<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR51534_1</dcterms:identifier><dcterms:title>HANDHAVINGSVERORDENING WWB en WIJ gemeente Lelystad</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lelystad</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lelystad</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Flevopost, 3-3-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Handhavingsverordening WWB en WIJ gemeente lelystad</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 8a</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet investeren in jongeren, art. 12, lid 1, onderdeel c</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-02-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2010-02-02</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Nr. B09-09680</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Fraudeverordening gemeente Lelystad 2004 van 12 februari 2004.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>HANDHAVINGSVERORDENING WWB en WIJ gemeente Lelystad</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Lelystad,</al><al>op voorstel van het college van de gemeente Lelystad d.d. 8 december
                        2009;</al><al>gelet op artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet artikel 8a van de Wet
                        werk en bijstand en artikel 12, eerste lid, onderdeel c van de Wet
                        investeren in jongeren;</al><al>overwegende dat het noodzakelijk is bij verordening regels te stellen met
                        betrekking tot het bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik van de Wet
                        werk en bijstand en van de Wet investeren in jongeren te regelen;</al><al>B E S L U I T:</al><al>met terugwerkende kracht tot 1 oktober 2009 in te trekken</al><al>de FRAUDEVERORDENING WWB</al><al>en</al><al>vast te stellen de navolgende</al><al>HANDHAVINGSVERORDENING WWB en WIJ gemeente Lelystad.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>1.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                            nader worden</al><al>omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand, de
                            Wet investeren in jongeren, de Algemene wet bestuursrecht en de
                            Gemeentewet.</al><lijst><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>de wet: </cursief>de Wet werk en bijstand (WWB)
                                            en de Wet investeren in jongeren (WIJ);</al></li><li nr="b."><al><cursief>het college:</cursief>het college van de
                                            gemeente Lelystad;</al></li><li nr="c."><al><cursief>de raad: </cursief>de gemeenteraad van
                                            Lelystad;</al></li><li nr="d."><al><cursief>handhaving: </cursief>een stelsel van
                                            preventieve en repressieve maatregelen gericht op het
                                            voorkomen of ontmoedigen van misbruik of oneigenlijk
                                            gebruik van bijstand/inkomensvoorziening;</al></li><li nr="e."><al><cursief>fraude:</cursief>het verwijtbaar informatie
                                            achterhouden of verwijtbaar onjuiste informatie
                                            verstrekken, met het doel een (hogere) uitkering te
                                            ontvangen anders dan waarop men op grond van juiste
                                            en/of volledige informatie recht zou hebben;</al></li><li nr="f."><al><cursief>misbruik: </cursief>het verwijtbaar ontvangen
                                            van een uitkering in strijd met de wettelijke
                                            voorschriften;</al></li><li nr="g."><al><cursief>oneigenlijk gebruik:</cursief>het ontvangen van
                                            een uitkering volgens de regels van de wet maar in
                                            strijd met of buiten de bedoeling van de wet zoals die
                                            bij de totstandkoming van de wet heeft bestaan;</al></li><li nr="h."><al><cursief>belanghebbende: </cursief>persoon die
                                            bijstand/inkomensvoorziening heeft aangevraagd dan wel
                                            ontvangt of heeft ontvangen; indien dit een gehuwde
                                            betreft, wordt onder belanghebbende elk van de
                                            echtgenoten verstaan.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>Opdracht en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Opdracht aan het college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt beleid vast waarin staat beschreven hoe zorg wordt
                                gedragen voor een</al><al> rechtmatige en doelmatige uitvoering van de wet, waaronder de
                                bestrijding van fraude,</al><al> misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beschrijft in een handhavingplan tenminste:</al><lijst><li nr="a."><al>de wijze waarop het college belanghebbenden en inwoners
                                        informeert over de rechten en plichten die zijn verbonden
                                        aan het ontvangen van bijstand en over de consequenties van
                                        fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik;</al></li><li nr="b."><al>de maatregelen gericht op fraudepreventie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beschrijft in een controleplan tenminste:</al><lijst><li nr="a."><al>de wijze van controle bij de aanvraag, de voortzetting en
                                        bij beëindiging van de</al><al> bijstand/inkomensvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>de handelwijze bij inconsistenties alsmede het gebruik van
                                        signaal- en risicosturing bij de beoordeling van het recht
                                        op bijstand;</al></li><li nr="c."><al>de uitvoering van onderzoeken en bestandsvergelijkingen
                                        waarbij actuele gegevens worden gecontroleerd.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Verantwoording</titel></kop><al>Het college informeert jaarlijks door een inhoudelijk verslag over de
                            uitvoering van de</al><al>handhavings- en de controleactiviteiten, de Raad over de aard en
                            doelmatigheid van de</al><al>gehouden controles en handhavingsactiviteiten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>Gevolgen bij fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Verlaging van de uitkering</titel></kop><al>Indien belanghebbende onjuiste, onvolledige of in het geheel geen
                            inlichtingen verstrekt die</al><al>van belang zijn of redelijkerwijs kunnen zijn voor de hoogte, de duur of
                            de voortzetting van</al><al>de bijstand/inkomensvoorziening, kan het college de bijstand verlagen
                            conform hetgeen hierover bepaald is in de geldende
                            Maatregelenverordening Wet werk en bijstand en de Maatregelenverordening
                            Wet investeren in jongeren, onverminderd de mogelijkheid tot
                            terugvordering van de eventueel ten onrechte ontvangen bijstand of de in
                            het kader van de reïntegratie gemaakte kosten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Aangifte bij het Openbaar Ministerie</titel></kop><al>1.Indien een gedraging van belanghebbende als bedoeld in artikel 4 leidt
                            tot benadeling</al><al>van de gemeente, doet het college, onverminderd de mogelijkheid de
                            bijstand/inkomensvoorziening op grond van artikel 4 te verlagen en de
                            ten onrechte ontvangen bijstand/inkomensvoorziening terug te vorderen,
                            aangifte bij het Openbaar Ministerie, in overeenstemming met de door het
                            Openbaar Ministerie op dit punt ten tijde van de aangifte geldende
                            uitgangspunten.</al><al>2.Het college maakt afspraken met het Openbaar Ministerie over het doen
                            van aangifte</al><al>2. van gedragingen waarvoor het college in beginsel een verlaging van de
                            uitkering zou</al><al>2. kunnen toepassen maar waarbij dit niet mogelijk is vanwege
                            beëindiging van de uitkering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college is bevoegd om nadere regels te stellen met betrekking tot de
                            uitvoering van deze</al><al>verordening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4:</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 oktober 2009.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Handhavingsverordening WWB en WIJ
                            gemeente Lelystad.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Lelystad, 2 februari 2010.</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, De griffier,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting handhavingsverordening Wet werk en bijstand en Wet investeren
                    in jongeren gemeente Lelystad</tussenkop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al>Afgezien van de korte bepaling van artikel 8a van de Wet werk en bijstand en
                    artikel 12 onderdeel c van de Wet investeren in jongeren, zijn er geen nadere
                    aanduidingen over wat nu precies in die verordening moet worden geregeld. </al><al>In het kader van de horizontale verantwoordingsstructuur waar gemeenten in
                    toenemende mate gebruik van maken, ligt het voor de hand de verantwoording over
                    het gevoerde handhavingsbeleid in de jaarrekening van de Raad op te nemen.</al><al>Het uitvoeringsbeleid wordt nader omschreven in een handhavingplan, waardoor de
                    uitvoerders voorzien worden van regels en protocollen omtrent de wijze waarop
                    zij gelegitimeerd hun werkzaamheden ten uitvoer kunnen brengen. Door het
                    hanteren van controleprotocollen wordt de wijze van uitvoering toetsbaar en
                    eenduidig.</al><al>Uitkeringsgerechtigden worden helder geïnformeerd over hun rechten en plichten
                    door het</al><al>versterken van de voorlichtingsfunctie aan de poort. Bij de uitvoering van de
                    Wet werk en</al><al>bijstand is er daarnaast een toenemende behoefte om vanuit een preventieve
                    invalshoek</al><al>fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik van bijstandsgelden via variabele
                    thematische</al><al>controles te onderzoeken. Hierdoor wordt het mogelijk om de zwaarte van de
                    controles aan te</al><al>passen aan de mate waarin in een gegeven situatie de kans op misbruik of
                    oneigenlijk gebruik</al><al>groter is. Zo kan bijvoorbeeld in het ene jaar bij de controles ingezet worden
                    op controle aan</al><al>de poort (voorliggende voorzieningen) en het andere jaar bijvoorbeeld op de
                    woonsituatie. De</al><al>uit te voeren controles worden in een door het college vast te stellen plan,
                    gekoppeld aan controleprotocollen en een handhavingplan vastgelegd, om de
                    uitvoering transparant en</al><al>toetsbaar te houden. Voor de nieuwe wet Wet investeren in jongeren zal daar waar
                    mogelijk zoveel mogelijk bij de handhavingslijn van de WWB worden
                    aangesloten.</al><al>Er is bewust voor gekozen deze verordening niet de naam fraudeverordening te
                    geven maar</al><al>om te spreken van handhaving. Door deze naamgeving wordt benadrukt dat het niet
                    alleen</al><al>gaat om de opsporing van fraude maar dat het voorkomen van fraude een aspect is
                    dat</al><al>minstens zo belangrijk is. Handhaving is namelijk niet alleen gericht op de
                    opsporing van</al><al>gepleegde fraude maar gaat meer uit van de spontane naleving van de wet- en
                    regelgeving.</al><al>Een goede voorlichting over rechten en plichten aan de poort maakt hier
                    wezenlijk onderdeel</al><al>van uit.</al><al>Op grond van artikel 1:3 lid 4 Awb kan het college nadere beleidregels
                    opstellen. "Onder</al><al>beleidsregel wordt verstaan: een bij besluit vastgestelde algemene regel, niet
                    zijnde een</al><al>algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de
                    vaststelling van</al><al>feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een
                    bevoegdheid van een</al><al>bestuursorgaan."</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop><al>Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de WWB, WIJ of Awb
                    niet afzonderlijk</al><al>te definiëren in deze verordening. Dit voorkomt dat in geval van wijziging van
                    betreffende</al><al>definities in de WWB, WIJ of Awb ook de verordening moet worden gewijzigd.</al><al>De begrippen die niet zijn omschreven in de WWB, WIJ of Awb, of die
                    verduidelijkt moeten </al><al>worden, zijn in het tweede lid omschreven.</al><tussenkop>Artikel 2 Opdracht aan het college</tussenkop><al>In dit artikel wordt aangegeven dat de gemeente om invulling te geven aan het
                    nakomen van</al><al>de verplichtingen verbonden aan de bijstandsverlening gebruik maakt van een
                    handhavingsplan. </al><al>Het handhavingsplan wordt vastgesteld door het college en bevat richtlijnen en
                    aanwijzingen voor de uitvoering, waardoor het handelen van de gemeentelijke
                    uitvoering expliciet toetsbaar en transparant wordt.</al><al>Het handhavingsplan bevat uitvoeringsvoorschriften voor de wijze waarop het
                    college ten</al><al>tijde van de aanvraag, de looptijd de beëindiging van de fraude, misbruik
                    of</al><al>oneigenlijk gebruik van bijstand/inkomensvoorziening voorkomt. Tevens geeft een
                    controleplan aan op welke wijze en momenten er controles plaatsvinden op de door
                    de belanghebbende verstrekte informatie en gegevens. Om invulling te geven aan
                    deze controles wordt het plan aangevuld met protocollen die richting geven aan
                    het handelen van betrokken ambtenaren.</al><tussenkop>Artikel 3 Verantwoording</tussenkop><al>Dit artikel bepaalt dat het college over de uitvoering en naleving van het
                    handhavingsplan jaarlijks verantwoording aflegt aan de Raad. Deze verantwoording
                    loopt parallel aan de verantwoording middels de jaarrekening.</al><tussenkop>Artikel 4 Verlaging van de uitkering</tussenkop><al>Indien belanghebbende na constatering van het niet nakomen van de
                    inlichtingenplicht op</al><al>grond van artikel 17 WWB rechthebbende in de zin van de WWB of artikel 44 WIJ
                    rechthebbende in de zin van de WIJ blijft, volgt een verlaging van de bijstand
                    conform hetgeen hierover door de Raad is vastgelegd in de
                    Maatregelenverordeningen gemeente Lelystad</al><tussenkop>Artikel 5 Aangifte bij het Openbaar Ministerie</tussenkop><al>Indien een gedraging van een belanghebbende als bedoeld in artikel 4 leidt tot
                    benadeling van</al><al>de gemeente, doet het college, onverminderd de mogelijkheid de bijstand te
                    verlagen en de</al><al>ten onrechte verstrekte bijstand/inkomensvoorziening terug te vorderen, aangifte
                    bij het Openbaar Ministerie, in overeenstemming met de door het Openbaar
                    Ministerie op dit punt gehanteerde</al><al>uitgangspunten.</al><tussenkop>Artikel 6 Nadere regels</tussenkop><al>Evenals de uitvoering van de WWB en de WIJ ligt de uitvoering van deze
                    verordening bij het college.</al><tussenkop>Artikel 7 Inwerkingtreding</tussenkop><al>De ingangsdatum van inwerkingtreding van deze verordening is voorzien voor 1
                    oktober 2009.</al><al>Voorafgaand aan de inwerkingtreding wordt de verordening ter inzage gelegd. Van
                    deze ter</al><al>inzage legging zal bericht worden gegeven via de voor de gemeente gebruikelijke
                    kanalen.</al><tussenkop>Artikel 8 Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>