<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR51448_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Monumentenverordening gemeente Maasdriel 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Maasdriel</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-11-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Maasdriel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">   Het   Carillon, 24-02-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Monumentenverordening gemeente Maasdriel 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artt. 147 en 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-02-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>economie en arbeid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Marktreglement</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt Marktverordening 2002</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Monumentenverordening Gemeente Maasdriel 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de Gemeente Maasdriel; </al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van de gemeente Maasdriel van 25 mei 2010;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, de artikelen 12, 14 en 15 van de Monumentenwet 1988 en de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de Monumentenverordening Gemeente Maasdriel 2010;</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Monument:</al><lijst><li nr="1."><al>zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde;</al></li><li nr="2."><al>terrein dat van algemeen belang is wegens daar aanwezige zaken als bedoeld onder 1.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Gemeentelijk archeologisch monument: monument, als bedoeld in lid a, onder 2.</al></li><li nr="c."><al>Beschermd gemeentelijk monument: onroerend monument, dat overeenkomstig de bepalingen van deze verordening als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen.</al></li><li nr="d."><al>Gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen zaken.</al></li><li nr="e."><al>Beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers.</al></li><li nr="f."><al>Kerkelijk monument: onroerend monument, dat eigendom is van een kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een kerkelijke instelling en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van een eredienst.</al></li><li nr="g."><al>Stads- en dorpsgezicht: groep van onroerende zaken die van algemeen belang is wegens haar schoonheid, de onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel haar wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde.</al></li><li nr="h."><al>Beschermd gemeentelijk stads- en dorpsgezicht: stads- en dorpsgezicht dat overeenkomstig de bepalingen van deze verordening als beschermd gemeentelijk stads- en dorpsgezicht is aangewezen.</al></li><li nr="i."><al> Lijst van beschermde gemeentelijke stads- en dorpsgezichten: lijst waarop vermeld zijn de overeenkomstig deze verordening beschermde stads- en dorpsgezichten.</al></li><li nr="j."><al> Monumentencommissie: de op basis van artikel 15, lid 1 Monumentenwet 1988 ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de Monumentenverordening en het monumentenbeleid.</al></li><li nr="k."><al> Bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit van een monument.</al></li><li nr="l."><al>College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maasdriel.</al></li><li nr="m."><al>Bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li><li nr="n."><al>Vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li><li nr="o."><al>Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het gebruik van het monument</titel></kop><al>Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het gebruik van het monument.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>BESCHERMDE GEMEENTELIJKE MONUMENTEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>§</label><nr>1.</nr><titel>De aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument en de registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een onroerend monument aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt zij advies aan de monumentencommissie. In spoedeisende gevallen kan het vragen van dit advies achterwege blijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een onroerend monument als beschermd gemeentelijk monument bepalen dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voordat het college een kerkelijk monument aanwijst, voert zij overleg met de eigenaar.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument ontvangt, tot het moment dat de registratie als bedoeld in artikel 6 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen 9 tot en met 13 van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Termijn advies en aanwijzingsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na ontvangst van het verzoek van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist binnen twaalf weken na ontvangst van het advies van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen twintig weken na de adviesaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Mededeling</titel></kop><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt meegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan en aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college registreert het beschermd gemeentelijk monument op de gemeentelijke monumentenlijst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving van het beschermd gemeentelijk monument.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijzigen van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de aanwijzing ambtshalve of op aanvraag van een belanghebbende wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 3, tweede, derde en vierde lid, alsmede artikel 4, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de wijziging.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing van artikel 3, tweede, derde en vierde lid, alsmede artikel 4, eerste lid, achterwege.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Intrekken van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de aanwijzing intrekken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 3, tweede lid, en artikel 4, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de intrekking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>2.</nr><titel>Vergunningen tot wijziging of afbraak van beschermde gemeentelijke monumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Verbodsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een beschermd gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag of in strijd met bij zodanige vergunning gestelde voorschriften:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschermd gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen;</al></li><li nr="b."><al>een beschermd gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2. Besluit omgevingsrecht voor een vergunning als bedoeld in artikel 9, tweede lid en de daarbij te overleggen gegevens en bescheiden wordt ingediend bij het bevoegd gezag. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Advies van de monumentencommissie en beslissing op de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk monument aan de monumentencommissie voor advies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen zes weken na de datum van verzending van het afschrift brengt de monumentencommissie schriftelijk advies uit aan het bevoegd gezag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning de voorschriften, die nodig zijn met het oog op het belang van de monumentenzorg. De aan de vergunning verbonden voorschriften zijn op elkaar afgestemd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Kerkelijk monument</titel></kop><al>Het bevoegd gezag geeft met betrekking tot een beschermd kerkelijk monument geen vergunning ingevolge de bepalingen van artikel 9, tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar, indien en voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Intrekken van de vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;</al></li><li nr="b."><al>blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 9, tweede lid, niet naleeft;</al></li><li nr="c."><al>de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beschikking tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de monumentencommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Een vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing houdt het bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>BESCHERMDE RIJKSMONUMENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Vergunningen voor beschermde rijksmonumenten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een beschermd rijksmonument aan de monumentencommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij overschrijding van de in lid 2 genoemde termijn wordt de monumentencommissie geacht geadviseerd te hebben.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>BESCHERMDE GEMEENTELIJKE STADS- EN DORPSGEZICHTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Aanwijzing beschermd gemeentelijk stads- en dorpsgezicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een stads- en dorpsgezicht aanwijzen als beschermd stads- en dorpsgezicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt zij advies aan de monumentencommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanwijzing kan geen stads- of dorpsgezicht betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 35 van de Monumentenwet 1988.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert binnen twaalf weken na de datum van ontvangst van het verzoek van het college.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college beslist binnen veertien weken na de datum van ontvangst van het advies van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen zesentwintig weken na de adviesaanvraag aan de monumentencommissie.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college registreert het beschermd gemeentelijk stads- en dorpsgezicht op de lijst van beschermde gemeentelijke stads- en dorpsgezichten.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De lijst van beschermde gemeentelijke stads- en dorpsgezichten bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van aanwijzing, de gebiedsbegrenzing van het beschermde stads- en dorpsgezicht en een beschrijving van de daarin vervatte cultuurhistorische waarden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>De wijziging en intrekking van de aanwijzing</titel></kop><al>De artikelen 7 en 8 van deze verordening zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor gemeentelijke monumentenlijst moet worden gelezen lijst van beschermde gemeentelijke stads- en dorpsgezichten en dat in artikel 8, derde lid, voor artikel 3, zesde lid moet worden gelezen artikel 35 van de Monumentenwet 1988.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Beschermend bestemmingsplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad stelt, ter bescherming van een beschermd gemeentelijk stads- en dorpsgezicht, een bestemmingsplan of beheersplan vast als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt door het college bepaald in hoeverre geldende bestemmingsplannen of beheersplan als beschermend plan in de zin van het eerste lid kunnen worden aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alvorens het college de gemeenteraad ter zake een voorstel doet, wordt de monumentencommissie gehoord.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert binnen veertien weken na de datum van ontvangst van het verzoek van het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Verbodsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In beschermde stads- en dorpsgezichten is het verboden een bouwwerk geheel of gedeeltelijk af te breken zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor het afbreken ingevolge een aanschrijving van het bevoegd gezag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid zijn, totdat een beschermend bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, de artikelen 9 tot en met 14 van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>SCHADEVERGOEDING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van:</al><lijst><li nr="a."><al>de weigering van het bevoegd gezag een vergunning tot wijziging, afbraak, of verwijdering van een gemeentelijk monument of onderdeel van een beschermd stads- en dorpsgezicht te verlenen als bedoeld in artikel 9, tweede lid van deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een vergunning tot wijziging, afbraak of verwijdering van een gemeentelijk monument;</al></li></lijst><al>schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent de gemeenteraad hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen van de verordening ter regeling van de procedure bij de toepassing van artikel 6.1 van de Wet Ruimtelijke Ordening van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Degene, die handelt in strijd met artikel 9 en 18 van deze verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking treedt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De “Monumentenverordening Maasdriel 1999” vastgesteld bij besluit van de raad van 4 januari 1999 vervalt op de datum waarop het eerste lid toepassing vindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De op grond van de ingevolge het tweede lid vervallen verordening aangewezen en geregistreerde gemeentelijke monumenten en aangewezen en geregistreerde stads- of dorpsgezichten worden geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in het tweede lid ingetrokken verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Monumentenverordening Gemeente Maasdriel 2010” </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 8 juli 2010.</al><al>De raad voornoemd,</al></slotformulering><ondertekening><functie>de raadsgriffier</functie><naam><voornaam>J.F.</voornaam><achternaam>van Zutphen</achternaam></naam></ondertekening><ondertekening><functie> de voorzitter</functie><naam><voornaam>A.H.</voornaam><achternaam>Boerma-van Doorne</achternaam></naam></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>