<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.92--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.91--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR51934_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieverordening monumenten Woudenberg 2001</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Woudenberg</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Woudenberg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Woudenberger, 2 oktober 2001</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieverordening monumenten Woudenberg 2001</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2001-09-27</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2001-10-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieverordening monumenten Woudenberg 2001</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de Gemeente Woudenberg;</al><al>gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 5 juli 2001,</al><al>gelet op het bepaalde in de Gemeentewet;</al><al>overwegende dat het wenselijk is regels te stellen voor het verlenen van
                        subsidie in de kosten van herstel en instandhouding van monumenten in de
                        gemeente Woudenberg;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de <vet>“Subsidieverordening monumenten Woudenberg
                            </vet><vet>2001</vet><vet>”</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>eigenaar</cursief></vet>: degene, die in de
                                    kadastrale registers als eigenaar, dan wel als erfpachter of
                                    opstalhouder staat ingeschreven. Hieronder wordt mede verstaan
                                    een toekomstig eigenaar die in bezit is van een voorlopig
                                    koopcontract.</al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>monument: </cursief></vet>een object dat geplaatst
                                    is op de gemeentelijke monumentenlijst als bedoelt in de
                                    Monumentenverordening gemeente Woudenberg;</al></li><li nr="c."><al><vet><cursief>onderhoud: </cursief></vet>sober en doelmatig uit
                                    te voeren periodieke werkzaamheden, die erop gericht zijn de
                                    bouwkundige staat van een monument in stand te houden of
                                    toekomstig groot onderhoud of restauratie te voorkomen of uit te
                                    stellen;</al></li><li nr="d."><al><vet><cursief>restauratie: </cursief></vet>het op sobere en
                                    doelmatige wijze treffen van voorzieningen tot opheffing van
                                    (bouwtechnische) gebreken, die het normale onderhoud te boven
                                    gaan, noodzakelijk voor de instandhouding van de
                                    cultuurhistorische waarde van het gemeentelijke monument;</al></li><li nr="e."><al><vet><cursief>subsidie</cursief></vet>: geldelijke bijdrage
                                    ineens van de gemeente in de kosten van herstel en instandhouden
                                    van een monument. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><titel>Subsidieplafonds en verdelingsbepaling</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2 </label></kop><al>De gemeenteraad bepaald jaarlijks, tegelijk met het vaststellen van de
                            gemeentebegroting, het bedrag dat gereserveerd wordt voor het toekennen
                            van subsidie voor restauratie en onderhoud van monumenten.</al><al>Burgemeester en wethouders verdelen de voor de verstrekking van subsidie
                            beschikbare bedragen in de volgorde van ontvangst van de aanvragen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 </label></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen toezichthouders aanwijzen die toezicht
                            houden op de naleving van de aan de ontvanger van de subsidie opgelegde
                            verplichtingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 </label></kop><al>Indien de eigenaar zelf werkzaamheden in het kader van restauratie en of
                            onderhoud verricht, zijn diens materiaal kosten wel en diens mensuren
                            (loonkosten) niet subsidiabel tenzij hij de werkzaamheden in het kader
                            van een onderneming heeft verricht</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 2 RESTAURATIE </label></kop><paragraaf><kop><label>Grondslag en werkingssfeer</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 5 </label></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de eigenaar van een
                                        gemeentelijk monument subsidie verlenen ter tegemoetkoming
                                        in de door burgemeester en wethouders vast te stellen
                                        subsidiabele kosten van het restaureren van het casco
                                        alsmede van de overige in de monumentenlijst nader
                                        omschreven monumentale onderdelen van dat monument.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het derde lid bedraagt de
                                        subsidie als bedoeld in het eerste lid 40 % van de door
                                        burgemeester en wethouders vast te stellen subsidiabele
                                        restauratiekosten, tot een maximaal subsidiebedrag van f
                                        10.000, -- (€ 4.537,80) per monument per kalenderjaar.</al></li><li nr="3."><al>Indien kosten van de restauratie op grond van een
                                        verzekering worden gedekt, worden de verzekeringspenningen
                                        op de subsidie in mindering gebracht.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Het aanvragen van restauratiesubsidie</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 6 </label></kop><al>De aanvraag om een restauratiesubsidie dient vergezeld te zijn
                                van:</al><lijst><li nr="a."><al>een restauratieplan dat ten minste bestaat uit:</al><lijst><li nr="1."><al>een beschrijving van de technische staat van het
                                                monument, waarin de gebreken van het monument
                                                nauwkeurig vermeld staan;</al></li><li nr="2."><al>tekeningen van de bestaande toestand en tekeningen
                                                waarop de voorgenomen herstelwerkzaamheden of
                                                wijzigingen staan aangegeven;</al></li><li nr="3."><al>een op de onder a bedoelde beschrijving gebaseerd
                                                bestek of gebaseerde werkomschrijving per onderdeel
                                                van de toe te passen constructies, materialen,
                                                afwerkingen en kleuren alsmede van de wijze van
                                                verwerking daarvan;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>een begroting van alle kosten van de restauratie, niet ouder
                                        dan 2 jaar en gespecificeerd in hoeveelheden, uren en
                                        materialen;</al></li><li nr="c."><al>voor zover van toepassing, een bewijs van eigendom door
                                        middel van een authentiek afschrift van de koopakte en een
                                        gewaarmerkt recent uittreksel uit de kadastrale legger;</al></li><li nr="d."><al>voor zover van toepassing een afschrift van de akte van
                                        splitsing;</al></li><li nr="e."><al>voor zover van toepassing een verklaring van de Vereniging
                                        van eigenaren welke bouwdelen gemeenschappelijk dan wel niet
                                        gemeenschappelijk zijn;</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Subsidiabele kosten</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 7 </label></kop><al>Onder de in artikel 5 bedoelde kosten van de voorzieningen worden in
                                elk geval begrepen de door burgemeester en wethouders goedgekeurde
                                bedragen van:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanneemsom;</al></li><li nr="b."><al>de risicoverrekening van loon- en
                                        materiaalprijsstijgingen;</al></li><li nr="c."><al>de kosten van de architect overeenkomstig de SR 1997 en van
                                        de constructeur, voor zover inschakeling hiervan
                                        noodzakelijk is;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>de verschuldigde omzetbelasting, voor zover deze niet kan
                                        worden verrekend;</al></li><li nr="e."><al>eventueel noodzakelijk meerwerk, voor zover vooraf door
                                        burgemeester en wethouders is goedgekeurd;</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Het verlenen van subsidie</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 8 </label></kop><al> Burgemeester en wethouders besluiten binnen 12 weken na ontvangst
                                van een aanvraag omtrent het verlenen van subsidie.</al><al>Zij kunnen het nemen van een besluit met ten hoogste 8 weken te
                                verdagen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9 </label></kop><al>Bij het nemen van hun besluit op de aanvraag om subsidie houden
                                burgemeester en wethouders in ieder geval rekening met:</al><lijst><li nr="a."><al>de esthetische, wetenschappelijke en cultuur-historische
                                        waarde van het monument (uit het oogpunt van
                                        monumentenzorg);</al></li><li nr="b."><al>de bouwtechnische en uiterlijke staat van het object, mede
                                        in relatie tot zijn omgeving;</al></li><li nr="c."><al>het huidige en toekomstige gebruik van het monument.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10 </label></kop><al>De subsidie in de restauratiekosten wordt slechts toegekend
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet met de restauratie is begonnen voordat op de aanvraag
                                        om subsidie is beslist;</al></li><li nr="b."><al>niet binnen een periode van 10 jaar vóór de aanvraag met
                                        geldelijke steun van overheidswege dezelfde voorzieningen
                                        aan het monument zijn getroffen;</al></li><li nr="c."><al>de subsidiabele kosten van de voorzieningen in redelijke
                                        verhouding staan tot het te bereiken kwaliteitsniveau en de
                                        waarde van het monument;</al></li><li nr="d."><al>het restauratieplan sober en doelmatig is;</al></li><li nr="e."><al>de voor het verrichten van de werkzaamheden noodzakelijke
                                        vergunningen zijn verleend;</al></li><li nr="f."><al>het monument na het treffen van de voorzieningen naar het
                                        oordeel van burgemeester en wethouders voldoet aan redelijke
                                        eisen vanuit een oogpunt van monumentenzorg;</al></li><li nr="g."><al>het monument na het treffen van de voorzieningen zal voldoen
                                        aan de eisen die volgens wettelijke voorschriften aan het
                                        pand moeten worden gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11 </label></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een aanvraag die geweigerd wordt
                                op grond van overschrijding van het subsidieplafond aanmerken als
                                een aanvraag per 1 januari van het opvolgende jaar. Voor de bepaling
                                van de volgorde van deze aanvragen is de volgorde van binnenkomst in
                                het oorspronkelijke jaar bepalend.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Verplichtingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 12 </label></kop><al>De subsidie wordt verleend onder de verplichtingen, dat</al><lijst><li nr="a."><al>binnen 26 weken na het besluit tot het verlenen van de
                                        subsidie met de werkzaamheden wordt begonnen;</al></li><li nr="b."><al>de restauratie wordt beëindigd binnen 2 jaar na het besluit
                                        tot het verlenen van subsidie;</al></li><li nr="c."><al>de eigenaar de vervreemding van het monument gedurende de
                                        termijn tussen de verlening en vaststelling van de subsidie
                                        terstond meldt aan burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="d."><al>Aan de door burgemeester en wethouders met controle belaste
                                        personen toegang wordt verleend tot het monument.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 13 </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar is verplicht na afloop van de restauratie het
                                    monument te bewaren en te onderhouden in de staat waarin het
                                    door de restauratie is gebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat de subsidie wordt
                                    verleend onder de verplichting, dat de eigenaar van het monument
                                    na afloop van de restauratie gedurende vijf jaren periodiek door
                                    een deskundige een rapport laat opstellen van de bouwkundige
                                    toestand van dat monument.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Het vaststellen van de restauratiesubsidie</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 14 </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Terstond na de voltooiing van de werkzaamheden, doch uiterlijk
                                    binnen 13 weken na de datum als bedoeld in artikel 12, sub b,
                                    meldt de subsidie-aanvrager schriftelijk aan burgemeester en
                                    wethouders dat de bedoelde werkzaamheden gereed zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gereedmelding is tevens de aanvraag om vaststelling van de
                                    subsidie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een gereedmelding als bedoelt in het eerste lid bevat een
                                    overzicht van de getroffen subsidiabele en niet-subsidiabele
                                    voorzieningen en de daarop betrekking hebbende kosten, met
                                    daarbij rekeningen en betalingsoverzichten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 15 </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag besluiten
                                    burgemeester en wethouders omtrent de beschikking tot
                                    subsidievaststelling</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een besluit als bedoeld in het
                                    eerste lid eenmaal met 8 weken verdagen voor zover de controle
                                    op de juistheid van de aanvraag tot subsidievaststelling daartoe
                                    aanleiding geeft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Uitbetaling geschiedt uitsluitend op een bij de gereedmelding
                                    door eigenaar op te geven bank- of girorekening.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Voorschotten</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 16 </label></kop><al>In daarvoor naar oordeel van burgemeester en wethouders in
                                aanmerking komende gevallen kan op verzoek van een aanvrager, indien
                                50% of meer van de in de aanvraag voorkomende werkzaamheden zijn
                                verricht en akkoord bevonden, een voorschot op de bijdrage in eens
                                worden vertrekt van maximaal 50 % van de toegekende bijdrage. </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 3 ONDERHOUD </label></kop><paragraaf><kop><label>Grondslag en werkingssfeer</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 17 </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de eigenaar van een
                                    gemeentelijk monument een subsidie verlenen voor in het tweede
                                    lid opgesomde onderhoudswerkzaamheden die zijn verricht in het
                                    jaar waarover de subsidie is aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De volgende werkzaamheden komen voor een onderhoudssubsidie in
                                    aanmerking:</al><lijst><li nr="a."><al>aan het dak: het incidenteel vernieuwen van pannen, het
                                            herstellen van leiwerk of herstel en vernieuwing van
                                            rieten daken, het repareren en vernieuwen van zink en
                                            lood en het onderhoud van brand- en
                                            bliksembeveiliging;</al></li><li nr="b."><al>aan schoorstenen: reparaties;</al></li><li nr="c."><al>aan goten en regenafvoeren: het opheffen van
                                            verstoppingen, reparaties en schoonmaak alsmede
                                            werkzaamheden die de waterhuishouding rondom het
                                            monument bevorderen;</al></li><li nr="d."><al>aan gevels: het herstellen van voeg- of pleisterwerk,
                                            reparaties aan natuursteen, baksteen, beton en
                                            houtwerk;</al></li><li nr="e."><al>buitenschilderwerk;</al></li><li nr="f."><al>aan ramen, deuren en kozijnen: reparaties;</al></li><li nr="g."><al>het opstellen van een bouwkundig inspectierapport;</al></li><li nr="h."><al>in de kosten van het lidmaatschap van de Stichting
                                            Monumentenwacht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De onderhoudssubsidie bedraagt maximaal 40 % van de door
                                    burgemeester en wethouders subsidiabel verklaarde kosten van
                                    onderhoud tot een maximaal subsidiebedrag van f 1.000,- (€
                                    453,78) per monument per kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De onderhoudssubsidie ten behoeve van kerkgebouwen,
                                    begraafplaatsen die als gemeentelijk monument zijn aangewezen
                                    bedraagt maximaal 50% van de door burgemeester en wethouders
                                    subsidiabel verklaarde kosten van onderhoud tot een maximaal
                                    subsidiebedrag van f 2.500,- (€ 1.134,45) per monument per
                                    kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De onderhoudssubsidie wordt niet verleend voor zover de kosten
                                    van het onderhoud op grond van een verzekering of anderszins
                                    worden gedekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 18 </label></kop><al>Subsidie wordt slechts verstrekt ten behoeve van een gemeentelijk
                                monument dat naar het oordeel van burgemeester en wethouders in een
                                goede bouwkundige staat verkeert.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>De aanvraag tot vaststelling van de subsidie</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 19 </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag om subsidie wordt door de eigenaar ingediend
                                    uiterlijk 1 april van het jaar volgend op het jaar waarin de
                                    onderhoudswerkzaamheden zijn uitgevoerd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag is vergezeld van de rekeningen van de uitgevoerde
                                    onderhoudswerkzaamheden en de daarop betrekking hebbende
                                    bewijzen van betaling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kennen slechts een bijdrage toe voor
                                    zover de middelen toereikend zijn. </al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 4 SLOTBEPALINGEN </label></kop><artikel><kop><label>Artikel 20 </label></kop><al>Ingeval van niet naleving van een of meer van de voorwaarden als bedoeld
                            in deze verordening kunnen burgemeester en wethouders al naar gelang van
                            de ernst van de overtreding: </al><lijst><li nr="a."><al>een besluit tot verlening en/of vaststelling van subsidie geheel
                                    of gedeeltelijk intrekken;</al></li><li nr="b."><al>reeds betaalde subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen.
                                </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 21 </label></kop><al>De verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij is
                            bekendgemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 22 </label></kop><al>De verordening kan worden aangehaald als "Subsidieverordening
                            gemeentelijke monumenten Woudenberg 2001"</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 27 september 2001.</al></slotformulering><ondertekening>H.Jonkvorst 	J.G.H. Krajenbrink</ondertekening><ondertekening>secretaris	voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting Subsidieverordening gemeentelijke monumenten Woudenberg 2001</label></kop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>In dit artikel zijn de definities opgenomen van begrippen die in de verordening
                    worden gehanteerd.</al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>Om de verordening te kunnen toepassen zijn financiële middelen noodzakelijk die
                    de gemeenteraad jaarlijks bij vaststelling van de begroting maximaal beschikbaar
                    stelt. Indien geen financiële middelen in de gemeentebegroting kunnen worden
                    gereserveerd kan de verordening in dat betreffende jaar niet worden
                    toegepast.</al><al>Lid 2 dient er voor om samen met artikel 11 en artikel 19 lid 3 overschrijdingen
                    van het budget te voorkomen. Hiertoe is bepaald dat alle aanvragen om financiële
                    steun in volgorde van binnenkomst worden afgehandeld en dat daarop alleen kan
                    worden beschikt voor zover het budget daarvoor toereikend is. </al><tussenkop>Artikel 4 </tussenkop><al>Zelfwerkzaamheid van de eigenaar wordt door deze verordening niet gestimuleerd.
                    Hiermee wordt getracht te komen tot een verantwoorde en deskundige uitvoering
                    van de restauratie-werkzaamheden, een monument stelt nu eenmaal ander eisen aan
                    de deskundigheid dan een normaal pand.</al><tussenkop>Artikel 5-16 </tussenkop><al>Van een eigenaar van een monument mag verwacht worden dat hij, net als ieder
                    andere eigenaar, zijn pand in goede staat houdt. Het behoud van monumentale
                    waarden geeft echter vaak aanleiding tot hogere kosten dan het geval geweest zou
                    zijn bij behoud zonder dat met dergelijke waarden rekening hoeft te worden
                    gehouden. Basis van de subsidiering vormen de subsidiabele kosten, deze worden
                    gevormd door de door burgemeester en wethouders als zodanig aangemerkte kosten
                    van de werkzaamheden die verricht moeten worden ten behoeve van de
                    instandhouding van de monumentale waarden. Om de subsidiabele kosten te kunnen
                    bepalen ondergaat het restauratieplan een tweedelige beoordeling, te weten een
                    inhoudelijke en een financieel-technische. Bij de inhoudelijke beoordeling wordt
                    bezien of sprake is van werkzaamheden die de monumentale aspecten betreffen en
                    zo ja of sprake is van onderhoud dan wel restauratie.</al><al>Gekozen is voor een subsidietoezegging en een definitieve subsidievaststelling,
                    nadat de werkzaamheden gereed gemeld zijn en ten genoegen van burgemeester en
                    wethouders zijn uitgevoerd en goedgekeurd zijn. Hiermee kan de kwaliteit van de
                    uit te voeren restauratiewerkzaamheden worden gecontroleerd en beïnvloed.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>De in dit artikel gestelde eisen aan een subsidie aanvraag vormen een leidraad
                    voor zowel de gemeente als de eigenaar met betrekking tot de in te dienen
                    bescheiden om een subsidie-aanvraag te behandelen. Indien gegevens onvoldoende
                    zijn voor de beoordeling van de aanvraag kunnen burgemeester wethouders
                    besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al>De bepaling onder a is opgenomen om de bouwtechnische kwaliteit van de te
                    restaureren onderdelen vooraf te kunnen beoordelen en vast te stellen ter
                    bepaling van de kosten van de voorziening.</al><tussenkop>Artikel 15</tussenkop><al>Dit artikel regelt de uitbetaling en de voorwaarden waaronder de uitbetaling
                    plaats heeft.</al><tussenkop>Artikel 16</tussenkop><al>Omdat eigenaren veelal grote investeringen moeten dien is de mogelijkheid
                    opgenomen om een voorschot uit te keren.</al><tussenkop>Artikel 17-19</tussenkop><al>Onderhoud behelst die werkzaamheden aan monumentale onderdelen die periodiek
                    (bijvoorbeeld in een cyclus van vijf tot tien jaar) aan een gebouw moeten worden
                    verricht om het in constructief gezonde en bruikbare staat te houden, zoals
                    schilderwerk, herstel van goten en daken. Voor zover de kosten hiervan het
                    normaal onderhoud te boven gaan kan subsidie worden versterkt. Het betreft een
                    bijdrage achteraf.</al><al>Volgens dit artikel kan in de kosten, zoals genoemd in artikel 17, een beperkte
                    bijdrage in de kosten voor het onderhoud worden toegekend. Vooralsnog wordt
                    uitgegaan van het plegen van onderhoud aan de buitenzijde van een monument,
                    omdat in de omschrijvingen van monumenten in de meeste gevallen geen inwendige
                    monumentale waarden zijn beschreven. Indien zich uitzonderlijke gevallen
                    voordoen, zoals beschilderde plafonds of wandbespanningen, schouwen, trappen
                    e.d. kan, mits deze voldoende zijn beschreven, een bijdrage worden toegekend. </al><tussenkop>Artikel 20</tussenkop><al>Opgenomen om misbruik van de regeling te voorkomen.</al><gegeven><label>Nota-toelichting</label><dagtekening><datum isodatum="2010-12-03">2010-12-03</datum></dagtekening></gegeven></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>