<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR5292_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen Hardenberg</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hardenberg</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-02-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hardenberg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2009, nr. 4</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de lijkbezorging, art. 35, Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-02-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-03-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-02-11</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Nadere regels voor de gemeentelijke begraafplaatsen in Hardenberg 2009</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>BEHEERVERORDENING GEMEENTELIJKE BEGRAAFPLAATSEN 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Hardenberg;</al><al>overwegende dat, </al><al>bij raadsbesluit d.d. 23 oktober 2007, nr 2007/7416 is besloten tot het
                        voeren van een beleid, waarbij door middel van ruiming van oude graven wordt
                        voorzien in voldoende en betaalbare grafruimte;</al><al>teneinde een zorgvuldige werkwijze en de rechtsbescherming van de
                        rechthebbenden c.q nabestaanden te waarborgen, een en ander goed verankerd
                        dient te zijn in de beheerverordening;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 23
                        december 2008, no. 2008/DGRO/133714;</al><al>gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de
                        Gemeentewet;</al><al><vet>Besluit:</vet></al><al>vast te stellen de volgende:</al><al><vet>Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke
                            begraafplaatsen Hardenberg</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Algemene bepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>begraafplaats:</al><lijst><li nr="-"><al>de begraafplaats aan de Bruchterweg te Hardenberg;</al></li><li nr="-"><al>de begraafplaats aan de Scholtensdijk te
                                            Hardenberg;</al></li><li nr="-"><al>de begraafplaats aan de Stationsstraat te
                                            Hardenberg;</al></li><li nr="-"><al>de begraafplaats Larikshof aan de Oldemijerweg te
                                            Rheeze;</al></li><li nr="-"><al>de begraafplaats te Gramsbergen;</al></li><li nr="-"><al>de begraafplaats Mulderij te Dedemsvaart;</al></li><li nr="-"><al>de begraafplaats Achterveld te Dedemsvaart;</al></li><li nr="-"><al>de begraafplaats Oud-Avereest te Balkbrug.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>eigen graf:</al><al> een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon
                                    het uitsluitend recht is verleend tot:</al><lijst><li nr="-"><al>het begraven en begraven houden van lijken;</al></li><li nr="-"><al>het bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of
                                            zonder urn of erin verstrooien van as.</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>eigen kindergraf:</al><al> een graf, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon
                                    het uitsluitend recht is verleend tot:</al><lijst><li nr="-"><al>het begraven en begraven houden van lijken van levenloos
                                            geboren kinderen, alsmede van kinderen tot 12 jaar;</al></li><li nr="-"><al>het bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of
                                            zonder urn of het erin doen verstrooien van as van
                                            levenloos geboren kinderen, alsmede van kinderen tot 12
                                            jaar;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>eigen urnengraf:</al><al> een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon
                                    het uitsluitend recht is verleend tot het bijzetten en bijgezet
                                    houden van asbussen met of zonder urn of het erin verstrooien
                                    van as;</al></li><li nr="e."><al>eigen urnennis:</al><al> een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon
                                    het uitsluitend recht is verleend tot het daarin bijzetten en
                                    bijgezet houden van asbussen met of zonder urn, bevattende de as
                                    van overledenen;</al></li><li nr="f."><al>gedenkplaats:</al><al> een plaats ingericht om overledenen te gedenken;</al></li><li nr="g."><al>eigen gedenkplaats:</al><al> een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon
                                    het uitsluitend recht is verleend om een overledene te gedenken;
                                </al></li><li nr="h."><al>algemeen graf:</al><al> een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder
                                    gelegenheid wordt geboden tot het begraven van lijken;</al></li><li nr="i."><al>asbus:</al><al> een bus ter berging van de as van een overledene;</al></li><li nr="j."><al>urn:</al><al> een voorwerp ter berging van één of meerdere asbussen;</al></li><li nr="k."><al>verstrooiingsveld:</al><al> een permanent daartoe bestemde plaats op de begraafplaats
                                    waarop as wordt verstrooid; </al></li><li nr="l."><al>eigen verstrooiingsplaats:</al><al> een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon
                                    het uitsluitend recht is verleend tot het verstrooien van as van
                                    overledenen; </al></li><li nr="m."><al>grafbedekking:</al><al> gedenkteken en/of grafbeplanting op een graf;</al></li><li nr="n."><al>gedenkteken:</al><al> nagelvast verbonden voorwerp op het graf voor het aanbrengen
                                    van opschriften en/of figuren;</al></li><li nr="o."><al>grafbeplanting:</al><al> alle beplanting welke door de rechthebbende en/of de gemeente
                                    op een graf wordt aangebracht en welke door zijn aard en omvang
                                    geschikt is om op een graf te worden aangebracht;</al></li><li nr="p."><al>los voorwerp:</al><al> een niet nagelvast aan het grafoppervlak verbonden voorwerp ter
                                    decoratie van het graf en/of ter nagedachtenis aan de
                                    overledene;</al></li><li nr="q."><al>duurzame materialen:</al><al> vaste, niet buigzame materialen van natuursteen, glas, hout,
                                    keramiek, kunststof en metaal welke van nature of middels een
                                    daartoe speciale behandeling weerbestendig zijn, niet
                                    breukgevoelig en welke bestaan uit één geheel en waarvan de
                                    praktische toepasbaarheid zoals opnemen, verplaatsen en
                                    dergelijke gewaarborgd is;</al></li><li nr="r."><al>beheerder:</al><al> de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de
                                    begraafplaats of degene die hem vervangt;</al></li><li nr="s."><al>college:</al><al> het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                    Hardenberg;</al></li><li nr="t."><al>rechthebbende:</al><al> de natuurlijke persoon of een rechtspersoon, die het
                                    uitsluitend recht heeft verkregen tot het begraven of het
                                    bijzetten in een eigen graf of het verstrooien van as in een
                                    eigen graf;</al></li><li nr="u."><al>de gebruiker:</al><al> de natuurlijke persoon of een rechtspersoon aan wie het gebruik
                                    van een ruimte in een algemeen graf is verleend, dan wel degene
                                    die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn
                                    getreden;</al></li><li nr="v."><al>grafakte:</al><al> het document waarin overeenkomstig de bepalingen van deze
                                    verordening door of namens het college een grafrecht wordt
                                    verleend;</al></li><li nr="w."><al>grafrecht:</al><al> het uitsluitend recht op het begraven en begraven houden in een
                                    eigen graf of eigen kindergraf dan wel het uitsluitend recht tot
                                    het bijzetten en bijgezet houden in een eigen urnengraf of eigen
                                    urnennis dan wel het recht om as te verstrooien in een eigen
                                    graf.</al></li><li nr="x."><al>gebruik:</al><al> het gebruik van een algemeen graf.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitbreiding begrippen eigen graf</titel></kop><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening
                                    bepaalde wordt, voor zover van belang onder ‘eigen graf’ mede
                                    verstaan: eigen kindergraf, eigen urnengraf, eigen urnennis,
                                    eigen gedenkplaats en eigen verstrooiingsplaats. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Beheer, bestemming en registratie</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Beheer</titel></kop><al>Het beheer van de begraafplaats wordt gevoerd onder verantwoordelijkheid
                            van het college. Onder toezicht van het college worden één of meer
                            daartoe aangewezen personen belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>de administratie van de begraafplaats;</al></li><li nr="b."><al>de dagelijkse leiding van de begraafplaats;</al></li><li nr="c."><al>het onderhoud van de begraafplaats;</al></li><li nr="d."><al>het delven of openen en sluiten van graven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Bestemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begraafplaats is bestemd voor:</al><lijst><li nr="-"><al>het begraven en begraven houden van lijken;</al></li><li nr="-"><al>het begraven en begraven houden, bijzetten en bijgezet
                                        houden van asbussen;</al></li><li nr="-"><al>het verstrooien van as van personen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen omtrent de bestemming van de
                                begraafplaats, waarbij de regels kunnen verschillen per
                                begraafplaats en voor de te onderscheiden vakken en rijen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Register en plaatsregistratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De administratie bevat een register van alle de rechthebbenden en de
                                gebruikers van de graven. In dit register worden tenminste de
                                geslachtsnaam, voorletters, voornamen, achternaam, geboortedatum,
                                alsmede de adresgegevens bijgehouden. Tevens worden in de
                                administratie aantekeningen gehouden omtrent het ontstaan en de duur
                                van het uitsluitend recht of het gebruik gekoppeld aan een
                                grafnummer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen de administratie wordt een registratie bijgehouden van de
                                personen wier lijken zijn begraven of bijgezet, waarin kunnen worden
                                opgenomen de geslachtsnaam, voornamen, naam van de partner alsmede
                                geboorte-, overlijdens- en begraafdatum alsmede vermelding van het
                                grafnummer.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Per grafruimte worden aantekeningen gehouden van toestemmingen voor
                                het plaatsen van gedenktekens alsmede welke soort gedenkteken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rechthebbenden en gebruikers zijn verplicht de wijziging van hun
                                adres aan het college door te geven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat er van elke begraafplaats een
                                plattegrondtekening wordt aangehouden waarop de indeling en de
                                grafnummering van de begraafplaats is aangegeven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Openstelling van de begraafplaats</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Openstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begraafplaats is voor een ieder dagelijks toegankelijk van een
                                half uur voor zonsopgang tot een half uur na zonsondergang.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats niet voor het
                                publiek is geopend, zich daarop te bevinden, behoudens door het
                                college te verlenen ontheffing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de toegangen en/of (delen van) de begraafplaats
                                tijdelijk sluiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Tijden van begraven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tijd van begraven, bijzetten en het bezorgen van as is:</al><lijst><li nr="a."><al>op werkdagen van 9.00 tot 16.00 uur;</al></li><li nr="b."><al>op zaterdag van 9.00 tot 15.00 uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op zondagen en algemeen erkende feest- en gedenkdagen vinden geen
                                begravingen, bijzettingen of bezorgingen van as plaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het tijdstip van begraven of bijzetten van stoffelijke resten en het
                                bezorgen van de as wordt telkens en voor elk geval afzonderlijk door
                                de beheerder, in overleg met de betrokken nabestaande
                                vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op hetzelfde tijdstip mag op de begraafplaats niet meer dan één
                                begrafenis plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen van het
                                bepaalde in lid 4 afwijken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Ordemaatregelen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verboden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de begraafplaats:</al><lijst><li nr="a."><al>zich op hinderlijke wijze te gedragen;</al></li><li nr="b."><al>op de graven te lopen, te gaan zitten anders dan op de
                                        daartoe aangebrachte zitplaatsen;</al></li><li nr="c."><al>iets te doen of na te laten dat in strijd is met de eerbied
                                        van de nagedachtenis van de overledene;</al></li><li nr="d."><al>dieren te begraven;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op de begraafplaats rijwielen, bromfietsen, rij- of
                                voertuigen, met uitzondering van gehandicaptenwagens, mee te nemen,
                                anders dan ter gelegenheid van een begrafenis of tot het vervoeren
                                van materialen bestemd voor op de begraafplaats te verrichten
                                werkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van de verboden, zoals genoemd
                                in lid 2. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ordehandhaving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bezoekers, deelnemers aan een plechtigheid, personeel van
                                uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de
                                begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het
                                belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen
                                van de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degenen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzingen
                                houden, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder van de
                                begraafplaats verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is steenhouwers, hoveniers en daarmee gelijk te stellen personen
                                verboden, anders dan met toestemming van of namens het college,
                                werkzaamheden aan grafbedekkingen op de begraafplaatsen te
                                verrichten. Deze toestemming kan mondeling worden gegeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In verband met werkzaamheden op de begraafplaats en ter handhaving
                                van de orde op de begraafplaats kan bezoekers de toegang tot de
                                begraafplaats of een deel van de begraafplaats worden ontzegd door
                                de beheerder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Plechtigheden</titel></kop><al/><al>Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke
                            plechtigheden op de begraafplaats moeten vijf dagen van tevoren worden
                            gemeld aan de beheerder onder opgave van datum en uur van de
                            plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal plaatsvinden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Indeling begraafplaats en onderscheid graven</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Uitgifte en indeling graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Graven worden in volgorde van ligging voor directe begraving
                                uitgegeven zulks aansluitend op de reeds uitgegeven graven dan wel
                                beginnend op een van gemeentewege aangewezen plaats in een nieuw in
                                gebruik te nemen vak. Als uitzondering op de vorige volzin geldt,
                                dat op begraafplaatsen of de delen daarvan waar dubbeldiep begraven
                                niet mogelijk is, gelijktijdig met de uitgifte van een graf voor
                                directe begraving één extra graf kan worden uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor de indeling en inrichting
                                van de begraafplaats en de graven, de bestemming van de grafvelden
                                en het onderscheid in graven inclusief het in één of twee lagen
                                begraven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Soorten graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de begraafplaats kunnen worden uitgegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>eigen graven;</al></li><li nr="b."><al>eigen kindergraven;</al></li><li nr="c."><al>eigen urnengraven;</al></li><li nr="d."><al>eigen urnennissen;</al></li><li nr="e."><al>eigen verstrooiingplaatsen;</al></li><li nr="f."><al>eigen gedenkplaatsen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de begraafplaats kan het gebruik worden verleend voor algemene
                                graven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Termijn eigen graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de
                                begraafplaats dat toelaat, op een daartoe bij hen in te dienen
                                verzoek, voor de tijd van dertig jaar het uitsluitend recht op een
                                eigen graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het eigen
                                graf is uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bedoelde recht wordt op aanvraag van de
                                rechthebbende verlengd met telkens een termijn van 10 jaar, mits de
                                aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt
                                ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al/><lijst><li nr="a."><al>Begraving of bijzetting in een eigen graf waarvan de
                                        uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn
                                        afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige
                                        verlenging van de uitgiftetermijn met steeds 10 jaar.</al></li><li nr="b."><al>De verlenging dient te worden aangevraagd door de
                                        rechthebbende of, indien deze is overleden, door één van de
                                        in artikel 26, lid 1 (Overschrijven), bedoelde
                                        personen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het grafrecht op een eigen graf geeft de rechthebbende zeggenschap
                                over wie in dat graf wordt begraven en begraven wordt gehouden,
                                onder de voorwaarden en de beperkingen van deze verordening en de
                                daarop gebaseerde nadere regels.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een uitsluitend recht als bedoeld in lid 1 kan slechts aan één
                                rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het in lid 1 bedoelde grafrecht wordt door het college schriftelijk
                                bevestigd door middel van een grafakte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Termijnen algemene graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Algemene graven mogen voor een termijn van 10 jaar worden gebruikt.
                                Deze termijn kan niet worden verlengd. Een stoffelijk overschot kan
                                echter na afloop van de minimale grafrusttermijn van alle
                                begraaflagen, op schriftelijk verzoek en op kosten van de gebruiker,
                                in een nieuw eigen graf worden herbegraven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gebruik van een algemeen graf wordt per begraaflaag aan
                                verschillende gebruikers verleend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bedoelde gebruik wordt door het college
                                schriftelijk bevestigd door middel van een kennisgeving. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Vereisten voor begraving of bijzetting </label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Kennisgeving begraven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende of gebruiker die wil begraven, een asbus wil
                                bijzetten of as wil verstrooien, geeft daarvan uiterlijk twee
                                werkdagen voorafgaande aan de dag waarop de begraving, bijzetting of
                                verstrooiing zal plaatsvinden, vóór 12.00 uur schriftelijk of
                                telefonisch kennis aan de beheerder. Zaterdag, zondag en algemeen
                                erkende feest- en gedenkdagen gelden niet als werkdag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de burgemeester verlof heeft verleend om het stoffelijk
                                overschot binnen 36 uur na het overlijden te begraven, moet de
                                kennisgeving zo tijdig mogelijk worden gedaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de in het eerste en tweede lid bedoelde kennisgeving dient het
                                verlof tot begraving of de bezorging van as dan wel een ander
                                wettelijk daarmee gelijkgesteld document te worden afgegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Delven en sluiten van het graf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het delven van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as en
                                het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de
                                hulpmiddelen, mag uitsluitend geschieden door of in opdracht van het
                                personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van
                                de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De nabestaanden kunnen werkzaamheden zoals het laten zakken van de
                                kist of het bijzetten van de urn in het graf of de nis op
                                aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder geheel of
                                gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk
                                om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk
                                aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag, zondag en
                                algemeen erkende feest- en gedenkdagen gelden voor de toepassing van
                                deze bepaling niet als werkdag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Te overleggen documenten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot
                                begraven of de bezorging van as is afgegeven aan de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de begraving of de bezorging van as in een bestaand eigen
                                graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder
                                te worden afgegeven. De machtiging moet zijn ondertekend door de
                                rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de
                                uitvaart voorziet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Begraving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanwijzing van de plaats van het graf geschiedt met inachtneming
                                van het bepaalde in artikel 11 (uitgifte en indeling graven) door de
                                beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de begraving of bijzetting wordt niet overgegaan dan nadat:</al><lijst><li nr="a."><al>de beheerder, indien deze heeft geconstateerd dat aan de in
                                        de artikelen 15 (kennisgeving begraven en asbezorgen), 16
                                        (delven en sluiten van het graf) en 17 (te overleggen
                                        documenten) opgenomen vereisten is voldaan, hiervoor
                                        opdracht heeft verleend aan het personeel van de
                                        begraafplaats;</al></li><li nr="b."><al>het personeel van de begraafplaats bij begraving van een
                                        stoffelijk overschot de identiteit van het stoffelijk
                                        overschot heeft vastgesteld door vergelijking van het op de
                                        kist of een ander lijkomhulsel vermelde registratienummer
                                        met dat op een bijgevoegd document. Dit document bevat
                                        tevens de namen, de overlijdens- en geboortedatum van de
                                        overledene dan wel de geslachtsnaam van de levenloos
                                        geborene.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Lijkomhulsel en grafgiften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Rechthebbenden of gebruikers leveren, gebruiken en accepteren
                                uitsluitend lijkhoezen, die voldoen aan de in het
                                Lijkomhulselbesluit 1998 gestelde regels ten aanzien van de
                                doorlaatbaarheid van vloeistoffen en gassen, mechanische
                                eigenschappen, vorm en biologische afbreekbaarheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Rechthebbenden of gebruikers zijn verplicht bij het verzoek tot het
                                verlof tot begraven het gebruik van lijkhoezen aan de beheerder door
                                te geven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is niet toegestaan voorwerpen aan de grafruimte toe te voegen
                                die de vertering van het lijk belemmeren of voorkomen en/of
                                vervuilend zijn.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Geluid</label></kop><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>20</nr><titel>Gebruik geluidsinstallatie en het luiden van klokken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het gebruik van de geluidsinstallatie moet uiterlijk twee werkdagen
                                voorafgaande aan de dag waarop van de installatie gebruik zal worden
                                gemaakt, worden verzocht bij de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De geluidsinstallatie staat voor iedere plechtigheid gedurende een
                                steeds vooraf te bepalen tijdsduur ter beschikking van de
                                verzoeker.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien en voor zover op de begraafplaats een luidklok aanwezig is,
                                wordt – tenzij anders wordt verzocht – de klok bij begravingen en
                                bijzettingen geluid van gemeentewege.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Grafbedekkingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Vereisten gedenktekens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om in afwijking van door het college te stellen
                                nadere regels gedenktekens of andere nagelvast verbonden voorwerpen
                                op graven of een plaat ter afsluiting van een urnennis te plaatsen
                                of te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Omtrent de toestemming, de aard en de afmetingen van de
                                grafbedekkingen, alsmede het aanbrengen of onderhoud van
                                beplantingen kan het college nadere regels vast stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het (doen) plaatsen of aanbrengen, herstellen of vernieuwen van
                                monumenten, grafstenen, of andere gedenktekens of afsluitplaten, of
                                van beplantingen op eigen graven geschiedt door of namens de
                                rechthebbende en komt voor rekening van de rechthebbende.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op algemene graven mogen, behalve van gemeentewege, geen
                                grafbedekkingen of gedenktekens worden aangebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Onderhoud gemeente</titel></kop><al/><al>Het college voorziet uitsluitend in het algemeen onderhoud van de
                            begraafplaats alsmede de oppervlakken van de algemene graven. Het
                            college voorziet in het onderhoud van de paden, de algemene perken en de
                            met gras ingezaaide oppervlakken en in het onderhoud van de omheining
                            van de begraafplaats inclusief de zich daarin bevindende doorgangen.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>23</nr><titel>Onderhoud rechthebbende</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel is van toepassing voor zover dit onderhoud niet bij de
                                houder van de begraafplaats berust.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende is verplicht het eigen grafoppervlak en de
                                grafbedekking op het eigen graf behoorlijk te onderhouden of te
                                herstellen. Onder dit onderhoud wordt verstaan: het uitvoeren van
                                herstellingen van de gedenktekens en losse voorwerpen, het indien
                                nodig opnieuw stellen van het gedenkteken, het verven of vergulden
                                van de opschriften en andere figuren op het gedenkteken, het
                                aanbrengen, onderhouden en vernieuwen van losse planten, potplanten
                                en één- of meerjarige gewassen en het verwijderen van dode planten.
                                Het afval dat vrij komt bij het onderhoud dient door de
                                rechthebbende in de daarvoor aanwezige afvalbakken te worden
                                gedeponeerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de rechthebbende nalaat de grafbedekking behoorlijk te
                                onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in
                                aanmerking komende beplanting, voorwerpen of zo nodig de gehele
                                grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende
                                twaalf weken ter beschikking van de rechthebbende en vervalt daarna
                                aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.
                                Verwelkte bloemen of kransen en kapotte voorwerpen kunnen zonder
                                voorafgaande kennisgeving door de beheerder worden verwijderd,
                                zonder dat aanspraak kan worden gedaan op schadevergoeding.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verwijdering van de grafbeplanting of het gedenkteken, zoals
                                bedoeld is in dit artikel, vindt niet plaats dan nadat de
                                rechthebbende schriftelijk is ingelicht over de toestand van het
                                gedenkteken en/of de grafbeplanting.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De potten, linten, siervazen en overige voorwerpen worden na
                                verwijdering twaalf weken ter beschikking gehouden van de
                                rechthebbende om daarna definitief verwijderd te worden zonder dat
                                aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Aansprakelijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 21 (Vereisten gedenktekens) bedoelde gedenktekens
                                en/of beplantingen worden geacht voor rekening en risico van de
                                rechthebbende te zijn aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeente is niet aansprakelijk voor vermissing van de op of bij
                                een graf geplaatste grafbedekking en voorwerpen of voor schade
                                daaraan als gevolg van brand, storm, vorst, wateroverlast, bliksem,
                                ontploffing, molest, vandalisme en andere van buiten komende
                                oorzaken. De gemeente is tevens niet aansprakelijk voor schade
                                ontstaan door het weghalen en terugplaatsen van monumenten,
                                grafstenen, of andere gedenktekens of van beplantingen ten behoeve
                                van een bijzetting of opgraving. Eventuele gevolgschade voor derden
                                is voor rekening en risico van de rechthebbende.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rechthebbende is verplicht de, door welke omstandigheden ook,
                                daaraan toegebrachte schade op eerste aanschrijven te herstellen,
                                indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het
                                college het aanzien van de begraafplaats schaadt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien binnen drie maanden na de dag van aanschrijving geen herstel
                                of vernieuwing heeft plaatsgevonden, is het college bevoegd tot
                                verwijdering en vernietiging van de gedenktekens of beplantingen
                                over te gaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien door een ondeugdelijk geworden constructie naar het oordeel
                                van de beheerder een situatie is ontstaan die gevaar oplevert voor
                                het omvallen of inzakken van een grafmonument, kan de beheerder
                                direct maatregelen treffen die het gevaar wegnemen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In de gevallen als bedoeld in de leden 4 en 5 is de gemeente niet
                                gehouden tot enige schadevergoeding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Tijdelijke verwijdering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het afnemen en herplaatsen van een gedenkteken respectievelijk
                                afdekplaat ten behoeve van de begraving van een lijk of de
                                bijzetting van een asbus in een eigen graf geschiedt namens de
                                rechthebbende en is voor rekening en risico van de
                                rechthebbende.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een rechthebbende is verplicht te gedogen dat de op een graf
                                aanwezige gedenktekens, beplanting en voorwerpen vanwege de gemeente
                                tijdelijk geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd en herplaatst,
                                indien dit voor een begraving of bijzetting in de nabijheid van het
                                graf of om een andere reden nodig is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een rechthebbende is verplicht te gedogen dat bij het delven van een
                                nabijgelegen graf tijdelijk grond op of bij zijn graf wordt
                                neergelegd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Grafrechten</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Overschrijven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een grafrecht van een eigen graf kan worden overgeschreven door
                                overlegging aan de beheerder van een door de rechthebbende en de
                                betrokken rechtsopvolger getekend verzoek. Ook na het overlijden van
                                de rechthebbende kan het grafrecht van een graf worden
                                overgeschreven op naam van een rechtsopvolger. Deze rechtsopvolger
                                is de echtgenoot of geregistreerde partner of andere levenspartner,
                                dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de tweede graad.
                                De aanvraag moet hiertoe worden gedaan binnen 1 jaar na het
                                overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van een
                                ander dan vorengenoemde personen is slechts mogelijk indien daarvoor
                                gewichtige redenen bestaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot
                                overschrijving niet wordt gedaan binnen de in het eerste lid
                                gestelde termijn, is het college bevoegd het grafrecht vervallen te
                                verklaren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na het verstrijken van de in het vorige lid genoemde termijn kan het
                                college het grafrecht alsnog op naam stellen van een nieuwe
                                rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een eigen graf
                                dat inmiddels is geruimd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Over elke overdracht of overschrijving zijn de daarvoor vastgestelde
                                kosten verschuldigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Afstand doen van graf</titel></kop><al/><al>Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de
                            rechthebbende schriftelijk afstand doen van het grafrecht op het eigen
                            graf ten behoeve van de gemeente. Van de ontvangst van zodanige
                            verklaring doet het college schriftelijk mededeling aan de
                            rechthebbende.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Vervallen grafrechten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De grafrechten vervallen:</al><lijst><li nr="a."><al>door het verlopen van de termijn waarvoor het recht is
                                        verleend;</al></li><li nr="b."><al>indien de rechthebbende afstand doet van het recht;</al></li><li nr="c."><al>indien de begraafplaats wordt opgeheven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de grafrechten vervallen verklaren:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de betaling van de grafrechten ten behoeve van de
                                        vestiging of een verlenging van het grafrecht -ondanks een
                                        aanmaning- niet binnen drie maanden na aanvang van die
                                        termijn is geschied;</al></li><li nr="b."><al>indien de rechthebbende of de gebruiker -ondanks een
                                        aanmaning- in verzuim blijft een op grond van deze
                                        verordening op hem rustende verplichting na te komen of
                                        daarmee in strijd handelt;</al></li><li nr="c."><al>indien de rechthebbende van een eigen graf is overleden en
                                        het recht niet binnen de in artikel 26, lid 1,
                                        (Overschrijven) gestelde termijn is overgeschreven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c en
                                in het tweede lid vindt geen terugbetaling plaats van (van een deel
                                van) de betaalde rechten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Verwijderen grafbedekking</titel></kop><al/><al>Het eventueel op het graf aanwezige gedenkteken en/of beplanting en/of
                            op het graf geplaatste losse voorwerpen kunnen gedurende een periode van
                            twaalf weken na het vervallen van het grafrecht door de rechthebbende
                            van het graf worden verwijderd. Na afloop van deze periode kan men geen
                            aanspraken op deze voorwerpen doen gelden. Het op het graf aanwezige
                            gedenkteken, de beplanting en de losse voorwerpen zullen na de voorgaand
                            genoemde periode door of namens het college worden verwijderd zonder dat
                            aanspraak kan worden gedaan op enige (schade)vergoeding. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Ruimen van graven</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Ruiming graf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt tenminste
                                een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf zal worden
                                geruimd schriftelijk aan de belanghebbende bekend gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bij de ruiming van een graf aanwezige overblijfselen van lijken
                                en/of asbussen, worden respectievelijk begraven en verstrooid op een
                                door het college aangewezen gedeelte van de begraafplaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rechthebbende op een eigen graf of eigen kindergraf kan bij de
                                beheerder een aanvraag indienen om bij de ruiming de overblijfselen
                                en eventuele aanwezige asbussen te verzamelen voor herbegraving in
                                een ander graf.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rechthebbende op een eigen urnengraf of urnennis kan bij de
                                beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden
                                om elders bij te zetten of te doen verstrooien.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De gebruiker van een algemeen graf kan gedurende een periode van één
                                jaar voor beëindiging van de grafrusttermijn bij de beheerder een
                                aanvraag indienen om bij de ruiming de overblijfselen te verzamelen
                                voor herbegraving in een eigen graf.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Ruiming en herbegraving zoals bedoeld in lid 3, 4 en 5 zal niet
                                eerder plaatsvinden dan na beëindiging van de minimale
                                grafrusttermijn van de laatst in gebruik genomen begraaflaag.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De kosten die gemoeid zijn met de werkzaamheden genoemd onder lid 3,
                                4 en 5 komen voor rekening van de rechthebbende of gebruiker van het
                                betreffende graf.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het openen, sluiten en ruimen van graven, alsmede het opgraven en
                                het opnieuw begraven van stoffelijke resten, dan wel van een asbus,
                                al dan niet met urn, in een ander graf op de begraafplaats geschiedt
                                uitsluitend door de daartoe door het college aangewezen
                                personen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts
                                toegestaan indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn, dan
                                degenen die met deze werkzaamheden zijn belast. De beheerder zal
                                voor deze werkzaamheden de begraafplaats tijdelijk geheel of
                                gedeeltelijk sluiten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Gedeelte voor kerkgenootschap</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Afwijkende regels en kennisgeving onderhoudsbehoefte van graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan na overleg met het bestuur van het kerkgenootschap
                                ten aanzien van de openstelling van het gedeelte, de indeling van
                                graven, de onderverdeling van graven in categorieën en de eisen voor
                                grafbedekking op het ter beschikking van het kerkgenootschap
                                gestelde deel van de begraafplaats nadere regels stellen die
                                afwijken van de artikelen 6 (openstelling), 11 (uitgifte en indeling
                                graven) en 21 (vereisten gedenktekens) van deze verordening en
                                artikel 4 van de nadere regels (aantal overledenen en asbussen per
                                graf).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuur van het kerkgenootschap kan het college schriftelijk
                                verzoeken hem er schriftelijk van in kennis te stellen dat er
                                onderhoud of herstel door de rechthebbende nodig is van de
                                grafbedekking op één of meer graven op het deel van de begraafplaats
                                dat aan het kerkgenootschap ter beschikking is gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op grond van het in het tweede lid genoemde verzoek stelt het
                                college het bestuur van het kerkgenootschap schriftelijk in kennis
                                dat de grafbedekking van één of meer graven onderhoud en herstel
                                behoeft. De kennisgeving laat de bevoegdheid van het college
                                onverlet om de rechthebbende op de graven ervan in kennis te stellen
                                dat de grafbedekking moet worden onderhouden of hersteld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Historische graven en opvallende grafbedekking</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Historische graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college houdt een lijst bij van graven die van historische
                                betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit
                                heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat tot ruiming van graven wordt overgegaan, onderzoekt het
                                college of er graven zijn, die in aanmerking komen om op de lijst te
                                worden bijgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het
                                verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde
                                lijst staan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Overige bepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Strafbepalingen</titel></kop><al/><al>Hij die handelt in strijd met artikel 6 lid 2 (Openstelling), artikel 8
                            (Verboden) en artikel 9 (Ordehandhaving) kan worden bestraft met een
                            geldboete van de tweede categorie en kan worden bestraft met
                            openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Beslissingsbevoegdheid</titel></kop><al/><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet of in geval van
                            verschil van mening over de uitleg van haar bepalingen, beslist het
                            college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Intrekken eerdere verordening en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen, vastgesteld bij
                                raadsbesluit van 26 september 2002 wordt ingetrokken met dien
                                verstande dat alle voorgaande beheerverordeningen van kracht blijven
                                op de grafrechten die daaraan onderhevig waren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Beheerverordening
                                gemeentelijke begraafplaatsen 2009’.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de raad van de gemeente Hardenberg van 10 februari 2009.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, De griffier.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting op de Beheerverordening begraafplaatsen</label><nr/></kop><al/><al>Belangrijkste wijzigingen ten opzichte van voor 2009</al><al/><al><cursief>Volgorde van de artikelen</cursief></al><al>De volgorde van de artikelen in de verordening en de nadere regels is gewijzigd
                    zodat een logische opeenvolging is ontstaan. Deze nieuwe volgorde volgt de
                    cyclus van het begraven en verhoogt de overzichtelijkheid van de
                    verordening.</al><al/><al><cursief>Versterken positie van de gemeente</cursief></al><al>In diverse artikelen is de juridische positie van de gemeente versterkt. Het
                    gaat hierbij om bepalingen die opgenomen zijn en waarmee de gemeente maatregelen
                    kan treffen om ongewenste situaties op te lossen. Hierbij is te denken aan
                    nalatig onderhoud door rechthebbenden, of het in strijd met de regels plaatsen
                    van gedenktekens etc.</al><al/><al><cursief>Deregulering en verwijderen artikelen</cursief></al><al>In het kader van de deregulering is besloten om af te zien van een
                    vergunningstelsel voor het plaatsen van gedenktekens. In de door het college
                    vast te stellen nadere regels worden voorwaarden opgenomen waaraan grafbedekking
                    moet voldoen. Bij uitgifte van het grafrecht worden deze voorwaarden aan de
                    rechthebbende overhandigd of toegezonden.</al><al>Artikelen die overbodig zijn, tegenstrijdig aan de wettelijke bepalingen zijn of
                    niet te handhaven zijn, komen in deze herziene verordening niet terug. </al><al>Zo is het artikel met betrekking tot het sluiten van graven verwijderd,
                    aangezien dit in strijd kan zijn met de wettelijke bepalingen ten aanzien van
                    het verlengen van graven, en is bijvoorbeeld de bepaling geschrapt waarin alle
                    rechten die voortvloeiden uit eerdere verordeningen niet langer van kracht weren
                    verklaard. Ook verwijderd is de mogelijkheid om algemene asbestemmingen en
                    algemene kindergraven uit te geven. Alle asbestemmingen kennen een minimum
                    grafrechttermijn van 20 jaar (zie art. 66 van de Wet op de lijkbezorging).
                    Algemene kindergraven kennen in principe een grafrust van 10 jaar. In de
                    praktijk is het bijkans onmogelijk om welk kindergraf dan ook na 10 jaar te
                    ruimen zonder heftige emoties op te wekken bij de nabestaanden. Beter is het
                    alleen kindergraven uit te geven met grafrecht zodat de rechthebbenden zelf
                    kunnen beslissen wanneer geen behoefte meer bestaat aan het graf.</al><al>Het enkeldiep begraven zal met het vaststellen van deze verordening worden
                    vervangen door dubbeldiep begraven. Dit heeft verregaande invloed omdat hiermee
                    het reserveren komt te vervallen alsmede het uitgeven van enkeldiepe
                    (dubbel)graven.</al><al/><al><cursief>Toegevoegde artikelen </cursief></al><al>De belangrijkste toevoegingen aan de herziene verordening en nadere regels zijn
                    als volgt.</al><lijst><li nr="-"><al>de verantwoordelijkheden en taken van het college zijn duidelijk
                            omschreven;</al></li><li nr="-"><al>de bestemming van de begraafplaats is duidelijk gemaakt;</al></li><li nr="-"><al>de mogelijkheden voor algemene graven en de grafbedekking voor deze
                            graven;</al></li><li nr="-"><al>bepalingen ten behoeve van lijkomhulsels en grafgiften;</al></li><li nr="-"><al>de wijzen waarop grafrechten kunnen komen te vervallen en de voorwaarden
                            waaraan de rechthebbenden en gebruikers moeten voldoen om dit te
                            voorkomen.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Uitbreiding van bestaande artikelen</cursief></al><al>De relevante begripsomschrijvingen zijn uitgebreid ter verduidelijking van de
                    verordening en de nadere regels. Tevens is een uitbreiding van de verboden en
                    mogelijkheden ten behoeve van ordehandhaving en sluiting van (delen van) de
                    begraafplaatsen.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich. De omschrijvingen zijn opgenomen zodat voor een
                    ieder duidelijk is wat en wie met de diverse begrippen bedoeld wordt. De
                    begrippen gelden voor zowel de verordening als de nadere regels en komen dus in
                    de nadere regels niet meer terug.</al><al/><al><vet>Artikel 2 Uitbreiding begrippen eigen graf</vet></al><al>Voor een eigen graf, in welke vorm dan ook, gelden vrijwel dezelfde rechten en
                    plichten. De woorden ‘voor zover van belang’ zijn ingevoegd omdat de bepalingen
                    betreffende het ruimen en het wegnemen van een asbus alleen werken bij een eigen
                    graf, respectievelijk eigen urnengraf.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Beheer</vet></al><al>Dit artikel geeft de verplichtingen weer van het college. De vier taken die
                    vanwege het college uitgevoerd moeten worden staan beschreven.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Bestemming</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich. Het sluit alle andere bestemmingen uit.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Register en plaatsregistratie</vet></al><al>De wijze waarop de begraafplaatsadministratie wordt gevoerd is in dit artikel
                    beschreven. Naast de gegevens die moeten worden geadministreerd is ook de
                    locatiebepaling met behulp van een genummerde plattegrond beschreven. Dit
                    artikel spreekt voor zich.</al><al/><al><vet>Artikel 6 Openstelling</vet></al><al>Dit artikel is geïntroduceerd met het oog op de strafbaarstelling van personen
                    die zich op de begraafplaats bevinden buiten de uren van openstelling voor
                    bezoekers. </al><al/><al><vet>Artikel 7 Tijden van begraven en asbezorging</vet></al><al>De wet verplicht tot de mogelijkheid van begraven op iedere dag gedurende een
                    bij gemeentelijke verordening te bepalen tijd. In dit model is de mogelijkheid
                    om op zon- en feestdagen te begraven en as te bezorgen niet geboden. Joodse
                    begrafenissen vinden niet plaats op de sjabbat. Het Nederlands-Israëlitisch
                    kerkgenootschap heeft er daarom belang bij dat de begraafplaatsen op zon- en
                    feestdagen voor een begrafenis kunnen worden opengesteld. Daarnaast zijn er ook
                    andere gevallen denkbaar waarin de nabestaanden er een belang bij hebben om op
                    een zon of feestdag een begrafenis of asbezorging te kunnen doen plaatshebben.
                    In de praktijk is het mogelijk om de begraafplaats alleen in bijzondere gevallen
                    hiervoor open te stellen. Een bijzonder geval kan zich voordoen als de
                    burgemeester toestemming heeft gegeven om een lijk binnen 36 uur te begraven.
                    Sommige nabestaanden vragen om deze toestemming om godsdienstige redenen.
                    Daarnaast kan spoed geboden zijn in geval van lijkvinding.</al><al/><al><vet>Artikel 8 &amp; 9 Verboden en Ordehandhaving</vet></al><al>Bezoekers, steenhouwers en hoveniers moeten zich er steeds van bewust zijn dat
                    hun werkzaamheden storend kunnen zijn voor rouwende nabestaanden en tijdens
                    uitvaartplechtigheden. De toestemming om werkzaamheden op de begraafplaats te
                    verrichten moet vlot aan de steenhouwers of anderen kunnen worden gegeven.
                    Daarom verdient het aanbeveling dat burgemeester en wethouders het verlenen van
                    die toestemming onder behoud van hun verantwoordelijkheid opdragen aan de
                    beheerder (mandaat). De bevoegdheid van de beheerder om personen weg te sturen
                    als zij zich niet aan zijn aanwijzingen houden en de verbodsbepalingen, bieden
                    voldoende mogelijkheden om tegen ongewenste activiteiten op te kunnen treden.
                    Aan een uitzondering op de regel als bedoeld in artikel 8, tweede lid, bestaat
                    behoefte omdat men soms dichtbij het graf moet kunnen komen met een
                    motorrijtuig. Deze situatie kan uiteraard verschillen per begraafplaats.</al><al/><al><vet>Artikel 10 Plechtigheden</vet></al><al>Met dit artikel wordt beoogd om plechtigheden ordelijk te laten verlopen. Door
                    te eisen dat de mededeling vijf dagen vooraf moet plaatshebben, kan worden
                    voorkomen dat de plechtigheid samenvalt met een begrafenis. Een begrafenis moet
                    volgens de wet uiterlijk op de vijfde dag na overlijden geschieden.</al><al/><al><vet>Artikel 11 Uitgifte en indeling graven</vet></al><al>Het reserveren van dubbeldiepe graven is niet mogelijk, deze graven worden
                    alleen uitgegeven voor directe begraving. De eerst begraving zal verdiept
                    plaatsvinden. Bij overlijden van b.v. de partner zal diens bijzetting in
                    hetzelfde graf plaats vinden. Een graf zal alleen buiten de volgorde van ligging
                    worden toegewezen als hiervoor bijzondere omstandigheden gelden en dit niet
                    bezwaarlijk is voor de situatie op of het beheer van de begraafplaats. Hierbij
                    kan worden gedacht aan het aanzien van de begraafplaats en de gesteldheid van de
                    bodem. Op begraafplaatsen waar dubbellaags begraven niet mogelijk is, bij
                    voorbeeld vanwege de gesteldheid van de bodem, wordt voor directe begraving één
                    enkellaags graf uitgegeven. Om toch de mogelijkheid te geven dat de partner na
                    diens overlijden in de nabijheid van de overledene kan worden bijgezet wordt in
                    deze gevallen toegestaan dat er gelijktijdig met de uitgifte van het eerste graf
                    één extra graf aan rechthebbende wordt uitgegeven.</al><al/><al><vet>Artikel 12 Soorten graven</vet></al><al>Naast de eigen graven noemt dit artikel de verschillende andere soorten van
                    asbus-voorzieningen op de begraafplaats. Met deze voorzieningen wordt ook
                    tegemoet gekomen aan de behoeften van de nabestaanden die de crematie op enige
                    afstand van huis hebben doen plaatsvinden en graag een identificatiepunt in de
                    omgeving hebben om de overledene dichtbij te kunnen gedenken. Gedenkplaatsen
                    kunnen bijvoorbeeld worden uitgegeven voor vermisten of als de persoon in het
                    buitenland is overleden en het stoffelijk overschot niet naar Nederland is
                    vervoerd. Er is duidelijk onderscheid gemaakt tussen graven met uitsluitend
                    grafrecht (de eigen graven of particuliere graven) en de graven zonder
                    grafrechten, de algemene graven. </al><al/><al><vet>Artikel 13 Termijn eigen graven</vet></al><al>Deze bepaling is opgenomen omdat sommige rechthebbenden in de veronderstelling
                    verkeren dat de uitgiftetermijn pas begint te lopen op het moment van de eerste
                    begraving of bijzetting.</al><al>De Wet op de lijkbezorging bepaalt dat vanaf twee jaar voor het verstrijken van
                    de lopende termijn, verlenging van de graftermijn kan worden aangevraagd. Binnen
                    een jaar na het begin van deze periode moeten burgemeester en wethouders volgens
                    het wetsvoorstel de rechthebbende op het graf mededelen dat de graftermijn gaat
                    aflopen, hetzij per brief, hetzij door aanplakking op de begraafplaats tot aan
                    het einde van de periode dat de rechthebbende om verlenging van de termijn van
                    uitgifte kan vragen.</al><al>De bepaling in de verordening is hiermee in overeenstemming. Het is van belang
                    om de rechthebbenden mede te delen dat verlenging van de termijn tijdig moet
                    worden aangevraagd. Indien er ten tijde van de opheffing van de begraafplaats
                    nog rechten op eigen graven bestaan, zal in overleg met de rechthebbenden op die
                    graven moeten worden bezien welke beslissingen er ten aanzien van die graven
                    zullen worden genomen. </al><al>Het is gewenst dat er na overlijden van een rechthebbende een nieuwe
                    rechthebbende wordt aangewezen die de verantwoordelijkheid voor de grafruimte en
                    de daaraan verbonden kosten op zich neemt. Tot aanwijzing van een nieuwe
                    rechthebbende kunnen alleen de personen bevoegd worden geacht die belang hebben
                    bij het graf, bedoeld in lid 3 onder b. Dit zijn in de eerste plaats de bloed en
                    aanverwanten. </al><al/><al><vet>Artikel 14 Termijnen algemene graven</vet></al><al>De wettelijke minimum grafrusttermijn is de termijn dat een lijk volgens de wet
                    ten minste begraven moet blijven voordat het mag worden geruimd. Deze termijn is
                    10 jaren. Om steeds duidelijk te maken en overzichtelijk te houden of men een
                    gebruik voor 10 jaar of een grafrecht voor 30 jaar heeft, wordt voor algemene
                    graven een kennisgeving uitgegeven. </al><al/><al><vet>Artikel 15 Kennisgeving begraven en asbezorging</vet></al><al>Een kennisgeving is nodig omdat duidelijk vast moet liggen wat voor graf er
                    wordt gevraagd. De twee werkdagen zijn noodzakelijk aangezien de beheerder zorg
                    moet dragen voor het tijdig laten delven van het graf. De as kan volgens de wet
                    worden bijgezet in of op een graf dan wel in een bewaarplaats, meestal een
                    urnennis.</al><al/><al><vet>Artikel 16 Delven en sluiten van het graf</vet></al><al>Indien de nabestaanden bepaalde werkzaamheden zelf willen verrichten zijn de
                    aanwijzingen en de hulp van het personeel van de begraafplaats nodig, ook om
                    redenen van veiligheid. De werkzaamheden kunnen door de nabestaanden en het
                    personeel van de begraafplaats samen worden verricht. De nabestaanden kunnen
                    bijvoorbeeld een begin maken. Vervolgens kan het personeel de handelingen
                    verrichten waar ervaring voor nodig is of die van de nabestaanden te zware
                    lichamelijke inspanning vragen. Het aanbrengen van de grafbekisting ter stutting
                    van de grond om het geopende graf en het verwijderen van die randen voor het
                    sluiten van het graf zal door het personeel moeten geschieden.</al><al/><al><vet>Artikel 17 Te overleggen documenten</vet></al><al>De wet eist dat er een verlof tot begraven aanwezig is, afgegeven door de
                    ambtenaar van de burgerlijke stand. Hierbij aansluitend is het gewenst om de
                    beheerder van de begraafplaatsen een eigen bevoegdheid te geven medewerking aan
                    de lijkbezorging te weigeren, indien niet aan de wettelijke vereisten is
                    voldaan. De bezorging van as omvat zowel het bijzetten als de verstrooiing. Er
                    mag van worden uitgegaan dat het stoffelijk overschot van de rechthebbende zelf,
                    indien deze is overleden, in het eigen graf mag worden bijgezet.</al><al/><al><vet>Artikel 18 Begraving</vet></al><al>Middels deze bepaling wordt terugverwezen naar artikel 11 betreffende de
                    uitgifte van graven. Ook wordt er terugverwezen naar de artikelen 15, 16 en 17.
                    Dit artikel is opgenomen ter ondersteuning van de gemeentelijke organisatie als
                    een leidraad voor een foutloos traject van aangifte tot begraving. </al><al>Het geeft tevens inzicht (aan de beheerder en de uitvaartondernemer) in de
                    werkwijze en verplichtingen die gelden voor derden alvorens tot begraving kan
                    worden overgegaan.</al><al/><al><vet>Artikel 19 Lijkomhulsel en grafgiften</vet></al><al>Dit artikel is nieuw en bevat een verwijzing naar het Lijkomhulselbesluit.
                    Genoemde regels zijn vastgesteld in het Lijkomhulselbesluit 1998. De lijkhoezen
                    die voldoen aan de normen van het Lijkomhulselbesluit, staan op de ‘witte lijst’
                    van de Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen (LOB).</al><al>Het toepassen van verkeerde lijkhoezen of slecht doorlatende lijkomhulsels
                    (kunststof kleding, lijkwaden) kan leiden tot het stopzetten van de
                    lijkvertering waardoor vanuit milieuhygiënisch opzicht belastende situaties
                    kunnen ontstaan en graven niet meer ter beschikking kunnen komen voor nieuwe,
                    toekomstige begravingen.</al><al>In dit artikel is eveneens een bepaling opgenomen dat geen vervuilende
                    voorwerpen aan de grafruimte mogen worden toegevoegd alsmede voorwerpen die de
                    vertering van het lijk kunnen belemmeren of voorkomen. Dit spreekt voor
                    zich.</al><al/><al><vet>Artikel 20 Gebruik geluidsinstallatie en het luiden van klokken </vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al><vet>Artikel 21 Vereisten gedenktekens</vet></al><al>De voorwaarden gelden voor de grafbedekkingen op algemene en eigen graven. De
                    grafbedekking zal op punten als vormgeving, constructie en materiaalkeuze aan
                    bepaalde minimumeisen moeten voldoen. Deze eisen zijn nader uitgewerkt in de
                    nadere regels van burgemeester en wethouders. De eisen omvatten het gedenkteken
                    en de winterharde beplantingen.</al><al/><al><vet>Artikel 22 Onderhoud gemeente</vet></al><al>Het onderhoud door de gemeente is een minimale zorg met de bedoeling dat de
                    begraafplaats als geheel een verzorgd aanzien heeft. De rechthebbenden zijn
                    verantwoordelijk voor het onderhoud van het grafoppervlak en de daarop
                    geplaatste grafbedekkingen. Alle andere oppervlakten worden van gemeentewege
                    beheerd.</al><al/><al><vet>Artikel 23 Onderhoud rechthebbende</vet></al><al>De aard en de afmetingen van de grafbedekkingen op eigen graven en de termijn
                    van uitgifte van deze graven met het recht om deze termijn telkenmale te
                    verlengen maken dat bij deze grafbedekkingen niet kan worden volstaan met het
                    minimum aan onderhoud door de gemeente. Daarom zijn de rechthebbenden op eigen
                    graven verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden en zo nodig te
                    herstellen. In de dagelijkse praktijk rijzen er nog wel eens wat moeilijkheden
                    over verwijderde bloemen en eenjarige planten zoals afrikanen en geraniums.
                    Omdat de bloemen en planten economisch eigendom zijn van de rechthebbende op de
                    graven is een waarschuwing vooraf op zijn plaats. </al><al>Het zou veel te omslachtig zijn de rechthebbenden telkenmale per brief te
                    waarschuwen dat de verwaarloosde planten of verwelkte bloemen zullen worden
                    verwijderd. Het verdient aanbeveling om op het mededelingenbord op de
                    begraafplaats doorlopend algemeen bekend te maken hoe daarmee wordt gehandeld.
                    Het is gewenst om verwelkte bloemen niet te snel te verwijderen omdat gezegd mag
                    worden dat zij passend zijn bij de sfeer van de begraafplaats.</al><al/><al><vet>Artikel 24 Aansprakelijkheid</vet></al><al>Middels dit artikel wordt de aansprakelijkheid weerlegd naar de rechthebbenden
                    en de gebruikers. De gemeente wordt de mogelijkheid geboden om in te grijpen om
                    onveilige situaties te voorkomen of op te heffen. Dit artikel versterkt de
                    positie van de gemeente als houder van de begraafplaatsen.</al><al/><al><vet>Artikel 25 Tijdelijke verwijdering</vet></al><al>Dit artikel bepaalt dat de kosten voor het verwijderen van een grafbedekking
                    voor kosten en risico van de rechthebbende zijn, niet de gemeente als houder van
                    de begraafplaats. Voorts geeft het de gemeente het recht om een op een graf
                    aanwezige grafbedekking te verwijderen zodat tot bijzetting in een naburig graf
                    kan worden overgegaan. </al><al/><al><vet>Artikel 26 Overschrijven</vet></al><al>Dit artikel betreffende het overdragen van grafrechten komt grotendeels overeen
                    met het huidige artikel 17. Toegevoegd is dat voor elke overboeking de daarvoor
                    verschuldigde kosten zijn verschuldigd.</al><al/><al><vet>Artikel 27 Afstand doen van graf</vet></al><al>Dit artikel is opgenomen om buiten twijfel te stellen dat de rechthebbende
                    afstand van het graf kan doen.</al><al/><al><vet>Artikel 28 Vervallen grafrechten</vet></al><al>Dit artikel is nieuw, het beschrijft wanneer grafrechten vervallen zowel door
                    nalatigheid van de rechthebbende of op aanvraag van de rechthebbende als door
                    ingrijpen van het college van burgemeester en wethouders. Dit artikel geeft de
                    gemeente meer bevoegdheden om op te treden tegen rechthebbenden en gebruikers
                    die in verzuim blijven een op grond van deze verordening op hen rustende
                    verplichting na te komen of daarmee in strijd handelen. Het laten vervallen van
                    grafrechten kan ook een tijdelijke, juridische stok achter de deur zijn bij
                    geschillen. De positie van de gemeente als houder van de gemeentelijke
                    begraafplaatsen is hiermee versterkt.</al><al/><al><vet>Artikel 29 Verwijderen grafbedekking</vet></al><al>De mededeling dat burgemeester en wethouders voornemens zijn om de grafbedekking
                    te verwijderen wordt ten minste een jaar van te voren gedaan, zowel aan de
                    rechthebbende op een eigen graf als aan een gebruiker van een algemeen graf die
                    een grafbedekking aanbracht. De mededeling aan de rechthebbende op een eigen
                    graf dat de grafbedekking zal worden verwijderd kan in veel gevallen
                    gelijktijdig worden gedaan met de mededelingen dat de graftermijn verstrijkt en
                    dat het graf zal worden geruimd.</al><al>De grafbedekking kan ook worden verwijderd nadat burgemeester en wethouders het
                    grafrecht vervallen hebben verklaard omdat er na het overlijden van de
                    rechthebbende niet tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen. In dat geval
                    geldt eveneens het vereiste van de voorafgaande mededeling per brief of door het
                    plaatsen van een bordje bij het graf gedurende minstens een jaar.</al><al/><al><vet>Artikel 30 Ruiming graf</vet></al><al>De mededeling dat burgemeester en wethouders voornemens zijn om de graven te
                    ruimen wordt gedaan zowel aan de rechthebbenden op eigen graven als aan degenen
                    die kozen voor een plaats in een algemeen graf. Aan de rechthebbende op het graf
                    moet worden medegedeeld dat hij verlenging van de graftermijn kan vragen volgens
                    artikel 28, eerste lid, van de wet. </al><al>Het vijfde lid opent de mogelijkheid ook bij ruiming van algemene graven de
                    stoffelijke overblijfselen c.q. de as een andere bestemming te geven dan die
                    welke genoemd is in het tweede lid. Dat wil zeggen dat de overblijfselen niet
                    worden begraven in het verzamelgraf en dat de as niet op een algemeen terrein
                    wordt verstrooid. Die andere bestemming zowel voor algemene als eigen
                    grafruimten is zo ruim mogelijk omschreven. Ook is het mogelijk om de
                    overblijfselen opnieuw bij te zetten in een ander graf op dezelfde begraafplaats
                    of deze over te brengen naar een andere begraafplaats.</al><al/><al><vet>Artikel 31 Bevoegdheden</vet></al><al>De aard van de werkzaamheden bij het opgraven en ruimen van graven brengt met
                    zich mee dat het bezwaarlijk is om toe te staan dat anderen hierbij aanwezig
                    zijn. De praktijk heeft aangetoond dat er behoefte is aan een wettelijk
                    voorschrift om de toegang hierbij van derden te weren.</al><al/><al><vet>Artikel 32 Afwijkende regels en kennisgeving onderhoudsbehoefte van
                        graven</vet></al><al>Het ter beschikking van een kerkgenootschap gestelde deel op een gemeentelijke
                    begraafplaats valt volgens de Wet op de lijkbezorging onder het beheer van de
                    gemeente. Hierdoor is ook de beheersverordening op dit gedeelte van toepassing.
                    Burgemeester en wethouders zijn dus verantwoordelijk voor de goede gang van
                    zaken op het ter beschikking van de kerk gestelde gedeelte. Zij voorzien ook in
                    het minimale algemene onderhoud op het kerkelijk deel.</al><al>Wegens het kerkelijk karakter kunnen er redenen bestaan om voor dit deel ten
                    aanzien van enkele onderwerpen nadere regels vast te stellen die afwijken van de
                    nadere regels die gelden voor het overige gedeelte van de begraafplaats.</al><al>Daarnaast kan het kerkbestuur er behoefte aan hebben om van burgemeester en
                    wethouders bericht te ontvangen als volgens hun oordeel onderhoud of herstel
                    nodig is van de grafbedekking van een of meer graven op het kerkelijk deel. Het
                    betreft hier het onderhoud waartoe de rechthebbende op het graf verplicht is
                    (artikel 23). In de praktijk kunnen zich verschillende soorten van gevallen
                    voordoen. Zo kan bij voorbeeld de rechthebbende op een graf nalatig zijn,
                    wellicht omdat deze niet in staat is om voor de grafbedekking te zorgen. Soms
                    ook waakt een kerkgenootschap over de graven als er geen nabestaanden meer in
                    leven zijn.</al><al>Als het kerkbestuur schriftelijk aan burgemeester en wethouders heeft gevraagd
                    om telkenmale als zich de noodzaak van onderhoud of herstel van grafbedekking
                    voordoet, te worden geïnformeerd zal aan dit verzoek moeten worden voldaan. Het
                    kerkgenootschap kan zich dan telkenmale beraden hoe te handelen.</al><al/><al><vet>Artikel 33 Historische graven</vet></al><al>Het is vaak voorgekomen dat graven die van bijzondere waarde zijn, door de
                    werkers op de begraafplaats ondoordacht worden geruimd. De graven kunnen van
                    betekenis zijn: hetzij door de overledene die er begraven ligt dan wel alleen
                    door het gedenkteken. De overledene kan voor de plaatselijke gemeenschap van
                    betekenis zijn geweest zodat wellicht de naam nog bij de volgende generatie
                    bekend is. Het gedenkteken kan opvallen door zijn vormgeving en door het
                    materiaal. Er dient te worden gezorgd dat graven van bekende overledenen niet
                    ondoordacht worden geruimd en dat soms vrij zeldzame voorwerpen op een terrein
                    dat zozeer aan het verleden herinnert, behouden blijven. Bij twijfel over de
                    betekenis van het gedenkteken, is het gewenst om een deskundige te raadplegen.
                    De lijst is een inventarisatie van gedenkwaardige graven. Daarnaast kan de
                    inhoud van de lijst een hulpmiddel zijn voor het samenstellen van de
                    monumentenlijst.</al><al/><al><vet>Artikel 34 Strafbepalingen</vet></al><al>Zonder dit artikel kan geen sanctionering van de in de verordening gestelde
                    verboden plaatsvinden. De strafmaat is verhoogd.</al><al/><al><vet>Artikel 35 Beslissingsbevoegdheid</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al><vet>Artikel 36 Intrekken eerdere verordening en citeertitel</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>