<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR52183_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de woonadviescommissie</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Utrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-11-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Utrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad van Utrecht 2000, nr. 5</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de woonadviescommissie</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">-</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2000-01-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2000-02-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-06-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsvoorstel 2000, nr. 11</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bouwen en wonen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de Woonadviescommissie</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>(raadsbesluit van 13 januari 2000)</al><al>De raad der gemeente Utrecht gelet op het voorstel van b. en w. d.d. 20
                        december 1999</al><al>Besluit</al><al>vast te stellen de volgende</al><al> VERORDENING op de Woonadviescommissie</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al>Titel 1</al><al>Hoofdstuk 1</al><al>Samenstelling van de commissie </al><al>Artikel 1</al><lijst><li nr="1."><al>De commissie bestaat uit vertegenwoordigers van organisaties die
                                belangen behartigen voor woonconsumenten, dan wel door
                                vertegenwoordigers van organisaties die deze belangen bewaken, een
                                voorzitter, en voorts uit een ambtelijk secretaris.</al></li><li nr="2."><al>De commissie bestaat uit vertegenwoordigers van de volgende
                                organisaties:</al></li></lijst><al>–de VAC (Vrouwenadviescommissie voor de Woningbouw);</al><al>–het COSBO-stad Utrecht (Centraal Overleg ouderenbonden in de stad
                        Utrecht);</al><al>–het SOLGU (Stedelijk Overleg Lichamelijk Gehandicapten Utrecht);</al><al>–de Politie;</al><al>–de Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst;</al><al>–SJHU (ad hoc);</al><al>–Milieucentrum Utrecht.</al><al>Deze organisaties zijn in de commissie vertegenwoordigd met één persoon, met
                        uitzondering van de VAC, die door twee personen in de commissie
                        vertegenwoordigd is.</al><al>3.De in het tweede lid genoemde organisaties kunnen worden aangevuld met
                        vertegenwoordigers van deskundige organisaties, dan wel met personen die
                        beroepsmatig of op basis van aantoonbare professionaliteit de belangen van
                        woonconsumenten behartigen, tot een maximum van elf (exclusief de voorzitter
                        en secretaris), bestaande uit maximaal zeven vertegenwoordigers van
                        organisaties en maximaal vier personen die</al><al>beroepsmatig of op basis van aantoonbare professionaliteit kunnen worden
                        benoemd.</al><al>4.De in het derde lid bedoelde aanvullingen worden op voordracht van de
                        voorzitter, gehoord de commissie, door burgemeester en wethouders benoemd.
                        Personen worden voor een periode van twee jaar benoemd en zijn onmiddellijk
                        herbenoembaar voor nog één zittingsperiode van twee jaar.</al><al>Deze termijnen gelden ook voor de voorzitter.</al><lijst><li nr="5."><al>Burgemeester en wethouders benoemen, gehoord de commissie, een
                                voorzitter en secretaris.</al></li><li nr="6."><al>De commissie benoemt uit haar midden een plaatsvervangend
                                voorzitter.</al></li><li nr="7."><al>Het benoemingsvoorstel voor de voorzitter wordt aan burgemeester en
                                wethouders uitgebracht door de directeur van de Dienst
                                Stadsontwikkeling.</al></li><li nr="8."><al>De directeur van de Dienst Stadsontwikkeling draagt zorg voor de
                                benoeming van een plaatsvervangend secretaris.</al></li></lijst><al>Hoofdstuk II </al><al>Taak van de commissie </al><al>Artikel 2</al><lijst><li nr="1."><al>De commissie heeft tot taak burgemeester en wethouders desgevraagd
                                van advies te dienen, c.q. te informeren over zaken welke op de
                                gebruikskwaliteit en duurzaamheid van woningen en openbare ruimte
                                betrekking hebben in de stad Utrecht.</al></li><li nr="2."><al>Dienaangaande brengt de commissie middels verslaglegging adviezen
                                uit aan burgemeester en wethouders over de voorlopige en definitieve
                                ontwerpfase van plannen van woningbouw en openbare ruimte, alsmede
                                de stedenbouwkundige verkavelingsmodellen, waarbij de gemeente
                                Utrecht is betrokken, zowel vanuit sociaal oogpunt als vanuit de
                                markt.</al></li><li nr="3."><al>De commissie adviseert aan burgemeester en wethouders over
                                beleidsvoorstellen die betrekking hebben op het invullen van de
                                gebruikskwaliteit en duurzaamheid van woningen en de openbare
                                ruimte.</al></li><li nr="4."><al>De commissie heeft het recht desgewenst eigener beweging aan
                                burgemeester en wethouders en de gemeentelijke diensten van haar
                                inzichten te doen blijken in aangelegenheden, die de
                                gebruikskwaliteit en duurzaamheid betreffen.</al></li></lijst><al>Artikel 3</al><lijst><li nr="1."><al>Bij het beoordelen van een in handen van de commissie gesteld plan
                                wordt onderzocht of een plan, zowel het grote geheel als de details,
                                vanuit een perspectief van gebruikskwaliteit en duurzaamheid al of
                                niet aanvaardbaar is.</al></li><li nr="2."><al>Bij het beoordelen van de gebruikskwaliteit en duurzaamheid van het
                                plan wordt acht geslagen op de volgende aspecten:</al></li></lijst><al>–materialen;</al><al>–maatvoering;</al><al>–organisatie van ruimten;</al><al>–aanwezigheid van voorzieningen;</al><al>–milieuaspecten.</al><al>3.De commissie houdt bij haar beoordeling rekening met de checklist
                        integrale kwaliteit en met de criteria die door het gemeentebestuur zijn
                        vastgesteld in vorm van beleidsnota's, verordeningen, richtlijnen,
                        convenanten en gemeentelijke randvoorwaarden.</al><al>Hoofdstuk III </al><al>Taken secretaris en voorzitter </al><al>Artikel 4</al><lijst><li nr="1."><al>De commissie wordt in haar werkzaamheden bijgestaan door een
                                ambtelijk secretaris die organisatorisch gepositioneerd is bij de
                                afdeling Algemene Zaken van de Dienst Stadsontwikkeling.</al></li><li nr="2."><al>De oproeping tot de vergadering van de commissie geschiedt door de
                                secretaris, met dien verstande dat elke vertegenwoordiger of
                                persoon, spoedeisende gevallen uitgezonderd, tenminste drie
                                werkdagen voor de vergaderdatum daarvan kennis heeft kunnen
                                nemen.</al></li><li nr="3."><al>Een organisatie, dan wel een persoon, die verhinderd is een
                                vergadering bij te wonen doet daarvan tijdig mededeling aan de
                                secretaris.</al></li><li nr="4."><al>De secretaris draagt zorg voor het agenderen en informeren aan de
                                commissie over de plannen die op de agenda van de vergadering staan,
                                alsmede die krachtens mandaat, reces van de commissie, of wegens
                                spoed door de secretaris zijn afgehandeld en/of waarover is
                                geadviseerd.</al></li><li nr="5."><al>De geagendeerde plannen worden tenminste elf dagen voor de
                                vergadering in zesvoud ingeleverd bij de secretaris van de
                                commissie.</al></li><li nr="6."><al>De secretaris draagt er zorg voor dat de betrokken opdrachtgever en
                                gemeentelijk betrokkenen een agenda en uitnodiging tot het bijwonen
                                van de vergadering krijgen toegezonden.</al></li><li nr="7."><al>De voorzitter heeft tot taak de vergaderingen van de commissie voor
                                te zitten.</al></li><li nr="8."><al>De secretaris vertegenwoordigt de commissie bij het coördinatieteam
                                Openbare Ruimte, adviesgroep veiligheid van het projectbureau
                                Leidsche Rijn en de stuurgroep WSO,</al></li><li nr="9."><al>De secretaris onderhoudt namens de commissie de contacten binnen de
                                gemeente en met derden.</al></li><li nr="10."><al>De secretaris en voorzitter dragen zorg voor het beleid inzake de
                                ontwikkeling van de commissie, alsmede de werkwijze van de
                                commissie.</al></li></lijst><al>Hoofdstuk IV </al><al>Werkwijze van de commissie </al><al>Artikel 5</al><lijst><li nr="1."><al>De commissie streeft er naar eenmaal per veertien dagen op een vaste
                                door haar te bepalen dag te vergaderen.</al></li><li nr="2."><al>De commissie vergadert verder zo dikwijls dit naar het oordeel van
                                de secretaris, en in overleg met de voorzitter, in verband met de te
                                behandelen zaken noodzakelijk is, of zulks door tenminste drie
                                vertegenwoordigers, dan wel personen, onder opgaaf van redenen wordt
                                verzocht.</al></li><li nr="3."><al>De commissie is tweemaal per jaar, op nader te bepalen data, op
                                reces.</al></li><li nr="4."><al>De vergaderingen van de commissie zijn openbaar.</al></li></lijst><al>Artikel 6</al><al>De commissie is bevoegd tot het vaststellen van een advies, indien de
                        voorzitter (of plaats-vervangend) en tenminste vier van de in artikel 1,
                        tweede lid genoemde organisaties aanwezig zijn.</al><al>Artikel 7</al><lijst><li nr="1."><al>Alle adviezen worden schriftelijk uitgebracht bij wijze van een
                                verslag en zo spoedig mogelijk aan burgemeester en wethouders
                                toegezonden.</al></li><li nr="2."><al>Het schriftelijke advies moet in ieder geval bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>een advies van de commissie;</al></li><li nr="b."><al>een aanduiding van het adres dan wel het gebied waarop het
                                        advies betrekking heeft;</al></li><li nr="c."><al>een opgave van de eventuele bedenkingen waar door
                                        verbetering in tegemoet kan worden gekomen.</al></li></lijst></li></lijst><al>Artikel 8</al><lijst><li nr="1."><al>De commissie kan de secretaris/voorzitter machtigen namens de
                                commissie over bepaalde zaken te adviseren. Het mandaat moet blijken
                                uit het advies.</al></li><li nr="2."><al>De secretaris/voorzitter is gemachtigd namens de commissie
                                vooroverleg te voeren met opdrachtgevers en derden
                                belanghebbenden.</al></li><li nr="3."><al>De commissie kan één of meerdere vertegenwoordigers, personen, dan
                                wel de secretaris of voorzitter machtigen namens de commissie deel
                                te nemen in projectof beleidsontwikkelingsteams, workshops, jury's
                                die oordelen over prijsvragen dan wel andersoortige werkgroepen en
                                rechtspersonen, een en ander voorzover de werkzaamheden verband
                                houden met het werkterrein van de commissie.</al></li><li nr="4."><al>De commissie kan met betrekking tot de machtigingen, bedoeld in dit
                                artikel richtlijnen geven, waaraan de gemachtigden gehouden zijn te
                                voldoen.</al></li></lijst><al>Artikel 9</al><lijst><li nr="1."><al>Van het in de vergaderingen van de commissie verhandelde worden
                                notulen bijgehouden. Daarbij zal onderscheid worden gemaakt tussen
                                de stad Utrecht en het Project Leidsche Rijn Utrecht.</al></li><li nr="2."><al>De adviezen van de commissie worden in de concept-notulen opgenomen.
                                Deze concept-notulen worden door de commissie in de eerst volgende
                                vergadering vastgesteld.</al></li><li nr="3."><al>De vastgestelde notulen worden onverwijld toegezonden aan
                                burgemeester en wethouders, aan gemeentelijk betrokkenen en
                                eventueel aan de betrokken opdrachtgever.</al></li><li nr="4."><al>De vastgestelde notulen dan wel een uittreksel daaruit worden verder
                                aan andere personen of rechtspersonen verstrekt, indien daarom wordt
                                verzocht.</al></li></lijst><al>Titel II </al><al>Algemene bepalingen </al><al>Artikel 10</al><al>Indien de commissie voor de advisering over een bepaalde zaak
                        aanvullende</al><al>(niet-) ambtelijke deskundigheid behoeft, dan zal de directeur van de Dienst
                        Stadsontwikkeling er zorg voor dragen dat deze deskundigen de commissie
                        bijstaan en zo nodig daartoe de vergadering bijwonen.</al><al>Artikel 11</al><al>Personen die beroepsmatig of op basis van aantoonbare professionaliteit,
                        zoals bedoeld in het derde lid van artikel 1, zijn benoemd, alsmede
                        niet-ambtelijke deskundigen, kunnen voor het bijwonen van de vergaderingen
                        alsmede voor het namens de commissie verrichten van werk-zaamheden een door
                        burgemeester en wethouders nader vast te stellen vergoeding ontvangen.</al><al>Artikel 12</al><al>In de eerste drie maanden van elk jaar brengt de commissie aan burgemeester
                        en wethouders een beknopt verslag uit van haar handelingen over het
                        afgelopen jaar.</al><al>Artikel 13</al><al>De commissie is bevoegd omtrent punten, waarin deze bepalingen niet
                        voorzien, een werkregeling vast te stellen welke, evenals de wijzigingen en
                        aanvullingen daarvan, door burgemeester en wethouders moet worden
                        goedgekeurd.</al><al>Artikel 14</al><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na afkondiging.</al><al>Artikel 15</al><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: de Verordening op de</al><al>Woonadviescommissie.</al></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad, gehouden op
                        13</ondertekening><ondertekening>januari 2000.</ondertekening><ondertekening>De secretaris, De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>Drs. A. Vermeulen Mr. A.H. Brouwer-Korf</ondertekening><ondertekening>Publicatie is geschied op 1 februari 2000. Deze verordening is in werking
                        getreden op 9 februari 2000.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>