<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR51878_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gedragscode bestuurlijke integriteit</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Waalre</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Waalre</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gedragscode bestuurlijke integriteit</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/bwbid=BWBR0005416/article=41c">Gemeentewet, art. 41c, lid 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/bwbid=BWBR0005416/article=69">Gemeentewet, art. 69, lid 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/bwbid=BWBR0005416/article=15">Gemeentewet, art. 15, lid 3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-04-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-04-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Gedragscode bestuurlijke integriteit</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR353187_1">Gedragscode politieke ambtsdragers gemeente Waalre</extref>.</al><al>Deze gedragscode geldt voor de burgemeester, de wethouders, de raadsleden, en de raadscommissieleden niet raadsleden zijnde</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Gedragscode bestuurlijke integriteit
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>De raad van de gemeente Waalre</vet>
          </al>
          <al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 maart 2003, nr.
                        26; gelet op artikel, 41 c lid 2, artikel 69 lid 2 en artikel 15 lid 3 van
                        de Gemeentewet</al>
          <al>gezien het advies van de commissie Algemeen en Bestuurlijke Zaken</al>
          <al>
            <vet> Besluit:</vet>
          </al>
          <al>I) Vast te stellen de bij dit besluit behorende gedragscode bestuurlijke
                        integriteit en de daarbij behorende bijlage.</al>
          <al>Aldus besloten in de openbare vergadering van 8 april 2003</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>De raad van de gemeente Waalre,</vet>De griffier, De
                            voorzitter,<vet>GEDRAGSCODE BESTUURLIJKE INTEGRITEIT</vet></al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Deel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Kernbegrippen van bestuurlijke integriteit</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>
              <onderstreept>Dienstbaarheid</onderstreept>Het handelen van een
                            bestuurder is altijd en volledig gericht op het belang van de gemeente
                            en op de organisaties en burgers die daar onderdeel van uitmaken.</al>
            <al>
              <onderstreept>Onafhankelijkheid </onderstreept>Het handelen van een
                            bestuurder wordt gekenmerkt door onpartijdigheid; geen vermenging met
                            oneigenlijke belangen alsmede iedere schijn van een dergelijke
                            vermenging wordt vermeden.</al>
            <al>
              <onderstreept>Functionaliteit</onderstreept>Het handelen van de
                            bestuurder heeft een herkenbaar verband met de functie die hij vervult
                            in het bestuur</al>
            <al>
              <onderstreept>Openheid</onderstreept>Het handelen van een bestuurder is
                            transparant, opdat optimale verantwoording mogelijk is en de
                            controlerende organen volledig inzicht hebben in het handelen van de
                            bestuurder en zijn beweegredenen daarbij.</al>
            <al>
              <onderstreept>Betrouwbaarheid</onderstreept>Op een bestuurder moet men
                            kunnen rekenen. Die houdt zich aan zijn afspraken. Kennis en informatie
                            waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt, wendt hij aan voor
                            het doel waarvoor die zijn gegeven.</al>
            <al>
              <onderstreept>Zorgvuldigheid</onderstreept>Het handelen van een
                            bestuurder is zodanig dat alle organisaties en burgers op gelijke wijze
                            en met respect worden bejegend en dat belangen van partijen op correcte
                            wijze worden afgewogen.</al>
            <al>Deze kernbegrippen zijn de toetssteen voor de volgende gedragsafspraken.
                            Gedragingen moeten aan deze kernbegrippen getoetst kunnen worden. </al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Deel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Gedragscode bestuurlijke Integriteit</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Algemene bepalingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1.1</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Onder het college wordt verstaan: het college van burgemeester en
                                wethouders.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1.2</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Onder bestuurder wordt verstaan: de burgemeester, de wethouders, de
                                raadsleden en de raadscommissieleden niet raadsleden zijnde.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1.3</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Deze gedragscode geldt voor de burgemeester, de wethouders, de
                                raadsleden en de raadscommissieleden niet raadsleden zijnde.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1.4</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de toepassing
                                niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het college.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1.5</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>De code is openbaar en door derden te raadplegen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1.6</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>De leden van het college en de leden van de raad en
                                raadscommissieleden niet raadsleden ontvangen bij hun aantreden een
                                exemplaar van de code.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Belangenverstrengeling en aanbesteding</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Een bestuurder doet opgave van zijn financiële belangen in
                                ondernemingen en organisaties waarmee de gemeente zakelijke
                                betrekkingen onderhoudt. De opgave is openbaar en door derden te
                                raadplegen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.2</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomt de bestuurder
                                (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke
                                concurrentieverhoudingen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.3</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Een oud-bestuurder wordt het eerste jaar na de beëindiging van zijn
                                ambtstermijn uitgesloten van het tegen beloning verrichten van
                                werkzaamheden voor de gemeente.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Een bestuurder die familie- of vriendschapsbetrekkingen of
                                anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van
                                diensten aan de gemeente, onthoudt zich van deelname aan de
                                besluitvorming over de betreffende opdracht.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.5</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Een bestuurder neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente
                                geen faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie
                                ten opzichte van de aanbieder kan beïnvloeden.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Nevenfuncties</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.1</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Een bestuurder vervult geen nevenfuncties waarbij strijdigheid is of
                                kan zijn met het belang van de gemeente.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.2</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Een bestuurder maakt melding van al zijn nevenfuncties waarbij
                                tevens wordt aangegeven of de functie wel of niet bezoldigd is. Deze
                                gegevens worden openbaar gemaakt.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.3</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>De kosten die een bestuurder maakt in verband met een nevenfunctie
                                uit hoofde van het ambt (q.q.-nevenfunctie), worden vergoed door de
                                instantie waar de nevenfunctie wordt uitgeoefend.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.4</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Een bestuurder die een nevenfunctie wil vervullen anders dan uit
                                hoofde van het ambt, bespreekt dit voornemen in het college. Daarbij
                                komt tevens aan de orde hoe wordt gehandeld met betrekking tot
                                eventuele vergoedingen en de te maken kosten.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.5</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Een raadscommissielid, niet raadslid zijnde legt alvorens zijn
                                functie te kunnen uitoefenen, in handen van de voorzitter van de
                                Raad, de volgende eed (verklaring en belofte) af:<cursief>“Ik zweer
                                    (verklaar ) dat ik om tot lid van een raadscommissie benoemd te
                                    worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of
                                    voorstel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.Ik
                                    zweer (verklaar of beloof) dat ik, om iets in de functie van
                                    raadscommissielid te doen of te laten, rechtstreeks noch
                                    middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal
                                    aannemen.Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de
                                    Grondwet dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten
                                    als lid van de raadscommissie naar eer en geweten zal
                                    vervullen.Zo waarlijk helpe mij God almachtig!”(“Dat verklaar en
                                    beloof ik!’) </cursief></al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Informatie</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.1</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Een bestuurder gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover
                                hij uit hoofde van zijn ambt beschikt. Hij verstrekt geen geheime
                                informatie.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.2</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Een bestuurder houdt geen informatie achter, tenzij deze geheim of
                                vertrouwelijk is en het niet geven van informatie mogelijk is op
                                grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.3</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Een bestuurder maakt niet ten eigen bate of van zijn persoonlijke
                                betrekkingen gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen
                                informatie.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Aannemen van geschenken</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Geschenken en giften die een bestuurder uit hoofde van zijn functie
                                ontvangt, worden gemeld en geregistreerd en zijn eigendom van de
                                gemeente. Er wordt een gemeentelijke bestemming voor gezocht.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.2</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Indien een bestuurder geschenken of giften ontvangt die een waarde
                                van minder dan 50 euro vertegenwoordigen, kunnen deze in afwijking
                                van het bovenstaande worden behouden en behoeven ze niet te worden
                                gemeld en geregistreerd.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Bestuurlijke uitgaven</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6.1</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Uitgaven worden uitsluitend vergoed als de hoogte en de
                                functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6.2</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Ter bepaling van de functionaliteit van bestuurlijke uitgaven worden
                                de volgende criteria gehanteerd.- Met de uitgave is het belang van
                                de gemeente gedienden- De uitgave vloeit voort uit de functie</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Declaraties</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>7.1</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>De bestuurder declareert geen kosten die reeds op andere wijze
                                worden vergoed.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>7.2</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Declaraties worden afgewikkeld volgens een daartoe vastgestelde
                                administratieve procedure.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>7.3</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Een declaratie wordt ingediend door middel van een daartoe
                                vastgesteld formulier. Bij het formulier wordt een betalingsbewijs
                                gevoegd en op het formulier wordt de functionaliteit van de uitgave
                                vermeld.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>7.4</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Gemaakte kosten worden binnen een maand gedeclareerd. Eventuele
                                voorschotten worden voorzover mogelijk binnen een maand
                                afgerekend.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>7.5</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>De gemeentesecretaris respectievelijk de griffier is
                                verantwoordelijk voor een deugdelijke administratieve afhandeling en
                                registratie van declaraties. Declaraties van bestuurders worden
                                administratief afgehandeld door een daartoe aangewezen
                                ambtenaar.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>7.6</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>In geval van twijfel omtrent een declaratie, wordt deze voorgelegd
                                aan de burgemeester. Zonodig wordt de declaratie ter besluitvorming
                                aan het college voorgelegd.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Creditcards</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>8.1</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Het gebruik van creditcards van gemeentewege is niet toegestaan</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Gebruik van gemeentelijke voorzieningen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>9.1</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Gebruik van gemeentelijke eigendommen of voorzieningen voor
                                privé-doeleinden is niet toegestaan.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>9.2</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Bestuurders kunnen op basis van een overeenkomst ter zake voor
                                zakelijk gebruik een mobiele telefoon (met een gelimiteerd aantal
                                belminuten ) en computer in bruikleen ter beschikking krijgen.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Buitenlandse (dienst)reizen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>10.1</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>De burgemeester en de wethouders die het voornemen hebben een
                                buitenlandse dienstreis te maken, hebben toestemming nodig van het
                                college van B&amp;W. De gemeenteraad wordt van het besluit op de
                                hoogte gesteld.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>10.2</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Raadsleden en raadscommissieleden niet raadsleden zijnde die het
                                voornemen hebben een buitenlandse dienstreis te maken, hebben
                                toestemming nodig van de voorzitter van de raad. Het college van
                                B&amp;W wordt van het besluit op de hoogte gesteld.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>10.3</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Een bestuurder die het voornemen van een buitenlandse dienstreis
                                meldt, verschaft informatie over het doel van de reis, de
                                bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het
                                gezelschap en de geraamde kosten.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>10.4</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Uitnodigingen voor reizen, werkbezoeken en dergelijke op kosten van
                                derden worden altijd besproken in het college en onder meer getoetst
                                op het risico van belangenverstrengeling. Het gemeentelijk belang
                                van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>10.5</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Van de reis wordt een verslag opgesteld. Buitenlandse reizen worden
                                vermeld in een jaarverslag.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>10.6</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Het ten laste van de gemeente meereizen van de partner van een
                                bestuurder is uitsluitend toegestaan wanneer dit gebeurt op
                                uitnodiging van de ontvangende partij en het belang van de gemeente
                                daarmee gediend is. Het meereizen van de partner wordt bij de
                                besluitvorming van het college betrokken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>10.7</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Het anderszins meereizen van derden op kosten van de gemeente is
                                niet toegestaan. Het meereizen van derden op eigen kosten is
                                toegestaan en wordt in dat geval bij de besluitvorming van het
                                college betrokken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>10.8</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Het verlengen van een buitenlandse dienstreis voor privé-doeleinden
                                is toegestaan, mits dit is betrokken bij de besluitvorming van het
                                college. De extra reis- en verblijfkosten komen volledig voor
                                rekening van de bestuurder.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>10.9</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>De in verband met de buitenlandse dienstreis gedane functionele
                                uitgaven worden vergoed conform de geldende regelingen. Uitgaven
                                worden vergoed voorzover zij redelijk en verantwoord worden
                                geacht.Waalre, 8 april 2003</al>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <bijlage>
        <kop>
          <label>ONKOSTENVERGOEDINGEN</label>
          <nr>1</nr>
          <titel/>
        </kop>
        <al>
          <vet>Behorende bij de gedragscode bestuurlijke integriteit</vet>
        </al>
        <al>
          <vet>1. Opbouw onkostenvergoedingen</vet>
        </al>
        <al>Naast vergoedingen voor nader aangeduide kosten zoals reis- en verblijfkosten,
                    hebben de ambtsdragers aanspraak op een vaste (forfaitaire) onkostenvergoeding.
                    Bij de opbouw van de vaste of forfaitaire onkostenvergoedingen voor
                    gemeentebestuurders zijn de volgende kostencomponenten gehanteerd:</al>
        <al>A. RepresentatieRepresentatie (koffie, thee, hapjes, drankjes, etentjes met
                    zakelijke relaties, attenties e.d.). Tevens worden onder deze categorie begrepen
                    de noodzakelijke kosten voor de representatie die door de partner worden gemaakt
                    in verband met de functieuitoefening als politieke ambtsdrager. Voorbeelden zijn
                    uitgaven en (reis)kosten verbonden aan bezoeken van zieken, bejaarden,
                    100-jarigen en het bijwonen van georganiseerde activiteiten, bijeenkomsten en
                    recepties.B. VakliteratuurUitgaven voor (abonnementen voor) vakliteratuur,
                    losbladige uitgaven, naslagwerken.C. Contributies
                    (verenigingen)Contributies/lidmaatschappen: lidmaatschap vakbond,
                    belangenvereniging, beroepsvereniging, bestuurdersvereniging e.d.D.
                    TelefoonkostenDe kosten van zakelijke gesprekken waaronder ook van de mobiele
                    telefoon. De kosten van telefoonabonnementen vallen niet onder de vaste
                    kostenvergoeding.E. Bureaukosten en porti.Pennen, potloden, papier, zakelijke
                    agenda e.d. tevens de kosten voor het verzenden van post en het kopiëren van
                    stukken.F. GiftenZakelijke giften die de politieke ambtsdrager louter als
                    zodanig doet, en die men als privé-persoon niet zou hebben gedaan, aan
                    inzamelingsacties, collectes e.d. (in de regel voor plaatselijke en/of regionale
                    doeleinden). Giften aan een politieke partij of verkiezingscampagne maken hier
                    geen deel van uit. G. FractiekostenBijdragen in de kosten van fractieassistenten
                    en secretariaat, fractieweekend.H. Representatieve ontvangsten aan huisHieronder
                    vallen de kosten verbonden aan ontvangsten in de eigen woning die direct verband
                    houden met de uitoefening van het ambt in het eigen huis (consumptieve
                    verstrekkingen e.d.).I. ExcursiesExcursies die worden gevolgd ten behoeve van de
                    uitoefening van het politieke ambt (inclusief reis- en verblijfskosten).</al>
        <al>De daadwerkelijke samenstelling van de vergoedingen en de hoogte van de bedragen
                    verschilt voor de diverse categorieën gemeentebestuurders.</al>
        <al>
          <vet>2. Fiscale aspecten</vet>
        </al>
        <al>Voor de belastingheffing wordt de beloning (bezoldiging of vergoeding voor de
                    werkzaamheden) in aanmerking genomen hetzij als belastbaar loon (ingeval van
                    werknemerschap), hetzij als belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden
                    (ingeval van niet-werknemerschap). Dit onderscheid is van belang voor de
                    mogelijkheden om onbelaste vergoedingen te ontvangen dan wel beroepskosten te
                    kunnen aftrekken. Bij de fiscale behandeling van vaste kostenvergoedingen is er
                    onderscheid tussen de groep die in (fictieve) dienstbetrekking staat
                    (werknemers) en zij die geen dienstbetrekking hebben (niet-werknemers). De
                    mogelijkheid van aftrekbare kosten bestaat niet voor werknemers. Niet-werknemers
                    hebben de mogelijkheid van aftrekbare kosten, maar komen niet in aanmerking voor
                    een onbelaste vergoeding.Burgemeesters en commissarissen zijn in
                    dienstbetrekking. Wethouders, gedeputeerden en raads- en statenleden zijn niet
                    in dienstbetrekking, maar kunnen voor de loonbelasting opteren en worden in dat
                    geval fiscaal als werknemer aangemerkt (fictief werknemerschap).</al>
        <al>Belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden is het gezamenlijk bedrag van het
                    resultaat uit een of meer werkzaamheden die geen belastbare winst of belastbaar
                    loon genereren. Onder deze categorie inkomsten valt hetgeen ambtsdragers
                    genieten indien zij niet (fictief) als werknemer worden aangemerkt. Bij
                    resultaat uit overige werkzaamheden zijn eventuele (vaste) vergoedingen
                    integraal als inkomen belast. Beroepskosten kunnen echter, met inachtneming van
                    een aantal wettelijke beperkingen en normeringen langs dezelfde regels als
                    ondernemers, in mindering op het belastbare resultaat worden gebracht. Genieters
                    van resultaat uit overige werkzaamheden hebben evenals ondernemers een
                    wettelijke administratieverplichting.</al>
        <al>De bestuurders die in dienstbetrekking fungeren en zij die voor het fictief
                    werknemerschap hebben geopteerd ontvangen de vaste onkostenvergoedingen
                    gebruteerd. Dat betekent dat het bedrag van de vergoeding is verhoogd in verband
                    met verschuldigde belasting. De brutering heeft dus geen betrekking op de
                    categorieën ambtsdragers die niet onder het loonbelastingregime vallen en
                    hiervoor ook niet hebben geopteerd. Dit vloeit voort uit de bovengenoemde
                    aftrekmogelijkheden van betrokkenen van de werkelijk gemaakte kosten.</al>
        <al>
          <vet>Loon in natura</vet>
        </al>
        <al>Het verstrekken van voorzieningen kan fiscale consequenties hebben. Niet alleen
                    beloning in geld, maar ook voordelen en goederen in natura worden fiscaal als
                    inkomen aangemerkt. Beloningen in natura worden belast naar de waarde in het
                    economisch verkeer. De belaste waarde blijft echter beperkt tot het bedrag van
                    de besparing als het gaat om goederen die worden gebruikt bij het vervullen van
                    de dienstbetrekking. Het bedrag van de besparing wordt bepaald aan de hand van
                    het bestedingspatroon personen die in vergelijkbare omstandigheden verkeren.
                    Lunches en diners met relaties van de gemeente of de provincie worden als
                    onbelast geaccepteerd. Indien er regelmatig een lunch of diner wordt verstrekt
                    niet voorvloeiend uit de functie en het belang van gemeente, is er sprake van
                    een privé-besparing. In dat geval bevat de verstrekking fiscaal gezien een
                    inkomensbestanddeel. In deze situatie zou de betrokken bestuurder voor de
                    verstrekking een vergoeding dienen te betalen. Privé-voordeel of -gebruik van in
                    natura verstrekte voorzieningen wordt als inkomen belast. Zo zal er bij
                    bijvoorbeeld bij het privé-gebruik van de dienstauto een fiscale bijtelling
                    plaatsvinden (de zogenoemde autokostenfictie). Indien de werkgever een auto ter
                    beschikking stelt gaat de fiscus er overigens van uit dat ook sprake is van
                    privé-gebruik, tenzij tegenbewijs wordt geleverd (sluitende
                    rittenadministratie). Er zijn tevens fiscale regelingen gericht op het gebruik
                    van (mobiele) telefoons.</al>
        <al>Waalre, 8 april 2003</al>
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>