<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR52904_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invoering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Winsum</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-11-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Winsum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Wiekslag 16-11-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening roerende-zaakbelastingen 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 221</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invoering van belastingen op roerende woon- en
            bedrijfsruimten 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>Agendanummer: 14 - 2</al><al>Vergadering: 9 november 2010</al><al>De raad van de gemeente Winsum; </al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; </al><al>gelet op artikel 221 van de Gemeentewet; </al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al>Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op
                            roerende woon- en bedrijfsruimten 2011 (Verordening
                            roerende-zaakbelastingen 2011)</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>ruimte: een roerende woon- of bedrijfsruimte, welke duurzaam aan
                                    een plaats gebonden is en dient tot permanente bewoning of
                                    permanent gebruik;</al></li><li nr="b."><al>woonruimte: een ruimte waarvan de vastgestelde waarde in
                                    hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van de ruimte die
                                    dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan
                                    woondoeleinden;</al></li><li nr="c."><al>bedrijfsruimte: een ruimte die niet kan worden aangemerkt als
                                    woonruimte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam ‘belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten’
                                worden ter zake van binnen de gemeente gelegen ruimten twee directe
                                belastingen geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                        kalenderjaar een bedrijfsruimte, als dan niet krachtens
                                        eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht
                                        gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                        kalenderjaar van een ruimte het genot heeft krachtens
                                        eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemend:
                                        eigenarenbelasting.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een bedrijfsruimte
                                        in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene
                                        die dat deel in gebruik heeft gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een bedrijfsruimte voor
                                        volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die
                                        die ruimte ter beschikking heeft gesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die een in het vorige lid bedoelde bedrijfsruimte in gebruik
                                heeft gegeven of ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
                                belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die ruimte of
                                deel daarvan in gebruik is gegeven of ter beschikking is
                                gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><al>Als één ruimte wordt aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>een binnen de gemeente gelegen ruimte;</al></li><li nr="b."><al>een gedeelte van een in onderdeel a bedoelde ruimte dat blijkens
                                    zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te
                                    worden gebruikt;</al></li><li nr="c."><al>een samenstel van twee of meer in onderdeel a bedoelde ruimten
                                    of in onderdeel b bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde
                                    persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden
                                    beoordeeld, bij elkaar behoren;</al></li><li nr="d."><al>het binnen de gemeente gelegen deel van een in onderdeel a
                                    bedoelde ruimte, van een in onderdeel b bedoeld gedeelte daarvan
                                    of van een in onderdeel c bedoeld samenstel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is de waarde die aan de ruimte dient te
                                worden toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou
                                kunnen worden overgedragen en de verkrijger de ruimte in de staat
                                waarin deze zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik
                                zou kunnen nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                                bedrijfsruimte, met uitzondering van ruimten die zijn ingeschreven
                                in een van de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers
                                van beschermde monumenten, bepaald op de vervangingswaarde indien
                                dit leidt tot een hogere waarde dan die ingevolge het eerste lid.
                                Bij de berekening van de vervangingswaarde wordt rekening gehouden
                                met:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en de bestemming van de ruimte;</al></li><li nr="b."><al>de sedert de stichting van de ruimte opgetreden technische
                                        en functionele veroudering waarbij de invloed van latere
                                        wijzigingen in aanmerking wordt genomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                                ruimte in aanbouw bepaald op de vervangingswaarde, bedoeld in het
                                tweede lid. Onder een ruimte in aanbouw wordt verstaan een roerende
                                zaak of gedeelte daarvan waarvoor een bouwvergunning in de zin van
                                de Woningwet is afgegeven en dat door bouw nog niet geschikt is voor
                                gebruik overeenkomstig de beoogde bestemming.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                                woonruimte die deel uitmaakt van een op de voet van de
                                Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de in
                                artikel 1, derde lid, onderdeel b, van die wet bedoelde voorwaarden
                                bepaald met inachtneming van een vooronderstelde verplichting om het
                                landgoed gedurende een tijdvak van 25 jaren als zodanig in stand te
                                houden en geen opgaand hout te vellen anders dan volgens de regels
                                van normaal bosbeheer noodzakelijk of gebruikelijk is. Ruimten die
                                dienstbaar zijn aan de woonruimte worden geacht deel uit te maken
                                van die woonruimte.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Met betrekking tot een ruimte als bedoeld in artikel 3, aanhef en
                                onderdeel d, wordt de waarde gesteld op een evenredig deel van de
                                waarde die dient te worden toegekend aan de gehele ruimte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de
                                heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, de waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al>glasopstanden die bedrijfsmatig worden aangewend voor de
                                        kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond
                                        daarvan bestaat uit cultuurgrond die bedrijfsmatig wordt
                                        geëxploiteerd ten behoeve van de land- of bosbouw. Onder
                                        cultuurgrond wordt mede begrepen de open grond, alsmede de
                                        ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend
                                        wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de
                                        ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>ruimten die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                                        eredienst of voor het houden van openbare
                                        bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en
                                        ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die
                                        dienen als woning;</al></li><li nr="c."><al>ruimten ten behoeve van waterverdedigings- en
                                        waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen,
                                        instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                        rechtspersonen, een en ander met uitzondering van delen van
                                        zodanige ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>ruimten die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en
                                        ander afvalwater en die worden beheerd door organen,
                                        instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                        rechtspersonen, een en ander met uitzondering van delen van
                                        zodanige ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="e."><al>werktuigen die van een ruimte kunnen worden afgescheiden
                                        zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen
                                        wordt toegebracht en die niet op zichzelf als ruimten zijn
                                        aan te merken;</al></li><li nr="f."><al>bedrijfsruimten voor zover die bestemd zijn te worden
                                        gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met
                                        uitzondering van delen van zodanige bedrijfsruimten die
                                        bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van
                                        onderwijs;</al></li><li nr="g."><al>ruimten voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt ten
                                        behoeve van begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, een
                                        en ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die
                                        dienen als woning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vrijstelling met betrekking tot de in het eerste lid, onderdeel
                                f, bedoelde bedrijfsruimte geldt niet voor de eigenarenbelasting
                                voor zover de gemeente van die ruimten niet het genot heeft
                                krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de
                                heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking
                                gelaten de waarde van gedeelten van de bedrijfsruimte die in
                                hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                                woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Waardepeildatum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf wordt bepaald naar de waarde die de ruimte
                                op 1 januari 2010 heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf vindt toepassing voor kalenderjaar 2011.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De waarde van de ruimte wordt bepaald naar de staat waarin de ruimte
                                op de waardepeildatum verkeert.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een ruimte tussen de waardepeildatum en het begin van het
                                kalenderjaar:</al><lijst><li nr="a."><al>opgaat in een andere ruimte dan wel in meer ruimten, of</al></li><li nr="b."><al>wijzigt als gevolg van hetzij bouw, verbouwing, verbetering,
                                        afbraak of vernietiging, hetzij verandering van bestemming,
                                        of</al></li><li nr="c."><al>een verandering in waarde ondergaat als gevolg van een
                                        andere, specifiek voor de ruimte geldende, bijzondere
                                        omstandigheid, wordt, in afwijking van het derde lid, de
                                        waarde bepaald naar de staat van die ruimte bij het begin
                                        van het kalenderjaar.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                                heffingsmaatstaf.</al><al>Het percentage bedraagt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>de gebruikersbelasting 0,1526%</al></li><li nr="b."><al>de eigenarenbelasting</al><lijst><li nr="1."><al>voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning
                                                dienen 0,1520%</al></li><li nr="2."><al>voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot
                                                woning dienen 0,1977%</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar beneden
                                afgerond op gehele euro’s.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan
                                de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
                                volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van
                                de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                                aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan
                                € 150,00 doch minder is dan € 2.500,00, en zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                                afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen
                                nagenoeg gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na
                                de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende
                                termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Nadere regels door het college van
                                burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de belastingen op
                            roerende woon- en bedrijfsruimten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De “Verordening op de heffing en de invordering van belastingen
                                    op roerende woon- en bedrijfsruimten 2010” van 10 november 2009
                                    wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde
                                    datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                                    toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                                    datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag
                                    na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening
                                    roerende-zaakbelastingen 2011’.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Winsum in zijn openbare
                        vergadering van 9 november 2010 </ondertekening><ondertekening>voorzitter, </ondertekening><ondertekening>griffier,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>