<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR51788_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening, regelende de taken, de bevoegdheden, de samenstelling, de werkwijze en de verhouding tot de Gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders van de Bestuurscommissie primair onderwijs</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Utrecht (Utr)</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Utrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad van Utrecht 1995, nr. 24</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening bestuurscommissie primair onderwijs Utrecht 1995</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>1995-09-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1995-08-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2003-06-26</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling Intrekking per 26 juni 2003</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsvoorstel 1995, nr. 236</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening, regelende de taken, de bevoegdheden, de samenstelling, de werkwijze en de verhouding tot de Gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders van de Bestuurscommissie primair onderwijs</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>GEMEENTEBLAD VAN UTRECHT 1995 Nr. 24</vet></al><al/><al><vet>Verordening Bestuurscommissie primair</vet></al><al><vet>onderwijs Utrecht 1995.</vet></al><al><vet>(raadsbesluit van 14 september 1995)</vet></al><al>De Raad der.gemeente Utrecht gelet op het voorstel van B&amp;W d.d. 4
                        september 1995 </al><al>Besluit</al><al>vast te stellen de volgende</al><al><vet>VERORDENING</vet>, regelende de taken, de bevoegdheden, de
                        samenstelling, de werkwijze en de verhouding tot de Gemeenteraad en het
                        college van burgemeester en wethouders van de Bestuurscommissie primair
                        onderwijs.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>I</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>Gemeenteraad : de Gemeenteraad van de gemeente Utrecht;</al><al>Burgemeester en wethouders : het college van burgemeester en wethouders
                            van de gemeente Utrecht;</al><al>Commissie : de bij deze verordening ingestelde commissie ex artikel 82
                            van de Gemeentewet, zijnde het bevoegde bestuursorgaan in de zin van de
                            Algemene wet bestuursrecht;</al><al>school : een Utrechtse openbare school in de zin van de Wet op het
                            basisonderwijs en de Interimwet speciaal onderwijs en voortgezet
                            speciaal onderwijs;</al><al>primair onderwijs : basis-, speciaal- en voortgezet speciaal
                            onderwijs;</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II</nr><titel>Doel, taken en bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doel</titel></kop><al>De Commissie heeft ten doel het bevorderen en doen verzorgen van primair
                            onderwijs in de gemeente Utrecht, overeenkomstig de beginselen van het
                            openbaar onderwijs.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><al>Aan de Commissie worden alle bevoegdheden toegekend, die de Gemeenteraad
                            en het college van burgemeester en wethouders bezitten in hun
                            hoedanigheid van bevoegd gezag van de scholen en voor zover daarvan
                            elders in deze verordening niet wordt afgeweken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Taak</titel></kop><al><vet>De Commissie heeft tot taak:</vet></al><lijst><li nr="a."><al>het vervullen of doen vervullen van de taken die bij of
                                    krachtens wet aan het bevoegd gezag, als bedoeld in artikel 3
                                    van deze verordening, zijn of worden toegekend;</al></li><li nr="b."><al>het bevorderen en instandhouden van het openbaar primair
                                    onderwijs;</al></li><li nr="c."><al>het toezicht op de dagelijkse leiding van de scholen;</al></li><li nr="d."><al>het regelen van de organisatie-, de communicatie- en de
                                    overlegstructuur binnen het openbaar primair onderwijs,
                                    waaronder begrepen het verkeer tussen de scholen en de
                                    Commissie;</al></li><li nr="e."><al>voor de taak, genoemd onder d., stellen burgemeester en
                                    wethouders vóór de installatie van de Commissie een eerste opzet
                                    vast.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>Ill</nr><titel>Commissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Omvang, samenstelling en benoeming commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Commissie bestaat uit maximaal dertien leden, te weten:</al><lijst><li nr="a."><al>twee leden op voordracht van de directies primair
                                        onderwijs;</al></li><li nr="b."><al>twee leden op voordracht van de Gemeenschappelijke
                                        Medezeggenschapsraad;</al></li><li nr="c."><al>één lid op voordracht van de Vereniging voor Openbaar
                                        Onderwijs;</al></li><li nr="d."><al>maximaal acht leden op voordracht van de Commissie, geworven
                                        door middel van een open sollicitatieprocedure.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Commissie stelt een profielschets op waarin is aangegeven aan
                                welke eisen aspirantcommissieleden dienen te voldoen en aan welke
                                eisen de samenstelling van de Commissie in haar totaliteit dient te
                                voldoen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van de Commissie worden benoemd door burgemeester en
                                wethouders op voordracht van de in het eerste lid genoemde
                                organisaties en organen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden van de Commissie dienen de grondslag en de doelstellingen
                                van het openbaar onderwijs te onderschrijven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de leden van de Commissie zijn de artikelen 15 en 28 van de
                                Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Personeelsleden in dienst van het openbaar primair onderwijs en van
                                de Dienst Onderwijs kunnen geen lid van de Commissie zijn.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Bij de eerste samenstelling van de Commissie worden de in het eerste
                                lid, sub d., en het tweede lid genoemde bevoegdheden van de
                                Commissie uitgeoefend door burgemeester en wethouders, die hiervoor
                                een benoemingsadviescommissie in het leven roepen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Zittingsperiode, herbenoeming en einde
                                commissielidmaatschap</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De benoeming van de leden geschiedt voor een periode van vier
                                jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aftredende leden kunnen na een volledige zittingsperiode voor één
                                keer worden herbenoemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 17 van deze verordening eindigt
                                het lidmaatschap van de commissie:</al><lijst><li nr="a."><al>op eigen verzoek;</al></li><li nr="b."><al>bij verlies van de hoedanigheid, blijkende uit de
                                        benoeming;</al></li><li nr="c."><al>bij ontslag door het gezag, waardoor het betreffende lid is
                                        benoemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In een vacature wordt zo spoedig mogelijk voorzien overeenkomstig
                                hetgeen in deze verordening is bepaald omtrent de benoeming.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het rooster van aftreden voor de leden wordt zodanig samengesteld,
                                dat steeds tenminste vijf leden in aanmerking komen voor
                                herbenoeming.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Functieverdeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Commissie kiest uit zijn midden een voorzitter, een
                                plaatsvervangend voorzitter, een secretaris en een
                                penningmeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Commissie kan besluiten uit zijn midden tevens een
                                plaatsvervangend secretaris en een plaatsvervangend penningmeester
                                te kiezen; beide functies kunnen in één persoon verenigd zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de eerste samenstelling van de Commissie wordt de in het eerste
                                lid genoemde bevoegdheid uitgeoefend door burgemeester en
                                wethouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ondertekening besluiten</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ondertekening besluiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten van de Commissie worden ondertekend door de voorzitter en
                                de secretaris van de Commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De daartoe door de voorzitter aangewezen stukken worden ondertekend
                                door de ambtelijk secretaris.</al><al>Artikel 9 Vertegenwoordiging</al><lijst><li nr="1."><al>De Commissie wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door
                                        de voorzitter.</al></li><li nr="2."><al>De Commissie kan besluiten dat op andere wijze dan het
                                        bepaalde in het eerste lid in de vertegenwoordiging wordt
                                        voorzien.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IV</nr><titel>Besluitvorming Commissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Commissie vergadert tenminste vier maal per jaar en voorts zo
                                dikwijls dit door de voorzitter dan wel door tenminste drie leden
                                van de Commissie nodig wordt geoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering op. De
                                oproeping wordt tenminste tien dagen vóór de te houden vergadering
                                aan de leden van de Commissie gezonden, spoedeisende gevallen
                                uitgezonderd. De oproeping behelst tevens de agenda van de
                                vergadering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Quorum en stemmen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering vindt geen doorgang indien een half uur na het
                                aangekondigde tijdstip van de vergadering niet tenminste de helft
                                van het aantal leden aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het vereiste aantal leden niet tegenwoordig is, belegt de
                                voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een
                                vergadering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet
                                van toepassing.</al><al> De Commissie kan echter over andere aangelegenheden dan die
                                waarvoor de eerdere vergadering was belegd alleen beraadslagen of
                                besluiten, indien tenminste de helft van het aantal zitting hebbende
                                leden tegenwoordig is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden stemmen zonder last.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Alle besluiten worden bij volstrekte meerderheid van stemmen
                                genomen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten en
                                aanbevelingen wordt schriftelijk gestemd, over andere zaken
                                mondeling.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Bij het staken van stemmen over personen, beslist terstond het lot.
                                Ingeval de stemmen staken over zaken, beslist de stem van de
                                voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Bij het uitbrengen van een advies omtrent een voorstel van
                                burgemeester en wethouders aan de Gemeenteraad, wordt een
                                minderheidsstandpunt van de Commissie in het advies vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Openbaarheid van vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen van de Commissie zijn openbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tegelijkertijd met de oproeping brengt de voorzitter dag, tijdstip
                                en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de
                                daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de oproeping en
                                op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage
                                gelegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De deuren worden gesloten, wanneer tenminste vier leden van de
                                Commissie die de presentielijst hebben getekend daarom verzoeken of
                                de voorzitter het nodig oordeelt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Commissie beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden
                                vergaderd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk
                                verslag opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de
                                Commissie anders beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Commissie kan in een besloten vergadering, op grond van een
                                belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur,
                                omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en
                                omtrent de inhoud van stukken die aan de Commissie worden
                                voorgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een
                                besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering
                                opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling
                                aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis
                                dragen, in acht genomen totdat de Commissie haar opheft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet
                                openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden
                                opgelegd door de voorzitter van de Commissie ten aanzien van stukken
                                die hij aan de Commissie overlegt. Daarvan wordt op de stukken
                                melding gemaakt. De geheimhouding wordt in acht genomen totdat de
                                Commissie haar opheft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van de Gemeenteraad die inzage willen hebben in stukken
                                waaromtrent door de Commissie of de voorzitter geheimhouding is
                                opgelegd, kunnen zich met een daartoe strekkend verzoek wenden tot
                                de voorzitter van de Commissie. Deze inzage kan slechts geweigerd
                                worden voor zover zij in strijd is met het openbaar belang. Het in
                                het eerste lid bepaalde ten aanzien van geheimhouding is voor de
                                leden van de Gemeenteraad van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de Commissie zich ter zake van het behandelde waarvoor een
                                verplichting tot geheimhouding geldt tot de Gemeenteraad heeft
                                gericht, wordt de geheimhouding in acht genomen totdat de
                                Gemeenteraad haar opheft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>De Commissie stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en
                            andere werkzaamheden vast.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>V</nr><titel>Ambtelijke ondersteuning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al>De Commissie laat zich bijstaan door de adjunct-directeur van de sector
                            Openbaar Onderwijs van de Dienst Onderwijs en door de directeuren van de
                            scholen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuursondersteuning en -advisering en de personele en
                                financiële administratie van de scholen wordt geleverd door de
                                sector Openbaar Onderwijs van de Dienst Onderwijs, onder
                                verantwoordelijkheid van de adjunct-directeur van de sector Openbaar
                                Onderwijs.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Commissie wordt ondersteund door een ambtelijk secretaris, die,
                                na overleg met de Commissie, wordt aangewezen door de
                                adjunctdirecteur van de sector Openbaar Onderwijs van de Dienst
                                Onderwijs.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ambtelijk secretaris is de Commissie in alles wat de haar
                                opgedragen taken en bevoegdheden aangaat behulpzaam en werkt in
                                opdracht van de Commissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ambtelijk secretaris draagt zorg voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de voorbereiding en verslaglegging van de vergaderingen van de
                                Commissie;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de uitvoering van de besluiten van de Commissie;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>alle overige door de Commissie aan de ambtelijk secretaris
                                opgedragen taken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de ambtelijk
                                secretaris worden door de Commissie vastgelegd in een
                                functieomschrijving.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VI</nr><titel>Verhouding tot de Gemeenteraad en burgemeester en wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Commissie is verantwoording schuldig aan de Gemeenteraad en aan
                                het college van burgemeester en wethouders en verstrekt hun
                                desgevraagd daartoe alle gewenste inlichtingen. Zij zendt voorts
                                afschriften van alle door haar genomen besluiten aan burgemeester en
                                wethouders, die kunnen bepalen, dat terzake kan worden volstaan met
                                de toezending van de notulen van de vergaderingen van de
                                commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Gemeenteraad kan op voorstel van burgemeester en wethouders een
                                besluit van de Commissie vernietigen binnen drie maanden nadat het
                                besluit is genomen. Onder besluiten worden in mandaat of krachtens
                                delegatie genomen besluiten begrepen. Alleen die besluiten kunnen
                                worden vernietigd die in strijd zijn met de wet, het belang van het
                                openbaar onderwijs of het algemeen belang.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen besluiten van de Commissie
                                schorsen in afwachting van een beslissing van de Gemeenteraad
                                omtrent de vernietiging. Van een schorsingsbesluit alsmede van een
                                door hen te doen voorstel aan de Gemeenteraad tot vernietiging, doen
                                burgemeester en wethouders zo spoedig mogelijk gemotiveerd
                                mededeling aan de Commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Financiën</titel></kop><al>De financiën, verband houdende met de aan de Commissie overgedragen
                            taken, worden beheerd op de wijze zoals in de Gemeentewet is
                            voorgeschreven voor takken van dienst.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Jaarplan en begroting</titel></kop><al>De Commissie dient jaarlijks, conform de voorschriften welke gelden in
                            het kader van de beleids- en beheerscyclus, het jaarplan inclusief de
                            ontwerp-begroting voor het volgend kalenderjaar in bij burgemeester en
                            wethouders die aan de Gemeenteraad ter vaststelling voorleggen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Jaarverslag en rekening</titel></kop><al>De Commissie dient jaarlijks, conform de voorschriften welke gelden in
                            het kader van de beleids- en beheerscyclus, het jaarverslag inclusief de
                            rekening en voorzien van een accountantsverklaring in bij burgemeester
                            en wethouders, die deze aan de Gemeenteraad ter vaststelling
                            voorleggen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders zijn in het bijzonder belast met het toezicht
                            op eventuele overschrijdingen van de bevoegdheden door de Commissie,
                            hieronder begrepen het bewaken van de in de begroting van de sector
                            Openbaar Onderwijs van de Dienst Onderwijs voor de betreffende scholen
                            gegeven ramingen van inkomsten en uitgaven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders doen - waar nodig - verslag van de gedane
                            overschrijdingen aan de Gemeenteraad met een voorstel tot het nemen van
                            de naar hun oordeel geëigende maatregelen. Aan dit voorstel wordt het
                            advies van de Commissie terzake toegevoegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om een lid van de Commissie,
                                dat naar hun oordeel in ernstige mate afbreuk doet aan het
                                functioneren van de Commissie, te schorsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit tot schorsing als bedoeld in het eerste lid, wordt door
                                burgemeester en wethouders tezamen met een advies omtrent de te
                                nemen maatregel(en) onmiddellijk aan de Gemeenteraad
                                voorgelegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Gemeenteraad beslist terzake eerst nadat het lid van de
                                Commissie, dat op grond van het eerste lid van dit artikel is
                                geschorst, en de Commissie zijn gehoord door een door de
                                Gemeenteraad uit zijn midden aan te wijzen delegatie en nadat deze
                                delegatie aan de Gemeenteraad hieromtrent heeft gerapporteerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen ter uitvoering van deze verordening,
                            de commissie voor Economische Ontwikkeling, Onderwijs, Welzijn en
                            Cultuur gehoord, nadere voorschriften geven.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VIl</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een besluit tot wijziging van deze verordening wordt niet genomen
                                alvorens de Commissie daaromtrent is gehoord.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit tot wijziging, als bedoeld in het eerste lid van dit
                                artikel, treedt niet eerder in werking dan op de dag, volgend op de
                                dag waarop het besluit door de Gemeenteraad is vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, besluiten
                            burgemeester en wethouders, nadat zij hieromtrent de Commissie hebben
                            gehoord.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening
                                    bestuurscommissie primair onderwijs Utrecht 1995.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 augustus 1995.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de Raad gehouden op 14
                        september 1995</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> De secretaris, De burgemeester,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> drs A. Vermeulen mr I.W. Opstelten</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Afkondiging is geschied op 27 september 1995. De verordening is in werking
                        getreden op 1 augustus 1995.</vet></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>