<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR51641_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Re-integratieverordening Wet werk en bijstand</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Veendam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veendam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Veendammer,</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Re-integratieverordening Wet werk en bijstand</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8">Artikel 8 eerste lid sub a van de Wet werk en bijstand</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-09-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>671/SML</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Re-integratieverordening Wet werk en bijstand</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>nummer: 671/SML</vet></al><al>De raad van de gemeente Veendam;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 6
                        juli 2004,</al><al>inzake de reïntegratieverordening,</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 8 eerste lid sub a van de Wet werk en
                        bijstand,</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>Re-integratieverordening Wet werk en bijstand</vet></al><al>luidende als volgt:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al>Wwb: de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="b."><al>Ioaw: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="c."><al>Ioaz: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="d."><al>Wsw: Wet sociale werkvoorziening;</al></li><li nr="e."><al>Wet Rea: Wet reïntegratie arbeidsgehandicapten;</al></li><li nr="f."><al>ANWB: Algemene nabestaandenwet;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>Win: wet inburgering nieuwkomers;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>voorzieningen: voorzieningen bedoeld in artikel 7 eerste lid onder a van
                            de Wwb en beschreven in deze </al><al>verordening;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>uitkeringsgerechtigde: persoon jonger dan 65 jaar die bijstand ter
                            voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan
                            ontvangt; dan wel een uitkering ontvangt op grond van de Ioaz of </al><al>de Ioaz;</al><al/></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al>niet-uitkeringsgerechtigde: de persoon bedoeld in artikel 6 onder a. van
                            de Wwb;</al><lijst><li nr="k."><al>algemeen geaccepteerde arbeid: iedere vorm van betaalde
                                    arbeid;</al></li><li nr="l."><al>duurzame arbeid: algemeen geaccepteerde arbeid die over een
                                    periode van tenminste zes maanden wordt verricht en geen
                                    gesubsidieerde arbeid is;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>m.</lidnr><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                            Veendam.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><lijst><li nr=""><al>Tot de doelgroep van deze verordening behoren de personen
                                    wonende in de gemeente Veendam, jonger dan 65 jaar:</al><lijst><li nr="a."><al>bedoeld in artikel 7 eerste lid onder a van de Wwb,
                                            of</al></li><li nr="b."><al>die een uitkering ontvangen op grond van de Ioaw of de
                                            Ioaz, of</al></li><li nr="c."><al>bedoeld in artikel 7 eerste lid onder a van de Wwb en
                                            behorend tot de doelgroep voor uitvoering van de
                                            Win.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Niet tot de doelgroep behoort:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoon die geen uitkeringsgerechtigde is en
                                            onderwijs of een beroepsopleiding volgt als bedoeld in
                                            de Wet studiefinanciering 2000 of in hoofdstuk 4 van de
                                            Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten,
                                            en</al></li><li nr="b."><al>de persoon die een kind is als bedoeld in artikel 7,
                                            tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Algemene
                                            Kinderbijslagwet, en</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de persoon bedoeld in artikel 7 eerste lid onder a Wwb, die niet als
                            werkloos werkzoekende geregistreerd staat bij de Centrale Organisatie
                            Werk en Inkomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taak gemeente</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt zorg voor het aanbieden van voorzieningen aan
                                    personen behorende tot de doelgroep in het kader van
                                    ondersteuning bij arbeidsinschakeling gericht op de kortste weg
                                    naar arbeid. Het college stelt vast welke voorziening voor
                                    personen uit de doelgroep het meest geschikt is om het beoogde
                                    doel te behalen.</al></li><li nr="2."><al>Ter uitvoering van de in het eerste lid genoemde zorgplicht,
                                    stelt het college jaarlijks beleidsregels vast waarin op basis
                                    van het beschikbare budget wordt aangegeven op welke wijze het
                                    komende jaar wordt voorzien in de ondersteuning bij
                                    arbeidsinschakeling en welke voorzieningen in welke mate in het
                                    kader van arbeidsinschakeling zullen worden ingezet voor de
                                    doelgroepen van de Wwb.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bevordert de beschikbaarheid van flankerende voorzieningen
                            die belemmeringen voor toetreding tot de arbeidsmarkt kunnen
                            opheffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzieningen die de gemeente in het kader van ondersteuning bij
                            arbeidsinschakeling voor een persoon uit de doelgroep inzet, worden
                            vastgelegd in een beschikking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Rechten en plichten deelnemer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De persoon uit de doelgroep is verplicht algemeen geaccepteerde arbeid
                            te verkrijgen en</al><al>deze te aanvaarden.</al><lijst><li nr="2."><al>De persoon uit de doelgroep kan aanspraak maken op ondersteuning
                                    bij arbeidsinschakeling ten behoeve van het realiseren van de,
                                    naar het oordeel van het college, kortste weg naar duurzame
                                    arbeid. Het college bepaalt hoe deze aanspraak wordt
                                    ingevuld.</al></li><li nr="3."><al>Een persoon uit de doelgroep aan wie een voorziening zoals
                                    bedoeld in artikel 7 van deze verordening wordt aangeboden, is
                                    verplicht gebruik te maken van deze voorziening.</al></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>Een persoon uit de doelgroep aan wie een medische keuring op
                                    basis van de Wet Rea of de Wsw wordt aangeboden, is verplicht
                                    hiervan gebruik te maken.</al></li><li nr="5."><al>Onverminderd andere verplichtingen, voortvloeiend uit wet- of
                                    regelgeving, geldt voor een persoon diedeelneemt aan of
                                    deelgenomen heeft aan een voorziening de verplichting:</al></li></lijst><al> a.alle inlichtingen te verstrekken aan het college over de passendheid
                            en de voortgang van de voorziening en wijzigingen in zijn persoonlijke
                            situatie die van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de aanspraak
                            op ondersteuning en de noodzaak van voortzetting van een voorziening,
                            daaronder in ieder geval begrepen wijzigingen in woonplaats, wijzigingen
                            met betrekking tot gezondheidssituatie</al><al>of arbeidshandicaps en wijzigingen met betrekking tot nevenwerkzaamheden
                            of neveninkomsten;</al><al>b.zijn medewerking te verlenen aan onderzoeken over de inhoud,
                            passendheid, voortgang en uitvoering</al><al>van de voorziening;</al><lijst><li nr="c."><al>naar vermogen uitvoering te geven dan wel mee te werken aan de
                                    onderdelen van de voorziening;</al></li><li nr="d."><al>na te laten alles dat de realisatie van het doel van de
                                    voorziening belemmert.</al><lijst><li nr="6."><al>Als een persoon zijn verplichtingen krachtens het derde
                                            lid of het vijfde lid niet nakomt, kan het college
                                            beslissen dat zijn aanspraak op iedere voorziening
                                            vervalt.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De rechten en plichten van de deelnemer worden vastgelegd in een door
                            het college vastgestelde trajectovereenkomst, die door de deelnemer en
                            een vertegenwoordiger namens het college (of een door het college
                            aangewezen derde) wordt ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Niet-uitkeringsgerechtigden en ANW-ers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Niet-uitkeringsgerechtigden van 23 jaar en ouder,
                            niet-uitkeringsgerechtigden jonger dan 23 jaar en behorend tot de
                            doelgroep niet leerplichtige vroegtijdige schoolverlaters en mensen met
                            een uitkering op grond van de Anw van 23 jaar en ouder kunnen aanspraak
                            maken op ondersteuning bij arbeidsinschakeling ten behoeve van het
                            realiseren van de, naar het oordeel van het college, kortste weg naar
                            arbeid</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt in beleidsvoorstellen de aanspraken en de
                            voorzieningen vast, die beschikbaar zijn voor personen behorende tot de
                            groepen bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Criteria ontheffing arbeidsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1.Het college kan met inachtneming van artikel 9 tweede lid van de Wwb,
                            onderscheidenlijk artikel 37a van de Ioaw en de Ioaz bepalen dat aan
                            belanghebbende tijdelijk, geheel of gedeeltelijk, ontheffing wordt
                            verleend van de in artikel 4 eerste lid en artikel 4 derde lid van deze
                            verordening genoemde verplichtingen, op basis van in beleidsvoorstellen
                            vast te leggen criteria, onder meer:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de combinatie van zorg en arbeid of de combinatie van zorg en
                            voorziening niet mogelijk is voor alleenstaande ouders;</al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al>indien belanghebbende om psychische dan wel medische redenen
                                    niet in staat is om te werken.</al><lijst><li nr="2."><al>Ontheffing van de arbeidsplicht wordt slechts voor een
                                            door het college vast te stellen periode verleend.</al></li><li nr="3."><al>Op basis van een herbeoordeling kan het college
                                            besluiten een ontheffing na afloop van de vastgestelde
                                            periode te verlengen.</al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1.Het college kan een persoon behorende tot de doelgroep (laten)
                            begeleiden bij het zoeken naar en verwerven van arbeid, alsmede bij het
                            wegnemen van belemmeringen voor de arbeidsinschakeling. In </al><al>beleidsvoorstellen geeft het college verdere uitwerking aan de aard van
                            de voorzieningen. Bij deze uitwerking worden in elk geval de doelgroep,
                            de duur van de voorziening, het doel van de voorziening en de
                            verplichtingen van de deelnemer betrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzieningen zijn onder te verdelen in de volgende categorieën:</al><lijst><li nr="a."><al>kortdurende ondersteuning bij arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="b."><al>langdurige ondersteuning bij arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="c."><al>gesubsidieerde arbeid;</al></li><li nr="d."><al>sociale activering.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="3"><al>Het college kan ter uitvoering van dit artikel gebruik maken van
                                    door derden uitgevoerde detacheringsbanen. Met de persoon
                                    behorende tot de doelgroep wordt een arbeidsovereenkomst
                                    aangegaan als bedoeld in artikel 610, eerste lid van Boek 7 van
                                    het Burgerlijk Wetboek. Op de arbeidsovereenkomst zijn de
                                    bepalingen van titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek
                                    van toepassing.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ter uitvoering van dit artikel gebruik maken van
                                    een loonkostensubsidie aan de werkgever, die een persoon
                                    behorend tot de doelgroep in dienst neemt op basis van de CAO
                                    die ook voor de reguliere werknemers van toepassing is.</al></li><li nr="5."><al>In geval van de financiering van de detacheringsbanen en de
                                    verstrekking van de loonkostensubsidie is de beleidsaanbeveling
                                    “Loonkostensubsidie en Europese regelgeving”, zoals vermeld in
                                    de verzamelbrief van april 2004 van het ministerie van Sociale
                                    Zaken en Werkgelegenheid, van toepassing.</al></li><li nr="6."><al>Het doel van de inzet van voorzieningen is het bevorderen van
                                    arbeidsinschakeling van personen uit de doelgroep onder andere
                                    door het opdoen van werkervaring, het aanleren van vaardigheden
                                    en kennis, het opdoen van een werkritme, maatschappelijke
                                    participatie en/of het bevorderen van sociale – en
                                    zelfredzaamheid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Scholing kan onderdeel uitmaken van de voorzieningen in tweede lid.
                            Daarnaast kan het college ook scholing als zelfstandige voorziening
                            aanbieden.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het college kan voor de uitvoering van voorzieningen afspraken maken met
                            derden, waaronder werkgevers en reïntegratiebedrijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wiw en Id</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt zorg voor de uitvoering van de
                                    dienstbetrekkingen als bedoeld in artikel 4 van de Wiw, zoals
                                    dit luidde op 31-12-2003, en stimuleert de uitstroom.</al></li><li nr="2."><al>Het college draagt zorg voor de subsidiëring van de
                                    dienstbetrekkingen als bedoeld in artikel 6 van het Besluit in-
                                    en doorstroombanen, zoals dit besluit luidde op 31-12-2003, en
                                    voor de subsidiëring van de arbeidsovereenkomsten zoals bedoeld
                                    in artikel 5 eerste lid van de Wiw, zoals dit luidde op
                                    31-12-2003, en stimuleert de uitstroom. De hoogte van de
                                    subsidie wordt door het college vastgesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De dienstbetrekkingen en arbeidsovereenkomsten genoemd in eerste en
                            tweede lid zijn, vanaf het moment van inwerkingtreding van de Wwb,
                            voorzieningen in de zin van de Wwb. Het college kan nadere voorwaarden
                            stellen aan de subsidieverstrekking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Afweging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de afweging welke voorziening het meest geschikt is voor welk
                            persoon uit de doelgroep, worden de mogelijkheden en belemmeringen van
                            de persoon en het belang van de gemeente tegen elkaar afgewogen. Daarbij
                            houdt het college rekening met de zorgtaken van alleenstaande ouders
                            voor hun kinderen. Hiernaast speelt de situatie op de arbeidsmarkt een
                            rol.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De alleenstaande ouder kan pas deelnemen aan een voorziening zoals
                            bedoeld in artikel 7 van deze verordening indien een
                            kinderopvangvoorziening beschikbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Handhaving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een persoon die deelneemt aan of heeft deelgenomen aan een
                            voorziening, zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 4 niet nakomt of
                            niet is nagekomen, kan het college de door hem in het kader van die
                            voorziening ten behoeve van deze persoon gemaakte kosten
                            terugvorderen.</al><lijst><li nr="2."><al>Als de persoon die deelneemt zijn verplichtingen als bedoeld in
                                    artikel 4 niet is nagekomen of niet nakomt, kan het college de
                                    uitkering verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in de
                                    Maatregelenverordening Wwb.</al></li><li nr="3."><al>Als een persoon die een uitkering ontvangt op grond van de Ioaw
                                    of de Ioaz, zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 4 niet
                                    nakomt, kan het college de uitkering verlagen, conform hetgeen
                                    hierover is bepaald in artikel 20 van de Ioaw en de Ioaz.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Beëindiging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan de voorziening beëindigen:</al><lijst><li nr="a."><al>als een persoon die deelneemt aan een voorziening, zijn
                                        verplichtingen als bedoeld in artikel 4 van deze
                                        verordening, dan wel zijn verplichtingen als bedoeld in
                                        artikel 9 van de Wwb, niet nakomt;</al></li><li nr="b."><al>als een persoon die deelneemt aan een voorziening niet meer
                                        tot de doelgroep bedoeld in artikel 2 van deze verordening
                                        behoort;</al></li><li nr="c."><al>indien het college een andere voorziening aanbiedt;</al></li><li nr="d."><al>als een persoon die deelneemt aan een voorziening
                                        neveninkomsten heeft, die naar oordeel van het college
                                        betekenen dat hij in staat is zonder deze voorziening een
                                        plaats te vinden of te behouden op de arbeidsmarkt, die
                                        minimaal een periode van een half jaar beslaat.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Beëindiging van de voorziening kan tevens inhouden: het opzeggen van
                                de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 8 eerste lid van deze
                                verordening of het beëindigen van de subsidie, bedoeld in artikel 8
                                tweede lid van deze verordening.</al></li><li nr="3."><al>Wanneer een voorziening beëindigd is en niet het beoogde doel heeft
                                gehad, kan het college besluiten geen nieuwe voorziening aan te
                                bieden aan betrokkene.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Premies en onkostenvergoeding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan premies verlenen die tot doel hebben de
                                arbeidsinschakeling te bevorderen.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt ten aanzien van de verstrekking van premies nadere
                                regels vast met betrekking tot:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten waarvoor premie kan worden verstrekt en wie
                                        daarvoor in aanmerking komt;</al></li><li nr="b."><al>het bedrag van de premie dan wel de wijze waarop dit bedrag
                                        wordt bepaald;</al></li><li nr="c."><al>de aanvraag van een premie en de besluitvorming
                                        daarover;</al></li><li nr="d."><al>de voorwaarden waaronder een premie wordt verstrekt;</al></li><li nr="e."><al>de weigeringsgronden voor een premie;</al></li><li nr="f."><al>de verplichtingen voor de premie-ontvanger;</al></li><li nr="g."><al>de vaststelling van de premie;</al></li><li nr="h."><al>andere mogelijke uitvoeringsaspecten van deze premies.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van de verstrekking
                                van onkostenvergoedingen in verband met de deelname aan een
                                voorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                college.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in
                                deze verordening, als toepassing daarvan tot onbillijkheden van
                                overwegende aard leidt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor voorzieningen die voor 1-1-2004 zijn aangevangen en waaraan een
                            besluit als bedoeld in artikel 70 van de Algemene bijstandswet, zoals
                            die luidde op 31-12-2003, ten grondslag ligt, blijft de huidige premie-
                            en vrijlatingsverordening van toepassing tot 1-1-2005, ook als op of na
                            1-1-2004 de voorziening ongewijzigd wordt voortgezet en daarover een
                            nieuw besluit op basis van deze verordening is genomen. In dat geval
                            bestaat geen recht op een premie bedoeld in artikel 12 van deze
                            verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien ten aanzien van een persoon die ondersteund wordt met een
                            voorziening die is aangevangen voor 1-1-2004, op of na 1-1-2005 geen
                            besluit is genomen over een voorziening zoals bedoeld in artikel 7 van
                            deze verordening en de voorziening van voor 1-1-2004 ongewijzigd is
                            voortgezet, kan artikel 12 van deze verordening wel worden toegepast
                            over de periode vanaf 1-1-2005.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><al>Het college zendt binnen zes maanden na afloop van elk kalenderjaar een
                        verslag over de wijze waarop deze verordening is toegepast aan de
                        gemeenteraad. Als eerste kalenderjaar geldt 2005.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening wordt aangehaald als Reïntegratieverordening
                                Wwb.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2004.</al></li></lijst><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 13 september 2004.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Algemene toelichting</label></kop><al>In de Wwb is de verplichting tot het opstellen van een gemeentelijke
                    reïntegratieverordening geformuleerd. In deze verordening legt de gemeente de
                    rechten en plichten van klanten vast. Met de komst van de Wwb verdwijnt de
                    landelijke wet- en regelgeving over reïntegratie zoals vastgelegd in de Wiw en
                    het besluit Id. Voor de uitvoering van reïntegratiebeleid krijgt de gemeente een
                    ongedifferentieerd budget als onderdeel van het Fwi. De gemeenteraad heeft
                    hiermee de mogelijkheid een eigen, lokale, invulling te geven aan
                    reïntegratiebeleid.</al><al>Onderhavige verordening is een vertaling van het tot nu toe geformuleerde
                    reïntegratiebeleid. Er is voor gekozen geen uitgebreide invulling te geven aan
                    het in te zetten instrumentarium voor toeleiding naar werk. Verwezen wordt naar
                    (jaarlijkse) beleidsvoorstellen aan het college hieromtrent. Dat biedt de
                    gemeente de mogelijkheid om gedurende 2004 concrete instrumenten te
                    ontwikkelen.</al></nota-toelichting><bijlage><kop><label>Artikelsgewijze toelichting </label></kop><al>De <cursief>artikelen 3 en 4 </cursief>leggen de verplichtingen van college en
                    belanghebbende vast. Belangrijk is dat de gemeente Veendam ervoor kiest om het
                    uitgangspunt van de wet dat een persoon uit de doelgroep aanspraak kan maken op
                    een voorziening, nadrukkelijk te vertalen als recht op ondersteuning bij
                    toeleiding naar werk. Dat laat onverlet dat het in alle gevallen de gemeente is
                    die bepaalt welke vorm deze ondersteuning krijgt. De gemeente wil dat instrument
                    inzetten wat ervoor zorgt dat de betreffende persoon zo snel mogelijk aan het
                    werk is.</al><al>In de <cursief>artikelen 6 en 9 </cursief>beschrijft de gemeente op welke wijze
                    zij invulling geeft aan individueel maatwerk. Dat gebeurt door individueel
                    maatwerk te leveren of uiteindelijk door mensen voor wie betaald werk vooralsnog
                    geen optie is, tijdelijk te kunnen ontheffen van de plicht tot
                    arbeidsinschakeling.</al><al>In <cursief>artikel 7 </cursief>staat beschreven dat de gemeente jaarlijks
                    nadere voorstellen ontwikkelt voor de invulling van het reïntegratiebeleid. </al><al>Omdat de Wiw en Id-regelgeving per 1 januari 2004 is vervallen, is het
                    noodzakelijk de huidige afspraken met Wiw-ers, inleners en Id-werkgevers te
                    herzien. Dat wordt geregeld in <cursief>artikel 8 </cursief>van de
                    verordening.</al><al>In de reïntegratieverordening zijn tenslotte aparte bepalingen opgenomen over
                    handhaving en premiebeleid. Met de Handhavingsverordening Wwb is onder andere de
                    terugvordering van teveel of onterecht betaalde bijstandsinkomsten geregeld. </al><al>Op basis van <cursief>artikel 10 </cursief>van de reïntegratieverordening is het
                    ook mogelijk om van leden van de doelgroep kosten gemaakt voor reïntegratie
                    terug te vorderen. Het premiebeleid zal op korte termijn door het college
                    middels beleidsregels nader worden uitgewerkt.</al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>