<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR52026_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de Commissie voor Welstand- en Monumenten</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Utrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-11-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Utrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad van Utrecht 1999, nr. 22</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de Welstands- en Monumentencommissie</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">-</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>1999-10-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1999-11-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2026-01-05</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsvoorstel 1999, nr. 273</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bouwen en wonen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de Commissie voor Welstand- en Monumenten</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>VerordeningopdeCommissievoor </vet>Welstand en Monumenten</al><al><vet>(raadsbesluitvan28oktober1999)</vet></al><al>De raad der gemeente Utrecht gelet op het voorstel van b. en w. d.d. 15
                        september 1999</al><al>Besluit</al><al>Vast te stellen de volgende:</al><al>Verordening op de Welstand- en Monumentencommissie 1999.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Welstands- en Monumentencommissie</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Samenstellingvandecommissie</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie bestaat uit zeven leden, waaronder de voorzitter,
                                    en voorts uit een secretaris en een adjunct-secretaris.</al></li><li nr="2."><al>Als ambtelijke adviseur wordt aan de commissie toegevoegd de
                                    directeur van de Dienst Stadsontwikkeling. Deze kan zich laten
                                    vervangen.</al></li><li nr="3."><al>De zeven leden dienen zoveel mogelijk vakdisciplines te
                                    vertegenwoordigen. Zo dient er minimaal één deskundig te zijn op
                                    het gebied van:</al><lijst><li nr="-"><al>planologie/stedenbouw;</al></li><li nr="-"><al>omgevingsontwerp/landschapsarchitectuur;</al></li><li nr="-"><al>bouwhistorie/architectuurhistorie/kunsthistorie;</al></li><li nr="-"><al>architectuur;</al></li><li nr="-"><al>monumenten/restauratietechniek</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De voorzitter en de secretaris dienen deskundig te zijn op
                                    tenminste één van de in het derde lid genoemde vakgebieden.</al></li><li nr="5."><al>Voor de in het derde lid genoemde leden worden drie
                                    plaatsvervangende leden benoemd met een deskundigheid bedoeld in
                                    dat lid.</al></li><li nr="6."><al>De leden en de plaatsvervangende leden worden, op voorstel van
                                    burgemeester en wethouders, gehoord de commissie voor
                                    Ruimtelijke Ordening en Wonen, door de Gemeenteraad benoemd.
                                    Daarbij wordt ernaar gestreefd dat de commissie zowel wat
                                    architectonische/esthetische deskundigheid als wat deskundigheid
                                    over de monumentenzorg betreft, zo breed mogelijk is
                                    samengesteld.</al></li><li nr="7."><al>burgemeester en wethouders benoemen de secretaris en de
                                    adjunct-secretaris.</al></li></lijst><al>Daarbij dragen zij er zorg voor dat deze functionarissen gezamenlijk
                            over voldoende deskundigheid beschikken op zowel het gebied van de
                            welstand als op het gebied van de monumentenzorg. De adjunctsecretaris
                            vervangt de secretaris ingeval van afwezigheid.</al><lijst><li nr="8."><al>De commissie benoemt uit haar midden een
                                    plaatsvervangendvoorzitter.</al></li><li nr="9."><al>De benoemingsvoorstellen voor de in het zesde en het zevende lid
                                    genoemde functies worden aan burgemeester en wethouders
                                    uitgebracht door de directeur van de Dienst Stadsontwikkeling.
                                    Over zijn voorstellen hoort hij vooraf de commissie.</al></li><li nr="10."><al>De commissie wordt in haar werkzaamheden bijgestaan door een
                                    ambtelijk secretariaat.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Taakvandecommissie</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie heeft tot taak burgemeester en wethouders desgevraagd
                                van advies te dienen over zaken welke op de welstand van de bebouwde
                                omgeving, monumenten of beschermde stads- en dorpsgezichten
                                betrekking hebben, tenzij dit behoort tot de taak van een
                                Welstandskamer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dienaangaande winnen burgemeester en wethouders in ieder geval haar
                                advies in over:</al><lijst><li nr="a."><al>aanvragen om bouwvergunning;</al></li><li nr="b."><al>meldingsplichtige bouwwerken;</al></li><li nr="c."><al>aanvragen om sloopvergunning;</al></li><li nr="d."><al>aanschrijvingen bij ernstige ontsiering;</al></li><li nr="e."><al>door de gemeente tot stand te brengen werken, o.a.
                                        inrichting van openbare ruimte;</al></li><li nr="f."><al>tot stand brengen reclames en andere werken;</al></li><li nr="g."><al>beleidsvoorstellen, ontwerpen van bestemmingsplannen en
                                        stadsvernieuwingsplannen, danwel andersoortige regelingen,
                                        welke invloed uitoefenen of uit kunnen oefenen op het
                                        stadsbeeld of op de monumentale waarden;</al></li><li nr="h."><al>voorstellen tot aanwijzing van stads- en
                                        dorpsgezichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tenslotte winnen burgemeester en wethouders haar advies in over
                                zaken die krachtens de monumentenverordening aan haar dienen te
                                worden voorgelegd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie heeft het recht desgewenst eigener beweging aan
                                burgemeester en wethouders van haar inzichten te doen blijken in
                                aangelegenheden, die het stadsbeeld, het welstandstoezicht of de
                                monumentenzorg betreffen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Tot het nemen van zelfstandige beschikkingen, welke de gemeente
                                binden, is noch de commissie, noch een harer leden, noch haar
                                secretariaat bevoegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het beoordelen van een om advies in handen van de commissie
                                gesteld plan, voorstel of beleidsvoornemen wordt onderzocht of dit
                                mede in verband met de omgeving en rekening houdend met de belangen
                                van betrokken partijen, uit een welstands- of monumentaal oogpunt al
                                of niet aanvaardbaar is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien bij een door het gemeentebestuur vastgestelde verordening,
                                beleidsnota of (concept) Stedenbouwkundig Programma van Eisen op het
                                terrein van de welstands- en monumentenzorg criteria zijn gegeven
                                houdt de commissie daarmee bij haar beoordeling rekening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de commissie een negatief advies heeft gegeven, onthouden de
                                leden en de plaatsvervangende leden zich van het aanvaarden van een
                                opdracht tot verbetering van het ontwerp, waarop het advies
                                betrekking had, of tot vervaardiging van een nieuw ontwerp in de
                                plaats daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien één der leden of plaatsvervangende leden een opdracht tot het
                                maken van een ontwerp voor een werk heeft aanvaard, zodanig ontwerp
                                voorbereid heeft, of heeft doen voorbereiden, mag dit lid niet
                                deelnemen aan de opstelling van het advies omtrent dat ontwerp.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Werkwijzevandecommissie</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie is niet bevoegd tot het vaststellen van een advies,
                                indien niet de voorzitter, respectievelijk de plaatsvervangend
                                voorzitter, en tenminste drie van de in artikel 1, derde lid,
                                bedoelde leden aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tijdens de vergadering van de commissie draagt de secretaris er zorg
                                voor dat door hem of de adjunct-secretaris voldoende vakinhoudelijke
                                ondersteuning op het terrein van de welstand als het terrein van de
                                monumentenzorg wordt geleverd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij verhindering van de voorzitter wordt zijn plaats ingenomen door
                                de plaatsvervangendvoorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij verhindering van meerdere leden, anders dan de voorzitter, wordt
                                voorzien in de vervanging door oproep van één of meerdere
                                plaatsvervangende leden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle adviezen worden schriftelijk uitgebracht en zo spoedig mogelijk
                                aan burgemeester en wethouders en het Hoofd van de Afdeling
                                Bouwbeheer toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>burgemeester en wethouders zijn bevoegd met betrekking tot de
                                termijnen waarbinnen moet worden geadviseerd nadere regelen te
                                stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het schriftelijke advies moet in ieder geval bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>het oordeel van de commissie;</al></li><li nr="b."><al>een aanduiding van het adres danwel het gebied waarop het
                                        advies betrekking heeft;</al></li><li nr="c."><al>een opgave van de eventuele bedenkingen onder vermelding of
                                        en zo ja, op welke wijze- waaraan door verbetering kan
                                        worden tegemoet gekomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het schriftelijke advies dient tevens aangegeven of het advies
                                unaniem is aangenomen. Bij afwezigheid van unanimiteit dient het
                                standpunt, ingenomen door een minderheid van commissie bestaande uit
                                twee of meer leden, afzonderlijk in het advies te worden vermeld
                                voorzien van de daaraan ten grondslag liggende overwegingen en de
                                leden die het minderheidsstandpunt hebben ingenomen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij een afwijkend standpunt ingenomen door slechts één lid van de
                                commissie kan dit lid vorderen dat zulks in het advies wordt
                                aangetekend.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een negatief advies dient gemotiveerd te worden. Een positief advies
                                behoeft geen nadere motivering. Indien er een bezwaar- en/of
                                beroepsprocedure volgt naar aanleiding van een positief advies dan
                                zal achteraf en met terugwerkende kracht het advies alsnog worden
                                gemotiveerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>1.De commissie kan door bemiddeling van de secretaris aan de Dienst
                            Stadsontwikkeling verzoeken te bevorderen dat bij aanvragen om bouw-,
                            monumenten-, sloop-, en reclamevergunningen nadere gegevens worden
                            overlegd ten aanzien van de soort, de bewerking en de kleur van de
                            materialen, zowel van het betrokken project als van het omringende
                            gebouwde gebied, alsmede dat maquettes, perspectief-, plattegronden-,
                            detail-, doorsnede en andere tekeningen</al><al>op een door haar te bepalen schaal worden overlegd en foto's van de
                            bestaande situatie worden getoond.</al><lijst><li nr="2."><al>De commissie kan voorts door bemiddeling van de secretaris aan
                                    de Dienst Stadsontwikkeling verzoeken te bevorderen dat met
                                    betrekking tot ontwerpen van bestemmings- en
                                    stadsvernieuwingsplannen, of andersoortige stedenbouwkundige
                                    ontwerpen alle voor haar advisering noodzakelijke gegevens,
                                    stukken, tekeningen en maquettes worden verstrekt.</al></li><li nr="3."><al>De commissie kan tenslotte door bemiddeling van de secretaris
                                    van alle andere gemeentelijke ambtelijke organen verzoeken te
                                    bevorderen dat met betrekking tot plannen die onder
                                    verantwoordelijkheid staan van die organen alle voor haar
                                    advisering noodzakelijke gegevens, stukken, tekeningen en
                                    maquettes worden verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Adviezen van de commissie worden bij meerderheid van stemmen
                                vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij staking van stemmen, beslist de stem van de voorzitter. Hiervan
                                wordt bij het uitbrengen van het advies mededeling gedaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ambtelijke adviseurs en de secretariaatsmedewerkers hebben een
                                adviserende stem.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie kan één of meerdere leden danwel de secretaris
                                machtigen om over zaken van beperkte omvang positieve pre-adviezen
                                op te stellen die door de commissie aan de hand van een bouwlijst
                                worden bekrachtigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tenzij de commissie anders besluit wordt de secretaris geacht te
                                zijn gemachtigd namens de commissie vooroverleg te voeren met
                                opdrachtgevers en/of ontwerpers en derdenbelanghebbenden. De
                                commissie kan ook één of meerdere leden machtigen namens de
                                commissie dat vooroverleg te voeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie kan één of meerdere leden danwel de secretaris
                                machtigen namens de commissie deel te nemen in project- of
                                beleidontwikkelingsteams, jury's die oordelen over prijsvragen
                                danwel andersoortige werkgroepen en rechtspersonen, een en ander
                                voorzover de werkzaamheden verband houden met het werkterrein van de
                                commissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie kan met betrekking tot de machtigingen bedoeld in dit
                                artikel richtlijnen geven, waaraan de gemachtigden gehouden zijn te
                                voldoen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Van machtigingen verstrekt aan leden worden burgemeester en
                                wethouders onder overlegging van de argumenten voor en de financiële
                                consequenties van de machtiging, in kennis gesteld. burgemeester en
                                wethouders zijn bevoegd terzake aanwijzingen te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie vergadert eenmaal per veertien dagen op een vaste door
                                haar te bepalen dag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie vergadert verder zo dikwijls dit naar het oordeel van
                                de voorzitter in verband met de te behandelen zaken noodzakelijk is,
                                of zulks door tenminste drie leden onder opgaaf van redenen wordt
                                verzocht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De oproeping tot de vergadering van de commissie geschiedt door de
                                voorzitter, met dien verstande dat elk lid, spoedeisende gevallen
                                uitgezonderd, tenminste drie werkdagen voor de vergaderdatum daarvan
                                kennis heeft kunnen nemen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een lid dat verhinderd is een vergadering bij te wonen doet daarvan
                                tijdig mededeling aan de secretaris.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergaderingen van de commissie zijn openbaar. De deuren worden
                                gesloten indien daarom door de direct-belanghebbende danwel door één
                                of meerdere leden is verzocht.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De commissie beslist of er zwaarwegende gronden zijn om in besloten
                                vergadering te raadslagen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De leden, de secretariaatsmedewerkers en indien aanwezig de
                                ambtelijke adviseurs, zijn gehouden geheimhouding te betrachten
                                omtrent het verhandelde in besloten vergaderingen, tenzij de
                                commissie besluit de geheimhouding op te heffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van het in de vergaderingen van de commissie verhandelde worden
                                notulen bijgehouden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De adviezen van de commissie worden in de notulen opgenomen. Deze
                                notulen worden door de voorzitter en de secretaris gewaarmerkt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vastgestelde notulen worden onverwijld toegezonden aan
                                burgemeester en wethouders, de directeur van de Dienst
                                Stadsontwikkeling en het Hoofd van de Afdeling Bouwbeheer.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vastgestelde notulen danwel een uittreksel daaruit worden verder
                                aan andere personen of rechtspersonen verstrekt indien daarom wordt
                                verzocht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en de secretaris dragen ervoor zorg dat de openbare
                                vergaderingen voldoende bekend gemaakt worden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bekendmaking houdt tenminste in het tijdstip, de plaats en de
                                agendapunten, voorzover bekend, van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Belanghebbenden kunnen geen deel hebben aan de discussie in de
                                commissie, tenzij de voorzitter anders beslist. Belanghebbenden
                                kunnen voor de aanvang van de vergadering aan de voorzitter
                                spreektijd vragen bij een bepaald agendapunt. Een dergelijk verzoek
                                wordt, zwaarwegende redenen uitgezonderd, altijd gehonoreerd. Een
                                weigering tot het verlenen van spreektijd wordt, onder vermelding
                                van de redenen, in de notulen aangetekend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie is verplicht opdrachtgevers en/of ontwerpers desgewenst
                                in persoon of bij gemachtigde te horen en kunnen indien zij van
                                mening zijn dat een aanvaardbaar resultaat bereikt kan worden,
                                daarbij advies geven teneinde tot verbetering van onvoldoende
                                ontwerpen te geraken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De nieuwe leden en de plaatsvervangende leden van de commissie,
                                worden voor een periode van twee jaar benoemd en zijn als lid of
                                plaatsvervangend lid onmiddellijk herbenoembaar voor nog één
                                zittingsperiode van twee jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid en een plaatsvervangend lid dat aftreedt of ontslag neemt,
                                blijft lid of plaatsvervangend lid totdat zijn opvolger de benoeming
                                heeft aanvaard, doch nooit langer dan een half jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid en een plaatsvervangend lid, dat anders dan tengevolge van
                                een periodieke aftreding ter vervulling van een opengevallen plaats
                                wordt benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens
                                plaats dit lid of plaatsvervangend lid is benoemd, moest aftreden.
                                De mogelijkheid tot een éénmalige herbenoeming blijft terzake
                                aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aftredende en plaatsvervangende leden zijn, behoudens de
                                mogelijkheid tot een éénmalige herbenoeming, eerst na vier jaar weer
                                herbenoembaar.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de reeds benoemde leden en voorzitter geldt een
                                overgangsregeling. Leden die voor een periode van vier jaar zijn
                                benoemd zijn niet herbenoembaar. Reeds benoemde leden die na een
                                periode van vier jaar zijn herbenoemd voor nogmaals een periode van
                                vier jaar, blijven gedurende die gehele periode lid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Welstandskamer</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>samenstelling van de Welstandskamer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij wijze van een raadsbesluit kan voor een groot bouwkundig
                                project, stadsdeel en/of stadsuitbreiding op het grondgebied van
                                Utrecht een aparte Welstandskamer worden opgericht, die voor het/de
                                betreffende bouwkundige project, stadsdeel en/of stadsuitbreiding de
                                werkzaamheden van de commissie overneemt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Welstandskamer bestaat uit zes leden waaronder de voorzitter en
                                voorts uit een secretaris.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als ambtelijk adviseur wordt aan de Welstandskamer toegevoegd een
                                stedenbouwkundige van de daarvoor verantwoordelijke dienst, danwel
                                een door de directeur van die dienst aan te wijzen vervanger.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij behandeling van monumenten zal ter advisering een deskundige op
                                het gebied van monumentenzorg uit de commissie gevraagd worden de
                                betreffende vergadering bij te wonen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Van de vijf gewone leden dienen er minimaal drie op het gebied van
                                welstand deskundig te zijn en minimaal één op het gebied van
                                stedenbouw.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De voorzitter, de secretaris en de adjunct-secretaris van de
                                commissie fungeren tevens als voorzitter respectievelijk secretaris
                                en adjunct-secretaris van de Welstandskamer.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De leden en plaatsvervangende leden worden op voorstel van
                                burgemeester en wethouders, gehoord de commissie Ruimtelijke
                                Ordening en Wonen, door de Gemeenteraad benoemd.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De Welstandskamer benoemt uit haar midden een plaatsvervangend
                                voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De Welstandskamer wordt in haar werkzaamheden bijgestaan door het
                                ambtelijk secretariaat van de commissie.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Taak van de Welstandskamer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Welstandskamer heeft tot taak burgemeester en wethouders
                                desgevraagd van advies te dienen over zaken welke op de welstand van
                                de bebouwde omgeving evenals monumenten van het grote bouwkundige
                                project betrekking hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden 2 tot en met 5 van artikel 2 zijn van overeenkomstige
                                toepassing op de taak van de Welstandskamer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><al>De artikelen 3 tot en met 13 zijn van overeenkomstige toepassing op
                            de</al><al>Welstandskamer. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>AfdelingIII Kwaliteitsteam</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><al>Bij wijze van een raadsbesluit kan voor een groot bouwkundig project,
                            stadsdeel en/of stadsuitbreiding op het grondgebied van Utrecht een
                            Kwaliteitsteam worden opgericht. Taken, samenstelling en werkwijze van
                            het Kwaliteitsteam alsmede de afbakening en verhouding ten opzichte van
                            de commissie en kamer worden in een apart aan het raadsbesluit toe te
                            voegen protocol nader gedefinieerd, die als een aanhangsel aan deze
                            verordening zal worden gehecht.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Raadplegendeskundigen</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><al>Indien de commissie of de Welstandskamer voor de advisering over een
                            bepaalde zaak aanvullende niet-ambtelijke deskundigheid behoeft kan zij
                            burgemeester en wethouders gemotiveerd verzoeken deskundigen op te
                            roepen om de commissie, Welstandskamer of het Kwaliteitsteam bij te
                            staan en zonodig daartoe de vergadering bij te wonen gedurende een door
                            burgemeester en wethouders te bepalen aantal uren.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Slotbepalingen</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><al>De leden en de plaatsvervangende leden van de commissie of de
                            Welstandskamer, alsmede niet-ambtelijke deskundigen ontvangen voor het
                            bijwonen van de vergadering, alsmede voor het namens de commissie of de
                            Welstandskamer verrichten van werkzaamheden en door burgemeester en
                            wethouders nader vast te stellen vergoeding op uur-basis. Reiskosten
                            worden vergoed op basis van kosten van openbaar vervoer,</al><al>1e klas, dan wel op basis van een kilometervergoeding.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij overtreding van het gestelde in artikel 4 is de Gemeenteraad, op
                                voorstel van burgemeester en wethouders, bevoegd het betreffende lid
                                van de Welstands- en Monumentencommissie of Welstandskamer
                                tussentijds te ontslaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Gemeenteraad is op voorstel van burgemeester en wethouders
                                eveneens bevoegd een lid tussentijds te ontslaan indien gebleken is
                                dat deze het functioneren van de commissie of de Welstandskamer niet
                                danwel onvoldoende mogelijk maakt. Daaronder wordt mede begrepen het
                                niet geregeld deelnemen aan de vergaderingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alvorens tussentijds ontslag voor te stellen wordt het betreffende
                                lid door de voorzitter en de directeur van de Dienst gehoord.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><al>In de eerste drie maanden van elk jaar brengen de commissie en de
                            Welstandskamer aan burgemeester en wethouders een beknopt verslag uit
                            van haar handelingen over het afgelopen jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><al>De Commissie en de Welstandskamer zijn bevoegd, omtrent punten, waarin
                            deze bepalingen niet voorzien, een werkregeling vast te stellen, welke
                            evenals de wijzigingen en aanvullingen daarvan, door burgemeester en
                            wethouders moet worden goedgekeurd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: de Verordening op de
                            Welstands- en Monumentencommissie 1999.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad, gehouden op</ondertekening><ondertekening>28 oktober 1999.</ondertekening><ondertekening>De secretaris, De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>Drs. A. Vermeulen Mr. A.H. Brouwer-Korf</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Publicatieisgeschiedop12november1999.</vet></al><al><vet>Dezeverordeningisinwerkinggetredenop13november1999.</vet></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>