<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.92--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.91--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR51293_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Woudenberg</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Woudenberg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Woudenberger, 30-09-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Persoonsgebonden budget begelied werken Wet sociale werkvoorziening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet sociale werkvoorziening</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-09-25</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de Gemeente Woudenberg, gelezen het voorstel van Burgemeester en
                    Wethouders van 25 mei 2008;gelet op het bepaalde in de Gemeentewet en de Wet sociale
                    werkvoorziening;</al><al>:besluit vast te stellen:</al><al><vet>Verordening Persoonsgebonden budget begeleid werken Wet
                            sociale werkvoorziening</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 1 Begripsbepalingen </label></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Woudenberg;</al></li><li nr="b."><al>periodieke subsidie: de loonkostensubsidie en overige aan de
                                    werkgever te verstrekken vergoedingen voor structurele
                                    kosten;</al></li><li nr="c."><al>begeleidingsorganisatie: organisatie die de Wsw-geïndiceerde
                                    begeleidt bij vinden en behouden van een arbeidsplaats.</al></li></lijst><al>Voor zover niet anders bepaald worden begrippen in deze verordening
                            gebruikt in dezelfde betekenis als in de Wet sociale
                            werkvoorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2 De hoogte van de rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten </label></kop><al>Het college stelt elk jaar vóór 31 december de hoogte vast van de
                            rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten voor
                            elk te verstrekken persoonsgebonden budget voor het daarop volgende
                            kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 Invulling voorwaarden adequate werkplek </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt op aanvraag aan iedere Wsw-geïndiceerde die
                                daar recht op heeft een persoonsgebonden budget begeleid werken Wsw,
                                indien werkgever en begeleidingsorganisatie er zorg voor dragen dat
                                de arbeidsplaats voor de Wsw- geïndiceerde adequaat wordt
                                ingevuld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De werkgever voldoet aan de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al>Zijn onderneming staat ingeschreven bij de Kamer van
                                        Koophandel;</al></li><li nr="b."><al>De aangeboden arbeidsplaats en de omvang daarvan zijn, gelet
                                        op de indicatiestelling en mogelijkheden van de
                                        Wsw-geïndiceerde, als passend aan te merken;</al></li><li nr="c."><al>De duur van het dienstverband bedraagt tenminste zes
                                        maanden, met een mogelijkheid tot verlenging;</al></li><li nr="d."><al>In de arbeidsovereenkomst of aanstelling wordt de voor de
                                        werkgever vigerende collectieve arbeidsovereenkomst
                                        gerespecteerd;</al></li><li nr="e."><al>De aangeboden arbeidsovereenkomst dient minimaal 50% van de
                                        geïndiceerde uren met een minimum van 12 uur per week te
                                        zijn. De werkgever en werknemer kunnen in overleg en met
                                        expliciete goedkeuring van het college de arbeidsduur
                                        aanpassen;</al></li><li nr="f."><al>De aangeboden werkplek dient te voldoen aan de voorwaarden,
                                        opgenomen in de ARBO-catalogus ten aanzien van de
                                        arbeidsomstandigheden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De begeleidingsorganisatie voldoet aan de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al>De begeleidingsorganisatie is ingeschreven bij de Kamer van
                                        Koophandel;</al></li><li nr="b."><al>De begeleidingsorganisatie en/of haar medewerkers zijn
                                        gekwalificeerd voor het begeleiden van de doelgroep, c.q. de
                                        Wsw-geïndiceerde voor wie het persoonsgebonden budget is
                                        bestemd;</al></li><li nr="c."><al>De begeleidingsorganisatie heeft aantoonbare kennis en
                                        ervaring in het werkveld.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 De wijze van vaststelling van de periodieke subsidie aan de werkgever </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt eenzijdig de initiële hoogte van de
                                loonkostensubsidie voor de Wsw- geïndiceerde aan de werkgever
                                vast;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de hoogte van de loonkostensubsidie na zes maanden
                                voor langere tijd vast. Daarbij wordt door het college een externe
                                deskundige ingeschakeld. Doch, de loonkostensubsidie zal niet hoger
                                worden vastgesteld dan 70% van het bruto loon van de
                                Wsw-geïndiceerde;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in de artikelen 5 en 10 van deze
                                verordening vindt binnen zes maanden een loonwaardebepaling plaats
                                in geval er sprake is van een dienstverband voor onbepaalde
                                tijd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Herziening van de loonkostensubsidie </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op verzoek van de werkgever kan een loonkostensubsidie worden
                                herzien als hier, gelet op de ontwikkeling van de
                                arbeidsproductiviteit van de werknemer, aanleiding voor is;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De loonkostensubsidie kan ambtshalve worden gewijzigd als hier
                                gerede aanleiding toe is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 De vergoeding aan de begeleidingsorganisatie </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de vergoeding aan de begeleidingsorganisatie en de
                                omvang van het aantal uren begeleiding wordt door partijen in
                                onderling overleg vastgesteld;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De begeleiding van de Wsw-geïndiceerde zal, in tijd uitgedrukt, niet
                                langer duren dan 15 % van de duur van het afgesproken dienstverband.
                                Als norm wordt aangehouden: 5 á 10% van de duur van het
                                dienstverband. Tussentijdse aanpassingen zijn binnen deze marges
                                mogelijk indien partijen dit vooraf overeenkomen;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De kosten voor begeleiding worden door de begeleidingsorganisatie
                                inzichtelijk gemaakt op basis van het tarief per uur begeleiding en
                                de duur van de begeleiding per periode;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kosten van een begeleidingsorganisatie in verband met het zoeken
                                van een begeleid werkenplaats komen alleen voor vergoeding in
                                aanmerking als dit leidt tot het tot stand komen van een
                                arbeidsovereenkomst met een minimale duur van zes maanden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7 Vergoeding voor eenmalige kosten van aanpassing van de omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een vergoeding verstrekken voor de eenmalige kosten
                                van aanpassing van de omstandigheden waaronder de arbeid wordt
                                verricht als uit een extern arbeidsdeskundigenrapport blijkt dat
                                aanpassingen op de werkplek noodzakelijk zijn, deze
                                persoonsgerelateerd zijn, en het niet redelijk is dat deze kosten
                                door de werkgever worden gedragen;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Kosten voor aanschaf van apparatuur, kosten voor de werkplek en
                                kosten voortvloeiend uit arbowetgeving die de werkgever uit hoofde
                                van normaal en goed werkgeverschap voor iedere werknemer zou moeten
                                maken komen niet in aanmerking voor vergoeding door het
                                college;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergoeding wordt alleen verstrekt op basis van facturen én
                                indien er sprake is van een dienstverband van minimaal zes
                                maanden;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college regelt de wijze van uitbetaling van de vergoeding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8 Indienen van een aanvraag </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een persoonsgebonden budget wordt ingediend door
                                middel van een volledig ingevulde aanvraag. De aanvraag wordt
                                mede-ondertekend door werkgever en de begeleidingsorganisatie;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ten behoeve van de aanvraag een aanvraagformulier
                                vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9 Beslistermijn </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college besluit over de aanvraag binnen vier weken na ontvangst
                                van alle benodigde gegevens;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het
                                college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10 Het besluit tot verlenen van de periodieke subsidie </label></kop><al>Het besluit tot verlening van een periodieke subsidie bevat in ieder
                            geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van de periodieke subsidie en de wijze waarop deze kan
                                    worden aangepast;</al></li><li nr="b."><al>de verplichtingen van de werkgever;</al></li><li nr="c."><al>de wijze van facturatie door de werkgever.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11 Vaststelling subsidie </label></kop><al>De subsidie wordt overeenkomstig de vaststelling binnen vier weken na
                            facturatie door de werkgever betaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12 Verplichtingen van de werkgever </label></kop><al>De werkgever doet onmiddellijk schriftelijk mededeling aan het college
                            van alle feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de
                            verstrekking van de subsidie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk II SLOTBEPALINGEN</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 13 Citeertitel </label></kop><al>Deze verordening heet Verordening Persoonsgebonden budget begeleid
                            werken Wet sociale werkvoorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 14 Inwerkingtreding </label></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 15 Hardheidsclausule </label></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen van de bepalingen in deze
                            verordening afwijken, indien toepassing van de verordening tot
                            onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Vastgesteld in de openbare vergadering van 25 september 2008</al></slotformulering><ondertekening><naam><achternaam>K.Wiesenekker, </achternaam></naam><functie>Griffier</functie></ondertekening><ondertekening><naam><achternaam>H.W. van den Berg, </achternaam></naam><functie>Wnd. voorzitter</functie></ondertekening><ondertekening>PUBLICATIEDATUM</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting Verordening Persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening</label></kop><tussenkop>Artikelsgewijs </tussenkop><al>Artikelen of onderdelen van artikelen die geen vragen oproepen worden niet nader
                    toegelicht. </al><tussenkop>Artikel 2 </tussenkop><al>Artikel 7, tiende lid, onderdeel b, Wsw bepaalt dat de gemeenteraad bij
                    verordening regels stelt over de hoogte van de voor het college rechtstreeks aan
                    de subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten omgerekend op jaarbasis. De wet
                    geeft niet aan wat precies onder uitvoeringskosten moet worden verstaan. Het
                    moet in ieder geval gaan om kosten die rechtstreeks aan de subsidieverlening
                    verbonden zijn (artikel 7, tweede lid, onderdeel b, Wsw). Daarbij kan worden
                    gedacht aan kosten in verband met de volgende activiteiten: </al><al>het beoordelen van aanvragen voor een PGB; </al><al>de administratieve handelingen in verband met het verstrekken van subsidies en
                    vergoedingen in het kader van het PGB; </al><al>het monitoren van het begeleid werken met een PGB; </al><al>het tussentijds bepalen van loonwaarde; </al><al>het voeren van (tussentijdse) gesprekken met begeleidingsorganisatie en
                    werkgever. </al><tussenkop>Artikel 3 </tussenkop><al>Het college zal bij elke aanvraag van een PGB moeten beoordelen of de inpassing
                    in de arbeid van betrokkene, met inbegrip van begeleiding op zijn werkplek
                    adequaat door de werkgever wordt verzorgd (artikel 7, eerste lid, Wsw). In
                    verband hiermee kan een gemeente eisen stellen aan de werkgever en de door hem
                    aangeboden werkplek. In artikel 7, tiende lid, Wsw dient de gemeenteraad in zijn
                    verordening de voorwaarden te regelen waaronder het college een
                    begeleidingsorganisatie inschakelt die door de Wsw-geïndiceerde is aangewezen. </al><al>De gemeente sluit bij het stellen van eisen aan werkgevers en
                    begeleidingsorganisaties in het kader van begeleid werken met een PGB zoveel
                    mogelijk aan bij de wijze waarop zij op dit moment begeleid werken organiseert. </al><al>Ad 2c: het Rijk keert de bonus voor begeleid werken pas uit als er sprake is van
                    een dienstverband van zes maanden.</al><tussenkop>Artikel 4 </tussenkop><al>Het doel van de loonkostensubsidie is het verstrekken van een tegemoetkoming in
                    de loonkosten in verband met de geringere arbeidsproductiviteit van de
                    Wsw-geïndiceerde.</al><al>Ad 2: Het verstrekken van subsidies aan werkgevers kan onder bepaalde
                    omstandigheden vallen onder staatssteun (die op grond van Europese regelgeving
                    verboden is). Voor het verstrekken van loonkostensubsidies aan werkgevers die
                    Wsw-geïndiceerden in dienst hebben is de Europese Vrijstellingsverordening
                    werkgelegenheidssteun van belang. Deze Europese verordening staat toe dat
                    maximaal 60% van de loonkosten wordt gesubsidieerd zonder dat daaraan een
                    individuele loonwaardebepaling ten grondslag ligt. Omdat het college een externe
                    deskundige inschakelt die deze individuele loonwaardebepaling uitvoert, kan de
                    loonkostensubsidie hoger worden vastgesteld. In de praktijk is gebleken dat een
                    maximering van 70% van het bruto loon reëel is.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Ad 4: in de wet wordt uitgegaan van het vinden van een werkplek door de
                    Wsw-geïndiceerde. Het kan voorkomen dat hier een begeleidingsorganisatie voor
                    wordt ingeschakeld. Financiering vindt dan slechts plaats bij een gerealiseerde
                    arbeidsplaats van minimaal 6 maanden op no cure/no pay-basis.</al><tussenkop>Artikel 8 </tussenkop><al>De Wsw-geïndiceerde zal het PGB moeten aanvragen. Omdat begeleid werken met een
                    PGB leidt tot een subsidierelatie met de werkgever (in verband met het
                    verstrekken van een periodieke subsidie) en een contractrelatie met de
                    begeleidingsorganisatie (in verband met het verstrekken van een periodieke
                    vergoeding), zullen ook de werkgever en de begeleidingsorganisatie van de
                    Wsw-geïndiceerde de aanvraag moeten ondertekenen. </al><al>Op basis van de aanvraag beslist het college vervolgens of een periodieke
                    subsidie aan de werkgever en een periodieke vergoeding aan de
                    begeleidingsorganisatie worden verstrekt en voor welke bedragen. Vervolgens
                    vindt de verstrekking van de periodieke subsidie aan de werkgever plaats op
                    basis van een beschikking en de verstrekking van een periodieke vergoeding aan
                    de begeleidingsorganisatie op basis van een overeenkomst</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>