<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR51672_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Afvalstoffenverordening gemeente Uden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Infopagina 03-11-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Afvalstoffenverordening gemeente Uden</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149 en Wet Milieubeheer, titel 10.4</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-10-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-11-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-04-10</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010/67</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Afvalstoffenregeling Gemeente Uden</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Afvalstoffenverordening gemeente Uden</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: Wet milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>College: College van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="c."><al>inzamelen: de activiteiten gericht op het ophalen of innemen van
                                    afvalstoffen die binnen de gemeente ter inzameling worden
                                    aangeboden en het feitelijk ophalen en innemen daarvan;</al></li><li nr="d."><al>ter inzameling aanbieden: de wijze van overdragen van
                                    afvalstoffen aan een inzamelende persoon of instantie, inclusief
                                    het achterlaten van afvalstoffen in daartoe door of vanwege de
                                    inzamelende persoon of instantie geplaatste inzamelmiddelen of
                                    -voorzieningen of op een daartoe aangewezen plaats;</al></li><li nr="e."><al>inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd
                                    hulp- of bewaarmiddel ten behoeve van één huishouden;</al></li><li nr="f."><al>inzamelvoorziening: een voor de inzameling van afvalstoffen
                                    bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats, bijvoorbeeld een
                                    verzamelcontainer, wijkcontainer of brengdepot, ten behoeve van
                                    meerdere huishoudens;</al></li><li nr="g."><al>inzameldienst: de krachtens artikel 2, eerste lid, aangewezen
                                    inzameldienst, belast met de inzameling van huishoudelijke
                                    afvalstoffen;</al></li><li nr="h."><al>andere inzamelaars: de krachtens artikel 2, tweede lid,
                                    aangewezen personen en instanties, belast met het afzonderlijk
                                    inzamelen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen;</al></li><li nr="i."><al>gebruiker van een perceel: degene die in de gemeente feitelijk
                                    gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge
                                    artikel 10.21 en 10.22 van de wet een verplichting tot het
                                    inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt;</al></li><li nr="j."><al>straatafval: huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte
                                    omvang en gewicht, zoals proppen, papier, sigarettenpeuken,
                                    kauwgom, plastic bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal,
                                    etenswaren, niet zijnde klein chemisch afval, ontstaan buiten
                                    een perceel;</al></li><li nr="k."><al>zwerfafval: afvalstoffen die door mensen bewust of onbewust is
                                    weggegooid of achtergelaten op plaatsen die daar niet voor
                                    bestemd zijn of door indirect toedoen of nalatigheid van mensen
                                    op zulke plaatsen terecht is gekomen;</al></li><li nr="l."><al>wegen: de wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b
                                    van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="m."><al>motorrijtuigen: alle voertuigen, als bedoeld in artikel 1,
                                    eerste lid, onder c van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="n."><al>huishoudelijke afvalstoffen: huishoudelijke afvalstoffen zoals
                            bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de wet;</al></li><li nr="o."><al>bedrijfsafvalstoffen: bedrijfsafvalstoffen zoals bedoeld in
                                    artikel 1.1, eerste lid, van de wet;</al></li><li nr="p."><al>afvalstoffen: afvalstoffen zoals bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid, van de wet;</al></li><li nr="q."><al>wit- en bruingoed: elektrische huishoudelijke en
                                    kantoorapparaten.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Inzameling van huishoudelijke afvalstoffen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Aanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College wijst de inzameldienst aan, die belast is met het
                                inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de inzameldienst kan het College andere inzamelaars aanwijzen
                                die belast zijn met het afzonderlijk inzamelen van categorieën
                                huishoudelijke afvalstoffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het College kan aan het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                                voorschriften en beperkingen verbinden in het belang van de
                                bescherming van het milieu.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Afzonderlijke inzameling</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Afzonderlijke inzameling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Door de inzameldienst of andere inzamelaars worden de volgende
                                categorieën huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk
                                ingezameld:</al><lijst><li nr="a."><al>asbest en asbesthoudend afval;</al></li><li nr="b."><al>autobanden van personenwagens;</al></li><li nr="c."><al>bouw- en sloopafval;</al></li><li nr="d."><al>gips;</al></li><li nr="e."><al>groente-, fruit en tuinafval (GFT-afval);</al></li><li nr="f."><al>grof huisvuil;</al></li><li nr="g."><al>grof tuinafval;</al></li><li nr="h."><al>grond;</al></li><li nr="i."><al>harde kunststoffen;</al></li><li nr="j."><al>huishoudelijk restafval;</al></li><li nr="k."><al>klein chemisch afval;</al></li><li nr="l."><al>kunststof verpakkingen;</al></li><li nr="m."><al>luiers;</al></li><li nr="n."><al>metalen;</al></li><li nr="o."><al>niet-verduurzaamd hout;</al></li><li nr="p."><al>papier en karton;</al></li><li nr="q."><al>puin;</al></li><li nr="r."><al>tapijt;</al></li><li nr="s."><al>textiel en schoenen;</al></li><li nr="t."><al>verpakkingsglas;</al></li><li nr="u."><al>vlakglas;</al></li><li nr="v."><al>wit- en bruingoed.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College kan een omschrijving vaststellen van de categorieën
                                huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in het eerste lid die
                                afzonderlijk worden ingezameld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het College kan andere afvalstoffen of fracties uit categorieën
                                huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen voor afzonderlijke
                                inzameling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Inzamelmiddelen en –voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De inzameling kan plaatsvinden via:</al><lijst><li nr="a."><al>een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel;</al></li><li nr="b."><al>een inzamelvoorziening voor de gebruikers van een aantal
                                        percelen;</al></li><li nr="c."><al>een inzamelvoorziening op wijkniveau;</al></li><li nr="d."><al>een brengdepot op lokaal of regionaal niveau.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College kan aanwijzen via welk al dan niet van gemeentewege
                                verstrekt inzamelmiddel of via welke inzamelvoorziening de
                                inzameling van een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen
                                ten behoeve van de gebruiker van een perceel plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Frequentie van inzamelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de percelen waar voor de inzameling van huishoudelijk restafval
                                en GFT-afval een individueel inzamelmiddel voor de gebruiker van een
                                perceel (minicontainer) beschikbaar is wordt wekelijks, om de week
                                huishoudelijk restafval en GFT-afval ingezameld. Papier wordt in de
                                regel eenmaal per maand bij het perceel opgehaald. Plastic
                                verpakkingsafval wordt in de regel eenmaal per maand bij het perceel
                                opgehaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid wordt huishoudelijk restafval en
                                GFT-afval bij woningen welke zodanig zijn gelegen dat de
                                inzameldienst niet bij het perceel kan komen wekelijks, om de week
                                huishoudelijk restval en GFT-afval, nabij elk perceel ingezameld.
                                Papier wordt in de regel eenmaal per maand nabij het perceel
                                opgehaald. Plastic verpakkingsafval wordt in de regel eenmaal per
                                maand nabij het perceel opgehaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de percelen waar voor de inzameling van huishoudelijk restafval
                                gebruik wordt gemaakt van verzamelcontainers voor meerdere
                                huishoudens (hoogbouw) wordt wekelijks ingezameld. Plastic
                                verpakkingsafval wordt in de regel eenmaal per maand nabij het
                                perceel opgehaald.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij hoogbouw wordt GFT-afval niet afzonderlijk ingezameld, met
                                uitzondering van de percelen waar voor de inzameling van GFT-afval
                                een individueel inzamelmiddel beschikbaar is gesteld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien voor de inzameling van GFT-afval bij hoogbouw afzonderlijke
                                voorzieningen beschikbaar zijn worden deze eenmaal per twee weken
                                ingezameld.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij een inzamelvoorziening op wijkniveau, voor de inzameling van
                                textiel en glas, vindt verwijdering van het afval plaats op basis
                                van het gebruik van de betreffende inzamelvoorziening.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het College kan de frequentie van inzameling vaststellen van de
                                overige categorieën huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk in
                                aangewezen delen van de gemeente worden ingezameld</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inzamelverbod afvalstoffen behoudens aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod zoals bedoeld in het eerste lid geldt niet voor de
                                inzameldienst of andere inzamelaars zoals bedoeld in artikel 2,
                                eerste en tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor personen of instanties die in het kader
                                van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van
                                bestuur of ministeriële regeling een inzamelplicht hebben gekregen
                                voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Plaats en wijze van het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                            afvalstoffen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                afvalstoffen aan anderen</titel></kop><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden
                            aan een ander dan de inzameldienst, andere inzamelaars of de personen of
                            instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij
                            algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling een
                            inzamelplicht hebben voor categorieën van huishoudelijke
                            afvalstoffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen</titel></kop><al>Het is anderen dan gebruikers van percelen verboden om huishoudelijke
                            afvalstoffen ter inzameling aan te bieden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om de categorieën huishoudelijke afvalstoffen zoals
                                bepaald in artikel 3, eerste lid, anders dan afzonderlijk ter
                                inzameling aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden aan
                                anderen dan de krachtens artikel 2 aangewezen inzameldienst en
                                andere inzamelaars.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor de het College
                                bij nadere regels aan te wijzen categorieën van personen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor het aanbieden
                                van categorieën huishoudelijke afvalstoffen aan personen of
                                instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij
                                algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling een
                                inzamelplicht hebben gekregen voor die categorieën huishoudelijke
                                afvalstoffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de gebruiker van een perceel, voor wie krachtens artikel 4,
                                tweede lid een inzamelmiddel of inzamelvoorziening danwel brengdepot
                                is aangewezen, verboden de huishoudelijke afvalstoffen anders aan te
                                bieden dan via het betreffende inzamelmiddel of de betreffende
                                inzamelvoorziening of het betreffende brengdepot.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via
                                een inzamelmiddel of inzamelvoorziening aan te bieden, dan de
                                categorie waarvoor dit inzamelmiddel of deze inzamelvoorziening
                                krachtens artikel 4, tweede lid is bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het College kan regels stellen omtrent het gebruik van een van
                                gemeentewege verstrekt inzamelmiddel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het College kan regels stellen omtrent de plaats en wijze waarop
                                huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het College kan categorieën huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen
                                die zonder inzamelmiddel ter inzameling kunnen worden
                                aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze ter
                                inzameling aan te bieden dan krachtens dit artikel is bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College stelt de dagen en tijden vast waarop categorieën
                                huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden
                                aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere dagen en
                                tijden ter inzameling aan te bieden dan krachtens het eerste lid is
                                bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van
                                huishoudelijke afvalstoffen</titel></kop><al>In afwijking van hetgeen in deze paragraaf is bepaald kan het College
                            regels stellen omtrent het in bijzondere gevallen ter inzameling
                            aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst of andere
                            inzamelaars.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Inzameling van bedrijfsafvalstoffen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Inzameling bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst</titel></kop><al>Het College kan categorieën bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die door de
                            inzameldienst worden ingezameld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de
                                inzameldienst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bedrijfsafvalstoffen aan te bieden aan de
                                inzameldienst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor de krachtens artikel 13 aangewezen
                                categorieën bedrijfsafvalstoffen, voor zover degene die gebruik
                                maakt van de inzameling door de inzameldienst voldoet aan de daarmee
                                ontstane belastingplicht op grond van de Verordening
                                afvalstoffenheffing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het College kan regels stellen omtrent de dagen, tijden, wijzen en
                                plaatsen waarop de krachtens artikel 13 aangewezen
                                bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst ter inzameling kunnen
                                worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden de krachtens artikel 13 aangewezen
                                bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden in strijd met deze
                                regels.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een
                                ander dan de inzameldienst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College kan regels stellen voor het ter inzameling aanbieden van
                                bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden in
                                strijd met deze regels.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Zwerfafval</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een door het College bestemde plaats en
                                buiten een inrichting in de zin van de wet een afvalstof, stof of
                                voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter
                                te laten of anderszins te plaatsen op een wijze die aanleiding kan
                                geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>het overeenkomstig deze verordening ter inzameling aanbieden
                                        van huishoudelijke afvalstoffen of
                                        bedrijfsafvalstoffen;</al></li><li nr="b."><al>het thuis composteren van groente-, fruit- en
                                        tuinafval;</al></li><li nr="c."><al>voor zover de afvalstof, stof of voorwerp tijdelijk op de
                                        weg geraken of worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van
                                        het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, dan wel het
                                        verrichten van andere werkzaamheden op de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de Wet
                                bodembescherming of het Besluit Bodemkwaliteit voorzien in de
                                beoogde bescherming van het milieu.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Achterlaten van straatafval</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden straatafval in de openbare ruimte achter te laten
                                zonder gebruik te maken van de van gemeentewege of anderszins
                                geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke
                                voorwerpen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om andere afvalstoffen dan straatafval achter te
                                laten in daartoe van gemeentewege of anderszins geplaatste of
                                voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande
                                afvalstoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden voor anderen dan de inzameldienst of andere
                                inzamelaars afvalstoffen of inzamelmiddelen die ter inzameling
                                gereed staan te doorzoeken en te verspreiden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden tegen afvalstoffen of inzamelmiddelen, die ter
                                inzameling gereed staan, te stoten, te schoppen, deze omver te
                                werpen of deze anderszins te behandelen waardoor er zwerfafval kan
                                ontstaan of ontstaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                                drinkwaren</titel></kop><al>De houder of beheerder van een inrichting waar eet- of drinkwaren worden
                            verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>een afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp in of nabij de
                                    inrichting op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te hebben,
                                    waarin het publiek afval kan achterlaten;</al></li><li nr="b."><al>zorg te dragen dat deze afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp
                                    van een zodanige constructie is dat het afval daarin deugdelijk
                                    geborgen blijft en dat die afvalbak, -mand of voorwerp steeds
                                    tijdig wordt geledigd;</al></li><li nr="c."><al>zorg te dragen dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van
                                    de inrichting, doch in ieder geval terstond op eerste aanzegging
                                    van een ambtenaar, belast met de toezicht op de naleving van dit
                                    artikel, binnen een straal van 25 meter van de inrichting
                                    achtergebleven afval, voor zover kennelijk uit of van die
                                    inrichting afkomstig, wordt opgeruimd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal</titel></kop><al> Degene die in de openbare ruimte reclamebiljetten of dergelijke of
                            ander promotiemateriaal onder het publiek verspreidt, is verplicht deze
                            of de verpakking daarvan terstond op te ruimen of te laten opruimen,
                            indien deze in de omgeving van de plaats van uitreiking op de weg of een
                            andere voor het publiek toegankelijke plaats door het publiek worden
                            weggeworpen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
                                werkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden afvalstoffen, stoffen of voorwerpen zodanig te
                                laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te
                                verrichten dat de weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig kan
                                worden beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien bij het laden of lossen of vervoeren van afvalstoffen,
                                stoffen of voorwerpen deze weg wordt verontreinigd of het milieu
                                nadelig wordt beïnvloed, is degene die genoemde werkzaamheden
                                verricht alsmede diens opdrachtgever verplicht deze weg te reinigen
                                of te laten reinigen:</al><lijst><li nr="a."><al>direct na het ontstaan van de verontreiniging, indien de
                                        verontreiniging gevaar voor de veiligheid van het verkeer of
                                        beschadiging van het wegdek oplevert;</al></li><li nr="b."><al>direct na beëindiging van de werkzaamheden, indien de
                                        verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid van het
                                        verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert;</al></li><li nr="c."><al>indien de werkzaamheden langer dan een dag duren, elke dag
                                        direct na beëindiging van de werkzaamheden.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Overige onderwerpen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Verbod opslag van afvalstoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden afvalstoffen op voor het publiek zichtbare plaats in
                                de open lucht en buiten een inrichting in de zin van de wet op te
                                slaan of opgeslagen te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op het overdragen of ter
                                inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de
                                inzameldienst, andere inzamelaars of de personen of instanties die
                                in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene
                                maatregel van bestuur of ministeriële regeling een inzamelplicht
                                hebben voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden</titel></kop><al>Het is de eigenaar of kentekenhouder verboden zich te
                            ontdoen van een autowrak dat afkomstig is van een huishouden, anders dan
                            door afgifte aan inrichtingen, genoemd in artikel 6 van het Besluit
                            Beheer Autowrakken. <vet>Hoofdstuk 7. Slotbepalingen</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Een gedraging in strijd met de volgende artikelen is een
                            strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 3º, van de Wet op de
                            economische delicten:</al><al><vet>Artikel: Onderwerp:</vet></al><al>Artikel 6 Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens
                            aanwijzing.</al><al>Artikel 7 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                            afvalstoffen aan anderen.</al><al>Artikel 8 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                            afvalstoffen door anderen de gebruikers van percelen.</al><al>Artikel 9 Afzonderlijk ter inzameling aanbieden.</al><al> Artikel 10 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                            afvalstoffen.</al><al>Artikel 11 Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden.</al><al>Artikel 14 Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de
                            inzameldienst.</al><al>Artikel 15 Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een
                            ander dan de inzameldienst.</al><al>Artikel 16 Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging.</al><al>Artikel 17 Achterlaten van straatafval.</al><al>Artikel 18 Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande
                            afvalstoffen.</al><al>Artikel 19 Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                            drinkwaren.</al><al>Artikel 20 Wegwerpen van reclamebiljetten of ander
                            promotiemateraal.</al><al>Artikel 21 Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
                            werkzaamheden.</al><al>Artikel 22 Verbod op opslag van afvalstoffen.</al><al>Artikel 23 Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast:</al><lijst><li nr="a."><al>de krachtens artikel 18.4, derde lid, van de wet aangewezen
                                        ambtenaren;</al></li><li nr="b."><al>de medewerkers van de cluster Toezicht Openbare Ruimte (TOR)
                                        van de gemeente Uden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de bij besluit van het College dan
                                wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Afdeling 2 (Afvalstoffen) van hoofdstuk 4 (Bescherming van het
                                milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk van de
                                gemeente) van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Uden
                                vastgesteld op 8 juli 2010 wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die waarop zij
                                is bekendgemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Vergunningen en ontheffingen verleend krachtens de Algemene
                                    plaatselijke verordening gemeente Uden, vastgesteld op 21
                                    december 2006 en gewijzigd op 14 december 2006 en 21 februari
                                    2008, blijven - voor zover zij niet eerder zijn vervallen of
                                    ingetrokken - nog gedurende tien jaren na de inwerkingtreding
                                    van deze verordening van kracht en worden beschouwd als een
                                    vergunning respectievelijk ontheffing van deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de Algemene
                                    plaatselijke verordening gemeente Uden, vastgesteld op 21
                                    december 2006 en gewijzigd op 14 december 2006 en 21 februari
                                    2008, blijven - indien en voor zover de bepalingen ingevolge
                                    welke deze voorschriften en beperkingen zijn opgelegd, ook zijn
                                    vervat in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn
                                    vervallen of ingetrokken - nog gedurende tien jaren na de
                                    inwerkingtreding van deze verordening van kracht.</al></li><li nr="3."><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                    verordening een aanvraag om een ontheffing op grond van de
                                    verordening bedoeld in de Algemene plaatselijke verordening
                                    gemeente Uden, vastgesteld op 21 december 2006 en gewijzigd op
                                    14 december 2006 en 21 februari 2008, is ingediend en voor het
                                    tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op
                                    die aanvraag is beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een
                                    aanvraag tot ontheffing, als bedoeld in deze verordening.</al></li><li nr="4."><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                    verordening een aanvraag om een vergunning op grond van de
                                    verordening bedoeld in de Algemene plaatselijke verordening
                                    gemeente Uden, vastgesteld op 21 december 2006 en gewijzigd op
                                    14 december 2006 en 21 februari 2008, is ingediend en voor het
                                    tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op
                                    die aanvraag is beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een
                                    aanvraag tot aanwijzing, als bedoeld in artikel 2 van deze
                                    verordening.</al></li><li nr="5."><al>Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een
                            vergunning of ontheffing bedoeld in het eerste lid, dan wel voorschrift
                            of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of na het tijdstip
                            bedoeld in de Algemene plaatselijke verordening gemeente Uden,
                            vastgesteld op 21 december 2006 en gewijzigd op 14 december 2006 en 21
                            februari 2008, is ingekomen binnen de voordien geldende beroepstermijn,
                            wordt beslist met toepassing van de verordening bedoeld in de Algemene
                            plaatselijke verordening gemeente Uden, vastgesteld op 21 december 2006
                            en gewijzigd op 14 december 2006 en 21 februari 2008.</al></li><li nr="6."><al>De intrekking van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Uden,
                            vastgesteld op 21 december 2006 en gewijzigd op 14 december 2006 en 21
                            februari 2008 heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van
                            die verordening genomen nadere regels en aanwijzingsbesluiten, indien en
                            voor zover de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd
                            ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn
                            vervallen of ingetrokken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Citeerbepaling</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als
                            Afvalstoffenverordening gemeente Uden. </al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 7 oktober 2010.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de griffier de burgemeester</ondertekening><ondertekening>drs. M.A.H. Heffels drs. H.A.G. Hellegers </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Inhoudsopgave</vet></al><al>Bladzijde</al><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><al> Artikel 1 Begripsbepalingen1 <onderstreept>Hoofdstuk 2
                                Inzameling van huishoudelijke afvalstoffen</onderstreept></al><al> Artikel 2 Aanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars 2 Artikel 3
                            Afzonderlijke inzameling 2 Artikel 4 Inzamelmiddelen en –voorzieningen 2
                            Artikel 5 Frequentie van inzamelen 3 Artikel 6 Inzamelverbod
                            afvalstoffen behoudens aanwijzing3 <onderstreept>Hoofdstuk 3
                                Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                afvalstoffen</onderstreept> Artikel 7 Verbod op het ter inzameling
                            aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan anderen 3 Artikel 8 Verbod
                            op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door
                            anderen dan de gebruikers van percelen 3 Artikel 9 Afzonderlijk ter
                            inzameling aanbieden 3 Artikel 10 Ter inzameling aanbieden van
                            huishoudelijke afvalstoffen 3 Artikel 11 Dagen en tijden voor het ter
                            inzameling aanbieden 4 Artikel 12 Het in bijzondere gevallen ter
                            inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen 4 </al><al><onderstreept>Hoofdstuk 4 Inzameling van
                                bedrijfsafvalstoffen</onderstreept> Artikel 13 Inzameling
                            bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst 4 Artikel 14 Ter inzameling
                            aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst 4 Artikel 15 Het
                            ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de
                            inzamel- dienst4 </al><al><onderstreept>Hoofdstuk 5 Zwerfafval</onderstreept>
                            Artikel 16 Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging 4 Artikel 17
                            Achterlaten van straatafval 5 Artikel 18 Voorkomen van zwerfafval bij
                            ter inzameling gereedstaande afvalstoffen 5 Artikel 19 Afvalbakken in
                            inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren 5 Artikel 20
                            Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal 5 Artikel 21
                            Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige werkzaamheden 5
                        </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Overige onderwerpen die de verordening aangaan</titel></kop><al> Artikel 22 Verbod opslag van afvalstoffen 6 Artikel 23 Afgifte
                            autowrakken afkomstig uit een huishouden6 </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><al> Artikel 24 Strafbepaling 6 Artikel 25 Toezichthouders 6 Artikel 26
                            Inwerkingtreding 7 Artikel 27 Overgangsbepaling 7 Artikel 28
                            Citeertitel7</al></divisie><tussenkop>Toelichting Afvalstoffenverordening gemeente Uden</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><tussenkop>1. De Afvalstoffenverordening en de Wet Milieubeheer</tussenkop><tussenkop>Wettelijk kader</tussenkop><al>Tot op heden stonden de bepalingen met betrekking tot (de inzameling van)
                    afvalstoffen in de APV. De bevoegdheid van gemeenten om onderwerpen te regelen
                    in de APV is gebaseerd op artikel 149 Gemeentewet, zijnde een bevoegdheid
                    gebaseerd op autonomie. Het opstellen van een afvalstoffenverordening vloeit
                    echter voort uit de wettelijke plicht voor gemeenten, gebaseerd op artikel 10.23
                    Wet Milieubeheer (Wm). Deze bevoegdheid is dan ook gebaseerd op medebewind.
                    Vanwege de verschillen in grondslag is het dan ook wenselijk om de bepalingen
                    met betrekking tot afvalstoffen te regelen en een aparte verordening.</al><tussenkop>Wettelijke grondslag</tussenkop><al>In de artikelen 10.21 Wm en 10.22 Wm is de zorgplicht van de gemeenten
                    neergelegd, inhoudende zorgdragen voor de inzameling van huishoudelijke
                    afvalstoffen. In de artikelen 10.23-10.26 Wm is de verplichting voor de
                    gemeenteraad om een afvalstoffenverordening vast te stellen neergelegd. </al><al>De zorgplicht van de gemeente bestaat uit de plicht dat de gemeente zorg dient
                    te dragen dat de huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij elk binnen
                    haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen ontstaan. Deze
                    zorgplicht geldt ook voor grove huishoudelijke afvalstoffen. </al><tussenkop>Verplichting om verordening op te stellen.</tussenkop><al>De gemeenten zijn gehouden om een afvalstoffenverordening vast te stellen. De
                    regels worden vastgesteld in het belang van het milieu.</al><al>De gemeentelijke regelstelling moet vanzelfsprekend blijven binnen haar
                    wettelijke grenzen. Zo kunnen gemeenten niet op eigen initiatief een brengplicht
                    invoeren voor bestanddelen van het huishoudelijk afval. Dat zou hen in strijd
                    brengen met artikel 10.28 Wm, waarin deze bevoegdheid in toebedeeld aan het
                    Rijk. Ook de in de artikelen 10.17 Wm en 15.32 Wm neergelegde rijksbevoegdheid
                    om personen een verplichting op te leggen om producten al dan niet in combinatie
                    met een statiegeldregeling in te nemen, moet worden gezien als uitputtend. De
                    gemeenten kunnen een dergelijke inname dus niet verplicht voorschrijven.
                    Eventueel kunnen zij in het lokale milieubelang regels stellen omtrent de wijze
                    waarop de inname geschiedt. Daarbij mag de inname niet onnodig belemmerd worden.
                    Het invoeren van een gemeentelijke vergunningplicht voor de wettelijk verplichte
                    inname van een product in de afvalfase zal met dat uitgangspunt bijvoorbeeld al
                    snel in strijd komen.</al><al>Als er een gemeentelijk milieubeleidsplan is, moeten de gemeenten daarmee bij
                    het vaststellen van de verordening rekening houden. De gemeenten zijn niet
                    verplicht tot het vaststellen van een milieubeleidsplan. Het gemeentelijke
                    milieuprogramma is wel verplicht. In gemeenten waarin een milieubeleidsplan
                    ontbreekt, vervult het milieuprogramma een rol, die juist op afvalgebied van
                    veel betekenis kan zijn gezien de gemeentelijke verantwoordelijkheid op dat
                    gebied. Vanzelfsprekend moeten tevens met het afvalbeheersplan rekening worden
                    gehouden. Dit vloeit al uit artikel 10.14 voort.</al><tussenkop>Onderscheid huishoudelijk afval bij grove huishoudelijke
                    afvalstoffen</tussenkop><al>Grove huishoudelijke afvalstoffen zijn die afvalstoffen die te groot en te zwaar
                    zijn om op dezelfde wijze als andere huishoudelijke afvalstoffen aan de
                    inzameldienst te worden aangeboden. In de praktijk worden soms zeer grote
                    partijen bouw- en sloopafval aan een gemeente ter inzameling aangeboden. Indien
                    dit afval is vrijgekomen bij door de particulier zelf uitgevoerde werkzaamheden,
                    behoort dit afval naar de letter van de wet tot het grove huishoudelijke afval.
                    In beginsel worden immers alle afvalstoffen die afkomstig zijn uit particuliere
                    huishoudens aangemerkt als huishoudelijke afvalstoffen. Hieruit zou volgen dat
                    de gemeenten verplicht zijn tot de inzameling ervan. Dit kan de effectiviteit en
                    de efficiency van de inzameling van grof huishoudelijk afval in gevaar brengen. </al><al> Uitgangspunt voor de inzameling van bouw- en sloopafval uit huishoudens is de
                    laagdrempeligheid van de voorziening. De burger dient de zekerheid te hebben dat
                    dit afval van gemeentewege wordt ingezameld. Dit geldt echter alleen voor dat
                    deel van het bouw- en sloopafval dat niet afkomstig is van als bedrijfsmatig te
                    kwalificeren activiteiten. Op grote hoeveelheden zoals die ontstaan bij als
                    bedrijfsmatig te kwalificeren activiteiten, is de gemeentelijke inzameling niet
                    berekend. Bovendien heeft de particulier een redelijk alternatief, hij kan
                    bijvoorbeeld een container huren. Dit betekent dat er grenzen moeten kunnen
                    worden gesteld aan de omvang en de hoeveelheid van het aangeleverde afval. Dit
                    is geregeld in artikel 10.22 lid 2 Wm. Op grond van deze bepaling kan de
                    zorgplicht voor het inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen buiten
                    toepassing worden verklaard. Er is gekozen voor een afwijking bij AMvB en niet
                    bij gemeentelijke afvalstoffenverordening, om geen al te grote verschillen
                    tussen gemeenten te laten ontstaan en om te waarborgen dat de
                    afwijkingsbevoegdheid niet te ruim wordt toegepast. Vergelijkbare problemen doen
                    zich voor bij andere afvalstoffen, zoals grote hoeveelheden grond uit de tuin of
                    paardenmest. Voorts kan worden gedacht aan oude olietanks of aan autowrakken.
                    Voornoemde bepaling biedt daarom ruimte om ook met andere situaties rekening te
                    houden. Als daar reden voor is, kan ook de plicht om een plaats beschikbaar te
                    stellen waar deze afvalstoffen kunnen worden achtergelaten, buiten werking
                    worden gesteld. Voorts is het stellen van een hoeveelheids-, gewichts- of
                    omvangsgrens facultatief gesteld.</al><tussenkop>Bedrijfsafvalstoffen</tussenkop><al>Ten aanzien van de inzameling van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke
                    afvalstoffen mogen ook in het belang van de bescherming van het milieu regels
                    worden gesteld. Blijkens artikel 10.23 lid 3 Wm mogen deze regels geen
                    vergunningstelsel inhouden. Dit is krachtens artikel 10.48 voorbehouden aan de
                    minister. Vanzelfsprekend mogen de gemeenten hun bevoegdheid evenmin benutten
                    ter bevoordeling van de eigen inzameldienst en ten nadele van andere aanbieders
                    op de markt. Artikel 10.23 impliceert niet dat de gemeenten in het geheel geen
                    autonome regels meer mogen stellen met betrekking tot afvalstoffen. Wel zal
                    daarvoor een bijzondere motivering vereist zijn. </al><tussenkop>Zwerfafval</tussenkop><al>De onderdelen a en b van artikel 10.25 Wm hebben betrekking op zwerfafval.
                    Onderdeel a betreft het voorkomen of het beperken van zwerfafval. Regels
                    hieromtrent kunnen op diverse wijzen worden gesteld. Zo kunnen er regels worden
                    gesteld omtrent het direct veroorzaken van dit soort verontreiniging. Veelal zal
                    het daarbij gaan om een verbod, bijvoorbeeld om afval op straat of in het water
                    te werpen. De regels kunnen ook de aanwezigheid van bepaalde voorzieningen
                    (bijvoorbeeld een afvalbak bij een snackbar) of het gebruik daarvan
                    voorschrijven. Ook een verbod om ter inzameling gereed gezet afval te doorzoeken
                    ("morgensterrenverbod") kan op onderdeel a worden gebaseerd. Onderdeel b betreft
                    het opruimen van zwerfafval.</al><tussenkop>2. Ontwikkelingen</tussenkop><tussenkop>Intrekking regeling voorwaarden inzamelen huishoudelijke afvalstoffen
                    nabij elk perceel</tussenkop><al>In het kader van het project Herijking VROM-regelgeving, waarmee het ministerie
                    van VROM in 2003 van start is gegaan, is gezocht naar wettelijke regels die
                    vanwege overbodige bureaucratie of problemen met de uitvoerbaarheid,
                    handhaafbaarheid en fraudegevoeligheid zouden moeten worden aangepast of
                    afgeschaft.</al><al>Een van de herijkingsvoorstellen is dat de Regeling voorwaarden inzamelen
                    huishoudelijke afvalstoffen nabij elk perceel zal worden ingetrokken. Uit het
                    oogpunt van decentralisatie is het dan niet noodzakelijk om te bepalen binnen
                    welke maximale afstand van de perceelgrens de gemeente moet zorgdragen voor de
                    inzameling van huishoudelijk afval, indien het inzameling nabij elk perceel
                    betreft. De gemeente heeft hierin haar eigen beleidsvrijheid. Dit wetsvoorstel
                    is eind 2007 naar de Raad van State gestuurd. De Raad van State heeft in maart
                    2008 neutraal geadviseerd. De Tweede Kamer heeft op 30 september 2008 met dit
                    voorstel ingestemd.</al><tussenkop>Verruiming vrijstellingsmogelijkheden groente-, fruit- en tuinafval
                    (GFT)</tussenkop><al>Op grond van artikel 10.21 van de Wm zijn gemeenten verplicht deze afvalstroom
                    gescheiden van het overige huishoudelijke afval in te zamelen. In artikel 10.26
                    Wm is een aantal afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Het gaat om de volgende
                    vrijstellingsmogelijkheden die zijn opgenomen in artikel 10.26, eerste lid
                    Wm:</al><lijst><li nr="-"><al>onderdeel a bepaalt dat huishoudelijk afval kan worden ingezameld nabij
                            elk perceel,</al></li><li nr="-"><al>onderdeel b bepaalt dat huishoudelijke afvalstoffen kunnen worden
                            ingezameld met een bij de verordening aangegeven regelmaat, en</al></li><li nr="-"><al>onderdeel c bepaalt dat in een gedeelte van het grondgebied geen
                            huishoudelijke afvalstoffen hoeven te worden ingezameld.</al></li></lijst><al>Omdat onder het begrip "huishoudelijk afval" ook het GFT-afval valt, kan de
                    gemeente deze drie vrijstellingsmogelijkheden ook gebruiken voor GFT-afval.</al><al>Bij schrijven van 9 september 2004 aan de toenmalige staatssecretaris van VROM
                    heeft het toenmalige Afval Overleg Orgaan (verder: AOO) geadviseerd de
                    beleidsvrijheid voor gemeenten ten aanzien van de inrichting van het
                    GFT-afvalbeheer te vergroten. Belangrijke overweging hierbij is dat de huidige
                    wettelijke verplichting (met beperkte vrijstellingsmogelijkheden) voor een
                    aantal gemeenten een te strak keurslijf is waardoor geen optimalisatie van de
                    gemeentelijke inzameling mogelijk is. Naast de huidige
                    vrijstellingsmogelijkheden zouden gemeenten ook de mogelijkheid willen hebben
                    om:</al><lijst><li nr="-"><al>de frequentie van de inzameling van GFT-afval te bepalen, zodat
                            bijvoorbeeld in de winter geen inzameling hoeft plaats te vinden;</al></li><li nr="-"><al>slechts bepaalde bestanddelen van het GFT-afval afzonderlijk in te
                            zamelen, zoals alleen het bestanddeel "tuinafval";</al></li><li nr="-"><al>andere afvalstromen met het GFT-afval in te zamelen, te denken valt aan
                            luiers.</al></li></lijst><al>Overigens is door het AOO aangegeven dat het ongewenst is om de wettelijke
                    inzamelplicht volledig op te heffen. Weliswaar zou deze optie volledige vrijheid
                    geven aan gemeenten, maar een ledenraadpleging van de VNG gaf aan dat een
                    meerderheid van gemeenten hecht aan een wettelijk verankerde inzamelplicht.</al><al>Bij schrijven van 9 november 2004 aan het AOO (in afschrift naar de Tweede
                    Kamer) heeft de toenmalige staatssecretaris van VROM aangegeven het advies over
                    te nemen. Dit wordt geregeld in hetzelfde wetsvoorstel als waarin de regeling
                    inzameling huishoudelijke afvalstoffen bij elk perceel wordt ingetrokken. Zoals
                    al opgemerkt is dit wetsvoorstel eind 2007 naar de Raad van State gestuurd. De
                    Tweede Kamer heeft op 30 september 2008 met dit wetsvoorstel ingestemd.</al><tussenkop>3. De Dienstenrichtlijn</tussenkop><al>De Europese Dienstenrichtlijn is op 28 december 2006 in werking getreden met als
                    doel de nog bestaande belemmeringen van het vrije verkeer van diensten op te
                    heffen. Zo is over de vrijheid van vestiging (hoofdstuk 3) bepaald dat lidstaten
                    de toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit in beginsel niet
                    afhankelijk mag stellen van een vergunningstelsel (artikel 9). In hoofdstuk 4
                    van de richtlijn is bepaald dat het vrij verrichten van diensten niet mag worden
                    beperkt door het stellen van een vergunning- of inschrijvingseis (artikel 16 en
                    verder).</al><al>Ook voor gemeenten zal dit gevolgen hebben: zij moeten binnen 3 jaar door middel
                    van een screening nagaan of hun regelgeving in overeenstemming is met de
                    bepaling van de richtlijn en deze zonodig aanpassen.</al><al>Voor de afvalstoffenverordening heeft de VNG de screening gedaan. De uitkomst
                    van de screening is dat de model-Afvalstoffenverordening in overeenstemming is
                    met de bepalingen van de richtlijn. </al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begripsbepalingen</tussenkop><tussenkop>Ad g. Inzameldienst</tussenkop><al>Een door het College aangewezen dienst die is belast met het inzamelen van
                    afvalstoffen. Deze dienst kan zowel een gemeentelijke als particuliere dienst
                    zijn.</al><tussenkop>Ad h. Andere inzamelaars</tussenkop><al>Een andere inzamelaar dan bedoelt onder sub f, zijnde een door het College
                    aangewezen inzameldienst die bevoegd is om afzonderlijke categorieën
                    afvalstoffen in te zamelen. </al><tussenkop>Ad j. Straatafval</tussenkop><al>Onder straatafval wordt bedoeld afval dat “onderweg ontstaat”, buiten het
                    perceel, dat niet als zwerfafval op straat of in het plantsoen terecht dient te
                    komen en waarvoor de mogelijkheid wordt geboden om zich ter plekke ervan de
                    ontdoen. Klein chemisch afval behoort niet tot deze omschrijving.</al><tussenkop>Ad k. Zwerfafval</tussenkop><al>Zwerkafval is straatafval dat niet in het daartoe bestemde inzamelmiddel terecht
                    komt. Onder zwerfaval wordt niet verstaan het illegaal dumpen van afval.</al><tussenkop>Ad l. Wegen</tussenkop><al>Wegen worden in artikel 1, eerste lid, onder a van de Wegenverkeersweg 1994
                    gedefinieerd als: ‘alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met
                    inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en tot die wegen behorende
                    paden en bermen of zijkanten.</al><tussenkop>Ad m. Motorvoertuigen</tussenkop><al>Motorvoertuigen worden in artikel 1, eerste lid, onder c van de Wegenverkeerswet
                    1994 gedefinieerd als: ‘alle voertuigen, bestemd om anders dan langs spoorstaven
                    te worden voortbewogen uitsluitend of mede dor een mechanische kracht, op of aan
                    het voertuig zelf aanwezig dan wel door elektrische tractie met stoomtoevoer
                    elders, met uitzondering van fietsen met trapondersteuning.</al><tussenkop>Ad n. Huishoudelijke afvalstoffen</tussenkop><al>Afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens, behoudens voor zover het
                    ingezamelde bestanddelen van die afvalstoffen betreft, die zijn aangewezen als
                    gevaarlijke afvalstoffen. Gevaarlijke afvalstoffen zijn bij ministeriële
                    regeling als zodanig aangewezen afvalstoffen, met inachtneming van ter zake voor
                    Nederland verbindende verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke
                    organisaties. </al><tussenkop>Ad o. Bedrijfsafvalstoffen</tussenkop><al>Afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen of gevaarlijke
                    afvalstoffen. Gevaarlijke afvalstoffen zijn bij ministeriële regeling als
                    zodanig aangewezen afvalstoffen, met inachtneming van ter zake voor Nederland
                    verbindende verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties.</al><tussenkop>Ad p. Afvalstoffen</tussenkop><al>Afvalstoffen worden in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer gedefinieerd als:
                    ‘alle stoffen, preparaten of andere producten die behoren tot de categorieën die
                    zijn genoemd in bijlage I bij richtlijn nr. 75/442/EEG van de Raad van de
                    Europese Gemeenschappen van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen, waarvan de
                    houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen.</al><tussenkop>Hoofdstuk 2.Inzameling van huishoudelijke afvalstoffen</tussenkop><tussenkop>Artikel 2. Aanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars</tussenkop><al><cursief>Eerste lid: </cursief>De gemeente is op basis van art. 10.24, eerste
                    lid, onder a, Wm verplicht bij of krachtens de verordening een inzameldienst aan
                    te wijzen voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Dit gebeurd
                    middels een aanwijzingsbesluit. Indien de inzameldienst wijzigt, hoeft in dat
                    geval alleen het Verzameluitvoeringsbesluit te worden aangepast, wat onder de
                    bevoegdheid valt van het College en niet de verordening, omdat in de verordening
                    de inzameldienst niet specifiek is aangewezen.</al><al><cursief>Tweede lid: </cursief>Om de afzonderlijke inzameling van bestanddelen
                    uit huishoudelijke afvalstoffen mogelijk te maken door andere inzamelaars dan de
                    inzameldienst, is dit lid noodzakelijk. </al><al> Op basis hiervan kunnen ook andere inzamelaars dan de inzameldienst worden
                    aangewezen als inzamelaar voor bepaalde bestanddelen uit het huishoudelijk
                    afval. De bevoegdheid hiertoe vloeit voort uit artikel 10.24, tweede lid,
                    Wm.</al><al><cursief>Derde lid: </cursief>Op basis van art. 10.24, tweede lid, Wm is de
                    gemeente bevoegd nadere regels te stellen voor de inzameling van huishoudelijk
                    afval.Om met de uitvoering van de verordening aan te kunnen sluiten bij het
                    gemeentelijk afvalbeleidsplan, is het noodzakelijk dat de gemeente de
                    bevoegdheid heeft nadere voorschriften en beperkingen te kunnen stellen.</al><tussenkop>Artikel 3. Afzonderlijke inzameling</tussenkop><al>Op basis van art. 10.21, derde lid, Wm kan de gemeenteraad besluiten tot het
                    afzonderlijk inzamelen van bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen. Hierbij
                    dient, conform art. 10.14 Wm, bij de uitoefening van deze bevoegdheid, rekening
                    te worden gehouden met het geldende Landelijk afvalbeheersplan (LAP). Conform
                    art. 10.14 Wm juncto art. 10.21 Wm en het LAP dienen de volgende afvalstoffen
                    afzonderlijk te worden ingezameld: groente- fruit- en tuinafval, papier en
                    karton, glas, textiel, elektrische en elektronische apparaten, klein chemisch
                    afval en componenten van grof huishoudelijk afval. De gemeente is bevoegd ten
                    aanzien van andere afvalstoffen ook een afzonderlijke inzamelverplichting in te
                    stellen.</al><al>Om verkeerd aanbiedgedrag te voorkomen, is het van belang dat er vastlegging
                    plaatsvindt van een omschrijving van de verschillende categorieën huishoudelijk
                    afvalstoffen nodig, zodat bij verkeerd aanbiedgedrag in kan worden gegrepen. De
                    omschrijving van de verschillende categorieën huishoudelijke afvalstoffen zal
                    gebeuren in een besluit genomen door het College.</al><tussenkop>Artikel 4. Inzamelmiddelen en –voorzieningen</tussenkop><al>De verplichting om huishoudelijke afvalstoffen gescheiden of afzonderlijk in te
                    zamelen vloeit voort uit art. 10.21, eerste lid, Wm. Op basis van dit
                    wetsartikel is de gemeente verplicht tot het wekelijks inzamelen van
                    huishoudelijke afvalstoffen bij elk binnen haar grondgebied gelegen
                    perceel.</al><al>De inzameling bij elk perceel is individueel en vindt plaats bij elke woning via
                    een haalsysteem. De bewoners maken gebruik van individuele inzamelmiddelen,
                    zoals vuilniszakken of minicontainers. </al><al>Bij woningen welke zijn gelegen in gelaagde bouw, flats en andere hoogbouw moet
                    worden benadrukt dat een of meer inzamelvoorzieningen bij deze woningen, moet
                    worden gezien als inzamelmiddel bij elk perceel. </al><al>Art. 10.26 Wm geeft aan dat het is toegestaan bij het vaststellen van de
                    verordening in afwijking van art. 10.21 Wm te besluiten dat - in plaats van bij
                    elk perceel - nabij elk perceel wordt ingezameld. De inzameling nabij elk
                    perceel kan plaatsvinden via clusterplaatsen en via inzamelcontainers nabij elk
                    perceel. </al><al>Bij inzamelingvoorzieningen op wijkniveau moet gedacht worden aan permanent
                    aanwezige voorzieningen zoals glasbakken, textielbakken en dergelijke. Ook zijn
                    mobiele of niet permanente voorzieningen mogelijk zoals bijvoorbeeld een
                    chemokar. Het gebruik van deze voorzieningen is niet beperkt tot de gebruikers
                    van een bepaalde groep percelen, maar worden in belang van doelmatige
                    verwijdering van onderdelen van huishoudelijke afvalstoffen. </al><tussenkop>Artikel 5. Frequentie van inzamelen</tussenkop><al><cursief>Lid 1:</cursief>De gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van
                    huishoudelijk afval en groente-, fruit- en tuinafval bij elk perceel op grond
                    van artikel 10.21, eerste en tweede lid, Wm is gesteld op ten minste eenmaal per
                    week. Op grond van artikel 10.21, tweede lid, Wm wordt daarbij in ieder geval
                    groente-, fruit- en tuinafval afzonderlijk ingezameld. </al><al><cursief>Lid 2: </cursief>Artikel 10.26, eerste lid, onder b Wm, biedt gemeente
                    de mogelijkheid om af te wijken van de wekelijkse inzamelfrequentie van
                    huishoudelijke afvalstoffen en groente-, fruit en tuinafval in het belang van
                    doelmatig beheer. </al><al><cursief>Lid 3 en verder: </cursief>Tevens heeft de gemeente de bevoegdheid, op
                    basis van art. 10.26, eerste lid, onder a Wm om in het belang van doelmatig
                    beheer huishoudelijke afvalstoffen nabij elk perceel in te zamelen.</al><tussenkop>Artikel 6. Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens
                    aanwijzing</tussenkop><al>Gemeente zijn belast met de zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijke
                    afvalstoffen. Zij hebben daarmee ook het recht om te bepalen dat het verboden is
                    aan andere dan de door het College aangewezen inzameldienst en instanties om
                    huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen.</al><tussenkop>Hoofdstuk 3. Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                    afvalstoffen</tussenkop><tussenkop>Artikel 7. Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                    afvalstoffen </tussenkop><al>Burgers mogen hun afvalstoffen alleen aanbieden aan de krachtens in het eerste
                    lid van artikel 2 aangewezen inzameldienst, andere inzamelaars die zijn
                    aangewezen krachtens het tweede lid van artikel 2 en personen of instanties die
                    in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij AMvB of ministeriële
                    regeling een inzamelplicht hebben. In dit geval mag de burger zijn
                    huishoudelijke afvalstoffen, zoals elektrische en elektronische apparatuur, ook
                    aan deze personen of instanties aanbieden.</al><tussenkop>Artikel 8. Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                    afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen</tussenkop><al>Dit artikel bepaalt dat alleen diegenen die binnen de gemeente
                    afvalstoffenheffing betalen, huishoudelijke afvalstoffen mogen aanbieden.
                    Achtergrond van dit artikel is de toename in het illegaal aanbieden van
                    afvalstoffen door inwoners van andere gemeenten (afvaltoerisme) of door
                    bedrijven van binnen en buiten de eigen gemeente, die op deze manier de kosten
                    van de verwijdering van hun afvalstoffen willen ontlopen.</al><tussenkop>Recreatiewoningen</tussenkop><al>Geldt er een zorgplicht voor de gemeente voor de inzameling van huishoudelijke
                    afvalstoffen bij recreatiewoningen? Er zijn twee situaties mogelijk. In de
                    eerste plaats kan een recreatiewoning deel uitmaken van een inrichting in de zin
                    van de Wet milieubeheer. Er is sprake van een inrichting zodra er een
                    technische, organisatorische of functionele samenhang is. Wanneer er sprake is
                    van een inrichting moet vrijkomend afval worden gezien als bedrijfsafval. De
                    verantwoordelijkheid voor de verwijdering van bedrijfsafval ligt in dat geval
                    voor de houder van de inrichting.</al><al>Maken de recreatiewoningen geen onderdeel uit van een inrichting in de zin van
                    de Wet milieubeheer, dan is het vrijkomende afval huishoudelijk afval. Van
                    belang is vervolgens de vraag of er op het perceel geregeld huishoudelijke
                    afvalstoffen vrijkomen. Artikel 10.21, eerste lid, Wm verklaart de zorgplicht
                    van de gemeente namelijk van toepassing indien er op een perceel geregeld
                    huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. Daartegenover staat dat de gemeente
                    in dat geval ook een afvalstoffenheffing kan heffen. Omgekeerd geldt ook
                    hetzelfde. Ontstaan er op een perceel niet geregeld huishoudelijke afvalstoffen,
                    dan geldt de zorgplicht van de gemeente niet en kan eveneens geen
                    afvalstoffenheffing worden geheven.</al><tussenkop>Artikel 9. Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</tussenkop><al>Deze bepaling vloeit voort uit hetgeen is bepaald in artikel 3. Door deze
                    bepaling wordt het de burger verboden, anders dan afzonderlijk, de
                    huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden welke zijn genoemd in artikel 3.</al><tussenkop>Artikel 10. Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                    afvalstoffen</tussenkop><al>Daar de gemeente in artikel 5 gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid om in
                    sommige gevallen niet bij elk perceel huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen,
                    maar in deze situatie gebruik te kane van een inzamelvoorziening voor de
                    gebruikers van een aantal percelen, is de gemeente op grond van artikel 10.27 Wm
                    in een aantal gevallen verplicht om op tenminste één daartoe ter beschikking
                    gestelde plaats binnen de gemeente een brengdepot te realiseren.</al><al> Het gaat om de gevallen waarin de raad op grond van artikel 10.26, eerste lid,
                    onder a, b en c, Wm afwijkt van artikel 10.21 Wm: inzameling nabij elk perceel,
                    inzameling met een bij verordening aangegeven regelmaat en uitsluiting van
                    inzameling op een deel van het grondgebied van de gemeente.</al><al>Artikel 10 biedt de basis tot het stellen van diverse regels die relevant zijn
                    voor het inzamelen van huishoudelijk afval. Deze regels zullen worden uitgewerkt
                    in op artikel 10 gebaseerde uitvoeringsbesluiten.</al><tussenkop>Artikel 11. Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden </tussenkop><al>Het vaststellen van de dagen en tijden zal gebeuren door middel van een
                    uitvoeringsbesluit, waarin de uitvoering van deze bepaling zal worden
                    uitgewerkt.</al><tussenkop>Artikel 12. Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van
                    huishoudelijke afvalstoffen</tussenkop><al>Dit artikel biedt de grondslag voor een door het College vast te stellen
                    calamiteitenregeling. Een dergelijke (eventueel tijdelijke) regeling zou
                    bijvoorbeeld nodig kunnen zijn in geval van stakingen, etc.</al><tussenkop>Hoofdstuk 4. Inzameling van bedrijfsafvalstoffen</tussenkop><tussenkop>Artikel 13. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door de
                    inzameldienst</tussenkop><al>De inzameldienst kan naast huishoudelijke afvalstoffen bijvoorbeeld ook
                    bedrijfsafvalstoffen (of een bepaalde categorie van bedrijfsafvalstoffen)
                    inzamelen. Gedacht kan worden aan afval uit de kantoren/winkels/dienstensector
                    of bouw- en sloopafval (voor zover dit niet wordt gerekend tot het huishoudelijk
                    afval).De gemeente heeft met betrekking tot bedrijfsafvalstoffen geen zorgplicht
                    en kan niet bepalen wie er binnen de gemeente al dan niet mogen inzamelen zoals
                    dat bij huishoudelijke afvalstoffen het geval is.</al><tussenkop>Artikel 14. Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de
                    inzameldienst</tussenkop><al>Alleen die bedrijven die betalen voor de gemeentelijke inzamelvoorzieningen
                    mogen, voor zover artikel 13 daartoe de mogelijkheid biedt, hun
                    bedrijfsafvalstoffen aanbieden aan de inzameldienst. Het College kan, net als
                    bij huishoudelijke afvalstoffen, regels stellen over de wijze waarop de
                    afvalstoffen ter inzameling moeten worden aangeboden.</al><tussenkop>Artikel 15. Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een
                    ander dan de inzameldienst</tussenkop><al>Op basis van artikel 10.23, derde lid Wm is de gemeente bevoegd regels te
                    stellen over de inzameling van bedrijfsafvalstoffen. Deze regels kunnen echter
                    geen vergunningstelsel inhouden, daar dit krachtens artikel 10.48 Wm is
                    voorbehouden aan de minister.</al><tussenkop>Hoofdstuk 5. Zwerfafval</tussenkop><tussenkop>Artikel 16. Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging</tussenkop><al>Dit artikel heeft een primair een milieubeschermende functie en beoogt de
                    gemeenten een instrument te geven om illegale dumpingen, voor zover er geen
                    hogere wet- of regelgeving van toepassing is, of het ontstaan van zwerfafval
                    tegen te gaan. </al><tussenkop>Artikel 17. Achterlaten van straatafval</tussenkop><al>In artikel 1 van deze verordening wordt een definitie gegeven van straatafval.
                    Bij het begrip straatafval gaat het in feite om afval "dat onderweg ontstaat",
                    buiten een perceel, dat niet als zwerfafval op straat of in het plantsoen
                    terecht dient te komen en waarvoor je de burger (in dit geval ook toeristen) de
                    mogelijkheid wilt bieden om zich ter plekke ervan te ontdoen (voor zover van
                    zeer beperkte omvang en gewicht). Klein chemisch afval is uitdrukkelijk
                    uitgesloten van de omschrijving. Dit afval dient in alle gevallen via de daartoe
                    opgezette inzamelstructuur te worden verwijderd.</al><al>In de definitie van straatafval wordt uitdrukkelijk gesproken over "buiten een
                    perceel ontstaan". Een huishoudelijke afvalstof, ontstaan op of binnen het
                    perceel, moet worden aangeboden volgens de bepalingen uit paragraaf 3.</al><tussenkop>Artikel 18. Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande
                    afvalstoffen</tussenkop><al>Deze bepaling heeft betrekking op wat wel de "morgenster"-problematiek wordt
                    genoemd. Het beoogt paal en perk te stellen aan het doorzoeken en verwijderen
                    van ter inzameling aangeboden afvalstoffen voordat de medewerkers van de
                    inzameldienst ter plaatse zijn. Vaak immers heeft dit doorzoeken tot gevolg dat
                    het huisvuil over de hele straat verspreid ligt en de inzameldienst zijn werk
                    niet meer kan verrichten. Het aldus ontstane zwerfafval veroorzaakt een zware
                    belasting van de gemeentelijke veegdienst.</al><al>Het kan in plaatselijke situaties wenselijk en doelmatig zijn, op beperkte
                    schaal "morgensterren" te dulden en het moet vanzelfsprekend ook mogelijk zijn
                    dat toezichthouders en handhavers in de gelegenheid zijn om zo nodig de inhoud
                    van aangebroken zakken, emmers en (mini)containers te onderzoeken.</al><tussenkop>Artikel 19. Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                    drinkwaren</tussenkop><al>Op basis van artikel 10.25 Wm kan de gemeente regels stellen omtrent het
                    voorkomen dat afvalstoffen als zwerfafval in het milieu komen en omtrent het
                    opruimen van afvalstoffen die als zwerfafval in het milieu zijn gekomen. De
                    regels kunnen de aanwezigheid van bepaalde voorzieningen (bijvoorbeeld een
                    afvalbak bij een snackbar) of het gebruik daarvan voorschrijven.</al><al>Inrichtingen waar eet- en/of drinkwaren worden verkocht zijn bijvoorbeeld een
                    winkel, hal of kraam. Het afval dat hierbij kan vrijkomen zijn bijvoorbeeld
                    papier, etensresten, verpakkingsmateriaal of ander afval.</al><al>De verplichting zoals opgenomen in artikel 10.25 onder c Wm kan in deze gevallen
                    als voorschrift aan een dergelijke milieuvergunning worden verbonden, dan wel
                    rechtstreeks voortvloeien uit het Activiteitenbesluit. Artikel 2.13 van het
                    Activiteitenbesluit bepaalt het volgende: "Degene die de inrichting drijft
                    verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, sport- of spelmaterialen,
                    of andere materialen die uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting
                    zijn bestemd binnen een straal van 25 meter van de inrichting." Hieruit volgt
                    dat het criterium "in de nabijheid van de inrichting" kan worden uitgelegd als
                    binnen een straal van 25 meter van de inrichting.</al><tussenkop>Artikel 20. Wegwerpen van reclamebiljetten of ander
                    promotiemateriaal</tussenkop><al>Dit artikel is dus een uitwerking van artikel 10.25, onder b, Wm in de vorm van
                    een verplichting tot opruimen of laten opruimen van reclamebiljetten of ander
                    promotiemateriaal. Dit artikel stond vroeger in de APV. Het is niet verstandig
                    om, om redenen van eenduidigheid, om dit artikel in beide verordeningen op te
                    nemen. Hierdoor is de bepaling uit de APV bij invoering van deze verordening
                    komen te vervallen.</al><tussenkop>Artikel 21. Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
                    werkzaamheden</tussenkop><al>De grondslag voor deze bepaling is opgenomen in artikel 10.25 Wm. Het eerste lid
                    beoogt het ontstaan van zwerfafval bij het laden of lossen of vervoeren van
                    afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te voorkomen.</al><al>Het tweede lid is een uitwerking van artikel 10.25, onder b, Wm in de vorm van
                    een verplichting tot het reinigen of laten reinigen van de weg bij het ontstaan
                    van zwerfafval. De opname van het tweede lid heeft vooral betekenis in verband
                    met het op kosten van de overtreder laten reinigen van de weg
                    (bestuursdwang).</al><tussenkop>Hoofdstuk 6. Overige onderwerpen die de verordening aangaan</tussenkop><tussenkop>Artikel 22. Verbod opslag van afvalstoffen</tussenkop><al>In artikel 10.25, onder c, Wm is de basis gelegd voor het opnemen van een
                    dergelijk artikel in de afvalstoffenverordening. Bij de afvalstoffenverordening
                    kunnen voortaan in ieder geval regels worden gesteld omtrent het op een voor het
                    publiek zichtbare plaats aanwezig hebben van afvalstoffen. Artikel 10.25, onder
                    c, Wm geldt voor de opslag van alle afvalstoffen </al><al>Deze bepaling beoogt het belang van het milieu te beschermen. Ten aanzien van
                    autowrakken die op de weg zijn geplaatst heeft het artikel in de APV een
                    aanvullend motief op grond van de verkeersveiligheid.</al><tussenkop>Artikel 23. Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden</tussenkop><al>De regelgeving voor autowrakken is in 2002 drastisch gewijzigd. Op 8 mei 2002 is
                    de wijziging van de Wet milieubeheer (structuur beheer afvalstoffen, Staatsblad
                    2001, 346) gedeeltelijk in werking getreden. Op 2 juli 2002 is het Besluit
                    beheer autowrakken (Staatsblad 2002, 259) in werking getreden. Het nieuwe
                    Besluit Beheer Autowrakken (hierna te noemen BBA) verplicht autofabrikanten om
                    een hoogwaardig inname- en verwerkingssysteem voor autowrakken op te
                    zetten.</al><al>Deze bepaling is een uitwerking van artikel 6 BBA. Hierin is de afgifte van
                    autowrakken door huishoudens geregeld. Op grond van artikel 6 BBA moeten
                    gemeenten in hun afvalstoffenverordening bepalen dat een autowrak, zijnde een
                    huishoudelijk afvalstof, slechts mag worden afgegeven aan
                    autodemontagebedrijven, garages en autoschadeherstelbedrijven of aan een persoon
                    die in een ander land dan Nederland is gevestigd (onder strikte
                    voorwaarden).</al><al>Op grond van artikel 7 BBA worden autowrakken, afkomstig van huishoudens
                    uitdrukkelijk uitgezonderd van de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling
                    van huishoudelijk afval.</al><tussenkop>Hoofdstuk 7. Slotbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 24. Strafbepalingen</tussenkop><al>In dit artikel worden de bepalingen opgesomd die als strafbaar feit worden
                    aangeduid om strafrechtelijk te kunnen worden gehandhaafd. De strafbaarstelling
                    van artikel 10.23 Wm over de gemeentelijke afvalstoffenverordening is geregeld
                    in de Wet op de economische delicten (Wed). Aangezien niet alle bepalingen in de
                    afvalstoffenverordening zich voor strafrechtelijke handhaving lenen, is de
                    strafbaarstelling geclausuleerd.</al><al>Artikel 1a, aanhef, onder 3º Wed luidt: "Economische delicten zijn eveneens:
                    overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens: …. de Wet
                    milieubeheer, 10.23 – voor zover aangeduid als strafbare feiten - en ……." In de
                    afvalstoffenverordening moet daarom worden aangegeven welke overtredingen (van
                    welke artikelen) een strafbaar feit opleveren. Uitsluitend indien dat het geval
                    is, vormt de overtreding een economisch delict in de zin van artikel 1a, onder
                    3º Wed.</al><tussenkop>Strafmaat</tussenkop><al>In de Wed is de strafmaat aangegeven van overtredingen van plaatselijke
                    verordeningen die gebaseerd zijn op de Wet milieubeheer. In het geval van de
                    afvalstoffenverordening hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete
                    van de vierde categorie (maximale boete € 19.000,00 (2010)). Artikel 74 van het
                    Wetboek van Strafrecht geeft de officier van justitie de mogelijkheid om met een
                    boete strafvervolging te voorkomen.</al><al>Het openbaar ministerie heeft richtlijnen opgesteld voor boetes. De boete voor
                    het verkeerd aanbieden van huishoudelijk afval of voor zwerfafval is op dit
                    moment (januari 2010) gesteld op een standaardbedrag van 60 euro.</al><tussenkop>Artikel 25. Toezichthouders</tussenkop><al>Aanwijzing van de toezichthouder in de afvalstoffenverordening is noodzakelijk,
                    indien een toezichthouder tevens opsporingsbevoegdheden dient te krijgen. Alleen
                    voor de aanwijzing van toezichthouders is een bepaling opgenomen in de
                    afvalstoffenverordening. Opsporingsambtenaren worden namelijk aangewezen in de
                    artikelen 141 en 142 Wetboek van Strafvordering.</al><tussenkop>Artikel 26. Inwerkingtreding</tussenkop><al>Op grond van artikel 142 Gemeentewet treden bekendgemaakte besluiten in werking
                    met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking, tenzij in deze
                    besluiten daarvoor een ander tijdstip is aangewezen. De afvalstoffenverordening
                    is een besluit van het gemeentebestuur waarop bij overtreding straf is gesteld.
                    Een dergelijk besluit wordt op dezelfde wijze bekendgemaakt als alle overige
                    besluiten van het gemeentebestuur die algemeen verbindende voorschriften
                    inhouden, conform artikel 139 Gemeentewet. </al><tussenkop>Artikel 27. Overgangsbepaling</tussenkop><al>Omdat de oude verordening een vergunningstelsel kende en de nieuwe verordening
                    dit niet kent zijn de bepalingen iets aangepast.</al><al>Het bepaalde in het tweede lid moet geregeld worden in het uitvoeringsbesluit
                    dat hoort bij deze nieuwe verordening door het intrekken van het oude
                    uitvoeringsbesluit.</al><tussenkop>Artikel 28. Citeerbepaling</tussenkop><al>De citeertitel is de naam waaronder de verordening kan worden aangehaald.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>