<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR51813_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Subsidieverordening Soest</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Soest</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Soest</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Soester Courant 13 juli 2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Subsidieverordening Soest</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-06-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-02-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB 05-58</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Subsidie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Subsidieverordening Soest</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Soest; </al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 3 juni 2005, nr. RV
                        05-58;</al><al>-gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en de bepalingen van de Algemene
                        wet bestuursrecht;</al><al><vet>b e s l u i t:</vet></al><al>vast te stellen de</al><al><vet><cursief>Algemene Subsidieverordening Soest</cursief></vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="1."><al>wet: Algemene wet bestuursrecht.</al></li><li nr="2."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van
                                    Soest</al></li><li nr="3 "><al>structurele subsidie: een subsidie per boekjaar of aantal
                                    boekjaren verstrekt voor activiteiten zoals </al><al> bedoeld in artikel 4.58 van de wet. Hieronder mede te verstaan
                                    een projectsubsidie, dat wil zeggen </al><al> een meerjarensubsidie voor activiteiten met een einddoel en een
                                    beperkte looptijd.</al></li><li nr="4."><al>incidentele subsidie: een subsidie voor in principe eenmalige en
                                    kortdurende activiteiten.</al></li><li nr="5."><al>investeringssubsidie: een subsidie in de kosten van het
                                    stichten, wijzigen of uitbreiden van</al><al> accommodaties en/of het inrichten hiervan.</al></li><li nr="6."><al>garantiesubsidie: een incidenteel subsidie dat alleen wordt
                                    uitbetaald bij eventuele tekorten door</al><al> onvoorziene omstandigheden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Toepassingsgebied</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing op subsidies voor activiteiten op de
                            volgende beleidsterreinen tenzij een andere wettelijke regeling of
                            gemeentelijke verordening daarin voorziet.</al><al>veiligheid</al><al>verkeer en vervoer</al><al>economie</al><al>natuur en milieu</al><al>wonen en ruimtelijke ordening</al><al>onderwijs en kinderopvang</al><al>zorg en welzijn </al><al>sport, recreatie, kunst en cultuur</al><al>bestuurlijke taken </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bevoegdheid van het college</titel></kop><al>1.Het college is het bevoegd bestuursorgaan met betrekking tot het nemen
                            van beslissingen op grond</al><al> van deze verordening. </al><lijst><li nr="2."><al>Het college kan nadere regels stellen ter uitvoering van deze
                                    verordening.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan voor de uitvoering van de subsidiebeschikking
                                    een overeenkomst sluiten zoals</al><al> bedoeld in artikel 4.36 van de wet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><al>1.Indien in de door de Gemeenteraad vastgestelde begroting of in een
                            daarvan deel uitmakende</al><al> bijlage een post is opgenomen die blijkens de daarbij behorende
                            omschrijving uitsluitend is bestemd </al><al> als subsidie ten behoeve van een bepaalde activiteit, geldt deze
                            begrotingspost als subsidieplafond </al><al> voor die activiteit. </al><al>2.Indien uit de omschrijving, behorend bij een in de begroting of in een
                            daarvan deel uitmakende</al><al> bijlage opgenomen post, niet of niet zonder meer blijkt dat de in het
                            eerste lid bedoelde post </al><al> uitsluitend als subsidie voor een bepaalde activiteit kan worden
                            aangewend, is het college bevoegd </al><al> ten behoeve van de subsidiëring van die activiteit een subsidieplafond
                            vast te stellen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>DE AANVRAAG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Indieningstermijn aanvraag</titel></kop><al>1.De aanvraag voor een structurele subsidie moet vóór 1 april
                            voorafgaand aan het jaar waarvoor het</al><al> subsidie wordt gevraagd schriftelijk worden ingediend bij het
                            college.</al><al>2.De aanvraag voor een incidentele-, investerings- of garantiesubsidie
                            moet tenminste drie maanden</al><al> voor aanvang van de te realiseren activiteit of voorziening worden
                            ingediend.</al><al>3.Het college kan in door haar aan te geven gevallen of categorieën van
                            gevallen een andere datum</al><al> dan is genoemd in lid 1 of 2 vaststellen. Zij maken dit besluit
                            algemeen bekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>In te dienen stukken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij een aanvraag voor een structurele subsidie moeten worden
                                    overgelegd:</al><lijst><li nr="-"><al>een beschrijving van de aard en omvang van de
                                            activiteiten als bedoeld in artikel 4:62 van de</al><al>wet en de daarmee beoogde doelstellingen</al></li><li nr="-"><al>een begroting als bedoeld in artikel 4:63 van de wet van
                                            de aan de activiteiten verbonden</al><al> inkomsten en uitgaven, voorzien van een
                                            toelichting</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij een aanvraag voor een incidentele of garantiesubsidie moeten
                                    worden overgeleg:</al><lijst><li nr="-"><al>een op de activiteit betrekking hebbende begroting,
                                            voorzien van een toelichting waarin de te</al><al> leveren prestaties expliciet worden genoemd.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Bij een aanvraag voor een investeringssubsidie moeten worden
                                    overgelegd:</al><lijst><li nr="-"><al>een kostenraming van de investering voorzien van een
                                            toelichting</al></li><li nr="-"><al>een financieringsplan</al></li><li nr="-"><al>een exploitatiebegroting waarin de gevolgen van de
                                            investering zijn verwerkt.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Bij een eerste subsidieaanvraag moeten daarnaast worden
                                    overgelegd:</al><lijst><li nr="-"><al>een motivering van de aanvraag</al></li><li nr="-"><al>de statuten of het reglement van de instelling</al></li><li nr="-"><al>een opgave van de bestuurssamenstelling</al></li><li nr="-"><al>de laatste jaarrekening en het laatste verslag van de
                                            activiteiten.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het college kan bepalen dat bij een tweede of volgende aanvraag
                                    de in lid 4 genoemde gegevens</al><al> moeten worden overgelegd.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan indien zij dit nodig acht voor het beoordelen
                                    van de aanvraag nadere gegevens</al><al> vragen. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>DE BESCHIKKING OP DE AANVRAAG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Beschikking op de aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De beschikking op een aanvraag wordt genomen door het
                                    college.</al></li><li nr="2."><al>De beschikking op een aanvraag voor een structureel subsidie
                                    wordt bekendgemaakt vóór 1 januari</al><al> van het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.</al></li></lijst><al>3.De beschikking op een aanvraag voor een incidentele-, investerings- of
                            garantiesubsidie wordt</al><al> bekendgemaakt binnen drie maanden nadat de aanvraag is ingediend. Deze
                            termijn kan eenmaal met </al><al> maximaal drie maanden worden verlengd, maar in ieder geval wordt de
                            beschikking bekend </al><al> gemaakt voor de aanvang van de te realiseren activiteit of
                            voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidie-aanvraag kan worden afgewezen als</al><lijst><li nr="a."><al>de subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de
                                        gemeente</al></li><li nr="b."><al>de hiervoor benodigde gelden niet in de gemeentebegroting
                                        zijn opgenomen</al></li><li nr="c."><al>de instelling geen rechtspersoonlijkheid heeft</al></li><li nr="d."><al>de activiteit of voorziening waarvoor subsidie wordt
                                        gevraagd niet (voornamelijk) is gericht op</al><al> inwoners van Soest of op de promotie van Soest</al></li><li nr="e."><al>de instelling met winstoogmerk werkzaam is</al></li><li nr="f."><al>de doelstellingen of middelen van de instelling in strijd
                                        zijn met de wet, het algemeen belang of</al><al> de openbare orde</al></li><li nr="g."><al>de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende
                                        gelden, hetzij eigen middelen,</al><al> hetzij middelen van derden, kan beschikken om de kosten van
                                        de activiteiten te dekken</al></li><li nr="h."><al>een doublure ontstaat met activiteiten van een reeds door
                                        het gemeentebestuur gesubsidieerde</al><al> (rechts)persoon;</al></li><li nr="i."><al>de door de aanvrager aan de deelnemers van de activiteiten
                                        gevraagde eigen bijdrage zo laag is</al><al> gesteld, dat door een redelijke verhoging hiervan
                                        subsidieverlening achterwege kan blijven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In bijzondere gevallen kan van het gestelde in lid 1 onder c en e
                                worden afgeweken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Subsidievaststelling of -verlening</titel></kop><al>1.Toekenning van een structurele, een incidentele of een
                            investeringssubsidie subsidie gebeurt door</al><al> middel van een beschikking tot het verlenen of vaststellen van
                            subsidie.</al><al>2.Toekenning van een garantiesubsidie gebeurt door middel van een
                            beschikking tot het verlenen van</al><al> subsidie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inhoud van de beschikking</titel></kop><al>1.De beschikking tot subsidievaststelling of -verlening als bedoeld in
                            artikel 9 vermeldt hetgeen in de</al><al> afdeling 4.2.3 en 4.2.4. van de wet is bepaald.</al><lijst><li nr="2."><al>Aan de subsidievaststelling of -verlening kunnen nadere
                                    voorwaarden worden verbonden.</al></li><li nr="3."><al>De beschikking tot verlening van een structurele subsidie kan
                                    vermelden dat voor een aangegeven</al><al> datum een rapportage en een voorlopige verantwoording moeten
                                    worden ingediend.</al></li><li nr="4."><al>De beschikking tot subsidieverlening kan vermelden dat
                                    voorschotten worden verleend.</al></li><li nr="5."><al>In de subsidiebeschikking kan het voorbehoud worden gemaakt dat
                                    het subsidie kan worden</al><al> ingetrokken of gewijzigd als de te verwachten rijksgelden niet
                                    of niet volledig worden verkregen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>VERANTWOORDING VAN HET SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verantwoording</titel></kop><al>1.De aanvrager dient vóór 1 april van het jaar volgend op het jaar
                            waarvoor een structurele subsidie is</al><al> verleend een jaarrekening, een verantwoording van de prestaties en een
                            inhoudelijk jaarverslag </al><al> bij college in.</al><al>2.De aanvrager dient binnen drie maanden na realisering van de
                            activiteit of de voorziening waarvoor</al><al> een incidentele, investerings- of garantiesubsidie is verleend, een
                            gespecificeerde afrekening, een</al><al> verantwoording van de prestaties en een inhoudelijk verslag bij het
                            college in.</al><al>3.Het college kan bepalen dat de jaarrekening en de verantwoording van
                            de prestaties moeten zijn</al><al> voorzien van een accountantsverklaring. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Afhandeling van de verantwoording na subsidieverlening</titel></kop><al>Als een subsidie is toegekend door middel van een beschikking tot het
                            verlenen van een subsidie stelt het college binnen negen maanden na
                            indiening van de verantwoording het subsidie vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Afhandeling van de verantwoording na subsidievaststelling</titel></kop><al>1.Als een subsidie is toegekend door middel van een beschikking tot het
                            vaststellen van subsidie</al><al> toetst het college</al><lijst><li nr="a."><al>de realisering van de in de beschikking omschreven
                                    prestaties</al></li><li nr="b."><al>de aard en hoogte van de benodigde voorzieningen en
                                    reserves.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Binnen negen maanden na indiening van de verantwoording
                                    informeert het college de instelling</al><al> over het resultaat van de toetsing.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Toezicht op werkzaamheden en financieel beheer</titel></kop><al>1.De financiële administratie van de aanvrager moet zodanig zijn
                            ingericht dat de exploitatieresultaten</al><al> en de vermogenspositie daaruit op eenvoudige wijze duidelijk
                            worden.</al><al>2.Het college kan bindende voorschriften geven voor de inrichting van de
                            financiële administratie en</al><al> de jaarrekening.</al><lijst><li nr="3."><al>Het college kan de aanvrager verplichten aan door hen daartoe
                                    aangewezen ambtenaren :</al><lijst><li nr="a."><al>inzage te geven in de financiële administratie</al></li><li nr="b."><al>inlichtingen te geven over en controle toe te staan op
                                            de werkzaamheden en/of het financieel</al><al> beheer.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het college kan bepalen dat de aanvrager de controle op het
                                    financieel beheer opdraagt aan een</al><al> registeraccountant.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Toestemming voor handelingen</titel></kop><al>1.De instelling behoeft de toestemming van het college voor de
                            handelingen als bedoeld in artikel</al><al> 4:71 lid 1 van de wet met uitzondering van het daar bepaalde onder g en
                            h.</al><al>2.Daarnaast behoeft de instelling bij ontbinding toestemming van het
                            college voor de bestemming van</al><al> een eventueel batig liquidatiesaldo, voor zover dit mede is gevormd
                            door subsidiegelden van de </al><al> gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                            college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>In bijzondere gevallen en voor zover toepassing van deze verordening tot
                            een onbillijkheid leidt van overwegende aard kan het college afwijken
                            van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2006.</al></li><li nr="2."><al>De Algemene subsidieverordening welzijn, vastgesteld 14/15
                                    oktober 1998, wordt per 1 januari</al><al> 2006 ingetrokken met dien verstande dat ze van kracht blijft
                                    voor subsidies die vóór dit tijdstip zijn </al><al>verstrekt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Algemene Subsidieverordening
                            Soest.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 23 juni 2005</ondertekening><ondertekening>Soest, 23 juni 2005</ondertekening><ondertekening>de raad voornoemd, </ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.van Vliet MPM AA drs. J.J.L.M. Janssen</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>:</al><al/><al>:</al><al>:</al><al/><al>__</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>