<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR52545_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Diemen.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-03-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële Verordening gemeente Diemen 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 212.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-03-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-03-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2009-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-05-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financieel beheer</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de “Financiële verordening gemeente Diemen”.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Diemen.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Opmerkingen m.b.t. de regeling</vet></al><al/><al>Deze regeling vervangt de “Financiële verordening gemeente Diemen”.</al><al/><al/><al><vet>Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is
                            gebaseerd</vet></al><al/><al>1.Gemeentewet, artikel 212.</al><al/><al/><al><vet>Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde
                            regelgeving)</vet></al><al/><al>Geen.</al><al/><al/><al><vet>Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen</vet></al><al/><al/><al><vet>Datum</vet></al><al><vet>inwerkingtreding</vet></al><al>01-01-2009</al><al/><al><vet>Terugwerkende kracht t/m</vet></al><al>01-01-2009</al><al/><al><vet>Betreft</vet></al><al>nieuwe regeling</al><al/><al><vet>Datum ondertekening</vet></al><al><vet>Bron bekendmaking</vet></al><al>05-03-2009</al><al>onbekend.</al><al/><al><vet>Kenmerk voorstel</vet></al><al>nr. 09-22</al><al/><al/><al/><al><vet>Financiële Verordening gemeente Diemen 2009</vet></al><al/><al>Nr.: 09-22</al><al>De raad van de gemeente Diemen;</al><al>gelezen het voorstel van het college d.d. 4 november 2008;</al><al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet</al><al>B E S L U I T:</al><al>vast te stellen</al><al>de gewijzigde Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid,
                        alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële
                        organisatie van de gemeente Diemen.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>administratie : het systematisch verzamelen, vastleggen,
                                    verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het
                                    besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van)
                                    de organisatie van de gemeente Diemen en ten behoeve van de
                                    verantwoording die daarover moet worden afgelegd;</al></li><li nr="b."><al>financieel beheer : het uitoefenen van bestuur over en toezicht
                                    op het beheer van middelen en uitoefenen van de rechten van de
                                    gemeente;</al></li><li nr="c."><al>rechtmatigheid : het in overeenstemming zijn met geldende wet-
                                    en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen,
                                    raadsbesluiten en collegebesluiten voorzover deze
                                    collegebesluiten betrekking hebben op een noodzakelijke
                                    uitwerking van Europese-, rijks-, provinciale of door de
                                    gemeenteraad vastgestelde regelgeving;</al></li><li nr="d."><al>doelmatigheid : het realiseren van bepaalde prestaties met een
                                    zo beperkt mogelijke inzet van middelen;</al></li><li nr="e."><al>doeltreffendheid : de mate waarin de gewenste prestaties en de
                                    beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook
                                    daadwerkelijkheid worden behaald.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programma-indeling</titel></kop><al>De raad stelt bij aanvang van een nieuwe raadsperiode een
                            programma-indeling voor de komende raadsperiode vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2a.</nr><titel>Planning en controlcyclus</titel></kop><al>Voor aanvang van een begrotingsjaar biedt het college een overzicht aan
                            waarop is aangegeven de data waarop de jaarstukken, de kadernota, de
                            tussentijdse rapportage en de begroting met de meerjarenraming door het
                            collega worden aangeboden aan de raad, en de data waarop genoemde
                            stukken door de raad worden vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><al>Het college biedt op de datum genoemd in de planning en controlcyclus
                            van het betreffende jaar een kadernota ter vaststelling aan de raad aan.
                            Deze kadernota gaat in op de speerpunten in de programma’s en algemene
                            dekkingsmiddelen en op de financiële kaders van de ontwerpbegroting voor
                            het volgende begrotingsjaar en de drie daaropvolgende jaren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Autorisatie begroting, begrotingswijzigingen en
                                investeringskredieten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de programmabegroting de
                                totale lasten en de totale baten per programma en het overzicht
                                algemene dekkingsmiddelen, inclusief de in het investeringsprogramma
                                opgenomen investeringskredieten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor lasten, baten en investeringskredieten die niet in de
                                programma’s of bij de algemene dekkingsmiddelen zijn opgenomen, legt
                                het college een afzonderlijk voorstel aan de raad voor.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van lid 2 geldt dat het college bevoegd is besluiten te
                                nemen over onvoorziene, onuitstelbare en onvermijdbare uitgaven
                                voor:</al><lijst><li nr="a."><al>kredieten tot € 50.000;</al></li><li nr="b."><al>eenmalige lasten en baten tot € 10.000;</al><al> De raad autoriseert deze wijzigingen achteraf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college consulteert vooraf de raad en neemt pas een besluit
                                nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en
                                bedenkingen ter kennis van het college te brengen indien het college
                                overeenkomsten aangaat met financiële voorwaarden vanaf €250.000,-
                                en hoger of overeenkomsten met politiek gevoelige elementen
                                (aanbestedingen uitgezonderd).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college informeert de raad via minimaal één tussentijdse
                                rapportage in het lopende jaar over afwijkingen in de realisatie van
                                de begroting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De inrichting van de rapportage sluit aan bij de programma-indeling
                                van de begroting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt de programmarapportage conform de planning en
                                controlcyclus van het lopende jaar vast.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><al>Uitvoering van beleid voor activering, waardering en afschrijving van
                            activa gebeurt conform de criteria en richtlijnen zoals vastgelegd in de
                            nota Activabeleid, ter vaststelling door</al><al>de Raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt jaarlijks gelijktijdig met de jaarrekening een
                                actueel overzicht van reserves en voorzieningen aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit overzicht is onderdeel van de programmarekening en behandelt per
                                reserve en voorziening het doel en de vorming, de besteding en de
                                mate van toereikendheid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Uitvoering van beleid voor reserves en voorzieningen gebeurt conform
                                de criteria en richtlijnen zoals opgenomen in de nota Reserves en
                                Voorzieningen, ter vaststelling door de Raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Lokale heffingen en kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor aanpassing van
                                de tarieven voor gemeentelijk belastingen(heffingen), leges en
                                rechten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor het bepalen van de kostprijs van goederen, werken en diensten
                                wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de
                                kostentoerekening worden naast de directe alleen die indirecte
                                kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de
                                gemeente verleende diensten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de directe en indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan
                                en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging
                                van de betrokken activa en de kapitaallasten van de in gebruik
                                zijnde activa.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college zorgt voor kostenverdeelsleutels voor het eenduidig
                                toewijzen van de indirecte lasten en baten aan de programma’s.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt bij het uitoefenen van de financieringsfunctie
                                voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                                        uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de
                                        door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te
                                        kunnen voeren;</al></li><li nr="b."><al>het beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                        financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en
                                        kredietrisico’s;</al></li><li nr="c."><al>het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van
                                        een voldoende rendement op uitzettingen;</al></li><li nr="d."><al>het beperken van de interne verwerkingskosten en externe
                                        kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
                                        posities.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verstrekken van leningen en het aangaan van financiële
                                participaties anders dan genoemd in het eerste lid wordt uitsluitend
                                gedaan uit hoofde van de publieke taak. Bij het uitzetten van
                                middelen en het aangaan van financiële participaties uit hoofde van
                                de publieke taak bedingt het college indien mogelijk zekerheden. Het
                                college motiveert in zijn besluit het openbaar belang van dergelijke
                                uitzettingen van middelen en financiële participaties.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De uitvoering van het gestelde onder het eerste en het tweede lid
                                gebeurt conform de criteria en richtlijnen zoals vastgelegd in het
                                Treasurystatuut gemeente Diemen, ter vaststelling door de Raad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verstrekken van garanties wordt uitsluitend gedaan uit hoofde
                                van de publieke taak en gebeurt conform de criteria en richtlijnen
                                zoals vastgelegd in de nota Beleidsregels Gemeentegaranties, ter
                                vaststelling door de Raad. Het college motiveert in zijn besluit het
                                openbaar belang van de verstrekking van garanties.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Financieel beheer en interne controle</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval
                            bruikbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                                    gemeente als geheel en in de afdelingen;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang
                                    van onder andere activa met economisch nut, activa met
                                    maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen en schulden;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende
                                    budgetten en investeringskredieten en voor het maken van
                                    kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>de controle van de registratie van gegevens en van de daaraan
                                    ontleende informatie, alsmede voor de controle op de
                                    rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                    gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                    begroting en relevante wet- en regelgeving.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><al>Het college zorgt voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid
                            van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de financiële
                            beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot
                            herstel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Misbruik en oneigenlijk gebruik</titel></kop><al>Uitvoering van beleid voor misbruik en oneigenlijk gebruik gebeurt
                            conform de criteria en</al><al>richtlijnen zoals vastgesteld in de nota Integriteitsbeleid.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college zorgt voor en legt vast:</al><lijst><li nr="1."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                    afdelingen.</al></li><li nr="2."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en
                                    verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle
                                    wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie
                                    aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd.</al></li><li nr="3."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten.</al></li><li nr="4."><al>de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties
                                    en de bijbehorende informatievoorziening van de
                                    financieringsfunctie.</al></li><li nr="5."><al>de regels voor aanbesteding en inkoop.</al></li><li nr="6."><al>de regels voor subsidieverstrekking en steunverlening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan besluiten om bepalingen uit de eigen verordeningen en
                                beleidsregels buiten werking te stellen en om aan deze bepalingen
                                geen financiële consequenties te verbinden, voor zover deze
                                bepalingen niet verplicht voortvloeien uit hogere wet- en
                                regelgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk vóórdat de
                                jaarrekening door het College van B&amp;W met de
                                accountantsverklaring ter vaststelling aan de raad wordt aangeboden
                                de onder lid 1 bedoelde bepalingen buiten werking indien wordt
                                beoogt deze buitenwerkingstelling van bepalingen van invloed te
                                laten zijn op de reikwijdte van de rechtmatigheidcontrole
                                betreffende de jaarrekening.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt, met terugwerkende kracht, vanaf 1 januari
                                2009 in werking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in de plaats van de “Financiële verordening
                                gemeente Diemen” vastgesteld door de raad op 8 november 2005.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt in de gemeentelijke stukken aangehaald onder de
                            naam: “Financiële verordening gemeente Diemen 2009”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van 5 maart 2009.</ondertekening><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>de griffier,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>Deze verordening wordt uiterlijk binnen 2 weken na vaststelling door de raad
                    toegezonden aan het college van gedeputeerde staten van de provincie
                    Noord-Holland ter voldoening aan artikel 214 van de Gemeentewet.</al><al/></nota-toelichting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting</tussenkop><al>Op de Financiële verordening gemeente Diemen, vastgesteld in de raadsvergadering
                    van 5 maart 2009.</al><tussenkop>Artikel 1. Definities</tussenkop><al>Voor de gehanteerde begrippen in de verordening gelden de definities uit de
                    Gemeentewet, de Wet Fido, het Besluit begroting en verantwoording Provincies en
                    Gemeenten (BBV) en het Besluit accountantscontrole Provincies en Gemeenten.
                    Alleen de definitie over het begrip "administratie" is in de genoemde stukken
                    niet opgenomen, vandaar dat deze in artikel 1 is weergegeven (overeenkomstig de
                    definitie zoals opgenomen in de "oude" financiële verordening).</al><tussenkop>Artikel 2. Programma-indeling</tussenkop><al>Dit artikel bevat de bepaling dat de indeling van de programma’s bij aanvang van
                    iedere raadsperiode door de raad wordt vastgesteld. Het BBV bepaalt in
                    aanvulling hierop dat het college de producten aan de programma’s toewijst.
                    Hiermee wordt niet gezegd dat elke nieuwe raadsperiode de gehele begroting en
                    jaarstukken overhoop moeten worden gehaald. In de meeste gevallen is dat om
                    beheertechnische redenen niet raadzaam. Als de indeling de vorige raadsperiode
                    goed is bevallen, kan deze ongewijzigd opnieuw worden vastgesteld. In andere
                    gevallen zijn (kleine) bijstellingen of wijzigingen meestal voldoende. Op grond
                    van artikel 189 Gemeentewet berust het budgetrecht bij de raad. De raad neemt
                    uiteindelijk de beslissing welke bedragen zij voor taken en activiteiten op de
                    begroting beschikbaar stelt. Gedurende het begrotingsjaar kan de raad op grond
                    van artikel 192 Gemeentewet besluiten nemen tot wijziging van de begroting. De
                    gemeente kan slechts uitgaven doen voor de bedragen die hiervoor op de begroting
                    zijn gebracht (derde lid artikel 189 Gemeentewet). De raad stelt budgetten
                    beschikbaar per programma.</al><tussenkop>Artikel 2a. Planning en controlcyclus</tussenkop><al>Dit artikel bepaalt dat het college ieder jaar aan de raad een overzicht
                    aanbiedt met daarin de data waarop belangrijke financiële stukken in de raad
                    worden geagendeerd. Het overzicht is bij wijze van spreken het spoorboekje voor
                    de raad en het college voor de financiële jaarplanning.</al><tussenkop>Artikel 3. Kaders begroting</tussenkop><al>In dit artikel zijn bepalingen opgenomen voor de inrichting van de begroting. In
                    de kadernota worden aan de raad de uitgangspunten voorgelegd, die het college
                    wil gebruiken bij het maken van de begroting. Voor het college is het ook een
                    moment om de balans op te maken. Hoe staat het met de voornemens uit het
                    Collegeprogramma. Wat is er gerealiseerd en wat is er nodig om daar het komend
                    jaar mee verder te gaan</al><tussenkop>Artikel 4. Autorisatie begroting, begrotingswijzigingen en
                    investeringskredieten</tussenkop><al>Artikel 4 bevat nadere regels voor de autorisatie van de begroting en
                    investeringskredieten. In de primitieve begroting vindt autorisatie van de baten
                    en lasten plaats op programmaniveau (lid 1). Voor begrotingswijzigingen doet het
                    college gedurende het jaar voorstellen aan de raad (lid 2). Dit kan via aparte
                    raadsvoorstellen en -besluiten die inhoudelijk een bepaald onderwerp behandelen
                    met de (eventueel) daarbij behorende begrotingswijziging. Naast lopende uitgaven
                    doet een gemeente investeringen. Ook uitgaven voor investeringen moeten worden
                    geautoriseerd. Ook hiervoor geldt dat deze in beginsel per programma, via het
                    meerjareninvesteringsprogramma (zie art 3 lid 1), in de primitieve begroting
                    worden geautoriseerd (dit geldt alleen voor de eerste jaarschijf van het
                    meerjareninvesteringsprogramma). Wel kan de raad bij de begrotingsbehandeling
                    aangegeven welke investeringskredieten hij op een later tijdstip wenst te
                    autoriseren. Zo kan de raad de autorisatie van politiek belangrijke
                    investeringen combineren met de behandeling van de inhoudelijke kant van het
                    investeringsvoorstel. Het bedrag voor een dergelijke investering blijft wel op
                    de begroting staan als voorziene uitgaaf, maar de raad autoriseert de uitgaaf
                    nog niet. Het college is nog niet bevoegd verplichtingen voor de investering aan
                    te gaan.</al><al>Gedurende het begrotingsjaar kunnen er zich omstandigheden voordoen die snel
                    actie vereisen van het college, het betreft hier onuitstelbare, onvoorzienbare
                    en onvermijdbare uitgaven. Om de bedrijfsvoering niet onnodig te vertragen
                    krijgt het college de bevoegdheid bovengenoemde uitgaven achteraf door de raad
                    te laten autoriseren.</al><tussenkop>Artikel 5. Tussentijdse rapportage</tussenkop><al>Dit artikel gaat over een nadere invulling van de informatieplicht van het
                    college aan de raad en betreft een uitwerking van het vierde lid van artikel 169
                    Gemeentewet. In het artikel verzoekt de raad het college om informatie voor het
                    aangaan van rechtshandelingen met een financieel gevolg welke niet in de
                    begroting zijn opgenomen. Het college heeft de vrijheid om via meer dan één
                    tussentijdse rapportage te raad te informeren.</al><al>De normen voor het rapporteren over afwijkingen worden in een circulaire
                    bepaald.</al><tussenkop>Artikel 6. Waardering en afschrijving vaste activa</tussenkop><al>In het tweede lid van artikel 212 Gemeentewet is onder letter a de
                    uitdrukkelijke bepaling opgenomen dat de financiële verordening in elk geval de
                    regels voor waardering en afschrijving van activa bevat. Er is een aparte nota
                    Activabeleid opgesteld om invulling te geven aan artikel 6.</al><tussenkop>Artikel 7. Reserves en voorzieningen</tussenkop><al>In het BBV (art.43) worden de volgende reserves onderscheiden:</al><lijst><li nr="·"><al>De algemene reserve.</al></li><li nr="·"><al>Bestemmingsreserves die dienen om ongewenste schommelingen op te vangen
                            in de tarieven die aan derden in rekening worden gebracht, wegens door
                            de gemeente geleverde prestaties, maar die niet specifiek besteed hoeven
                            te worden.</al></li><li nr="·"><al>Overige bestemmingsreserves.</al></li></lijst><al>Reserves behoren tot het eigen vermogen. Het doen van een mutatie in de reserve
                    gebeurt altijd van het begrote of gerealiseerde saldo van een programma
                        <vet>voor </vet>bestemming De raad is vrij in de aanwending van de reserves
                    en kan aan bepaalde onderdelen van dit vermogen een bestemming geven. In het
                    laatste geval is sprake van bestemmingsreserves. Zolang een bestemmingsreserve
                    nog niet is aangewend, kan de raad de bestemming wijzigen.</al><al>Het BBV kent drie soorten voorzieningen:</al><lijst><li nr="·"><al>Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s.</al></li><li nr="·"><al>Voorzieningen welke strekken tot gelijkmatige verdeling van lasten over
                            een aantal jaren.</al></li><li nr="·"><al>Van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met
                            uitzondering van de voorschotbedragen ontvangen van de Europese en
                            Nederlandse overheidslichamen voor uitkeringen met een specifiek
                            bestedingsdoel. Die dienen ter dekking van lasten van volgende
                            begrotingsjaren. Deze posten worden afzonderlijk opgenomen onder de
                            overlopende passiva in de balans.</al></li></lijst><al>Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen. Dotaties in voorzieningen zijn
                    kosten en vormen onderdeel van het resultaat Er is een aparte nota Reserves en
                    Voorzieningen opgesteld om invulling te geven aan artikel 6.</al><tussenkop>Artikel 8. Lokale heffingen en kostprijsberekening</tussenkop><al>Het vaststellen van de tarieven voor belastingen, rechten en leges is een
                    bevoegdheid van de raad, die niet kan worden gedelegeerd (artikel 156
                    Gemeentewet). Het vaststellen van de prijs voor een gemeentelijke dienst of de
                    levering van goederen of werken (welke niet vallen onder artikel 229
                    Gemeentewet) is een privaatrechtelijke besluit. Dergelijke besluiten zijn een
                    bevoegdheid van het college (eerste lid, letter e artikel 160 Gemeentewet). Daar
                    waar bij het vaststellen van de prijs voor een gemeentelijke dienst of de
                    levering van goederen of werken een publiek belang in het geding is en prijzen
                    lager dan marktconform worden vastgesteld, is het aan de raad om het publiek
                    belang te definiëren en het college kaders mee te geven voor het afwijken van
                    marktconforme prijzen.</al><tussenkop>Artikel 9. Financieringsfunctie</tussenkop><al>De financieringsfunctie (treasury) is een belangrijk onderdeel van het
                    middelbeheer. Gezien de kwetsbaarheid van deze functie bevat artikel 212
                    Gemeentewet de expliciete bepaling dat de financiële verordening hierover regels
                    voor het beleid en de organisatie bevat. In artikel 9 wordt invulling aan deze
                    wettelijke plicht gegeven. In lid 1 worden de kaders van de financieringsfunctie
                    aangegeven. Het 2e lid gaat over het verstrekken van leningen het aangaan van
                    financiële participaties. Het verstrekken van genoemde leningen en het aangaan
                    van financiële participaties mogen gemeenten alleen uit hoofde van de publieke
                    functie (artikel 2 Wet Fido) doen. Daarbij bepaalt het tweede lid van artikel
                    160 Gemeentewet dat een besluit tot de oprichting van en de deelneming in
                    stichtingen , maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en
                    onderlinge waarborgmaatschappijen niet eerder wordt genomen dan nadat de raad
                    een ontwerpbesluit is toegezonden en hij zijn wensen en bedenkingen ter kennis
                    van het college heeft kunnen brengen.</al><al>Daarbij draagt de verordening het college op bij het aangaan van dergelijke
                    overeenkomsten zo mogelijk zekerheden te bedingen. Dit laatste is zeker als het
                    om grote bedragen gaat, iets om op te letten.</al><al>In het 3e lid is aangegeven dat nadere richtlijnen voor de uitvoering van de
                    financieringsfunctie door het college in een treasurybesluit zijn opgenomen. Als
                    bij een gemeente wordt aangeklopt voor bijvoorbeeld een lening of
                    garantiestelling dan hebben banken in veel van die gevallen er blijkbaar er niet
                    al te veel vertrouwen meer in. Het 4e lid geeft invulling aan het openbare
                    belang bij het verstrekken van garanties.</al><tussenkop>Artikel 10. Administratie</tussenkop><al>Onder artikel 10 zijn algemene bepalingen opgenomen voor de inrichting van de
                    gemeentelijke administratie. Op hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens
                    systematisch moeten worden vastgelegd en aan welke eisen deze gegevens moeten
                    voldoen.</al><tussenkop>Artikel 11. Interne controle</tussenkop><al>De accountant toetst jaarlijks van de gemeenterekening of deze een getrouw beeld
                    geeft van de gemeentelijke financiën en of de (financiële) beheershandelingen
                    die eraan ten grondslag liggen rechtmatig zijn verlopen. Artikel 11 draagt het
                    college op maatregelen te treffen opdat gedurende het jaar of vooraf aan de
                    accountantscontrole de gemeente zelf nagaat of de cijfers in de administraties
                    een getrouw beeld geven en of de financiële beheershandelingen die aan de baten
                    en lasten en de balansmutaties ten grondslag liggen rechtmatig (zijn)
                    verlopen.</al><tussenkop>Artikel 12. Misbruik en oneigenlijk gebruik</tussenkop><al>Artikel 12 bepaalt dat in gemeentelijke regelingen en werkprocedures voldoende
                    maatregelen worden getroffen om misbruik en oneigenlijk gebruik van
                    gemeentelijke regelingen en eigendommen te beperken. Het gaat hierbij om
                    bijvoorbeeld het treffen van voldoende verificatiemaatregelen vooraf van de
                    antecedenten van een aanvrager van een gemeentelijke subsidie, zodat subsidies
                    wel daadwerkelijk worden verstrekt aan rechthebbenden. Het treffen van afdoende
                    beleid op het gebied van misbruik en oneigenlijk gebruik maakt deel uit van het
                    rechtmatigheidoordeel van de accountant. Overigens is het natuurlijk zo dat de
                    afweging om hiervoor in meer of mindere mate regels voor te stellen een politiek
                    besluit is dat bij de gemeenteraad en het college thuishoort.</al><tussenkop>Artikel 13. Financiële organisatie</tussenkop><al>Artikel 13 geeft de uitgangspunten voor de financiële organisatie. Volgens het
                    eerste lid letter c van artikel 160 Gemeentewet is het college bevoegd regels
                    vast te stellen over de ambtelijke organisatie van de gemeente.</al><al>Het artikel stelt dat het college beheersmaatregelen neemt, die er voor zorgen
                    dat deze regelgeving wordt nageleefd.</al><al>Het college wordt middels dit artikel opgedragen regels die de financiële
                    organisatie betreffen, vast te leggen in besluiten en nota`s. Zo is hieraan
                    bijvoorbeeld gevolg gegeven door het vaststellen van het Algemeen Besluit
                    Mandaat, Volmacht en Machtiging, de Budgethoudersregeling, het Treasurystatuut,
                    de nota Inkoop en aanbestedingsbeleid en de Subsidieverordening.</al><tussenkop>Artikel 14. Hardheidsclausule</tussenkop><al>Bij het opstellen van de periodieke rapportages en de accountantscontrole kunnen
                    afwijkingen van de eigen verordeningen en regelgeving worden geconstateerd. Als
                    daar goede redenen voor zijn kan de raad besluiten, bijvoorbeeld als een
                    overgangsregeling na de invoering van nieuwe of gewijzigde wetgeving om de
                    betreffende bepalingen (tijdelijk) buiten werking te stellen. Als de raad een
                    besluit neemt over de buitenwerkingstelling van bepalingen en daarmee aan het
                    niet naleven van deze bepalingen geen financiële consequenties worden verbonden,
                    dat vallen deze bepalingen niet meer in de reikwijdte van de
                    rechtmatigheidcontrole. Dat betekent dat de accountant deze bepalingen niet in
                    het accountantsonderzoek betrekt en het eventueel niet naleven daarvan niet tot
                    uiting komt in het oordeel van de accountant. Uiteraard kan een dergelijk
                    besluit niet worden genomen indien de bepalingen verplicht zijn voorgeschreven
                    door hogere wet- en regelgeving.</al><tussenkop>Artikel 15. Inwerkingtreding</tussenkop><al>De verordening treedt in de plaats van de vorige op grond van artikel 212
                    Gemeentewet ingestelde verordening. Het artikel bepaalt dat de verordening van
                    toepassing is op alle stukken van het genoemde begrotingsjaar en latere jaren.
                    De jaarstukken van het vorig begrotingsjaar moeten nog voldoen aan de bepalingen
                    uit de oude verordening.</al><tussenkop>Artikel 16. Citeertitel</tussenkop><al>Artikel 16 geeft de naam, waarmee in de gemeentelijke stukken naar deze
                    verordening moet</al><al>worden verwezen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>