge een op grond
                                van artikel 2.3.1.5 genomen besluit gesloten dient te zijn, zich
                                daarin of aldaar te bevinden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.7</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.8</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2.3.1.1 geen
                                inrichting is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt
                                niet de burgemeester, maar het college op als bevoegd bestuursorgaan
                                ten behoeve van artikel 2.3.1.2 tot en met 2.3.1.5.</al><al>Paragraaf 2: Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.2.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de
                                        uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de
                                        mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen
                                        wordt verschaft;</al></li><li nr="2."><al>houder: degene die een inrichting exploiteert dan wel daarin
                                        de feitelijke leiding heeft. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.2.2</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of het
                                houden van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen
                                daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de
                                burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.2.3</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>De houder van een inrichting is verplicht een register, als bedoeld
                                in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te houden dat
                                ingericht is volgens het door de burgemeester vastgestelde model.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.2.4</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt dan wel de
                                kampeerder is verplicht onverwijld aan de houder van die inrichting
                                volledig en naar waarheid zijn of haar naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst, alsmede
                                de dag van vertrek te verstrekken. </al><al>Paragraaf 3: Toezicht op speelgelegenheden</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.3.1</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                    publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een
                                    omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden
                                    enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare
                                    voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                            eerste lid, onder c, van de Wet op de Kansspelen
                                            vergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of
                                            de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                            verlenen;</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om
                                            het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet
                                            op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op
                                            speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op
                                            de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1,
                                            onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                            speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare
                                            wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van
                                            de speelgelegenheid.</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van een speelgelegenheid in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4:</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.1</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                    gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten voor publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal
                                    behorend erf te betreden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.
                                </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd van de in het eerste en tweede lid
                                    bedoelde verboden ontheffing te verlenen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.2</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden de weg of dat gedeelte van een onroerende zaak
                                    dat vanaf de weg zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op de weg of op dat gedeelte van een onroerende
                                    zaak dat vanaf de weg zichtbaar is: </al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                            wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof enige
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbrengen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.
                                </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.3</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden tussen 22.00 en 06.00 uur op de weg of openbaar
                                    water te vervoeren of bij zich te hebben enig aanplakbiljet,
                                    aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of
                                    verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2.4.2.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.4</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden tussen 22.00 en 06.00 uur op de weg te vervoeren
                                    of bij zich te hebben: lopers, valse sleutels, touwladders,
                                    lantaarns of enig ander gereedschap, voorwerp of middel, dat
                                    ertoe kan dienen zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of
                                    erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te
                                    verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of
                                    het maken van sporen te voorkomen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde
                                    gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of
                                    niet zijn bestemd voor de in het eerste lid bedoelde
                                    handelingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden op de weg in de nabijheid van winkels te
                                    vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk
                                    toe is uitgerust om het plegen van winkeldiefstal te
                                    vergemakkelijken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het derde lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het in dat lid
                                    bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde
                                    handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.5</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zich te
                                    bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken,
                                    wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten
                                    de daarin gelegen wegen of paden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van dit verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.6</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder weg wordt verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet
                                    1994 daaronder verstaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet indien dat rijden door de omstandigheden
                                    redelijkerwijs gebillijkt wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.7</nr><titel>Hinderlijk gedrag op of aan de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>op of aan de weg te klimmen of zich te bevinden op een
                                            beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                            toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                                            afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op of aan de weg zodanig op te houden dat aan
                                            weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder wordt veroorzaakt.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het
                                    Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.8</nr><titel>Hinderlijk drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg, die deel uitmaakt van een door het
                                    college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te nuttigen of
                                    aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende
                                    drank bij zich te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; </al></li><li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35 van de Drank en Horecawet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.9</nr><titel>Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden; </al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo'n gebouw. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.10</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een
                                openbaarvervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.11</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                                uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een
                                door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een
                                markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden
                                wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers
                                van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.13</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel een
                                    gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke
                                    bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit gebouw, deze
                                    woonwagen of dit woonschip bevindende persoon, te bespieden.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                    optisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen of
                                    woonschip bevindende persoon te bespieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.14</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.15</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.16</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college in, op of aan
                                    een onroerende zaak een alarminstallatie geïnstalleerd te hebben
                                    die een voor de omgeving opvallend geluid of lichtsignaal kan
                                    produceren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet particuliere
                                    beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.17</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen: </al><lijst><li nr="a."><al>Op de weg of op de openbare grond zonder dat de hond
                                            aangelijnd is;</al></li><li nr="b."><al>Op de weg of op de openbare grond zonder dat de hond
                                            voorzien is van een halsband en een door burgemeester en
                                            wethouders verstrekte geldige hondenpenning, </al></li><li nr="c."><al>Op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak,
                                            speelweide, trapveld, schoolterrein, sportveld,
                                            dierenweide, begraafplaats of op een andere door het
                                            college aangewezen plaats; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid sub a mag een
                                    onder behoorlijk toezicht staande hond onaangelijnd aanwezig
                                    zijn op nader door burgemeester en wethouders aangewezen plaats;
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet
                                    voorzover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn
                                    handicap door een geleidehond laat begeleiden en de hond als
                                    zodanig aantoonbaar gekwalificeerd is of indien een eigenaar of
                                    houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                    geleidehond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.18</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen
                                    dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet: </al><lijst><li nr="a."><al>Binnen de bebouwde kom: op de weg, met uitzondering van
                                            de door het college aangewezen plaats; </al></li><li nr="b."><al>Buiten de bebouwde kom: op de weg, met uitzondering van
                                            de bermen en door het college aangewezen plaats; </al></li><li nr="c."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide; </al></li><li nr="d."><al>op een andere door het college aangewezen plaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                    gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van
                                    de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk
                                    worden verwijderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.19</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen op of aan de weg of op het
                                    terrein van een ander: </al><lijst><li nr="a."><al>anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de
                                            eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die
                                            hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod
                                            in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk
                                            vindt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf
                                            nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft
                                            bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk
                                            acht en een aanlijn en muilkorfgebod in verband met het
                                            gedrag van die hond noodzakelijk vindt. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 2.4.17, aanhef en onder c, geldt voor
                                    het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien
                                    moet zijn van een optisch leesbaar, niet- verwijderbaar
                                    identificatiekenmerk in het oor of de buikwand. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het eerste lid wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>muilkorf: een muilkorf als bedoeld in artikel 1, onder
                                            d, van de Regeling agressieve dieren; </al></li><li nr="b."><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met
                                            een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet
                                            langer is dan 1,50 meter. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Regeling agressieve
                                    dieren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.20</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd buiten een inrichting in de zin van de
                                    Wet milieubeheer gedeelten van de gemeente of bepaalde plaatsen
                                    aan te wijzen waar het ter voorkoming of opheffing van overlast
                                    of schade aan de openbare gezondheid verboden is daarbij
                                    aangeduide dieren:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben; dan wel </al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door hen ter voorkoming of opheffing van overlast of
                                            schade aan de openbare gezondheid gestelde regels; dan
                                            wel </al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven of mede is aangegeven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                    plaats een daarbij aangeduid dier of daarbij aangeduide dieren
                                    aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te hebben anders dan met
                                    inachtneming van de door het college gestelde regels, dan wel
                                    aanwezig te hebben tot een groter aantal dan door het- college
                                    is aangegeven. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de
                                    gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde
                                    verbod. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.21</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.22</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend
                                weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een
                                deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
                                maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan
                                bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.23</nr><titel>Duiven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat die
                                    duiven niet kunnen uitvliegen tussen 8.00 uur en 18.00 uur in
                                    een door het college te bepalen tijdvak dat ligt tussen 1 maart
                                    en 1 juni. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gesteld gebod. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale
                                    ophokverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.24</nr><titel>Bijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bijen te houden: </al><lijst><li nr="a."><al>binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere
                                            gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></li><li nr="b."><al>binnen een afstand van 30 meter van de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op een
                                    afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een
                                    afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger
                                    als noodzakelijk is om het laag uit en invliegen van de bijen te
                                    voorkomen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    niet voorzover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen of
                                    gebouwen als bedoeld in dat lid. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt
                                    niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                    door het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5:</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de
                                        algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437,
                                        eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht; </al></li><li nr="b."><al>verkoopregister: het aantekening houden van het verkopen of
                                        op andere wijze overdragen van alle gebruikte en ongeregelde
                                        goederen door de handelaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.2</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij
                                    onverwijld: </al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                            goed; </al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed; </al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen -
                                            voorzover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van
                                            het goed; </al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed; e. de naam en het adres van degene die het
                                            goed heeft verkregen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                    verplichtingen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.3</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter, eerste lid, van
                                    het Wetboek van Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht: </al><lijst><li nr="a."><al>wanneer hij overeenkomstig het bepaalde in artikel 437 ter,
                                        tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de burgemeester
                                        of de door deze aangewezen ambtenaar er schriftelijk van in
                                        kennis stelt dat hij van het opkopen een beroep of gewoonte
                                        maakt, daarbij tevens schriftelijk opgave te doen van zijn
                                        woonadres en van het volledig adres van elke lokaliteit door
                                        hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik genomen;
                                    </al></li><li nr="b."><al>de onder a bedoelde functionaris onder aanbieding van zijn
                                        register(s) onverwijld doch in ieder geval binnen drie
                                        dagen, schriftelijk in kennis te stellen van een verandering
                                        van zijn woonadres, zomede van het adres of de adressen van
                                        een bij hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik
                                        zijnde lokaliteit; </al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van de lokaliteit waar de onderneming is
                                        gevestigd een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard
                                        van de onderneming duidelijk zichtbaar voorkomen; </al></li><li nr="d."><al>indien hij in de gelegenheid is enig goed te verkrijgen
                                        waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat het van
                                        misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is
                                        gegaan, hiervan onverwijld kennis te geven aan de onder a
                                        bedoelde functionaris; </al></li><li nr="e."><al>zijn administratie op eerste aanvraag ter inzage te geven
                                        aan de burgemeester of een daartoe door de burgemeester
                                        aangewezen ambtenaar; </al></li><li nr="f."><al>wanneer hij heeft opgehouden van het opkopen een beroep of
                                        gewoonte te maken, onderscheidenlijk het beroep van
                                        handelaar niet langer uitoefent, de onder a bedoelde
                                        functionaris hiervan onverwijld doch in ieder geval binnen
                                        drie dagen schriftelijk in kennis te stellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.4</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>Het is de handelaar of een voor hem handelend persoon verboden enig
                                door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen dat het
                                onder zijn berusting is, over te dragen of daarin enige wijziging
                                aan te brengen tenzij deze wijziging van geen invloed is op de
                                herkenbaarheid van het goed.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.5</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de houder van een horecabedrijf verboden toe te laten dat
                                    een handelaar of een voor hem handelend persoon in die
                                    inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere
                                    wijze overdraagt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>horecabedrijf: het bedrijf als bedoeld in artikel
                                            2.3.1.1, eerste en tweede lid; </al></li><li nr="b."><al>houder: de houder als bedoeld in artikel 2.3.1.1, vierde
                                            lid.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6:</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:</al><al>Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.2</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of
                                    nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan
                                    wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder
                                    een vergunning van het college van de gemeente waar het bedrijf
                                    is of zal worden gevestigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd in het belang van de openbare orde en in het belang
                                    van het voorkomen of beperken van overlast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.3</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op of aan de weg of op een
                                    voor publiek toegankelijke plaats te bezigen indien zulks
                                    gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7:</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7.1</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8:</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8.1</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                                besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
                                groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze
                                personen het bepaalde in artikel 2.1.1.1, 2.1.2.2, 2.1.3.1, 2.1.5.1,
                                2.1.5.2, 2.1.6.4, 2.1.6.7, 2.2.2, 2.2.3, 2.26, 2.3.1.7, 2.4.7,
                                2.4.8, 2.4.9, 2.4.10, 2.6.3 en 5.5.1 van de Algemene plaatselijke
                                verordening Oss 2007 groepsgewijs niet naleven.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9:</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9.1</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10:</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10.1</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet
                                besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur
                                ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><structuurtekst><al>Paragraaf 1: Begripsomschrijvingen</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van
                                    seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; </al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten
                                    van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; </al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                    ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                    bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                    vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder
                                    een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                    seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of
                                    een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                    erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;
                                </al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                    rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                    bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats
                                    dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend; </al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                    waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard
                                    aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd; </al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon
                                    of rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf
                                    exploiteert en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon
                                    of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen;
                                </al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                    onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een seksinrichting
                                    of escortbedrijf; </al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                    uitzondering van: </al><lijst><li nr="1."><al>de exploitant; </al></li><li nr="2."><al>de beheerder; </al></li><li nr="3."><al>de prostituee; </al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;
                                        </al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel
                                            6.2; </al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting
                                            wegens dringende redenen noodzakelijk is. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                            college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen
                            en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de
                            Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3.3.2 genoemde belangen, kan het college
                            over de uitoefening de bevoegdheden in dit hoofdstuk nadere regels
                            vaststellen.</al><al>Paragraaf 2: Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                            dergelijke</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.1</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren
                                of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                geval vermeld: </al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant; </al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en </al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.2</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder: </al><lijst><li nr="a."><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                        ouderlijke macht of de voogdij; </al></li><li nr="b."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en </al></li><li nr="c."><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en de
                                beheerder niet: </al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                        Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met
                                        toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht
                                        ter beschikking gesteld; </al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot
                                        een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer
                                        door de rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of
                                        Aruba, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf
                                        waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige
                                        hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek
                                        van Strafvordering is toegelaten; </al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke
                                        uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een
                                        onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een
                                        andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid,
                                        onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede
                                        wegens overtreding van: </al><lijst><li nr="1."><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                                Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de
                                                Wet arbeid vreemdelingen;</al></li><li nr="2."><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242
                                                tot en met 249, 252, 250a (oud), 273f, 300 tot en
                                                met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van
                                                het Wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="3."><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6
                                                juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de
                                                Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="4."><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b
                                                van de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="5."><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                                weerkorpsen;</al></li><li nr="6."><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                                munitie.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                gesteld: </al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel
                                        74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of
                                        artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake
                                        rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro
                                        bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                        straf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt: </al><lijst><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                        datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning; </al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                        datum van de intrekking van deze vergunning. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen
                                exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                artikel 3.2.1, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat
                                hem terzake geen verwijt treft. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.3</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben
                                en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven: </al><lijst><li nr="a."><al>op maandag tot en met donderdag tussen 02.00 uur en 06.30
                                        uur; </al></li><li nr="b."><al>op vrijdag en zondag tussen 03.00 uur en 06.30 uur. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd orgaan kan door middel van een voorschrift als bedoeld
                                in artikel 1.4 voor een afzonderlijke seksinrichting andere
                                sluitingstijden vaststellen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3.2.4, eerste
                                lid, gesloten dient te zijn. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet voorzover
                                in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de op de Wet
                                milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.4</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3.3.2, tweede lid, genoemde belangen of
                                in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het
                                bevoegd bestuursorgaan: </al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3.2.3, eerste of
                                        tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen; </al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk
                                        de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het eerste
                                lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig artikel 3:42
                                Algemene wet bestuursrecht. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.5</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben,
                                zonder dat de ingevolge artikel 3.2.1 op de vergunning vermelde
                                exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe te zien dat
                                in de seksinrichting: </al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval
                                        de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de
                                        zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid),
                                        XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het
                                        Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet
                                        en in de Wet wapens en munitie; en </al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd
                                        met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                        Vreemdelingenwet bepaalde. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.6</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen
                                dan wel aan te lokken: </al><lijst><li nr="a."><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of
                                        gebieden; </al></li><li nr="b."><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde tijden.
                                    </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3.3.2, tweede lid, genoemde belangen
                                kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de
                                wegen en tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven
                                zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3.3.2, tweede lid,
                                genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een bevel is
                                gegeven als bedoeld in het derde lid bij besluit verbieden zich
                                gedurende bepaalde termijn, anders dan in een openbaar middel van
                                vervoer, te bevinden op of aan de wegen en op de tijden bedoeld in
                                het eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod indien
                                dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene
                                noodzakelijk is. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.7</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                            sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                            openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of delen
                            van de gemeente. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.8</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen: </al><lijst><li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende
                                            heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen,
                                            aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving in gevaar brengt; </al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.
                                </al></li></lijst><al>Paragraaf 3: Beslissingstermijn; weigeringsgronden</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.1</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                vergunning bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, binnen twaalf weken
                                na de dag waarop de aanvraag ontvangen is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf
                                weken verdagen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.2</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3.2.2 gestelde eisen; </al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of
                                            het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of
                                            leefmilieuverordening; </al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                            strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht
                                            of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen
                                            of de Vreemdelingenwet bepaalde. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, dan wel de
                                    aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3.2.6, eerste lid,
                                    kan worden geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde; </al></li><li nr="b."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast; </al></li><li nr="c."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            aantasting van de woon- en leefklimaat; </al></li><li nr="d."><al>in het belang van de veiligheid van personen of
                                            goederen; </al></li><li nr="e."><al>in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid;
                                        </al></li><li nr="f."><al>in het belang van de gezondheid of zedelijkheid; </al></li><li nr="g."><al>in het belang van de arbeidsomstandigheden van de
                                            prostituee.</al></li></lijst></li></lijst><al>Paragraaf 4: Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4.1</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3.2.1 op de
                                vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de seksinrichting
                                of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                bestuursorgaan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4.2</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3.2.1, tweede lid,
                                    onder b, het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf
                                    feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen
                                    een week na de feitelijke beëindiging van het beheer
                                    schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan. </al></li><li nr="2."><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3.3.2, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing. </al></li><li nr="3."><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten. </al></li></lijst><al>Paragraaf 5: Overgangsbepaling</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5.1</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het exploiteren van een bestaande seksinrichting of escortbedrijf
                                is het gestelde in artikel 3.2.1, eerste lid, niet van toepassing: </al><lijst><li nr="a."><al>gedurende 52 weken na het in werking treden daarvan; </al></li><li nr="b."><al>na afloop van de onder a gestelde termijn, indien de
                                        exploitant binnen deze termijn een aanvraag om vergunning
                                        als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, heeft ingediend,
                                        totdat op die aanvraag door het bevoegd bestuursorgaan een
                                        besluit is genomen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gedurende de periode bedoeld in het eerste lid, kan het bevoegd
                                bestuursorgaan met het oog op de in artikel 3.3.2, tweede lid,
                                genoemde belangen de exploitant aanschrijven tot het treffen van in
                                die aanschrijving vermelde voorzieningen. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3A</nr><titel>Toezicht op grow- en smartshops</titel></kop><structuurtekst><al>(Vastgesteld: raadsbesluit 14-10-2010)</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3A.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Growshop: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin
                                    bedrijfsmatig, of anders dan om niet, handelingen en
                                    werkzaamheden worden verricht die verband houden met, dan wel
                                    inherent zijn aan het exploiteren van hetgeen in het
                                    maatschappelijk verkeer wordt aangeduid als een growshop; het
                                    gaat hier zowel om groothandels- als om detailhandelszaken.</al></li><li nr="b."><al>Smartshop: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin
                                    bedrijfsmatig, of anders dan om niet, handelingen en
                                    werkzaamheden worden verricht die verband houden met, dan wel
                                    inherent zijn aan het exploiteren van hetgeen in het
                                    maatschappelijk verkeer wordt aangeduid als een smartshop; het
                                    gaat hier zowel om groothandels- als om detailhandelszaken.</al></li><li nr="c."><al>Exploitant: degene die een grow- of smartshop exploiteert op
                                    grond van het bepaalde in artikel 3A.2.</al></li><li nr="d."><al>Leidinggevende: de exploitant alsmede andere natuurlijke
                                    personen, die algemene of onmiddellijke leiding geven aan een
                                    grow- of smartshop.</al></li><li nr="e."><al>Bezoeker: iemand die in de grow- of smartshop aanwezig is, met
                                    uitzondering van de leidinggevende(n) en personen van wie de
                                    aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen
                                    noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3A.2</nr><titel>Exploitatie grow- of smartshop</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een grow- of smartshop te exploiteren zonder
                                vergunning van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het eerste lid
                                indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de vestiging of exploitatie van de grow- of smartshop in strijd is
                                met het geldende bestemmingsplan;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een leidinggevende de leeftijd van 21 jaar niet heeft bereikt;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een leidinggevende in enigerlei opzicht van slecht levensgedrag
                                is;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een leidinggevende onder curatele staat of is ontzet uit de
                                ouderlijke macht of voogdij;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de exploitant binnen vijf jaar voor de aanvraag om een vergunning
                                als bedoeld in eerste lid een grow- of smartshop heeft geëxploiteerd
                                die op grond van verstoring van de woon- en leefsituatie, dan wel op
                                grond van artikel 13b van de Opiumwet, gesloten is geweest.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3A.3</nr><titel>Vergunningaanvraag</titel></kop><al>Bij een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3A.2 moeten
                            ten minste de volgende gegevens worden ingediend:</al><lijst><li nr="a."><al>een origineel en recent uittreksel uit het handelsregister of
                                    het verenigingen- of stichtingenregister van de Kamer van
                                    Koophandel;</al></li><li nr="b."><al>een kopie van een geldige legitimatiebewijs van de
                                    leidinggevende(n);</al></li><li nr="c."><al>een verklaring omtrent gedrag van de leidinggevende(n), die
                                    uiterlijk drie maanden voor de datum van de aanvraag is
                                    afgegeven;</al></li><li nr="d."><al>een kopie van het arbeidscontract van de leidinggevende(n);</al></li><li nr="e."><al>een kopie van een koop- of huurakte van het pand waarin de grow-
                                    of smartshop zal zijn gevestigd;</al></li><li nr="f."><al>plattegrondtekeningen (schaal 1:100) van het pand waarin de
                                    grow- of smartshop zal zijn</al></li></lijst><al>gevestigd;</al><lijst><li nr="g."><al>een situatietekening van de kadastrale ligging van het pand
                                    waarin de grow- of smartshop zal zijn gevestigd;</al></li><li nr="h."><al>een ingevuld formulier ten behoeve van de Wet bevordering
                                    integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, inclusief
                                    de daarbij behorende bescheiden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3A.4</nr><titel>Afwijking sluitingsuur; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid,
                                zedelijkheid, of gezondheid of in geval van bijzondere
                                omstandigheden, te zijner beoordeling, voor één of meerdere grow- of
                                smartshops tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of
                                tijdelijke sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover artikel 13b van
                                de Opiumwet van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3A.5</nr><titel>Aanwezigheid bezoekers in gesloten grow- of smartshop</titel></kop><al>Het is bezoekers verboden in een grow- of smartshop aanwezig te zijn
                            gedurende de tijd dat de grow- of smartshop ingevolge de op de
                            exploitatievergunning vermelde openingstijden of op grond van een
                            ingevolge artikel 3A.4 genomen besluit gesloten dient te zijn .</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3A.6</nr><titel>Aanwezigheid leidinggevende in geopende grow- of
                                smartshop</titel></kop><al>Het is verboden de grow- of smartshop geopend te hebben zonder dat een
                            op de vergunning vermelde leidinggevende aanwezig is.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1:</nr><titel>Geluid- en lichthinder</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit horeca-, sport- en
                                        recreatie-inrichtingen milieubeheer; </al></li><li nr="b."><al>inrichting: een inrichting als bedoeld in het Besluit; </al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft; </al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; </al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen. </al></li><li nr="f."><al>Besluit: het Besluit horeca-, sport- en
                                        recreatie-inrichtingen milieubeheer; </al></li><li nr="g."><al>inrichting: een inrichting als bedoeld in het Besluit; </al></li><li nr="h."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft; </al></li><li nr="i."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; </al></li><li nr="j."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorschriften 1.1.1., 1.1.5., 1.1.7. en 1.1.8. uit de bijlage
                                    behorende bij het Besluit gelden niet op ten hoogste 17 nader
                                    door burgemeester en wethouders ten behoeve van collectieve
                                    festiviteiten aan te wijzen dagen of dagdelen per
                                    kalenderjaar;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In een aanwijzing als in het eerste lid bedoeld, kan door
                                    burgemeester en wethouders worden bepaald, dat de voorschriften
                                    1.1.1, 1.1.5 en 1.1.7 en 1.1.8 uit de bijlage behorende bij het
                                    besluit niet gelden in de gehele gemeente of in één of meer van
                                    de volgende delen daarvan: Centrum van Oss, Schadewijk,
                                    Industrieterreinen-Zuid, Oss-Zuid, Krinkelhoek,
                                    Industrieterreinen-Noord, Ruwaard, Ussen, Buitengebied-Noord,
                                    Buitengebied-Zuid, Berghem, Haren, Macharen, Megen, Ravenstein,
                                    Herpen, Overlangel, Deursen en Dennenburg. De in het eerste lid
                                    bedoelde beperking van 17 dagen of dagdelen per kalenderjaar
                                    geldt voor een deel van de gemeente afzonderlijk. De indeling in
                                    genoemde delen van de gemeente is aangegeven op de als bijlage 2
                                    opgenomen plattegrond. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders publiceren, zo mogelijk tenminste
                                    vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar, in één of
                                    meer huis-aan-huisbladen welke festiviteiten binnen de gemeente
                                    of binnen een deel van de gemeente worden aangemerkt als
                                    collectieve festiviteiten in het nieuwe kalenderjaar;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan, wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    aanwijzen als een collectieve festiviteit als bedoeld in het
                                    eerste lid;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan houders van inrichtingen
                                    die zijn gelegen in het centrum van Oss, naast de in lid 1
                                    genoemde 17 dagen , voor ten hoogste 3 dagen of dagdelen per
                                    kalenderjaar vrijstelling verlenen van de voorschriften 1.1.1,
                                    1.1.5, 1.1.7 en 1.1.8 van de bijlage behorend bij het Besluit,
                                    indien zij een gezamenlijke melding ten behoeve van een
                                    collectieve festiviteit indienen bij de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een houder van een inrichting, wiens inrichting is
                                    gelegen in het centrum van Oss,zoals aangegeven in artikel 4.1.2
                                    lid 2, toegestaan maximaal 1 incidentele festiviteit per
                                    kalenderjaar te houden waarbij de voorschriften 1.1.1, 1.1.5,
                                    1.1.7 en 1.1.8 van de bijlage behorend bij het Besluit niet van
                                    toepassing zijn mits de houder van de inrichting ten minste vier
                                    weken voor de aanvraag van de festiviteit burgemeester en
                                    wethouders daarvan in kennis heeft gesteld en de kennisgeving
                                    voldoet aan de nadere regels zoals door het college van
                                    burgemeester en wethouders zijn vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een houder van een inrichting, wiens inrichting is
                                    gelegen in een ander deel van de gemeente dan het centrum van
                                    Oss, zoals aangegeven in artikel 4.1.2 lid 2, toegestaan
                                    maximaal 4 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden
                                    waarbij de voorschriften 1.1.1, 1.1.5, 1.1.7 en 1.1.8 van de
                                    bijlage behorend bij het Besluit niet van toepassing zijn mist
                                    de houder van de inrichting ten minste vier weken voor de
                                    aanvang van de festiviteit burgemeester en wethouders daarvan in
                                    kennis heeft gesteld en de kennisgeving voldoet aan de nadere
                                    regels zoals door het college van burgemeester en wethouders
                                    zijn vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan in incidentele gevallen toestemming verlenen
                                    om de eindtijd te verlengen waarop de geluidsvoorschriften van
                                    toepassing zijn mits voldaan wordt aan de nadere regels zoals
                                    door het college van burgemeester en wethouders zijn
                                    vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen een formulier vast voor het
                                    doen van de kennisgeving als bedoeld in het eerste en tweede
                                    lid. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht eerst dan te zijn gedaan wanneer
                                    het in het tweede lid bedoelde formulier, volledig en naar
                                    waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats zoals op
                                    dat formulier vermeld. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer
                                    burgemeester en wethouders op verzoek van de houder van een
                                    inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet
                                    te voorzien was, terstond toelaat. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>Het is verboden een incidentele festiviteit te organiseren, toe te
                                laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen indien de
                                burgemeester het organiseren van een incidentele festiviteit
                                verboden heeft wanneer naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in
                                de omgeving van de inrichting of openbare orde op ontoelaatbare
                                wijze wordt beïnvloed. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.5</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben
                                    of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een
                                    omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt
                                    veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 2.4.16, de Wet
                                    geluidhinder, de Zondagswet, het Vuurwerkbesluit of de
                                    Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2:</nr><titel>Afvalstoffen</titel></kop><structuurtekst><al>(Vervallen: raadsbesluit 14-10-2010)</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3:</nr><titel>Lozing en riolering</titel></kop><structuurtekst><al>(Vervallen)</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4:</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.1</nr><titel>Verontreiniging van de weg en van terreinen</titel></kop><al>(Vervallen: raadsbesluit 14-10-2010)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.2</nr><titel>Verontreiniging bij werkzaamheden op de weg</titel></kop><al>(Vervallen: raadsbesluit 14-10-2010)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.3</nr><titel>Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                                    drinkwaren</titel></kop><al>(Vervallen: raadsbesluit 14-10-2010)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.4</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.5</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op of aan de weg zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde inrichting
                                of plaats. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.6</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5:</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;
                                        </al></li><li nr="b."><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld,
                                            opnieuw op de stronk uitlopen; </al></li><li nr="c."><al>dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan
                                            van de houtopstand; </al></li><li nr="d."><al>knotten/kandalaberen: het tot op de oude snoeiplaats
                                            verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen,
                                            gekandalaberde bomen of leibomen als periodiek
                                            noodzakelijk onderhoud; </al></li><li nr="e."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente,
                                            vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de
                                            Boswet; </al></li><li nr="f."><al>iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel
                                            Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi
                                            (Buism.) C. Moreau); </al></li><li nr="g."><al>iepenspintkever: het insect, in elk
                                            ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus
                                            scolytus (F.) en Scolytus multistriatus (Marsh) en
                                            Scolytus pygmaeus. </al></li><li nr="h."><al>Boomwaarde: het getal dat wordt gevonden door toepassing
                                            van de rekenmethode Nederlandse Vereniging van Taxateurs
                                            van Bomen (NVTB). </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
                                    inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen
                                    die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van
                                    houtopstand ten gevolge kunnen hebben. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.2</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag
                                    houtopstand te vellen of te doen vellen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor: </al><lijst><li nr="a."><al>wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs
                                            landbouw gronden, beide voorzover bestaande uit
                                            niet-geknotte populieren of wilgen; </al></li><li nr="b."><al>vruchtbomen en windschermen om boomgaarden; </al></li><li nr="c."><al>fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te
                                            dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het
                                            bijzonder bestemde terreinen; </al></li><li nr="d."><al>kweekgoed; </al></li><li nr="e."><al>houtopstand die bij wijze van dunning moet worden
                                            geveld; </al></li><li nr="f."><al>houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het
                                            Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen
                                            is buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een
                                            zelfstandige eenheid vormt die: ofwel geen grotere
                                            oppervlakte beslaat dan 10 are; ofwel bestaat uit
                                            rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over
                                            het totale aantal rijen; </al></li><li nr="g."><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                            Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last
                                            van het college, zulks onverminderd het bepaalde in
                                            artikel 4.3.6. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid is voorts geen
                                    omgevingsvergunning vereist voor het vellen van bomen met een
                                    stamdiameter kleiner dan 40 cm gemeten op 1,30 meter hoogte
                                    boven maaiveld, met uitzondering van een houtwal en bomen die
                                    voorkomen op de gemeentelijke lijst van waardevolle bomen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.3</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning moet worden aangevraagd door of namens dan wel met
                                    toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door
                                    degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd
                                    is over de houtopstand te beschikken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer het bureau LASER aan het college een afschrift heeft
                                    toegezonden van de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2
                                    van de Boswet, beschouwt het college dit afschrift mede als een
                                    vergunningaanvraag. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.3a</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr/><al>1.De vergunning kan in elk geval worden geweigerd dan wel onder
                                    voorschriften verlenen op grond van: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Cultuurhistorische waarden; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Landschappelijke waarden; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Waarden van stads- en dorpsschoon; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Natuur- en milieuwaarden;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Waarden voor recreatie en leefbaarheid; </al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>Boomwaarde; </al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>Mate van negatieve beïnvloeding primaire functie; </al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>Mate van overlast en/of gevaar. </al><al>2.Het college verwijst hierbij zoveel mogelijk naar
                                    gemeentelijke bestemmingsplannen en groenplannen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.5</nr><titel>Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren
                                    het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en
                                    overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen moet
                                    worden herplant. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan
                                    kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                    herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.6</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                    deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het
                                    bevoegd gezag is geveld dan wel op andere wijze tenietgegaan,
                                    kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond
                                    waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit
                                    anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
                                    verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hen
                                    te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd,
                                    dan kan daarbij worden bepaald binnen welke termijn na de
                                    herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                    deze afdeling van toepassing is, ernstig in het voortbestaan
                                    wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk
                                    gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan
                                    wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van
                                    voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om
                                    overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door
                                    hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die
                                    bedreiging wordt weggenomen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en
                                    met derde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is
                                    verplicht daaraan te voldoen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien herplant niet tot de mogelijkheden behoort, dan wel om
                                    andere redenen niet wenselijk is, kan het bevoegd gezag van de
                                    zakelijk gerechtigden van de grond waarop zich de bomen bevinden
                                    dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van
                                    voorzieningen bevoegd is, een financiële compensatie verlangen
                                    in het belang van de instandhouding van het bomenbestand. De
                                    hoogte van de financiële compensatie kan gelijk zijn aan de
                                    boomwaarde conform de rekenmethode Nederlandse Vereniging van
                                    Taxateurs van Bomen (NVTB). </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.7</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Het college beslist op een verzoek om schadevergoeding op grond van
                                artikel 17 van de Boswet. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.8</nr><titel>Bestrijding iepziekte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar
                                    het oordeel van het college gevaar opleveren voor verspreiding
                                    van de iepziekte of voor vermeerdering van iepenspintkevers, is
                                    de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is
                                    aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te
                                    stellen termijn: </al><lijst><li nr="a."><al>indien de iepen in de grond staan, deze te vellen; </al></li><li nr="b."><al>de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen;
                                        </al></li><li nr="c."><al>of de niet-ontschorste iepen of delen daarvan te
                                            vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding
                                            van de iepziekte wordt voorkomen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan, met uitzondering
                                    van geheel ontschorst iepenhout en iepenhout met een doorsnede
                                    kleiner dan 4 cm, voorhanden of in voorraad te hebben of te
                                    vervoeren. Het college kan ontheffing verlenen van dit verbod.
                                </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6:</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6.1</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer, in de openlucht, buiten de weg gelegen plaatsen
                                    aanwijzen waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van
                                    de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel
                                    voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden is
                                    een of meer van de volgende daarbij nader aangeduide, voorwerpen
                                    of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben,
                                    anders dan met inachtneming van de door hen gestelde
                                    regels:</al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;
                                        </al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;
                                        </al></li><li nr="c."><al>caravans, kampeerwagens, boten, tenten en andere
                                            dergelijke, gewoonlijk voor recreatieve doeleinden
                                            gebezigde voorwerpen, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel; </al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                            metalen; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het eerste lid wordt onder weg verstaan, hetgeen daaronder
                                    verstaan wordt in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een
                                    door hen aangeduid voorwerp of stof:</al><lijst><li nr="a."><al>op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben;</al></li><li nr="b."><al>op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben anders
                                            dan met inachtneming van de door hen gestelde regels.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet op de Ruimtelijke
                                    Ordening of de Provinciale Verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6.1a</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder: </al><lijst><li nr="a."><al>meststoffen: meststoffen als bedoeld in artikel 1 van de
                                            Meststoffenwet; </al></li><li nr="b."><al>emissiearm aanwenden: gebruiken van meststoffen op de
                                            wijze die is aangegeven in de bij het Besluit gebruik
                                            meststoffen behorende bijlage II, met dien verstande
                                            echter dat onder 3, punt a onder 2e gelezen moet worden:
                                            'tijdens het uitrijden van de mest deze gelijktijdig
                                            wordt ondergewerkt'; </al></li><li nr="c."><al>grond: bouwland, maïsland en grasland. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het Besluit gebruik meststoffen is
                                    het verboden op gronden meststoffen uit te rijden, op te
                                    brengen, te doen uitrijden of te doen opbrengen op zaterdag,
                                    zondag en op de volgende feest en gedenkdagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    voorzover de mest emissiearm, als bedoeld in dit artikel, wordt
                                    aangewend. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van de in het tweede lid
                                    gestelde verboden. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Vervoer van meststof als dunne mest dient te geschieden in
                                    volledig gesloten transportmiddelen die in een zindelijke staat
                                    verkeren. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6.2</nr><titel>Vergunningsplicht handelsreclame</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan een
                                    onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp
                                    van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan
                                    ook, die vanaf de weg zichtbaar is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor onverlichte: </al><lijst><li nr="a."><al>opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het
                                            inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet
                                            kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de weg;
                                        </al></li><li nr="b."><al>opschriften of aankondigingen op of aan onroerende
                                            zaken, daartoe aangewezen door de overheid; </al></li><li nr="c."><al>opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m2 en de
                                            langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben
                                            op:</al><lijst><li nr="§"><al>een openbare verkoping of een aanbieding ter
                                                  verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende
                                                  zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis
                                                  hebben;</al></li><li nr="§"><al>het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of
                                                  op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of
                                                  waarvoor die zaak is bestemd; </al></li></lijst></li><li nr="d."><al>opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van
                                            in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van
                                            degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het
                                            bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn
                                            aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde
                                            bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijke
                                            betekenis hebben; </al></li><li nr="e."><al>opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken
                                            dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn
                                            aangebracht ten dienste van dat vervoer. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor opschriften of
                                    aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij
                                    feitelijke betekenis hebben, mits: </al><lijst><li nr="a."><al>van het aanbrengen ervan tevoren schriftelijk
                                            kennisgeving is gedaan aan het college; </al></li><li nr="b."><al>het college niet binnen twee weken na ontvangst van die
                                            kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken; </al></li><li nr="c."><al>deze opschriften of aankondigingen niet langer dan negen
                                            weken op de onroerende zaak aanwezig zijn. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden door een opschrift, aankondiging of afbeelding
                                    als bedoeld in het tweede en derde lid de veiligheid van het
                                    verkeer in gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving
                                    te veroorzaken. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al>indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand; </al></li><li nr="b."><al>in het belang van de verkeersveiligheid; </al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                            overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen
                                            onroerende zaak. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                            daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                            Provinciale landschapsverordening; </al></li><li nr="b."><al>De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder a, geldt
                                            niet voor bouwwerken; </al></li><li nr="c."><al>De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder c, geldt
                                            niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                            voorzien door de Wet milieubeheer. </al></li></lijst></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1:</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>weg: de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder b,
                                        van de Wegenverkeerswet 1994; </al></li><li nr="b."><al>voertuigen: alle voertuigen met uitzondering van: </al><lijst><li nr="1."><al>treinen en trams; </al></li><li nr="2."><al>fietsen, bromfietsen; </al></li><li nr="3."><al>invalidenvoertuigen in de zin van het Reglement
                                                verkeersregels en verkeerstekens 1990; </al></li><li nr="4."><al>kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine
                                                voertuigen, rolstoelen; </al></li></lijst></li><li nr="c."><al>parkeren: het laten stilstaan van een voertuig, anders dan
                                        gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot
                                        het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor
                                        het onmiddellijk laden of lossen van goederen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            met een straal van 25 meter met als middelpunt een dezer
                                            voertuigen; dan wel </al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                    verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen; </al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen tegen betaling. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet
                                    gerekend: </al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                            worden verricht die in totaal niet meer dan een uur
                                            vergen, zulks gedurende de tijd die nodig is voor en
                                            gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; </al></li><li nr="b."><al>voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de in
                                            het eerste lid genoemde persoon. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.2a</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college aangewezen wegen of
                                    weggedeelten een voertuig te parkeren met het kennelijke doel
                                    het te koop aan te bieden of te verhandelen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van dit verbod verlenen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.3</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.4</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuigwrak op de weg te plaatsen of te
                                    hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder voertuigwrak wordt verstaan: een voertuig dat rijtechnisch
                                    in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk
                                    verwaarloosde toestand verkeert. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.5</nr><titel>Caravans e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, camper,
                                    magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk
                                    voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of
                                    mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd: </al><lijst><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen
                                            of te hebben op een door het college aangewezen weg,
                                            waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog
                                            op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of
                                            schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                                            gemeente; </al></li><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren,
                                            waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het
                                            uiterlijk aanzien van de gemeente. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                    aanhef en onder a, gestelde verbod. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                    Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.6</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.7</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter en/of een hoogte van meer
                                    dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen
                                    plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    voertuigen als bedoeld in artikel 5.1.5.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.8</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter en/of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.9</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen daar
                                    te parkeren waar bewoners of gebruikers van nabijgelegen
                                    gebouwen of terreinen daarvan hinder of overlast kunnen
                                    ondervinden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.10</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig, fiets of bromfiets te rijden door
                                    dan wel deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen
                                    of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing: </al><lijst><li nr="a."><al>op wegen, zoals bedoeld in artikel 5.1.1, onder a; </al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die nodig zijn en gebruikt worden ter
                                            uitvoering van werkzaamheden door of vanwege de
                                            overheid; </al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen
                                            op terreinen die mede of uitsluitend voor dit doel zijn
                                            bestemd. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid niet geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.11</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in
                                    het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter
                                    voorkoming of opheffing van overlast, dan wel ter voorkoming van
                                    schade aan de openbare gezondheid, verboden is fietsen of
                                    bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of
                                    plaatsen te laten staan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in
                                    onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand
                                    verkeren, op de weg te laten staan. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2:</nr><titel>Collecteren, venten, standplaatsen en snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.1</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan onder door hem te stellen voorschriften
                                    vrijstelling verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    voor inzamelingen die gehouden worden door daarbij aangewezen
                                    instellingen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.2</nr><titel>Venten e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college in de
                                    uitoefening van handel op of aan de weg of aan een openbaar
                                    water, aan een huis dan wel op een andere - al dan niet met
                                    enige beperking - voor het publiek toegankelijke en in de
                                    openlucht gelegen plaats goederen te koop aan te bieden, te
                                    verkopen of af te geven dan wel diensten aan te bieden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet: </al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van het te koop aanbieden, verkopen of
                                            afleveren van gedrukte of geschreven stukken waarin
                                            gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in
                                            artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. </al></li><li nr="b."><al>voor het aan de huizen van vaste afnemers afleveren van
                                            goederen door - of door huisgenoten of personeel van -
                                            hem die dit mede doet ter exploitatie van zijn winkel,
                                            bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; </al></li><li nr="c."><al>voor het te koop aanbieden of verkopen van goederen op
                                            de plaats die is aangewezen voor het houden van een
                                            markt, zulks gedurende de tijden waarop die markt
                                            gehouden wordt; </al></li><li nr="d."><al>voor het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen op een standplaats bedoeld in artikel 5.2.3.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde; </al></li><li nr="b."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast; </al></li><li nr="c."><al>in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid;
                                        </al></li><li nr="d."><al>wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel der gemeente redelijkerwijs te
                                            verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
                                            een redelijk verzorgingsniveau voor de consumenten ter
                                            plaatse in gevaar komt. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.3</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan de
                                    weg of aan een openbaar water dan wel op een andere - al dan
                                    niet met enige beperking - voor publiek toegankelijke en in de
                                    openlucht gelegen plaats: </al><lijst><li nr="a."><al>met een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander
                                            middel een standplaats in te nemen of te hebben teneinde
                                            in de uitoefening van de handel goederen te koop aan te
                                            bieden dan wel diensten aan te bieden; </al></li><li nr="b."><al>anderszins goederen uit te stallen of uitgestald te
                                            hebben om deze te koop aan te bieden, te verkopen of te
                                            verstrekken aan publiek. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan,
                                    dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt
                                    of is ingenomen of goederen worden of zijn uitgestald als
                                    bedoeld in het eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid, onder b, gestelde verbod geldt niet ten
                                    aanzien van het uitgestald hebben van gedrukte of geschreven
                                    stukken waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard als
                                    bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet op
                                    de plaats die is aangewezen voor het houden van een markt, zulks
                                    gedurende de tijden dat de markt gehouden wordt, voor een
                                    evenement als bedoeld in artikel 2.2.1, of voor het organiseren
                                    van een markt als bedoeld in artikel 5.2.4.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde; </al></li><li nr="b."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast; </al></li><li nr="c."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand; </al></li><li nr="d."><al>in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid;
                                        </al></li><li nr="e."><al>wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel der gemeente redelijkerwijs te
                                            verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
                                            een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter
                                            plaatse in gevaar komt; </al></li><li nr="f."><al>vanwege de strijd met een geldend bestemmingsplan. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                            daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                            beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal
                                            wegenreglement.</al></li><li nr="b."><al>De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder b, geldt
                                            niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                            voorzien door de Wet milieubeheer; </al></li><li nr="c."><al>De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder c, geldt
                                            niet voor bouwwerken. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college houdt de beslissing op een aanvraag voor een
                                    standplaatsvergunning aan, indien de aanvraag een activiteit
                                    betreft waarvoor tevens een vergunning als bedoeld in artikel
                                    8.1 van de Wet milieubeheer is vereist en indien geen toepassing
                                    kan worden gegeven aan het vijfde lid, tot de dag waarop de
                                    beslissing over de Wet-milieubeheervergunningaanvraag is
                                    genomen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.4</nr><titel>Snuffelmarkten e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester: </al><lijst><li nr="a."><al>in of op een - al dan niet met enige beperking - voor
                                            het publiek toegankelijk gebouw of plaats een markt te
                                            organiseren of toe te laten, waar ter plaatse aanwezige
                                            goederen worden verhandeld; </al></li><li nr="b."><al>toe te laten, te bevorderen of er gelegenheid toe te
                                            geven, dat in of op een - al dan niet met enige
                                            beperking - voor publiek toegankelijk gebouw of plaats
                                            met een kraam, een tafel of enig ander dergelijk middel
                                            standplaats wordt of is ingenomen om goederen aan
                                            publiek aan te bieden, te verkopen of te verstrekken.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend geheel en
                                    voortdurend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik
                                    zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde; </al></li><li nr="b."><al>in het belang van een krachtens de Gemeentewet
                                            ingestelde markt. </al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3:</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.1</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden zonder vergunning van het college een voorwerp, niet
                                    zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen,
                                    aan te brengen of te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op
                                    voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop
                                    gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te
                                    brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving,
                                    constructie of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de
                                    bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en
                                    veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het
                                    doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verboden in het eerste en derde lid gelden niet voorzover in
                                    de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek
                                    van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening, de
                                    Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.2</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water: </al><lijst><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                            orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
                                            aanzien van de gemeente; </al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of
                                    de Provinciale landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.3</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5.3.2
                                    bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                    de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of
                                    de Provinciale landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.4</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens de artikelen 5.3.2, tweede
                                lid, en 5.3.3 bepaalde. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.5</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    vaarten, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.6</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.7</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement,
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.8</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.
                                </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4:</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4.1</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                    bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd
                                    dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of
                                    proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te
                                    nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het
                                    kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van
                                    toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik
                                    van deze terreinen: </al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast; </al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden; </al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de
                                            in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van
                                            het publiek. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg
                                    verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                    het Besluit geluidproductie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4.2</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, Reglement
                                    verkeersregels en verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld
                                    in artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens 1990 of met een fiets of een paard. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                    lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij
                                    regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen: </al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast; </al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                            milieuwaarden; </al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het publiek. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                    motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                    paarden: </al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                            lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                                            door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten; </al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de door het college aangewezen plaatsen;
                                        </al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                            wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; </al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                            percelen gelegen binnen de door het college aangewezen
                                            plaatsen; </al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d bedoelde personen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet: </al><lijst><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
                                            van de Wegenverkeerswet 1994; </al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                            'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien
                                            van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening
                                            zijn aangewezen als 'toestel'. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5:</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.5.1</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover het betreft: </al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                            dergelijke; </al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                            geen afvalstoffen worden verbrand; </al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden, voorzover dat geen
                                            gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ontheffing kan worden geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde; </al></li><li nr="b."><al>ter bescherming van de woon- en leefomgeving; </al></li><li nr="c."><al>ter bescherming van de flora en de fauna. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor het
                                    aanleggen, stoken of hebben van een vuur op terreinen buiten de
                                    bebouwde kom, indien wordt volstaan aan de volgende
                                    voorwaarden:</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Het voornemen om te stoken moet van te voren zijn gemeld aan het
                                    college van het college op de door hen vastgestelde wijze; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Het stoken mag niet plaatsvinden op zon- en feestdagen; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Het op te stoken materiaal mag uitsluitend bestaan uit droog
                                    snoeihout, vrijgekomen bij het onderhoud van erfbeplanting;</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Het stoken mag uitsluitend plaatsvinden in de maanden april, mei
                                    en november/ </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Het college kunnen nadere voorwaarden stellen aan het
                                    stoken.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.
                                </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6:</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6.1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6.2</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op: </al><lijst><li nr="a."><al>verharde delen van de weg; </al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen;
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het
                                    eerste lid asverstrooiing plaatsvindt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6.3</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden. </al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>1.Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en
                            de op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen
                            wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete
                            van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met
                            openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>1.Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast: </al><lijst><li nr="·"><al>Milieu-inspecteurs,</al></li><li nr="·"><al>Reinigingscontroleurs,</al></li><li nr="·"><al>Hondenwachters,</al></li><li nr="·"><al>Toezichthouders openbare ruimte,</al></li><li nr="·"><al>Handhavers openbare ruimte,</al></li><li nr="·"><al>Inspecteurs bouw- en woningruimte,</al></li><li nr="·"><al>Parkeerwachters,</al></li></lijst><al>die in dienst zijn bij de gemeente Oss, ieder voor zover het hun
                            taakgebied betreft.</al><al>2.Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                            krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel
                            de burgemeester aan te wijzen personen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al> Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner. <vet>Artikel 6.4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude
                                verordening</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die
                                    waarop zij is bekendgemaakt. </al></li><li nr="2."><al>De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente voor de
                                    gemeente Oss 2007 wordt ingetrokken. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vergunningen en ontheffingen - hoe ook genaamd - verleend krachtens
                                verordeningen bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, blijven - indien
                                en voorzover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing
                                betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening en voorzover zij
                                niet eerder zijn vervallen of ingetrokken, van kracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens verordeningen
                                bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, blijven - indien en voorzover de
                                bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en bepalingen zijn
                                opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voorzover zij niet
                                eerder zijn vervallen of ingetrokken, van kracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om een vergunning of ontheffing - hoe ook genaamd - op
                                grond van een verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, is
                                ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop de
                                overeenkomstige bepaling van de onderhavige verordening toegepast.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een
                                vergunning of ontheffing, bedoeld in het eerste lid, dan wel een
                                voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of na
                                het tijdstip bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, is ingekomen binnen
                                de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing
                                van de verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, blijft een
                                vergunning of ontheffing - hoe ook genaamd - van kracht, totdat
                                onherroepelijk is beslist op een aanvraag voor een, krachtens een in
                                deze verordening overeenkomstig opgenomen gebod of verbod vereiste,
                                vergunning of ontheffing, indien deze aanvraag ten minste acht weken
                                voor afloop van de in het eerste lid genoemde termijn bij het
                                bevoegde bestuursorgaan is ingediend. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Gebods- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of ontheffing
                                vereist is krachtens deze verordening en niet voorkomend in een
                                verordening als bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, zijn niet van
                                toepassing: </al><lijst><li nr="a."><al>gedurende 13 weken na het in werking treden van deze
                                        verordening; </al></li><li nr="b."><al>ook na de onder a. bepaalde termijn, voorzover degene die de
                                        vergunning of ontheffing nodig heeft, binnen deze termijn
                                        een aanvraag heeft ingediend, totdat onherroepelijk op deze
                                        aanvraag is beslist. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid,
                                heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die
                                verordening genomen nadere regels, beleidsregels en
                                aanwijzingsbesluiten, indien en voorzover de rechtsgrond waarop de
                                aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze
                                verordening en voorzover zij niet eerder zijn vervallen of
                                ingetrokken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al> Deze verordening wordt aangehaald als: “Algemene plaatselijke
                            verordening Oss 2010”, </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 1 juli 2010.</ondertekening><ondertekening>De gemeenteraad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>De griffier, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>