<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR51853_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening wet maatschappelijke ondersteuning</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Loppersum</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Loppersum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ommelander Courant, 18-07-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening WMO gemeente Loppersum</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">gemeentewet; artikel 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">wet maatschappelijke ondersteuning; artikel 4</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-07-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-08-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-08-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 24, lid 2</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening wet maatschappelijke ondersteuning</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>VERORDENING WMO </vet><vet>GEMEENTE
                        LOPPERSUM</vet></al><al/><al>Vastgesteld: 18 september 2006</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 5 september
                        2006;</al><al/><al>gelet op artikel 4 van de Wet maatschappelijke ondersteuning en gelet op
                        artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al/><al>overwegende dat het noodzakelijk is om beperkingen die een persoon
                        ondervindt in zijn zelfredzaamheid en participatie bedoeld in artikel 1,
                        eerste lid, onder e, onderdeel 4, 5 en 6 van de Wet maatschappelijke
                        ondersteuning te compenseren;</al><al/><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al/><al>vast te stellen de volgende:</al><al><vet>“VERORDENING WET MAATSCHAPPELIJKE</vet><vet>
                        ONDERSTEUNING”.</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt
                            verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning;</al></li><li nr="b."><al>Aanvrager; een persoon die aanspraak maakt op een van de
                                    voorzieningen als bedoeld in artikel 1, eerste lid , onder e,
                                    onderdeel 4, 5 of 6 van de wet.</al></li><li nr="c."><al>Compensatieplicht: de algemene verplichting aan het
                                    gemeentebestuur om personen met aantoonbare beperkingen op grond
                                    van ziekte of gebrek door het treffen van voorzieningen een
                                    gelijkwaardige uitgangspositie te verschaffen zodat zij
                                    zelfredzaam zijn en in staat tot maatschappelijke
                                    participatie;</al></li><li nr="d."><al>Beperkingen: moeilijkheden die een persoon heeft met het
                                    uitvoeren van activiteiten;</al></li><li nr="e."><al>Persoon met beperkingen: een persoon die ten gevolge van ziekte
                                    of gebrek aantoonbare beperkingen ondervindt bij het uitvoeren
                                    van activiteiten op het gebied van het voeren van het
                                    huishouden, bij het normale gebruik van de woning; bij het
                                    verplaatsen in en om de woning, bij het zich lokaal verplaatsen
                                    per vervoermiddel en bij het ontmoeten van medemensen en het op
                                    basis daarvan aangaan van sociale verbanden;</al></li><li nr="f."><al>Mantelzorger: een persoon, die mantelzorg verleent als bedoeld
                                    in artikel 1, lid 1, onder b. van de wet.;</al></li><li nr="g."><al>Zelfredzaamheid: het lichamelijk, verstandelijk, geestelijk of
                                    financiële vermogen om voorzieningen te treffen die deelname aan
                                    het normale maatschappelijke verkeer mogelijk maken;</al></li><li nr="h."><al>Maatschappelijke participatie: normale deelname aan het
                                    maatschappelijke verkeer, te weten het voeren van een
                                    huishouden, het normale gebruik van de woning; het zich in en om
                                    de woning verplaatsen; het zich zodanig verplaatsen dat
                                    aansluiting wordt gevonden bij regionale, bovenregionale en
                                    landelijke vervoersystemen; het ontmoeten van andere mensen en
                                    het aangaan en onderhouden van sociale verbanden om op die manier
                                    deel te nemen aan het lokale maatschappelijke leven;</al></li><li nr="i."><al>Eigen bijdrage of eigen aandeel in de kosten: een door het
                                    college van burgemeester en wethouders vast te stellen bijdrage,
                                    die bij de verstrekking van een voorziening in natura, een
                                    financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget betaald
                                    moet worden en waarop de regels van het Besluit maatschappelijke
                                    ondersteuning van toepassing zijn;</al></li><li nr="j."><al>Voorziening in natura: een voorziening die in eigendom, in
                                    bruikleen, in huur of in de vorm van persoonlijke
                                    dienstverlening wordt verstrekt;</al></li><li nr="k."><al>Persoonsgebonden budget: een geldbedrag waarmee de aanvrager een
                                    of meer aan hem te verlenen voorzieningen kan verwerven en
                                    waarop de in deze verordening en het Besluit maatschappelijke
                                    ondersteuning te stellen regels van toepassing zijn;</al></li><li nr="l."><al>Financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van
                                    een voorziening welke kan worden afgestemd op het inkomen van de
                                    aanvrager.</al></li><li nr="m."><al>Algemeen gebruikelijk: naar geldende maatschappelijke normen tot
                                    het gangbare gebruiksdan wel bestedingspatroon van een persoon
                                    als de aanvrager behorend;</al></li><li nr="n."><al>Meerkosten: kosten van een mogelijk krachtens de wet te verlenen
                                    voorziening, voorzover dit deel van de kosten uitgaat boven voor
                                    die persoon als algemeen gebruikelijk te beschouwen kosten van
                                    een dergelijke voorziening;</al></li><li nr="o."><al>Huisgenoot: Iedere meerderjarige met wie de aanvrager duurzaam
                                    gemeenschappelijk een woning bewoont. Van een gezamenlijke
                                    huishouding is sprake indien meerdere personen hun hoofdverblijf
                                    in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor
                                    elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten
                                    van de huishouding dan wel anderszins.</al></li><li nr="p."><al>Budgethouder: een persoon aan wie ingevolge deze verordening een
                                    persoonsgebonden budget is toegekend en die aan het college
                                    verantwoording over de besteding van het persoonsgebonden budget
                                    verschuldigd is.</al></li><li nr="q."><al>Voorliggende voorziening; een voorziening die, gezien haar aard
                                    en haar doel, wordt geacht voor de aanvrager toereikend en
                                    passend te zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Beperkingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een voorziening kan slechts worden toegekend voorzover:</al><lijst><li nr="a."><al>deze langdurig noodzakelijk is om de beperkingen op het
                                            gebied van het voeren van het huishouden, het
                                            verplaatsen in en om de woning, het zich lokaal
                                            verplaatsen per vervoermiddel en bij het ontmoeten van
                                            medemensen en op basis daarvan sociale verbanden aangaan
                                            op te heffen of te verminderen;</al></li><li nr="b."><al>deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de
                                            goedkoopst adequate voorziening kan worden
                                            aangemerkt;</al></li><li nr="c."><al>deze in overwegende mate op het individu is
                                            gericht.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Geen voorziening wordt toegekend:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de voorziening voor een persoon als de aanvrager
                                            algemeen gebruikelijk is;</al></li><li nr="b."><al>indien de aanvrager niet woonachtig is in de gemeente
                                            Loppersum;</al></li><li nr="c."><al>voor zover de ondervonden problemen bij het
                                            normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard
                                            van de in de woning gebruikte materialen;</al></li><li nr="d."><al>voor zover de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op
                                    een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale
                                    woningbouw;</al></li><li nr="e."><al>voor zover er aan de zijde van de aanvrager geen sprake is van
                                    aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie
                                    voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor de
                                    voorziening wordt aangevraagd;</al></li><li nr="f."><al>voorzover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de
                                    aanvrager voorafgaand aan het moment van beschikken heeft
                                    gemaakt;</al></li><li nr="g."><al>indien een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking
                                    heeft reeds eerder krachtens deze, danwel krachtens de aan deze
                                    verordening voorafgaande Verordening voorzieningen gehandicapten
                                    is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de
                                    voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder vergoede of
                                    versterkte voorziening verloren is gegaan als gevolg van
                                    omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te
                                    rekenen.</al></li><li nr="h."><al>indien aanspraak bestaat op een voorliggende voorziening.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>VORM VAN TE VERSTREKKEN INDIVIDUELE VOORZIENINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Keuze vrijheid</titel></kop><al>Een individuele voorziening kan verstrekt worden in natura, als
                            financiële tegemoetkoming en als persoonsgebonden budget. Het college
                            stelt vast in welke situaties de keuze tussen deze voorzieningen wordt
                            geboden aan de hand van de in het Besluit maatschappelijke ondersteuning
                            gemeente Loppersum neergelegde criteria.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voorziening in natura</titel></kop><al>Indien een voorziening in natura wordt verstrekt is de
                            bruikleenovereenkomst, huurovereenkomst of dienstverleningsovereenkomst
                            tussen de leverancier en de aanvrager of tussen de gemeente en de
                            gebruiker van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Financiële tegemoetkoming</titel></kop><al>Bij verstrekking van een financiële tegemoetkoming worden de
                            toepasselijke voorwaarden zoals genoemd in het Besluit maatschappelijke
                            ondersteuning gemeente Loppersum in de beschikking opgenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Persoonsgebonden budget</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op het persoonsgebonden budget zoals genoemd in artikel 6 van de
                                    wet, zijn de volgende voorwaarden van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>een persoonsgebonden budget wordt alleen verstekt ten
                                            aanzien van individuele voorzieningen;</al></li><li nr="b."><al>de omvang van het persoonsgebonden budget is de
                                            tegenwaarde van de in de betreffende situatie goedkoopst
                                            adequate te verstrekken voorziening in natura, indien
                                            nodig aangevuld met een vergoeding voor
                                            instandhoudingskosten, zoals vastgelegd in het Besluit
                                            maat-schappelijke ondersteuning gemeente Loppersum;</al></li><li nr="c."><al>de wijze waarop het persoonsgebonden budget wordt
                                            vastgesteld wordt door het college vastgelegd in het
                                            Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente
                                            Loppersum;</al></li><li nr="d."><al>op het persoonsgebonden budget is de Overeenkomst
                                            persoonsgebonden budget gemeente Loppersum van
                                            toepassing.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De toekenning van het te verstrekken persoonsgebonden budget, de
                                    omvang en de looptijd ervan worden bij beschikking
                                    vastgesteld.</al></li><li nr="3."><al>Bij de beschikking wordt een program van eisen verstrekt waarin
                                    aangegeven is aan welke vereisten de met het persoonsgebonden budget te verwerven voorziening
                            dient te voldoen.</al></li><li nr="4."><al>Na verzending van de beschikking wordt het persoonsgebonden budget ter
                            beschikking gesteld door storting op de rekening van de aanvrager.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan steekproefsgewijs nagaan of het verstrekte
                                    persoonsgebonden budget besteed is aan het doel waarvoor het
                                    verstrekt is. De budgethouder is verplicht de daarvoor
                                    noodzakelijke stukken, zoals genoemd in het Besluit
                                    maatschappelijke ondersteuning gemeente Loppersum, op verzoek
                                    van het college per omgaande te verstrekken.</al></li><li nr="6."><al>Na ontvangst van de in het vorige lid bedoelde bescheiden wordt
                                    door het college beoordeeld of er aanleiding bestaat het
                                    persoonsgebonden budget geheel of ten dele terug te vorderen of
                                    te verrekenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Eigen bijdragen en eigen aandeel</titel></kop><al>Bij het verstrekken van individuele voorzieningen op grond van de wet
                            kan de aanvrager een eigen bijdrage verschuldigd zijn, of wordt de
                            financiële tegemoetkoming afgestemd op het inkomen. Het college legt in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente
                            Loppersum de omvang van deze eigen inbreng vast.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>HULP BIJ HET HUISHOUDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Hulp bij het huishouden</titel></kop><al>De door het college, ter compensatie van beperkingen ten gevolge van
                            ziekte of gebrek bij het voeren van een huishouden te verstrekken
                            voorziening kan bestaan uit:</al><lijst><li nr="1."><al>Vormen van hulp bij het huishouden:</al><lijst><li nr="a."><al>Huishoudelijke verzorging 1;
                                            schoonmaakwerkzaamheden.</al></li><li nr="b."><al>Huishoudelijke verzorging 2; schoonmaakwerkzaamheden met
                                            andere lichte ondersteuning in de huishouding.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Verstrekking van hulp bij het huishouden kan toegekend worden
                                    door middel van:</al><lijst><li nr="a."><al>hulp bij het huishouden in natura;</al></li><li nr="b."><al>een persoonsgebonden budget te besteden aan hulp bij het
                                            huishouden.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Toekenning van hulp bij het huishouden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e.
                                    onderdeel 4, 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 8 onder
                                    lid 1 vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek
                                            of;</al></li><li nr="b."><al>problemen bij het uitvoeren van de mantelzorg;</al></li></lijst></li></lijst><al>het zelf uitvoeren van één of meer huishoudelijke taken onmogelijk maken
                            en de hulp bij het huishouden dit snel en adequaat kan oplossen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Gebruikelijke zorg</titel></kop><al>In afwijking van het gestelde in artikel 9 komt een aanvrager niet in
                            aanmerking voor hulp bij het huishouden indien de aanvrager deel
                            uitmaakt van een gezamenlijke huishouding, bestaande uit één of meerdere
                            personen die wel in staat zijn het huishoudelijke werk te
                            verrichten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Omvang van de hulp bij het huishouden</titel></kop><al>De omvang van de voorziening huishoudelijke verzorging wordt uitgedrukt
                            in klassen, waarbij de volgende klassen met de daarbij behorende uren
                            kunnen worden toegekend:</al><al>Klasse 1, 0 tot en met 1,9 uur per week; Klasse 2, 2 tot en met 3,9 uur
                            per week; Klasse 3, 4 tot en met 6,9 uur per week; Klasse 4, 7 tot en
                            met 9,9 uur per week; Klasse 5, 10 tot en met 12,9 uur per week; Klasse
                            6, 13 tot en met 15,9 uur per week.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Omvang van het persoonsgebonden budget</titel></kop><al>De bedragen die per klasse in de vorm van een persoonsgebonden budget
                            worden verstrekt, worden jaarlijks door het college vastgesteld en
                            vastgelegd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente
                            Loppersum.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>WOONVOORZIENINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Het recht op een woonvoorziening</titel></kop><al>De aanvrager als bedoeld in artikel 1 onder e kan voor een
                            woonvoorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare
                            beperkingen op grond van ziekte of gebrek het normale gebruik van de
                            woning belemmeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Woonvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De door het college, ter compensatie van beperkingen bij het voeren
                                van een huishouden, te verstrekken woonvoorziening kan bestaan
                                uit:</al><lijst><li nr="a."><al>verhuis- en inrichtingskostenvergoeding;</al></li><li nr="b."><al>woningaanpassing;</al></li><li nr="c."><al>roerende woonvoorziening (woonvoorziening van
                                        niet-bouwkundige of woontechnische aard);</al></li><li nr="d."><al>uitraasruimte;</al></li><li nr="e."><al>onderhoud, keuring en reparatie;</al></li><li nr="f."><al>tijdelijke huisvesting;</al></li><li nr="g."><al>huurderving;</al></li><li nr="h."><al>verwijderen woonvoorziening;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De woonvoorzieningen kunnen worden verstrekt in natura, als PGB, en
                                als financiële tegemoetkoming.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan aan de eigenaar van de woning niet zijnde de
                                aanvrager een financiële tegemoetkoming voor de in het eerste lid
                                onder b, e en g. bedoelde woonvoorziening verstrekken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Primaat van de verhuizing</titel></kop><al>Indien een persoon als bedoeld in artikel 13 recht heeft op een
                            woonvoorziening kan een tegemoetkoming in de verhuis- en
                            inrichtingskosten verstrekt worden, ingeval dit de goedkoopst adequate
                            voorziening is en deze verhuist naar een geschikte woning overeenkomstig
                            het sociaal-medisch advies.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Primaat losse woonunit</titel></kop><al>Indien een bouwkundige woonvoorziening bestaat uit een aanbouw aan of
                            een aanzienlijke verbouwing van een woning die niet het eigendom is van
                            een verhuurder, die bereid is de aangepaste woning blijvend ter
                            beschikking te stellen van personen die op basis van aantoonbare
                            beperkingen ten gevolge van ziekte of gebrek behoefte hebben aan een
                            dergelijke woning, zal het college een herplaatsbare losse woonunit
                            verstrekken indien daartegen geen bezwaren van overwegende aard
                            bestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Uitsluitingen</titel></kop><al>De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op het treffen
                            van:</al><lijst><li nr="a."><al>voorzieningen aan hotels/pensions, trekkerswoonwagens,
                                    kloosters, tweede woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen,
                                    kamerverhuur.</al></li><li nr="b."><al>specifiek op gehandicapten en ouderen gerichte woongebouwen voor
                                    wat betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten of
                                    voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder
                                    noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen worden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Hoofdverblijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een woonvoorziening wordt slechts verleend indien de aanvrager zijn
                                hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woonruimte waaraan de
                                voorziening wordt getroffen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan een
                                woonvoorziening getroffen worden voor het bezoekbaar maken van één
                                woonruimte indien de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft in een
                                AWBZ-instelling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bezoekbaar te maken woning / aan te passen woning moet in de
                                gemeente Loppersum staan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De woonvoorziening betreft slechts het bezoekbaar maken van de in
                                het tweede lid bedoelde woonruimte met een door het college in het
                                Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente vast te leggen
                                maximumbedrag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onder bezoekbaar maken wordt uitsluitend verstaan dat de aanvrager
                                de woonruimte, de woonkamer en een toilet kan bereiken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Beperkingen</titel></kop><al>De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk wordt
                            geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van
                            een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning ten
                            gevolg van ziekte of gebrek geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden
                            aanwezig was;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op
                            dat moment beschik-bare meest geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren schriftelijk
                            toestemming is verleend door het college;</al></li><li nr="c."><al>deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke
                                    ruimten anders dan automatische deuropeners, hellingbanen en
                                    extra trapleuningen;</al></li><li nr="d."><al>de aanvrager voor het eerst zelfstandig gaat wonen;</al></li><li nr="e."><al>de gehandicapte verhuisd is vanuit of naar een woonruime die
                                    niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden;</al></li><li nr="f."><al>de gehandicapte verhuisd is naar een AWBZ-instelling of een
                                    andere instelling gericht op het verstrekken van zorg;</al></li><li nr="g."><al>in de verlaten woonruimte geen problemen met het normale gebruik
                                    van de woning zijn ondervonden, tenzij het een verhuizing naar
                                    een ADL-woning betreft;</al></li><li nr="h."><al>de verhuizing heeft plaatsgevonden voordat burgemeester en
                                    wethouders schriftelijk op de aanvraag hebben beschikt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Terugbetaling bij verkoop</titel></kop><al>De eigenaar-bewoner, die krachtens deze verordening een woonvoorziening
                            heeft ontvangen die leidt tot waardestijging van de woning, dient bij
                            verkoop van deze woning binnen een periode van tien jaar na
                            gereedmelding van de voorziening, deze verkoop van de woning onverwijld
                            aan het college te melden. De meerwaarde van de woning dient volgens het
                            in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Loppersum door
                            het college vastgelegde afschrijvingsschema te worden terugbetaald.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>HET ZICH LOKAAL VERPLAATSEN PER VERVOERMIDDEL</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Vervoers voorzieningen</titel></kop><al>De door het college, ter compensatie van beperkingen bij het zich lokaal
                            verplaatsen te verstrekken voorziening kan bestaan uit:</al><lijst><li nr="1."><al>Vormen van vervoersvoorzieningen:</al><lijst><li nr="a."><al>een collectief systeem van aanvullend al dan niet
                                            openbaar vervoer;</al></li></lijst></li></lijst><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="90*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>een voorziening in natura in de vorm van:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1.</al></entry><entry colname="col3"><al>scootmobiel;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>2.</al></entry><entry colname="col3"><al>een ander verplaatsingsmiddel niet zijnde een eigen
                                                auto of bruikleenauto;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>3.</al></entry><entry colname="col3"><al>accessoires behorend bij b. 1. of b. 2.;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>een vergoeding in de tegemoetkoming in de kosten
                                                van:</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="1."><al>gebruik van een bruikleenauto of eigen auto;</al></li><li nr="2."><al>aanpassing van een eigen auto;</al></li><li nr="3."><al>aanschaf of gebruik van een ander verplaatsingsmiddel niet
                                    zijnde een eigen auto of bruikleenauto;</al></li><li nr="4."><al>medisch noodzakelijke begeleiding tijdens het vervoer.</al></li><li nr="2."><al>Verstrekking van vervoersvoorzieningen kan toegekend door middel
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>een collectieve vervoersvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>een vervoersvoorziening in natura;</al></li><li nr="c."><al>een persoonsgebonden budget te besteden aan een
                                            vervoersvoorziening.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Het recht op een vervoer voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, onderdeel
                                5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 21 onder lid 1 vermelde
                                voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare
                                beperkingen op grond van ziekte of gebrek:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruik van het openbaar vervoer of</al></li><li nr="b."><al>het bereiken van het openbaar vervoer onmogelijk maken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan het aantal verplaatsingen van de onder artikel 21
                                lid 2 onder a. genoemde voorziening maximaliseren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan, zo nodig, bepalen dat de aanvrager zich kan doen
                                laten begeleiden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een aanvrager kan een vervoersvoorziening als in artikel 21, onder
                                lid 1. b. sub 1 en 2 n onder c sub 1 t/m 4 vermeld in aanmerking
                                worden gebracht wanneer:</al><lijst><li nr="a."><al>aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek het
                                        gebruik van een collectief systeem zoals bedoeld in het
                                        eerste lid onmogelijk maken dan wel;</al></li><li nr="b."><al>een collectief systeem als bedoeld in het eerste lid niet
                                        aanwezig is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de bij artikel 21 onder b sub 1 en 2 genoemde voorziening
                                geldt, in uitzondering op het gestelde in het vorige lid onder b,
                                dat zij ook in aanvulling op het gebruik van een collectief
                                vervoersysteem als bedoeld in artikel 21 onder a verstrekt kunnen
                                worden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij het vaststellen van de hoogte van de vervoerskostenvergoeding,
                                als bedoeld in artikel 21 onder c sub 1 kan rekening worden gehouden
                                met de individuele vervoersbehoefte van de aanvrager en de mate
                                waarin een collectief vervoersysteem als bedoeld in artikel 21 onder
                                a in de vervoersbehoefte kan voorzien.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Voor zover de behoeften van echtgenoten niet samenvallen, wordt niet
                                meer dan anderhalf maal een enkele voorziening toegekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Het primaat van het collectief vervoer</titel></kop><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, onderdeel 5
                            en 6 van de wet kan voor de in artikel 21, lid 2 onder b en c vermelde
                            voorziening in aanmerking worden gebracht wanneer:</al><al>a.aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek het gebruik van
                            een collectief vervoersysteem als bedoeld in artikel 21, lid 1 onder a, onmogelijk
                            maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Omvang in gebied en in kilometers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de te verstrekken collectieve vervoersvoorziening wordt ten
                            aanzien van de vervoersbehoefte ten behoeve van maatschappelijke
                            participatie uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de
                            directe woon- en leefomgeving in het kader van het leven van alledag,
                            tenzij zich een uitzonderingssituatie voordoet waarbij het gaat om een
                            bovenregionaal contact, dat uitsluitend door de aanvrager zelf bezocht
                            kan worden, terwijl het bezoek voor de aanvrager noodzakelijk is om dreigende vereenzaming te voorkomen en
                            waarbij geen gebruik gemaakt kan worden van een bovenregionale
                            collectieve vervoersvoorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De te verstrekken collectieve vervoersvoorziening zal maatschappelijke
                            participatie bevorderen door middel van lokale verplaatsingen met een
                            maximum omvang per jaar van 2500 kilometer.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>VERPLAATSEN IN EN ROND DE WONING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Rolstoelvoorzieningen</titel></kop><al>De door het college, ter compensatie van beperkingen bij het verplaatsen
                            in en om de woning dan wel voor sportbeoefening te verstrekken
                            voorziening kan bestaan uit:</al><lijst><li nr="1."><al>Vormen van rolstoelvoorzieningen:</al><lijst><li nr="a."><al>een rolstoel voor verplaatsing binnen, dan wel voor
                                            verplaatsing binnen en buiten de woonruimte, dan wel
                                            aanpassingen daaraan;</al></li><li nr="b."><al>een sportrolstoel;</al></li><li nr="c."><al>accessoires behorende bij artikel 25 lid 1 onder a. of
                                            b.;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Een rolstoelvoorziening kan worden toegekend door middel
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>een rolstoelvoorziening in natura;</al></li><li nr="b."><al>een persoonsgebonden budget te besteden aan een
                                            rolstoelvoorziening;</al></li><li nr="c."><al>een persoonsgebonden budget te besteden aan een
                                            sportrolstoel.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Het recht op een rolstoel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, onderdeel
                                5 en 6 van de wet kan voor een rolstoel in aanmerking worden
                                gebracht wanneer de aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of
                                gebrek dagelijks zittend verplaatsen in en om de woning noodzakelijk
                                maken en hulpmiddelen die verstrekt worden op grond van de Algemene
                                Wet Bijzondere Ziektekosten een onvoldoende oplossing bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, onderdeel
                                5 en 6 van de wet kan tevens in aanmerking komen voor een
                                sportrolstoel indien hij of zij zonder sportrolstoel niet in staat
                                is tot sportbeoefening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Wijze van verstrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een rolstoel wordt in bruikleen verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In tegenstelling tot het gestelde in het eerste lid vindt de
                                verstrekking van een sportrolstoel plaats in de vorm van een
                                gemaximeerde vergoeding waarmee voor een periode van drie jaar een
                                rolstoel aangeschaft en onderhouden kan worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Aanspraak op rolstoelvoorzieningen voor A WBZ-bewoners</titel></kop><al>In uitzondering op het gestelde in artikel 27, lid 1 komt een persoon
                            die verblijft in een op grond van artikel 5 van de Wet toelating
                            zorginstellingen erkende instelling uitsluitend voor een rolstoel in
                            aanmerking indien hij geen recht heeft op een rolstoel, verstrekt op
                            grond van de AWBZ.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>HET VERKRIJGEN VAN VOORZIENINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Gebruik aanvraagformulier</titel></kop><al>Een aanvraag dient te worden ingediend door middel van een door het
                            college ter beschikking gesteld formulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Relatie met de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten</titel></kop><al>De aanvraag dient te worden ingediend bij het gemeentelijk zorgloket, in
                            welk loket zowel aanvragen voor voorzieningen betreffende de wet alsook
                            aanvragen zorg inzake de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten kunnen
                            worden ingediend</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Inlichtingen, onderzoek, advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor
                                de beoordeling van het recht op een voorziening, degene door wie een
                                aanvraag is ingediend:</al><lijst><li nr="a."><al>op te roepen in persoon te verschijnen op een door het
                                        college te bepalen plaats en tijdstip en hem te
                                        ondervragen;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college te betalen plaats en tijdstip door
                                        een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen
                                        ondervragen en/of onderzoeken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college vraagt een door hen daartoe aangewezen adviesinstantie
                                om advies indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de gevraagde voorziening om medische redenen wordt
                                        afgewezen;</al></li><li nr="b."><al>het college dat overigens gewenst vindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een aanvrager is verplicht aan het college of de door hen aangewezen
                                adviesinstantie die gegevens te verschaffen of te doen verschaffen
                                die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de advisering zoals genoemd in het eerste lid wordt door de
                                adviseur gebruik gemaakt van de systematiek zoals neergelegd in de
                                International Classification of Functions, Disabilities and
                                Impairments, de zogenaamde ICF classificatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Samenhangende afstemming</titel></kop><al>Om de verkrijging van individuele voorzieningen samenhangend af te
                            stemmen op de situatie van de aanvrager laat het college onderzoek
                            verrichten naar de situatie van de aanvrager.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Wijzigingen in de situatie</titel></kop><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een voorziening is verstrekt,
                            is verplicht aan het college mededeling te doen van feiten en
                            omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van
                            invloed kunnen zijn op het recht op een voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Intrekking van een voorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan een beschikking, genomen op grond van deze
                                    verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken of herzien
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of
                                            krachtens deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat de
                                            gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou
                            zijn genomen;</al></li><li nr="c."><al>er sprake is van een wijziging in de persoonlijke omstandigheden
                                    van de aanvrager.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Een besluit tot verlening van een financiële
                                            tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget kan worden
                                            ingetrokken indien blijkt dat de tegemoetkoming of het
                                            budget binnen zes maanden na uitbetaling niet is
                                            aangewend voor de bekostiging van het middel waarvoor de
                                            verlening heeft plaatsgevonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ingeval een voorziening is ingetrokken kan een basis daarvan reeds
                                uitbetaalde financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget
                                worden teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is
                                ingetrokken kan deze voorziening worden teruggevorderd indien de
                                voorziening is verleend op basis van valselijk verstrekte
                                gegevens</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager
                            afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien toepassing van
                            de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Indexering</titel></kop><al>Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze
                            verordening en het op deze verordening berustende Besluit Wet
                            maatschappelijke ondersteuning gemeente Loppersum geldende bedragen
                            verhogen of verlagen conform de ontwikkelingen van de prijsindex volgens
                            het Centraal Bureau voor de Statistiek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><al>Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt periodiek
                            geëvalueerd. Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft wordt deze
                            verordening aangepast. Het college zendt hiertoe telkens naar aanleiding
                            van de evaluatie aan de gemeenteraad een verslag over de
                            doeltreffendheid en de effectiviteit van de verordening in de
                            praktijk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2007. Per
                            die datum vervalt tevens de Verordening Wvg die op 20 januari 2003 door
                            de raad is vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: <vet>“Verordening WMO gemeente
                                Loppersum”.</vet></al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Loppersum gehouden op 18 september 2006, nr. 10.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>A.Rodenboog, voorzitter. drs. M.E. Greven, griffier.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>