<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR52082_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de Adviescommissie voor het Ouderenbeleid</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Utrecht (Utr)</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Utrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad van Utrecht 2002, nr. 28</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de Adviescommissie voor het Ouderenbeleid</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">-</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2002-06-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2002-12-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsvoorstel 2002, nr. 146</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>-</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de Adviescommissie voor het Ouderenbeleid</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>(raadsbesluit van 13 juni 2002)</al><al>De raad der gemeente Utrecht gelet op het voorstel van b. en w. d.d. 29 mei
                        2002</al><al>Besluit</al><al>vast te stellen de volgende </al><al>Verordening op de Adviescommissie voor het Ouderenbeleid</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al>Artikel I Begripsbepaling</al><lijst><li nr="a."><al>College: onder college wordt verstaan het college van burgemeester
                                en wethouders.</al></li><li nr="b."><al>Commissie: onder Commissie wordt verstaan:</al></li></lijst><al>de Adviescommissie voor het Ouderenbeleid. Deze commissie bestaat uit zowel
                        belangen behartigers van ouderen, organisaties die zich op (onder meer)
                        ouderen richten en uit ambtelijke functionarissen die (delen) van het
                        ouderenbeleid in hun takenpakket hebben (zie verder artikel 6).</al><al>c.Ouderenbeleid: in deze verordening wordt verstaan onder ouderenbeleid, het
                        beleid, dat in meerdere of mindere</al><al>mate van invloed is op de positie van ouderen in de samenleving alsmede alle
                        maatregelen, die uit dat beleid voortvloeien.</al><al>Artikel 2 Doelstelling</al><al>De Commissie heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de (kwaliteit van
                        de) beleidsontwikkeling met betrekking tot het ouderen beleid door de
                        inbreng van organisaties/instellingen van en voor ouderen en het versterken
                        van de invloed daarop door ouderen zelf.</al><al>Artikel 3 Taken</al><al>De Commissie heeft de volgende taken:</al><lijst><li nr="a."><al>het geven van advies aan het college, op verzoek, dan wel uit eigen
                                beweging over (aspecten van) het te voeren ouderen beleid en die
                                aspecten van beleid, die (mede) van invloed zijn op de positie van
                                ouderen;</al></li><li nr="b."><al>informatie-uitwisseling over onderwerpen, die het beleid voor
                                ouderen raken en</al></li><li nr="c."><al>volgen van beleid dat ouderen raakt.</al></li></lijst><al>Artikel 4</al><al>Alvorens een besluit te nemen over beleid dat van belang is voor ouderen,
                        vraagt het college om advies van de Commissie. Resultaten van eventuele
                        inspraak worden bij het verzoek om advies aan de commissie overgelegd. De
                        Commissie brengt binnen vier weken na het verzoek advies uit aan het
                        college.</al><al>Artikel 5</al><al>De besluiten die het college neemt op de adviezen van de Commissie worden de
                        Commissie medegedeeld. Daarbij wordt aangegeven op welke wijze al dan niet
                        rekening is gehouden met het advies van de Commissie.</al><al>Artikel 6 Samenstelling</al><lijst><li nr="1."><al>De leden worden benoemd door het college, op voordracht van de
                                organisatie/instelling namens welke zij in de Commissie zitting
                                hebben. Voor de ongeorganiseerde ouderen geldt dat werving
                                plaatsvindt via een advertentie in de plaatselijke pers.</al></li><li nr="2."><al>a. In de Commissie zijn vertegenwoordigd:</al><lijst><li nr="-"><al>de verzorgingshuizen vertegenwoordigd in het OZU (een
                                        lid);</al></li><li nr="-"><al>de verpleeghuizen vertegenwoordigd in het OZU (een lid)
                                        ;</al></li><li nr="-"><al>Thuiszorg Stad Utrecht vertegenwoordigt in het OZU (een
                                        lid);</al></li><li nr="-"><al>de Utrechtse woningcorporaties (STUW, een lid);</al></li><li nr="-"><al>Stade, afdeling 55 + (een lid);</al></li><li nr="-"><al>Algemene Hulpdienst (een lid);</al></li><li nr="-"><al>Utrechtse wijkwelzijnsorganisaties (een lid);</al></li><li nr="-"><al>Altrecht (een lid);</al></li><li nr="-"><al>Huisartsenvereniging Utrecht (een lid);</al></li><li nr="-"><al>LOC, stad Utrecht (Landelijke Organisatie Clië
                                        ntenraden/organisaties, een lid);</al></li><li nr="-"><al>de ouderen bonden ANBO, PCOB, KBO (samenwerkend in</al></li></lijst></li></lijst><al>Cosbo-stad-Utrecht, elke bond twee leden);</al><lijst><li nr="-"><al>de Nisbo (twee leden);</al></li><li nr="-"><al>adviesorgaan minderheden: maximaal vier leden;</al></li><li nr="-"><al>de FNV en het CNV (elk een lid);</al></li><li nr="-"><al>de ongeorganiseerde ouderen (een lid).</al><lijst><li nr="b."><al>Gedurende maximaal de eerstvolgende zittingsperiode zullen
                                        tevens twee vertegenwoordigers vanuit de voormalige gemeente
                                        Vleuten-De Meern deelnemen (bij voorkeur zijn dit leden van
                                        de voormalige Seniorenraad)</al><lijst><li nr="3."><al>De adviescommissie streeft er bij haar werkzaamheden
                                                naar aansluiting te zoeken bij het wijkgerichte
                                                werken. Bij de samenstelling van de commissie wordt
                                                gestreefd naar een spreiding over de Utrechtse
                                                wijken.</al></li><li nr="4."><al>De vaste adviserende leden, zonder stemrecht, die
                                                deel uit maken van de Commissie zijn:</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="-"><al>beleidsmedewerker stedelijk ouderen beleid (welzijn);</al></li><li nr="-"><al>beleidsmedewerker ouderenhuisvesting (wonen);</al></li><li nr="-"><al>beleidsmedewerker ouderenzorg (Gemeentelijke Geneeskundige en
                                Gezondheidsdienst);</al></li><li nr="-"><al>beleidsmedewerker Sociale Zaken en Werkgelegenheid.</al><lijst><li nr="5."><al>Het college kan ad hoc andere adviserende functionarissen
                                        aanwijzen uit de ambtelijke organisatie.</al></li><li nr="6."><al>In het voorzitterschap van de Commissie wordt voorzien door
                                        het aantrekken van een onafhankelijk deskundige. Deze wordt
                                        benoemd door het college.</al></li><li nr="7."><al>In het secretariaat van de Commissie wordt voorzien door de
                                        gemeente</al></li></lijst></li></lijst><al>Utrecht.</al><al>Artikel 7 Zittingsduur</al><lijst><li nr="1."><al>De leden hebben zitting voor vier jaren.</al></li><li nr="2."><al>Om de twee jaar treedt de helft van de Commissieleden af volgens een
                                op te maken rooster.</al></li></lijst><al>De afgetredenen zijn terstond herbenoembaar, met dien verstande, dat zij
                        niet langer dan gedurende twee achtereenvolgende zittingsperioden van vier
                        jaren deel van de Commissie mogen uitmaken.</al><al>3.Een lid, dat ter vervulling van een opengevallen plaats wordt benoemd
                        treedt af op het moment, waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, moest
                        aftreden.</al><al>Artikel 8 Verhindering</al><al>Bij verhindering tot het bijwonen van de vergadering(en) van de Commissie
                        kan het lid voor de vergadering zijn of haar mening schriftelijk kenbaar
                        maken aan de Commissie.</al><al>Artikel 9 Werkwijze/Vergaderingen</al><lijst><li nr="1."><al>De Commissie kiest uit haar midden een dagelijks bestuur, waaronder
                                een vice-voorzitter.</al></li><li nr="2."><al>Dit dagelijks bestuur bestaat uit maximaal vijf leden, exclusief
                                degene, die de secretariaatswerkzaamheden verricht.</al></li><li nr="3."><al>In ieder geval maken de voorzitter en vice-voorzitter deel uit van
                                het dagelijks bestuur.</al></li><li nr="4."><al>De taak van het dagelijks bestuur is:</al><lijst><li nr="-"><al>de voorbereiding van de commissievergaderingen, inclusief
                                        daarover te voeren overleg;</al></li><li nr="-"><al>eerste behandeling van ingekomen post.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De Commissie kan bij gewone meerderheid van stemmen overgaan tot het
                                instellen van werkcommissies rond bepaalde onderwerpen. De Commissie
                                vergadert tenminste zes keer per jaar en voorts wanneer het
                                dagelijks bestuur dan wel vijf commissieleden dat noodzakelijk
                                achten.</al></li><li nr="6."><al>De vergaderingen van de Commissie zijn openbaar, tenzij naar het
                                oordeel van de voorzitter, in overleg met het dagelijks bestuur
                                bepaalde bijzondere belangen zich daartegen verzetten</al></li><li nr="7."><al>Besluiten van de Commissie kunnen in de vergadering niet genomen
                                worden wanneer niet de meerderheid van het aantal zitting hebben de
                                leden aanwezig is.</al></li><li nr="8."><al>De Commissie besluit bij gewone meerderheid van uitgebrachte
                                stemmen; bij staken van de stemmen wordt een voorstel geacht niet te
                                zijn aangenomen. Verlangt geen van de aanwezige leden stemming over
                                een voorstel, dan wordt dit voorstel geacht te zijn aangenomen.</al></li></lijst><al>Bij de bepaling van het aantal uitgebrachte stemmen worden blanco stemmen en
                        stemonthoudingen niet meegeteld.</al><lijst><li nr="9."><al>In adviezen aan het college worden eventuele minderheidsstandpunten
                                tot uitdrukking gebracht, indien de betreffende Commissieleden dit
                                wensen.</al></li><li nr="10."><al>Voor het aangaan van financië le verplichtingen, boven het totaal
                                van het budget dat de Commissie ten dienste staat, is vooraf
                                toestemming van het college nodig.</al></li><li nr="11."><al>Eenmaal per jaar vindt bestuurlijk overleg plaats met de
                                verantwoordelijke wethouder van het ouderenbeleid.</al></li></lijst><al>Artikel 10</al><al>In de gevallen, waarin deze verordening niet voorziet beslist het college,
                        gehoord de Commissie.</al><al>Artikel 11</al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na
                                publicatie.</al></li><li nr="2."><al>Met ingang van die datum wordt ingetrokken de Verordening op de
                                Adviescommissie voor het Ouderen beleid, vastgesteld bij
                                raadsbesluit van 3 oktober 1996.</al></li></lijst></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 13
                        juni</ondertekening><ondertekening>2002.</ondertekening><ondertekening>De secretaris, De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>Drs. A.A.H. Smits, loco-secretaris Mr. A.H. Brouwer-Korf</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>Bekendmaking is geschied op 11 december 2002. Deze verordening is in werking
                    getreden op 19 december 2002.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>