<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR52006_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregel inzake het verlenen van een ambtshalve vermindering op gemeentelijke belastingaanslagen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Utrecht (Utr)</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Utrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad van Utrecht 2001, nr. 49</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregel inzake het verlenen van een ambtshalve vermindering op gemeentelijke belastingaanslagen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet inzake rijksbelastingen, art. 65</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 231</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 244</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene Wet Bestuursrecht, art. 4, lid 81</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2001-12-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2002-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B&amp;W besluit van 4 december 2001</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>-</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>wettelijke grondslag vervallen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregel inzake het verlenen van een ambtshalve vermindering op gemeentelijke belastingaanslagen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>0</nr><titel>Dit artikel moet nog worden gesplitst</titel></kop><al><vet>Beleidsregel inzake het verlenen van een ambtshalve vermindering op gemeentelijke belastingaanslagen</vet></al><al>(b. en w.-besluit van 4 december 2001)</al><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht,</al><al>gelet op artikel 65 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de </al><al>artikelen 231 en 244 van de Gemeentewet en artikel 4:81 van de Algemene </al><al>wet bestuursrecht,</al><al>BESLUIT</al><al>vast te stellen de volgende</al><al>BELEIDSREGEL inzake het verlenen van een ambtshalve vermindering op gemeentelijke belastingaanslagen</al><al>Artikel 1 Toepassing</al><lijst><li nr="1."><al>Deze beleidsregel is van toepassing bij de heffing van de gemeentelijke</al><al> belastingen in de zin van de artikelen 219 en 229 van de Gemeentewet.</al></li><li nr="2."><al>Deze beleidsregel is niet van toepassing op aanslagen onroerende-zaak-</al><al> belastingen, waaraan een op de voet van hoofdstuk IV van de Wet Waardering </al><al> onroerende zaken gegeven beschikking tot vaststelling van de waarde ten </al><al> grondslag heeft gelegen.</al></li></lijst><al>Artikel 2 Begripsomschrijvingen</al><al>Voor de toepassing van deze beleidsregel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>bedrag van de belasting:</al><al> het bedrag van de aanslag, het gevorderde bedrag of het bedrag dat op </al><al> aangifte is voldaan;</al></li><li nr="b."><al>de belanghebbende:</al><al> de belastingplichtige of degene die het bedrag van de belasting als </al><al> hoofdelijk mede-aansprakelijke heeft betaald;</al></li><li nr="c."><al>de vijf-jaarstermijn:</al><al> de termijn door welk verloop na het tijdstip van het ontstaan van de </al><al> belastingschuld, ontstaan van de aanspraak op een in de wet voorziene </al><al> vermindering, ontheffing of vrijstelling, of het verlenen van teruggaaf de </al><al> bevoegdheid tot het vaststellen van een navorderingsaanslag of </al><al> naheffingsaanslag vervalt;</al></li><li nr="d."><al>het bedrag van de vermindering:</al><al> het bedrag waarmee het oorspronkelijke bedrag van de belasting wordt </al><al> verlaagd.</al></li></lijst><al>Artikel 3 Gevallen waarin ambtshalve vermindering wordt verleend</al><lijst><li nr="1."><al>Ingeval het bedrag van de belasting had behoren te zijn vastgesteld op</al><al> een bedrag dat tenminste EUR 9,08 per aanslag, per kennisgeving of per </al><al> voldoening op aangifte lager is dan het oorspronkelijk vastgestelde bedrag </al><al> van die belasting, verleent de ambtenaar belast met de heffing van die </al><al> belasting ambtshalve de vermindering waarvoor de belanghebbende in </al><al> aanmerking komt, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>bij de uitspraak op het bezwaarschrift of aanvraag om een in de wet</al><al> voorziene aanspraak op vermindering de belanghebbende niet-ontvankelijk </al><al> wordt verklaard in zijn bezwaar of aanvraag</al><al> wegens het te laat indienen van het bezwaarschrift of de aanvraag dan wel </al><al> om andere redenen van formele aard, of</al></li><li nr="b."><al>de belanghebbende een aanvraag strekkende tot vermindering van belasting</al><al> indient binnen een redelijke termijn nadat hem aannemelijk is geworden </al><al> dat het bedrag van de belasting voor een te hoog bedrag is vastgesteld.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het bedrag van de vermindering wordt vermeerderd met de invorderingsrente als</al><al> bedoeld in artikel 28 van de Invorderingswet 1990, berekend over over het teveel</al><al> betaalde bedrag aan belasting over de periode van de datum van (laatste) betaling</al><al> tot aan de dagtekening van de kennisgeving van de vermindering.</al></li></lijst><al>Artikel 4 Uitzonderingen</al><al>Artikel 3 is niet van toepassing in de gevallen dat:</al><lijst><li nr="a."><al>ten tijde van het ontvangen van het bezwaarschrift bedoeld onder het</al><al> eerste lid, letter a, of de aanvraag als bedoeld het eerste lid onder a of </al><al> b, de vijf-jaarstermijn is verstreken;</al></li><li nr="b."><al>het aannemelijk is dat de belanghebbende door opzet of grove schuld de</al><al> wettelijke termijn voor het indienen van een bezwaarschrift of de aanvraag </al><al> ongebruikt heeft laten verstrijken;</al></li><li nr="c."><al>het totaal bedrag aan belasting van een of meer van een en dezelfde</al><al> belastingplichtige voor hetzelfde tijdvak geheven aanslagen van dezelfde </al><al> soort, na herberekening van de formele belastingschuld geen wijziging </al><al> ondergaat;</al></li><li nr="d."><al>binnen de vijfjaarstermijn belastingtijdvakken zijn gelegen voorafgaande</al><al> aan het moment waarop aan belanghebbende de feiten bekend zijn geworden </al><al> waardoor het aannemelijk is dat het bedrag van de belasting onjuist is </al><al> vastgesteld, zonder dat de belanghebbende een aanvraag als bedoeld in het </al><al> eerste lid, onder b, heeft ingediend</al></li></lijst><al>Artikel 5 Mededeling van afwijzing</al><lijst><li nr="1."><al>Indien geen termen aanwezig zijn om op het bezwaarschrift of de aan-</al><al> vraag een ambtshalve vermindering te verlenen wordt daarvan gemotiveerd </al><al> mededeling gedaan:</al><al> indien het bezwaarschrift of de aanvraag, bedoeld in artikel 3, onder a, is </al><al> ingediend: in de uitspraak waarin de niet-ontvankelijkheid wordt uit- </al><al> gesproken;</al></li><li nr="2."><al>Indien een aanvraag bedoeld in artikel 3, onder b, is ingediend: in een</al><al> schriftelijke beslissing op de aanvraag</al></li></lijst><al>Artikel 6 Jurisprudentie</al><lijst><li nr="1."><al>Een uitspraak van de Hoge Raad of van een gerechtshof, waarin een</al><al> toepassing van de belastingwet besloten ligt die voor de belanghebbende </al><al> gunstiger is dan de bij de heffing van de belasting gevolgde toepassing, </al><al> leidt niet tot het ambtshalve verlenen van vermindering van belasting </al><al> indien het bedrag van de belasting onherroepelijk is komen vast te staan </al><al> voor de dag, waarop de uitspraak door de Hoge Raad of het gerechtshof is </al><al> gewezen.</al></li><li nr="2."><al>Hetgeen in het eerste lid is bepaald met betrekking tot een uitspraak</al><al> van de Hoge Raad of van een gerechtshof, is in daartoe leidende gevallen van</al><al> overeenkomstige toepassing op prejudiciéle beslissingen van het Hof </al><al> van Justitie van de Europese Gemeenschappen alsmede op rechterlijke </al><al> uitspraken van dit Hof en andere supranationale colleges.</al></li></lijst><al>Artikel 7 Inwerkingtreding en citeertitel</al><lijst><li nr="1."><al>De Beleidsregel ambtshalve vermindering gemeentelijke belastingaansla-</al><al> gen 2000,vastgesteld bij besluit van 29 februari 2000 wordt ingetrokken met </al><al> ingang van het in het tweede lid genoemde tijdstip van inwerkingtreding.</al></li><li nr="2."><al>Deze beleidsregel treedt in werking op 1 januari 2002.</al></li><li nr="3."><al>Deze beleidsregel kan worden aangehaald als: Beleidsregel ambtshalve</al><al> vermindering gemeentelijke belastingaanslagen 2002.</al></li></lijst><al>Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders, gehouden op 4 december 2001.</al><al>De secretaris, De burgemeester,</al><al>Drs. W.J.P. Kok Mr. A.H. Brouwer-Korf</al><al>Bekendmaking is geschied op 19 december 2001. Deze beleidsregel is in </al><al>werking getreden op 1 januari 2002.</al></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>