<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR52736_1</dcterms:identifier><dcterms:title>CONTROLEVERORDENING GEMEENTE SCHIEDAM</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:creator><dcterms:modified>2007-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Controleverordening gemeente Schiedam</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 213</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-01-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-03-30</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 1, 4</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>14112006, VR 2006/110</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>accountantscontrole</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>deze verrodeningen heeft uitsluitend interne werking en bevat geen algemeen verbindende voorschriften en is hierom niet gepubliceerd.</al><al>Artikel 8 bepaalt dat deze verordening van toepassing is op de accountantscontrole van de jaarrekening (en deelverantwoordingen) van het verslagjaar 2004 en later.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>CONTROLEVERORDENING GEMEENTE SCHIEDAM</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>accountant</al><al>Een door de raad benoemde:</al><lijst><li nr="-"><al>registeraccountant of</al></li><li nr="-"><al>accountant-administratieconsulent met een aantekening in het
                                    inschrijvingsregister als bedoeld in artikel 36, lid 3, Wet op
                                    de Accountant-Administratieconsulenten of</al></li><li nr="-"><al>organisatie waarin voor de accountantscontrole bevoegde
                                    accountants samenwerken, belast met de controle van de in
                                    artikel 197 Gemeentewet bedoelde jaarrekening.</al><al/></li></lijst></li><li nr="b."><al>De controle van de in artikel 197 Gemeentewet bedoelde jaarrekening
                            uitgevoerd door de door de raad benoemde accountant van:</al><lijst><li nr="-"><al>het getrouwe beeld van de in de jaarrekening gepresenteerde
                                    baten en lasten en de grootte en samenstelling van het
                                    vermogen;</al></li><li nr="-"><al>het rechtmatig tot stand komen van de baten en lasten en
                                    balansmutaties;</al></li><li nr="-"><al>het in overeenstemming zijn van de door het college opgestelde
                                    jaarrekening met de bij of krachtens algemene maatregel van
                                    bestuur te stellen regels bedoeld in artikel 186
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="-"><al>de inrichting van het financieel beheer en de financiële
                                    organisatie gericht op de vraag of deze een getrouwe en
                                    rechtmatige verantwoording mogelijk maken;</al></li><li nr="-"><al>onrechtmatigheden in de jaarrekening;</al></li><li nr="-"><al>de verenigbaarheid van het jaarverslag met de jaarrekening;
                                    waarbij de nadere regels die bij of krachtens algemene maatregel
                                    van bestuur worden gesteld op grond van artikel 213, lid 6,
                                    Gemeentewet, in acht worden genomen.</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>rechtmatigheid in het kader van accountantscontrole</al><al>Het overeenstemmen van het tot stand komen van de financiële
                            beheershandelingen en de vastlegging daarvan met de door de raad in het
                            normenkader c.q. toetsingskader vastgestelde wetgeving en (externe en
                            interne) regelgeving, zoals bedoeld in het Besluit accountantscontrole
                            provincies en gemeenten.</al></li><li nr="d."><al>Deelverantwoording</al><al>Een ten behoeve van de verslaglegging opgestelde verantwoording van een
                            afzonderlijke organisatie-eenheid binnen de gemeentelijke organisatie,
                            welke verantwoording onderdeel uit maakt van de jaarrekening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Opdrachtverlening accountantscontrole</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De accountantscontrole van de jaarrekening als bedoeld in artikel
                                213, lid 2, Gemeentewet, wordt opgedragen aan een door de raad te
                                benoemen accountant. De benoeming van de accountant geschiedt voor
                                een periode van drie jaar, met de mogelijkheid van verlenging voor
                                één jaar;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bereidt in overleg met de raad de aanbesteding van de
                                accountantscontrole voor.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt voor de aanbesteding van de accountantscontrole het
                                programma van eisen vast. In het programma van eisen worden voor de
                                jaarlijkse accountantscontrole opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>de toe te passen goedkeuringstoleranties (en afwijkende
                                        rapporteringstoleranties) bij de controle van de
                                        jaarrekening;</al></li><li nr="b."><al>de apart te controleren deelverantwoordingen en de daarbij
                                        toe te passen goedkeuringstoleranties (en afwijkende
                                        rapporteringstoleranties);</al></li><li nr="c."><al>de inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen;</al></li><li nr="d."><al>de eventueel aanvullende uit te voeren tussentijdse
                                        controles;</al></li><li nr="e."><al>de frequentie en inrichtingseisen van de aanvullende
                                        tussentijdse rapportering; en voor ieder afzonderlijk te
                                        controleren begrotingsjaar:</al></li><li nr="f."><al>de posten van de jaarrekening en deelverantwoordingen met
                                        bijbehorende afwijkende rapporteringstoleranties, waaraan de
                                        accountant bij zijn controle specifiek aandacht moet
                                        besteden;</al></li><li nr="g."><al>de gemeentelijke functies en of organisatieonderdelen met
                                        bijbehorende afwijkende rapporteringstoleranties, waaraan de
                                        accountant bij zijn controle specifiek aandacht moet
                                        besteden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van lid 3, letters f en g, kan de raad in het programma
                                van eisen opnemen, dat de desbetreffende raadscommissie, gehoord de
                                subcommissie onderzoek der rekening jaarlijks voorafgaand aan de
                                accountantscontrole in overleg met de accountant vaststelt de posten
                                van de jaarrekening, de posten van de deelverantwoordingen, de
                                gemeentelijke functies en de gemeentelijke organisatieonderdelen,
                                waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandacht moet
                                besteden en welke rapporteringstoleranties hij daarbij dient te
                                hanteren.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In geval van Europese aanbesteding van de accountantscontrole stelt
                                de raad voor de selectie van de accountant de selectiecriteria vast
                                en per selectiecriterium de bijbehorende weging vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Informatieverstrekking door college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is verantwoordelijk voor de samenstelling van de
                                jaarrekening conform de geldende interne - en externe wet- en
                                regelgeving en overlegt deze aan de accountant voor controle.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor, dat alle aan de jaarrekening ten
                                grondslag liggende verordeningen, nota’s, collegebesluiten,
                                deelverantwoordingen, administraties, plannen, overeenkomsten,
                                berekeningen e.d. voor de accountant ter inzage liggen en goed
                                toegankelijk zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de jaarrekening bevestigt het college schriftelijk aan de
                                accountant, dat alle hem bekende informatie van belang voor de
                                oordeelsvorming van de accountant is verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college overlegt aan de raad de gecontroleerde jaarrekening
                                samen met de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen,
                                voor uiterlijk vijftien juni van het jaar volgend op het jaar waarop
                                de jaarrekening betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Alle informatie die na afgifte van de accountantsverklaring en voor
                                behandeling van de jaarrekening in de raad beschikbaar komt en die
                                van invloed is op het beeld dat de jaarrekening geeft, wordt
                                terstond door het college aan de raad en de accountant gemeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Inrichting accountantscontrole</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de
                                wijze, waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de
                                aard en de omvang van de daarbij behorende werkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de
                                frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan de
                                controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving
                                uitvoeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende
                                accountantscontrole vindt periodiek (afstemmings-)overleg plaats
                                tussen de accountant en zomogelijk (een vertegenwoordiger uit) de
                                raad, de portefeuillehouder financiën, de gemeentesecretaris, de
                                (concern-)controller en/of het hoofd financiën.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Toegang tot informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De accountant is bevoegd tot het opnemen van alle kassen,
                                waardepapieren en voorraden en het inzien van alle boeken, notulen,
                                brieven, computerbestanden en overige bescheiden waarvan hij inzage
                                voor de accountantscontrole nodig oordeelt. Het college draagt er
                                zorg voor, dat de accountant voor de uitvoering van zijn
                                controlewerkzaamheden een onbelemmerde toegang heeft tot alle
                                kantoren, magazijnen, werkplaatsen, terreinen en informatiedragers
                                van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De accountant is bevoegd om van alle ambtenaren mondelinge en
                                schriftelijke inlichtingen en verklaringen te verlangen die hij voor
                                de uitvoering van zijn opdracht denkt nodig te hebben. Het college
                                draagt er zorg voor, dat de desbetreffende ambtenaren hieraan hun
                                medewerking verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor, dat de ambtenaren van de gemeente
                                de accountant alle informatie te verstrekken, opdat de accountant
                                zich een juist en volledig oordeel kan vormen over de rechtmatige
                                totstandkoming van baten, lasten en balansmutaties en het gevoerde
                                beheer en over de getrouwheid van de daarover verstrekte
                                informatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Overige controles en opdrachten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de door de raad benoemde accountant opdracht geven
                                tot het uitvoeren van specifieke werkzaamheden met betrekking tot de
                                rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid voor zover
                                de onafhankelijkheid van de accountant daarmee niet in het geding
                                komt. Het college informeert de raad vooraf over deze aan de
                                accountant te verstrekken opdrachten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt de zorg voor de uitvoering van het beleid
                                betreffende de specifieke uitkeringen volgens de eisen van
                                rechtmatigheid van de ministeries. Het college is voor de controle
                                van de rechtmatige besteding van specifieke uitkeringen bevoegd de
                                opdracht te verlenen aan een andere dan de door de raad benoemde
                                accountant, indien dit in het belang van de gemeente is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt de zorg voor de verantwoording aan derden
                                (Belastingdienst, ABP, Sociale verzekeringsbank, e.d.) en neemt
                                hierbij de gestelde controle-eisen in acht. Indien een deel van deze
                                verantwoording dient te worden uitgevoerd door een accountant, is
                                het college bevoegd hiervoor de opdracht verlenen aan een andere dan
                                de door de raad benoemde accountant, indien dit in het belang van de
                                gemeente is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Rapportering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de accountant bij een controle afwijkingen constateert die
                                leiden tot het niet afgeven van een goedkeurende verklaring, meldt
                                hij deze terstond schriftelijk aan de raad en zendt een afschrift
                                hiervan aan het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In aanvulling op het in de wet voorgeschreven verslag van
                                bevindingen brengt de accountant over de door hem uitgevoerde
                                (deel-)controles verslag uit over zijn bevindingen van niet van
                                bestuurlijk belang aan de ambtenaar van wie het geldelijk beheer, de
                                administratie en of de beheersdaden zijn gecontroleerd, het hoofd
                                van de dienst waar de ambtenaar werkzaam is, de (concern-)
                                controller en het hoofd financiën dan wel andere daarvoor in
                                aanmerking komende ambtenaren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De accountantsverklaring en het verslag van bevindingen worden voor
                                verzending aan de raad door de accountant aan het college voorgelegd
                                met de mogelijkheid voor het college om op deze stukken te
                                reageren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De accountant bespreekt voorafgaand aan de raadsbehandeling van de
                                jaarstukken het verslag van bevindingen met de subcommissie
                                onderzoek der rekening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 15 november 2003, met
                            dien verstande dat zij van toepassing is op de accountantscontrole van
                            de jaarrekening (en deelverantwoordingen) van het verslagjaar 2004 en
                            later.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam
                            “Controleverordening gemeente Schiedam”.</al></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting verordening 213 Gemeentewet </tussenkop><tussenkop>Artikel 2. Opdrachtverlening accountantscontrole</tussenkop><al>Na afloop van ieder begrotingsjaar moet het college verantwoording afleggen aan
                    de raad over het gevoerde bestuur door overlegging van de jaarrekening en het
                    jaarverslag (artikel 197, lid 1, GW). Voor het overleggen van deze stukken aan
                    de raad moeten de jaarrekening door een bevoegd accountant zijn gecontroleerd
                    (artikel 197, lid 2 GW). De accountant controleert de jaarrekening in opdracht
                    van de raad. Het is dan ook de raad, die de accountant aanwijst (artikel 213,
                    lid 2 GW). De raad is echter niet het bestuursorgaan, dat de overeenkomst met de
                    accountant ondertekent. Het is de burgemeester, die de overeenkomst voor de
                    accountantscontrole met de accountant moet sluiten. De burgemeester
                    vertegenwoordigt de gemeente in en buiten rechte, luidt artikel 171, lid 1
                    GW.</al><al>Een bevoegd accountant voor de controle van de gemeentelijke jaarrekening is een
                    registeraccountant, een accountant-administratieconsulent met een aantekening in
                    het inschrijvingsregister als bedoeld in artikel 36, lid 3 Wet op de
                    Accountant-Administratieconsulenten of een organisatie waarin voor de
                    accountantscontrole bevoegde accountants samenwerken. Artikel 213, lid 7 GW
                    zegt, dat de bevoegde accountant in gemeentelijke dienst kan worden aangesteld.
                    Wel dient dan de benoeming, schorsing en het ontslag van de accountant door de
                    raad te geschieden.</al><al>Artikel 2 van de verordening regelt de opdrachtverlening van de
                    accountantscontrole van de gemeentelijke jaarrekening. Het eerste lid legt de
                    periode van de verbintenis met de accountant voor de controle van de
                    jaarrekening vast. </al><al>Het tweede lid regelt, dat het college verantwoordelijk is voor de uitvoering
                    van de aanbesteding van de accountantscontrole van de jaarrekening. De periode
                    van de verbintenis met de accountant uit het eerste lid impliceert niet, dat
                    daarna van accountant wordt gewisseld. De accountant maakt bij de nieuwe
                    aanbesteding wederom kans op de opdracht. Een raad die per periode wil wisselen
                    van controlerend accountant, zal hierbij met de aanbesteding rekening moeten
                    houden, door de controlerend accountant van de afgelopen periode uit te
                    sluiten.</al><al>Voor de accountantscontrole geldt het “Besluit accountantscontrole gemeenten”
                    dat krachtens artikel 213, lid 6 GW door de minister is vastgesteld. Het
                    “Besluit accountantscontrole gemeenten” bevat onder andere regels voor de
                    goedkeuringstoleranties voor de accountantsverklaring en de
                    rapporteringstoleranties voor het verslag van bevindingen.</al><al>Een goedkeuringstolerantie is een tolerantie voor fouten in de jaarrekening of
                    onzekerheden in de controle in de vorm van een percentage van de totale lasten
                    van de gemeente (de omvangsbasis). De goedkeuringstoleranties worden door de
                    accountant gehanteerd ten behoeve van zijn oordeelsvorming over de jaarrekening.
                    In het Besluit accountantscontrole worden maximale percentages voor de
                    goedkeuringstoleranties gegeven (1% voor fouten in posten van de jaarrekening en
                    eventuele door de raad aan te wijzen deelverantwoordingen en 3% voor
                    onzekerheden in de controle). De goedkeuringstoleranties kunnen door de raad
                    lager worden vastgesteld.</al><al>Een rapporteringstolerantie is het bedrag dat voortvloeit uit een
                    goedkeuringstolerantie en dient als tolerantie voor rapportage in het verslag
                    van bevindingen. Rapporteringstoleranties kunnen door de raad lager worden
                    gesteld dan de uit de goedkeuringstoleranties voortvloeiende bedragen.</al><al>De accountantscontrole richt zich op de jaarrekening. Hiervoor moet de raad bij
                    de aanbesteding van de accountantscontrole de te hanteren
                    goedkeuringstoleranties (en eventueel hiervan afwijkende
                    rapporteringstoleranties) opgeven, indien de raad deze lager dan de wettelijke
                    maxima wenst vast te stellen. Daarnaast kan de raad als extra eis aangeven, dat
                    er een accountantscontrole op (bepaalde) deelverantwoordingen van de gemeente
                    plaatsvindt. Hiervoor kunnen door de raad dan eveneens afwijkende
                    goedkeuringstoleranties (en eventueel hiervan afwijkende
                    rapporteringstoleranties) worden aangegeven.</al><al>De raad kan ook posten van de jaarrekening of posten van een deelverantwoording
                    aanwijzen, waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandacht moet
                    besteden en waarvoor afwijkende lagere rapporteringstoleranties gelden. In
                    plaats van posten van de jaarrekening of posten van een deelverantwoording kan
                    de raad ook gemeentelijke functies of gemeentelijke organisatieonderdelen
                    aanwijzen waarvoor lagere rapporteringstoleranties gelden. We kunnen
                    bijvoorbeeld denken aan lagere rapporteringstoleranties voor de
                    subsidieverstrekking of voor het organisatieonderdeel gemeentelijke
                    belastingen.</al><al>Voor de gehele jaarrekening, maar ook voor delen ervan, kunnen de
                    goedkeuringstoleranties dus lager worden gesteld. De rapporteringstoleranties
                    zijn in eerste instantie de bedragen die volgen uit de percentages van de
                    goedkeuringstolerantie. Voor de rapportering in het verslag van bevindingen aan
                    de raad kan de raad de rapporteringstoleranties (op onderdelen van de
                    gemeentelijke jaarrekening) lager vaststellen.</al><al>De goedkeuringstoleranties en rapporteringstoleranties kunnen jaar op jaar door
                    de raad worden aangepast. Het is dus nodig, dat de raad bij de aanbesteding van
                    de accountantscontrole voor de goedkeuringstoleranties en
                    rapporteringstoleranties opgeeft. Het ieder jaar aanpassen van deze
                    goedkeuringstoleranties en rapporteringstoleranties is niet gewenst. Mocht een
                    raad gedurende de contractperiode toch de voornoemde toleranties willen
                    aanpassen, dan kan hij altijd nog een wijziging op het contract met de
                    accountant afspreken. Wel is het voor te stellen dat de raad wil, dat de
                    accountant ieder jaar zijn specifieke aandacht richt op een ander
                    organisatieonderdeel en dat daarbij voor ieder organisatieonderdeel andere
                    rapporteringstoleranties geëigend zijn.</al><al>In het derde lid van artikel 2 zijn de in bovenstaande alinea’s behandelde zaken
                    als items opgenomen. Ze moeten al bij de aanbesteding van de accountantscontrole
                    worden bepaald en zodoende worden opgenomen in het programma van eisen.
                    Natuurlijk zal een aanscherping van de eisen door de raad leiden tot een hogere
                    prijsstelling door de accountant(s). Daarnaast zijn onder dit lid aanvullende
                    zaken opgenomen over eisen die de raad kan stellen aan de werkzaamheden van de
                    accountant, zoals aanvullende inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen
                    en aanvullende extra rapportages en controles.</al><al>Mogelijk zal de raad de posten van de jaarrekening, de posten van
                    deelverantwoordingen, gemeentelijke functies en gemeentelijke
                    organisatieonderdelen jaar op jaar willen vaststellen. Dit daar men dan rekening
                    kan houden met gewijzigde politieke omstandigheden. Hierin voorziet het vierde
                    lid van artikel 2. Wel is het raadzaam, dat de gemeente hierover bepalingen in
                    het programma van eisen bij de aanbesteding en opdrachtverlening opneemt.</al><al>Bij grotere gemeenten zal het bedrag dat is gemoeid met de accountantscontrole
                    van de jaarrekening zo hoog zijn, dat de accountantscontrole Europees moet
                    worden aanbesteed. Bij Europese aanbesteding zijn het de selectiecriteria en
                    bijbehorende wegingsfactoren, die uiteindelijk de selectie van de accountant
                    voor de controle van jaarrekening bepalen. De raad is het bestuursorgaan, dat de
                    accountant aanwijst en moet dus de selectiecriteria en bijbehorende
                    wegingsfactoren vaststellen. Dit wordt geregeld in het vijfde lid van artikel
                    2.</al><tussenkop>Artikel 3. Informatieverstrekking door college </tussenkop><al>In de nieuwe gedualiseerde verhoudingen is het college verantwoordelijk voor de
                    samenstelling van de jaarrekening en het jaarverslag. Ten opzichte van de raad
                    is het college ook verantwoordelijk voor de samenstelling van eventuele door de
                    raad geëiste deelverantwoordingen. Artikel 3 van de verordening regelt de
                    verplichtingen van het college voor de verstrekking van de achterliggende
                    informatie aan de accountant.</al><al>Voor de controle van de jaarrekening doet de accountant onderzoek naar de
                    achterliggende bescheiden. Het tweede lid draagt aan het college op deze
                    achterliggende bescheiden goed toegankelijk ter inzage aan de accountant
                    beschikbaar te stellen.</al><al>Het derde lid verplicht het college een verklaring af te geven aan de
                    accountant, waarin het college verklaart geen informatie die van belang is voor
                    de beoordeling van de jaarrekening, te hebben achtergehouden. De verklaring
                    wordt ook wel een LOR (Letter Of Representation) genoemd. Hoewel het een
                    algemeen gebruik is, is het geen wettelijke verplichting, dat het college een
                    dergelijke verklaring verstrekt.</al><al>In het vierde lid wordt een uiterlijke datum aan het college gesteld voor de
                    overlegging van de gecontroleerde jaarrekening aan de raad. De jaarrekening moet
                    namelijk binnen twee weken na vaststelling, maar in elk geval voor 15 juli
                    worden toegezonden aan gedeputeerde staten (artikel 200 GW). Voor deze datum, 1
                    juli, moet de jaarrekening door de raad zijn behandelt en moet een eventuele
                    erop volgende indemniteitsprocedure (artikel 198 GW) zijn doorlopen en de
                    jaarrekening wel of niet zijn vastgesteld.</al><al>In de tijdsplanning zal overigens ook rekening gehouden moeten worden met het
                    traject van het opwerken van de begroting. In het voorjaar moet de kaderstelling
                    van de begroting plaats vinden. Volgens art.4 van de verordening artikel 212
                    gemeentewet dienen namelijk in de eerste helft van het begrotingsjaar de kaders
                    voor de begroting van het daarop volgende jaar door B&amp;W aan de Raad
                    aangeboden te worden. Hierbij zouden dan ook de bevindingen van jaarstukken
                    meegenomen kunnen worden.</al><al>De accountant verzendt de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen
                    rechtstreeks aan de raad. Artikel 197, lid 2 GW bepaalt echter, dat het college
                    bij de overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag aan de raad daarbij
                    moet toevoegen de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen. De wet
                    schrijft hier een facilitaire dienst aan het college voor.</al><al>Het vijfde lid van het artikel gebiedt het college alle informatie die van
                    invloed is op het beeld van de jaarrekening en pas na de afgifte van de
                    accountantsverklaring, maar voor de vaststelling van de jaarrekening door de
                    raad aan het college bekend is geworden, terstond te melden aan de raad en de
                    accountant. Het sluit verrassingen tijdens de raadsbehandeling uit.</al><tussenkop>Artikel 4. Inrichting accountantscontrole</tussenkop><al>Artikel 4 van de verordening regelt de bevoegdheidsverdeling tussen de
                    accountant en het college ten aanzien van de inrichting van de
                    accountantscontrole. De accountant is leidend ten aanzien van de inrichting van
                    de accountantscontrole. Hij mag zelfs onaangekondigd controles uitvoeren. Het
                    college is hierin volgend. Wel moet er ter bevordering van een soepele
                    accountantscontrole periodiek overleg worden gevoerd tussen de accountant en de
                    verschillende vertegenwoordigers van de gemeente. Ook is uitwisseling van
                    informatie gewenst over specifieke aandachtsgebieden bij de
                    accountantscontrole.</al><tussenkop>Artikel 5. Toegang tot informatie</tussenkop><al>In het vorige artikel hebben we gezien, dat de accountant leidend is voor wat
                    betreft de inrichting van de accountantscontrole. Om een goede controle uit te
                    voeren moet hij echter ook onbelemmerd onderzoek kunnen doen. Artikel 5 van de
                    verordening kent de bevoegdheid om onbelemmerd onderzoek te doen toe aan de
                    accountant. Dit natuurlijk met in achtneming van de afspraken met de raad, zoals
                    neergelegd in het programma van eisen bij de aanbesteding. Het artikel legt aan
                    het college de zorgplicht op om er voor te zorgen, dat de accountant een
                    onbelemmerde toegang heeft tot alle burelen van de gemeente en de ambtenaren van
                    de gemeente volledig meewerken aan de accountantscontrole.</al><tussenkop>Artikel 6. Overige controles en opdrachten</tussenkop><al>Naast de controle van de jaarrekening zijn er meer werkzaamheden binnen de
                    gemeente die de inzet van een accountant (kunnen) vereisen. Zo eisen ministeries
                    voor de verantwoording over de uitvoering van de medebewindstaken door gemeenten
                    (specifieke uitkeringen) vaak een aparte accountantsverklaring. De aanwijzing
                    van de accountant voor onder andere dit soort accountantscontroles is een
                    bevoegdheid van het college. Ook kan het college besluiten om
                    advieswerkzaamheden over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                    doeltreffendheid uit te besteden aan een accountant.</al><al>Het eerste lid van artikel 6 van de verordening regelt, hoe het college moet
                    omgaan met de uitbesteding van “advieswerkzaamheden” zoals de verbetering van de
                    administratieve organisatie, aan de door de raad benoemde accountant. Door deze
                    werkzaamheden te gunnen aan de door de raad benoemde accountant kan de
                    onafhankelijkheid en daarmee de integriteit van de accountant ten aanzien van
                    zijn controlewerkzaamheden voor de raad in het geding komen. Op de loer liggende
                    belangenverstrengeling tussen college en accountant kan mogelijk een weerslag
                    hebben op de kwaliteit van de controle van de jaarrekening. Hetzelfde geldt voor
                    die gevallen, waarbij de accountant bij de accountantscontrole zijn eigen werk
                    moet controleren. Het lid bepaalt, dat het college voor werkzaamheden op het
                    gebied van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van
                    onderdelen van de gemeente de door de raad benoemde accountant kan inschakelen.
                    Indien het college dit voornemen heeft, dient hij de raad hier vooraf over te
                    informeren. Dit biedt de raad de mogelijkheid om over de desbetreffende
                    uitbesteding van werkzaamheden zijn oordeel te vormen en zijn bedenkingen aan
                    het college kenbaar te maken.</al><al>Het tweede en het derde lid regelen, dat het college voor de overige
                    controlewerkzaamheden in het algemeen de door de raad benoemde accountant
                    inschakelt. Het college mag hiervan afwijken, indien dit in het belang van de
                    gemeente is. De accountant die de jaarrekening controleert, is vaak beter bekend
                    met de gemeentelijke administraties. Daarbij kunnen controles van de
                    jaarrekening en controles van medebewindstaken tegelijkertijd door één
                    accountant worden uitgevoerd (single audit). Dit levert een aanzienlijke
                    besparing op. In bepaalde gevallen is inschakeling van een andere accountant
                    raadzaam en soms zelfs onoverkomelijk. De reden hiervoor kan van prijstechnische
                    aard zijn, maar ook van bijvoorbeeld organisatorische aard (zo kunnen de
                    controlewerkzaamheden gemeenschappelijke activiteiten met een andere gemeente
                    betreffen en de accountantscontrole hiervan door de accountant van de andere
                    gemeente worden uitgevoerd). De verordening regelt dat het college in deze
                    gevallen vrij is in de keuze van de accountant.</al><tussenkop>Artikel 7. Rapportering</tussenkop><al>Het derde en vierde lid van artikel 213 GW regelt de rapportering en de inhoud
                    daarvan van de accountant aan de raad en het college. Aanvullend daarop kan de
                    raad in zijn programma van eisen bij de aanbesteding aanvullende inhoudelijke
                    eisen stellen, maar ook aanvullende rapporteringen van de accountant (artikel 2,
                    lid 3, letters c &amp; e van deze verordening). Artikel 7 regelt aanvullende
                    zaken aangaande de rapportering op grond van de door de accountant uitgevoerde
                    controles. Zaken die dan natuurlijk wel in het programma van eisen bij de
                    aanbesteding moeten worden geregeld.</al><al>Naast de uiteindelijke eindcontrole van de jaarrekening verricht de accountant
                    meestal meerdere controles. Dit kunnen door de raad in het programma van eisen
                    van de aanbesteding geëiste tussentijdse controles (interim-controles) zijn. Het
                    eerste lid van artikel 7 regelt, dat het college in elk geval bij geconstateerde
                    afwijkingen door de accountant die leiden tot het niet afgeven van een
                    goedkeurende verklaring bij de jaarrekening, een afschrift krijgt van de
                    schriftelijke mededeling hierover aan de raad. Dit opdat het college (in overleg
                    met de raad en de accountant) mogelijk nog tijdig maatregelen tot herstel kan
                    treffen.</al><al>Het tweede lid van artikel 7 regelt, dat het management een rapportage krijgt
                    van de door de accountant uitgevoerde (deel-)controles. In deze rapportage
                    worden kleine afwijkingen en tekortkomingen die niet leiden tot het niet afgeven
                    van een goedkeurende verklaring en niet van bestuurlijk belang zijn, aan het
                    management meegedeeld. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld opmerkingen over
                    (kleine) rubriceringfouten en (kleine) onvolkomenheden in de administratieve
                    organisatie, welke eenvoudig in onderling overleg met het management van de
                    gemeente kunnen worden opgelost. Het management kan op grond van de rapportage
                    actie ondernemen voor herstel van de afwijkingen en onvolkomenheden.</al><al>Voorts is in het artikel een lid opgenomen voor de procedure van hoor en
                    wederhoor. De constateringen in het verslag van bevindingen worden voorafgaand
                    aan verzending van de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen aan
                    de raad door de accountant besproken met het college. Het geeft het college de
                    mogelijkheid kanttekeningen te plaatsen bij de constateringen in het
                    (concept-)verslag van bevindingen.</al><al>Tot slot in het vierde lid van dit artikel opgenomen, dat de accountant zijn
                    verslag van bevindingen aan de raad mondeling toelicht.</al><tussenkop>Artikel 8. Inwerkingtreding</tussenkop><al>Deze verordening treedt in de plaats van de vorige op grond van artikel 213 GW
                    (oud) opgestelde verordening. De wetgever heeft bepaald dat het nieuwe artikel
                    213 GW bij alle gemeenten op het verslagjaar 2004 van toepassing is. De oude
                    verordening blijft dus nog van kracht op de jaarrekening van 2003. De wetgever
                    heeft bepaald, dat de nieuwe verordening 213 GW evenals de nieuwe verordening
                    212 GW voor 15 november 2003 moet zijn vastgesteld. De nieuwe verordening 213 GW
                    moet binnen twee weken na vaststelling door het college naar gedeputeerde staten
                    worden verzonden (artikel 214 GW).</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>