<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR52189_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Wegsleepverordening gemeente Rijnwaarden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Rijnwaarden</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-11-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Rijnwaarden Post, 29-04-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Wegsleepverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet 1994, artikel 173 lid 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Besluit wegslepen van voertuigen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-04-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-05-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2009.2988</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>
      Wegsleepverordening gemeente Rijnwaarden
    </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Rijnwaarden; </al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 24 maart 2009; </al><al>gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 173 tweede
                        lid van de Wegenverkeerswet 1994 en het Besluit wegslepen van voertuigen; </al><al>overwegende dat het wenselijk is om in voorkomende gevallen op de weg
                        staande voertuigen te kunnen verwijderen, over te brengen en in bewaring te
                        stellen; </al><al>besluit vast te stellen: Wegsleepverordening gemeente Rijnwaarden</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel 1 Begripsomschrijvingen </label></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                    1990;</al></li><li nr="b."><al>wet: de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="c."><al>besluit: het Besluit wegslepen van voertuigen;</al></li><li nr="d."><al>voertuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, onder al
                                    RVV 1990;</al></li><li nr="e."><al>motorrijtuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, eerste
                                    lid, onder c van de wet;</al></li><li nr="f."><al>het college:het college van burgemeester en wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2 Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen worden verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten </label></kop><al>Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onder c
                            van de wet worden alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente
                            aangewezen, voorzover ze behoren tot een van de in artikel 2 van het
                            besluit bedoelde soorten van wegen en weggedeelten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 Plaats bewaring voertuigen en openingstijden </label></kop><lijst><li nr="1."><al>Als plaats van bewaring van voertuigen wordt aangewezen: Het
                                    opslagterrein van Bergings- en Sleepdienst Logicx Arnhem,
                                    gevestigd aan de Boulevard Heuvelink 2B-4 te Arnhem; </al></li><li nr="2."><al>De openingstijden van de in het eerste lid bedoelde bewaarplaats
                                    voor het afhalen van weggesleepte voertuigen zijn: - maandag tot
                                    en met zaterdag van 08.00 tot 22.00 uur; - zondag van 11.00 tot
                                    22.00 uur.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan een tijdelijke plaats van bewaring aanwijzen
                                    in het geval een specifieke situatie daartoe aanleiding geeft.
                                </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Kosten overbrengen en bewaren voertuigen </label></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het vaststellen van de kosten verbonden aan de
                                            toepassing van bestuursdwang kunnen als directe kosten
                                            in aanmerking worden genomen de voor de overbrenging,
                                            onderscheidenlijk de bewaring aan de gemeente in
                                            rekening gebrachte kosten (conform artikel 12 van het
                                            besluit) en de kosten van verzekering ter dekking van de
                                            aansprakelijkheid voor schade als bedoeld in artikel 172
                                            lid 8 van de wet.</al></li><li nr="2."><al>Ingeval van toepassing van artikel 171 lid 1 onderdeel b
                                            van de wet kunnen als directe kosten tevens in
                                            aanmerking worden genomen de personele en materiële
                                            kosten, verbonden aan de bekendmaking van de beschikking
                                            waaronder begrepen de kosten ter opsporing van degene
                                            aan wie de beschikking wordt bekendgemaakt.</al></li><li nr="3."><al>Ingeval artikel 5:30 van de Algemene wet bestuursrecht
                                            op overeenkomstige wijze wordt toegepast, kunnen als
                                            directe kosten tevens in aanmerking worden genomen de
                                            personele en materiële kosten van verkoop,
                                            eigendomsoverdracht om niet of vernietiging, waaronder
                                            begrepen de kosten van taxatie van het voertuig.</al></li><li nr="4."><al>De kosten van het overbrengen van een voertuig naar de
                                            bewaarplaats bestaan uit: voorrijkosten en sleepkosten,
                                            die afhankelijk zijn van de dag in de week en het
                                            tijdstip van wegslepen. De hoogte van de kosten wordt
                                            berekend door de toepassing van de tarieven van het
                                            ingeschakelde bergingsbedrijf, verhoogd met 15% voor
                                            indirect gemaakte kosten. De kosten worden in rekening
                                            gebracht bij de eigenaar of houder van het voertuig.
                                        </al></li><li nr="5."><al>De vergoeding voor het bewaren van het voertuig is
                                            gelijk aan het door het ingeschakelde bergingsbedrijf
                                            gehanteerde tarief per etmaal. Indien de
                                            bewaringsperiode een gedeelte van het etmaal bedraagt,
                                            dan wel indien de bewaringsperiode mede een deel van een
                                            etmaal omvat, wordt voor dat gedeelte van het etmaal het
                                            tarief naar evenredigheid doorberekend. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het geval van geblekenonvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan wel het ontbreken van een behoorlijk zichtbare kentekenplaat </label></kop><al>Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, zoals bedoeld
                            in artikel 130, vierde lid, 164, zevende lid, en 174, eerste lid
                            van de wet, zijn artikel 1, 3 en 4 van deze verordening van
                            overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 Inwerkingtreding </label></kop><al>Deze verordening treedt in werking per 1 mei 2009.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7 Citeertitel </label></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Wegsleepverordening
                            gemeente Rijnwaarden.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 28 april 2009.</al></slotformulering><ondertekening>
          De voorzitter, De griffier,
        </ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel>bij Wegsleepverordening</titel></kop><al/><lijst><li nr=""><al>Zoals alle gemeenten in de regio is als sleep- c.q. bergingsbedrijf
                            ingeschakeld de firma Logicx Arnhem, gevestigd te Arnhem aan de
                            Boulevard Heuvelink 2B-4. </al><al>De tarieven (prijspeil 2009) inclusief BTW, maar exclusief 15% opslag
                            voor indirecte kosten zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>Voorrijkosten = € 98,03 </al></li><li nr="-"><al>Sleepkosten voor auto’s: Tarieftijd 1: ma t/m vrij tussen 8.00
                                    en 18.00 uur = € 171,57 vast tarief Tarieftijd 2: ma t/m vrij
                                    tussen 18.00 en 08.00 uur, za, zo en feestdagen = € 199,28 vast
                                    tarief</al></li><li nr="-"><al>Sleepkosten voor andere voertuigen &lt; 5000 kg Tarieftijd 1: ma
                                    t/m vrij tussen 8.00 en 18.00 uur = € 107,71 p/uur (per uur met
                                    minimum van 2 uur) Tarieftijd 2: ma t/m vrij tussen 18.00 en
                                    08.00 uur, za, zo en feestdagen = € 148,19 p/uur</al></li></lijst><al> (per uur met een minimum van 2 uur)</al><al>-Sleepkosten voor zwaardere voertuigen &gt; 5000 kg Tarieftijd 1: ma t/m
                            vrij tussen 8.00 en 18.00 uur = € 135,56 p/uur (per uur met een minimum
                            van 2 uur) Tarieftijd 2: ma t/m vrij tussen 18.00 en 08.00 uur, za, zo
                            en feestdagen = € 176,05 p/uur</al><al> (per uur met een minimum van 2 uur)</al><al>-Kosten bewaring per 24 uur of delen daarvan = € 25,00 p/uur</al><al>Deze tarieven worden jaarlijks per 1 januari geïndexeerd volgens de
                            consumentenprijsindexcijfers van het CBS.</al><al>De openingstijden van de bewaarplaats van de firma Logicx Arnhem voor
                            het afhalen van weggesleepte voertuigen zijn: - maandag tot en met
                            zaterdag van 08.00 tot 22.00 uur; - zondag van 11.00 tot 22.00 uur.</al></li></lijst></bijlage><nota-toelichting><kop><label>Algemene toelichting</label></kop><al>Op 1 januari 2002 zijn in werking getreden de Wet van 21 februari 1997, houdende
                    de wijziging van de Wegenverkeersweg 1994 (WVW 1994), ook wel de wijziging van
                    de wegsleepregeling genoemd, en het bijbehorende Besluit wegslepen van
                    voertuigen.</al><al>Artikel 170 tot en met 173 WVW 1994 zijn geheel vervangen door nieuwe
                    bepalingen. De Wijzigingswet is bij de Invoeringswet van de derde tranche van de
                    Algemene wet bestuursrecht (Awb) deel II, nog aangepast in verband met de
                    overgang van de bepalingen over de uitvoering van bestuursdwang uit de
                    Gemeentewet naar de Awb.</al><al>Kort samengevat houden de wijzigingen in de wegsleepregeling voor de gemeente
                    Rijnwaarden het volgende in:</al><al><vet>Bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen</vet></al><al>Het uitvoeren van de wegsleepregeling is geen bevoegdheid meer van de
                    burgemeester, maar van het gehele college van burgemeester en wethouders. Het
                    wegslepen van een voertuig moet worden gezien als een bijzondere vorm van
                    bestuursdwang. In de Awb zijn algemene regels gesteld over de toepassing van
                    bestuursdwang. Deze regels zijn voor een groot deel ook van toepassing op het
                    wegslepen van voertuigen. In de WVW 1994 wordt een aantal bepalingen uit de Awb
                    niet van toepassing verklaard. Tegen besluiten tot het wegslepen van voertuigen
                    staat op grond van de Awb bezwaar en vervolgens beroep open.</al><al><vet>Uitgebreide werking</vet></al><al>Op grond van de oude (lees steeds: huidige) WVW 1994 mochten op de weg staande
                    voertuigen alleen worden weggesleept in het belang van de veiligheid op de weg,
                    de vrijheid van het verkeer of het vrijhouden van
                    gehandicaptenparkeerplaatsen.</al><al>Op grond van de herziene regeling in de WVW 1994 en het daarop gebaseerde
                    Besluit wegslepen van voertuigen is het laatstgenoemde criterium uitgebreid.
                    Zowel de VNG als een aantal grote(re) gemeenten hebben hier sterk op
                    aangedrongen bij zowel het ministerie van</al><al>Verkeer en Waterstaat als de Tweede Kamer. Er zijn immers meer locaties denkbaar
                    waar fout parkeren als zeer hinderlijk wordt ervaren zonder dat de veiligheid op
                    de weg of de vrijheid van het verkeer direct in het geding is. Direct optreden
                    tegen dergelijke fout geparkeerde voertuigen kan in bepaalde gevallen zeer
                    wenselijk zijn. Hierbij kan worden gedacht aan het onbevoegd parkeren op laad-
                    en loshavens, taxistandplaatsen,</al><al>marktterreinen, voetgangersgebieden en dergelijke. Deze wegen en weggedeelten
                    worden aangewezen in deze verordening.</al><al>In zowel de oude als de nieuwe regeling geldt dat een voertuig niet zonder meer
                    kan worden weggesleept wanneer aan een van de genoemde criteria wordt voldaan.
                    Degene die met de uitvoering van de wegsleepregeling is belast, dient per geval
                    na te gaan of in dat specifieke</al><al>geval het wegslepen van het desbetreffende voertuig absoluut noodzakelijk is.
                    Het wegslepen van een voertuig dat om 4.00 's nachts in strijd met een van de
                    genoemde criteria is geparkeerd, zal doorgaans als niet of minder urgent moeten
                    worden beschouwd. In zo'n geval kan het opmaken van een proces-verbaal door een
                    opsporingsambtenaar volstaan.</al><al><vet>Verhouding </vet><vet>Wet-Mulder</vet><vet> en bestuursdwang</vet></al><al>Wanneer een voertuig fout geparkeerd staat en wegsleepwaardig is, zijn er in
                    principe twee naast elkaar bestaande manieren om hiertegen op te treden.
                    Allereerst door politie en justitie op grond van de Wet
                    administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften. (Wet-</al><al>Mulder) via het opmaken van een proces-verbaal. Daarnaast door het uitvoeren van
                    bestuursdwang (lees: het laten wegslepen en bewaren van dat voertuig) door het
                    college van burgemeester en wethouders.</al><al>In de <cursief>oude </cursief>wegsleepregeling bestond er een onlosmakelijk
                    verband tussen beide vormen van optreden. Voordat tot het wegslepen van een
                    voertuig kon worden overgegaan, moest altijd eerst een proces-verbaal op grond
                    van de Wet-Mulder op grond van de Wet-Mulder worden opgemaakt. Indien het
                    desbetreffende proces-verbaal werd geseponeerd of wanneer vrijspraak</al><al>of ontslag van rechtsvervolging door de rechter volgde, dienden ook de kosten
                    van het wegslepen en bewaren van het voertuig te worden terugbetaald.</al><al>In de <cursief>nieuwe </cursief>wegsleepverordening wordt deze koppeling
                    losgelaten. Het opmaken van een proces-verbaal op grond van de Wet-Mulder,
                    voordat tot het wegslepen van een voertuig kan worden overgegaan, is niet meer
                    vereist, maar <cursief>kan </cursief>nog steeds wel samengaan. Opgemerkt wordt
                    dat het wel noodzakelijk is om de geconstateerde parkeerovertreding zo goed
                    mogelijk</al><al>vast te leggen wanneer alleen gebruik wordt gemaakt van de
                    bestuursdwangbevoegdheid.</al><al>Voor eventuele latere bezwaar- en beroepsprocedures op grond van de Awb is het
                    verstandig de geconstateerde parkeerovertreding zo goed mogelijk vast te leggen
                    in een schriftelijk document en bij voorkeur vergezeld te laten gaan van een
                    foto die de feitelijke situatie weergeeft. Met de politie Gelderland Midden is
                    daarom afgesproken dat er altijd een procesverbaal</al><al>op grond van de Wet-Mulder wordt opgemaakt voordat tot wegslepen wordt</al><al>overgegaan.</al><al>Een eventueel sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging door juistitie,
                    respectivievelijk de rechter naar aanleiding van een proces-verbaal is niet
                    zonder meer een reden om ook de kosten van de bestuursdwang terug te betalen.
                    Het college maakt in een eventuele</al><al>bezwaarprocedure een zelfstandig afweging.</al><al><vet>Verordening</vet></al><al>In artikel 170 e.v. WVW 1994 is het kader aangegeven waarbinnen het college van
                    burgemeester en wethouders gebruik kan maken van zijn bevoegdheid tot het
                    wegslepen van voertuigen. Hoewel de bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen
                    in de wet is neergelegd, kan het college pas goed van deze bevoegdheid
                    gebruikmaken wanneer de gemeenteraad in</al><al>een verordening nadere regels heeft gesteld over de toepassing van deze
                    bevoegdheid, zoals in artikel 173, tweede lid van de wet wordt voorgeschreven.
                    In deze verordening dienen in elk geval regels te worden gesteld over:</al><lijst><li nr="-"><al>de aanwijzing van de plaats(en) waar de weggesleepte voertuigen worden
                            bewaard;</al></li><li nr="-"><al>de berekening van de kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van het
                            wegslepen en bewaren van voertuigen.</al></li><li nr="-"><al>de eventuele aanwijzing van wegen en weggedeelten waar op grond van
                            artikel 170, eerste lid, onder c WVW 1994 voertuigen mogen worden
                            weggesleept.</al></li></lijst><al>Aangezien in artikel 173, tweede lid van de wet wordt aangegeven dat de nadere
                    regels bij gemeentelijke verordening moeten worden gesteld, kunnen de hiervoor
                    genoemde onderwerpen niet worden gedelegeerd aan het college. De uitwerking van
                    de nadere regels van de verordening kan wel door het college geschieden
                    (bijvoorbeeld door middel van beleidsregels).</al><al><vet>Wegsleepwaardige</vet><vet> overtredingen</vet></al><al>Zoals hiervoor reeds aangegeven mochten op grond van de bepalingen uit de oude
                    WVW 1994 op de weg staande voertuigen alleen worden weggesleept in het belang
                    van de veiligheid op de weg, de vrijheid van het verkeer of het vrijhouden van
                    gehandicaptenparkeerplaatsen. In vele bestaande wegsleepregelingen van de
                    burgemeester is concreet aangegeven welke gevallen er sprake kan zijn van een
                    wegsleepwaardige</al><al>overtreding. Hiervoor is vaak aansluiting gezocht bij de delictsomschrijvingen
                    uit de WVW 1994 of het RVV 1990.</al><al>Zo'n aanpak kan uit praktisch oogpunt wellicht wenselijk zijn omdat degene die
                    met de uitvoering van de wegsleepregeling is belast, direct uit de regeling kan
                    afleiden of een voertuig mag worden weggesleept. Toch heeft de VNG bij het
                    opstellen van een model-wegsleepverordening voor een andere aanpak gekozen.</al><al>Enerzijds omdat een gemeente zichzelf nodeloos beperkingen kan opleggen wanneer
                    in de verordening zelf concreet wordt aangegeven welke wegsleepwaardige
                    overtredingen worden onderscheiden. Op grond van het nieuwe artikel 170, eerste
                    lid WVW 1994 kunnen immers voertuigen waarmee én een verkeersregel wordt
                    overtreden én waarvan de verwijdering noodzakelijk is in verband met het belang
                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>de veiligheid op de weg of</al></li><li nr="b."><al>de vrijheid van het verkeer of</al></li><li nr="c."><al>het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen zonder meer worden
                            weggesleept.</al></li></lijst><al>Anderzijds omdat het gevaar bestaat dat de delictsomschrijvingen uit de</al><al>wegenverkeerswetgeving en de wegsleepverordening niet naadloos op elkaar
                    aansluiten.</al><al>Wanneer dit het geval is, bestaat er de kans dat de gemeente in eventuele
                    bezwaar- en beroepsprocedures om formele redenen in het ongelijk wordt gesteld.
                    Daarnaast geldt uiteraard ook dat zaken niet dubbel moeten worden geregeld.
                    Bovendien zou bij elke wijziging in de desbetreffende onderdelen van de
                    wegenverkeerswetgeving ook de</al><al>wegsleepverordening moeten worden aangepast.</al><al>Om die reden is ervoor gekozen om de delictsomschrijving niet in de verordening
                    op te nemen, maar te volstaan met een wegsleepverordening waarin alleen zaken
                    zijn geregeld die gemeenten aanvullend moeten en kunnen regelen.</al><al>Om toch enig houvast te bieden bij toepassing van de wegsleepverordening is aan
                    het slot van deze toelichting aangegeven in welke concrete gevallen er sprake
                    kan zijn van een wegsleepverordening overtreding van de
                    wegenverkeerswetgeving.</al><al>Ook wordt gewezen op artikel 170, zesde lid WVW 1994. Hierin wordt bepaald dat
                    een voertuig niet kan worden weggesleept indien de rechthebbende het voertuig
                    verwijdert voordat met de overbrenging wordt begonnen. In de wet wordt niet
                    expliciet aangegeven wanneer wordt begonnen met de overbrenging. In de
                    dagelijkse praktijk wordt ervan</al><al>uitgegaan dat pas met de overbrenging wordt begonnen wanneer het voertuig zich
                    in de takels van het wegsleepvoertuig bevindt. Indien de rechthebbende zich
                    eerder bij zijn voertuig meldt, mag het voertuig niet meer worden weggesleept.
                    Wel zal de rechthebbende alle aan de voorbereiding van de overbrenging verbonden
                    kosten dienen te vergoeden,</al><al>waarbij met name kan worden gedacht aan de voorrijkosten van het sleepvoertuig
                    en administratieve kosten.</al><al><vet>Wegsleepwaardige</vet><vet> situaties</vet></al><al>Hierna zijn onder A diverse wegsleepwaardige overtredingen van de
                    wegenverkeerswetgeving opgenomen waarbij het motief ligt bij de
                    verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer. Zoals reeds in de
                    algemene toelichting is aangegeven zal van geval tot geval beoordeeld moeten
                    worden of de geconstateerde parkeerovertredingen ook daadwerkelijk sleepwaardig
                    is.</al><al>In <cursief>onderdeel a </cursief>gaat het om overtreding van artikel 10 RVV
                    1990. Bestuurders van voertuigen, met uitzondering van fietsen, bromfietsen en
                    invalidenvoertuigen (zie artikel 5 tot en met 7 RVV 1990), gebruiken de rijbaan.
                    Zij mogen hun voertuig niet parkeren op een trottoir, voetpad of fietspad.</al><al>In <cursief>onderdeel b </cursief>gaat het om overtreding van het bepaalde in
                    artikel 23, 43, tweede lid, en 81 RVV 1990 en bord E2 van bijlage 1 bij het RVV
                    1990.</al><al>In <cursief>onderdeel c </cursief>is er sprake van overtreding van het bepaalde
                    in artikel 24, 25, 38 e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1 van bijlage bij het RVV
                    1990.</al><al>In <cursief>onderdeel d </cursief>wordt gedoeld op overtreding van het bepaalde
                    in artikel 82 RVV 1990.</al><al>In onderdeel e gaat het om overtreding van het bepaalde in artikel 5 WVW 1994,
                    het kapstokartikel. Op grond van deze bepaling is het verbonden zich zodanig te
                    gedragen dat er gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het
                    verkeer op de weg wordt of kan worden gehinderd. De inhoud van deze bepaling is
                    zo ruim dat ongewenst gedrag op de</al><al>weg, i.c. ongewenst parkeren, dat niet reeds in onderdeel a tot en met d is
                    geregeld, doorgaans onder deze bepaling kan worden gebracht.</al><al>A. Veiligheid op de weg en vrijheid van het verkeer </al><al>Als gevallen waarin verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van
                    voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg en de vrijheid van het
                    verkeer (zie artikel 170, eerste lid, aanhef en onder a en b WVW 1994)
                    noodzakelijk kunnen zijn, kunnen worden genoemd: </al><al>Plaats op de weg</al><lijst><li nr="a."><al>een voertuig is tot stilstand gebracht op een trottoir, voetpad of
                            fietspad, tenzij het een fiets, bromfiets of invalidenvoertuig betreft
                            (zie artikel 10 en artikel 5 tot en met 7 RVV 1990).</al></li></lijst><al>Laten stilstaan</al><lijst><li nr="b."><al>een voertuig is tot stilstand gebracht:</al></li><li nr="·"><al>1.op een kruispunt, rotonde of een overweg;</al></li><li nr="·"><al>2. op een fietsstrook of de rijbaan langs een fietsstrook; </al></li><li nr="·"><al>3. op een oversteekplaats of binnen een afstand van 5 meter daarvan;
                        </al></li><li nr="·"><al>4. in een tunnel; </al></li><li nr="·"><al>5. bij een bord bushalte (eventueel: ook tramhalte) ter hoogte van de
                            geblokte markering of, indien die markering niet is aangebracht, op een
                            afstand van minder dan 12 meter van het bord, tenzij het stilstaan dient
                            voor het onmiddellijk laten in- en uitstappen van passagiers; </al></li><li nr="·"><al>6. op de rijbaan langs een busstrook; </al></li><li nr="·"><al>7. op een busbaan of een busstrook met uitzondering van een lijnbus;
                        </al></li><li nr="·"><al>8. langs een gele doorgetrokken streep of in strijd met bord E2 van
                            bijlage 1 RVV 1990; </al></li><li nr="-"><al>op de rijbaan, inclusief de invoeg- en uitrijstrook, van een autosnelweg
                            of autoweg, of - behoudens in noodgevallen - op de vluchtstrook, de
                            vluchthaven of de berm van zo'n weg. (Zie artikel 23, 43, tweede lid, en
                            81 RVV 1990 en bord E2 van bijlage 1 bij het RVV 1990.)</al></li><li nr="c."><al>een voertuig is geparkeerd:</al></li><li nr="·"><al>1.bij een kruispunt op een afstand van minder dan 5 meter
                            daarvan; </al></li><li nr="·"><al>2. voor een inrit of een uitrit; </al></li><li nr="·"><al>3. buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg; </al></li><li nr="·"><al>4. langs een gele onderbroken streep of in strijd met bord E1 van
                            bijlage 1 RVV 1990; </al></li><li nr="·"><al>5. op een wijze waardoor er sprake is van dubbel parkeren; </al></li><li nr="·"><al>6. binnen een erf, waarbij - voorzover het een motorvoertuig betreft -
                            geen gebruik is gemaakt van de parkeerplaatsen die als zodanig zijn
                            aangeduid of aangewezen; </al></li><li nr="·"><al>7. op een weg waarvoor een geslotenverklaring geldt; </al></li><li nr="·"><al>8. zonder dat de voorgeschreven voertuigverlichting in werking is
                            gesteld; </al></li></lijst><al>(Zie artikel 24, 25, 38 e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1 van bijlage 1 bij het RVV
                    1990.)</al><lijst><li nr="d."><al>een voertuig is tot stilstand gebracht in strijd met een bevel of een
                            aanwijzing, gegeven door een daartoe bevoegd en als zodanig kenbare
                            ambtenaar of ander persoon;</al></li></lijst><al> (Zie artikel 82 RVV 1990.)</al><al>
          Gevaarlijk of hinderlijk gedrag</al><lijst><li nr="e."><al>een voertuig is overigens zodanig tot stilstand gebracht of geparkeerd
                            dat gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer
                            op de weg wordt of kan worden gehinderd. </al></li></lijst><al>(Zie artikel 5 WVW 1994, het zogenaamde kapstokartikel.) </al><al/><al>Toelichting</al><al>Hiervoor onder A. zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen van de
                    wegenverkeerswetgeving opgenomen, waarbij het motief ligt bij de
                    verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer. Zoals reeds in de
                    algemene toelichting is aangegeven, zal van geval tot geval beoordeeld moeten
                    worden of de geconstateerde parkeerovertreding ook daadwerkelijk wegsleepwaardig
                    is.</al><al>In onderdeel a gaat het om overtreding van artikel 10 RVV 1990. Bestuurders van
                    voertuigen, met uitzondering van fietsen, bromfietsen en invalidenvoertuigen
                    (zie artikel 5 tot en met 7 RVV 1990), gebruiken de rijbaan. Zij mogen hun
                    voertuig niet parkeren op een trottoir, voetpad of fietspad.</al><al>In onderdeel b gaat het om overtreding van het bepaalde in artikel 23, 43,
                    tweede lid, en 81 RVV 1990 en bord E2 van bijlage 1 bij het RVV 1990.</al><al>In onderdeel c is er sprake van overtreding van het bepaalde in artikel 24, 25,
                    38 e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1 van bijlage 1 bij het RVV 1990.</al><al>In onderdeel d wordt gedoeld op overtreding van het bepaalde in artikel 82 RVV
                    1990.</al><al>In onderdeel e gaat het om overtreding van het bepaalde in artikel 5 WVW 1994,
                    het kapstokartikel. Op grond van deze bepaling is het verboden zich zodanig te
                    gedragen dat er gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het
                    verkeer op de weg wordt of kan worden gehinderd. De inhoud van deze bepaling is
                    zo ruim dat ongewenst gedrag op de weg, i.c. ongewenst parkeren, dat niet reeds
                    in onderdeel a tot en met d is geregeld, doorgaans onder deze bepaling kan
                    worden gebracht. </al><al/><al>B. Vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen </al><al>Verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van voertuigen in het belang
                    van het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen (zie artikel 170, eerste
                    lid, aanhef en onder c WVW 1994 en artikel 2 Besluit wegslepen van voertuigen)
                    kunnen noodzakelijk zijn in het geval dat een voertuig geparkeerd is:</al><lijst><li nr="a·"><al>
              op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E1 van
                            bijlage 1 van het RVV 1990  of door middel van een gele
                            onderbroken streep als bedoeld in artikel 24, lid 1 onder e 
                            RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een parkeerverbod geldt; </al></li><li nr="b·"><al> op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E2 van die bijlage
                            of door middel van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel
                            23, lid 1 onder g RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een verbod
                            stil te staan geldt; </al></li><li nr="c·"><al> op een parkeerplaats nader aangeduid door bord E4 van die bijlage (al
                            dan niet met onderbord) voorzover: </al><lijst><li nr="o"><al>- het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep
                                    voertuigen; - het voertuig op een andere dan de aangegeven wijze
                                    is geparkeerd; </al></li><li nr="o"><al>- het voertuig op andere dagen of uren dan aangegeven is
                                    geparkeerd; </al></li></lijst></li><li nr="d·"><al> op een taxistandplaats, nader aangeduid door bord E5 van die bijlage,
                            tenzij het parkeren gebeurt met een taxi; </al></li><li nr="e·"><al> op een gehandicaptenparkeerplaats, nader aangeduid met bord E6 van die
                            bijlage: </al><lijst><li nr="o"><al>- tenzij het parkeren gebeurt met een gehandicaptenvoertuig;
                                </al></li><li nr="o"><al>- tenzij gebruik wordt gemaakt van een geldige en duidelijk
                                    zichtbaar aangebrachte gehandicaptenparkeerkaart; </al></li><li nr="o"><al>- die gereserveerd is voor een bepaald voertuig, tenzij het
                                    parkeren gebeurt met dat voertuig; </al></li></lijst></li><li nr="f·"><al> op een laad- en losplaats, nader aangeduid door bord E7 van die bijlage
                            (met uitzondering van de aangegeven dagen of uren), tenzij de bestuurder
                            van het voertuig bezig is met het onmiddellijk laden en lossen van
                            goederen; </al></li><li nr="g·"><al> op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E8 van die bijlage
                            voorzover het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep
                            voertuigen; </al></li><li nr="h·"><al> op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E9 van die bijlage en
                            bestemd voor vergunninghouders, tenzij het parkeren gebeurt met het
                            voertuig waarvoor een parkeervergunning is afgegeven; </al></li><li nr="i·"><al> in een voetgangersgebied, nader aangeduid door bord G7 of C1 van die
                            bijlage (eventueel: met uitzondering van aangegeven dagen en uren. </al><al/></li></lijst><al>Toelichting</al><al>Hiervoor onder B. zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen van de
                    wegenverkeerswetgeving opgenomen, waarbij het motief niet zozeer ligt bij de
                    verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer, maar wel bij het
                    vrijhouden van wegen en weggedeelten. In de oude wettelijke regeling werd een
                    specifiek voorbeeld van een locatie genoemd waar voertuigen mochten worden
                    weggesleept wanneer hier door onbevoegden werd geparkeerd, namelijk de
                    gehandicaptenparkeerplaats. In de praktijk bleken er aanzienlijk meer locaties
                    denkbaar te zijn waar het wegslepen van voertuigen noodzakelijk werd geacht
                    zonder dat er direct sprake was van verkeersonveiligheid of belemmering van de
                    doorstroming van het verkeer. In artikel 2 van het Besluit wegslepen van
                    voertuigen is concreet aangegeven op welke soorten wegen en weggedeelten
                    voertuigen mogen worden weggesleept in het belang van het vrijhouden van wegen
                    en weggedeelten. Deze soorten wegen en weggedeelten zijn eerder onder a tot en
                    met i nader aangeduid.</al><al/><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al/><al/><al><vet> Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>In deze bepaling is een aantal begrippen omschreven dat in deze verordening
                    wordt vermeld. De omschrijving van deze begrippen spreekt voor zich. Veelal
                    wordt verwezen naar definities uit bestaande wetgeving. </al><lijst><li nr="-"><al>Ad d. Voertuig: Het begrip ‘voertuig’, zoals in artikel 1, onder al RVV
                            1990 is omschreven, is ruim. Hieronder vallen niet alleen
                            motorvoertuigen, maar ook fietsen en bromfietsen, invalidenvoertuigen,
                            trams en wagens. Al deze voertuigen vallen derhalve onder de werking van
                            deze wegsleepverordening. Ook in de toekomstige gedereguleerde APV zal
                            naar verwachting een bepaling worden opgenomen over de verwijdering van
                            fietsen en bromfietsen van de openbare weg. Deze bepaling wordt
                            aanvullend op wat de wegenverkeerswetgeving beoogt te regelen. In het
                            bedoelde artikel in de APV spelen namelijk andere belangen een rol,
                            zoals de openbare orde en veiligheid, het uiterlijk aanzien en de
                            openbare gezondheid. </al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>- Ad e. Motorrijtuig: Het begrip ‘motorrijtuig’ is apart omschreven
                            omdat artikel 5 van de wegsleepverordening alleen betrekking heeft op
                            dit soort voertuigen.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 2 Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen
                        worden verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van het
                        vrijhouden van wegen en weggedeelten</vet></al><al>De bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen is in de wet zelf geregeld. Voor
                    het wegslepen van voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg of de
                    vrijheid van het verkeer hoeven geen wegen en weggedeelten te worden aangewezen.
                    Van deze bevoegdheid kan op alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente
                    gebruik worden gemaakt. </al><al>Voor het wegslepen van voertuigen in het belang van het vrijhouden van wegen en
                    weggedeelten kunnen op grond van artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c, en
                    artikel 173, tweede lid, aanhef en onder c WVW 1994 bij gemeentelijke
                    verordening wegen en weggedeelten worden aangewezen. In artikel 2 van het
                    Besluit wegslepen van voertuigen is nader aangegeven om welke soorten van wegen
                    en weggedeelten het kan gaan, zoals onder andere gehandicaptenparkeerplaatsen,
                    taxistandplaatsen, laad- en loshavens, parkeerplaatsen voor vergunninghouders,
                    voetgangersgebieden en dergelijke. </al><al>Het is aan de gemeenteraad om in deze wegsleepverordening de wegen en
                    weggedeelten aan te wijzen waar het college van burgemeester en wethouders van
                    deze bevoegdheid gebruik kan maken. </al><al>In de tekst van de verordening is de ruimste variant opgenomen: alle wegen en
                    weggedeelten binnen de gemeente zijn aangewezen. Kortom, een voertuig kan in het
                    belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten slechts worden weggesleept
                    wanneer deze wegen en weggedeelten én behoren tot de soorten van wegen en
                    weggedeelten, zoals bedoeld in artikel 2 van het Besluit wegslepen van
                    voertuigen, én zijn aangewezen in de wegsleepverordening. </al><al>Voor de volledigheid wordt nog eens opgemerkt dat een parkeerovertreding, zoals
                    in deze bepaling bedoeld, op zich niet zonder meer voldoende is om over te gaan
                    tot het wegslepen en in bewaring stellen van een voertuig. Per geval zal tevens
                    moeten worden beoordeeld of de specifieke parkeerovertreding het wegslepen en in
                    bewaring stellen van het desbetreffende voertuig ook rechtvaardigt. Indien
                    bijvoorbeeld een voertuig midden in de nacht op een laad- en loshaven wordt
                    geparkeerd terwijl alle winkels en bedrijven dicht zijn, zal het normaal
                    gesproken niet weggesleept mogen worden. Het voertuig zal doorgaans pas mogen
                    worden weggesleept wanneer de winkels en bedrijven weer opengaan of enige tijd
                    daarvoor.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Plaats bewaring voertuigen en openingstijden</vet></al><al>De inhoud van de bepaling spreekt voor zich. Vanwege de redactie van artikel
                    173, tweede lid WVW 1994 moet de plaats van bewaring van voertuigen door de
                    gemeenteraad worden aangewezen. Delegatie aan het college van burgemeester en
                    wethouders is niet mogelijk. </al><al>In onvoorziene omstandigheden is het denkbaar dat de burgemeester op grond van
                    zijn bijzondere bevoegdheden ter handhaving van de openbare orde tijdelijk ook
                    andere terreinen aanwijst als plaats van bewaring van voertuigen. </al><al>Het is raadzaam om de locatie van de bewaarplaats zodanig te kiezen dat ze ook
                    goed bereikbaar is, bijvoorbeeld met het openbaar vervoer, voor de mensen die
                    hiermee te maken krijgen. Ook de openingstijden dienen redelijk ruim te worden
                    gekozen. </al><al>Openstelling van de bewaarplaats alleen gedurende werkdagen lijkt niet voldoende
                    omdat iemand hierdoor onevenredige schade kan lijden, die mogelijk op de
                    gemeente wordt verhaald. </al><al/><al><vet>Artikel 4 Kosten overbrengen en bewaren voertuigen</vet></al><al>In artikel 13 tot en met 15 van het Besluit wegslepen van voertuigen is geregeld
                    welke soorten van kosten die verbonden zijn aan het wegslepen en in bewaring
                    stellen van voertuigen, in rekening kunnen worden gebracht. Het gaat hierbij
                    niet alleen om personele en materiële kosten die direct verband houden met het
                    wegslepen en in bewaring stellen van voertuigen, maar ook om kosten die
                    verbonden zijn aan bekendmaking van beschikkingen, verkoop, eigendomsoverdracht
                    om niet of vernietiging van voertuigen, inclusief de taxatie van deze
                    voertuigen, renteverlies, WA-verzekering en dergelijke. </al><al>Indien het voertuig niet binnen 48 uur, na het in bewaring stellen is afgehaald,
                    geven burgemeester en wethouders, zo mogelijk binnen een week van de
                    overbrenging en bewaring kennis aan de eigenaar / houder. De kosten van
                    opsporing en kennisgeving worden gerekend tot de kosten van overbrenging en
                    bewaring en dienen door betrokkene aan de politie te worden betaald. Na betaling
                    geeft de politie kennis aan de opslaghouder dat het voertuig kan worden
                    vrijgegeven en de opslaghouder verstrekt betrokkene een factuur. </al><al>Verkoop, eigendomsoverdracht om niet of vernietiging vindt niet plaats binnen
                    twee weken na de bekendmaking van de beschikking tot toepassing van
                    bestuursdwang, dan nadat een taxatierapport is opgemaakt met betrekking tot de
                    waarde van het voertuigen. </al><al>De opbrengst van verkoop of de geschatte sloopwaarde bij vernietiging wordt in
                    mindering gebracht op de kosten, verbonden aan de toepassing van de
                    bestuursdwang. </al><al>In de wegsleepverordening hoeven niet alle kostencomponenten inzichtelijk te
                    worden gemaakt. Volstaan kan worden met een uitsplitsing van de kosten die
                    verbonden zijn aan het wegslepen van voertuigen enerzijds en de bewaring van
                    deze voertuigen anderzijds. </al><al>Uiteraard dienen de opgenomen kosten wel in overeenstemming te zijn met de
                    genoemde kostencomponenten. De gemeente dient uiteraard wel voor zichzelf en
                    eventueel derden inzicht te hebben in de wijze waarop de genoemde kosten zijn
                    berekend. Deze berekening zal ook in eventuele bezwaar- en beroepsprocedures de
                    gerechtelijke toets moeten kunnen doorstaan. </al><al>Om te voorkomen dat bij elke tariefswijziging de verordening steeds opnieuw moet
                    worden vastgesteld, is gekozen voor de verwijzing naar de tarieven van het in
                    artikel 3 genoemde en ingeschakelde bergingsbedrijf. De hoogte van de huidige
                    tarieven is opgenomen in een bijlage bij deze verordening.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het
                        geval van gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan wel het
                        ontbreken van een behoorlijk zichtbare kentekenplaat </vet></al><al>Naast de in artikel 170, eerste lid WVW 1994 bedoelde gevallen zijn in deze wet
                    nog twee gevallen genoemd, waarin het noodzakelijk kan zijn om een voertuig te
                    laten wegslepen en in bewaring te laten stellen. Achtereenvolgens wordt hier
                    gedoeld op: </al><lijst><li nr="-"><al>het niet afgeven van zijn rijbewijs, wanneer dit is ingevorderd, omdat
                            iemand zijn motorrijtuig heeft bestuurd terwijl hij onder invloed was
                            van drogerende stoffen of alcohol en dergelijke (zie artikel 130 en 164
                            WVW 1994); </al></li><li nr="-"><al>de situatie dat een motorrijtuig niet beschikt over een behoorlijk
                            zichtbare kentekenplaat terwijl de eigenaar of houder van dat
                            motorrijtuig niet direct te achterhalen is. Hierbij kan bijvoorbeeld
                            worden gedacht aan voertuigwrakken die geen kenteken meer hebben of aan
                            situaties dat er sprake kan zijn van het ‘knoeien’ met kentekens in
                            geval van autodiefstal. </al></li></lijst><al>Wanneer in dit soort gevallen een voertuig moet worden weggesleept en in
                    bewaring genomen, is er geen sprake van uitoefening van bestuursdwang. Artikel
                    170, eerste lid WVW 1994, waarin de bestuursdwangbevoegdheid is geregeld, is dan
                    ook niet van toepassing verklaard in de genoemde gevallen. In feite gaat het om
                    een vorm van inbeslagname van goederen die ook in het strafrecht voorkomt. </al><al>Wel heeft de wetgever voor deze gevallen diverse bepalingen uit hoofdstuk X
                    Bestuursdwang van de WVW 1994 (artikel 170 e.v.) van overeenkomstige toepassing
                    verklaard. Het is raadzaam om ook in de wegsleepverordening de artikelen over de
                    bewaarplaats van voertuigen en openingstijden (artikel 3) en de kosten van
                    overbrengen en bewaren van voertuigen (artikel 4) voor deze gevallen van
                    overeenkomstige toepassing te verklaren. </al><al/><al><vet>Artikel 6 Inwerkingtreding</vet></al><al>Deze verordening treedt in werking per 1 mei 2009.</al><al/><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>