<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR5297_5</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerlen</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-07-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerlen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad Parkstad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening Heerlen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Awb</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-06-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-07-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-11-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling (tevens intrekking Algemene subsidieverordening)</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2007/702</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Actieregeling Buurtgericht werken</al><al>Beleidsregel subsidiëring EHBO-verenigingen</al><al>Beleidsregel subsidiëring kindervakantiewerk</al><al>Beleidsregel subsidiëring open jeugdwerk</al><al>Beleidsregel maatschappeljike participatie</al><al>Beleidsregels subsidiering verenigingen welzijn</al><al>Beleidsregel loonkostensubsidie Wet werk en bijstand 2008</al><al>Beleidsregels sportactiviteiten</al><al>Subsidieverordening gevelverbetering Willemstraat en Kempkensweg Heerlen</al><al>Subsidieverordening gevelverbetering en maken woonruimte boven bestaande bedrijfsruimten Heerlen Centrum</al><al>Cofinanciering Limburgse Energie Subsidie voor sportverenigingen</al><al>Beleidsregels inzet Automatische Externe Defibrillatoren (AED) in Heerlen</al><al>Tijdelijke Subsidieregeling Nieuwe Energie 0809</al><al>Stimulering voorbeeldprojecten Nieuwe Energietechnieken</al><al>Beleidsregels subsidiëring evenementen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Algemene subsidieverordening 2007
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>Algemene subsidieverordening</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>ALGEMENE SUBSIDIE VERORDENING HEERLEN met bijbehorende toelichting</al>
          <al> en de daarmee samenhangende</al>
          <al>
            <vet>VERVOLGPROCEDURE</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>INLEIDENDE EN ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</al>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>Accountantsverklaring</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al>Een verklaring omtrent het onderzoek van een registeraccountant of een
                        accountant-administratieconsulent naar de juistheid, tijdigheid,
                        volledigheid en getrouwheid van de verstrekte informatie over de verleende
                        subsidie; alsmede naar de rechtmatige besteding van de toegekende
                        subsidie.</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>Accres</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al>Bij de vaststelling van het subsidiebedrag bij de beschikking tot
                        subsidieverlening en subsidievaststelling wordt een rekenfactor gehanteerd,
                        het accres, ter compensatie van loon en prijsstijgingen ten opzichte van het
                        vorige boekjaar. De beleidsregels, neergelegd in het Accresbeleid van de
                        Gemeente Heerlen zijn daarbij van toepassing.</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>Activiteit</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al>Een samenhangend geheel van werkzaamheden dat door de aanvrager zal worden
                        uitgevoerd en dat naar het oordeel van het bestuur, gezien het
                        maatschappelijk effect, in aanmerking komt voor subsidie. </al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>Activiteitenplan</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al>Naast het genoemde in art.4:62 Awb bevat het plan tevens een overzicht van
                        voorgenomen prestaties, zo mogelijk vertaald naar meetbare producten en de
                        relatie van de voorgenomen prestaties met het gemeentelijk beleid.</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>Activiteitenverslag</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al> Zoals bedoeld in art. 4:80 Awb.</al>
            <al>
              <cursief>f. </cursief>
              <vet>
                <cursief>Awb</cursief>
              </vet>.</al>
            <al> Algemene wet bestuursrecht.</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>Begroting</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al> Een raming van baten en lasten.</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>Beleidsregel</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al> Zoals bedoeld in art. 1:3 lid 4 Awb</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>Bestuursorgaan</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al> De raad dan wel het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente
                        Heerlen</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>Boekjaar</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al> Een boekjaar is gelijk aan een kalenderjaar.</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>College</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al> Het College van burgemeester en wethouders van de Gemeente Heerlen.</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>Eigen vermogen</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al> Het verschil tussen bezittingen en schulden. </al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>Prestatie</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al> In meetbare eenheden omschreven resultaten.</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>Raad</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al> De raad van de Gemeente Heerlen</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>Rechtspersoon</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al>Een rechtspersoon als bedoeld in het Burgerlijk Wetboek, Boek 2; titel 2
                        (verenigingen) en titel 6 (stichtingen), die zich de behartiging van de
                        belangen van ideële en/of materiële aard van (of een deel van) de inwoners
                        van Heerlen ten doel stelt.</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>Rechtspersoon met volledige
                        rechtsbevoegdheid</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al> Een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid conform art. 2:27 BW en
                        art. 2:289 BW.</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>Reserves</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al>Vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die,
                        bedrijfseconomisch gezien, vrij besteedbaar zijn. De egalisatiereserve is
                        bedoeld om fluctuaties in de kosten op te vangen, de bestemmingsreserve is
                        gelieerd aan een bepaalde bestemming.</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>Subsidie</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al> Art.4:21 Awb, eerste lid.</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>Subsidiebeschikking</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al> Een door het college genomen besluit tot:</al>
            <al>het verlenen van een subsidie;</al>
            <al>het afwijzen van een verzoek om subsidie;</al>
            <al>het definitief vaststellen van een subsidie;</al>
            <al>het intrekken of wijzigen van een besluit tot subsidieverlening of
                        subsidievaststelling;</al>
            <al>het verlenen van voorschotten.</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>Subsidieperiode</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al>Het in de beschikking tot subsidieverlening en/of uitvoeringsovereenkomst
                        bepaalde respectievelijk overeengekomen tijdvak waarvoor de subsidie is
                        verstrekt. De subsidies van structurele aard worden voor een boekjaar of
                        voor een aantal boekjaren verstrekt. </al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>Subsidieplafond</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al> Zoals bedoeld in art. 4:22 Awb.</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>Subsidievaststelling</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al>De beschikking waarbij het bedrag van de subsidie wordt vastgesteld en dat
                        een onvoorwaardelijke aanspraak geeft op betaling van dat bedrag. Het is de
                        juridisch afronding van de subsidieverstrekking. </al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>Subsidieverlening</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al>De beschikking die voorafgaand aan de subsidiabele activiteit wordt gegeven,
                        waarbij een omschrijving van te leveren prestaties, de maximale hoogte van
                        het subsidiebedrag en de aan de subsidie verbonden verplichtingen worden
                        meegedeeld.</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>Subsidieverstrekking</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al>De verzamelterm voor het toekennen van subsidie wat zowel subsidieverlening
                        als subsidievaststelling omvat.</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>Uitvoeringsovereenkomst
                        (subsidieovereenkomst)</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al>De overeenkomst die in de zin van artikel 4:36 Awb tussen de
                        subsidieontvanger en het gemeentebestuur wordt gesloten ter nadere
                        uitwerking van de in de beschikking tot subsidieverlening genoemde
                        elementen, waarin de wederzijdse afspraken worden vastgelegd.</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>Voorziening</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al> Een voorziening als bedoeld in artikel 374, eerste lid van Boek 2 BW.</al>
            <al>Artikel 2 Reikwijdte verordening</al>
            <al>Deze algemene verordening is van toepassing op het verstrekken van subsidie
                        voor het verrichten van activiteiten op alle gemeentelijke beleidsterreinen
                        waaronder:</al>
            <al>welzijn</al>
            <al>jeugdbeleid</al>
            <al>maatschappelijke zorg</al>
            <al>gezondheidszorg</al>
            <al>sport en recreatie</al>
            <al>cultuur</al>
            <al>evenementen</al>
            <al>media</al>
            <al>lokaal onderwijsbeleid</al>
            <al>werk en inkomen</al>
            <al>milieu- en technologiebeleid</al>
            <al>natuurbehoud</al>
            <al>wijkbeheer</al>
            <al>stadsontwikkeling en -vernieuwing</al>
            <al>woningverbetering en -aanpassing</al>
            <al>huisvesting</al>
            <al>toerisme</al>
            <al>economische zaken</al>
            <al>zorg voor dieren</al>
            <al>openbare orde en veiligheid</al>
            <al>internationaal beleid</al>
            <al>verkeersveiligheid</al>
            <al>Het college kan besluiten dat deze verordening buiten toepassing blijft,
                        indien voor de te subsidiëren activiteiten subsidie wordt verstrekt door
                        bestuursorganen van andere overheden of additionele financiers.</al>
            <al>Voor zover een bijzondere subsidieverordening regels stelt met betrekking
                        tot een onderwerp, dat eveneens in deze verordening is geregeld, blijft de
                        betreffende bepaling van deze verordening buiten werking.</al>
            <al> Artikel 3 Bevoegdheidsverdeling</al>
            <al>Binnen door de raad vastgestelde begroting stelt het college de
                        subsidieplafonds vast voor de beleids(deel)terreinen ten behoeve van de
                        subsidieverstrekking.</al>
            <al>Het college, belast met de uitvoering van deze verordening, is bevoegd te
                        beschikken omtrent subsidies.</al>
            <al>Het college stelt beleidsregels vast voor bepaalde beleidsterreinen op basis
                        waarvan gesubsidieerd wordt.</al>
            <al>Het college kan voor het indienen van aanvragen en het verstrekken van
                        gegevens aanvraagformulieren vaststellen ten behoeve van de
                        subsidieverlening en subsidievaststelling.</al>
            <al>Artikel 4 Subsidiesoorten/vormen</al>
            <al>De volgende subsidiesoorten worden onderscheiden:</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>I</cursief>
              </vet>
              <vet>
                <cursief>
                                BUDGETSUBSIDIE</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al>Een subsidie waarbij de subsidieverstrekker de activiteiten die met de
                        subsidie worden verricht inhoudelijk wil sturen voorafgaande aan de
                        subsidieverlening op meetbare prestaties en resultaten.</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>II</cursief>
              </vet>
              <vet>
                <cursief>
                                WAARDERINGSSUBSIDIE</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al>Een van exploitatieresultaten onafhankelijke subsidie, bedoeld als
                        waardering om bepaalde activiteiten te ondersteunen of mogelijk te maken die
                        de subsidieverstrekker van belang acht, zonder deze naar aard en omvang te
                        willen beïnvloeden.</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>III</cursief>
              </vet>
              <vet>
                <cursief> DOELSUBSIDIE a.
                                Investeringssubsidie b. Evenementensubsidie c. Overige
                            </cursief>
              </vet>
            </al>
            <al>Een subsidie, niet zijnde een budgetsubsidie of waarderingssubsidie, die
                        wordt verstrekt met het. oog op een bepaald doel.</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>a.</cursief>
              </vet>
              <vet>
                <cursief>
                                Investeringssubsidie</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al>Een subsidie die voorziet in de kosten van aanleg, nieuwbouw, uitbreiding of
                        verbouw (renovatie) van een accommodatie. Onder accommodatie wordt verstaan
                        een gebouw of een andersoortige voorziening, inclusief de eerste,
                        noodzakelijke inrichting voor het primaire gebruik van de voorziening. </al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>b.</cursief>
              </vet>
              <vet>
                <cursief>
                                Evenementensubsidie</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al> Een subsidie voor een cultureel of sportevenement.</al>
            <al>
              <vet>
                <cursief>c.</cursief>
              </vet>
              <vet>
                <cursief> Overige
                                subsidies</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al> Doelsubsidies, voor zover niet genoemd onder a of b.</al>
            <al>Subsidies worden structureel of incidenteel verstrekt.</al>
            <al>Een<vet><cursief> incidentele subsidie </cursief></vet>wordt verstrekt voor
                        activiteiten met een eenmalig of experimenteel karakter. Deze subsidie kan
                        voor ten hoogste vier aaneensluitende kalenderjaren worden verstrekt. Een
                                <vet><cursief>structurele subsidie</cursief></vet> wordt verstrekt
                        voor jaarlijks terugkerende activiteiten.</al>
            <al>Subsidies kunnen voor één kalenderjaar of voor meerdere jaren worden
                        verstrekt.</al>
            <al>Artikel 5 Subsidiegerechtigden</al>
            <al>Subsidie wordt alleen verstrekt ten behoeve van activiteiten georganiseerd
                        door een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, die zich ten doel
                        stelt activiteiten te verrichten in het kader van in deze verordening
                        genoemde beleidsterreinen.</al>
            <al>Het college is bevoegd een subsidie te verstrekken, indien de aard van de te
                        verrichten activiteiten daartoe aanleiding geeft, aan natuurlijke personen,
                        aan een groep van natuurlijke personen, dan wel aan een rechtspersoon met
                        volledige rechtsbevoegdheid in oprichting. De in deze verordening opgenomen
                        bepalingen zijn, voor zover mogelijk, van overeenkomstige toepassing.</al>
            <al>Artikel 6 Maximale duur subsidieverlening</al>
            <al>Subsidie wordt in beginsel verleend voor een tijdvak van maximaal één
                        jaar.</al>
            <al>Het college kan een meerjarige subsidie verlenen, doch de maximale duur van
                        een</al>
            <al> subsidieperiode is vier jaar.</al>
            <al>Indien een meerjarige subsidie wordt verstrekt, wordt in de beschikking tot
                        subsidieverlening aangegeven op welk bedrag de subsidieaanvrager ieder jaar
                        recht heeft.</al>
            <al>Artikel 7 Criteria voor subsidieverstrekking</al>
            <al>Subsidie wordt slechts verleend indien de activiteiten waarvoor subsidie
                        wordt gevraagd een gemeentelijk belang dienen en in voldoende mate
                        overeenstemmen met de door de raad en het college geformuleerde
                        beleidsdoelstellingen en prioriteiten.</al>
            <al>De aanvrager dient te kunnen aantonen dat de verwachting gerechtvaardigd is,
                        dat de doelstellingen kunnen worden gerealiseerd met de ter beschikking
                        staande financiële middelen met inbegrip van de te verlenen subsidie en dat
                        er een effectieve en doelmatige werkwijze wordt toegepast.</al>
            <al>Indien de aanvrager zelf in de kosten van de activiteiten kan voorzien,
                        hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden of een combinatie
                        daarvan, wordt dit meegewogen in het besluit tot subsidieverstrekking.</al>
            <al>De activiteiten waarvoor subsidie gevraagd wordt, moeten open staan voor
                        personen binnen de doelgroep, waarbij binnen de doelgroep door de aanvrager
                        geen onderscheid gemaakt mag worden naar levensbeschouwing, ras of seksuele
                        voorkeur, tenzij dit onderscheid een emancipatorisch doel dient.</al>
            <al>Doelstelling en werkwijze van de subsidieontvanger mogen niet strijdig zijn
                        met het recht, het algemeen belang en/of openbare orde.</al>
            <al>Het college kan bepalen dat de subsidieaanvrager zich moet aansluiten bij
                        een overkoepelende organisatie, om in aanmerking te komen voor
                        subsidie.</al>
            <al>Artikel 8 Weigeringsgronden</al>
            <al>Een subsidie wordt, naast het in artikel 4:25 Awb genoemde geval, geweigerd
                        indien de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit die in
                        strijd zijn met het recht, het algemeen belang en/of openbare orde.</al>
            <al>Een subsidieverlening kan worden geweigerd indien:</al>
            <al>De activiteiten reeds plaatsgevonden hebben alvorens een aanvraag om
                        subsidie is ingediend</al>
            <al>De aanvrager niet staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en
                        Fabrieken gedurende een bepaalde periode, voor zover dat door het college is
                        bepaald.</al>
            <al>Een subsidieverlening kan, naast de in artikel 4:35 Awb genoemde gevallen,
                        geweigerd worden indien gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat:</al>
            <al>De activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op het
                        gemeentelijk belang of niet</al>
            <al> aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van de Gemeente Heerlen</al>
            <al>De gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel
                        waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;</al>
            <al>De aanvrager ook zonder subsidieverlening over voldoende gelden kan
                        beschikken, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden om de
                        kosten van de activiteiten te dekken. Onder eigen middelen wordt verstaan:
                        contributies, deelnemersbijdragen, donaties, erfstellingen, legaten en
                        gelden in reserves en voorzieningen;</al>
            <al>Het subsidieverzoek niet past binnen het beleid van de Gemeente
                        Heerlen.</al>
            <al>Artikel 9 Intrekking en wijziging subsidieverlening/vaststelling</al>
            <al>Conform het bepaalde in artikel 4:48 Awb kan het college zolang de subsidie
                        niet is vastgesteld, een <cursief>beschikking tot
                            subsidieverlening</cursief> intrekken of ten nadele van de ontvanger
                        wijzigen.</al>
            <al>Conform het bepaalde in artikel 4:49 Awb kan het college een
                            <cursief>beschikking tot subsidievaststelling</cursief> intrekken of ten
                        nadele van de ontvanger wijzigen.</al>
            <al>Naast het bepaalde in artikel 4:50 Awb kan het college zolang de subsidie
                        niet is vastgesteld, een<cursief> lopende subsidieverlening</cursief> tevens
                        intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen, indien de werkelijke
                        kosten voor uitvoering van de activiteit(en) lager zijn uitgevallen dan de
                        kosten die zijn opgenomen in de bij de subsidieaanvraag bijgevoegde
                        begroting.</al>
            <al>Conform het bepaalde in artikel 4:51 Awb kan het college de
                            <cursief>voortzetting</cursief> van de subsidie weigeren.</al>
            <al>Artikel 10 Betaling, bevoorschotting en terugvordering</al>
            <al>Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de subsidievaststelling betaald,
                        onder verrekening van de betaalde voorschotten.</al>
            <al>Het subsidiebedrag wordt <vet>binnen 6 weken </vet>na de
                        subsidievaststelling betaald.</al>
            <al>Het college kan de subsidieontvanger voorschotten verlenen.</al>
            <al>De beschikking vermeldt het bedrag van het voorschot, dan wel de wijze
                        waarop dit bedrag wordt bepaald, alsmede de data waarop de voorschotten
                        worden betaald.</al>
            <al>Tenzij in de beschikking anders is bepaald, bedraagt het voorschot bij
                        subsidies 90% van het te verstrekken subsidiebedrag. Dit bedrag wordt
                        betaald in 4 kwartalen.</al>
            <al>Een onverschuldigd betaald subsidiebedrag of -voorschot kan worden
                        teruggevorderd.</al>
            <al>Artikel 11 Subsidieplafond</al>
            <al>Het college is bevoegd een of meer subsidieplafonds vast te stellen en te
                        bepalen hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld.</al>
            <al>Artikel 12 Begrotingsvoorwaarde</al>
            <al>Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die nog
                        niet is vastgesteld of goedgekeurd kan in de beschikking tot verlening van
                        de subsidie het voorbehoud worden gemaakt dat voldoende financiële middelen
                        beschikbaar worden gesteld.</al>
            <al>Artikel 13 Andere financiële bepalingen</al>
            <al>Reserves en voorzieningen, voor zover niet genoemd in deze verordening,
                        kunnen alleen gevormd worden op instigatie of met toestemming van het
                        college.</al>
            <al>Bij een positief exploitatieresultaat bedraagt de maximale hoogte van de
                        reserve, voor zover de subsidieontvanger de subsidie in overwegende mate van
                        het college van de Gemeente Heerlen ontvangt, 30% van het laatst
                        vastgestelde subsidiebedrag.</al>
            <al>Indien het maximum wordt overschreden beslist het college over de wijze van
                        afrekening.</al>
            <al>Bij een negatief exploitatieresultaat komen alle tekorten ten laste van de
                        subsidieontvanger.</al>
            <al>Voor zover het verstrekken van subsidie heeft geleid tot vermogensvorming is
                        de subsidieontvanger een vergoeding verschuldigd conform artikel 4:41 Awb
                        aan het college.</al>
            <al>Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de
                        waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip
                        waarop de vergoeding verschuldigd wordt met dien verstande dat in geval van
                        ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken wordt
                        uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger
                        wordt ontvangen.</al>
            <al>Als het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door een
                        onafhankelijke deskundige.</al>
            <al> HOOFDSTUK 2 SUBSIDIEPROCEDURE BUDGETSUBSIDIES </al>
            <al>Artikel14 Afdeling 4.2.8 Awb</al>
            <al>Op de verstrekking van budgetsubsidies is afdeling 4.2.8 Awb van toepassing.
                        Het college kan bepalingen uit afdeling 4.2.8 Awb ook op andere
                        subsidiesoorten van toepassing verklaren.</al>
            <al>Artikel 15 Aanvraag tot subsidieverlening</al>
            <al>In afwijking van artikel 4:60 Awb wordt een schriftelijke aanvraag voor een
                        budgetsubsidie ingediend bij het college vóór <vet>1
                            augustus</vet>van het jaar voorafgaande aan dat,
                        waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.</al>
            <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 4:5 Awb kan het college besluiten de
                        aanvraag buiten behandeling te laten indien een aanvraag niet op het in het
                        eerste lid genoemde tijdstip is ingediend, mits de aanvrager in de
                        gelegenheid is gesteld, binnen een door het college gestelde termijn, de
                        aanvraag alsnog in te dienen.</al>
            <al>Artikel 16 Vereisten aanvraag</al>
            <al>Een aanvraag voor een budgetsubsidie bevat naast de formele vereisten
                        conform artikel 4:2 Awb en gegevens conform de artikelen 4:61 tot en met
                        4:63 Awb en artikel 4:65 Awb de volgende gegevens:</al>
            <al>Een beschrijving van de doelgroep en het beoogde resultaat van de
                        activiteiten in relatie tot de gestelde doelen, indien mogelijk, uitgedrukt
                        in meetbare resultaten;</al>
            <al>Voorgenomen en doorgevoerde wijzigingen van het bestuur;</al>
            <al>Voorgenomen en doorgevoerde wijzigingen van de statuten;</al>
            <al>Een opgave van de met de instelling gelieerde rechtspersonen en de aard van
                        de van de betrekking met die rechtspersonen.</al>
            <al>Bij een <vet><cursief>eerste aanvraag </cursief></vet>worden door de
                        aanvrager, naast het bepaalde in het eerste lid en artikel 4:64 Awb de
                        volgende gegevens verschaft:</al>
            <al>Een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken;</al>
            <al>Een opgave van de bestuurssamenstelling.</al>
            <al>Artikel 17 Beschikking tot subsidieverlening</al>
            <al>De beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening wordt gegeven uiterlijk
                            <vet>31 december</vet></al>
            <al>
              <vet> voorafgaande aan het jaar</vet> waarvoor subsidie is aangevraagd.</al>
            <al>De beschikking tot subsidieverlening bevat naast het bepaalde in de
                        artikelen 4:30 tot en met 4:32 Awb:</al>
            <al>De aanduiding van de subsidiesoort;</al>
            <al>De subsidieverplichtingen.</al>
            <al>In de beschikking tot subsidieverlening kunnen de volgende zaken worden
                        opgenomen:</al>
            <al>Een begrotingsvoorwaarde conform artikel 4:34 Awb;</al>
            <al>Dat ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening een
                        uitvoeringsovereenkomst wordt gesloten conform artikel 4:36 Awb;</al>
            <al>Een vergoedingsplicht bij vermogensvorming conform artikel 4:41 Awb, waarin
                        tevens wordt aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald;</al>
            <al>De wijze van (tussentijdse) rapportage: de gegevensverstrekking over de
                        voortgang van de realisering van de activiteiten, indien mogelijk,
                        geformuleerd in prestatie-indicatoren;</al>
            <al>Een termijn voor het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling;</al>
            <al>Een termijn voor ambtshalve subsidievaststelling;</al>
            <al>De betalingstermijn;</al>
            <al>De berekeningswijze van de betalingstermijnen;</al>
            <al>De wijze van bevoorschotting;</al>
            <al>De vereiste reikwijdte en intensiteit van de accountantscontrole.</al>
            <al> Artikel 18 Verplichtingen van de subsidieontvanger</al>
            <al>Onverminderd uit de wet voortvloeiende <cursief>verplichtingen</cursief> in
                        artikel 4:69 en artikel 4:70 Awb. kan het college de subsidieontvanger een
                            <cursief>toestemmingsvereiste</cursief> opleggen voor de in artikel 4:71
                        lid 1 Awb genoemde (rechts)handelingen.</al>
            <al>Het college kan de subsidieontvanger ook <cursief>andere
                            verplichtingen</cursief> opleggen conform artikel 4:38 lid 1 Awb die
                        strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.</al>
            <al> Deze <cursief>doelgebonden verplichtingen</cursief> kunnen onder meer
                        betrekking hebben op:</al>
            <al>De kennis en ervaring van personeel voor zover dat personeel betrokken is
                        bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten;</al>
            <al>De wijze waarop gebruikers, vrijwilligers en beroepskrachten worden
                        betrokken bij het ontwikkelen en het uitvoeren van beleid van de
                        subsidieontvanger;</al>
            <al>Aard, deugdelijkheid, inrichting, beheer en toegankelijkheid van
                        voorzieningen.</al>
            <al>Het college kan tevens <cursief>niet doelgebonden verplichtingen</cursief>
                        opleggen conform artikel 4:39 lid 1 Awb met het oog onder meer op:</al>
            <al>Milieubelangen;</al>
            <al>Bescherming van minderheden;</al>
            <al> c Emancipatorische aangelegenheden;</al>
            <al>Publicatie van de door de Gemeente Heerlen verstrekte subsidie.</al>
            <al>De subsidieontvanger is verplicht alle medewerking te verlenen aan een
                        toezichthouder, die belast wordt met het houden van toezicht op de naleving
                        van de aan de subsidieontvanger opgelegde verplichtingen conform artikel
                        4:59 Awb.</al>
            <al>Artikel 19 Aanvraag tot subsidievaststelling</al>
            <al>In afwijking van artikel 4:74 van de Awbdient de subsidieontvanger
                            jaarlijks<vet> vóór 1 juni</vet> volgend op het jaar waarvoor subsidie
                        is verleend, een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij het
                        college.</al>
            <al>Indien de aanvraag na afloop van de genoemde termijn niet is ingediend,
                        stelt het college de subsidieontvanger een termijn van vier weken binnen
                        welke de aanvraag alsnog moet zijn ingediend.</al>
            <al>Indien na afloop van de in het tweede lid genoemde termijn geen aanvraag tot
                        vaststelling is ingediend, stelt het college de subsidie ambtshalve
                        vast.</al>
            <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 4:75 Awb bevat het financieel verslag
                        een specificatie ter verantwoording hoe de door Gemeente Heerlen verstrekte
                        subsidiegelden specifiek zijn aangewend ter verwezenlijking van de gestelde
                        doelen ingeval de subsidieaanvrager subsidie en/of financiële middelen
                        ontvangt van respectievelijk bestuursorganen van andere overheden en/of
                        additionele financiers.</al>
            <al>Artikel 4:76 Awb is van overeenkomstige toepassing indien de
                        subsidieontvanger zijn inkomsten in overwegende mate ontleent aan de
                        subsidie.</al>
            <al>Indien het jaarlijks in totaliteit verstrekte subsidiebedrag meer dan<vet> €
                            50.000,--</vet> bedraagt, dient het financieel verslag in ieder geval te
                        zijn voorzien van een accountantsverklaring.</al>
            <al>Naast het bepaalde in artikel 4:78 van de Awb strekt de in artikel 4:78 lid
                        1 bedoelde opdracht aan de accountant tevens tot een onderzoek of de
                        verstrekte gelden rechtmatig zijn besteed overeenkomstig het bepaalde in of
                        krachtens deze verordening en of de aan de subsidieverlening verbonden
                        verplichtingen zijn nageleefd.</al>
            <al>Van de verplichting tot overlegging van de in de vorige leden genoemde
                        bescheiden kan door het college ontheffing worden verleend.</al>
            <al>Artikel 20 Beschikking tot subsidievaststelling</al>
            <al>De beschikking tot subsidievaststelling wordt <vet>binnen 12 weken </vet>na
                        ontvangst van alle vereist bescheiden, doch <vet>uiterlijk 31 december
                        </vet>van het jaar volgend op het jaar waarvoor subsidie is verleend,
                        gegeven, tenzij in de beschikking tot subsidieverlening in artikel 17 anders
                        is bepaald.</al>
            <al>Indien de beschikking niet binnen 12 weken gegeven kan worden, deelt het
                        college dit aan de aanvrager mede en noemt het college een redelijke termijn
                        waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.</al>
            <al>Bij de vaststelling van het subsidiebedrag bij de beschikking tot
                        subsidieverlening en -vaststelling is met betrekking tot compensatie voor
                        loon- en prijsstijgingen het Accresbeleid van de Gemeente Heerlen van
                        toepassing.</al>
            <al>Indien géén beschikking tot subsidieverlening is afgegeven, is op de
                        beschikking tot vaststelling het bepaalde in artikel 17 lid 2 en lid 3 van
                        overeenkomstige toepassing.</al>
            <al> HOOFDSTUK 3 SUBSIDIEPROCEDURE WAARDERINGSSUBSIDIES</al>
            <al>Artikel 21 Aanvraag tot subsidieverlening</al>
            <al>Een aanvraag voor een waarderingssubsidie wordt middels een daartoe
                        verstrekt aanvraagformulier bij het college ingediend vóór 31 januari van
                        het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.</al>
            <al>In afwijking van het eerste lid, wordt een aanvraag voor een
                            <vet>waarderingssubsidie voor sportactiviteiten vóór 1 april van het
                            jaar</vet> waarvoor subsidie wordt aangevraagd, ingediend.</al>
            <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 4:5 Awb kan het college besluiten de
                        aanvraag buiten behandeling te laten indien een aanvraag niet binnen de in
                        lid 1 en lid 2 genoemde tijdstippen is ingediend, mits de aanvrager in de
                        gelegenheid is gesteld, binnen een door het college gestelde termijn, de
                        aanvraag alsnog in te dienen.</al>
            <al>De opgenomen bepalingen met betrekking tot de vereisten van de aanvraag tot
                        subsidieverlening in artikel 16 van deze verordening zijn, voor zover
                        mogelijk, van overeenkomstige toepassing.</al>
            <al>Artikel 22 Aanvraag tot subsidievaststelling</al>
            <al>Ingeval de waarderingssubsidie plaats vindt door middel van een directe
                        vaststelling kan het college bepalen dat het aanvraagformulier voor de
                        verlening tevens wordt gebruikt voor de vaststelling van de
                        waarderingssubsidie.</al>
            <al>De subsidieontvanger van een waarderingssubsidie dient voor
                        sportactiviteiten de aanvraag tot subsidievaststelling <vet>vóór 1 april
                            volgend op het jaar</vet> waarvoor subsidie is verleend in. Een subsidie
                        voor jeugdleden en minder valide leden wordt direct, zonder voorafgaande
                        subsidieverlening, vastgesteld.</al>
            <al>Het college kan bij de subsidieverlening beslissen dat bepalingen met
                        betrekking tot de vereisten van de aanvraag tot subsidievaststelling
                        opgenomen in artikel 19, de leden 4 t/m 8 van overeenkomstige toepassing
                        zijn.</al>
            <al>Artikel 23 Beschikking tot subsidieverlening en subsidievaststelling</al>
            <al>De subsidieverstrekking vindt plaats middels directe vaststelling conform
                        artikel 4:43 Awb (zonder voorafgaande verlening) of in twee fases (eerst
                        verlening en vervolgens vaststelling).</al>
            <al>De beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening en subsidievaststelling
                        wordt gegeven <vet>binnen 12 weken </vet>na de voor indiening van de
                        aanvragen geldende uiterlijke datum, zoals genoemd in artikel 21, lid 1 en
                        2, respectievelijk artikel 22, lid 2, dan wel zoveel later dan een aanvraag
                        na de betreffende datum is ingediend.</al>
            <al>De opgenomen bepalingen met betrekking tot debeschikking tot
                        subsidieverlening en subsidievaststelling in artikel 17 lid 2 en lid 3 en
                        artikel 20 de leden 2 tot en met 4 zijn, voor zover mogelijk, van
                        overeenkomstige toepassing.</al>
            <al>Artikel 24 Verplichtingen van de subsidieontvanger</al>
            <al>1 Onverminderd uit de wet voortvloeiende verplichtingen in artikel 4:37 Awb
                        is het bepaalde in artikel 18, de leden 1 tot en met 4 van overeenkomstige
                        toepassing.</al>
            <al>De subsidieontvanger is verplicht alle medewerking te verlenen aan een
                        toezichthouder in de zin van artikel 5:11 Awb, die deze redelijkerwijze kan
                        vorderen bij de uitoefening van toezicht op de naleving van de aan de
                        subsidieverstrekking verbonden verplichtingen.</al>
            <al> HOOFDSTUK 4 SUBSIDIEPROCEDURE DOELSUBSIDIES</al>
            <al>Artikel 25 Aanvraag tot subsidieverlening</al>
            <al>Een aanvraag voor een <vet>investerings- en een evenementensubsidie</vet>
                        wordt bij het college <vet>tenminste 12 weken vóór de aanvang van de
                            activiteit</vet> ingediend;</al>
            <al>Voor het indienen van de aanvraag voor <vet>overige doelsubsidies</vet> kan
                        het college een <vet>afwijkende termijn</vet> vaststellen;</al>
            <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 4:5 Awb kan het college, indien de
                        aanvraag minder dan 12 weken vóór het tijdstip van de aanvang van de
                        activiteit, dan wel niet binnen het termijn krachtens lid 2 bepaald, is
                        ingediend, besluiten de aanvraag buiten behandeling te laten.</al>
            <al>De opgenomen bepalingen met betrekking tot de vereisten van de aanvraag
                        subsidieverlening in artikel 16 van deze verordening zijn, voor zover
                        mogelijk, van overeenkomstige toepassing.</al>
            <al>Artikel 26 Aanvraag tot subsidievaststelling</al>
            <al>Binnen 2 maanden na afloop van de activiteit legt de subsidieontvanger bij
                        de aanvraag tot subsidievaststelling rekening en verantwoording af door
                        middel van een verslag bestaande uit een financiële verantwoording en een
                        beknopt inhoudelijk verslag.</al>
            <al>Het college kan bij de subsidieverlening beslissen dat bepalingen met
                        betrekking tot de vereisten van de aanvraag tot subsidievaststelling
                        opgenomen in artikel 19, de leden 4 t/m 8 van overeenkomstige toepassing
                        zijn.</al>
            <al>Artikel 27 Beschikking tot subsidieverlening en subsidievaststelling</al>
            <al>De subsidieverstrekking vindt plaats middels directe vaststelling conform
                        artikel 4:43 Awb (zonder voorafgaande verlening) of in twee fases (eerst
                        verlening en vervolgens vaststelling).</al>
            <al>De beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening en subsidievaststelling
                        wordt <vet>binnen 12 weken </vet>na ontvangst van alle vereiste bescheiden
                        gegeven.</al>
            <al>De opgenomen bepalingen met betrekking tot debeschikking tot
                        subsidieverlening en voor subsidievaststelling in artikel 17 lid 2 en lid 3
                        en artikel 20, de leden 2 t/m 4 zijn,zover mogelijk, van overeenkomstige
                        toepassing.</al>
            <al>Artikel 28 Verplichtingen van de subsidieontvanger</al>
            <al>Onverminderd uit de wet voortvloeiende verplichtingen in artikel 4:37 Awb is
                        het bepaalde in artikel 18, de leden 1 tot en met 4 van overeenkomstige
                        toepassing.</al>
            <al>De subsidieontvanger is verplicht alle medewerking te verlenen aan een
                        toezichthouder in de zin van artikel 5:11 Awb, die deze redelijkerwijze kan
                        vorderen bij de uitoefening van toezicht op de naleving van de aan de
                        subsidieverstrekking verbonden verplichtingen.</al>
            <al>HOOFDSTUK 5 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</al>
            <al>Artikel 29 Hardheidsclausule</al>
            <al>Het college kan van de bepalingen in deze verordening afwijken, voor zover
                        toepassing ervan zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.</al>
            <al>Artikel 30 Onvoorziene omstandigheden</al>
            <al>In gevallen waarin deze verordening niet of niet voldoende voorziet, beslist
                        het college.</al>
            <al>Artikel 31 Overgangsbepalingen</al>
            <al>Op subsidies die voor de inwerkingtreding van deze verordening zijn verleend
                        of vastgesteld blijven de bepalingen van toepassing zoals die zijn opgenomen
                        in de Algemene Subsidieverordening Heerlen 2000.</al>
            <al>Vaststelling van voor de inwerkingtreding van deze verordening verleende
                        subsidies vindt plaats overeenkomstig de voor de inwerkingtreding van deze
                        verordening geldende bepalingen van de Algemene Subsidieverordening Heerlen
                        2000.</al>
            <al>Beslissingen op aanvragen voor subsidies welke zijn ingediend vóór de datum
                        van inwerkingtreding van deze verordening worden genomen overeenkomstig de
                        bepalingen van de Algemene Subsidieverordening Heerlen 2000.</al>
            <al>Artikel 32 Inwerkingtreding en citeertitel</al>
            <al>Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking onder
                        gelijktijdige intrekking van de Algemene Subsidieverordening Heerlen, welke
                        werd vastgesteld bij raadsbesluit van 13 juni 2000 nr. 15.40.08.</al>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als “Algemene Subsidieverordening
                        Heerlen.”</al>
            <al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de Gemeente
                        Heerlen van 12 juni</al>
            <al>griffier, </al>
            <al>voorzitter,</al>
            <al> TOELICHTING ALGEMENE SUBSIDIE VERORDENING </al>
            <al>
              <vet>ALGEMEEN</vet>
            </al>
            <al>De Algemene Subsidieverordening Heerlen vervangt de Algemene
                        subsidieverordening nr. 15.40.08, vastgesteld op 13 juni 2000.</al>
            <al>Grondslag voor de aanpassing van de Algemene Subsidieverordening (ASV) is de
                        actualisering van de integrale subsidieverordening.</al>
            <al>De ASV fungeert als een “kapstokverordening”, waarop alle
                        subsidieverordeningen in de Gemeente Heerlen worden gebaseerd. De ASV bevat
                        naast de inleidende en algemene bepalingen een beschrijving van de procedure
                        van de budget-, de waarderings- en de doelsubsidie.</al>
            <al>Voor de concrete subsidieverstrekking stelt het college beleidsregels vast
                        op basis waarvan gesubsidieerd wordt. In de beleidsregels staan de
                        inhoudelijke en financiële criteria per doelgroep/beleids(deel)terrein
                        gepreciseerd. Met deze werkwijze wordt beoogd structuur en helderheid te
                        creëren in het gehele subsidieproces.</al>
            <al>Om de vier jaar wordt de subsidieverordening en het subsidiebeleid
                        geëvalueerd en zonodig bijgesteld indien (nieuwe) regelgeving en
                        uitvoeringspraktijk niet meer met elkaar stroken.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet>
            </al>
            <al>Gebruikelijk is dat begrippen, die in een hogere regel al zijn gedefinieerd,
                        niet nogmaals worden herhaald in een verordening. Voor de
                        gebruiksvriendelijkheid zijn titel 4.1 en 4.2 van de Algemene wet
                        bestuursrecht (Awb) als bijlage bij de toelichting gevoegd.</al>
            <al>
              <vet>rechtspersoon</vet>
            </al>
            <al>Verenigingen en stichtingen zijn privaatrechtelijke rechtspersonen en staan
                        wat het vermogensrecht betreft, met een natuurlijk persoon gelijk, tenzij
                        uit de wet het tegendeel voortvloeit. Een rechtspersoon is rechts- en
                        handelingsbevoegd.</al>
            <al>
              <vet>rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid</vet>
            </al>
            <al>Ter verkrijging van <cursief>volledige rechtsbevoegdheid</cursief> zijn de
                        bestuurders van een <vet>vereniging </vet>waarvan de statuten zijn opgenomen
                        in een notariële akte, verplicht haar te doen inschrijven in het
                        handelsregister en een authentiek afschrift van de akte, dan wel een
                        authentiek uittreksel van de akte bevattende de statuten, ten kantore van
                        dat register neer te leggen. Zolang de opgave ter eerste inschrijving en
                        nederlegging niet zijn geschied, heeft de vereniging <cursief>beperkte
                            rechtsbevoegdheid</cursief> en is iedere bestuurder voor een
                        rechtshandeling waardoor hij de vereniging verbindt, naast de vereniging
                            <cursief>hoofdelijk aansprakelijk</cursief>. Zie artikel 2:27 Burgerlijk
                        wetboek (BW)</al>
            <al>De bestuurders van een <vet>stichting</vet> zijn verplicht de stichting
                        benevens de naam, de voornamen en de woonplaats of laatste woonplaats van de
                        oprichter of oprichters te doen inschrijven in het handelsregister en een
                        authentiek afschrift dan wel een authentiek uittreksel van de akte van
                        oprichting bevattende de statuten, ten kantore van dat register neer te
                        leggen. Zolang de opgave ter eerste inschrijving en nederlegging niet zijn
                        geschied, is iedere bestuurder voor een rechtshandeling, waardoor hij de
                        stichting verbindt, naast de stichting <cursief>hoofdelijk
                            aansprakelijk</cursief>. Zie art. 2:289 BW.</al>
            <al>
              <vet>subsidie</vet>
            </al>
            <al>Bij de definitie van subsidie in de zin van de Awb moet voldaan zijn aan de
                        volgende in artikel 4:21Awb genoemde kenmerken:</al>
            <al>een aanspraak op financiële middelen;</al>
            <al>verstrekt door een bestuursorgaan;</al>
            <al>met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager;</al>
            <al>anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen en
                        diensten.</al>
            <al>Art. 4:21 Awb hanteert een materieel subsidiebegrip. Wordt aan deze
                        begripsomschrijving voldaan dan is sprake van subsidie en is de
                        subsidietitel 4.2 Awb van toepassing, ook indien een andere benaming wordt
                        gebruikt, zoals bijvoorbeeld bijdrage, tegemoetkoming, vergoeding uitkering
                        etc. Het vierde genoemde kenmerk ‘anders dan als betaling voor aan het
                        bestuursorgaan geleverde goederen en diensten’ duidt op het onderscheid met
                        commerciële transacties, dus met privaatrechtelijke rechtshandelingen.</al>
            <al>Anderzijds vallen financiële verstrekkingen, die niet voldoen aan de in art.
                        4:21 Awb vier genoemde criteria, ook al worden ze aangeduid als subsidie,
                        buiten de reikwijdte van titel 4.2 Awb.</al>
            <al>
              <vet>subsidieverlening</vet>
            </al>
            <al>Doorgaans gaat de beschikking tot subsidieverlening vooraf aan de
                        (voltooiing van) te subsidiëren activiteiten. Bij de verlening wordt beslist
                        of de activiteit en de aanvrager voorsubsidie in aanmerking komen en worden
                        verder het (maximale) bedrag en de verplichtingen van de ontvanger
                        vastgelegd. De subsidieontvanger heeft een voorwaardelijke aanspraak op
                        financiële middelen namelijk onder de voorwaarde dat hij de overeengekomen
                        activiteiten daadwerkelijk verricht en zich aan de opgelegde verplichtingen
                        houdt.</al>
            <al>De subsidieverlening heeft bindende werking. De subsidieverstrekker is
                        verplicht de subsidie in beginsel overeenkomstig de verlening vast te
                        stellen en uit te betalen.</al>
            <al>Voor de subsidieontvanger heeft de subsidieverlening formele rechtskracht.
                        Als de subsidieontvanger het niet eens is met de beslissing van het college,
                        kan hij hiertegen binnen 6 weken een bezwaarschrift indienen. In de
                        beschikking staat aangegeven op welke wijze de subsidiegerechtigde dat dient
                        te doen. Als tegen de subsidieverlening geen bezwaar of beroep is ingesteld,
                        kunnen tegen de subsidievaststelling geen bezwaren meer worden ingebracht,
                        die tegen de subsidieverlening hadden kunnen worden ingebracht.</al>
            <al>
              <vet>uitvoeringsovereenkomst (subsidieovereenkomst)</vet>
            </al>
            <al>Het is niet toegestaan de beschikking te laten vervangen door een
                        overeenkomst. De essentiële elementen van de subsidieverhouding staan in de
                        beschikking. In een uitvoeringsovereenkomst kan een nadere uitwerking over
                        de uitvoering worden vastgelegd. De uitvoeringsovereenkomst dient geen
                        doublure te worden van de beschikking.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 2 Reikwijdte verordening</vet>
            </al>
            <al>Per 1 januari 2002 mogen subsidies nog slechts verstrekt worden op grond van
                        een wettelijk voorschrift. Het wettelijk voorschrift op gemeentelijk niveau
                        is de verordening.</al>
            <al>Er zijn vier uitzonderingen waarvoor geen eis van wettelijke grondslag is
                        vereist:</al>
            <al>spoedeisende subsidies;</al>
            <al>subsidies die verstrekt worden op grond van Europese regelgeving;</al>
            <al>subsidies die vermeld zijn in de begroting of de toelichting daarop;</al>
            <al>incidentele subsidies voor maximaal 4 jaar;</al>
            <al>Zie art. 4:23 lid 3 a t/m d Awb.</al>
            <al>De regeling beoogt een bewuster gebruik van het subsidie-instrument.
                        Bovendien draagt het bij aan de rechtszekerheid van subsidieontvangers. Om
                        te voldoen aan de eis van wettelijke grondslag stelt de Awb geen hoge eisen;
                        verplicht is om in de Algemene Subsidieverordening een omschrijving van de
                        gesubsidieerde activiteiten op te nemen.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 5 Subsidiegerechtigden</vet>
            </al>
            <al>In principe worden subsidies alléén verstrekt aan rechtspersonen met
                        volledige rechtsbevoegdheid. Indien afdeling 4.2.8 van toepassing is
                        verklaard, zoals bij de subsidieprocedure van budgetsubsidies (hoofdstuk 2),
                        is het alleen verstrekken aan rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid
                        verplicht.</al>
            <al>Slechts in uitzonderingsgevallen kan het bestuur bij het verlenen van doel-
                        en waarderingssubsidies besluiten subsidie te verstrekken aan natuurlijke
                        personen, aan een groep van natuurlijke personen, dan wel aan een
                        rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid in oprichting.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 8 Weigeringsgronden</vet>
            </al>
            <al>Het college moet de subsidie weigeren, indien door toewijzing van de
                        aanvraag het subsidieplafond zou worden overschreden (art. 4:25, tweede lid,
                        Awb). Naast deze verplichte weigeringsgrond regelt art. 4:35 Awb een aantal
                        gronden waarop een subsidie kan worden geweigerd. Deze gronden zijn niet
                        limitatief.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 9 Intrekking en wijziging
                        subsidieverlening/vaststelling</vet>
            </al>
            <al>Intrekking en wijziging van de subsidieverlening op grond van art. 4:48 Awb
                        werkt terug tot en met het tijdstip van de subsidieverlening en is mogelijk
                        zolang de subsidie nog niet is vastgesteld (ex tunc). Artikel 4:48 Awb geeft
                        een limitatieve opsomming van vijf intrekkings- of wijzigingsgronden.</al>
            <al>De voornoemde gronden betreffen naast een beroep op de begrotingsvoorwaarde
                        een sanctie op (verwijtbaar) gedrag en een herstel van onjuistheden, die
                        niet uitsluitend voor rekening van het bestuur behoren te komen.</al>
            <al>De gronden voor intrekking van een <vet>subsidievaststelling conform art.
                            4:49 Awb</vet> zijn beperkter dan die voor intrekking. Dat vloeit voort
                        uit het feit dat de vaststelling gericht is op de afronding van de
                        subsidieverstrekking en een definitieve aanspraak vestigt op financiële
                        middelen. Omdat de vaststelling achteraf plaatsvindt, heeft het college de
                        gelegenheid gehad om te toetsten of alles in orde is. Indien dat niet het
                        geval is, geeft art. 4:49 Awb drie gronden waarin zo’n intrekking met
                        terugwerkende kracht mogelijk is. Ook hier gaat het om een sanctie of om het
                        herstellen van onjuistheden.</al>
            <al>Vijf jaar na de beschikking tot subsidievaststelling is intrekking of
                        wijziging niet meer mogelijk (art. 4:49 derde lid Awb).Intrekking van de
                        subsidieverlening na de vaststelling van de subsidie sorteert geen
                        effect.</al>
            <al>Indien het college gedurende het tijdvak een lopende subsidieverlening wil
                        intrekken of wijzigen, is art 4:50 Awb van toepassing. Intrekking en
                        wijziging op grond van art.4:50 Awb heeft alleen effect voor de toekomst (ex
                        nunc). Gelet op het vertrouwensbeginsel wordt in zo’n situatie eisen
                        gesteld. Het college moet een redelijk termijn in acht nemen. Wat wordt
                        aangemerkt als een redelijk termijn is afhankelijk van de aard van de
                        subsidie en de gesubsidieerde activiteiten. Van belang is dat de
                        subsidieontvanger de tijd wordt gegund om verplichtingen jegens derden op
                        zorgvuldige wijze af te wikkelen. De redelijke termijn vangt aan als de
                        intrekkings- of wijzigingsbeschikking is bekendgemaakt aan de
                        subsidieontvanger. De opsomming van de in art 4:50 Awb genoemde intrekkings-
                        of wijzigingsgronden zijn niet limitatief. Art 9 lid 3 van deze verordening
                        geeft nog een aanvullende grond tot intrekken of wijzigen.</al>
            <al>De weigering van de voortzetting van de subsidie voor een nieuw tijdvak op
                        grond van art. 4:51 Awb betreft het niet geven van een nieuwe beschikking
                        voor een aansluitende periode wegens veranderde omstandigheden of gewijzigde
                        inzichten. Alleen subsidieontvangers aan wie tenminste drie jaar achtereen
                        subsidie is verstrekt worden beschermd door art. 4:51 Awb. Beneden die grens
                        acht de wetgever nog geen beschermingswaardig vertrouwen aanwezig op
                        voortzetting van de subsidie. Het artikel moet het college aan sporen tot
                        periodieke heroverweging van opportuniteit en doelmatigheid van de
                        subsidiëring. Uit het oogpunt van rechtszekerheid is de termijn van drie of
                        meer achtereenvolgende jaren in de wet vastgelegd. Van deze termijn kan niet
                        worden afgeweken.</al>
            <al>
              <vet>Hoorplicht</vet>
            </al>
            <al>In 4:12 Awb worden een aantal belastende subsidiebeschikkingen genoemd
                        waarbij de hoorplicht van artikel 4:7 en 4:8 Awb wel geldt. Het gaat om de
                        volgende beschikkingen:</al>
            <al>Het besluit om de beschikking te weigeren op één van de weigeringsgronden
                        die in de subsidietitel van de Awb zijn opgenomen (art. 4:35 en art. 4:51
                        Awb).</al>
            <al>Het besluit om de subsidie lager dan overeenkomstig de subsidieverlening
                        vast te stellen.</al>
            <al>Het besluit om een beschikking tot verlening of vaststelling in te trekken
                        of ten nadele van de subsidieontvanger te wijzigen.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 10 Betaling, bevoorschotting en terugvordering</vet>
            </al>
            <al>Uitgangspunt is, dat het subsidiebedrag wordt betaald overeenkomstig de
                        subsidievaststelling en onder verrekening van eventuele voorschotten binnen
                        6 weken na de subsidievaststelling.</al>
            <al>Indien de betalingstermijn verstreken is, wordt de verbintenis tot betaling
                        opeisbaar.</al>
            <al>De beschikking tot subsidieverlening en de beschikking tot het verlenen van
                        voorschotten kunnen in één beschikking worden gecombineerd. Intrekking van
                        de beschikking tot voorschotverlening is door de wetgever niet uitdrukkelijk
                        geregeld. Aangenomen wordt dat met de intrekking van een beschikking tot
                        subsidieverlening de grondslag voor de voorschotverlening komt te
                        vervallen.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 11 Subsidieplafond</vet>
            </al>
            <al>Een subsidieplafond leidt automatisch tot weigering van een subsidie voor
                        wat betreft het gedeelte dat boven het subsidieplafond uitstijgt.
                        Overschrijding van het subsidieplafond is een verplichte grond tot
                        weigering. Daarbij is het subsidieplafond bepalen dat gold toen de primaire
                        beslissing tot toekenning van subsidie werd genomen of had moeten worden
                        genomen.</al>
            <al>In verband met de rechtszekerheid moet het subsidieplafond conform artikel
                        3:42 Awb bekend worden gemaakt voorafgaande aan de periode waarop het
                        subsidieplafond betrekking heeft. Als het subsidieplafond of de wijziging
                        (lees: verlaging) niet tijdig zijn bekendgemaakt, geldt voor de eerdere
                        aanvragen niet meer de verplichte weigering.</al>
            <al>Het vaststellen van een subsidieplafond wordt aangemerkt als een besluit van
                        algemene strekking (niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift of
                        beleidsregel) en is dus vatbaar voor bezwaar en beroep. Het subsidieplafond
                        (het beschikbare bedrag) is geen zelfstandige normstelling, maar slechts een
                        nadere concretisering van art. 4:25 lid 2 Awb.</al>
            <al>De regels met betrekking tot de wijze van verdeling van het subsidieplafond
                        zijn wel aan te merken als hetzij algemeen verbindende voorschriften, hetzij
                        beleidsregels en bevatten een nieuwe, zelfstandige normstelling. Ze zijn
                        daarom niet vatbaar voor bezwaar en beroep.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 12 Begrotingsvoorwaarde</vet>
            </al>
            <al>Bij de subsidieverlening kan een begrotingsvoorbehoud worden gemaakt. Om
                        rechtsverwerking te voorkomen moet binnen 4 weken na vaststelling of
                        goedkeuring van de begroting op dit voorbehoud een beroep worden
                        gedaan.</al>
            <al>
              <vet>HOOFDSTUK 2, 3 en 4 Subsidieprocedures</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Het subsidieproces in de Gemeente Heerlen in het algemeen:</vet>
            </al>
            <al>Snelle wijzigingen in de maatschappelijke vraag noodzaken tot een flexibele
                        aanpak, waarbij een voortdurende afstemming moet plaatsvinden tussen de
                        gemeente en de subsidieontvanger.</al>
            <al>Bij gesubsidieerde activiteiten dient het maatschappelijk belang steeds
                        voorop te staan. De subsidieontvanger wordt geacht bedrijfsmatig te werken
                        en is verantwoordelijk voor signalering, innovatie, kwaliteit en
                        continuïteit. De gemeente bemoeit zich zo min mogelijk met de interne
                        bedrijfsvoering.</al>
            <al>Bij langdurige subsidierelaties wordt de subsidieontvanger in staat gesteld
                        op basis van een meerjaren subsidie meerjarenplanningen te maken en reserves
                        op te bouwen. Jaarlijkse afrekeningen en tussentijdse voortgangsrapportages
                        zorgen voor een nauwe aansluiting bij de per boekjaar verstrekte
                        subsidies.</al>
            <al>De maatschappelijke problemen vragen om een integrale aanpak en vereisen een
                        nauwe samenwerking tussen de gemeente, de subsidieontvanger en andere
                        partijen. Om een optimaal resultaat te krijgen zijn eenduidige definiëringen
                        van producten en activiteiten essentieel. Nadere afspraken over de
                        uitvoering van producten, activiteiten en verantwoordelijkheden (kunnen)
                        worden vastgelegd in een uitvoeringsovereenkomst.</al>
            <al>
              <vet>Indiening aanvraag tot subsidieverlening</vet>
            </al>
            <al>Aangezien er voldoende tijd moet zijn om de aanvraag te analyseren en
                        vervolgens met de subsidiegerechtigde te overleggen is het van belang dat de
                        aanvraag tijdig wordt ingediend.</al>
            <al>Het college kan bij een te late of onvolledige aanvraag besluiten om de
                        aanvraag niet in behandeling te nemen. Alvorens hiertoe over te gaan, dient
                        het bestuursorgaan de aanvrager in de gelegenheid te stellen binnen een
                        redelijk termijn het verzuim te herstellen. De hersteltermijn begint te
                        lopen één dag na dagtekening van het schriftelijk verzoek van het college,
                        om de aanvraag met ontbrekende gegevens aan te vullen.</al>
            <al>Zolang de Gemeente Heerlen nog niet de mogelijkheid biedt de aanvraag
                        elektronisch in te dienen, wordt de aanvrager, indien hij zijn aanvraag
                        elektronisch indient, verzocht om zo spoedig mogelijk een schriftelijke
                        aanvraag in te dienen.</al>
            <al>
              <vet>Vereisten aanvraag</vet>
            </al>
            <al>De wet geeft aan welke gegevens de aanvrager in het algemeen zal moeten
                        verstrekken. Daarnaast geeft de wet het college de mogelijkheid te bepalen
                        welke aanvullende gegevens bijgevoegd dienen te worden. Daarbij dient het
                        college een afweging te maken tussen de verplichting tot het verstrekken van
                        bepaalde gegevens en het belang van die stukken voor de beoordeling van de
                        subsidieaanvraag. </al>
            <al>Om eventuele cumulatie van subsidies te voorkomen is de aanvrager verplicht
                        te vermelden bij welke andere bestuursorganen tevens aanvragen zijn
                        ingediend voor dezelfde begrote uitgaven.</al>
            <al>
              <vet>Verplichtingen van de subsidieontvanger</vet>
            </al>
            <al>Het doel van het opleggen van verplichtingen is dat subsidiegelden doelmatig
                        en rechtmatig worden besteed. Bij sommige subsidies, zoals
                        waarderingssubsidies neemt het college er genoegen mee dat de gesubsidieerde
                        activiteiten worden uitgevoerd conform de subsidiebeschikking. Bij andere
                        subsidies wil het college in ruil voor de verstrekte subsidie de
                        activiteiten sturen. Het voornaamste instrument daarvoor is het opleggen van
                        verplichtingen.</al>
            <al>Sommige verplichtingen vloeien rechtstreeks voort uit de bepalingen van de
                        subsidietitel 4.2 Awb. Het college kan de subsidieontvanger ook andere,
                        doelgebonden en niet doelgebonden verplichtingen, opleggen.</al>
            <al> BIJLAGE TER VASTSTELLING </al>
            <al>
              <vet>VERVOLGPROCEDURE</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>De vervolgprocedure behelst de verdere procedure inzake het redigeren,
                            respectievelijk vaststellen van beleidsregels en het intrekken van
                            bijzondere verordeningen.</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Huidige situatie</vet>
            </al>
            <al>Algemene Subsidie Verordening Heerlen 2000/2455</al>
            <al>Bijzondere verordeningen, onder meer de Bijzondere Verordening
                        Waarderingssubsidies</al>
            <al>Beleidsregels</al>
            <al>
              <vet>Gefaseerde aanpak</vet>
            </al>
            <al>Vaststelling Algemene Subsidie Verordening Heerlen 2007/702 onder
                        gelijktijdige intrekking van Algemene Subsidie Verordening Heerlen
                        2000/2455.</al>
            <al>Bestaande beleidsregels vallen vanaf dat moment onder de nieuwe Algemene
                        Subsidie Verordening.</al>
            <al>Redigeren van nieuwe of vernieuwde beleidsregels voor specifieke
                        deelterreinen. (Proces is al in gang gezet)</al>
            <al>Overleg met belanghebbenden over de voorontwerpen van de beleidsregels.
                        (Proces is al in gang gezet)</al>
            <al>De voorontwerpen van de beleidsregels worden gefaseerd aangeboden aan de
                        betreffende raadscommissie, met de mogelijkheid om ten aanzien daarvan haar
                        gevoelens aan het college kenbaar te maken.</al>
            <al>Het college betrekt eventuele opmerkingen van de raadscommissie bij de
                        totstandkoming van het concept van beleidsregels. Het concept van
                        beleidsregels wordt ter kennisneming aan de raad aangeboden. Indien er een
                        bijzondere verordening voor het betreffende deelterrein geldt, gaat een en
                        ander vergezeld van het voorstel aan de raad om die bijzondere
                        subsidieverordening voor dat betreffende onderdeel in te trekken. Daarna
                        stelt het college de definitieve beleidsregels vast en publiceert deze.</al>
            <al>Nadat er voor alle beleidsterreinen die onder de betreffende bijzondere
                        verordening vallen beleidsregels zijn vastgesteld zal de raad voorgesteld
                        worden de betreffende verordening in te trekken.</al>
            <al>De diversiteit en veelheid van beleidsterreinen (zie bijlage ter inzage 2)
                        en het maatschappelijk belang daarvan, nopen tot een gefaseerde aanpak.</al>
            <al>Naar verwachting zal het onder punt 2 geschetste traject voor de meeste
                        beleidsterreinen in 2008 afgerond kunnen worden.</al>
            <al>BIJLAGE TER INZAGE 1</al>
            <al>
              <vet>HOOFDSTUK 4. BIJZONDERE BEPALINGEN OVER BESLUITEN:</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Titel 4.1 beschikkingen en titel 4.2 subsidies van de Awb</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>TITEL 4.1. BESCHIKKINGEN</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>AFDELING 4.1.1. DE AANVRAAG</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:1</vet>
            </al>
            <al>Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, wordt de aanvraag tot
                        het geven van een beschikking schriftelijk ingediend bij het bestuursorgaan
                        dat bevoegd is op de aanvraag te beslissen. </al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:2</vet>
            </al>
            <al>De aanvraag wordt ondertekend en bevat ten minste:</al>
            <al>de naam en het adres van de aanvrager;</al>
            <al>de dagtekening;</al>
            <al>een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd.</al>
            <al>De aanvrager verschaft voorts de gegevens en bescheiden die voor de
                        beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de
                        beschikking kan krijgen.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:3</vet>
            </al>
            <al>De aanvrager kan weigeren gegevens en bescheiden te verschaffen voor zover
                        het belang daarvan voor de beslissing van het bestuursorgaan niet opweegt
                        tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, met
                        inbegrip van de bescherming van medische en psychologische
                        onderzoeksresultaten, of tegen het belang van de bescherming van bedrijfs-
                        en fabricagegegevens.</al>
            <al>Het eerste lid is niet van toepassing op bij wettelijk voorschrift
                        aangewezen gegevens en bescheiden waarvan is bepaald dat deze dienen te
                        worden overgelegd.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:4</vet>
            </al>
            <al>Het bestuursorgaan dat bevoegd is op de aanvraag te beslissen, kan voor het
                        indienen van aanvragen en het verstrekken van gegevens een formulier
                        vaststellen, voor zover daarin niet is voorzien bij wettelijk
                        voorschrift.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:5</vet>
            </al>
            <al>Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor
                        het in behandeling nemen van de aanvraag of indien de verstrekte gegevens en
                        bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de
                        voorbereiding van de beschikking, kan het bestuursorgaan besluiten de
                        aanvraag niet te behandelen, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad
                        binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn de aanvraag aan te
                        vullen.</al>
            <al>Indien de aanvraag of een van de daarbij behorende gegevens of bescheiden in
                        een vreemde taal is gesteld en een vertaling daarvan voor de beoordeling van
                        de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking noodzakelijk is, kan
                        het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen, mits de
                        aanvrager de gelegenheid heeft gehad binnen een door het bestuursorgaan
                        gestelde termijn de aanvraag met een vertaling aan te vullen.</al>
            <al>Indien de aanvraag of een van de daarbij behorende gegevens of bescheiden
                        omvangrijk of ingewikkeld is en een samenvatting voor de beoordeling van de
                        aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking noodzakelijk is, kan
                        het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen, mits de
                        aanvrager de gelegenheid heeft gehad binnen een door het bestuursorgaan
                        gestelde termijn de aanvraag met een samenvatting aan te vullen.</al>
            <al>Een besluit om de aanvraag niet te behandelen wordt aan de aanvrager
                        bekendgemaakt binnen vier weken nadat de aanvraag is aangevuld of nadat de
                        daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:6</vet>
            </al>
            <al>Indien na een geheel of gedeeltelijk afwijzende beschikking een nieuwe
                        aanvraag wordt gedaan, is de aanvrager gehouden nieuw gebleken feiten of
                        veranderde omstandigheden te vermelden.</al>
            <al>Wanneer geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden
                        vermeld, kan het bestuursorgaan zonder toepassing te geven aan artikel 4:5
                        de aanvraag afwijzen onder verwijzing naar zijn eerdere afwijzende
                        beschikking.</al>
            <al>
              <vet>AFDELING 4.1.2. DE VOORBEREIDING </vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:7</vet>
            </al>
            <al>Voordat een bestuursorgaan een aanvraag tot het geven van een beschikking
                        geheel of gedeeltelijk afwijst, stelt het de aanvrager in de gelegenheid
                        zijn zienswijze naar voren te brengen indien:</al>
            <al>de afwijzing zou steunen op gegevens over feiten en belangen die de
                        aanvrager betreffen, en</al>
            <al>die gegevens afwijken van gegevens die de aanvrager ter zake zelf heeft
                        verstrekt.</al>
            <al>Het eerste lid geldt niet indien sprake is van een afwijking van de aanvraag
                        die slechts van geringe betekenis voor de aanvrager kan zijn.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:8</vet>
            </al>
            <al>Voordat een bestuursorgaan een beschikking geeft waartegen een
                        belanghebbende die de beschikking niet heeft aangevraagd naar verwachting
                        bedenkingen zal hebben, stelt het die belanghebbende in de gelegenheid zijn
                        zienswijze naar voren te brengen indien:</al>
            <al>de beschikking zou steunen op gegevens over feiten en belangen die de
                        belanghebbende betreffen, en</al>
            <al>die gegevens niet door de belanghebbende zelf ter zake zijn verstrekt.</al>
            <al>Het eerste lid geldt niet indien de belanghebbende niet heeft voldaan aan
                        een wettelijke verplichting gegevens te verstrekken.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:9</vet>
            </al>
            <al>Bij toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 kan de belanghebbende naar keuze
                        schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren brengen.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:10</vet>
            </al>
            <al>Indien ter uitvoering van de artikelen 4:7 en 4:8 toepassing wordt gegeven
                        aan afdeling 3.4 of afdeling 3.5, stelt het bestuursorgaan de aanvrager en
                        degene tot wie de beschikking zal zijn gericht, daarvan op de hoogte. </al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:11</vet>
            </al>
            <al>Het bestuursorgaan kan toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 achterwege
                        laten voor zover:</al>
            <al>de vereiste spoed zich daartegen verzet;</al>
            <al>de belanghebbende reeds in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze bij een
                        eerdere beschikking of bij een ander bestuursorgaan naar voren te brengen en
                        zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan,
                        of</al>
            <al>het met de beschikking beoogde doel slechts kan worden bereikt indien de
                        belanghebbende daarvan niet reeds tevoren in kennis is gesteld.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:12</vet>
            </al>
            <al>Het bestuursorgaan kan toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 voorts
                        achterwege laten bij een beschikking die strekt tot het vaststellen van een
                        financiële verplichting of aanspraak indien:</al>
            <al>tegen die beschikking bezwaar kan worden gemaakt of administratief beroep
                        kan worden ingesteld, en</al>
            <al>de nadelige gevolgen na bezwaar of administratief beroep volledig ongedaan
                        kunnen worden gemaakt.</al>
            <al>Het eerste lid geldt niet bij een beschikking die strekt tot:</al>
            <al>het op grond van artikel 4:35 of met toepassing van artikel 4:51 weigeren
                        van een subsidie;</al>
            <al>het op grond van artikel 4:46, tweede lid, lager vaststellen van een
                        subsidie, of</al>
            <al>het intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen van een
                        subsidieverlening of een subsidievaststelling.</al>
            <al>
              <vet>AFDELING 4.1.3. BESLISTERMIJN </vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:13</vet>
            </al>
            <al>Een beschikking dient te worden gegeven binnen de bij wettelijk voorschrift
                        bepaalde termijn of, bij het ontbreken van zulk een termijn, binnen een
                        redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag.</al>
            <al>De in het eerste lid bedoelde redelijke termijn is in ieder geval verstreken
                        wanneer het bestuursorgaan binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag
                        geen beschikking heeft gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in artikel
                        4:14 heeft gedaan.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:14</vet>
            </al>
            <al>Indien, bij het ontbreken van een bij wettelijk voorschrift bepaalde
                        termijn, een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, stelt
                        het bestuursorgaan de aanvrager daarvan in kennis en noemt het daarbij een
                        redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. </al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:15</vet>
            </al>
            <al>De termijn voor het geven van een beschikking wordt opgeschort met ingang
                        van de dag waarop het bestuursorgaan krachtens artikel 4:5 de aanvrager
                        uitnodigt de aanvraag aan te vullen, tot de dag waarop de aanvraag is
                        aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken. </al>
            <al>
              <vet>AFDELING 4.1.4. MOTIVERING </vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:16</vet> [Vervallen.] </al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:17</vet> [Vervallen.] </al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:18</vet> [Vervallen.] </al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:19</vet> [Vervallen.] </al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:20</vet> [Vervallen.] </al>
            <al>
              <vet> TITEL 4.2. SUBSIDIES </vet>
            </al>
            <al>
              <vet>AFDELING 4.2.1. INLEIDENDE BEPALINGEN</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:21</vet>
            </al>
            <al>Onder subsidie wordt verstaan: de aanspraak op financiële middelen, door een
                        bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de
                        aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde
                        goederen of diensten.</al>
            <al>Deze titel is niet van toepassing op aanspraken of verplichtingen die
                        voortvloeien uit een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de heffing
                        van een premie dan wel een premievervangende belasting ingevolge de Wet
                        financiering volksverzekeringen.</al>
            <al>Deze titel is niet van toepassing op de aanspraak op financiële middelen die
                        wordt verstrekt op grond van een wettelijk voorschrift dat uitsluitend
                        voorziet in verstrekking aan rechtspersonen die krachtens publiekrecht zijn
                        ingesteld.</al>
            <al>Deze titel is van overeenkomstige toepassing op de bekostiging van het
                        onderwijs en onderzoek.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:22</vet>
            </al>
            <al>Onder subsidieplafond wordt verstaan: het bedrag dat gedurende een bepaald
                        tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies
                        krachtens een bepaald wettelijk voorschrift.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:23</vet>
            </al>
            <al>Een bestuursorgaan verstrekt slechts subsidie op grond van een wettelijk
                        voorschrift dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden
                        verstrekt.</al>
            <al>Indien een zodanig wettelijk voorschrift is opgenomen in een niet op een wet
                        berustende algemene maatregel van bestuur, vervalt dat voorschrift vier
                        jaren nadat het in werking is getreden, tenzij voor dat tijdstip een
                        voorstel van wet bij de Staten-Generaal is ingediend waarin de subsidie
                        wordt geregeld.</al>
            <al>Het eerste lid is niet van toepassing:</al>
            <al>in afwachting van de totstandkoming van een wettelijk voorschrift gedurende
                        ten hoogste een jaar of totdat een binnen dat jaar bij de Staten-Generaal
                        ingediend wetsvoorstel is verworpen of tot wet is verheven en in werking is
                        getreden;</al>
            <al>indien de subsidie rechtstreeks op grond van een door de Raad van de
                        Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of de Commissie
                        van de Europese Gemeenschappen vastgesteld programma wordt verstrekt;</al>
            <al>indien de begroting de subsidie-ontvanger en het bedrag waarop de subsidie
                        ten hoogste kan worden vastgesteld, vermeldt,of</al>
            <al>in incidentele gevallen, mits de subsidie voor ten hoogste vier jaren wordt
                        verstrekt.</al>
            <al>Het bestuursorgaan publiceert jaarlijks een verslag van de verstrekking van
                        subsidies met toepassing van het derde lid, onderdelen <cursief>a</cursief>
                        en <cursief>d</cursief>.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:24</vet>
            </al>
            <al>Indien een subsidie op een wettelijk voorschrift berust, wordt ten minste
                        eenmaal in de vijf jaren een verslag gepubliceerd over de doeltreffendheid
                        en de effecten van de subsidie in de praktijk, tenzij bij wettelijk
                        voorschrift anders is bepaald.</al>
            <al>
              <vet>AFDELING 4.2.2. HET SUBSIDIEPLAFOND </vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:25</vet>
            </al>
            <al>Een subsidieplafond kan slechts bij of krachtens wettelijk voorschrift
                        worden vastgesteld.</al>
            <al>Een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de subsidie
                        het subsidieplafond zou worden overschreden.</al>
            <al>Indien niet tijdig, dan wel in bezwaar of beroep of ter uitvoering van een
                        rechterlijke uitspraak omtrent verstrekking wordt beslist, geldt de
                        verplichting van het tweede lid slechts voor zover zij ook gold op het
                        tijdstip, waarop de beslissing in eerste aanleg werd genomen of had moeten
                        worden genomen.</al>
            <al>
              <vet> Artikel 4:26</vet>
            </al>
            <al>Bij of krachtens wettelijk voorschrift wordt bepaald hoe het beschikbare
                        bedrag wordt verdeeld.</al>
            <al>Bij de bekendmaking van het subsidieplafond wordt de wijze van verdeling
                        vermeld.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:27</vet>
            </al>
            <al>Het subsidieplafond wordt bekendgemaakt voor de aanvang van het tijdvak
                        waarvoor het is vastgesteld.</al>
            <al>Indien het subsidieplafond of een verlaging daarvan later wordt
                        bekendgemaakt, heeft deze bekendmaking geen gevolgen voor voordien
                        ingediende aanvragen.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:28</vet>
            </al>
            <al>Artikel 4:27, tweede lid, is niet van toepassing, indien:</al>
            <al>de aanvragen voor het tijdvak waarvoor het subsidieplafond is vastgesteld
                        ingevolge wettelijk voorschrift moeten worden ingediend op een tijdstip
                        waarop de begroting nog niet is vastgesteld of goedgekeurd;</al>
            <al>het een verlaging betreft die voortvloeit uit de vaststelling of goedkeuring
                        van de begroting, en</al>
            <al>bij de bekendmaking van het subsidieplafond is gewezen op de mogelijkheid
                        van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.</al>
            <al>
              <vet>AFDELING 4.2.3. DE SUBSIDIEVERLENING </vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:29</vet>
            </al>
            <al>Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald kan voorafgaand aan een
                        subsidievaststelling een beschikking omtrent subsidieverlening worden
                        gegeven, indien een aanvraag daartoe is ingediend voor de afloop van de
                        activiteit of het tijdvak waarvoor de subsidie wordt gevraagd.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:30</vet>
            </al>
            <al>De beschikking tot subsidieverlening bevat een omschrijving van de
                        activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend.</al>
            <al>De omschrijving kan later worden uitgewerkt, voor zover de beschikking tot
                        subsidieverlening dit vermeldt.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:31</vet>
            </al>
            <al>De beschikking tot subsidieverlening vermeldt het bedrag van de subsidie,
                        dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald.</al>
            <al>Indien de beschikking tot subsidieverlening het bedrag van de subsidie niet
                        vermeldt, vermeldt zij het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden
                        vastgesteld, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:32</vet>
            </al>
            <al>Een subsidie in de vorm van een periodieke aanspraak op financiële middelen
                        wordt verleend voor een bepaald tijdvak, dat in de beschikking tot
                        subsidieverlening wordt vermeld.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:33</vet>
            </al>
            <al>Een subsidie kan niet worden verleend onder de voorwaarde dat uitsluitend
                        het bestuursorgaan of uitsluitend de subsidie-ontvanger een bepaalde
                        handeling verricht, tenzij het betreft de voorwaarde dat:</al>
            <al>de subsidie-ontvanger medewerkt aan de totstandkoming van een overeenkomst
                        ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening, of</al>
            <al>de subsidie-ontvanger aantoont dat een gebeurtenis, niet zijnde een
                        handeling van het bestuursorgaan of van de subsidie-ontvanger, heeft
                        plaatsgevonden.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:34</vet>
            </al>
            <al>Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die nog
                        niet is vastgesteld of goedgekeurd, kan zij worden verleend onder de
                        voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.</al>
            <al>De voorwaarde kan niet worden gesteld, voor zover zulks voortvloeit uit het
                        wettelijk voorschrift waarop de subsidie berust.</al>
            <al>De voorwaarde vervalt, indien het bestuursorgaan daarop niet binnen vier
                        weken na de vaststelling of goedkeuring van de begroting een beroep heeft
                        gedaan.</al>
            <al>Het beroep op de voorwaarde geschiedt bij een subsidie voor een activiteit
                        die door het bestuursorgaan ook in het voorafgaande begrotingsjaar werd
                        gesubsidieerd door een intrekking wegens veranderde omstandigheden
                        overeenkomstig artikel 4:50.</al>
            <al>In andere gevallen geschiedt het beroep op de voorwaarde door een intrekking
                        overeenkomstig artikel 4:48, eerste lid.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:35</vet>
            </al>
            <al>De subsidieverlening kan in ieder geval worden geweigerd indien een gegronde
                        reden bestaat om aan te nemen dat:</al>
            <al>de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;</al>
            <al>de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden
                        verplichtingen;</al>
            <al>de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal
                        afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven
                        en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van
                        belang zijn.</al>
            <al>De subsidieverlening kan voorts in ieder geval worden geweigerd indien de
                        aanvrager:</al>
            <al>in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                        verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking
                        op de aanvraag zouden hebben geleid, of</al>
            <al>failliet is verklaard of aan hem surseance van betaling is verleend of ten
                        aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van
                        toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is
                        ingediend.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:36</vet>
            </al>
            <al>Ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening kan een overeenkomst
                        worden gesloten.</al>
            <al>Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de
                        subsidie zich daartegen verzet, kan in de overeenkomst worden bepaald dat de
                        subsidie-ontvanger verplicht is de activiteiten te verrichten waarvoor de
                        subsidie is verleend.</al>
            <al>
              <vet>AFDELING 4.2.4. VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIE-ONTVANGER </vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:37</vet>
            </al>
            <al>Het bestuursorgaan kan de subsidie-ontvanger verplichtingen opleggen met
                        betrekking tot:</al>
            <al>aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend;</al>
            <al>de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en
                        inkomsten;</al>
            <al>het vóór de subsidievaststelling verstrekken van gegevens en bescheiden die
                        nodig zijn voor een beslissing omtrent de subsidie;</al>
            <al>de te verzekeren risico’s;</al>
            <al>het stellen van zekerheid voor verleende voorschotten;</al>
            <al>het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte
                        activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze
                        voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn;</al>
            <al>het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de subsidie voor
                        derden;</al>
            <al>het uitoefenen van controle door een accountant als bedoeld in artikel 393,
                        eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek op het door het
                        bestuursorgaan gevoerde financiële beheer en de financiële verantwoording
                        daarover.</al>
            <al>Indien een verplichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel
                            <cursief>c</cursief>, wordt opgelegd, zijn de artikelen 4:3 en 4:4 van
                        overeenkomstige toepassing.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:38</vet>
            </al>
            <al>Het bestuursorgaan kan de subsidie-ontvanger ook andere verplichtingen
                        opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.</al>
            <al>Indien de subsidie op een wettelijk voorschrift berust, worden de
                        verplichtingen opgelegd bij wettelijk voorschrift of krachtens wettelijk
                        voorschrift bij de subsidieverlening.</al>
            <al>Indien de subsidie niet op een wettelijk voorschrift berust, kunnen de
                        verplichtingen worden opgelegd bij de subsidieverlening.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:39</vet>
            </al>
            <al>Verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de
                        subsidie kunnen slechts aan de subsidie worden verbonden voor zover dit bij
                        wettelijk voorschrift is bepaald.</al>
            <al>Verplichtingen als bedoeld in het eerste lid kunnen slechts betrekking
                        hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde
                        activiteit wordt verricht.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:40</vet> De verplichtingen kunnen na de subsidieverlening
                        worden uitgewerkt, voor zover de beschikking tot subsidieverlening dit
                        vermeldt. </al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:41</vet>
            </al>
            <al>In de gevallen, genoemd in het tweede lid, is de subsidie-ontvanger, voor
                        zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming,
                        daarvoor een vergoeding verschuldigd aan het bestuursorgaan, mits:</al>
            <al>dit bij wettelijk voorschrift of, indien de subsidie niet op een wettelijk
                        voorschrift berust, bij de subsidieverlening is bepaald, en</al>
            <al>daarbij is aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.</al>
            <al>De vergoeding is slechts verschuldigd indien:</al>
            <al>de subsidie-ontvanger voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of
                        bestemde goederen vervreemdt of bezwaart of de bestemming daarvan
                        wijzigt;</al>
            <al>de subsidie-ontvanger een schadevergoeding ontvangt voor verlies of
                        beschadiging van voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde
                        goederen;</al>
            <al>de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk worden beëindigd;</al>
            <al>de subsidieverlening of de subsidievaststelling wordt ingetrokken of de
                        subsidie wordt beëindigd, of</al>
            <al>de rechtspersoon die de subsidie ontving wordt ontbonden.</al>
            <al>De vergoeding wordt vastgesteld binnen een jaar nadat het bestuursorgaan op
                        de hoogte is gekomen of kon zijn van de gebeurtenis die het recht op
                        vergoeding deed ontstaan, doch in ieder geval binnen vijf jaren na de
                        bekendmaking van de laatste beschikking tot subsidievaststelling.</al>
            <al>
              <vet>AFDELING 4.2.5. DE SUBSIDIEVASTSTELLING </vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:42</vet>
            </al>
            <al>De beschikking tot subsidievaststelling stelt het bedrag van de subsidie
                        vast en geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag
                        overeenkomstig afdeling 4.2.7.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:43</vet>
            </al>
            <al>Indien geen beschikking tot subsidieverlening is gegeven, bevat de
                        beschikking tot subsidievaststelling een aanduiding van de activiteiten
                        waarvoor subsidie wordt verstrekt.</al>
            <al>De artikelen 4:32, 4:35, tweede lid, 4:38 en 4:39 zijn van overeenkomstige
                        toepassing.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:44</vet>
            </al>
            <al>Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, dient de
                        subsidie-ontvanger na afloop van de activiteiten of het tijdvak waarvoor de
                        subsidie is verleend een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in,
                        tenzij:</al>
            <al>de subsidie met toepassing van artikel 4:47, onderdeel <cursief>a</cursief>,
                        ambtshalve wordt vastgesteld;</al>
            <al>bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening is bepaald dat de
                        aanvraag wordt ingediend telkens na afloop van een gedeelte van het tijdvak
                        waarvoor de subsidie is verleend, of</al>
            <al>de vaststelling van de subsidie bij een overeenkomst als bedoeld in artikel
                        4:36, eerste lid, anders is geregeld.</al>
            <al>Indien bij wettelijk voorschrift geen termijn is bepaald, wordt de aanvraag
                        tot vaststelling ingediend binnen een bij de subsidieverlening te bepalen
                        termijn.</al>
            <al>Indien voor de indiening van de aanvraag tot vaststelling geen termijn is
                        bepaald of de aanvraag na afloop van de daarvoor bepaalde termijn niet is
                        ingediend kan het bestuursorgaan de subsidie-ontvanger een termijn stellen
                        binnen welke de aanvraag moet zijn ingediend.</al>
            <al>Indien na afloop van deze termijn geen aanvraag is ingediend, kan de
                        subsidie ambtshalve worden vastgesteld.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:45</vet>
            </al>
            <al>Bij de aanvraag tot subsidievaststelling toont de aanvrager aan dat de
                        activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de subsidie
                        verbonden verplichtingen, tenzij de subsidie voor de aanvang van de
                        activiteiten wordt vastgesteld.</al>
            <al>Bij de aanvraag tot subsidievaststelling legt de aanvrager rekening en
                        verantwoording af omtrent de aan de activiteiten verbonden uitgaven en
                        inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang
                        zijn.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:46</vet>
            </al>
            <al>Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, stelt het
                        bestuursorgaan de subsidie overeenkomstig de subsidieverlening vast.</al>
            <al>De subsidie kan lager worden vastgesteld indien:</al>
            <al>de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben
                        plaatsgevonden;</al>
            <al>de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden
                        verplichtingen;</al>
            <al>de subsidie-ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de
                        verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op
                        de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid, of</al>
            <al>de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidie-ontvanger dit
                        wist of behoorde te weten.</al>
            <al>Voor zover het bedrag van de subsidie afhankelijk is van de werkelijke
                        kosten van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, worden kosten die
                        in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd bij de
                        vaststelling van de subsidie niet in aanmerking genomen.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:47</vet>
            </al>
            <al>Het bestuursorgaan kan de subsidie geheel of gedeeltelijk ambtshalve
                        vaststellen, indien:</al>
            <al>bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening een termijn is bepaald
                        binnen welke de subsidie ambtshalve wordt vastgesteld;</al>
            <al>toepassing wordt gegeven aan artikel 4:44, vierde lid, of</al>
            <al>de beschikking tot subsidieverlening of de beschikking tot
                        subsidievaststelling wordt ingetrokken of ten nadele van de ontvanger wordt
                        gewijzigd.</al>
            <al>
              <vet>AFDELING 4.2.6. INTREKKING EN WIJZIGING </vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:48</vet>
            </al>
            <al>Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het bestuursorgaan de
                        subsidieverlening intrekken of ten nadele van de subsidie-ontvanger
                        wijzigen, indien:</al>
            <al>de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben
                        plaatsgevonden of zullen plaatsvinden;</al>
            <al>de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden
                        verplichtingen;</al>
            <al>de subsidie-ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de
                        verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op
                        de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid;</al>
            <al>de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidie-ontvanger dit
                        wist of behoorde te weten, of</al>
            <al>met toepassing van artikel 4:34, vijfde lid, een beroep wordt gedaan op de
                        voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.</al>
            <al>De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de
                        subsidie is verleend, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is
                        bepaald.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:49</vet>
            </al>
            <al>Het bestuursorgaan kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van
                        de ontvanger wijzigen:</al>
            <al>op grond van feiten of omstandigheden waarvan het bij de
                        subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond
                        waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de subsidieverlening zou zijn
                        vastgesteld;</al>
            <al>indien de subsidievaststelling onjuist was en de subsidie-ontvanger dit wist
                        of behoorde te weten, of</al>
            <al>indien de subsidie-ontvanger na de subsidievaststelling niet heeft voldaan
                        aan aan de subsidie verbonden verplichtingen.</al>
            <al>De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de
                        subsidie is vastgesteld, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is
                        bepaald.</al>
            <al>De subsidievaststelling kan niet meer worden ingetrokken of ten nadele van
                        de ontvanger worden gewijzigd indien vijf jaren zijn verstreken sedert de
                        dag waarop zij is bekendgemaakt dan wel, in het geval, bedoeld in het eerste
                        lid, onderdeel <cursief>c</cursief>, sedert de dag waarop de handeling in
                        strijd met de verplichting is verricht of de dag waarop aan de verplichting
                        had moeten zijn voldaan.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:50</vet>
            </al>
            <al>Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het bestuursorgaan de
                        subsidieverlening met inachtneming van een redelijke termijn intrekken of
                        ten nadele van de subsidie-ontvanger wijzigen:</al>
            <al>voor zover de subsidieverlening onjuist is;</al>
            <al>voor zover veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich in
                        overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van de
                        subsidie verzetten, of</al>
            <al>in andere bij wettelijk voorschrift geregelde gevallen.</al>
            <al>Bij intrekking of wijziging op grond van het eerste lid, onderdeel
                            <cursief>a</cursief> of <cursief>b</cursief>, vergoedt het
                        bestuursorgaan de schade die de subsidie-ontvanger lijdt doordat hij in
                        vertrouwen op de subsidie anders heeft gehandeld dan hij zonder subsidie zou
                        hebben gedaan.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:51</vet>
            </al>
            <al>Indien aan een subsidie-ontvanger voor drie of meer achtereenvolgende jaren
                        subsidie is verstrekt voor dezelfde of in hoofdzaak dezelfde voortdurende
                        activiteiten, geschiedt gehele of gedeeltelijke weigering van de subsidie
                        voor een daarop aansluitend tijdvak op de grond, dat veranderde
                        omstandigheden of gewijzigde inzichten zich tegen voortzetting of
                        ongewijzigde voortzetting van de subsidie verzetten, slechts met
                        inachtneming van een redelijke termijn.</al>
            <al>Voor zover aan het einde van het tijdvak waarvoor subsidie is verleend
                        sedert de bekendmaking van het voornemen tot weigering voor een daarop
                        aansluitend tijdvak nog geen redelijke termijn is verstreken, wordt de
                        subsidie voor het resterende deel van die termijn verleend, zo nodig in
                        afwijking van artikel 4:25, tweede lid.</al>
            <al>
              <vet>AFDELING 4.2.7. BETALING EN TERUGVORDERING </vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:52</vet>
            </al>
            <al>Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de subsidievaststelling betaald,
                        onder verrekening van de betaalde voorschotten.</al>
            <al>Het subsidiebedrag wordt binnen vier weken na de subsidievaststelling
                        betaald, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.</al>
            <al>Indien de subsidie niet op een wettelijk voorschrift berust, kan bij de
                        subsidieverlening, of, indien geen beschikking tot subsidieverlening is
                        gegeven, bij de subsidievaststelling, een andere termijn worden bepaald
                        waarbinnen het subsidiebedrag wordt betaald.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:53</vet>
            </al>
            <al>Het subsidiebedrag kan in gedeelten worden betaald, mits bij wettelijk
                        voorschrift is bepaald hoe de gedeelten worden berekend en op welke
                        tijdstippen zij worden betaald.</al>
            <al>Indien de subsidie niet op een wettelijk voorschrift berust, kan het
                        subsidiebedrag in gedeelten worden betaald, mits bij de subsidieverlening,
                        of indien geen beschikking tot subsidieverlening is gegeven, bij de
                        subsidievaststelling, is bepaald hoe de gedeelten worden berekend en op
                        welke tijdstippen zij worden betaald.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:54</vet>
            </al>
            <al>Het bestuursorgaan kan de subsidie-ontvanger voorschotten verlenen, voor
                        zover dit bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening is
                        bepaald.</al>
            <al>De beschikking tot voorschotverlening vermeldt het bedrag van het voorschot,
                        dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:55</vet>
            </al>
            <al>Voorschotten worden overeenkomstig de voorschotverlening betaald.</al>
            <al>De voorschotten worden binnen vier weken na de voorschotverlening betaald,
                        tenzij bij wettelijk voorschrift of bij de voorschotverlening anders is
                        bepaald.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:56</vet>
            </al>
            <al>De verplichting tot betaling van een subsidiebedrag of een voorschot wordt
                        opgeschort met ingang van de dag waarop het bestuursorgaan aan de
                        subsidie-ontvanger schriftelijk kennis geeft van het ernstige vermoeden dat
                        er grond bestaat om toepassing te geven aan artikel 4:48 of 4:49, tot en met
                        de dag waarop de beschikking omtrent de intrekking of wijziging is
                        bekendgemaakt of de dag waarop sedert de kennisgeving van het ernstige
                        vermoeden dertien weken zijn verstreken.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:57</vet>
            </al>
            <al>Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten kunnen worden
                        teruggevorderd voor zover na de dag waarop de subsidie is vastgesteld, dan
                        wel de handeling als bedoeld in artikel 4:49, eerste lid, onderdeel
                            <cursief>c</cursief>, heeft plaatsgevonden, nog geen vijf jaren zijn
                        verstreken.</al>
            <al>
              <vet>AFDELING 4.2.8. PER BOEKJAAR VERSTREKTE SUBSIDIES AAN RECHTSPERSONEN
                        </vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Paragraaf 4.2.8.1. Inleidende bepalingen </vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:58</vet>
            </al>
            <al>Deze afdeling is van toepassing op per boekjaar verstrekte subsidies, indien
                        dat bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan is
                        bepaald.</al>
            <al>Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat deze afdeling van
                        toepassing is op daarbij aangewezen subsidies.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:59</vet>
            </al>
            <al>Het bestuursorgaan dat met toepassing van deze afdeling een subsidie
                        verleent kan een of meer toezichthouders aanwijzen die zijn belast met het
                        toezicht op de naleving van de aan de ontvanger van die subsidie opgelegde
                        verplichtingen.</al>
            <al>De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden, vermeld in de
                        artikelen 5:18 en 5:19.</al>
            <al>
              <vet>Paragraaf 4.2.8.2. De aanvraag </vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:60</vet>
            </al>
            <al>Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, wordt de aanvraag van de
                        subsidie uiterlijk dertien weken voor de aanvang van het boekjaar
                        ingediend.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:61</vet>
            </al>
            <al>De aanvraag van de subsidie gaat in ieder geval vergezeld van:</al>
            <al>een activiteitenplan, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat
                        daaraan geen behoefte is, en</al>
            <al>een begroting, tenzij deze voor de berekening van het bedrag van de subsidie
                        niet van belang is.</al>
            <al>Indien de aanvrager beschikt over een egalisatiereserve als bedoeld in
                        artikel 4:72, vermeldt de aanvraag de omvang daarvan.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:62</vet>
            </al>
            <al>Het activiteitenplan behelst een overzicht van de activiteiten waarvoor
                        subsidie wordt gevraagd en de daarmee nagestreefde doelstellingen en
                        vermeldt per activiteit de daarvoor benodigde personele en materiële
                        middelen.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:63</vet>
            </al>
            <al>De begroting behelst een overzicht van de voor het boekjaar geraamde
                        inkomsten en uitgaven van de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op
                        de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd.</al>
            <al>De begrotingsposten worden ieder afzonderlijk van een toelichting
                        voorzien.</al>
            <al>Tenzij voor de activiteiten waarop de aanvraag betrekking heeft nog niet
                        eerder subsidie werd verstrekt, behelst de begroting een vergelijking met de
                        begroting van het lopende boekjaar en de gerealiseerde inkomsten en uitgaven
                        van het jaar, voorafgaand aan het lopende boekjaar.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:64</vet>
            </al>
            <al>Tenzij de aanvraag wordt ingediend door een krachtens publiekrecht
                        ingestelde rechtspersoon, gaat deze, indien voor het jaar voorafgaand aan
                        het subsidiejaar geen subsidie werd aangevraagd, voorts vergezeld van:</al>
            <al>een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon dan wel van de
                        statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd, en</al>
            <al>de laatst opgemaakte jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van
                        het Burgerlijk Wetboek dan wel de balans en de staat van baten en lasten en
                        de toelichting daarop of, indien deze bescheiden ontbreken, een verslag over
                        de financiële positie van de aanvrager op het moment van de aanvraag.</al>
            <al>De in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde bescheiden dan wel het verslag
                        over de financiële positie zijn voorzien van een van een accountant als
                        bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek
                        afkomstige schriftelijke verklaring omtrent de getrouwheid onderscheidenlijk
                        een mededeling, inhoudende dat van onjuistheden niet is gebleken.</al>
            <al>Bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan kan
                        vrijstelling of ontheffing worden verleend van het in het tweede lid
                        bepaalde.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:65</vet>
            </al>
            <al>Voor zover de aanvrager voor dezelfde begrote uitgaven tevens subsidie heeft
                        aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen, doet hij daarvan
                        mededeling in de aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met
                        betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen.</al>
            <al>
              <vet>Paragraaf 4.2.8.3. De subsidieverlening</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:66</vet>
            </al>
            <al>De subsidie wordt slechts verleend aan een rechtspersoon met volledige
                        rechtsbevoegdheid.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:67</vet>
            </al>
            <al>De subsidie wordt voor een boekjaar of voor een bepaald aantal boekjaren
                        verleend.</al>
            <al>Indien de subsidie voor twee of meer boekjaren wordt verleend, wordt aan de
                        subsidie de verplichting verbonden tot het periodiek aan het bestuursorgaan
                        verstrekken van de gegevens die voor de vaststelling van de subsidie van
                        belang zijn.</al>
            <al>De beschikking tot subsidieverlening vermeldt welke gegevens de
                        subsidie-ontvanger krachtens het tweede lid moet verstrekken, alsmede op
                        welke tijdstippen de gegevens moeten worden verstrekt.</al>
            <al>
              <vet>Paragraaf 4.2.8.4. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:68</vet>
            </al>
            <al>Tenzij bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening anders is
                        bepaald, stelt de subsidie-ontvanger het boekjaar gelijk aan het
                        kalenderjaar.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:69</vet>
            </al>
            <al>De subsidie-ontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat
                        daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang
                        zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en de ontvangsten
                        kunnen worden nagegaan.</al>
            <al>De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende zeven
                        jaren bewaard.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:70</vet>
            </al>
            <al>Indien gedurende het boekjaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen
                        te ontstaan tussen de werkelijke uitgaven en inkomsten en de begrote
                        uitgaven en inkomsten doet de subsidie-ontvanger daarvan onverwijld
                        mededeling aan het bestuursorgaan onder vermelding van de oorzaak van de
                        verschillen.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:71</vet>
            </al>
            <al>Indien dit bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening is bepaald,
                        behoeft de subsidie-ontvanger de toestemming van het bestuursorgaan
                        voor:</al>
            <al>het oprichten van dan wel deelnemen in een rechtspersoon;</al>
            <al>het wijzigen van de statuten;</al>
            <al>het in eigendom verwerven, het vervreemden of het bezwaren van
                        registergoederen, indien zij mede zijn verworven door middel van de
                        subsidiegelden, dan wel de lasten daarvoor mede worden bekostigd uit de
                        subsidiegelden;</al>
            <al>het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding
                        of bezwaring van registergoederen of tot huur, verhuur of pacht daarvan,
                        indien deze goederen geheel of gedeeltelijk zijn verworven door middel van
                        de subsidie dan wel de uitgaven daarvoor mede zijn bekostigd uit de
                        subsidie;</al>
            <al>het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van
                        geldlening;</al>
            <al>het aangaan van overeenkomsten waarbij de subsidie-ontvanger zich verbindt
                        tot zekerheidsstelling met inbegrip van zekerheidsstelling voor schulden van
                        derden of waarbij hij zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt
                        of zich voor een derde sterk maakt;</al>
            <al>het vormen van fondsen en reserveringen;</al>
            <al>het vaststellen of wijzigen van tarieven voor door de subsidie-ontvanger in
                        de gewone uitoefening van zijn gesubsidieerde activiteiten te verrichten
                        prestaties;</al>
            <al>het ontbinden van de rechtspersoon;</al>
            <al>het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van zijn
                        surseance van betaling.</al>
            <al>Het bestuursorgaan beslist binnen vier weken omtrent de toestemming.</al>
            <al>De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden verdaagd.</al>
            <al>Indien omtrent de toestemming niet tijdig is beslist, wordt de toestemming
                        geacht te zijn verleend.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:72</vet>
            </al>
            <al>Indien dit bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening is bepaald,
                        vormt de ontvanger een egalisatiereserve.</al>
            <al>Het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de werkelijke kosten van de
                        activiteiten waarvoor subsidie werd verleend komt ten gunste
                        onderscheidenlijk ten laste van de egalisatiereserve.</al>
            <al>De egalisatiereserve wordt zo hoog rentend en zo veilig als redelijkerwijs
                        mogelijk is belegd.</al>
            <al>De van de egalisatiereserve genoten rente wordt aan de egalisatiereserve
                        toegevoegd.</al>
            <al>In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, onderdelen
                            <cursief>c</cursief>, <cursief>d</cursief> en <cursief>e</cursief>, is
                        de subsidie-ontvanger ter zake van de egalisatiereserve vergoedingsplichtig
                        naar evenredigheid van de mate waarin de subsidie aan de egalisatiereserve
                        heeft bijgedragen.</al>
            <al>
              <vet>Paragraaf 4.2.8.5. De subsidievaststelling</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:73</vet>
            </al>
            <al>De subsidie wordt per boekjaar vastgesteld.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:74</vet>
            </al>
            <al>De subsidie-ontvanger dient binnen zes maanden na afloop van het boekjaar
                        een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in, tenzij bij wettelijk
                        voorschrift anders is bepaald of de subsidie met toepassing van artikel
                        4:67, tweede lid, voor twee of meer boekjaren is verleend.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:75</vet>
            </al>
            <al>De aanvraag tot vaststelling gaat in ieder geval vergezeld van een
                        financieel verslag en een activiteitenverslag.</al>
            <al>Indien de subsidie-ontvanger ingevolge wettelijk voorschrift verplicht is
                        tot het opstellen van een jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek 2
                        van het Burgerlijk Wetboek, of indien dit bij de subsidieverlening is
                        bepaald, legt hij in plaats van het financieel verslag de jaarrekening over,
                        onverminderd artikel 4:45, tweede lid.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:76</vet>
            </al>
            <al>Indien de subsidie-ontvanger zijn inkomsten geheel ontleent aan de subsidie
                        omvat het financiële verslag de balans en de exploitatierekening met de
                        toelichting en zijn het tweede tot en met vijfde lid van toepassing.</al>
            <al>Het financiële verslag geeft volgens normen die in het maatschappelijk
                        verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, een zodanig inzicht dat een
                        verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent:</al>
            <al>het vermogen en het exploitatiesaldo, en</al>
            <al>voor zover de aard van het financiële verslag dat toelaat, omtrent de
                        solvabiliteit en de liquiditeit van de subsidie-ontvanger.</al>
            <al>De balans met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de
                        grootte en de samenstelling in actief- en passiefposten van het vermogen op
                        het einde van het boekjaar weer.</al>
            <al>De exploitatierekening met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en
                        stelselmatig de grootte van het exploitatiesaldo van het boekjaar weer.</al>
            <al>Het financiële verslag sluit aan op de begroting waarvoor subsidie is
                        verleend en behelst een vergelijking met de gerealiseerde inkomsten en
                        uitgaven van het jaar, voorafgaand aan het boekjaar.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:77</vet>
            </al>
            <al>Indien de subsidie-ontvanger zijn inkomsten in overwegende mate ontleent aan
                        de subsidie kan bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening worden
                        bepaald dat artikel 4:76 van overeenkomstige toepassing is.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:78</vet>
            </al>
            <al>De subsidie-ontvanger geeft opdracht tot onderzoek van het financiële
                        verslag aan een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek
                        2 van het Burgerlijk Wetboek.</al>
            <al>De accountant onderzoekt of het financiële verslag voldoet aan de bij of
                        krachtens de wet gestelde voorschriften en of het activiteitenverslag, voor
                        zover hij dat verslag kan beoordelen, met het financiële verslag verenigbaar
                        is.</al>
            <al>De accountant geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een schriftelijke
                        verklaring omtrent de getrouwheid van het financiële verslag.</al>
            <al>De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van de in het
                        derde lid bedoelde verklaring.</al>
            <al>Bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening kan vrijstelling of
                        ontheffing worden verleend van het eerste tot en met het vierde lid.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:79</vet>
            </al>
            <al>Bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening kan worden bepaald dat
                        de in artikel 4:78, eerste lid, bedoelde opdracht tevens strekt tot
                        onderzoek van de naleving van aan de subsidie verbonden verplichtingen.</al>
            <al>Bij toepassing van het eerste lid gaat de opdracht vergezeld van een bij of
                        krachtens wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening vast te stellen
                        aanwijzing over de reikwijdte en de intensiteit van de controle.</al>
            <al>Bij toepassing van het eerste lid, gaat het financiële verslag tevens
                        vergezeld van een schriftelijke verklaring van de accountant over de
                        naleving door de subsidie-ontvanger van de aan de subsidie verbonden
                        verplichtingen.</al>
            <al>
              <vet>Artikel 4:80</vet>
            </al>
            <al>Het activiteitenverslag beschrijft de aard en omvang van de activiteiten
                        waarvoor subsidie werd verleend en bevat een vergelijking tussen de
                        nagestreefde en de gerealiseerde doelstellingen en een toelichting op de
                        verschillen.</al>
            <al>BIJLAGE TER INZAGE 2</al>
            <al>Overzicht bijzondere verordeningen en beleidsregels</al>
            <al>
              <vet>Bijzondere Verordening</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Overige Verordeningen en</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Verordeningen</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Waarderingssubsidies</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Beleidsregels Welzijn</vet>
            </al>
            <al>
              <vet>Stadsplanning</vet>
            </al>
            <al>Subsidieverordening</al>
            <al> Gevelverbetering</al>
            <al> Akerstraat-Noord en</al>
            <al> Omgeving</al>
            <al>Muziek-, aanhorige- en</al>
            <al> zanggezelschappen</al>
            <al>Speeltuin</al>
            <al> Subsidieverordening</al>
            <al>Schutterijen</al>
            <al>Sportsubsidieverordening</al>
            <al>Toneelgezelschappen</al>
            <al>
              <vet>- </vet>Verordening inzake de</al>
            <al> verlening van een subsidie</al>
            <al> en/of renteloos voorschot</al>
            <al> voor de bouw, verbouwing</al>
            <al> enz. voor</al>
            <al> sportaccommodaties door</al>
            <al> sportverenigingen</al>
            <al>Subsidieverordening</al>
            <al> gevelverbetering</al>
            <al> Hoofdstraat Hoensbroek</al>
            <al>Kerkgenootschappen</al>
            <al>Scoutinggroepen</al>
            <al>Kindervakantiewerk</al>
            <al>Subsidieverordening</al>
            <al> bodemsanering</al>
            <al> bedrijfsterreinen Heerlen</al>
            <al>Gespecialiseerd jeugd- en</al>
            <al> volwassenenwerk</al>
            <al>Spelotheken</al>
            <al>
              <vet>- </vet>Subsidieverordening</al>
            <al> gevelverbetering en maken van woonruimte boven</al>
            <al> bestaande bedrijfsruimte Heerlen centrum</al>
            <al>Ouderenverenigingen</al>
            <al>Subsidiebeleidsregels</al>
            <al> verkeersveiligheid OZB</al>
            <al>Organisaties voor</al>
            <al> emancipatieactiviteiten</al>
            <al>
              <vet>- </vet>Subsidiebeleidsregels</al>
            <al> verkeersveiligheid Politie</al>
            <al> Zuid-Limburg</al>
            <al>Verordening verhuis en</al>
            <al> herinrichtingskosten</al>
            <al>Belangenbehartigings-</al>
            <al> organisaties</al>
            <al>Bijdrageregeling voor de</al>
            <al> inzameling van oud papier</al>
            <al> en karton</al>
            <al>VVN Veilig Verkeer</al>
            <al> Nederland (voorheen</al>
            <al> 3VO)</al>
            <al>Subsidiebeleidsregels</al>
            <al> buurtgericht werken</al>
            <al>Subsidiebeleidsregels</al>
            <al> natuurbehoud:</al>
            <al>Subsidieverordening</al>
            <al> Stadsvernieuwing</al>
            <al>IVN Stichting</al>
            <al> natuurverkenners</al>
            <al> * Stichting kleine</al>
            <al> landschapselementen</al>
            <al>Verordening subsidiëring</al>
            <al> van woonconsumenten</al>
            <al>Open jeugdwerk van de</al>
            <al> Stichting Nor</al>
            <al> * Stichting Tuinen Ineke</al>
            <al> Greven/ de Doom Welten</al>
            <al>Subsidieverordening</al>
            <al>Nederlandse Vereniging tot</al>
            <al> Integratie van</al>
            <al> Homoseksualiteit/Centrum</al>
            <al> voor Ontspanning en </al>
            <al> Cultuur</al>
            <al> Energiezuinig Wonen</al>
            <al>Subsidiebeleidsregels</al>
            <al> openbare orde en</al>
            <al> veiligheid:</al>
            <al> 2006-2007</al>
            <al>Subsidieverordening</al>
            <al> gevelverbetering</al>
            <al> Willemstraat en</al>
            <al> Kempkensweg Heerlen</al>
            <al> * slachtofferhulp Nederland</al>
            <al> regio Zuid-Limburg</al>
            <al>Stichting NOX</al>
            <al>Operavereniging Cantiamo</al>
            <al> (voorheen Norma)</al>
            <al> * Bureau Halt Zuid-</al>
            <al> Limburg</al>
            <al>Verordening bodemsanering gemeente Heerlen 2006</al>
            <al>Heerlense</al>
            <al> Oratoriumvereniging</al>
            <al> ’t Gilde (apart genoemd in</al>
            <al> BVW, hoort bij </al>
            <al> ouderenorganisaties)</al>
            <al>Subsidieverordening</al>
            <al> woontussenvoorzieningen</al>
            <al>Subsidiebeleid Onderhoud</al>
            <al> Scoutingaccommodatie</al>
            <al>Heerlense Vrouwenraad</al>
            <al> (apart genoemd in BVW,</al>
            <al> hoort bij organisaties voor</al>
            <al> emancipatieactiviteiten)</al>
            <al>Stichting Vrouwenhuis</al>
            <al> Heerlen (idem)</al>
            <al>
              <vet>overige</vet>
            </al>
            <al>Kueb va Heele</al>
            <al>Land van Herle</al>
            <al>Volksdanscentrum</al>
            <al> Cramignon</al>
            <al>EHBO verenigingen</al>
            <al>
              <vet>Formulier Algemene informatie</vet>
            </al>
            <al>Naam verordening:</al>
            <al>ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING</al>
            <al>Nummer verordening:</al>
            <al>2007/702</al>
            <al>Algemeen verbindend voorschrift: (ja/nee)</al>
            <al>Ja</al>
            <al>Citeertitel:</al>
            <al>Algemene Subsidieverordening Heerlen</al>
            <al>Besloten door:</al>
            <al>gemeenteraad</al>
            <al>Programma:</al>
            <al>programmaoverstijgend</al>
            <al>Voor bepaalde duur: (ja/nee)</al>
            <al>Nee tot …….</al>
            <al>Grondslag:</al>
            <al>Gemeentewet, Awb</al>
            <al>Afdelingscode:</al>
            <al>04.0 SERVICEBUREAU WELZIJN</al>
            <al>Doel van de verordening:</al>
            <al>Actualisering</al>
            <al>Deze verordening treedt in de plaats van:</al>
            <al>Algemene Subsidie Verordening Heerlen </al>
            <al>Registratienummer oude verordening:</al>
            <al>2000/2455 gemeenteblad nr. 15.40.08</al>
            <al>Datum besluit:</al>
            <al>12 juni 2007</al>
            <al>Datum publicatie weekblad Parkstad:</al>
            <al>11 juli 2007</al>
            <al>Datum inwerkingtreding:</al>
            <al>12 juli 2007</al>
            <al>Met terugwerkende kracht:</al>
            <al>n.v.t.</al>
            <al>Datum besluit intrekking:</al>
            <al>12 juni 2007</al>
            <al>Datum publicatie intrekking:</al>
            <al>11 juli 2007</al>
            <al>Datum inwerkingtreding intrekking</al>
            <al>12 juli 2007</al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      
      <bijlage>
        <al>
          <vet>Inhoudsopgave Algemene Subsidieverordening Heerlen</vet>
        </al>
        <al>HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE EN ALGEMENE BEPALINGEN 7</al>
        <al>Artikel 1 Begripsomschrijvingen 7</al>
        <al>Artikel 2 Reikwijdte verordening 8</al>
        <al>Artikel 3 Bevoegdheidsverdeling 9</al>
        <al>Artikel 4 Subsidiesoorten/vormen 9</al>
        <al>Artikel 5 Subsidiegerechtigden 9</al>
        <al>Artikel 6 Maximale duur subsidieverlening 9</al>
        <al>Artikel 7 Criteria voor subsidieverstrekking 9</al>
        <al>Artikel 8 Weigeringsgronden 10</al>
        <al>Artikel 9 Intrekking en wijziging subsidieverlening/vaststelling 10</al>
        <al>Artikel 10 Betaling, bevoorschotting en terugvordering 10</al>
        <al>Artikel 11 Subsidieplafond 10</al>
        <al>Artikel 12 Begrotingsvoorwaarde 10</al>
        <al>Artikel 13 Andere financiële bepalingen 11</al>
        <al>HOOFDSTUK 2 SUBSIDIEPROCEDURE BUDGETSUBSIDIES 12</al>
        <al>Artikel14 Afdeling 4.2.8 Awb 12</al>
        <al>Artikel 15 Aanvraag tot subsidieverlening 12</al>
        <al>Artikel 16 Vereisten aanvraag 12</al>
        <al>Artikel 17 Beschikking tot subsidieverlening 12</al>
        <al>Artikel 18 Verplichtingen van de subsidieontvanger 13</al>
        <al>Artikel 19 Aanvraag tot subsidievaststelling 13</al>
        <al>Artikel 20 Beschikking tot subsidievaststelling 13</al>
        <al>HOOFDSTUK 3 SUBSIDIEPROCEDURE WAARDERINGSSUBSIDIES 13</al>
        <al>Artikel 21 Aanvraag tot subsidieverlening 13</al>
        <al>Artikel 22 Aanvraag tot subsidievaststelling 13</al>
        <al>Artikel 23 Beschikking tot subsidieverlening en subsidievaststelling 13</al>
        <al>Artikel 24 Verplichtingen van de subsidieontvanger 13</al>
        <al>HOOFDSTUK 4 SUBSIDIEPROCEDURE DOELSUBSIDIES 13</al>
        <al>Artikel 25 Aanvraag tot subsidieverlening 13</al>
        <al>Artikel 26 Aanvraag tot subsidievaststelling 13</al>
        <al>Artikel 27 Beschikking tot subsidieverlening en subsidievaststelling 13</al>
        <al>Artikel 28 Verplichtingen van de subsidieontvanger 13</al>
        <al>HOOFDSTUK 5 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN 13</al>
        <al>Artikel 29 Hardheidsclausule 13</al>
        <al>Artikel 30 Onvoorziene omstandigheden 13</al>
        <al>Artikel 31 Overgangsbepalingen 13</al>
        <al>Artikel 32 Inwerkingtreding en citeertitel 13</al>
        <al>TOELICHTING ALGEMENE SUBSIDIE VERORDENING 13</al>
        <al>BIJLAGE TER INZAGE 1 13</al>
        <al>
          <vet>Inhoudsopgave vervolgprocedure </vet>
        </al>
        <al>BIJLAGE TER VASTSTELLING 13</al>
        <al>
          BIJLAGE TER INZAGE 2 13</al>
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>